‘Gemeenten krijgen genoeg geld voor gratis voorschool’

Gemeenten kunnen er zelf voor kiezen om ouders van peuters met een risico op een onderwijsachterstand niets te laten betalen voor de voorschool. Daar krijgen de gemeenten voldoende geld voor, benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

Hij reageert op Kamervragen van Peter Kwint van SP. Die trok aan de bel over de terugloop van het aantal peuters met een risico op een onderwijsachterstand die naar de voorschool gaan. Die terugloop in met name de grote steden zou te maken hebben met de ouderbijdrage die aan ouders met peuters op de voorschool wordt gevraagd.

Slob wijst er in zijn antwoorden op dat gemeenten ervoor kunnen kiezen om ‘peuters met een risico op een onderwijsachterstand een volledig gratis aanbod te doen of hier een (geringe) ouderbijdrage voor te vragen’. Vanuit de specifieke uitkering voor het
gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid is daar volgens hem genoeg geld voor.

Hij voegt daaraan toe dat ‘een terugloop in deelname van doelgroeppeuters aan voorschoolse educatie’ reden kan zijn voor gemeenten ‘om hun eigen beleidskeuzes tegen het licht te houden’.

Lees meer…

Amsterdamse wethouder pleit voor gratis voorschool

De voorschool moet gratis worden, vindt de Amsterdamse onderwijswethouder Marjolein Moorman (PvdA) en voorzitter Bart Drenth van MKB Amsterdam.

In een opiniestuk in Trouw benadrukken zij het belang van kansengelijkheid voor alle kinderen en het ontbreken van die gelijkheid in de huidige samenleving.

‘Dat betekent dat veel talent en potentieel al op jonge leeftijd verloren gaan. Dat is niet alleen oneerlijk voor de kinderen die het betreft, maar ook ondermijnend voor de samenleving in zijn geheel. Kansenongelijkheid kent een hoge prijs: segregatie, polarisatie en hoge maatschappelijke kosten’, aldus Moorman en Drenth.

Zij vinden dat kansenongelijkheid zo vroeg mogelijk moet worden voorkomen, en dat kan volgens hen door de voorschool voor alle ouders gratis te maken. Dit zou volgens hen een investering zijn ‘die de kansen voor kinderen vergroot en tegelijk veel economisch rendement oplevert’.

Voorschool betalen

Onder andere de lokale Amsterdamse krant Het Parool meldde vorige maand dat ouders hun kinderen massaal van de voorschool halen. Dat heeft te maken met inkomens­afhankelijke bijdrage die ouders sinds 1 januari van dit jaar moeten betalen.

Peutervoorziening moet kansengelijkheid bevorderen

Er moet één peutervoorziening komen voor alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar om kansengelijkheid te bevorderen. Dat vinden de PO-Raad, de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK), de Brancheorganisatie Kinderopvang, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Sociaal Werk Nederland, meldt Trouw. In een opiniestuk in die krant lichten voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad en haar collega Sharon Gesthuizen van de BMK het plan toe.

Zij vinden het niet goed dat peuters met verschillende sociaal-economische achtergronden van elkaar gescheiden worden:  ‘Sommige peuters gaan naar de kinderopvang in de buurt, andere peuters naar een voorschool een buurt verderop. En sommige peuters gaan helemaal nergens naartoe’, zo schrijven zij. De voordelen van één peutervoorziening is volgens hen onder meer dat kinderen van jongs af aan samen opgroeien.

Advies peutervoorziening

Het plan voor één peutervoorziening borduurt voort op het advies Tijd om door te pakken in de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang van de Taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang. In dat advies staat dat alle peuters samen moeten kunnen opgroeien en zich ook samen moeten kunnen ontwikkelen.

Lees meer…

Volgend jaar al extra geld voorschoolse educatie

Het kabinet gaat komend jaar al extra geld investeren in de voorschoolse educatie. Daarmee wordt voorkomen dat gemeenten pedagogisch medewerkers in de kinderopvang volgend jaar moeten ontslaan, terwijl zij in 2019 weer nodig zijn, meldt het ministerie van OCW.

Volgens minister Arie Slob voor Primair en Voortgezet Onderwijs is voorschoolse educatie van groot belang. ‘Elk kind verdient de kans om zijn of haar volledige potentieel te benutten, waar diegene ook vandaan komt. Door komend jaar al extra te investeren krijgen deze kinderen het steuntje in de rug dat zij verdienen en nemen we tegelijkertijd onzekerheid bij de pedagogisch medewerkers weg’, aldus de minister.

In het regeerakkoord staat dat extra geld voor de voorschool pas in 2019 beschikbaar zou komen, maar dat wordt dus 2018.

Lees meer…

Hoeveel peuters gaan naar de voorschool?

In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt in alle gemeenten het bereik van de voorschool onderzocht.

Het onderzoek moet in kaart brengen hoeveel peuters naar de voorschool gaan en wat gemeenten doen om ouders te bereiken die hier (nog) geen gebruik van maken.

Het onderzoek wordt in oktober afgerond.

Peuters in opvang hebben meer stresshormoon

Peuters in de kinderopvang hebben meer stresshormoon cortisol dan peuters die thuisblijven, blijkt uit onderzoek van de universiteit in de Noorse stad Trondheim.

De onderzoekers zien bij peuters in de kinderopvang 32 procent meer cortisol in het speeksel dan bij peuters die niet naar de opvang gaan.

Volgens onderzoekster May Britt Drugli, die door de Britse krant Daily Mail wordt geciteerd, zegt dat peuters nog niet zo goed kunnen praten en vaak nog geen goede sociale vaardigheden hebben. Daardoor kunnen ze op de crèche veel stress ervaren.

Een hogere cortisolwaarde zou een negatieve invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van de hersenen van jonge kinderen, maar wetenschappelijk bewijs daarvoor is er niet.

Veel meer geld nodig voor gelijke kansen

In een brandbrief van onder andere de PO-Raad staat dat er veel meer geld moet naar het onderwijsachterstandenbeleid en voor- en vroegschoolse educatie (vve). De brief, die is gericht aan de Tweede Kamer, staat in het teken van gelijke kansen voor alle kinderen.

In de brandbrief slaan de afzenders alarm over een door het kabinet aangekondigde bezuiniging van 65 miljoen euro in 2018 op het budget voor schoolbesturen en gemeenten voor onderwijsachterstandenbeleid. Ook trekken ze aan de bel over een voorgestelde herverdeling van het beschikbare geld. Door die herverdeling zouden met name grote gemeenten minder geld krijgen, terwijl kleinere gemeenten meer zouden krijgen.

De brandbrief gaat tevens in op een recent rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daaruit blijkt volgens de afzenders dat er een verdubbeling van het budget nodig is, omdat het aantal kinderen met een groot risico op achterstand meer dan twee keer zo groot zou zijn als waar het kabinet van uitgaat.

‘Wij willen alles op alles zetten om voor alle kinderen een goede start mogelijk te maken. Maar het kabinet dreigt af te breken wat in de voorscholen en het primair onderwijs is opgebouwd’, aldus de afzender van de brandbrief.

Download de brandbrief die mede is ondertekend door de VO-raad, belangenorganisatie Ouder & Onderwijs, de schoolleidersvakbond AVS, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en andere gemeentelijke organisaties en organisaties in de kinderopvang.

Voor- en vroegschoolse educatie sterk verbeterd

De kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie (vve) in de grote steden is de afgelopen vijf jaar sterk gestegen, meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

De kwaliteitsverbetering is volgens Dekker mede het gevolg van het grote draagvlak voor vve en de goede samenwerking tussen de betrokken partijen. Hij schrijft ook dat op sommige punten nog verbetering mogelijk is.

Zo zal het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie wordt aangepast voor een betere borging van de kwaliteit. Onderdeel van dat besluit is dat vanaf 1 augustus 2017 het taalniveau 3F wettelijk verplicht wordt voor pedagogisch medewerkers in de voorschool in grote gemeenten en vanaf 1 augustus 2019 in alle gemeenten.

Verder wil de staatssecretaris inzetten op innovatie en kennisdeling en ook op verdere ondersteuning van gemeenten en vve-werkgevers.

Lees meer…

 

Effect voor- en vroegschoolse nog steeds onduidelijk

Onderzoeker Geert Driessen van de Radboud Universiteit Nijmegen zet in een blog op Didactief Online grote vraagtekens bij het onderzoek van hoogleraar Paul Leseman van de Universiteit Utrecht naar het effect van voor- en vroegschoolse educatie (VVE).

NRC berichtte op 7 juni over het onderzoek van Leseman naar de effecten van VVE, in het artikel met de kop Nu blijkt ineens: taalles voor jonge kinderen werkt dus wél. Driessen stelt echter dat Leseman in het interview met de krant veel verder gaat dan zijn onderzoek rechtvaardigt.

Te enthousiast over voor- en vroegschoolse educatie

De Nijmeegse onderzoeker benadrukt dat er op basis van het onderzoek geen eenduidige conclusie zijn te trekken. ‘Leseman gaat in zijn enthousiasme duidelijk veel te ver: over het effect van VVE valt nog steeds niets te zeggen’, aldus Driessen.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW stuurde op 6 juni een brief naar de Tweede Kamer. In die brief stelt hij dat het zinvol is om in te zetten op voorschoolse educatie voor peuters met een (taal)achterstand. Hij baseerde zich hierbij onder andere op de resultaten het onderzoek van Leseman.

Lees meer…

OESO vindt Nederlandse onderwijs hartstikke goed

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is zeer positief over het Nederlandse onderwijs. Er zijn wel verbeterpunten, maar het onderwijs in ons land is volgens de OESO veel beter dan in andere landen.

De OESO vindt dan ook dat er in het Nederlandse onderwijs geen fundamentele veranderingen nodig zijn. Verbeterpunten hebben betrekking op de voorschoolse educatie en de doorstroming naar hogere niveaus.

OESO wil betere VVE

De kwaliteit van de voorschoolse educatie laat nu te wensen over, vindt de OESO. Die pleit daarom voor betere professionals in VVE-instellingen, die open moeten zijn voor álle kinderen. Dat sluit aan bij wat het kabinet wil. Dat maakte recentelijk bekend dat er in principe voor elk kind voor- en vroegschoolse educatie moet zijn.

De doorstroming naar een hoger niveau is volgens de OESO in Nederland onvoldoende. Dat vergroot volgens de organisatie de kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs. De Inspectie van het Onderwijs signaleerde dat onlangs ook al.

Salarissen omhoog

De OESO ziet de vergrijzing van het personeelsbestand en de komende pensioengolf als een risico voor het Nederlandse onderwijs. Een optie die wordt genoemd om meer jonge leraren te trekken, is dat de salarissen omhoog zouden kunnen.

Het onderzoek waarop de bevindingen over het Nederlandse onderwijs zijn gebaseerd, is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van OCW.

U kunt het onderzoeksrapport downloaden.

 

Dekker is volgens Rotterdam onverschillige cynicus

De Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge beschuldigt staatssecretaris Sander Dekker van OCW van onverschilligheid en cynisme. Hij doet dat op Twitter naar aanleiding van de brief over het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid die Dekker naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De Jonge twittert:

Zelden zoveel cynisme en onverschilligheid in 1 brief gezien. Gevolg: meer peuters maken een valse start.

In de brief van Dekker staat dat hij een evenwichtige verdeling wil van het geld om onderwijsachterstanden tegen te gaan. Tot nu toe gaat het meeste geld daarvoor naar steden en krijgen gemeenten op het platteland veel minder.

Dit leidt volgens Dekker tot een tweedeling in het kwaliteitsniveau. ‘Met de in deze brief voorgestelde bekostigingssystematiek wil ik deze tweedeling opheffen, zodat alle kinderen die het nodig hebben – in welke gemeente ze ook wonen – profiteren van kwalitatief goede voorschoolse educatie’, aldus de staatssecretaris. Hij stelt het volgende voor:

  1. Alle gemeenten hetzelfde bedrag per schoolgewicht.
  2. Minimumbudget voor het realiseren van een volwaardige vve-groep.
  3. Gemeentelijk budget laten meebewegen met de ontwikkeling van het aantal gewichtenkinderen.
  4. Ook kleine gemeenten krijgen middelen voor het realiseren van taalniveau 3F.

Als de plannen van de staatssecretaris doorgaan, zou Rotterdam 10 miljoen euro moeten inleveren. Deze stad krijgt nu uit de pot voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 55 miljoen euro per jaar. Vanaf 2020 zou dat 45 miljoen zijn.

Dit betekent volgens De Jonge dat in zijn stad 2000 kinderen minder naar de voorschool zouden kunnen.

Luister naar wethouder De Jonge op Radio Rijnmond.

Brandpunt over ‘failliet van de voorschool’

Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer wil dat staatssecretaris Sander Dekker van OCW tekst en uitleg komt geven over de effectiviteit van voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Dat meldt de actualiteitenrubriek Brandpunt op basis van een rondgang langs Kamerleden.

Brandpunt laat hoogleraar Ruben Fukkink van de Universiteit van Amsterdam aan het woord. Hij stelt op basis van een analyse van 21 onderzoeken over 15 jaar tijd dat het effect van VVE nul is. ‘Er is nul resultaat voor rekenen, nul resultaat voor taal, nul voor sociaal emotionele ontwikkeling. Het is nul’, aldus Fukkink in Brandpunt.

Het ministerie van OCW laat in een schriftelijke reactie aan Brandpunt weten te willen investeren in een betere kwaliteit van de voor en vroegschoolse educatie. Staatssecretaris Dekker wijst volgens de actualiteitenrubriek op een onderzoek uit 2009, waaruit wel positieve effecten van de voorschool zouden blijken.

Bekijk de uitzending.

Leerkracht en groepssamenstelling bepalen effect VVE

Het handelen van de beroepskracht en de groepssamenstelling blijken bepalend te zijn voor het effect van voor- en vroegschoolse educatie op de ontwikkeling van deelnemende kinderen. Dat schrijft orthopedagoog Annika de Haan in haar proefschrift ‘Effecten van voor- en vroegschoolse educatie in gemengde groepen’, meldt de Universiteit Utrecht.

Kinderen in groepen waar de beroepskracht relatief veel ontwikkelingsstimulerende activiteiten aanbiedt en begeleidt, laten een snellere ontwikkeling zien dan kinderen in groepen waar de beroepskracht minder van dit soort activiteiten aanbiedt.

Deelnemende kinderen, vooral in de kleutergroepen, ontwikkelen zich ook sneller in gemengde groepen dan in niet-gemengde groepen. Het positieve effect van gemengde groepen lijkt vooral te verlopen via interactie met groepsgenootjes. De belangrijkste aanbeveling om te komen tot een betere kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie is continue professionalisering van beroepskrachten, bijvoorbeeld door middel van coaching.

Peuters uit lage-inkomensgroepen vaker thuis

Bijna 40 procent van de 2- en 3-jarige kinderen met ouders in de groep met de laagste inkomens gaat niet naar de peuterspeelzaal en ook niet naar een vorm van formele kinderopvang. Van de ouders met de hoogste inkomens bezoekt 8 procent van de kinderen geen peuterspeelzaal of kinderopvang, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2013 ging 37 procent van de 2- en 3-jarige kinderen naar de peuterspeelzaal. Dat komt neer op circa 137.000 kinderen. Ze werden gemiddeld 7,5 uur per week in de peuterspeelzaal opgevangen. Bijna een kwart van hen werd daarnaast ook opgevangen in een kinderdagverblijf of bij erkende gastouders.

Gemiddeld ging 20 procent van de Nederlandse peuters niet naar een peuterspeelzaal of kinderopvangopvang. In totaal zijn dat zo’n 72.000 kinderen.

Het kabinet trekt het komende jaar 60 miljoen euro uit voor de opvang van peuters. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt dat alle kinderen de mogelijkheid moeten krijgen om de peuterspeelzaal of kinderopvang te bezoeken, ongeacht of hun ouders werken.

Ouders van peuters overtuigen met goede voorschool

‘Als de kwaliteit hoog genoeg is, gaan wij ervan uit dat ouders volmondig ja zeggen tegen vier dagdelen op een goede voorschool en een goede aansluiting op de basisschool.’ Dat zegt voorzitter Henriëtte Maassen van den Brink van de Onderwijsraad in het katern De Verdieping van dagblad Trouw.

De woorden van Maassen van den Brink in Trouw volgen op het nieuws dat het kabinet voornemens is 60 miljoen euro uit te trekken om alle peuters twee dagdelen naar de kinderopvang te laten gaan, of de ouders nu werken of niet.

Het voornemen van het kabinet volgt op het advies Een goede start voor het jonge kind dat de Onderwijsraad in juli publiceerde. Daarin adviseert de raad ‘te komen tot een coherent, kwalitatief hoogwaardig aanbod voor alle kinderen vanaf 2,5 jaar waarin spelen, vorming, voorkomen van leerachterstanden en opvang bijeen zijn gebracht’.

In Trouw zegt Maassen van den Brink dat het van de politiek, en dus van de kiezers en dan met name van de ouders, afhangt hoe de voorschool zich zal ontwikkelen. ‘Wat willen zij voor hun kleine? Een warme, veilige opvangplek met gezond eten en een lieve leidster. Of daarnaast ook een uitdagende omgeving met hoogopgeleide juffen waar kinderen zich kunnen ontwikkelen (…)?’

Volgens de voorzitter van de Onderwijsraad zullen ouders ‘volmondig ja zeggen tegen vier dagdelen op een goede voorschool en een goede aansluiting op de basisschool.’ Zij tekent daarbij aan dat de voorschool niet verplicht moet worden. ‘Keuzevrijheid is voor de Onderwijsraad en mijzelf als econoom een groot goed.’

Lees meer…

Kabinet wil alle peuters naar de kinderopvang

Het kabinet trekt 60 miljoen euro uit om alle peuters twee dagdelen naar de kinderopvang te laten gaan, of de ouders nu werken of niet. Dat meldt RTL Nieuws op basis van uitgelekte informatie uit de komende Miljoenennota.

De maatregel is bedoeld voor peuters van wie niet beide ouders werken en die niet tot de zogenoemde doelgroepkinderen behoren, omdat er bij hen geen sprake is van een leer- en/of ontwikkelingsachterstand. In die situatie bestaat er over het algemeen geen recht op kinderopvangtoeslag.

De 60 miljoen euro gaat volgend jaar naar de gemeenten, meldt RTL Nieuws. Die mogen zelf beslissen hoe ze de opvang gaan organiseren.

Stap in goede richting
VOS/ABB is blij met de maatregel, omdat hiermee alle peuters de kans krijgen zich in de voorschoolse periode samen met leeftijdgenoten op cognitief en sociaal-emotioneel vlak te ontwikkelen. Het zou echter beter zijn om direct een volgende stap te zetten door de opvang van peuters en het onderwijs met elkaar te laten samenvloeien, zodat er een doorgaande lijn ontstaat.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Grote verschillen tussen gemeenten in kwaliteit VVE

Tussen gemeenten bestaan grote verschillen in kwaliteit en toegankelijkheid van voor- en vroegschoolse educatie. Dat is een slechte zaak, vindt staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De oorzaak van de verschillen in kwaliteit en toegankelijkheid van VVE-voorzieningen ligt in het beschikbare budget hiervoor, dat sterk varieert tussen gemeenten. Dekker gaat samen met de Tweede Kamer op zoek naar een oplossing hiervoor.

Dekker: ‘Voorschool kan een groot verschil maken in het leven van een kind. Wat mij betreft moet het niet uitmaken waar hij of zij woont, maar dat is nu wel zo. Op dit moment krijgt Leiden bijvoorbeeld ruim twee keer zoveel geld voor VVE als Katwijk, terwijl er evenveel kinderen wonen die ervoor in aanmerking komen.’

Lees meer…

Niet-westerse moeders mijden voorschool

Moeders met een niet-westerse afkomst schuwen de voorschoolse voorzieningen. Dit komt onder meer door de media-aandacht voor misbruikzaken. Dit blijkt uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut.

‘Het creëren van een beter imago zou voorschoolse voorzieningen kunnen helpen om meer kinderen met een taal- en leerachterstand te bereiken. Aanbieders moeten potentiële klanten goed uitleggen wat zij doen om misbruik te voorkomen en garanderen dat de kinderen in goede handen zijn’, aldus het Verwey-Jonker Instituut.

Verder adviseert het Verwey-Jonker Instituut gemeenten en aanbieders van voorschoolse educatie om ouders met een niet-westerse afkomst beter te informeren. ‘De informatie moet toegankelijk en helder zijn voor de doelgroep en aangeboden worden op plaatsen waar zij vaak komen, zoals consultatiebureaus, buurthuizen en speeltuinen.’

Het Verwey-Jonker Instituut voerde het onderzoek uit in opdracht van FORUM en de Bernard van Leer Foundation. Bijna veertig niet-westerse moeders met peuters zijn bevraagd.

Pieter Hilhorst heeft gevoel nauwelijks te zijn begonnen

De landelijk bekende Amsterdamse onderwijswethouder Pieter Hilhorst (PvdA) heeft woensdag afscheid genomen van de gemeenteraad. Hij besloot vorige week te vertrekken na de nederlaag van zijn partij bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Hilhorst volgde in november 2012 partijgenoot Lodewijk Asscher op, die toen minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en vice-premier werd. In zijn afscheidsspeech zei Hilhorst dat hij het gevoel heeft nauwelijks als wethouder te zijn begonnen.

De PvdA’er was in Amsterdam onder andere bekend van een proef om taalachterstanden bij peuters tegen te gaan. Kern van die proef is dat er een doorgaande leerlijn komt van de voorschool naar de basisschool. In het komende aprilnummer van magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs komt daarover een artikel.

Ook werd onder Hilhorst een eigen kwaliteitsbureau voor het onderwijs in Amsterdam opgericht. In februari werd bekend dat hij een vervolgonderzoek wilde naar de effecten van de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam. Dit naar aanleiding van een publicatie van het Centraal Planbureau, dat volgens hem ten onrechte concludeerde dat de Amsterdamse kwaliteitsaanpak een negatief effect zou hebben.

Voordat hij wethouder werd, schreef Hilhorst als publicist columns voor de Volkskrant. Ook was hij programmamaker en ombudsman bij de VARA.

Gratis voorschool voor alle peuters onbetaalbaar

Het plan van de gemeenten voor één integrale voorschoolse voorziening voor alle peuters niet te betalen. Dat stelt minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) liet in december weten het geen goed plan te vinden om de financiering van peuterspeelzalen onder de toeslagenregeling van de kinderopvang te brengen. Dat zou alleen maar leiden tot hogere kosten voor werkende ouders en daarmee tot het risico dat minder kinderen naar de voorschool gaan. Vooral voor kinderen met een taalachterstand zou dat slecht zijn.

De VNG stelde daarom voor een ‘ontwikkelrecht’ voor peuters in te voeren. Er zou er één integrale voorschoolse voorziening moeten komen die voor alle kinderen gratis toegankelijk wordt. Daarmee zou een doorlopende leerlijn met de basisschool kunnen worden gerealiseerd.

Minister Asscher reageert hier nu op door te benadrukken dat uitvoering van het alternatief van de VNG niet realistisch want veel te duur is. ‘Een belangrijke component in de kosten van uw plan is het gratis aanbod aan alle ouders. Voor het alternatieve voorstel ontbreekt ruim 400 miljoen euro aan dekking.’

Achterstandsleerling wacht op plek in voorschool

Steeds minder kinderen met een achterstand kunnen als voorbereiding op de basisschool terecht op een voorschool. Dat meldt de NOS.

De MOgroep noemt het onacceptabel dat kinderen met een achterstand op wachtlijsten staan. De brancheorganisatie van onder andere de peuterspeelzalen wil dat er één peutervoorziening komt, die toegankelijk is voor alle kinderen.

Voorzitter Rinda den Besten van de PO-raad wil dat ook: 'Er beginnen nu toch weer meer kinderen met een achterstand aan de basisschool. Die achterstand halen ze moeilijk in. De voorschool moet toegankelijk zijn voor alle kinderen.'

De wachtlijsten bij peuterspeelzalen nemen toe doordat de kinderopvang steeds duurder wordt. Peuterspeelzalen zijn goedkoper, doordat ze vaak nog gesubsidieerd zijn.