Na jarenlange afname meer voortijdig schoolverlaters

Het aantal voortijdig schoolverlaters is voor het eerst sinds jaren weer licht gestegen. Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau in De sociale staat van Nederland 2018.

In het schooljaar 2016-2017 stroomden ongeveer 28.650 jongeren voortijdig uit het onderwijs. Dat waren er ruim 1200 meer dan een jaar daarvoor. Jongens verlaten het onderwijs vaker zonder startkwalificatie dan meisjes.

Het aandeel voortijdig schoolverlaters is het hoogst onder jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond. Wel is het zo dat het percentage voortijdig schoolverlaters in deze groep daalt, terwijl het percentage jongeren zonder niet-westerse migratieachtergrond die voortijdig het onderwijs verlaten, min of meer op hetzelfde niveau blijft.

Lees meer…

Aantal voortijdig schoolverlaters blijft dalen

Het aantal voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) is verder afgenomen, meldt minister Jet Bussemaker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

‘De teller staat nu op 22.948 nieuwe vsv’ers (voorlopig cijfer). Dat betekent dat er in schooljaar 2015/2016 ruim 1400 vsv’ers minder waren dan het jaar ervoor’, aldus Bussemaker.

De afname is volgens haar te danken aan ‘de voortdurende inzet van docenten, RMC1-medewerkers, leerplichtambtenaren, loopbaanbegeleiders, verzuimcoördinatoren, wethouders en andere betrokkenen binnen scholen en gemeenten’. Ze noemt het ‘een prestatie om trots op te zijn’.

In het schooljaar 2001-2002 waren er nog 71.000 vsv’ers. Er is sprake van voortijdig schoolverlaten als een jongere het onderwijs verlaat zonder een diploma op minimaal havo-, vwo- of mbo-2-niveau.

Download Bijlage met cijfers voortijdig schoolverlaten

Overzicht met informatie over voortijdig schoolverlaten

Het ministerie van OCW heeft een actueel overzicht gepubliceerd met informatie over voortijdig schoolverlaten.

Het overzicht bestaat uit websites met daarbij een korte beschrijving van wat die sites te bieden hebben. Er is sprake van voortijdig schoolverlaten als een jongere het onderwijs verlaat zonder een diploma op minimaal havo-, vwo- of mbo-2-niveau.

Ga naar het overzicht

Leerplicht naar 21 jaar voor meer kans op arbeidsmarkt

De leerplicht moet omhoog van 18 naar 21 jaar. Daartoe hebben PvdA en CDA een initiatiefwetsvoorstel ingediend.

Het wetsvoorstel komt van de Tweede Kamerleden Tanja Jadnanansing van de PvdA en Michel Rog van het CDA. Jadnanansing zei in februari al dat ze de leerplichtige leeftijd wilde verhogen naar 21 jaar. Daarmee zou het aantal voortijdig schoolverlaters omlaag kunnen. De praktijk laat zien dat deze groep vaker dan gemiddeld werkloos blijft en een grotere kans heeft om in de criminaliteit te belanden.

Nu moeten jongeren naar school tot hun 18e jaar. Jadnanansing: ‘Deze jongeren willen op hun 18e niets liever dan stoppen met school, maar als ze 24 zijn hebben ze daar spijt van. Ik hoor vaak: ‘Had iemand me maar gewaarschuwd”, zo zei ze in februari in de Telegraaf.

Ook andere fracties in de Tweede Kamer zijn positief over het verhogen van de leeftijdsgrens voor de kwalificatieplicht. Ze verwijzen naar plannen van Amsterdam en Rotterdam om jongeren die nog geen diploma hebben te verplichten tot hun 19e naar school te gaan. Minister Jet Bussemaker van OCW vindt die plannen echter te duur. Bovendien ziet ze allerlei juridische obstakels.

De voorgestelde verhoging van de leerplichtige leeftijd naar 21 jaar moet gaan gelden voor jongeren zonder een diploma mbo-2, havo of vwo. Jongeren die een baan hebben van minimaal 12 uur per week of bijvoorbeeld mantelzorger zijn, zouden gevrijwaard moeten blijven. Gemeenten zouden zelf kunnen bepalen of zij de verhoogde leerplichtleeftijd toepassen.

Vmbo’er pas uitschrijven na inschrijving in mbo

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW staan positief tegenover voorstellen om het aantal voortijdig schoolverlaters verder omlaag te brengen.

De VO-raad en MBO Raad kwamen met verschillende voorstellen om de schooluitval te verminderen. Een van de voorstellen is om het aanmeldmoment voor vmbo-leerlingen die naar het mbo gaan te vervroegen naar 1 mei. Bovendien zouden leerlingen zich pas kunnen uitschrijven uit het vmbo als ze staan ingeschreven in het mbo.

Verder wordt gestreefd naar de inrichting van zomerscholen of schakelvoorzieningen ter overbrugging van de lange zomerperiode. Ook moet er een ‘warme overdracht’ komen van met name kwetsbare leerlingen, waarbij indien nodig deze leerlingen langer op het vmbo blijven.

Bussemaker en Dekker schrijven in een brief aan de Tweede Kamer dat zij deze voorstellen omarmen.

Minder voortijdige schooluitval
De daling van het aantal voortijdige schoolverlaters heeft zich ook in 2012-2013 voortgezet. In het rapport Nieuwe voortijdig schoolverlaters dat het aantal vsv’ers in 2012-2013 op 27.950 lag (is 2,1 procent). Dat waren er minder dan het streefgetal van 29.500.

Vergeleken met 2001-2002 is het aantal vsv’ers fors afgenomen. Toen waren er nog 71.000 jongeren die zonder startkwalificatie van school gingen, wat overeenkwam met 5,5 procent van de leerlingen. Het is de bedoeling dat in 2014-2015 het aantal vsv’ers verder daalt naar 25.000 (2 procent).

PvdA wil kwalificatieplicht tot 21 jaar

Jongeren moeten tot het 21e naar school als ze nog geen diploma hebben. De Partij van de Arbeid wil zo het aantal voortijdig schoolverlaters omlaag brengen. De praktijk laat zien dat deze groep vaker dan gemiddeld werkloos blijft en een grotere kans heeft om in de criminaliteit te belanden.

Nu moeten jongeren naar school tot hun 18e jaar. Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing van de PvdA vindt dat te jong, zo zegt ze in de Telegraaf: ‘Deze jongeren willen op hun 18e niets liever dan stoppen met school, maar als ze 24 zijn hebben ze daar spijt van. Ik hoor vaak: ‘Had iemand me maar gewaarschuwd”, aldus Jadnanansing in deze krant.

Ook andere fracties in de Tweede Kamer zijn positief over het verhogen van de leeftijdsgrens voor de kwalificatieplicht. Ze verwijzen naar plannen van Amsterdam en Rotterdam om jongeren die nog geen diploma hebben te verplichten tot hun 19e naar school te gaan.

Minister Jet Bussemaker van OCW (PvdA) zei onlangs dat de plannen van Amsterdam en Rotterdam te duur zijn. Bovendien zei ze dat er allerlei juridische obstakels zijn.