‘Te veel thuiszitters door lichtvaardig beleid’

‘Vrijstelling mag niet het afvoerputje worden voor kinderen die complex of duur zijn’, zegt aanjager Marc Dullaert van het Thuiszitterspact in het AD.

Een kind kan door de leerplichtambtenaar van de gemeente worden vrijgesteld van de leerplicht als het bijvoorbeeld door ernstige psychische of lichamelijke klachten niet in staat is onderwijs te volgen. Dullaert ziet in de praktijk dat hier te lichtvaardig mee wordt omgesprongen. Volgens hem worden leerlingen geweigerd, omdat ze ‘te duur’ zijn en scholen onvoldoende expertise in huis hebben.

Dullaert wijst erop dat er meer dan 1 miljard euro is uitgetrokken voor passend onderwijs. ‘Dat geld ligt bij de scholen’, zo zegt hij. Daarbij tekent hij aan dat de zorgkosten voor de gemeenten zijn. ‘Zorg en onderwijs moeten dus samenwerken’, aldus Dullaert in het AD.

Lees meer…

Zembla over thuiszitters zonder leerplicht

Het onderzoeksjournalistieke programma Zembla heeft woensdagavond aandacht besteed aan passend onderwijs en de problematiek van thuiszitters.

Het ging onder meer over de toename van het aantal kinderen met een zogenoemde vrijstelling 5 onder a. Zij zijn vrijgesteld van leerplicht. Sinds het schooljaar 2011-2012 is het aantal kinderen met een dergelijke vrijstelling met 60 procent toegenomen, zo staat in een rapport dat in oktober is verschenen.

De vrijstelling 5 onder a is bedoeld voor kinderen bij wie de problematiek dusdanig groot is (bijvoorbeeld meervoudige beperking) dat het volgen van onderwijs niet mogelijk lijkt. Uit de uitzending van Zembla komt het beeld naar voren dat deze vrijstelling ook wordt verleend als er geen sprake is van ‘onleerbaarheid’.

Via de website van Zembla kunt u de uitzending terugkijken.

Verdacht veel kinderen vrijgesteld van leerplicht

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft alle gemeenten opgeroepen om vrijstellingen voor kinderen met een psychische of fysieke beperking nog eens goed te bekijken.

De afgelopen jaren krijgen steeds meer kinderen een vrijstelling op grond van artikel 5a van de Leerplichtwet. Dat wetsartikel zorgt ervoor dat kinderen met een zware lichamelijke of psychische beperking niet naar school hoeven.

De afgelopen vijf jaar was een stijging te zien van 60 procent (van 3100 in schooljaar 2010/2011 tot ruim 5000 in 2014/2015). Dekker noemt deze toename zorgelijk en laat onderzoek doen. ‘Ik kan mij niet voorstellen dat deze toename komt doordat er jaarlijks meer kinderen zijn met een psychische of fysieke beperking’, aldus de staatssecretaris.

Indien mogelijk moet leerlingen met een vrijstelling van de leerplicht alsnog een vorm van onderwijs worden aangeboden. Dekker hoopt dat daardoor meer kinderen een passend aanbod krijgen. ‘Kinderen met een beperking kunnen vaak meer dan we denken. Het is dus belangrijk dat gemeenten, samen met het onderwijs, kijken naar alternatieven en die ook aanbieden aan leerlingen en hun ouders.’

Lees meer…

Btw-vrijstelling verruimd voor meer samenwerking

Schoolbesturen krijgen ook btw-vrijstelling voor de uitwisseling van onderwijsondersteunend personeel. Met deze verruiming wordt weer een drempel voor samenwerking tussen scholen weggenomen.

Samenwerking is belangrijk en nodig in krimpgebieden en de rijksoverheid wil ook doorlopende leerlijnen stimuleren. Deze maatregel maakt btw-vrijgestelde samenwerking tussen basisscholen en voortgezet onderwijs en voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs mogelijk.

Eerder was er al btw-vrijstelling voor het onderwijzend personeel, maar deze vrijstelling gold nog niet voor bijvoorbeeld roostermakers, klassenassistenten of schoonmakers. De Hoge Raad heeft uitgesproken dat het verzorgen van onderwijs een ‘ondeelbare eenheid’ is en er dus geen onderscheid tussen verschillende taken gemaakt mag worden.

Alle werknemers die bijdragen aan het verzorgen van onderwijs vallen voortaan onder de onderwijsvrijstelling, zo stelt de Hoge Raad. Dankzij een akkoord tussen de ministeries OCW en Financiën en de Belastingdienst wordt bestaande Europese regelgeving herzien.

Participatiefonds beperkt zich tot CAO PO

Het Reglement Participatiefonds geldt met ingang van 1 januari 2016 uitsluitend voor personeel dat valt onder de CAO PO. Dat heeft het bestuur van het Participatiefonds besloten.

Het besluit heeft met name gevolgen voor schoolbesturen die personeelsleden hebben die vallen onder de CAO Bestuurders PO. Deze vallen met ingang van 2016 dus niet meer onder de werkingssfeer van het Reglement Participatiefonds. Tot die tijd worden vergoedingsverzoeken voor personeel waarop de CAO Bestuurders PO van toepassing is, beoordeeld als ware dit verzoeken voor personeel waarop de CAO PO van toepassing is.

Beëindiging dienstverband
Het Participatiefonds heeft het nieuwe reglement voor het schooljaar 2015-2016 begin juni 2015 vastgesteld. Nu het bijzonder onderwijs vanaf 1 juli 2015 voor ontslag op grond van (langdurige) ziekte en/of arbeidsongeschiktheid en voor ontslag op grond van bedrijfseconomische omstandigheden bij het UWV een ontslagvergunning moet aanvragen, zou een toets bij het Participatiefonds dubbelop zijn. Het Participatiefonds heeft daarom besloten een vrijstellingsregeling te creëren, waarin wordt opgenomen dat werkgevers in het bijzonder onderwijs die al een ontslagvergunning van het UWV hebben, bij het Participatiefonds dezelfde stukken moeten indienen voor het vergoedingsverzoek. Dit voorkomt extra administratieve lasten voor schoolbesturen.
Meer informatie hierover op de site van het Participatiefonds.

Voor het openbaar onderwijs is het bovenstaande niet van toepassing, omdat voor deze werknemers geen ontslagvergunning van het UWV hoeft te worden aangevraagd. De openbare schoolbesturen dienen bij ontslag de regels te volgen die voortvloeien uit het Reglement Participatiefonds.