‘Veel leraren schieten tekort op kennis en kwaliteit’

VVD-coryfee Hans Wiegel denkt dat het grootste probleem van het onderwijs bij de leraren zit die volgens hem tekortschieten op kennis en kwaliteit.

Hij stelt dat in een opiniestuk in de Telegraaf, waarin hij onder de kop Hoezo werkdruk en volle klassen? ingaat op het recent verschenen inspectierapport De Staat van het Onderwijs. Wiegel grijpt in zijn verhaal terug op zijn eigen schooltijd, toen hij in een klas met vijftig leerlingen zat.

‘Het was een fijne school met juffen en meesters die hun vak verstonden en voor elke leerling aandacht hadden. Die achterblijvers extra hielpen en de pienterste leerlingen extra werk gaven, omdat ze zich anders zouden vervelen. De inzet was hoog, de aandacht voor de kinderen groot, er werd niet gestaakt’, aldus Wiegel.

Lees meer…

De opinie van Wiegel leidt tot een kritische reactie van onder andere de Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden (OZHW) en openbare basisschool ’t Praathuis in Culemborg:

 

Schultz naar stichting voor o.a. onderwijsprojecten

Voormalig VVD-minister Melanie Schultz van Haegen wordt de baas van van Porticus. Dat is een internationale goede-doelenorganisatie die onder andere onderwijsprojecten voor kwetsbare kinderen ondersteunt.

Porticus is een charitatieve instelling van de miljardairsfamilie Brenninkmeijer, die onder andere eigenaar is van de winkelketen C&A. De projecten die de stichting ondersteunt ‘zijn gericht op het bevorderen van respect voor de menselijke waardigheid en sociale rechtvaardigheid’, zo meldt de organisatie op haar website.

Porticus Nederland richt zich onder andere op onderwijsondersteuning van kwetsbare kinderen. ‘Hierbij gaat het ons niet alleen om cognitieve vaardigheden zoals rekenen en taal maar vooral ook om de ontwikkeling van kernwaarden en levensvaardigheden. Wij willen kwetsbare kinderen die, door omstandigheden, moeite hebben met leren de kans geven om tot volledige ontplooiing te komen zodat ze volwaardig mee kunnen doen in onze maatschappij’, zo staat op de website.

Schultz van Haegen begint op 1 april bij Porticus.

‘Dekker aardige man, maar geeft nooit toe’

D66-Tweede Kamerlid Paul van Meenen vergelijkt staatssecretaris Sander Dekker van OCW met een automobilist die een blok beton ziet, maar in volle vaart door blijft rijden.

‘Het is een aardige man, maar hij geeft nooit toe. Dat wordt vast gedoceerd op VVD-trainingen’, aldus Van Meenen in het Algemeen Dagblad. De twee kennen elkaar al jaren uit Den Haag, waar Dekker onderwijswethouder was en Van Meenen schoolbestuurder.

De opmerking van de D66’er staat in het kader van de onder andere de rekentoets en de diagnostische tussentijdse toets. Dekker blijft daar voorstander van, terwijl er in de Tweede Kamer en daarbuiten veel kritiek op is. Aan de andere houdt de staatssecretaris diverse zaken tegen, terwijl de Kamer en het onderwijs die juist wel willen. Een voorbeeld is het extra geld voor onderwijs aan asielzoekerskinderen.

Dekker ligt slecht in eigen VVD

De krant citeert ook VVD’ers, maar die willen anoniem blijven. Zo zou een partijgenoot over Dekker hebben gezegd dat de glans inmiddels wel van de staatssecretaris af is. ‘De vraag is of zijn echte passie wel in de politiek ligt, bij dat staatssecretariaat, als hij liever de Tour de France fietst.’ Dekker is een fervent wielrenner.

Een andere VVD’er, die ook niet met zijn of haar naam in de krant durft, zegt dat Dekker werd genoemd als opvolger van Mark Rutte, maar dat niemand dat nog ziet zitten.

Het AD laat Dekker niet reageren op de deels anonieme kritiek.

JOVD-voorzitter wil af van vrijheid van onderwijs

‘Die zogenaamde vrijheid van onderwijs werkt vrijheidsbeperkend’, zegt voorzitter Matthijs van de Burgwal van de JOVD.

Nu de verzuiling verleden tijd is, is het volgens Van de Burgwal nodig om een einde te maken aan ‘geloofsgebonden onderwijs op kosten van onze neutrale staat’.

Hij benadrukt dat de huidige maatschappij niet meer ‘statisch en verdeeld’ is, zoals in de tijd van de verzuiling, maar ‘dynamisch en divers’. Daar horen volgens hem scholen bij die de diversiteit weerspiegelen.

‘Het op kosten van de staat onderwijzen in slechts één geloofsovertuiging, past hier niet bij. Alle grote religies, atheïsme en humanisme verdienen immers een plek in ons onderwijs’, aldus de voorzitter van de jongerenafdeling van de VVD.

Volgens hem hoort in de school niet de levensovertuiging van ouders centraal te staan, maar de ontwikkeling van het kind.

Lees meer…

‘Alleen vakdocenten gym? Onverstandig’

Het is niet alleen onrealistisch, maar ook onverstandig om uitsluitend nog vakdocenten voor gymnastiek te willen inzetten in het basisonderwijs. Dat zeggen de PO-Raad, de onderwijsvakbonden en de Vereniging Hogescholen in een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer, die vandaag debatteert over een VVD-voorstel van die strekking.

Eerder zei VVD-staatssecretaris Sander Dekker al dat het niet haalbaar is om alleen nog vakdocenten gymnastiekles te laten geven op basisscholen. De PO-Raad was daar al eerder tegen om inhoudelijke redenen, en wordt daarin nu gesteund door de vakbonden en de hogescholen.

Zij wijzen er op dat veel groepsleerkrachten de afgelopen jaren juist met subsidie de speciale Leergang Vakbekwaamheid Bewegingsonderwijs hebben gedaan. Dit was nodig omdat het pabo-diploma na 2005 geen bevoegdheid meer geeft voor bewegingsonderwijs. Daarvoor moesten de pabo-afgestudeerden nog een extra opleiding volgen. Uit de een evaluatie van de aanvullende leergang blijkt dat deze een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de gymles op basisscholen. Bovendien blijken schoolbesturen soms om pedagogische redenen de voorkeur te geven aan een reguliere beroepskracht met brede bevoegdheid boven een vakdocent, zo melden de partijen in de gezamenlijke brief. Ten slotte wijzen zij erop dat het financieren van een vakleerkracht zeker niet budgetneutraal kan gebeuren, zoals de VVD denkt.

De PO-Raad, vakbonden en hogescholen dringen er daarom op aan de huidige werkwijze door te laten gaan, omdat zij ervan overtuigd zijn dat hiermee de kwaliteit van het bewegingsonderwijs voldoende wordt versterkt.

VVD wil diversiteit loskoppelen van denominaties

De begrippen ‘diversiteit’ en ‘keuzevrijheid’ moeten anders gedefinieerd dan nu in de fusietoets centraal staat. Dat vindt VVD-Tweede Kamerlid Karin Straus.

In haar initiatiefnota Krimp in het voortgezet onderwijs – van kramp naar kans schrijft ze dat het haar uitgangspunt is dat er goed onderwijs moet zijn voor álle kinderen. Hiermee sluit zij aan bij de missie van VOS/ABB, die dit ook in krimpsituaties benadrukt vanuit de kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs.

Het VVD-Kamerlid stelt haar missie voor goed onderwijs voor álle kinderen in het kader van de toekomstbestendigheid van het onderwijs, juist ook in krimpgebieden. In dit verband pleit ze er onder andere voor om begrippen als ‘diversiteit’ en ‘keuzevrijheid’ anders te definiëren.

‘Ik zou willen voorkomen dat het behouden van bijvoorbeeld de denominatieve diversiteit tot gevolg heeft dat de keuzevrijheid voor ouders en leerlingen in termen van ‘een compleet onderwijsaanbod’ bedreigd wordt’, aldus Straus.

Zij vindt dat het behoud van denominatieve diversiteit ondergeschikt moet zijn aan de diversiteit van het aanbod. Het is belangrijker, zo stelt zij, dat er ‘op bereisbare afstand praktijkonderwijs én beroepsonderwijs én mavo én havo én vwo kan blijven worden gevolgd.’

Straus signaleert dat in de huidige situatie ‘noodzakelijke samenwerking tussen scholen’ niet of te laat tot stand komt. ‘Dit betekent dat scholen of schoolsoorten geheel uit sommige regio’s dreigen te verdwijnen en er voor leerlingen (te) grote reisafstanden dreigen te ontstaan.’ Dergelijke ‘doemscenario’s’ wil de VVD’ster voorkomen.

VVD wil korte metten maken met ‘saaie leraren’

‘Minder dan de helft van onze leraren is geïnspireerd’, zegt VVD-Tweede Kamerlid Pieter Duisenberg in Trouw.

Duisenberg vindt dat er korte metten moet worden gemaakt met leraren die werktuiglijk hun lesjes afwerken. Hij zegt in de krant ook ook dat scholen tekortschieten.  ‘Het baart mij bijvoorbeeld erg zorgen dat een kwart van de leraren niet eens door zijn leidinggevende wordt beoordeeld’, aldus Duisenberg.

‘Wanneer gaan we nou eens die goeie leraren waarderen en die slechte aanpakken?’, vraagt hij zich hardop af. ‘Op iedere school zouden leraren jaarlijks beoordeeld moeten worden, zoals bij iedere andere organisatie’, benadrukt de VVD’er.

VVD-traditie
D66-Kamerlid Paul van Meenen twittert in reactie op het artikel in Trouw dat Duisenberg een ‘VVD-traditie’ voortzet door de leraar aan te vallen. Van Meenen noemt hierbij de sterk bekritiseerde rekentoets in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs, de nullijn en de zogenoemde plofklas.

Liberale luchtfietserij over onderwijshuisvesting

Het Amersfoortse VVD-gemeenteraadslid Maarten Flikkema wil bezuinigen op onderwijshuisvesting door het eigendom van schoolgebouwen bij particuliere investeerders onder te brengen. Hij denkt dat de gemeente daarmee zou kunnen bezuinigen op het onderhoud van schoolgebouwen. Flikkema bewijst hiermee niet te weten hoe het op het gebied van onderwijshuisvesting is geregeld.

‘De recente ondertoezichtstelling van de gemeente Amersfoort door de provincie Utrecht heeft nogmaals duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is om de financiën van de stad op orde te krijgen. De gemeente moet terug naar de kerntaken van een overheid waarvan het geven van onderwijs er eentje is’, zo schrijft Flikkema op de website van de Amersfoortse afdeling van de VVD.

Hij noemt de overheveling van 256 miljoen euro onderwijsgeld van het Gemeentefonds naar de schoolbesturen. Voor de gemeente Amersfoort gaat het hierbij om een bedrag van 2,2 miljoen euro per jaar. Flikkema denkt dat de gemeente dit bedrag op onderwijs moet bezuinigen.

Juridisch adviseur Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB wijst er om te beginnen op dat de gemeente in de regel het juridisch eigendom van de schoolgebouwen heeft overgedragen aan de schoolbesturen. ‘Het is dus niet zo, afgezien van de vraag of dat een goed idee zou zijn, dat de gemeente Amersfoort het eigendom kan overdragen aan particuliere investeerders.’

Daarnaast is sinds 1 januari de verantwoordelijkheid van het buitenonderhoud van schoolgebouwen overgedragen van de gemeenten naar de schoolbesturen. ‘Het buitenonderhoud lag vroeger nog wel onder verantwoordelijkheid van de gemeenten, maar per 1 januari jongstleden is dat in het primair onderwijs overgeheveld naar de schoolbesturen. In het voortgezet onderwijs is dat al 10 jaar het geval’, legt Bloemers uit.

‘Met de recente overheveling heeft de gemeente geen verplichtingen meer ten aanzien van het onderhoud en daardoor geen mogelijkheid meer om hierop te bezuinigen. Hoe Flikkema hier 2,2 miljoen euro tevoorschijn wil toveren, is mij dan ook een raadsel’, aldus Bloemers.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Amsterdamse scholen zien niets in loslaten toelatingsbeleid

Het zijn de schoolbesturen die over het toelatingsbeleid gaan en niet de gemeente. Dat benadrukt bestuursvoorzitter Herbert de Bruijne van Openbaar Onderwijs aan de Amstel naar aanleiding van het nieuwe Amsterdamse coalitieakkoord van D66, SP en VVD.

In het coalitieakkoord staat dat ouders in Amsterdam helemaal vrij zijn zelf een school te kiezen, ook als die niet in hun eigen wijk is. Die keuze is niet beperkt ‘tot scholen in de buurt van hun woonadres’. Dit geldt zowel voor het regulier als het speciaal onderwijs. Wel blijft het centrale inschrijfmoment bestaan, zo staat in het coalitieakkoord, ‘om te zorgen voor een optimale verdeling van keuzes en transparante toelatingscriteria’.

Er staat eveneens in vermeld dat de schoolbesturen voor de uitdaging staan te werken aan gemengde scholen. De ‘ongedeelde stad’ is voor de coalitiepartners een streven. Voor de scholen betekent dit dat die een mix zouden moeten zijn van kinderen met verschillende achtergronden. ‘Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en de scholen om dat te verbeteren’, zo staat in het akkoord. Het college van B&W legt wat dit betreft extra verantwoordelijkheid bij ‘scholen met overwegend kansrijke kinderen’.

‘Gemeente mag wensen uitspreken’
Bestuursvoorzitter Herbert de Bruijne van de Stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel benadrukt naar aanleiding van het coalitieakkoord dat niet de gemeente maar de schoolbesturen over het toelatingsbeleid gaan.

Hij wijst erop dat het Amsterdamse primair onderwijs nu een centraal toelatingsbeleid heeft. ‘Elk kind is op alle 220 Amsterdamse basisscholen welkom, maar bij grotere vraag dan aanbod gaan kinderen in de buurt voor. Dat komt overeen met de huidige praktijk. Meer dan 90 procent van de kinderen gaat in de eigen buurt naar school’, zo laat hij aan VOS/ABB weten.

De plannen van de nieuwe coalitie zouden volgens hem een massale loting veroorzaken in het Amsterdamse basisonderwijs en daar kiezen de schoolbesturen niet voor. ‘De gemeente mag best haar wensen uitspreken, maar feitelijk gaat zij niet over het toelatingsbeleid en dat zal ook niet veranderd worden’, aldus De Bruijne.

VVD’er Van Aartsen voor ruimhartig kinderpardon

Ook binnen de VVD klinkt de roep om het kinderpardon ruimhartig toe te passen. VVD-prominent en burgemeester van Den Haag Jozias van Aartsen roept daartoe op in een brief aan partijgenoot en verantwoordelijk staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie.

De huidige discussie over het kinderpardon werd onlangs losgemaakt door Kinderombudsman Marc Dullaert. Hij noemde het ‘idioot’ dat asielkinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn, toch kunnen worden uitgezet als blijkt dat zij onder toezicht van hun gemeente in plaats van het Rijk staan. Op grond van dit bureaucratische regeltje spreekt hij van ‘een loterij’.

Dullaert benadrukt dat het om asielkinderen gaat die hier vijf jaar of langer wonen en dus in Nederland zijn geworteld. Ze gaan naar school, zijn bijvoorbeeld lid van een sportclub en zijn in beeld van maatschappelijk werk. Het enige ‘manco’ is dat zij onder toezicht staan van hun gemeente in plaats van het Rijk. Dat laatste is een vereiste voor toestemming van Teeven om in Nederland te mogen blijven.

De Kinderombudsman stelt dat Teeven met twee maten meet. Het zou volgens Dullaert voor het besluit om in Nederland te mogen blijven niet mogen uitmaken of een asielkind onder toezicht van het Rijk of zijn of haar gemeente staat, omdat beide tot de overheid behoren. Hij stelt dat de regel die Teeven hanteert indruist tegen het internationale Verdrag inzake de rechten van het kind.

Teeven heeft in een reactie laten weten dat hij niet van plan is om het kinderpardon te wijzigen. Wel wil hij ‘ruimhartig’ omgaan met schrijnende gevallen. Ook Diederik Samsom van coalitiepartner PvdA wil niet dat het kinderpardon wordt verruimd. De ledenraad van coalitiepartner PvdA wilde dat wel.

De Haagse VVD-burgemeester Van Aartsen roept Teeven nu op om ‘ruimhartig’ om te gaan met de discretionaire bevoegdheid die de staatssecretaris heeft om kinderen die strikt genomen niet aan de regels voldoen toch toestemming te geven in Nederland te blijven.

‘De regeling is zoals hij is, maar voor zaken waarin er sprake is van een schrijnende ongelijkheid moet een oplossing worden gevonden’, aldus Van Aartsen.

Petitie voor eerlijk kinderpardon
Via de website van Defence for Children kunt u een petitie ondertekenen voor een eerlijk kinderpardon. Defence for Children benadrukt dat álle kinderen in Nederland gelijk zijn.

Investeren in schoolleiders = investeren in onderwijs

‘Dit kabinet investeert in de kwaliteit van schoolleiders’, benadrukt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op Kamervragen van zijn VVD-partijgenoot Karin Straus.

Straus stelde haar Kamervragen naar aanleiding van een recent onderzoeksrapport van de Inspectie van het Onderwijs over de kwaliteit van de schoolleiders in het primair en voortgezet onderwijs. In dat rapport staat onder andere dat goede schoolleiders een voorwaarde zijn voor goed onderwijs.

Ook schreef de inspectie dat schoolleiders over het algemeen naar behoren functioneren. ‘Toch kunnen veel schoolleiders zich nog verder verbeteren en dat loont: het onderwijs in de school wordt er beter van’, aldus de inspectie. Straus wilde naar aanleiding van het inspectierapport weten wat Dekker doet om de kwaliteit van schoolleiders te verbeteren.

Extra geld
De staatssecretaris wijst er in zijn antwoorden op dat het kabinet extra geld beschikbaar stelt voor de professionalisering van schoolleiders. ‘Dat is jaarlijks 44 miljoen euro voor het primair onderwijs en circa 28 miljoen euro voor het voortgezet onderwijs’, aldus Dekker.

Hij gaat in op beleidsonderdelen die gericht zijn op de professionalisering van schoolleiders. Zo noemt hij het beroepsprofiel dat voor schoolleiders in het primair en voortgezet onderwijs wordt opgezet. Ook noemt hij de beroepsorganisaties voor schoolleiders, te weten de Stichting schoolleidersregister PO en de VO-Academie.

Registers
Een ander punt uit zijn reactie is het register waarmee schoolleiders kunnen aantonen dat ze voldoen aan de beroepsstandaard en deze onderhouden. In het primair onderwijs is dat register al operationeel. In het voortgezet onderwijs worden daar afspraken over gemaakt.

Hoe denkt Dekker over illegaliteit en onderwijs?

Moeten kinderen die illegaal in Nederland verblijven, recht houden op goed onderwijs? VOS/ABB vindt van wel, maar vindt staatssecretaris Sander Dekker van OCW dit ook? En moeten scholen straks met de politie samenwerken als die ‘illegale’ leerlingen wil opsporen? Nee, benadrukt VOS/ABB. 

De strafbaarstelling van illegaliteit staat in het regeerakkoord van VVD en PvdA. Maar binnen de Partij van de Arbeid is er verzet tegen, zo bleek vorig jaar toen een commissie van de PvdA onder voorzitterschap van partijleider Hans Spekman een advies uitbracht.

De gedachte van het kabinet is om met oog op het gelijkheidsbeginsel van de rechtstaat uitgeprocedeerde asielzoekers die niet meer legaal in Nederland mogen verblijven, wettelijk als overtreders aan te merken. Hiermee wordt het voor de politie eenvoudiger om hen op te pakken.

‘Wie bang is om als illegaal opgepakt te worden, durft dadelijk niet meer naar school’, zo staat in het PvdA-rapport. Spekman vindt dat dit nooit mag gebeuren. De werkgroep die het advies heeft opgesteld, wil dat de PvdA bij het kabinet afdwingt dat illegaal in Nederland verblijvende kinderen tot hun achttiende naar school kunnen. Verder zouden scholen (en ook zorginstanties) niet mogen worden gebruikt als opsporingslocaties.

Vorige maand werd deze kwestie weer actueel toen Arie Slob van de ChristenUnie het kabinet in de discussie over de strafbaarstelling van illegaliteit onder druk zette. Als het kabinet het plan doorzet, trekt Slob de stekker uit de gedoogconstructie en wordt het kabinet in de Eerste Kamer weer vleugellam.

Onderwijs = grondrecht
VOS/ABB wil zich als belangenbehartiger van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs niet mengen in de politieke discussie over de vraag of illegaliteit strafbaar moet worden, maar heeft in het verlengde hiervan wel een duidelijke mening over het recht op goed onderwijs voor álle kinderen en de positie van de scholen.

Het mag nooit zo zijn dat kinderen in Nederland van onderwijs verstoken blijven, omdat zij (en hun ouders) hier illegaal verblijven. Onderwijs is een grondrecht, dat los dient te staan van de vraag of een leerling over een verblijfsvergunning beschikt. Dat is nu zo, en dat moet altijd zo blijven.

Mocht illegaliteit strafbaar worden, dan bestaat juridisch gezien de mogelijkheid dat scholen zouden moeten gaan samenwerken met opsporingsdiensten om ‘illegale’ leerlingen te traceren, met als doel hen op te pakken en het land uit te zetten. VOS/ABB benadrukt dat dit nooit realiteit mag worden. Scholen zijn onderwijsinstellingen en geen opsporingsinstanties!

Wat vindt Dekker?
VOS/ABB heeft herhaaldelijk via Twitter aan VVD-staatssecretaris Sander Dekker van OCW gevraagd hoe hij over deze kwestie denkt. Tot nu toe hebben wij van hem geen reactie mogen ontvangen, terwijl uit eerdere antwoorden van hem blijkt dat hij VOS/ABB via Twitter volgt.

Bij dezen nogmaals vragen aan de staatssecretaris: hoe denkt u over strafbaarstelling van illegaliteit in verband met het recht op goed onderwijs? Vindt u net als VOS/ABB dat dit grondrecht voor kinderen moet blijven gelden, ook als zij illegaal in Nederland verblijven? En hoe denkt u over de mogelijkheid dat scholen na wettelijke strafbaarstelling van illegaliteit kunnen worden gebruikt als opsporingslocaties?

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Leerlingen kiezen voor D66 en VVD

De Scholierenverkiezingen in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs onderwijs zijn gewonnen door D66. De Kinderverkiezingen in het basisonderwijs zijn gewonnen door de VVD. ProDemos organiseerde de Scholieren- en Kinderverkiezingen in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen.

In het voortgezet onderwijs kreeg D66 19 procent van de stemmen, op de voet gevolgd door de VVD met 18 procent. Lokale partijen eindigden op de derde plaats met 17,5 procent. De PvdA eindigde eindigde als vierde met 17 procent van de stemmen.

Bij de Kinderverkiezingen in het basisonderwijs kreeg de VVD met 20 procent de meeste stemmen. Lokale partijen kwamen op de tweede plaats met 16 procent, gevolgd door de PvdA (15 procent). D66 en CDA delen de vierde plaats met elk 14 procent van de stemmen.

Cito-standpunt Dekker haaks op dat van VVD

Basisscholen mogen niet letterlijk worden afgerekend op hun cito-score. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW vindt dat de financiering van de basisscholen daarvan nooit en te nimmer afhankelijk mag worden. Daarmee gaat de VVD’er in tegen de wens van zijn eigen partij.

De Besturenraad merkt op dat in de CPB-doorrekening van de verkiezingsprogramma’s het volgende stond: ‘In de institutionele sfeer wil de VVD prestatiebekostiging in het primair onderwijs invoeren, waarbij de bekostiging van scholen afhankelijk wordt gemaakt van Citoscores.’ Het CPB baseerde zich voor die uitspraak op wat er in het VVD-verkiezingsprogramma stond.

Dekker zei dinsdagavond tijdens een debat in de Tweede Kamer over de eindtoets in het basisonderwijs echter dat er ‘in het verleden en (…) in de toekomst geen basisschool (is) die ook maar 1 euro meer of minder krijgt op basis van de eindtoetsresultaten’. Hiermee gaat hij dus lijnrecht in tegen wat zijn partij wil.

VOS/ABB is blij met de uitspraak van Dekker, maar vraagt zich af hoe de VVD-fractie in de Tweede Kamer dit kan rijmen met wat er vorig jaar voor de parlementsverkiezingen nog door de liberalen werd gepredikt.

Samenwerkingsbonus vervangt kleinescholentoeslag?

De christelijke oppositiepartijen CDA en ChristenUnie zijn tegen het plan van VVD en PvdA om de kleinescholentoeslag te vervangen door een stimuleringsbonus voor samenwerking.

VVD en PvdA sturen erop aan om de kleinescholentoeslag om te zetten in een samenwerkingsbonus. CDA-Kamerlid Michel Rog – de oud-voorzitter van CNV Onderwijs – noemt dit een 'verschrikkelijk voorstel' en een 'dwaas plan'. Hij vreest dat scholen worden gedwongen om met elkaar samen te werken, wat de autonomie van de schoolbesturen zou aantasten.

Arie Slob van de ChristenUnie is ook tegen. Het schrappen van de kleinescholentoeslag en het instellen van een samenwerkingsbonus noemt hij 'desastreus'. D66-Kamerlid Paul van Meenen is het met VVD en PvdA eens dat samenwerking tussen kleine scholen moet worden bevorderd.

VVD en PvdA hebben voor hun plan voldoende steun nodig in de Eerste Kamer, waar ze geen meerderheid hebben. Het voorstel volgt op het advies Grenzen aan kleine scholen van de Onderwijsraad, waarin staat dat alle basisscholen met minder dan 100 leerlingen dicht zouden moeten. Alles wijst erop dat dit advies, dat de afgelopen tijd veel kritiek kreeg in het onderwijs, geen realiteit zal worden.

Verdedigbaar
VOS/ABB vindt het plan voor de samenwerkingsbonus verdedigbaar, mits dit niet gepaard gaat met een bezuiniging. Al het geld voor de kleinescholentoeslag moet voor het onderwijs behouden blijven. VOS/ABB heeft dit onlangs tijdens een overleg met het ministerie van OCW benadrukt.

Als samenwerking financieel wordt gestimuleerd, moet de politiek wel snel werk maken van een wetswijziging om het ook voor openbare schoolbesturen mogelijk te maken om samenwerkingsscholen in stand te houden. Nu kan het openbaar onderwijs dat nog niet, terwijl het bijzonder onderwijs die mogelijkheid wel heeft. De achtergestelde positie van het openbaar onderwijs moet zeer spoedig worden opgeheven!

Ook steun Eerste Kamer voor verplichte eindtoets

Het CDA en D66 zijn voor een verplichte eindtoets in het basisonderwijs. Daarmee kan het kabinet ook rekenen op voldoende steun in de Eerste Kamer.

Na de deal die de regeringsfracties van VVD en PvdA hadden gesloten over een verplichte eindtoets, is het hun gelukt om hiervoor de steun van CDA en D66 te krijgen. Maar die steun kregen ze niet voor niets. Zo dwong het CDA af dat de gemiddelde score per school niet openbaar mag worden gemaakt.

Hete aardappel
Het is nog maar de vraag wat die eis waard is, nu de rechter zich moet uitspreken over een verzoek van RTL Nieuws tot openbaarmaking van de gemiddelde Citoscores per school. RTL Nieuws is hiertoe een procedure op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) begonnen. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil na veel verzet van het onderwijs tegen het Wob-verzoek zijn vingers hier niet aan branden en heeft de hete aardappel doorgeschoven naar de rechter.

VOS/ABB en de andere besturenorganisatie hebben er bij de Tweede Kamer op aangedrongen om de eindtoets niet te verplichten. Die oproep houdt verband met de wens van staatssecretaris Dekker dat de Inspectie van het Onderwijs de gemiddelde scores mag gebruiken om de kwaliteit van de scholen te bepalen. Hiermee zouden de Citogegevens oneigenlijk worden gebruikt, omdat de toets niet is bedoeld als beoordelingscriterium voor scholen, maar als hulpmiddel om individuele leerlingen een weloverwogen advies te geven voor het voortgezet onderwijs.

Vrije keuze
VVD en PvdA hebben voor de steun van CDA en D66 ook moeten toezeggen dat basisscholen niet gebonden zijn aan de Citotoets. Het wordt dus wel verplicht om een eindtoets af te nemen, maar de scholen mogen zelf kiezen welke toets zij gebruiken. In de praktijk zal dit weinig uitmaken, omdat nu al negen op de tien basisscholen de Citotoets gebruiken. Toch is het een goed signaal dat de scholen in principe een vrije keuze houden en dat het Cito van het kabinet dus niet het monopolie krijgt.

Op aandringen van de PvdA is afgesproken dat het hoogste advies telt, waarbij wordt gekeken naar het advies van de basisschool op basis van het leerlingvolgsysteem en het resultaat van de eindtoets. Dit betekent in de praktijk dat bijvoorbeeld een gymnasium een leerling moet toelaten als de basisschool met een positief advies komt, maar de bewuste leerling niet een Citoscore van 545 of hoger heeft. Sommige gymnasia hebben al aangekondigd dat ze overwegen zelf een toelatingsexamen te gaan hanteren, zodat ze alleen de leerlingen hoeven toe te laten die het beste presteren.

Dynamisch
Op advies van de VVD komt er een dynamische eindtoets. De leerlingen beginnen met dezelfde toets, maar alleen als ze veel vragen goed hebben, gaan ze door naar een hoger niveau. Leerlingen die niet goed presteren, hoeven dus niet de moeilijke opgaven te maken.

Last but not least: de eindtoets verschuift naar het einde van het schooljaar. Nu wordt de eindtoets in groep 8 nog afgenomen in februari, maar dat wordt mei of juni. In het voortgezet onderwijs is daar verzet tegen, omdat de toetsresultaten dan later komen dan de inschrijving van de leerlingen.

Zie ook de gerelateerde berichten in de rechterkolom.

VVD wil Inspectie vervangen door Onderwijskamer

VVD-leider Mark Rutte vindt dat er op dit moment geen sprake is van onafhankelijke toetsing van de onderwijskwaliteit, omdat de Inspectie onder verantwoordelijkheid valt van de minister van Onderwijs en binnen de beleidskaders van dat ministerie toetst. Dat zegt hij vandaag in het Algemeen Dagblad.

Rutte pleit daarom voor de oprichting van een Onderwijskamer, die in een onafhankelijke positie ten opzichte van de minister wordt geplaatst. De Inspectie kan dan worden omgevormd tot een Auditdienst die zich bezighoudt met de verantwoording van het bestede geld.

De Onderwijskamer zou ook plannen van het ministerie vooraf kunnen toetsen, vindt de VVD. Rutte: ‘Zo had bijvoorbeeld onafhankelijk getoetst moeten kunnen worden of de invoering van gratis schoolboeken bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijs, of deze wellicht zelfs ondermijnt. Als dat zou zijn getoetst, zou ongetwijfeld van dit traject zijn afgezien.”

De VVD doet in haar nota verschillende voorstellen om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. De nota richt zich op vijf hoofdthema’s: de kwaliteit van docenten en het lerarentekort, de aanpak van uitval en achterstand, herwaardering van het beroepsonderwijs, ruimte voor nieuwe initiatieven, en het behalen van maximale leerwinst.

De nota van de VVD ‘Kiezen voor beter onderwijs’ is hier te downloaden.