‘Stakingen schaden imago leraar’

Voorzitter Loes Ypma van de christelijke profielorganisatie Verus vreest dat de stakingen in het primair onderwijs het imago van de leraren schaden, meldt de Telegraaf.

‘Ik maak me zorgen om het imago door de stakingen. Nu blijft het beeld hangen van ‘we werken te hard en we verdienen te weinig”, zo citeert de Telegraaf haar.

‘Ik mis de beroepstrots in de discussie. Ik zou graag meer nadruk zien op de reden waarom lesgeven zo’n prachtig beroep is en waarom leerkrachten het ondanks alles toch volhouden; namelijk door hun passie en de gedrevenheid. Als je dat doet, kantelt het beeld en kiezen jongeren misschien vaker voor dit boeiende beroep’, aldus Ypma.

Zij benadrukt in de krant dat ze wel achter de doelstellingen van stakingen staat, namelijk ‘dat de werkdruk vermindert en de juffen en meesters minstens evenveel verdienen als hun collega’s op de middelbare scholen’.

De vrees van Ypma dat de stakingen het imago van de leraren schaadt, leidt op Twitter tot kritische reacties:

Oud-Kamerlid Loes Ypma voorzitter van Verus

Voormalig PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma is benoemd tot voorzitter van de protestants-christelijke en rooms-katholieke profielorganisatie Verus. Zij volgt Wim Kuiper op, die er na ruim negen jaar mee stopt.

De rooms-katholieke Ypma verloor haar Kamerzetel toen bij de verkiezingen in maart veel stemmers de PvdA links lieten liggen. In een interview met NRC Handelsblad zegt de voormalige onderwijswoordvoerder dat ze dat jammer vond, maar ook dat het haar een nieuwe kans bood. ‘Wie mag er op mijn leeftijd nou nadenken over wie je bent en waar je staat?’, aldus de 37-jarige Ypma.

Iets meekrijgen van christelijke waarden

Over het belang van christelijk onderwijs zegt Ypma in de krant dat ook ouders die niet meer naar de kerk gaan, het belangrijk vinden dat hun kinderen ‘iets van de christelijke waarden meekrijgen’. Ze erkent dat de levensbeschouwelijke grondslag van de school voor ouders tegenwoordig niet meer zo belangrijk is.

Ook zegt ze dat christelijke scholen die alleen maar leerlingen met een bepaalde levensovertuiging trekken ‘misschien’ de segregatie in de hand werken, maar voor de meeste christelijke en katholieke scholen geldt dat volgens haar niet.

Algemene acceptatieplicht en samenwerkingsscholen

Als PvdA-Kamerlid was ze voorstander van algemene acceptatieplicht, maar als voorzitter van Verus, waarvan de achterban daar kritisch over is, lijkt ze daar minder uitgesproken over. Volgens haar zijn in de meeste christelijke scholen alle leerlingen welkom. ‘Die veelkleurigheid zal ik als voorzitter vertegenwoordigen’, aldus Ypma.

De bezwaren vanuit christelijke hoek tegen de samenwerkingsschool zegt ze te begrijpen. Ze zegt echter ook dat de samenwerkingsschool ‘een mooie oplossing’ kan zijn om in krimpgebieden het onderwijsaanbod op peil te houden. Haar voorganger Wim Kuiper zei onlangs nog het jammer te vinden dat het CDA er niet in is geslaagd om de samenwerkingsschool onder een openbaar schoolbestuur tegen te houden.

Godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs

Loes Ypma zorgde er als Tweede Kamerlid voor dat er structurele bekostiging kwam voor godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) in de openbare scholen. Haar wetsvoorstel daartoe, dat in februari van dit jaar door de Eerste Kamer werd goedgekeurd, werd actief gesteund door VOS/ABB.

Loes Ypma heeft in het onderwijs gewerkt. Ze was leraar maatschappijleer.

Lees meer…

Tweede Kamer wil gelijkwaardigheid openbaar onderwijs

De Tweede Kamer heeft in de nacht van donderdag op vrijdag een motie van de PvdA aangenomen om binnen de kaders van grondwetsartikel 23 een gelijkwaardige positie voor het openbaar onderwijs ten opzichte van het bijzonder onderwijs te creëren. Deze en andere moties werden maandag ingediend tijdens het debat over de initiatiefnota over krimp en samenwerkingsscholen van PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma.

De motie van Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing van de Partij van de Arbeid roept de regering op te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor het versoepelen van artikel 48 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Die versoepeling zou volgens Jadnanansing tot stand moeten komen met inachtneming van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

Het probleem met artikel 48 WPO is dat op grond daarvan een openbare school niets anders mag geven dan openbaar onderwijs. Dit brengt met zich mee dat een bestuur voor openbaar onderwijs geen samenwerkingsschool in stand kan houden. Hierdoor heeft het openbaar onderwijs een achtergestelde positie ten opzichte van het bijzonder onderwijs, dat wel die mogelijkheid heeft.

Geen versoepeling criteria
Een andere motie van Jasper Van Dijk van de SP en zijn collega Paul van Meenen van D66 over de criteria voor het oprichten van een samenwerkingsschool is verworpen. In die motie stond dat de belemmeringen voor de oprichting van samenwerkingsscholen, zoals de criteria rond de opheffingsnorm, zo veel mogelijk moesten worden weggenomen.

Ook een motie van Van Dijk om zo snel mogelijk artikel 17 van de WPO aan te passen, heeft het niet gehaald. Die motie stond in het teken van een snelle versoepeling van de voorwaarden voor de vorming van een samenwerkingsbestuur. Nu kan dat pas als de continuïteit van het onderwijs in het geding is, maar de SP wilde die voorwaarde zo snel mogelijk laten schrappen, maar de Kamer ziet de noodzaak van die haast niet.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft al eens toestemming gegeven voor de totstandkoming van een samenwerkingsbestuur in Zuid-Limburg, hoewel strikt genomen de continuïteit van het onderwijs daar toen niet in het geding was.

Aangehouden/ingetrokken
Twee moties over de samenwerking in krimpgebieden zijn aangehouden. Dit betreft een motie van Karin Straus van de VVD en Michel Rog van het CDA over het starten van een nevenvestiging in een ander RPO-gebied, waarbij RPO staat voor Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen. De andere aangehouden motie is van Van Meenen en gaat over een blijvende verruiming van de zogenoemde 50%-regel.

Kamerlid Roelof Bisschop van de SGP trok zijn motie over de informele samenwerkingsschool in. In die motie stond dat de mogelijkheid van de informele samenwerkingsschool actief onder de aandacht van de schoolbesturen moest worden gebracht. Hij drong er ook op aan een verkenning te laten uitvoeren naar de wettelijke mogelijkheden om informele samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs te ondersteunen.

Een motie van Jadnanansing over het betrekken van de initiatiefnota over krimp van haar partijgenoot Loes Ypma bij het opstellen van het wetsvoorstel door staatssecretaris Dekker over samenwerkingsscholen was al tijdens het debat hierover ingetrokken.

Na de nachtelijke stemmingen over onder andere de samenwerkingsscholen is de Tweede Kamer met zomerreces gegaan.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Krimp: beleidsmakers lopen achter de feiten aan

De voorstellen om in het kader van demografische krimp de wetgeving voor het onderwijs te versoepelen komen te laat. Dat schrijft beleidsmedewerker en adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB in reactie op de initiatiefnota van PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma over krimp en samenwerkingsscholen.

Ypma komt net als staatssecretaris Sander Dekker van OCW met ‘goede en ambitieuze voorstellen tot versoepeling van de wetgeving op het gebied van vorming van samenwerkingsscholen’, aldus Bloemers. Hij schrijft ook, ‘een resumé van die goede punten is echter niet opsommingswaardig’.

De praktijk is namelijk al verder, zo benadrukt hij. ‘Elke wettelijke drempel die er nog ligt, zal een drempel meer zijn dan het veld nu ervaart met de vorming van een informele samenwerkingsschool. Krimp geeft de mogelijkheid op uitstel doorgaans juist niet. Wachten tot een wet genoegzaam zal zijn gewijzigd, is niet doeltreffend.’

‘Het is wat VOS/ABB betreft dan ook wrang te vernemen’, zo concludeert hij, ‘dat de politiek nog met wijzigingen voor het verleden bezig is, terwijl het veld de toekomst al aan het inrichten is’. Hij adviseert de politiek om naar de huidige vorm van het onderwijsveld te kijken en ‘in lijn daarmee daadwerkelijk grondige herzieningsvoorstellen te doen’.

Lees de initiatiefnota van Ypma

Lees de reactie van Bloemers

Onderzoek naar rol ouders bij openhouden dorpsschool

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW laat onderzoeken of ouders de mogelijkheid kunnen krijgen de laatste school in een dorp over te nemen. Dekker gaat hiermee in op een verzoek van Jan Schuurman Hess uit het Zeeuwse dorpje Kats en een motie van Tweede Kamerlid Loes Ypma.

De PvdA’er Schuurman Hess strijdt voor het behoud van kleine dorpsscholen in gebieden die te kampen hebben met demografische krimp. Hij is initiatiefnemer van de Kleine Scholen Coöperatie. De gedachte hierachter is dat de lokale dorpsgemeenschap het bestuur van een met sluiting bedreigde dorpsschool kan overnemen. Deelnemende scholen zouden moeten samenwerken in coöperaties van maximaal zeven krimpscholen.

Dekker liet in februari de Tweede Kamer weten dat hij dit initiatief zinloos acht, omdat het volgens hem ‘juridisch niet mogelijk en inhoudelijk niet wenselijk’ is. In november vorig jaar al gaf de staatssecretaris in een gesprek met Schuurman Hess aan niets in diens voorstel te zien, omdat de financiële onderbouwing ervan erg mager zou zijn.

Experiment
Na de afwijzing door Dekker, kwam PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma in februari met een motie om haar partijgenoot Schuurman Hess te steunen. In haar motie, die door de Tweede Kamer werd aangenomen, staat dat binnen het experimenteerartikel in de Wet op het primair onderwijs (WPO) ouders in het kader van de medezeggenschap initiatiefrecht moeten krijgen om de laatste dorpsschool op te nemen binnen een coöperatie.

Ook werd in de motie opgeroepen om advies te vragen aan het Nederlands Centrum voor Onderwijsrecht over de juridische gang van zaken bij het benutten van een coöperatie als bevoegd gezag. Dekker heeft in een brief aan Schuurman Hess laten weten dat hij deze motie uitvoert.

Geen vergoeding
De staatssecretaris gaat niet in op het verzoek van de Zeeuw om een vergoeding voor activiteiten die voor het initiatief zijn uitgevoerd. Dekker schrijft dat hij vernieuwende initiatieven toejuicht, maar dat de overheid niet zomaar middelen beschikbaar kan stellen voor de kosten die daarvoor zijn gemaakt.

‘Dat zou alleen kunnen als daarover van te voren afspraken zijn gemaakt en als dergelijke activiteiten deel uitmaken van een duidelijk afgebakend project of experiment, of van een pilot. Dergelijk afspraken zijn niet gemaakt’, aldus Dekker.