Tweede Kamer wil gelijkwaardigheid openbaar onderwijs

De Tweede Kamer heeft in de nacht van donderdag op vrijdag een motie van de PvdA aangenomen om binnen de kaders van grondwetsartikel 23 een gelijkwaardige positie voor het openbaar onderwijs ten opzichte van het bijzonder onderwijs te creëren. Deze en andere moties werden maandag ingediend tijdens het debat over de initiatiefnota over krimp en samenwerkingsscholen van PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma.

De motie van Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing van de Partij van de Arbeid roept de regering op te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor het versoepelen van artikel 48 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Die versoepeling zou volgens Jadnanansing tot stand moeten komen met inachtneming van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

Het probleem met artikel 48 WPO is dat op grond daarvan een openbare school niets anders mag geven dan openbaar onderwijs. Dit brengt met zich mee dat een bestuur voor openbaar onderwijs geen samenwerkingsschool in stand kan houden. Hierdoor heeft het openbaar onderwijs een achtergestelde positie ten opzichte van het bijzonder onderwijs, dat wel die mogelijkheid heeft.

Geen versoepeling criteria
Een andere motie van Jasper Van Dijk van de SP en zijn collega Paul van Meenen van D66 over de criteria voor het oprichten van een samenwerkingsschool is verworpen. In die motie stond dat de belemmeringen voor de oprichting van samenwerkingsscholen, zoals de criteria rond de opheffingsnorm, zo veel mogelijk moesten worden weggenomen.

Ook een motie van Van Dijk om zo snel mogelijk artikel 17 van de WPO aan te passen, heeft het niet gehaald. Die motie stond in het teken van een snelle versoepeling van de voorwaarden voor de vorming van een samenwerkingsbestuur. Nu kan dat pas als de continuïteit van het onderwijs in het geding is, maar de SP wilde die voorwaarde zo snel mogelijk laten schrappen, maar de Kamer ziet de noodzaak van die haast niet.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft al eens toestemming gegeven voor de totstandkoming van een samenwerkingsbestuur in Zuid-Limburg, hoewel strikt genomen de continuïteit van het onderwijs daar toen niet in het geding was.

Aangehouden/ingetrokken
Twee moties over de samenwerking in krimpgebieden zijn aangehouden. Dit betreft een motie van Karin Straus van de VVD en Michel Rog van het CDA over het starten van een nevenvestiging in een ander RPO-gebied, waarbij RPO staat voor Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen. De andere aangehouden motie is van Van Meenen en gaat over een blijvende verruiming van de zogenoemde 50%-regel.

Kamerlid Roelof Bisschop van de SGP trok zijn motie over de informele samenwerkingsschool in. In die motie stond dat de mogelijkheid van de informele samenwerkingsschool actief onder de aandacht van de schoolbesturen moest worden gebracht. Hij drong er ook op aan een verkenning te laten uitvoeren naar de wettelijke mogelijkheden om informele samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs te ondersteunen.

Een motie van Jadnanansing over het betrekken van de initiatiefnota over krimp van haar partijgenoot Loes Ypma bij het opstellen van het wetsvoorstel door staatssecretaris Dekker over samenwerkingsscholen was al tijdens het debat hierover ingetrokken.

Na de nachtelijke stemmingen over onder andere de samenwerkingsscholen is de Tweede Kamer met zomerreces gegaan.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl