Havo heeft meeste zittenblijvers

In 2016 bleef 9,9 procent van de havo-jongens in de derde klas of hoger zitten, tegen 7,7 procent van de meisjes. Het aandeel zittenblijvers op de havo is hoger dan op het vmbo en het vwo, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De afgelopen jaren werd de groep zittenblijvers in de havo naar verhouding kleiner. In 2011 deed nog 11,3 procent van de jongens en 9,3 procent van de meisjes in havo 3 tot en met 5 een jaar over. Het verschil tussen jongens en meisjes bleef vrijwel gelijk.

Dubbeladvies: lat te hoog, meer zittenblijvers

Het ministerie van OCW, de VO-raad en DUO vermoeden dat het aantal zittenblijvers toeneemt doordat leerlingen na een dubbeladvies de lat te hoog leggen, meldt het Algemeen Dagblad.

De krant meldt dat het aantal zittenblijvers in het voortgezet onderwijs na een jarenlange daling weer is toegenomen.  Vorig jaar gingen 54.720 scholieren niet over of zakten ze, blijkt uit cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

Dubbeladvies leidt tot trendbreuk

De trendbreuk zou te maken kunnen hebben met het dubbeladvies. Als een leerling in groep 8 van de basisschool het advies vmbo-havo krijgt, zal hij of zij eerder voor havo dan voor vmbo kiezen. Sommigen leggen daarmee de lat te hoog en halen het jaar niet. Ze kunnen dan afstromen naar een lager niveau of doubleren.

‘Veel leerlingen zullen ervoor kiezen om het nog eens te proberen op het hogere niveau. Afstromen naar een lager niveau voelt immers vaak toch meer als falen’, zo citeert het AD woordvoerder Tea Jonkman van DUO.

Lees meer…

Inspectie weerspreekt beschuldiging van afstraffen

De Inspectie van het Onderwijs spreekt met kracht tegen dat scholen die leerlingen kansen bieden zouden worden afgestraft. De inspectie reageert op een uitzending van het tv-programma Radar over het vmbo, waarin werd gesteld dat scholen worden afgestraft als ze leerlingen een jaar over laten doen.

‘Scholen hebben veel meer mogelijkheden en ruimte dan ze vaak denken. Zittenblijven kan een bewuste keuze zijn van een school in het belang van sommige leerlingen. Daardoor kan de ene school méér zittenblijvers hebben dan een andere. Dit levert in zichzelf geen negatief oordeel op. Maar als leerlingen op die school bijvoorbeeld ook nog eens lagere cijfers halen voor hun eindexamen, dan is er reden om te kijken of het onderwijs wel van voldoende kwaliteit is’, aldus de inspectie.

Inspectie stelt drie elementaire vragen

‘We kijken naar drie elementaire vragen voordat we een oordeel uitspreken over een school. Leren de leerlingen genoeg? Krijgen ze goed les? En zijn ze veilig? Bij het bepalen van de resultaten houden we rekening met de achtergrond en ondersteuningsbehoefte van leerlingen. Dan kijken we naar het basisschooladvies dat ze hadden, of ze leerwegondersteuning krijgen, of ze wonen in een wijk met veel sociale achterstanden en of ze tussentijds zijn ingestroomd vanuit een andere school. Op deze aspecten versoepelen we dan onze normen.’

‘Als we zien dat de resultaten op een vo-school 2 jaar achter elkaar flink liggen onder wat je mag verwachten van de school, dan gaan we daarover altijd eerst het gesprek  aan met de school’, zo benadrukt de inspectie op de website van Radar.