In Bedrijfsvoering, Bekostiging, Bestuur en management, Financiën, HRM beleid, Nieuws, Politiek, Tweede kamer

Het Vervangingsfonds (Vf) zoals we dat nu kennen, heeft zijn langste tijd gehad. De verplichte aansluiting bij het Vf vervalt uiterlijk in 2020. Dat blijkt uit een brief die staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In het regeerakkoord is opgenomen dat het Vf en ook het Participatiefonds (Pf) worden gemoderniseerd. De modernisering van het Vf is ook afgesproken in het Bestuursakkoord Primair Onderwijs.

Aanleiding voor de modernisering van het Vf zijn drie knelpunten:

  1. Het huidige systeem draagt niet bij aan het terugdringen van het relatief hoge ziekteverzuim in het primair onderwijs, omdat schoolbesturen niet worden beloond voor goed verzuimbeleid. Scholen met een hoog ziekteverzuim betalen immers dezelfde hoge premie als scholen met een laag ziekteverzuim.
  2. Het declaratiesysteem voor vervanging is ingewikkeld voor scholen en schoolbesturen. Vooral kleine schoolbesturen die door hun omvang over geen of weinig ondersteunend personeel beschikken, ervaren het declareren als een hoge administratieve last. Bovendien leidt het onjuist indienen van declaraties tot fouten en daarmee tot een te hoge onrechtmatigheid.
  3. Veel schoolbesturen ervaren de verplichte premieafdracht als een knelpunt. Het ontneemt ze de mogelijkheid deze middelen naar eigen inzicht in te zetten voor een op maat gesneden verzuim- en vervangingsbeleid. De verplichte afdracht staat haaks op het systeem van lumpsumbekostiging.

Over deze knelpunten heeft Dekker overleg gevoerd met de sociale partners en het bestuur van het Vf. Daar is een advies uit voortgekomen. De belangrijkste punten daaruit:

  • de werkgevers worden zelf verantwoordelijk voor de zorg voor een goede vervanging en het beperken van het ziekteverzuim;
  • de verplichte aansluiting kan vervallen tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2020;
  • ter ondersteuning van de werkgevers zorgt een coöperatieve werkmaatschappij voor een manier om op vrijwillige basis onderling risico’s op te vangen;
  • de werkmaatschappij kan bemiddelen in het realiseren van een aantrekkelijke verzekering voor schoolbesturen of een eigen vrijwillige, collectieve voorziening aanbieden;
  • daarnaast kan de werkmaatschappij de schoolbesturen ondersteunen bij de ontwikkeling van verzuim- en vervangingsbeleid.

Over de modernisering van het Pf merkt Dekker op dat de Wet werk en zekerheid (WWZ) en de onderhandelingen over een nieuwe cao in het primair onderwijs in dit verband relevant kunnen zijn. ‘De sociale partners kunnen bijvoorbeeld op basis van de WWZ, in de CAO PO overeenkomen een onafhankelijke en onpartijdige sectorcommissie aan te wijzen, die bij ontslagen om bedrijfseconomische redenen de preventieve ontslagtoets uitvoert in plaats van het UWV’, aldus de staatssecretaris.

Het is volgens hem van belang de modernisering van het Pf ook te benutten voor het verminderen van administratieve lasten. ‘Daarnaast wordt bezien hoe in het vernieuwde stelsel het beste vorm kan worden gegeven aan de wijze waarop in het primair onderwijs de uitkeringslasten worden gedragen. Hierbij moet een goede balans worden gevonden tussen het principe van collectieve lastenverevening en het belonen van goed werkgeverschap’, schrijft Dekker.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Delen