Veel vrouwen en hoog ziekteverzuim in onderwijs

Het aandeel vrouwen in het onderwijs is tussen 2005 en 2015 toegenomen. Vooral in het basisonderwijs nam het aandeel vrouwen toe van 73 naar 83 procent, zo staat in het rapport De arbeidsmarkt in cijfers 2015 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daarin staat onder andere ook dat het ziekteverzuim in het onderwijs hoog is en dat de loonkosten in tien jaar tijd fors zijn gestegen.

Het onderwijs is op de zorg na de meest vervrouwelijkte sector van de Nederlandse arbeidsmarkt. In 2015 was ruim 60 procent van de werknemers in het onderwijs vrouw. In de zorg was dat nog een stuk meer: ruim 80 procent.

Bij de beroepen die vooral door vrouwen worden beoefend, staat leerkracht basisonderwijs bovenaan. Ook onderwijsassistent scoort hoog. In de top-10 van beroepen die vooral door mannen worden uitgevoerd, komt het onderwijs niet voor.

Nog meer vrouwen in andere landen

Internationaal gezien is de feminisering van het onderwijs in Nederland niet extreem. In landen als Italië, Oostenrijk, Tsjechië, Hongarije en Slovenië liggen de percentages vrouwen die in het basisonderwijs werken nog hoger. Hongarije spant wat dit betreft met 97 procent de kroon, zo staat in het rapport Education at a glance 2016 van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Wat verder opvalt in het OESO-rapport is dat het aandeel vrouwelijke managers in het onderwijs in Nederland relatief klein is. In Nederland is dat ongeveer 30 procent, terwijl het OESO-gemiddelde circa 45 procent is. Rusland, Bulgarije en Letland springen er wat dit betreft uit met tussen de 70 en 80 procent vrouwelijke schoolleiders.

Veel ziekteverzuim

Uit het CBS-rapport komt verder naar voren dat het onderwijs het slecht doet als naar het gemiddelde ziekteverzuim wordt gekeken. Met 4,9 procent staat het onderwijs op de derde plaats van sectoren met het het meeste ziekteverzuim, achter het openbaar bestuur en de zorg.

Verder blijkt dat het onderwijs in de periode 2005-2015 de sector was met de sterkst gestegen loonkosten per gewerkt uur.