Het is een onderwerp dat steeds terugkeert: algemene acceptatieplicht. Een meerderheid in de Tweede Kamer is daar voorstander van, zo blijkt na het indienen van een motie door de SP.

Algemene acceptatieplicht betekent dat geen enkele school leerlingen mag weigeren op grond van levensovertuiging of levenswijze. Nu mogen bijvoorbeeld christelijke en islamitische scholen dat nog wel, op grond van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Openbare scholen staan per definitie open voor iedereen. Daar zijn levensovertuiging of levenswijze nooit een grond om een leerling (of personeelslid) te weigeren.

In de loop der jaren zijn al verschillende pogingen ondernomen om algemene acceptatieplicht bij wet te regelen. In februari 2005 presenteerde toenmalig PvdA-Tweede Kamerlid en huidig SER-voorzitter Mariëtte Hamer een plan om algemene acceptatieplicht in te voeren. Dat deed zij samen met Wouter Bos, die toen fractievoorzitter was van de sociaaldemocraten. Het plan was gericht tegen de toenemende segregatie in het onderwijs. Bos liet zich toen overigens ontvallen dat hij zelf voor een witte school koos, terwijl er bij hem in de buurt in Amsterdam-Noord ook een meer gemengde school was.

Christelijke coalitiedruk

Later kwamen PvdA, SP, D66 en GroenLinks met het wetsvoorstel Inschrijvingsrecht bijzondere scholen. Dat bleef een tijdlang ongebruikt op de plank liggen vanwege christelijke coalitiedruk in het vierde kabinet-Balkenende. Daarin zaten CDA, PvdA en ChristenUnie. Voor de christelijke partijen is acceptatieplicht voor het bijzonder onderwijs onbespreekbaar.

In 2010, toen het eerste kabinet-Rutte met VVD en CDA en met gedoogsteun van de PVV aantrad, werd een nieuwe poging ondernomen om algemene acceptatieplicht bij wet te regelen. Het hierboven genoemde wetsvoorstel kwam ter behandeling in de Tweede Kamer aan bod, maar ook toen strandde de poging. De VVD was voorstander van algemene acceptatieplicht, maar weigerde het wetsvoorstel daartoe te steunen omdat coalitiepartner CDA er absoluut op tegen was.

Kansengelijkheid

In 2018 kwam algemene acceptatieplicht weer aan bod in de Tweede Kamer. Toen op initiatief van fractieleider Lodewijk Asscher van de PvdA, die het nadrukkelijk in het kader van kansengelijkheid plaatste. Hij benadrukte dat elke school moet worden verplicht om elke leerling te accepteren, zolang ouders en kinderen de grondslag van de school respecteren.

Nu het einde in zicht is van het derde kabinet-Rutte van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, waarin ChristenUnie-minister Arie Slob voor OCW zit, komt algemene acceptatieplicht weer in beeld. De coalitiefracties van VVD en D66 durven er weer positief  over te zijn, zo blijkt uit hun steun voor een motie van de SP, die mede is ondertekend door PvdA, GroenLinks.

In die motie staat  dat leerlingen die de grondslag van een (bijzondere) school respecteren, door die school niet mogen worden geweigerd. Levensovertuiging of levenswijze zou geen grond meer mogen zijn voor weigering. Met de steun van PvdA, GroenLinks, VVD en D66 is een meerderheid in de Tweede Kamer hier nu voorstander van. Het is nog afwachten wat er gaat gebeuren nu de SP-motie voor algemene acceptatieplicht brede steun heeft in de Kamer.

Verkiezingsprogramma’s

VOS/ABB heeft in aanloop naar de verkiezingen voor de Tweede Kamer in maart 2021 de politieke partijen gevraagd algemene acceptatieplicht op te nemen in hun programma’s. De motie steunende partijen SP, PvdA, GroenLinks, VVD en D66 hebben dit overgenomen in de respectievelijke conceptverkiezingsprogramma’s.