Vergelijking: lonen primair onderwijs lager

Uit vergelijkend onderzoek blijkt dat het gemiddelde loon van leraren in het primair onderwijs 14 procent lager ligt dan dat van vergelijkbare werknemers in de marktsector. De vergelijking is gemaakt door SEO Economisch Onderzoek in opdracht van het Arbeidsmarktplatform PO.

Schoolleiders in het primair onderwijs verdienen 12 procent minder dan vergelijkbare werknemers in de marktsector. De verschillen zijn sinds 2006 vrijwel constant, zo staat in de rapportage Wat een leraar in het primair onderwijs verdient. De vergelijking betreft de jaren 2006 tot 2015.

Uurlonen leraren vergeleken

In dit rapport zijn de salarissen omgerekend tot bruto uurlonen om de vergelijking te kunnen maken. Vooral voor masteropgeleide leerkrachten is het loonverschil fors: 23 procent (8 euro per uur). Voor de hbo-opgeleide leraren geldt een verschil van 11 procent. Het verschil loopt op naarmate leraren ouder worden. Leraren boven de 35 jaar ontvangen 30 tot 35 procent minder, dat is een verschil van 11 tot 15 euro per uur. Het gemiddelde brutoloon voor leraren jonger dan 35 jaar met een voltijds dienstverband is 3 procent lager dan dat van vergelijkbare werknemers in de marktsector: ongeveer 1 euro per uur minder.

Het uurloon is berekend op basis van het totale belastbare looninkomen, gedeeld door het aantal daadwerkelijk gewerkte en verloonde uren. Dat aantal is voor voltijdwerknemers in het primair onderwijs ongeveer gelijk aan de in de cao gedefinieerde normjaartaak van 1659 uur.

Meer informatie

Vervangingsfonds verhoogt premies

Per 1 augustus 2017 verhoogt het Vervangingsfonds de premies van 4,85 procent naar 5,15 procent. Het is een tussentijdse premiebijstelling vanwege ‘de ontwikkeling van de financiële positie van het fonds’. Per 1 januari 2018 volgt opnieuw een premiestijging.

Dit heeft het Vervangingsfonds aangekondigd in een brief die aan alle schoolbesturen en administratiekantoren is gestuurd. Aanleiding is het resultaat over de eerste vier maanden van 2017. Daaruit blijkt dat de financiële reserve van het fonds zonder tussentijdse premieverhoging onder de ondergrens zou uitkomen. Daarom komt er nu een stapsgewijze premieverhoging. In september verwacht het Vervangingsfonds een indicatie te kunnen geven van de premiestijging per 1 januari 2018.

Overigens was de premie van het Vervangingsfonds in 2016 nog 6,68 procent, wat per 1 januari 2017 is verlaagd naar 4,85 procent.

Jaarverslag toont wat VOS/ABB deed, doet en gaat doen

De printvriendelijke versie van het jaarverslag met financiële verantwoording van VOS/ABB over 2016 kunt u downloaden en als u wilt zelf printen. Uit kostenoverwegingen is ervoor gekozen om het jaarverslag zonder financiële verantwoording slechts in beperkte oplage in druk uit te brengen.

Het is niet een traditioneel jaarverslag, dat slechts verantwoordt wat VOS/ABB in 2016 heeft gedaan, maar veel meer een publicatie waarin ook staat waarop de vereniging zich nu en in de toekomst richt. VOS/ABB blijft immers altijd in beweging voor het beste openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs.

Jaarverslag van proactieve vereniging

Wij volgen de ontwikkelingen in het (openbaar) onderwijs én geven er heel bewust richting aan. VOS/ABB is niet volgzaam, maar proactief en als het nodig is ook assertief! Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor onze lobby op het gebied van algemene toegankelijkheid van het primair en voortgezet onderwijs. Daarbij zijn diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect kernbegrippen, net als aandacht voor godsdienst en levensbeschouwing (júist in het openbaar onderwijs!).

Een ander voorbeeld van onze proactieve en indien nodig assertieve werkwijze, betreft demografische krimp en de invloed daarvan op de positie van de openbare en algemeen toegankelijke scholen. In het jaarverslag kunt u natuurlijk over nog veel activiteiten lezen die VOS/ABB voor haar leden ontplooit.

Download jaarverslag 2016

Dijsselbloem bevestigt OCW-gat van 467 miljoen euro

Demissionair minister Jeroen Dijsselbloem heeft woensdag tijdens een debat in de Tweede Kamer over de Voorjaarsnota bevestigd dat er in 2018 op de begroting van het ministerie van OCW een gat van 467 miljoen euro moet worden gedicht.

Het bedrag van 467 miljoen staat genoemd in de Voorjaarsnota, die in juni bekend werd gemaakt. In de nota staat dat er in 2018 en de jaren daarna sprake is van ‘diverse problematiek op de OCW-begroting’.

Dat komt vooral door hogere leerling- en studentenaantallen dan geraamd. Het betreft een tegenvaller in 2018 van 223 miljoen euro.

Daarbovenop komt een bedrag van 244 miljoen euro als gevolg van een ruilvoetproblematiek. In verband met de lage inflatie mag de overheid minder geld uitgeven.

(Nog) geen verschraling voortgezet onderwijs door krimp

Het onderwijsaanbod in het voortgezet onderwijs is ten opzichte van vorig jaar niet verschraald. Dat is ook niet het geval voor de technische profielen in het vmbo. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer over de gevolgen van demografische krimp en dalende leerlingenaantallen in het voortgezet onderwijs.

Dekker ziet wel dat de afname van het aantal leerlingen ertoe leidt dat er in het voortgezet onderwijs kleinere afdelingen komen, met name in het technisch vmbo en in het vwo. ‘Omdat de leerlingendaling nog zeker een decennium aanhoudt, is dat een reden voor zorg’, aldus de staatssecretaris.

Hij dringt er bij alle betrokkenen op aan om op regionaal niveau samen te bepalen wat een adequaat onderwijsaanbod is en hoe ze dat op een toekomstbestendige manier kunnen organiseren.

Lees meer…

In het zomernummer van ons magazine Naar School! staat een artikel over krimp in het voortgezet onderwijs.

Dekker verwacht van scholen dat ze werkdruk verlagen

Schoolbestuurders en schoolleiders moeten meer doen om de werkdruk die veel leraren ervaren te verlagen. Dat heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW woensdag gezegd op Radio 1.

Dekker was te gast in het Radio 1-programma De Ochtend om terug te blikken op zijn staatssecretarisschap van de afgelopen vier jaar. Het gesprek ging onder meer over de recente staking in het basisonderwijs, die bedoeld om de aandacht te vestigen op de werkdruk die als hoog wordt ervaren en op de volgens veel leraren te lage salarissen.

Dekker erkende dat de werkdruk in het onderwijs hoog is, maar dat komt volgens hem niet door zijn beleid. Hij wees erop dat veel scholen onnodige regels over verantwoording zelf in het leven hebben geroepen. De staatssecretaris verwacht van schoolbestuurders en schoolleiders dat ze daar het mes in zetten.

Lerarensalarissen

Over de verhoging van de lerarensalarissen in het basisonderwijs herhaalde Dekker dat dit een kwestie is voor een volgend kabinet. Het huidige demissionaire kabinet zal, zo benadrukte hij nogmaals, geen besluiten nemen die extra kosten met zich meebrengen.

In de terugblik met Dekker werd ook ingegaan op pesten en de wettelijke plicht die scholen tegenwoordig hebben om te zorgen voor een in alle opzichten veilige leeromgeving. Het is een goede zaak, zo zei hij, dat die plicht er is, omdat scholen vroeger weliswaar een pestprotocol hadden, maar daar volgens hem over het algemeen weinig of niets mee deden.

Achterstanden

Het onderwijsachterstandenbeleid kwam ook ter sprake. De staatssecretaris sprak tegen dat daarop wordt bezuinigd. Wel komt er minder geld voor beschikbaar, maar dat komt volgens hem doordat het aantal leerlingen afneemt en het gemiddelde opleidingsniveau van ouders toeneemt.

Over de herverdeling van het onderwijsachterstandengeld zei hij dat grote steden nu verhoudingsgewijs meer geld krijgen dan kleinere gemeenten. Dat is volgens hem niet eerlijk. Daarom moeten grote steden geld inleveren ten gunste van kleinere gemeenten, zo zei Dekker.

BELUISTER HET GESPREK MET DEKKER

Ziekteverzuim onderwijs hoog, maar niet het hoogst

Het ziekteverzuim in het onderwijs is met 4,9 procent hoog, maar er zijn sectoren waar deze vorm van verzuim nog hoger is, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Bij het openbaar bestuur en overheidsdiensten is het ziekteverzuim met 5,3 procent het hoogst. Dat komt volgens het CBS doordat hiertoe defensie, brandweer en politie behoren, waar relatief veel mensen gevaarlijk werk doen. In de gezondheidszorg ligt het ziekteverzuim op 5,1 procent. Dat hoge percentage heeft te maken met het feit dat in de zorg relatief veel mensen fysiek zwaar werk doen.

De horeca heeft het laagste ziekteverzuim. Dat komt volgens het CBS doordat in die sector veel jonge mensen werken.

Meeste ziekteverzuim in basisonderwijs

Als wordt gekeken naar de verschillende onderwijssectoren, dan signaleert het CBS het hoogste ziekteverzuim in het basisonderwijs. In het voortgezet onderwijs is het ziekteverzuim lager. Onder personeel in het vmbo is het hoger dan onder collega’s in havo en vwo.

Het CBS signaleert ook dat het ziekteverzuim over het algemeen daalt als werknemers zelf kunnen bepalen wanneer ze verlof opnemen. In die zin is de situatie in het onderwijs ongunstig, omdat onderwijspersoneel meestal gebonden is aan vaste vakantieperiodes, die overigens wel langer zijn dan in veel andere sectoren.

Lees meer…

 

Kamer verwerpt motie voor hogere salarissen

De Tweede Kamer heeft dinsdag een motie verworpen die was bedoeld om de lerarensalarissen in het primair onderwijs te verhogen.

In de motie werd de regering niet alleen opgeroepen om bij de begroting voor 2018 voorstellen te doen om de lerarensalarissen te verhogen, maar ook om de werkdruk in het primair onderwijs te verminderen.

De verworpen motie was afkomstig van de fracties van SP, GroenLinks, Partij voor de Dieren, 50Plus en DENK. Deze fracties sloten met hun motie aan op de eisen van PO Front, waarin de lerarengroep PO in Actie, de onderwijsvakbonden en de PO-Raad zitten. PO Front initieerde de eenurige staking in het primair onderwijs op 27 juni.

Netwerkbijeenkomsten financieel management

Onze netwerken ‘Financieel management’ komen in het najaar weer bij elkaar. Deze netwerken van VOS/ABB bestaan uit controllers, directieleden en financieel deskundigen. De bijeenkomsten zijn bedoeld om kennis met elkaar te delen en ervaringen uit te wisselen.

De bijeenkomsten voor het primair respectievelijk voortgezet onderwijs worden georganiseerd door onze adviseur Ronald Bloemers en financieel expert Ron van der Raaij. Het gaat onder andere over actuele bekostigingskwesties en beleidswijzigingen.

Deelname is gratis voor VOS/ABB-leden. Niet-leden betalen 100 euro per persoon per bijeenkomst.

Er zijn verschillende regiobijeenkomsten voor het primair onderwijs:

Voor het voortgezet onderwijs is er één landelijke bijeenkomst:

Zit u nog niet in dit VOS/ABB-netwerk, maar hebt u wel belangstelling? U bent van harte welkom! Meld u aan bij adviseur Ronald Bloemers: 06-51914694, rbloemers@vosabb.nl

Online aanmelden

U kunt zich voor de bijeenkomst in uw regio aanmelden door een mailtje te sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Netwerkbijeenkomst financieel management’ en de bijeenkomst van uw voorkeur. Vermeld ook duidelijk uw naam, de organisatie waarvoor u werkt en uw telefoonnummer.

O4NT liet financiering school zonder leerlingen doorlopen

Schoolbestuur O4NT (Onderwijs voor een Nieuwe Tijd) zegt te goeder trouw te hebben gehandeld bij de voortzetting van de financiering van een school in Amsterdam zonder dat daar onderwijs werd gegeven. Volgens de Inspectie van het Onderwijs heeft het bestuur ten onrechte 130.000 euro ontvangen. Het lijkt erop dat O4NT dat geld niet wil terugbetalen.

Het gaat om O4NT-school De Voorsprong in Amsterdam-Zuidoost. Dit was een school die werkte volgens het iPad-concept van Maurice de Hond. Omdat de school nauwelijks leerlingen trok, werd er vanaf 1 november 2016 geen onderwijs meer gegeven. De financiering liep echter door tot april 2017.

De Inspectie van het Onderwijs concludeert na onderzoek dat O4NT voor de school in Amsterdam-Zuidoost ten onrechte 130.000 euro heeft ontvangen. Het bestuur stelt echter dat het te goeder trouw heeft gehandeld. O4NT zegt op het verkeerde been te zijn gezet door onjuiste informatie van DUO.

Het lijkt erop dat O4NT de 130.000 euro niet wil terugbetalen. ‘Het schoolbestuur heeft er vertrouwen in dat (…) deze zaak geen nadere consequenties heeft’, zo staat in een persbericht.

Ruim driekwart van kiezers wil hogere lerarensalarissen

Ruim driekwart van de kiezers is het ermee eens dat de lerarensalarissen omhoog moeten, meldt Peil.nl van opiniepeiler Maurice de Hond.

Van de mensen die op 50Plus stemmen, is 95 procent het ermee eens dat leraren recht hebben op meer salaris. Onder PvdA-stemmers is dat met 93 procent net iets minder. Ook onder GroenLinksers (89 procent) en SP’ers (88 procent) is er veel steun voor.

De leraren krijgen van de VVD’ers veel minder steun, maar nog altijd is 57 procent van de liberalen ervoor dat leraren meer salaris moeten krijgen.

In de vraag die Peil.nl over de lerarensalarissen heeft gesteld, wordt geen onderscheid gemaakt tussen primair en voortgezet onderwijs.

Huidige kabinet doet niets meer met leerrecht

De discussie over leerrecht en eventuele besluitvorming op dit thema worden doorgeschoven naar de volgende kabinetsperiode, meldt demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer

In december 2016 bood Dekker het onderzoeksrapport Leerrechten als structurele grondslag voor wetgeving aan. Het onderzoek was uitgevoerd door het Nederlands Centrum voor Onderwijsrecht (NCOR).

Dekker herkent de constatering van het NCOR dat de onderwijsvrager -de leerling- een relatief bescheiden positie in de Nederlandse wet- en regelgeving heeft. De onderzoekers Pieter Huisman en Paul Zoontjens noemen verschillende mogelijkheden om die positie te versterken. Zo zou de bekostiging niet meer via de schoolbesturen, maar via de ouders kunnen verlopen.

Omdat dergelijke mogelijkheden nieuwe wetgeving vereisen, wordt de discussie over leerrecht doorgeschoven naar de volgende kabinetsperiode, schrijft Dekker.

Lees meer…

Langer ouderschapsverlof voor partners op lange baan

Het wetsvoorstel van de demissionaire PvdA-minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor langer betaald ouderschapsverlof voor partners is op de lange baan geschoven. De Tweede Kamer heeft het van de agenda gehaald om Asscher een hak te zetten. 

De ministerraad ging in september 2016, toen het nog koek en ei was tussen de coalitiepartners VVD en PvdA, akkoord met het wetsvoorstel van Asscher om het betaald kraamverlof voor partners te verlengen van twee naar vijf dagen. Er was afgesproken dat de Tweede Kamer het nog in de demissionaire periode van het huidige kabinet zou bespreken, maar op het laatste moment is het van de agenda gehaald.

Dit is een wraakactie van de partijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie die onderhandelen over de vorming van een nieuw kabinet. Het besluit om het wetsvoorstel niet meer te bespreken, volgt op de stellingname van Asscher dat desnoods het demissionaire kabinet extra geld moet uittrekken voor een verhoging van de lerarensalarissen en verlaging van de werkdruk in het primair onderwijs.

Coalitiepartner VVD en de andere partijen die onderhandelen over de vorming van een nieuwe regering vinden in tegenstelling tot Asscher dat het niet aan het demissionaire kabinet is om extra geld uit te trekken voor de lerarensalarissen. Zij zijn zo boos over de volgens hen ongepaste stellingname van Asscher, dat ze zijn wetsvoorstel voor langer ouderschapsverlof voor partners uit wraak on hold hebben gezet.

Bij Asscher maakte dat op Twitter de volgende reactie los:

Lumpsum omhoog en vertrouw schoolbesturen!

Schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs hebben behoefte aan een verhoging van de lumpsum en aan vertrouwen van de overheid op basis van verantwoording en transparantie over eigen keuzes, besteding van middelen en bereikte doelen.

Dit komt uit een ledenraadpleging in het kader van een advies dat de Onderwijsraad opstelt over sturing op onderwijskwaliteit via bekostiging(svoorwaarden). VOS/ABB levert op basis van gesprekken met leden input voor dit nog op te stellen advies.

Download input voor advies Onderwijsraad

CAO PO opgezegd, nieuwe gesprekken, tijd voor actie?

De sociale partners hebben de CAO PO 2016-2017 opgezegd. Er volgen gesprekken voor een nieuwe cao voor het primair onderwijs.

De CAO PO 2016-2017 loopt tot en met 30 september 2017 en moest drie maanden van tevoren worden opgezegd voor hernieuwd cao-overleg.

De opzegging heeft geen directe gevolgen voor werkgevers en werknemers, meldt de PO-Raad. Zolang het cao-overleg tussen de PO-Raad en de vakbonden geen resultaat oplevert, blijft de opgezegde cao van kracht tot uiterlijk 1 oktober 2019.

Actie?

De Algemene Onderwijsbond (AOb) zegt dat met het opzeggen van de cao wordt voorkomen dat deze stilzwijgend wordt verlengd en dat er nu geen juridische belemmering meer is ‘voor het voeren van acties voor een hoger salaris en een lagere werkdruk’.

‘De stap oogt op het eerste gezicht klein, maar is noodzakelijk om de risico’s van een mogelijk stakingsverbod in het primair onderwijs in te perken: bij een lopende cao is het immers lastig om te claimen dat er een loonconflict is’, aldus de AOb. De bond vermeldt er niet bij of de stakingskassen open zullen gaan als er daadwerkelijk acties komen.

Doorbetaling?

Tijdens de actie op 27 juni, waarbij leraren voor één uur het werk neerlegden, bleven de stakingskassen gesloten. De bonden claimden toen dat er sprake moest zijn van doorbetaling door de werkgevers.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Stakende leraren krijgen uur minder loon

De samenwerkingsstichting Kans en Kleur in de gemeente Wijchen bevestigt het bericht in de Gelderlander dat leraren een uur minder loon krijgen als ze dinsdag hebben meegedaan aan de staking van PO Front.

De regionale krant meldt dat bestuurder Hennie Biemond vindt dat leraren die staken salaris moeten inleveren. ‘Mensen hebben niet het werk gedaan dat op het rooster stond’, zo citeert de krant haar.

Het gaat volgens Biemond niet om een straf. Het ingehouden loon van in totaal 8000 euro wordt door Kans en Kleur verdubbeld en gaat naar de teams van de scholen. ‘Zo laten we concreet onze steun aan de actie zien’, aldus Biemond.

Ze beseft dat de meeste schoolbesturen het uur waarin is gestaakt doorbetalen, maar dat betekent volgens haar niet dat Kans en Kleur dat ook moet doen. ‘We gaan niet iets doen, omdat een ander het doet. Ik wil op ons eigen kompas varen. Dat leren we de kinderen ook.’

Lees meer…

De vakbonden stellen dat de actie van PO Front geen staking was en dat er daarom sprake moet zijn van loondoorbetaling, maar daar kan ook anders over worden gedacht. De Onderwijsjuristen van VOS/ABB leggen uit hoe het zit.

Asscher zet conflict over lerarensalarissen op scherp

PvdA-leider en demissionair vicepremier Lodewijk Asscher zet het conflict in het kabinet over de salarissen in het primair onderwijs op scherp: als in de begroting voor 2018 niet staat dat die salarissen omhooggaan, gaat hij daar niet mee akkoord.

Tegen de NOS zegt Asscher dat de werkdruk in het primair onderwijs hoog is en dat de leraren een punt hebben. Volgens hem zullen de PvdA-minister in het demissionaire kabinet niet akkoord gaan met de begroting voor 2018 als daar niet in staat dat de lerarensalarissen omhooggaan.

De uitspraak staat haaks op wat in een brief van zijn partijgenoot minister Jet Bussemaker staat, die zij mede namens VVD-staatssecretaris Sander Dekker naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. In die brief staat dat het demissionaire kabinet geen extra geld zal uittrekken voor het onderwijs. Dit is volgens Bussemaker en Dekker een kwestie voor het nog te vormen nieuwe kabinet.

Wat is het waard?

Het is maar de vraag wat de harde opstelling van Asscher waard is. De indruk lijkt gerechtvaardigd dat het vooral een actie is om sympathie te wekken. De PvdA zit nu nog wel in het demissionaire kabinet, maar heeft in de Tweede Kamer nog maar negen zetels. Asscher is in feite al uitgeregeerd en heeft aangegeven dat de PvdA niet in een nieuw kabinet wil, maar in de Tweede Kamer oppositie gaat voeren.

‘Deeltijdwerk kost primair onderwijs ruim 4600 fte’

In de discussie over het lerarentekort en de wens om hogere lonen wordt niet belicht dat deeltijdwerk kostbaar is, stelt opleidingsadviseur Marjolein Ploegman.

Op basis van verschillende statistische gegevens wijst Ploegman erop dat in het primair onderwijs driekwart van de werknemers in deeltijd werkt. De gemiddelde deeltijdfactor is volgens haar 0,6. Er zijn 108.000 leraren die met elkaar 77.600 fte vervullen.

Dat dit het onderwijs relatief duur maakt, heeft te maken met het verschil tussen vaste en variabele taken. ‘De benodigde tijd is namelijk niet voor alle taken naar evenredigheid. Sommige taken vragen een vast aantal uren, onafhankelijk van het aantal uren dat een werknemer werkt’, aldus Ploegman.

Als voorbeeld noemt ze scholing en overleg. ‘Als we deze twee taken doorrekenen naar het hele po dan blijkt dat deeltijdwerk 7.904.000 uur ‘kost’. Tijd/geld die aan andere dingen besteed had kunnen worden indien iedereen voltijds zou werken.’ Ze berekent dat als iedereen in het primair onderwijs fulltime zou werken met het beschikbare budget er 4617 extra leerkrachten kunnen worden aangesteld.

Lees meer…

PO in Actie: Salarisverhoging mag ook pas over vijf jaar

PO in Actie verwacht niet dat de salarissen van leraren in het primair onderwijs snel omhoog gaan en dat de werkdruk spoedig wordt verlaagd. Over twee jaar of desnoods vijf jaar mag ook. Dat heeft woordvoerder Jan van de Ven van PO in Actie gezegd in het radioprogramma De Ochtend van 4.

Van de Ven geeft les op de rooms-katholieke Josefschool in de Brabantse plaats Overloon. Hij kwam namens de groep PO in Actie in het ochtendprogramma van Radio 4 naar aanleiding van de staking van een uur op veel basisscholen. Volgens hem deden dinsdagochtend leraren op 85 tot 90 procent van de scholen aan die protestactie mee. De werkonderbreking was bedoeld voor meer salaris en lagere werkdruk.

Demissionair kabinet

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zei onlangs dat wat hem betreft het demissionaire kabinet nog met meer geld komt voor de leraren in primair onderwijs. PO in Actie is aan de ene kant blij dat Asscher dit wil, maar Van de Ven liet ook blijken dat hij er weinig fiducie in heeft dat er in de demissionaire periode van het huidige kabinet nog wat gaat gebeuren.

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW hebben maandag in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat er geen extra geld naar het primair onderwijs gaat, omdat dat volgens niet past bij de demissionaire status van het kabinet.

Nieuw regeerakkoord

‘Wij richten ons op de formerende partijen, daar zal het moeten gaan gebeuren’, aldus Van de Ven. In het regeerakkoord zal, zo zei hij, een duidelijke stap gemaakt moeten worden. ‘Die hoop hebben wij niet opgegeven, omdat het gewoon niet anders kan.’

In het regeerakkoord moet volgens hem komen te staan dat de werkdruk in het primair onderwijs wordt teruggedrongen tot een ‘acceptabel niveau’ en dat de salarissen op het niveau van de leraren in het voortgezet onderwijs moeten komen.

Over twee of desnoods vijf jaar

Het is om het even of dit al in september wordt geregeld of over twee jaar of zelfs over vijf jaar. ‘Dat maakt niet zoveel uit, zo moeilijk zijn wij niet. We snappen dat het een flinke investering wordt, maar met minder nemen wij geen genoegen’, aldus Van de Ven in de Ochtend van 4.

Beluister het interview met Jan van de Ven van PO in Actie:

De online petitie van PO Front, waarin onder andere PO in Actie zit, voor minder werkdruk en meer salaris is 351.860 keer ondertekend. Dat is dinsdagmiddag bekendgemaakt tijdens een demonstratie op het Malieveld in Den Haag, waar circa 2000 leraren, ouders en andere betrokkenen op afkwamen.

Jongeren onderschatten salarissen primair onderwijs

Jongeren die naar de pabo kunnen, schatten de salarissen van leraren in het primair onderwijs (veel) lager in dan ze in werkelijkheid zijn. Dat blijkt uit onderzoek van Qompas, zo melden minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer over de aanpak van het lerarentekort.

Het startsalaris van een leraar in het primair onderwijs bedraagt 2436 euro bruto. Havo- en vwo-leerlingen en mbo’ers denken dat echter het ongeveer 1900 euro bruto is.

Als het gaat om het door Bussemaker en Dekker genoemde maximumsalaris van 4464 euro bruto, blijkt er onder leerlingen sprake te zijn van een grotere onderschatting dan bij het startsalaris. Havo- en vwo-leerlingen denken dat het maximumsalaris van leraren in het primair onderwijs ongeveer 3000 bruto is, terwijl het gemiddelde dat mbo’ers aangeven 2670 euro bruto bedraagt.

Het maximum in de doorgaans gebruikte LB-schaal ligt met 3686 euro bruto echter lager dan het door de minister en staatssecretaris genoemde maximumbedrag. Maar ook de hoogste tree in de LB-schaal is hoger dan potentiële pabo’ers denken.

In de brief van de minister en de staatssecretaris staat ook dat havo-leerlingen en mbo’ers het voor het imago van het beroep van leraar belangrijk vinden dat de klassen worden verkleind. Vwo-leerlingen geven aan dat er in het primair onderwijs meer carrièreperspectieven moeten komen en dat er ook meer intellectuele uitdaging moet zijn.

Lees meer…

Actie of niet, salarissen gaan niet omhoog

Binnen de OCW-begroting is er geen ruimte om de salarissen voor leraren in het primair onderwijs te verhogen, melden minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

Ze reageren hiermee op de eis van de vakbonden verenigd in PO Front dat de salarissen voor leraren in het primair onderwijs op hetzelfde niveau moeten komen als voor leraren in het voortgezet onderwijs.

Salarissen (geen) zaak van demissionair kabinet?

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zei onlangs dat het demissionaire kabinet dit desnoods moet regelen, maar daar gaan Bussemaker en Dekker niet in mee.

‘Wij hebben de afgelopen maanden aangegeven dat het in rede ligt dat een afweging over eventuele investeringen in het onderwijs en aan welke doelen dit wordt besteed primair aan het nieuwe kabinet is’, aldus Bussemaker en Dekker.

Minister Asscher laat in reactie op de brief van Bussemaker en Dekker weten dat hij erbij blijft dat het demissionaire kabinet de salarissen moet verhogen.

 

Protest basisscholen

De brief van de minister en staatssecretaris en de reactie van Asscher komen een dag voor een aangekondigde actie voor meer salaris en minder werkdruk in het primair onderwijs. De vakbonden verenigd in PO Front hebben ertoe opgeroepen om uit protest op dinsdag 27 juni de basisscholen een uur later te laten beginnen.

Actief burgerschap vereiste voor bekostiging

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW handhaaft zijn besluit om de Stichting Islamitisch Onderwijs niet te bekostigen, omdat deze stichting volgens hem niet voldoet aan de voorwaarde om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Voor dit bestuur voorzie ik vooral voor deze opdracht grote problemen vanwege een publiekelijke steunbetuiging aan IS van een (oud-)bestuurder van SIO, het niet onmiddellijk en publiekelijk afstand nemen daarvan door de overige bestuurders en het weigeren van medewerking aan onderzoek daarnaar’, aldus Dekker.

De staatssecretaris besloot vorig jaar al dat SIO geen bekostiging kreeg, maar het bestuur ging tegen dit besluit in beroep, omdat de stichting al over huisvesting beschikt. Voor Dekker maakt dit niet uit. Hij blijft erbij dat deze stichting voor islamitisch onderwijs geen rijksbekostiging krijgt, omdat volgens hem niet wordt voldaan aan de voorwaarde om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen.

Gedeeld burgerschap

De weigering van Dekker om bekostiging beschikbaar te stellen, sluit aan bij wat rechtsgeleerde en CDA-politicus Ernst Hirsch Ballin onlangs zei op het congres van de PO-Raad in Nijkerk. Hij zei daar dat bijzonder onderwijs ‘niet al te bijzonder’ moet worden. Daarmee bedoelde hij dat we ervoor moeten oppassen dat er in het bijzonder onderwijs stromingen opkomen die onvoldoende oog hebben voor gedeeld burgerschap.

Lees meer…

Kamervragen over gewijzigde regeling fusiecompensatie

De SGP heeft mede op initiatief van VOS/ABB Kamervragen gesteld over de gewijzigde Regeling bijzondere bekostiging bij fusie.

SGP-Kamerlid Roelof Bisschop wil van staatssecretaris Sander Dekker van OCW weten ‘op welke juridische gronden het bevoegd gezag bij de toekenning van de fusiecompensatie gehouden kan worden aan het criterium van de overgang van 50% van de leerlingen’.

Hij wijst erop dat dit criterium ‘zonder nadere duiding’ wordt vermeld. Bisschop vraagt zich daarom af hoe het te rechtvaardigen is ‘dat het bevoegd gezag wordt afgerekend op een criterium waarvan de invulling zelfs pas bekend was op het moment dat alle relevante fusiebesluiten al genomen moesten zijn’.

Kamervragen na oproep VOS/ABB

De Kamervragen van de SGP volgen op de oproep van VOS/ABB aan schoolbesturen om zich te melden als zij op basis van de gewijzigde regeling verwachten geconfronteerd te worden met een terugvordering van fusiecompensatie.

Lees meer…

Onze cursussen in het nieuwe schooljaar

VOS/ABB verzorgt in het schooljaar 2017-2018 verschillende cursussen. Let op: alleen leden van VOS/ABB kunnen eraan deelnemen.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Loondoorbetaling tijdens actie 27 juni?

De vakbonden stellen dat de oproep van PO Front om op 27 juni een uur later te beginnen geen oproep tot een staking is en dat er daarom sprake zal zijn van loondoorbetaling. De Onderwijsjuristen van VOS/ABB leggen uit hoe het zit.

De bonden spreken van een ‘prikactie’. Met name in de media en bij schoolbesturen zou ten onrechte het beeld zijn ontstaan dat er die dag gestaakt gaat worden. Het zou geen oproep tot een werkonderbreking zijn, maar tot ‘een andere invulling van één uur lesgeven’, met als gevolg dat de school een uur later open zal gaan. ‘Hoe dat uur wordt ingevuld is aan het team, de schoolleiding en het bestuur’, meldt CNV Onderwijs.

‘Omdat er geen sprake is van een werkonderbreking of staking kan er dus ook geen sprake zijn van inhouding van salaris. Er wordt gewoon gewerkt. Er wordt alleen geen les gegeven’, aldus de bond, die ook stelt dat ‘het niet de bedoeling (is) dat teamleden voor de opvang van leerlingen zorgen’.

Het werk kan volgens PO Front bijvoorbeeld bestaan uit het dichthouden van de deuren, praten met ouders of een extra teamvergadering.

Loondoorbetaling?

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB wijzen erop dat de oproep van PO Front en de vakbonden om over te gaan tot actie, lijkt te zijn gericht aan zowel de schoolbesturen als de werknemers. Of salaris moet worden ingehouden, is afhankelijk van hoe de actie door schoolbesturen en werknemers wordt opgepakt.

Hierin kunnen twee situaties worden onderscheiden:

  1. Het schoolbestuur geeft gehoor aan de oproep van PO Front en de vakbonden om een actie te organiseren. De school gaat een uur later open, maar de werkgever draagt de werknemers in dat uur andere werkzaamheden op. In dat geval bestaat er, zoals de bonden stellen, recht op salaris. De werknemers blijven in deze situatie immers werken in opdracht van de werkgever (het schoolbestuur).
  2. Het schoolbestuur geeft geen gehoor aan de oproep van de bonden en laat de werknemers zelf bepalen of zij meedoen aan de actie. In dat geval voeren de werknemers in het actie-uur geen werkzaamheden uit in opdracht van hun werkgever. In dat geval bestaat er geen recht op salaris. Let op: het maakt hierbij niet uit of het schoolbestuur zijn steun voor de actie heeft uitgesproken.

Recht op opvang

De Onderwijsjuristen benadrukken ook dat ouders die hun kind niet een uur later willen of kunnen brengen, altijd recht hebben op opvang. De schoolbesturen hebben wat dit betreft zorgplicht. Het is wel zo dat een financiële bijdrage aan de ouders kan worden gevraagd, omdat de opvang kan worden gezien als voorschoolse opvang. Let op: dit kán zo worden gezien. Er kan ook worden besloten om geen financiële bijdrage te vragen.

Het maakt bij het recht op opvang, waarvoor ouders mogelijk moeten betalen, niet uit of er sprake is van een staking, een (prik)actie of wat voor ander initiatief dan ook waardoor de school een uur later opengaat.

Minimale onderwijstijd

Een ander punt kan zijn, dat de school geen marge-uren meer heeft. Door de actie/werkonderbreking/staking van een uur kán het zijn dat de school niet meer voldoet aan de minimale onderwijstijd. Als dat het geval is, moet het uur worden ingehaald.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl