Medezeggenschap: handreiking financieel beleid

Het project Versterking medezeggenschap heeft de nieuwe handreiking Financieel beleid gepubliceerd.

Deze handreiking is bedoeld voor leden van medezeggenschapsraden. Er staat onder andere in wat de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) zegt over financieel beleid. De handreiking bevat ook een overzicht van de jaarcyclus met bijbehorende documenten.

Download de handreiking

Voortaan automatisch subsidie voor nieuwkomers

Middelbare scholen krijgen voortaan automatisch subsidie voor onderwijs aan nieuwkomers. Ze hoeven dat niet meer aan te vragen. Op deze manier wordt de administratieve last van de scholen verminderd.

De automatische toekenning van de subsidie gebeurt op basis van gegevens uit het Basisregister onderwijs (BRON) en de Basisregistratie personen (BRP).

Lees meer…

Primair onderwijs

Automatische toekenning van deze subsidie in het primair onderwijs kan niet, meldt het ministerie van OCW, omdat dat onderscheid kent tussen asielzoekerskinderen en andere nieuwkomers. Voor kinderen van asielzoekers krijgen scholen in het primair onderwijs een hogere aanvullende bekostiging dan voor andere nieuwkomers.

‘Of een kind een asielzoeker is kan en mag niet in BRON worden geregistreerd, dit maakt het dus niet mogelijk om de bekostiging automatisch te laten verlopen. In het voortgezet onderwijs is dit onderscheid er niet’, aldus het ministerie.

OCW teruggefloten: geen fusiecompensatie terugvorderen!

Het is in strijd met de rechtszekerheid om de overgang van leerlingen als vereiste te laten gelden bij de toekenning van fusiecompensatie. Dat blijkt uit een recente uitspraak van de Rechtbank Gelderland.

Het ministerie van OCW wilde ruim 143.000 euro terugvorderen van een stichting voor nationaal christelijk schoolonderwijs, omdat bij een fusie van twee basisscholen van deze stichting geen leerlingen van de ene naar de andere school waren overgegaan.

Het bestuur van de stichting voerde als tegenargument aan dat uit de Wet op het primair onderwijs nergens blijkt dat bij de samenvoeging van twee scholen sprake moet zijn van de overgang van leerlingen van de ene naar de andere school.

50 procent

Het ministerie stelde evenwel dat uit een toelichting op de wet zou blijken dat er bij samenvoeging sprake moet zijn van de overgang van 50 procent van het aantal leerlingen van de ene naar de andere school.

De rechtbank vindt het echter ‘in strijd met de rechtszekerheid (…) om doorslaggevende betekenis aan deze passage toe te kennen’. De conclusie van de rechtbank is dan ook dat er geen sprake kan zijn van terugvordering van fusiecompensatie.

In januari was er een vergelijkbare uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant. Die bepaalde ook dat het ministerie van OCW geen fusiecompensatie kon terugvorderen op basis van het criterium dat er sprake zou moeten zijn van de overgang van leerlingen.

Geen waarzeggers!

VOS/ABB is blij met deze uitspraken. Schoolbesturen kunnen nooit van tevoren weten of er bij een samenvoeging leerlingen overgaan van de ene naar de andere school. Niet het bestuur, maar de ouders bepalen immers waar hun kinderen naar school gaan.

Lees meer…

Informatie: Ronald Bloemers, 06-51914694, rbloemers@vosabb.nl

‘PO-Raad moet aanzet geven tot ontzuiling onderwijs’

Als we het verzuilde onderwijsbestel achter ons laten, komen er volgens HR-adviseur Willem Duifhuis miljarden euro’s vrij. Hij roept in een opiniestuk de PO-Raad op het initiatief te nemen om het huidige bestel te reorganiseren.

Duifhuis: ‘Voor basisonderwijs aan pakweg 1500 leerlingen worden soms wel 15 basisscholen in de lucht gehouden. Veelal vanuit de verschillende zuilen. Die leerlingen zouden ook naar drie grote scholen kunnen gaan. Scheelt 12 schoolgebouwen, 12 directeuren en heel veel bestuurskosten. En het stoppen van het betalen van geld aan schoolbesturen van welk geloof dan ook levert daarnaast een bijdrage aan de versterking van het onderwijs én brengt meer samenhang in de samenleving.’

‘Misschien is het idee om de kosten van de verzuiling eens goed in beeld te brengen. De PO-Raad kent vast wel iemand die dat kan. Vraag is uiteraard of de PO-Raad het aandurft. Er zitten immers de nodige mensen aan tafel die grote belangen hebben bij de huidige verdeling van de gelden’, aldus Duifhuis, die HR-adviseur in het primair onderwijs en vader van twee schoolgaande kinderen is.

Lees het opiniestuk van Willem Duifhuis

 

 

Bijna alle bestuurders in juiste bezoldigingsklasse

Het aantal onderwijsinstellingen dat voor bestuurders een hogere bezoldigingsklasse heeft berekend dan de Wet normering topinkomens (WNT) voorschrijft, is gedaald van iets minder dan 60 in 2016 naar 30 in 2017. Dat komt neer op 2 procent van het totaal. Dat melden de onderwijsminister Ingrid van Engelshoven en Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Als een instelling een te hoge bezoldigingsklasse heeft vastgesteld, leidt dat niet automatisch tot een overtreding van de WNT door de bestuurder. ‘In veel gevallen ontvangt de bestuurder, ondanks de indeling in de te hoge bezoldigingsklasse, een bezoldiging die onder het door OCW berekende WNT-maximum ligt’, zo benadrukken Van Engelshoven en Slob in hun brief.

De bezoldigingsmaxima voor schoolbestuurders liggen tussen 115.000 en 194.000 euro per jaar. Hoe kleiner de instelling is, hoe lager de bezoldigingsklasse en dus ook hoe lager het individuele WNT-maximum (en andersom).

Lees meer…

Schoolbesturen Amersfoort gaan over hun gebouwen

In de gemeente Amersfoort krijgen twee coöperaties van schoolbesturen zeggenschap over het groot onderhoud en de vernieuwing van hun gebouwen.

Het overhevelen van het onderhoud en de vernieuwing van schoolgebouwen van de gemeente Amersfoort naar de twee coöperaties van schoolbesturen voor primair respectievelijk voortgezet onderwijs heeft veel voeten in de lokale politieke aarde gehad. Het was de bedoeling dat het al per 1 januari 2018 een feit zou zijn, maar na veel getouwtrek tussen de gemeenteraad en het Amersfoortse college van B en W komt het er nu pas van.

Bredase model

De nieuwe werkwijze in Amersfoort sluit aan op wat al een aantal jaren bestaat in Breda. Daar werd in 2008 de coöperatieve vereniging Building Breda voor het voortgezet onderwijs opgericht, in 2014 gevolgd door BreedSaam voor het primair onderwijs.

In deze coöperaties werken de schoolbesturen met elkaar samen op gebied van onderwijshuisvesting. Het geld daarvoor krijgen ze van de gemeente. Deze werkwijze staat bekend als het Bredase model.

In 2013 heeft VOS/ABB een artikel over het Bredase model gepubliceerd:

Scholenbouw in stroomversnelling dankzij doordecentralisatie

Eerste Regeling bekostiging 2019-2020

De Eerste Regeling bekostiging PO 2019-2020 is gepubliceerd. Hieronder staat vermeld wat de belangrijkste punten zijn uit deze regeling.

  • De reguliere personele bekostigingsbedragen zijn opgehoogd met 0,43 procent. Door daling van de landelijke gewogen gemiddelde leeftijd (GGL) is de landelijke gemiddelde personeelslast (GPL) hierdoor gestegen met 0,049 procent. De uitwerking hiervan zal per schoolbestuur verschillen door de eigen GGL-fluctuatie.
  • Vanaf 2019-2020 geldt het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid. In februari was al aangekondigd welke achterstandsscore elke school kreeg. Met de huidige regeling is duidelijk welk bedrag daarmee gemoeid is: 523,71 euro. Dit was al verwerkt in de rekentool van de PO-Raad die inzicht geeft in de beschikbare middelen per school. Schoolbesturen kunnen daar dus mee blijven rekenen. Voorheen zat er in het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid een deel van de middelen vanuit het onderwijsachterstandenbeleid. Die middelen zijn daar uitgehaald en zitten in het bedrag, net als het stuk onderwijsachterstandsgeld dat in de materiële instandhouding zit. Alle ‘losse’ elementen zitten nu in het hierboven genoemde bedrag van 523,71 euro.
  • Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid is opgehoogd met 64,53 euro per leerling. Vakbond CNV Onderwijs is met onderwijsminister Arie Slob een kasschuif overeengekomen, waardoor een hoger bedrag aan werkdrukmiddelen eerder beschikbaar is. Hiermee is vanaf 2019-2020 per leerling 220,08 euro beschikbaar in plaats van 155,55 euro. Dit bedrag zal dan tot en met 2022-2023 beschikbaar zijn. Pas in schooljaar 2023-2024 komt naar verwachting het volledige bedrag ter beschikking van structureel circa 283 euro per leerling. Dat is twee jaar later dan vóór het akkoord van CNV Onderwijs met Slob.

Let op: voor fusies van scholen per 1 augustus 2019 geldt voor de berekening van de fusiecompensatie het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid. Er komt binnenkort in onze online Toolbox een update van de tool voor het vaststellen van de fusiecompensatie.

Tweede en definitieve regeling

In september zal de Tweede Regeling bekostiging PO 2019-2020 worden gepubliceerd. Daarin zal in ieder geval de ophoging van de bekostiging als gevolg van de toepassing van de referentiesystematiek voor 2019 worden verwerkt. In september 2020 zal de Definitieve Regeling bekostiging PO 2019-2020 worden gepubliceerd, met daarin in ieder geval de aanpassingen aan de hand van de referentiesystematiek voor 2020.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Boze AOb eist gesprek over kasschuif werkdrukgeld

De Algemene Onderwijsbond (AOb) vindt het niet kunnen dat onderwijsminister Arie Slob een deel van het werkdrukgeld naar voren heeft gehaald. Daar had hij eerst met de AOb over moeten overleggen, vindt deze bond.

Slob besloot om een deel van het budget voor het verlagen van de werkdruk in het primair onderwijs naar voren te halen, nadat hij daar een afspraak over had gemaakt met CNV Onderwijs. Dat schoot direct in het verkeerde keelgat van de AOb, die de christelijke vakbond ervan beschuldigde victorie te kraaien over een resultaat van niks.

De AOb zat niet aan tafel bij de gesprekken over het naar voren halen van het werkdrukgeld. In plaats daarvan riep deze bond de onderwijsstaking op vrijdag 15 maart uit. De staking was bedoeld voor meer geld voor hogere salarissen en minder werkdruk. Ook de Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOv) en het lerareninitiatief PO in Actie zaten niet bij de gesprekken over de kasschuif.

Zij vinden nu dat Slob alsnog met hen in gesprek moet over het naar voren halen van het werkdrukgeld. Het is nog niet bekend of de minister daarop zal ingaan.

‘Artikel 23 maakt onderwijs mogelijk dat we niet willen’

Het blijft dweilen met de kraan open zolang we artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs ongemoeid laten. Dat stelt historicus Gert Jan Geling in een opiniestuk in Trouw naar aanleiding van de situatie rond het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.

Het onderwijs aan het Cornelius Haga Lyceum zou niet goed zijn voor de democratie en gericht zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

Privileges confessioneel onderwijs

Volgens Geling zit de kern van het probleem in de huidige vorm van artikel 23. Hij wijst met name op lid 6 en lid 7, die het confessioneel onderwijs privileges verleent op grond waarvan scholen als het Haga Lyceum gesticht en in stand gehouden kunnen worden.

‘Zolang we een grondwetsartikel hebben dat dit soort scholen de vrijheid geeft om zich te vestigen, blijft het proberen dit tegen te gaan onbegonnen werk. We kunnen dan wel zeggen ‘dit willen we niet’, maar dankzij de Grondwet mag het uiteindelijk gewoon wel, en moeten gemeenten, en de Rijksoverheid, zich in de gekste bochten wringen om de oprichting en verspreiding van dergelijke salafistische scholen te voorkomen.’

Lees meer…

Extra geld voor minder werkdruk heeft effect

De meeste leraren in het basisonderwijs merken dat met de inzet van extra geld van het kabinet de werkdruk omlaag gaat. Dat blijkt uit een onderzoek door DUO Onderwijsonderzoek en Advies.

Gevraagd naar het effect van het extra budget voor werkdrukverlaging, geven ruim zes op de tien leraren aan dat de werkdruk in meer of mindere mate is afgenomen. Ze hebben bijvoorbeeld meer tijd voor administratie of geven aan dat ze meer aandacht aan de leerlingen kunnen besteden. Andere leraren antwoorden dat ze nu minder hoeven te werken in de avonduren of in de weekends.

Eén op de drie zegt echter dat de inzet van het werkdrukgeld geen effect heeft gehad. Er zijn leraren die aangeven dat ze er niets van merken, doordat de maatregelen geen betrekking hebben op de dagen waarop zij werken. Het kan ook zijn dat met het geld maatregelen zijn genomen op andere scholen dan waarop de respondent werkt.

Lees meer…

 

Schoolleiders willen ‘loon naar werk’

Wat schoolleiders nodig hebben, is ‘loon naar werk’, meldt de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS).

Terwijl 40.000 stakers op het Malieveld in Den Haag betoogden voor meer geld en minder werkdruk, waren honderden schoolleiders in Nieuwegein op het congres van hun vakbond AVS. Deze vakbond steunde de staking en het protest in Den Haag niet.

Schoolleider verdient minder dan leraar

Op het AVS-congres werd een peiling gehouden over de vraag wat schoolleiders nodig hebben om hun werk goed te doen. De meesten gaven aan: ‘loon naar werk’.

Een van de schoolleiders zei dat hij nu minder verdient dan toen hij nog leraar was. Een ander zei dat dit niet goed is voor de motivatie. Ook werd gesteld dat directeuren overal verantwoordelijk voor zijn en dat dat ‘totaal niet (wordt) gewaardeerd’.

Extra geld alleen maar naar leraren

Het extra geld voor hogere salarissen in het primair onderwijs is alleen naar de leraren gegaan, met de gedachte dat dat nodig zou zijn om het vak van leraar aantrekkelijker te maken.

De schoolleiders kregen er geen geld bij, terwijl ook zij een hoge werkdruk ervaren. Bovendien is er niet alleen een lerarentekort, maar ook een (relatief gezien nog groter) tekort aan directeuren. Het feit dat schoolleiders er geen geld bij hebben gekregen, heeft bij hen tot onvrede geleid.

Lees meer…

Onderwijsstaking AOb trekt 40.000 mensen

Ongeveer 40.000 stakers uit het onderwijs hebben vrijdag op het Malieveld in Den Haag betoogd voor meer geld en minder werkdruk.

De staking was georganiseerd door onder andere de Algemene Onderwijsbond (AOb). Het was de bedoeling van de AOb dat in het hele onderwijs zou worden gestaakt, maar veruit de meeste betogers waren afkomstig uit het basisonderwijs. Volgens de bond bleven zeker 2600 basisscholen dicht. De stakingsbereidheid in onder andere het voortgezet onderwijs was veel kleiner.

De staking en het protest op het Malieveld werden niet gesteund door CNV Onderwijs, de schoolleidersvakbond AVS en de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad.

Financiële bijdrage beïnvloedt voor 3% schoolkeuze

Voor 3 procent van de ouders beïnvloedt de hoogte van de schoolkosten hun schoolkeuze. Dit geldt zowel voor het primair als voortgezet onderwijs, zo blijkt uit de Schoolkostenmonitor 2018-2019.

In de monitor staat dat in het primair onderwijs het aandeel scholen met een lage vrijwillige ouderbijdrage is toegenomen naar één op de vijf. Desondanks is het gemiddelde bedrag tussen 2014 en 2018 nauwelijks afgenomen. Naast de vrijwillige ouderbijdrage vragen scholen soms aanvullende bijdragen.

Van de ouders van leerlingen in het primair onderwijs vindt circa 30 procent dat de schoolkosten (zeer) laag zijn. Ongeveer 15 procent vindt ze (zeer) hoog en de overige 55 procent vindt de kosten laag noch hoog. Voor 97 procent van de ouders is de hoogte van de financiële bijdrage niet van invloed op hun schoolkeuze.

Voortgezet onderwijs

In het vmbo zijn de totale schoolkosten de laatste jaren gedaald. Voor havo en vwo was sprake van een lichte stijging. Als alleen wordt gekeken naar de vrijwillige ouderbijdrage, dan valt op dat die de afgelopen jaren een stijging heeft laten zien.

De helft van de ouders van leerlingen in het voortgezet onderwijs vindt de schoolkosten hoog noch laag. Ruim 40 procent vindt ze (zeer) hoog en 10 procent vindt ze (zeer) laag. Ook in het voortgezet onderwijs is het zo dat voor 97 procent van de ouders de hoogte van de financiële bijdrage niet van invloed is op hun schoolkeuze.

Meer lezen? Schoolkostenmonitor 2018-2019

Nóóit leerlingen uitsluiten als ouders niet betalen

‘Een leerling moet het onderwijs krijgen dat het best bij hem of haar past, ongeacht de financiële situatie van de ouders’, benadrukken de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

De minister melden in een brief over kansengelijkheid dat zij tegen de uitzondering zijn die de VO-raad wil voor tweetalig onderwijs, topsportprogramma’s en het technasium. Ze hameren erop dat de ouderbijdrage ook voor deze vormen van onderwijs altijd vrijwillig is. Het is voor hen onacceptabel dat leerlingen hiervan worden uitgesloten als hun ouders niet betalen.

Daarom gaan de ministers (indien nodig bij wet) regelen dat leerlingen nooit mogen worden uitgesloten van onderwijs vanwege het niet betalen van een bijdrage.

Lees meer…

Schoolreizen en excursies

Ook GroenLinks en SP willen regelen dat alle kinderen moeten kunnen meedoen, ook als ouders niet betalen. ‘Juist in het onderwijs moeten alle leerlingen een gelijke kans krijgen. Scholen hebben hier een belangrijke rol in’, benadrukt Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks.

SP-Kamerlid Peter Kwint wil een einde maken aan de ‘schrijnende verhalen (…) over kinderen die niet mee mogen naar de speeltuin of de kerstviering’. Volgens hem zijn er nog steeds scholen die ‘vertikken om het goede te doen’.

GroenLinks en SP komen met een initiatiefwetsvoorstel.

Lees meer…

Leerlingen uitsluiten? Onbestaanbaar!

De ontwikkelingen passen bij het standpunt van VOS/ABB-directeur Hans Teegelbeckers. Hij noemde het afgelopen november in een commentaar op deze website onbestaanbaar om leerlingen uit te sluiten. ‘Elk kind telt mee, ook als de ouderbijdrage niet is betaald!’, aldus Teegelbeckers.

Lees het commentaar

CNV Onderwijs is ‘nepvakbond’

CNV Onderwijs is een ‘nepvakbond’ die niet opkomt voor de belangen van de leraren. Dat stelt wiskundedocent René Kneyber, die tevens lid is van de Onderwijsraad, in een column in Trouw.

Het stoort Kneyber dat CNV Onderwijs met onderwijsminister Arie Slob geld voor verlaging van werkdruk in het primair onderwijs naar voren heeft gehaald, zonder dat het kabinet hiervoor extra geld beschikbaar stelt.

Het is volgens hem ‘absurd dat een vakbond (…) dit steunt.’ Nog erger is het, zo schrijft hij, dat CNV Onderwijs ‘deze onwenselijke kasschuif’ claimt als een ‘geweldige overwinning’.

Dit maakt voor hem CNV Onderwijs tot een ‘nepvakbond’ die ‘gevaarlijk incompetent’ is. Hij noemt het ‘jammer’ dat er nog mensen lid zijn van deze bond.

‘Mensenrechten en fundamentele vrijheden in artikel 23’

‘We willen in de Grondwet vastleggen dat er wetten moeten komen die scholen verplichten eerbied voor mensenrechten en de fundamentele vrijheden bij te brengen’, zegt PvdA-fractieleider Lodewijk Asscher in de Volkskrant.

Asscher reageert in de krant op de ophef die is ontstaan rond het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Het onderwijs van deze school – vernoemd naar de eerste Nederlandse consul in het voormalige Ottomaanse Rijk – zou niet goed zijn voor de democratie en gericht zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

Onderwijsminister Arie Slob zegt dat hij de bekostiging van de school zal opschorten als die de inspectie blijft tegenwerken. De vier grote steden deden dinsdag een oproep om harder op te treden tegen extremistische invloeden in het onderwijs. Zij willen niet dat het Cornelius Haga Lyceum uitbreidt naar steden als Den Haag en Utrecht. Slob heeft in reactie hierop gezegd dat het vereiste aantal leerlingen waarschijnlijk niet wordt gehaald en dat aanvragen voor bekostiging daarom zullen worden afgekeurd.

Artikel 23

PvdA-leider Asscher zegt nu in de Volkskrant dat de werkwijze van de islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam aantoont dat grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs moet worden aangepast.

‘Het is mooi dat scholen een eigen identiteit hebben, maar als we scholen willen tegenhouden die kinderen niet goed voorbereiden op deze maatschappij, dan zwaaien ze altijd met artikel 23. Dat is bizar’, aldus Asscher. Hij komt met een voorstel voor een nieuwe wettekst. ‘We willen in de Grondwet vastleggen dat er wetten moeten komen die scholen verplichten eerbied voor mensenrechten en de fundamentele vrijheden bij te brengen.’

Lees meer…

Concept School!

VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) pleiten al jaren voor het concept School!. Dit concept voorziet in onderwijs dat boven artikel 23 en de denominaties zal zijn uitgestegen.

Het idee achter het concept School! is dat er geen openbare, christelijke, islamitische of wat voor scholen dan ook meer zijn, maar ‘scholen’ die voor alle leerlingen toegankelijk zijn. Alle scholen in de toekomst zullen op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht hebben voor diversiteit en levensbeschouwing.

Lees meer…

Wetsvoorstel voor bekostiging op schoolniveau

D66 in de Tweede Kamer komt met een initiatiefwetsvoorstel om de financiering van het primair en voortgezet onderwijs niet meer op bestuurs- maar op schoolniveau te bekostigen. De coalitiepartner vindt het onvoldoende dat onderwijsminister Arie Slob hier onderzoek naar laat doen.

De Kamer steunde eerder een motie van D66 om de bekostiging op schoolniveau te onderzoeken. Tweede Kamerlid Paul van Meenen vindt dat elke school zelf moet kunnen bepalen, los van het schoolbestuur, waaraan het onderwijsgeld wordt besteed. Hij denkt dat op deze manier de kwaliteit van het onderwijs omhoog gaat.

Slob liet in reactie op de aangenomen motie weten dat hij dit onderwerp zal betrekken in een al eerder aangekondigd onderzoek naar de doelmatigheid en toereikendheid van de bekostiging in het primair en voortgezet onderwijs. De minister verwacht dat de resultaten van dit onderzoek in het voorjaar van 2020 beschikbaar komen.

Initiatiefwetsvoorstel

Van Meenen heeft er echter geen vertrouwen in dat het onderzoek dat Slob laat uitvoeren, ertoe zal leiden dat D66 zijn zin krijgt. Het is volgens maar afwachten of de minister uiteindelijk actie zal ondernemen om de financiering van bestuurs- naar schoolniveau te tillen. Daarom komt D66 met een initiatiefwet.

Hij verkeert in de veronderstelling dat schoolbesturen alleen maar aandacht voor zichzelf hebben en niet voor hun scholen en de onderwijskwaliteit. ‘Er wordt een extra manager aangenomen, een extra adviseur. En dan krijgen die eerst betaald, en wat er overblijft gaat naar de scholen. Dat is verkeerd en dat wil ik niet’, aldus Van Meenen.

Veel nadelen

De minister liet vorig jaar in een Kamerbrief weten niets te zien in het idee om het budget voor onderwijs rechtstreeks aan scholen uit te keren. Volgens hem is het een ingrijpende wijziging waar veel nadelen aan kleven.

VOS/ABB reageerde eerder al met het commentaar Te krappe geldstroom verleggen lost niets op op het voorstel van Van Meenen.

Gratis bijeenkomst over strategische personeelsplanning

Het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds Voion organiseert speciaal voor leden van VOS/ABB uit het voortgezet onderwijs een bijeenkomst over strategische personeelsplanning. Deelname aan deze bijeenkomst op 14 maart bij VOS/ABB in Woerden is gratis.

Op de bijeenkomst legt Voion uit hoe u kunt werken met de tools van Strategische personeelsplanning voor scholen voor voortgezet onderwijs. U leert omgaan met het vernieuwde Scenariomodel-VO en de SPP-module. Deze tool stelt scholen in staat om vooruit te kunnen kijken naar leerlinginstroom en bewegingen in het personeelsbestand. Dit kan helpen om gericht beleid op te stellen om de strategische doelen van de school te halen.

De bijeenkomst is bestemd voor HRM’ers en controllers. Neem vooral een schoolleider of schoolbestuurder van uw instelling mee om direct inzichten te kunnen delen!

Wanneer, waar en aanmelden

De bijeenkomst is op donderdag 14 maart van 13.30 tot 16.30 uur bij VOS/ABB in Woerden. De doelgroep: bestuurders, schoolleiders, HRM’ers en controllers. Er is plaats voor slechts 20 deelnemers, dus wacht niet te lang met aanmelden!

Aanmelden kan via welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Bijeenkomst strategisch personeelsbeleid’. Vermeld ook uw naam, uw functie, de organisatie waarvoor u werkt en uw telefoonnummer.

Deelname is gratis.

Geld voor verlagen werkdruk naar voren gehaald

Onderwijsminister Arie Slob stelt 96 miljoen euro voor de aanpak van werkdruk in het primair onderwijs eerder beschikbaar dan gepland.

Vanaf volgend schooljaar is daar niet 237 miljoen euro voor beschikbaar, zoals nu het geval is, maar 333 miljoen euro. Per leerling gaat het dit schooljaar om een bedrag van 155 euro. Vanaf komend schooljaar tot en met 2022-2023 wordt dat 220 euro per leerling. Vanaf het schooljaar 2023-2024 zal er 430 miljoen euro per jaar beschikbaar zijn, wat neerkomt op circa 283 euro per leerling.

Let op: het kabinet komt niet met extra geld, maar stelt een deel van het beschikbare budget eerder beschikbaar. Het wordt dus (deels) naar voren gehaald. Dit betekent wel dat het bedrag van 430 miljoen euro dat aanvankelijk per 2021-2022 beschikbaar zou komen, nu pas beschikbaar zal zijn per 2023-2024.

‘Dit helpt meteen’

Vakbond CNV Onderwijs is er blij mee: ‘Hiermee kan het primair onderwijs op korte termijn de werkdruk verlagen. Dit helpt meteen’, zegt voorzitter Loek Schueler. Zij voegt hieraan toe dat CNV Onderwijs er flink voor heeft gelobbyd en dat dat heeft gewerkt.

De Algemene Onderwijsbond (AOb), die niet meedeed aan de lobby, reageert kritisch. Volgens de organisator van de geplande onderwijsstaking op 15 maart lijkt het erop dat het naar voren halen van het geld bedoeld is om deze staking te dwarsbomen.

Handjeklap

Het lerareninitiatief PO in Actie, dat geen vakbond meer , stelt dat het geld dat nu naar voren wordt gehaald, bij elkaar is geknokt door leerkrachten en nu onderwerp is van handjeklap tussen het ministerie en CNV Onderwijs.

Onderzoek naar richtlijnen jaarverslag groot onderhoud

Een onderzoek door de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) moet leiden tot een verwerkingswijze in 2020 die aansluit bij de richtlijnen voor groot onderhoud, waarbij rekening wordt gehouden met specifieke onderwijsaspecten.

Aanleiding voor het onderzoek is dat veel schoolbesturen die al een voorziening voor groot onderhoud vormden, zich niet strikt hielden aan richtlijnen van de RJ. Dit kan in de toekomst leiden tot problemen bij het goedkeuren van controleverklaringen.

Het effect van strikte naleving van de RJ-methodiek kan echter zijn dat schoolbesturen meer geld voor het eigen vermogen opzij moeten zetten, waardoor er minder geld naar het onderwijs kan.

Het ministerie van OCW meldt nu dat er een onderzoek komt om ‘te komen tot een verwerkingswijze (…) waarbij rekening wordt gehouden met onderwijssector-specifieke aspecten’. De RJ werkt voor het onderzoek samen met de PO-Raad en VO-raad. Ook zal er een aantal schoolbesturen bij worden betrokken.

Lees meer…

‘Leraren moeten meebeslissen over financieel beleid’

GroenLinks wil leraren een beslissende stem geven in het financiële beleid van de school. Zo kan er volgens Tweede Kamerlid Lisa Westerveld voor worden gezorgd dat schoolbesturen minder geld opzijzetten om risico’s af te dekken. Dat is volgens haar goed voor de kwaliteit van het onderwijs.

Zij vindt het raar dat schoolbestuurders enerzijds hun steun betuigen aan leraren die actievoeren voor een hoger loon en minder werkdruk en anderzijds ‘miljoenen wegschuiven richting spaarrekeningen’. Westerveld pleit voor een wettelijke vastgelegde maximering van financiële reserves van schoolbesturen.

Ook vindt ze dat leraren via de medezeggenschap moeten kunnen meebeslissen over financiële keuzes. ‘Niemand heeft meer baat bij een goede besteding van onderwijsgeld dan de leraar’, stelt Westerveld. Zij moeten daarbij wat haar betreft wel professionele ondersteuning krijgen, zodat de schoolbestuurders niet meer het volgens haar onzinnige argument kunnen gebruiken dat leraren geen verstand zouden hebben van financiën.

‘Leraren niet geïnteresseerd in meebeslissen’

Onderwijsjournalist Ronald Buitelaar noemt op Twitter het idee van Westerveld sympathiek, maar volgens hem zijn veel leraren helemaal niet geïnteresseerd in meedenken en -beslissen:

Primair onderwijs begroot voorzichtig vanwege risico’s

Schoolbestuurders en schoolleiders begroten erg voorzichtig. Dat komt doordat ze een sterke focus hebben op risico’s. Dat meldt de PO-Raad in een factcheck over de financiën van het primair onderwijs

De sectororganisatie ziet ‘een cultuur van bedachtzaamheid en voorzichtigheid’. Dit is volgens de PO-Raad onder andere het gevolg van afnemende leerlingenaantallen, de invoering van passend onderwijs en de ondoorzichtigheid van de bekostiging.

‘Als de omgeving van het schoolbestuur onoverzichtelijk en onvoorspelbaar is, worden besturen voorzichtiger in het begroten. Ze weten dan namelijk niet hoe hoog het bedrag is dat ze jaarlijks kunnen besteden’, zo meldt de PO-Raad.

Rijk of arm?

De sectororganisatie meldt ook dat ongeveer 17 procent van de schoolbesturen te veel geld op de plank hebben liggen. Deze besturen kunnen als ‘te rijk’ worden aangemerkt. Daartegenover staat dat 13 procent als ‘te arm’ kan worden beschouwd. De conclusie is dat er schoolbesturen zijn die te grote reserves hebben, maar dat de sector als geheel niet rijk is.

Lees meer…

Spaargeld

In het Radio 1 Journaal van de NOS reageerde bestuurder Leo Breukel van de ‘rijke’ stichting Aves met basisscholen in voornamelijk de Noordoostpolder op de bevindingen van de PO-Raad. Aves heeft 5 miljoen euro in kas, maar volgens Breukel betekent dat niet dat de stichting te veel geld heeft.

‘Een groot deel van dat geld is bijvoorbeeld gereserveerd voor schade aan het schoolgebouw, of afschrijvingen’, aldus Breukel. Hij wees er ook op dat geld wordt gebruikt voor het aannemen van onderwijsassistenten en investeringen in ICT en scholing van docenten.

Lees meer…

Subsidie hoogbegaafden aanvragen tot 31 maart

Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs kunnen tot en met 31 maart subsidie aanvragen voor extra ondersteuning aan (hoog)begaafde leerlingen.

Er is in totaal 56 miljoen euro beschikbaar voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2022. Per samenwerkingsverband is er een maximumsubsidiebedrag vastgesteld op basis van het aantal leerlingen dat op 1 oktober 2017 stond ingeschreven op de aangesloten scholen. Bij de aanvraag moet een activiteitenplan en begroting worden ingediend. De subsidie bedraagt maximaal de helft van de totale kosten.

Om samenwerkingsverbanden op weg te helpen, is een serie inspiratiebijeenkomsten georganiseerd. De laatste twee daarvan zijn nog op 5 maart in Nijkerk en op 11 maart in Venlo.

Meer informatie

AOb wil vrijheid schoolbesturen inperken

De Algemene Onderwijsbond (AOb) vraagt de Tweede Kamer om de beleidsvrijheid van schoolbesturen in te perken door de lumpsumbekostiging aan te passen.

Dat staat in een brief die de AOb aan de leden van de Vaste Commissie voor OCW heeft gestuurd. De vakbond zegt daarin dat de lumpsum ‘onvoldoende functioneert’.

AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen schrijft allereerst dat het totale lumpsumbudget ontoereikend is, iets wat de schoolbesturen ook al lange tijd aangeven. Maar Verheggen wil daarnaast de beleidsvrijheid van schoolbesturen inperken door strengere voorwaarden te verbinden aan de lumpsumfinanciering. Ze pleit voor een bovengrens aan de reserves die schoolbesturen opbouwen en een verplichting aan schoolbesturen om een minimumpercentage van de lumpsum uit te geven aan onderwijspersoneel. Verder zou de lumpsum voor belangrijke onderwerpen  geoormerkt moeten worden en ook wil de bond dat er hogere eisen worden gesteld aan de jaarverslagen.

Minder vrijheid > minder kwaliteit

VOS/ABB tekent hierbij aan dat een dergelijke inperking van de lumpsumsystematiek scholen minder vrijheid geeft om het onderwijsgeld daar te besteden waar dit het meest nodig is. Schoolbesturen kunnen dan niet meer sturen op kwaliteit. Directeur Hans Teegelbeckers lichtte dit eerder toe in de commentaren Waarom terug naar geoormerkte financiering? en  Te krappe geldstroom verleggen lost niets op.

Ook de Onderwijsraad adviseerde afgelopen jaar om de lumpsumbekostiging te handhaven om recht te doen aan de autonomie van scholen. De huidige onderwijsministers Van Engelshoven en Slob hebben in oktober aangegeven vast te willen houden aan de lumpsumbekostiging, ook de schoolleiders in het voortgezet onderwijs willen door met de lumpsum en schoolbestuurders en controllers zijn er eveneens positief over.

Toereikende bekostiging is noodzaak

Over de ontoereikendheid van de bekostiging zijn alle partijen het wel eens: het lumpsumbudget is niet voldoende. Uit onderzoek onder de leden van VOS/ABB bleek vorig jaar dat zij blij zijn met de lumpsumsystematiek, maar dat het budget te laag is. Momenteel gaat er bijvoorbeeld steeds meer geld uit de lumpsum naar de stijgende energierekening, en dat beperkt de mogelijkheden om te sturen op kwaliteit.

 

 

 

‘Laatsteschooltoeslag’ nodig in krimpgebieden

De VO-raad wil een ‘laatsteschooltoeslag’ voor middelbare scholen die de enige en de laatste zijn in een krimpregio. Daarnaast is volgens voorzitter Paul Rosenmöller van de sectororganisatie extra geld nodig om het voortgezet onderwijs in krimpgebieden overeind te houden.

Behalve de  ‘laatstescholentoeslag’ wil de VO-raad ook financiële steun om scholen te helpen nauwe vormen van samenwerking op te zetten om zo een divers onderwijsaanbod in een krimpregio te kunnen behouden. Dat zou al gerealiseerd kunnen door de terugloop in de bekostiging vanwege het dalende leerlingenaantal een paar jaar te vertragen, ofwel het budget te ‘bevriezen’.  ‘Dat geeft scholen extra tijd om vergaande samenwerking en vernieuwing van het regionale aanbod vorm te geven’, zo staat op de website van de VO-raad.

Voor Latijn naar een andere school

In dagblad AD vertelt Rosenmöller dat een aantal scholen in krimpgebieden al is begonnen met samenwerken. Hij geeft het voorbeeld van leerlingen van de ene school die op een andere school Latijn volgen, omdat er op de eigen school te weinig leerlingen voor dat vak zijn. ‘Scholen moeten meer tijd en financiële ruimte krijgen om de krimp te lijf te gaan’.

Ten slotte wil de VO-raad extra financiële steun voor scholen die in de problemen komen door een combinatie van krimp en de wijziging van het bekostigingsmodel, die een herverdeling van geld oplevert. Dit treft vooral kleine brede scholengemeenschappen en dan met name de onderbouw van vmbo-afdelingen.