Netwerkbijeenkomsten financieel management

Onze netwerken ‘Financieel management primair onderwijs’ komen weer bij elkaar. Deze netwerken van VOS/ABB bestaan uit controllers, directieleden en financieel deskundigen. De bijeenkomsten zijn bedoeld om kennis met elkaar te delen en ervaringen uit te wisselen.

De bijeenkomsten worden georganiseerd door adviseur Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB en onze financieel expert Ron van der Raaij. Het gaat onder andere over actuele bekostigingskwesties en beleidswijzigingen.

Deelname is gratis voor VOS/ABB-leden. Niet-leden betalen 100 euro per persoon per bijeenkomst.

De netwerkbijeenkomsten zijn op de volgende data en locaties:

Zit u nog niet in dit VOS/ABB-netwerk, maar hebt u wel belangstelling: u bent van harte welkom! Meld u aan bij adviseur Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB: 06-51914694, rbloemers@vosabb.nl

Online aanmelden

U kunt zich voor de bijeenkomst in uw regio aanmelden door een mailtje te sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Netwerkbijeenkomst financieel management primair onderwijs’ en de bijeenkomst van uw voorkeur. Vermeld ook duidelijk uw naam, de organisatie waarvoor u werkt en uw telefoonnummer.

Input gevraagd voor advies over kwaliteit

De Onderwijsraad vraagt om input voor een advies over financiering van en sturing op kwaliteit.

De centrale vraag is: in hoeverre en hoe dient de overheid via (voorwaarden aan) de bekostiging, de kwaliteit van het onderwijs te sturen? Het advies zal onder andere over het primair en voortgezet onderwijs gaan.

U kunt uw reactie tot 1 juli sturen naar bekostiging@onderwijsraad.nl.

Lees meer…

Drie bijeenkomsten over onderwijshuisvesting

Wij organiseren in samenwerking met onze partner HEVO in mei en juni in totaal drie ledenbijeenkomsten over onderwijshuisvesting.

Wat komt er op deze bijeenkomsten aan bod?

    • Laatste ontwikkelingen ‘renovatie in wetgeving’.
    • Komt er een investeringsimpuls onderwijshuisvesting?
    • Exploitatievergoedingen primair onderwijs 35% te laag.
    • Openschoolconcept vraagt andere gebouwen.
    • Eigen bijdrage schoolbesturen bij nieuwbouw of renovatie?
    • Nieuwbouwkostenconfigurator primair en voortgezet onderwijs 2017.
    • Renovatiekostenconfigurator primair en voortgezet onderwijs 2017.
    • Drukte in de bouwsector en de financiële gevolgen daarvan.
    • Nieuwe modellen doordecentralisatie voortgezet onderwijs.
    • Ontwikkeling regelgeving exploitatie voortgezet onderwijs.
    • Circulair bouwen in het onderwijs.
    • BENG (Bijna EnergieNeutrale Gebouwen) met ingang van 2020.

Natuurlijk is er ook gelegenheid om vragen te stellen.

Wanneer en waar?

De ochtenden van 9 tot 12 uur zijn bedoeld voor deelnemers uit het primair onderwijs, de middagen van 13.30 tot 16.30 uur voor geïnteresseerden uit het voortgezet onderwijs.

De bijeenkomsten worden begeleid door senior adviseur Hans Heijltjes en zijn collega Gerhard Jacobs van Hevo. Op 17 en 24 mei is namens VOS/ABB Ronald Bloemers aanwezig, op 6 juni vertegenwoordigt Ron van der Raaij onze vereniging.

Aanmelden

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u zich aanmelden. Dat kunt u doen via welkom@vosabb.nl onder vermelding van uw naam en de organisatie waarvoor u werkt.

Zet in uw mail ‘Bijeenkomst huisvesting’ en de datum van uw keuze. Vermeld ook of u ’s ochtends wilt komen (primair onderwijs) of ’s middags (voortgezet onderwijs).

Let op: deze bijeenkomst is exclusief voor onze leden. Niet-leden kunnen er niet aan deelnemen.

Manifest PO In Actie aangeboden aan Tweede Kamer

Het manifest van de protestbeweging PO In Actie voor meer salaris en minder werkdruk in het primair onderwijs is dinsdag aangeboden aan de Tweede Kamer.

In het manifest staat onder andere dat de salarissen in het primair onderwijs op het niveau van die in het voortgezet onderwijs moeten komen te liggen. Ook moet de werkdruk omlaag, omdat er in het primair onderwijs veel burn-outs zijn. Als het volgende kabinet niet ingaat op de eisen van PO In Actie, volgt er mogelijk een staking in het primair onderwijs.

Het manifest van PO in Actie is ondertekend door de Algemene Onderwijsbond (AOb), CNV Onderwijs, de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS), de Federatie van Onderwijsvakorganisatie (FvOv) en de werkgeversorganisatie PO-Raad.

Wwz: vervangingsproblematiek vereist meer actie

Op korte termijn zijn extra investeringen en inspanningen nodig van de centrale overheid, de sociale partners en de pabo’s om het tekort aan vervangers in het primair onderwijs tegen te gaan. Deze aanbeveling staat in het rapport Vervanging geregeld dat over de gevolgen van de Wet werk en zekerheid (Wwz) gaat.

Het rapport is gebaseerd op de resultaten van een quickscan die is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van OCW. Aanleiding waren de klachten uit met name het bijzonder onderwijs dat het door de Wwz erg lastig is geworden vervanging te regelen.

In het rapport staat dat door de Wwz ‘de positie van de vervanger is veranderd, er meer structurele banen voor vervangingswerk zijn gekomen, er ander werkgeverschap vereist is, het tekort aan vervangers significanter is geworden, de administratieve last is toegenomen, de werkdruk op scholen is gestegen en de afspraken in de CAO PO voor velerlei uitleg vatbaar is’.

Er blijkt verder uit de quickscan dat het van belang is de afspraken omtrent de Wwz in te laten spelen op de regionale arbeidsmarkt. ‘In regio’s met een groot tekort aan vervangers is al sprake van een versterkte positie van het personeel, waardoor de Wwz in zijn huidige vorm een beperking is’, zo staat in het rapport.

Aanbevelingen

De opstellers van het rapport komen met drie aanbevelingen:

  1. Het opleiden en anderszins binnenhalen van kwalitatief goede vervangers en afgestudeerden van de pabo dient de hoogste prioriteit te krijgen. Op korte termijn zijn extra investeringen en inspanningen nodig van de centrale overheid, de sociale partners en de opleidingen.
  2. Bij de afspraken van de ketenbepaling moet rekening worden gehouden met de regionale arbeidsmarkt. Onderzocht moet worden of het mogelijk is cao-afspraken te maken over differentiatie per regio.
  3. De sociale partners moeten een eenduidige en niet voor meerdere uitleg vatbare regeling ontwerpen die zich richt op tijdelijke vacatures.

Wwz niet voor openbaar onderwijs

Het Burgerlijk Wetboek geldt alleen voor werknemers in het bijzonder onderwijs. De Wwz is om die reden (nog) niet van toepassing in het openbaar onderwijs, waarvoor (nog) de Ambtenarenwet geldt. Dat gaat veranderen vanwege de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.

Er zijn op dit moment al uitzonderingen: de Wwz geldt wél voor het openbaar onderwijs als een openbare school onder een samenwerkingsbestuur valt met bijzonder onderwijs. Openbare schoolbesturen kunnen er ook zelf voor kiezen om de Wwz toe te passen.

In de CAO PO 2016-2017 staat dat het bijzonder onderwijs verplicht is een vervangingsbeleid op te stellen met instemming van de personeelsgeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (PGMR). Voor het openbaar onderwijs geldt die verplichting niet, maar bestaat de mogelijkheid een keuze te maken.

Lees meer…

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Groeiregeling: nieuwe ‘kijkdozen’ in Toolbox

In onze online Toolbox zijn de ‘kijkdozen’ voor samenwerkingsverbanden en het (voortgezet) speciaal onderwijs geactualiseerd.

Deze instrumenten zijn een hulpmiddel om een goed beeld te krijgen van de bekostiging van de groei op basis van de peildatum 1 februari 2017.

U kunt de ‘kijkdozen’ met toelichtingen downloaden uit de volgende mappen:

Samenwerkingsverbanden

(Voortgezet) speciaal onderwijs

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

‘Geen bezuiniging op onderwijsachterstandenbeleid’

Demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW spreekt tegen als zou hij 65 miljoen euro bezuinigen op het onderwijsachterstandenbeleid.

GroenLinks-Kamerlid Rik Grashoff wilde naar aanleiding van een brandbrief van de gemeenten weten of Dekker voornemens is ‘de bezuiniging van 65 miljoen euro op het onderwijsachterstandenbeleid terug te draaien’.

De staatssecretaris zegt dat er geen sprake is van een bezuiniging, maar van een ‘ramingsbijstelling ten gevolge van de algemene leerlingendaling in het primair onderwijs en vanwege het feit dat het opleidingsniveau van ouders stijgt’.

Hij wijst er ook op dat bij de vaststelling van de onderwijsbegroting voor 2016 de Tweede Kamer heeft ingestemd met de ramingsbijstelling.

Lees meer…

‘Verkleinen van klassen weinig effectief’

Het substantieel verkleinen van de klassen kan tot betere leerprestaties leiden, maar het is effectiever en efficiënter om andere maatregelen te nemen. Dat schrijft demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW in reactie op vragen uit de Tweede Kamer.

Dekker wijst er in zijn reactie op dat het pas effect heeft op de kwaliteit van het onderwijs als de klassen met zeven leerlingen worden verkleind. Dat is volgens hem te duur. Bovendien zijn er dan meer leerkrachten nodig en die zijn niet te vinden.

Het is volgens hem beter om maatregelen te nemen die bijvoorbeeld betrekking hebben op de heterogeniteit van groepen of de hoeveelheid zorgleerlingen in de klas. Ook kan het volgens hem goed zijn om te kijken naar de gehanteerde onderwijsmethodiek, zoals klassikaal versus geïndividualiseerd onderwijs.

Hij noemt tevens het (didactisch) repertoire van de docent, bijvoorbeeld ten aanzien van klassenmanagement, en de eventuele inzet van klassenassistenten.

Lees meer…

Verlaging opheffingsnormen kost miljoenen

De overheid zal tientallen miljoenen euro’s extra moeten betalen als de gemeentelijke opheffingsnormen in het primair onderwijs worden verlaagd. Dat heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW laten doorrekenen. 

Dekker geeft met de doorrekening gehoor aan een aangenomen motie van Tweede Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie. De staatssecretaris heeft twee scenario’s laten doorrekenen:

  1. Verlaging van de opheffingsnormen naar maximaal 175, 150 of 100 leerlingen. De ondergrens blijft 23 leerlingen. De uitzonderingsbepalingen blijven van toepassing.
  2. De opheffingsnormen worden verlaagd volgens de drie bovenstaande varianten. Daarnaast verdwijnen de belangrijkste uitzonderingsbepalingen: gemiddelde schoolgrootte en laatste school van een richting/laatste openbare school.

Uitvoering van het eerste scenario leidt volgens Dekker tot hogere overheidsuitgaven. Uitgaand van een verlaging van de bovengrens van de opheffingsnorm tot 100 leerlingen en het jaar 2021, gaat het naar schatting om 97 scholen en nevenvestigingen die openblijven. De totale kosten voor de overheid die daarmee gemoeid zouden zijn, bedragen naar verwachting 26 miljoen euro in 2021.

In het tweede scenario zullen minder scholen en nevenvestigingen openblijven dan in het eerste scenario, ook als de bovengrens van de opheffingsnorm verlaagd wordt naar 100 leerlingen. Dit scenario kan echter ook leiden tot meer stichtingen van scholen. Het is derhalve moeilijk aan te geven welke extra kosten dit scenario met zich meebrengt.

Dekker voegt eraan toe dat het openblijven van meer kleine scholen er waarschijnlijk toe zal leiden dat meer gebouwen in gebruik blijven waarin sprake zal zijn van gedeeltelijke leegstand. De kosten die daaraan verbonden zijn, komen voor rekening van de betreffende gemeenten.

Samenwerking

Dekker benadrukt dat hij een verlaging van de gemeentelijke opheffingnormen onverstandig vindt. Hij ziet meer in samenwerking tussen scholen.

‘Bij een verlaging van de opheffingsnorm voorzie ik een averechts effect dat ertoe kan leiden dat scholen juist minder gaan samenwerken. De huidige systematiek van de opheffingsnormen biedt al veel ruimte voor maatwerk. Het moedigt schoolbesturen aan om samen te werken aan een toekomstbestendig en robuust onderwijsaanbod in de regio’, aldus de staatssecretaris.

Lees meer…

 

Aanvullend advies: hoe verder nu Vizyr failliet is?

Stichting Vizyr is op 7 maart jongstleden failliet verklaard. De Helpdesk van VOS/ABB geeft op basis van informatie van onze partner Brackmann Aanbestedingsspecialist advies over wat klanten van het failliete Vizyr nu het beste kunnen doen.

Het faillissement is op verzoek van bewindvoerder en de raad van bestuur uitgesproken, zo staat in een persbericht van Vizyr. Daarin staat ook dat activiteiten van het administratiekantoor gedurende de maand maart konden worden voortgezet.

De mogelijkheid van een doorstart wordt onderzocht. ‘Insteek daarbij zal zijn om zoveel mogelijk werkgelegenheid te behouden en de klanten ook op termijn continuïteit van de dienstverlening te kunnen bieden’, aldus de bewindvoerder.

Bij Vizyr met vestigingen in Heerlen, Rotterdam en Alkmaar (Kinobi) werkten ongeveer 100 mensen, die de financiële, personele en salarisadministratie van circa 400 scholen met in totaal ongeveer 8000 medewerkers verzorgden.

Het faillissement volgde op het vertrek per 1 januari 2017 van Stichting BOOR voor openbaar primair en voortgezet onderwijs in Rotterdam als klant van Vizyr. BOOR was goed voor 45 procent van de omzet.

Hoe verder na faillissement Vizyr?

De Helpdesk van VOS/ABB schetst mede op basis van informatie van onze partner Brackmann Aanbestedingsspecialist de situatie nu Vizyr failliet is en geeft aan wat scholen in verband hiermee wel of juist niet kunnen doen:

  • Indien een opdrachtnemer, in dit geval Vizyr, failliet gaat, eindigt daarmee de overeenkomst. Het faillissement van een rechtspersoon is in die zin te vergelijken met het overlijden van een persoon.
  • Indien de failliete rechtspersoon, in dit geval Vizyr, een doorstart maakt, is er sprake van een nieuwe rechtspersoon. Deze nieuwe rechtspersoon heeft indertijd niet meegedaan aan de aanbestedingsprocedure, heeft zich niet gekwalificeerd, heeft geen inschrijving ingediend en de opdracht is niet aan hem gegund. De nieuwe rechtspersoon bekleedt in principe dezelfde positie als iedere willekeurige andere onderneming die de opdracht niet gegund heeft gekregen. De opdrachtgever mag met de doorstarter géén overeenkomst sluiten zonder aanbestedingsprocedure, noch met een andere willekeurige onderneming.
    De school moet dus een aanbestedingsprocedure gaan voeren om een nieuwe opdrachtnemer te contracteren (of besluiten deze werkzaamheden niet bij een derde onder te brengen en het zelf te gaan doen).
    Let op: er bestaan twee uitzonderingen op deze hoofdregel, namelijk als er in de opdrachtovereenkomst met Vizyr een clausule is opgenomen waarin de mogelijkheid van contractovername staat vermeld en als sprake is van rechtsopvolging ten gevolge van een interne reorganisatie van de opdrachtnemer. In dat geval dient de nieuwe opdrachtnemer te voldoen aan de eerder vastgestelde criteria voor kwalitatieve selectie en dient de overeenkomst niet gewijzigd te zijn. In die gevallen is er géén sprake van een nieuw aanbestedingstraject.Voor de eerste uitzondering dient vastgesteld te worden of de overeenkomst een dergelijke clausule bevat. In een overeenkomst die wij beoordeeld hebben, was inderdaad een dergelijke clausule opgenomen. In de overeenkomst met de nieuwe opdrachtnemer heeft de curator echter nadrukkelijk opgenomen dat er geen sprake is van contractsoverdracht en dat de rechten en verplichtingen nadrukkelijk niet zijn overgegaan. Daardoor is het sluiten van die overeenkomst aanbestedingsrechtelijk niet correct.De tweede uitzondering is niet aan de orde, omdat er in dit geval geen sprake is van een faillissement in het kader van een interne herstructurering.
  • De school loopt twee belangrijke risico’s als een overeenkomst wordt gesloten zonder aanbestedingsprocedure en zonder dat een beroep kan worden gedaan op een uitzondering. Het eerste risico is dat de accountant bij de controle van de jaarcijfers geen goedkeuring geeft. Het tweede risico is dat een marktpartij bezwaar maakt tegen de contractering. Dat bezwaar kan meebrengen dat de overeenkomst vernietigd wordt en dat de school de opdracht alsnog moet aanbesteden. De opdrachtnemer zal die vernietiging niet zonder meer accepteren en dat vertaalt zich meestal in een afkoopsom. De vernietiging van een overeenkomst kan gedurende een periode van zes maanden na het aangaan van de overeenkomst ingeroepen worden.
  • Omdat gedurende de termijn dat de aanbestedingsprocedure voorbereid en gevoerd wordt de betreffende taken wel uitgevoerd moeten worden, kan de school voor die beperkte periode een noodoplossing zoeken en een onderneming contracteren. Indien de waarde van die beperkte opdracht boven de Europese of de nationale drempel ligt, kan worden bekeken of een beroep gedaan kan worden op ‘dwingende spoed’.
    Ligt de begrote waarde onder die drempel maar wel boven de drempel om meervoudig onderhands aan te moeten besteden, dan wordt geadviseerd om te beoordelen of het eigen beleid de mogelijkheid van ‘dwingende spoed’ biedt. Zo niet, dan zal de school een besluit moeten nemen om in afwijking van het eigen beleid (en de Gids Proportionaliteit)  enkelvoudig onderhands een overeenkomst te sluiten, met een beroep op de ontstane situatie.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

 

 

Krimp zet nu ook door in voortgezet onderwijs

De krimp van het aantal leerlingen in het basisonderwijs zet de komende jaren door in het voortgezet onderwijs. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft de trend in beeld gebracht.

In de schooljaren 2010-2011 tot en met 2015-2016 nam het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs met gemiddeld 10.000 per jaar toe. In 2016-2017 vlakte deze groei af: het aantal leerlingen nam met nog geen 200 tot bijna 996.000.

Krimp van 1,5% per jaar

De basisscholen krompen van 2010-2011 tot en met 2016-2017 met gemiddeld ruim 17.000 leerlingen per jaar. Deze daling zet de komende jaren naar verwachting door in het voortgezet onderwijs. Het CBS verwacht in de meest recente bevolkingsprognose dat het aantal 12- tot 18-jarigen in het schooljaar 2016-2017 begint te dalen met 0,1 procent en dat dit afloopt tot een jaarlijkse krimp van 1,5 procent in 2018-2019.

De afname is het gevolg van het feit dat sinds het jaar 2000 het aantal geboortes in Nederland geleidelijk afneemt. Dat komt doordat het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd daalt. Het aantal kinderen per vrouw bleef stabiel.

Lees meer…

Bonus van 10.000 euro voor wiskundeleraar ‘ongekend’

De Nederlandse Vereniging van Wiskundedocenten (NVvW) is verbaasd over de bonus van 10.000 euro die vermeld staat in personeelsadvertenties van een school in Katwijk. De bonussen zijn bedoeld om een eerstegraads wiskundedocent en een ICT-leraar aan te trekken. Aan deze leraren is een groot tekort.

In de Telegraaf noemt voorzitter Swier Garst van de NVvW de bonussen die het christelijke Andreas College in Katwijk biedt ongekend. ‘Mijn mond valt open’, zo citeert de krant hem. ‘Het toont aan hoe groot het probleem is. Elkaar overtroeven met geld helpt echter niks: het tekort aan deze vakleerkrachten blijft’, aldus Garst.

Wiskundedocent Karin den Heijer van het openbare Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam zegt in de Telegraaf dat ‘het inpikken van leraren wiskunde is begonnen’. Ze zegt zelf geregeld te worden benaderd door headhunters.

Directeur Johan Stevens van het Andreas College zegt in de krant dat de bonussen van 10.000 euro zijn bedoeld als een ‘aanvullend prikkel’. Hij ziet het als ‘een soort arbeidsmarkttoeslag’.

In basisonderwijs verdien je meer dan bij Albert Heijn

Wiskundedocent en lid van de Onderwijsraad René Kneyber zei onlangs in Trouw dat leraren in het basisonderwijs minder verdienen dan vakkenvullers in de Albert Heijn. Dat is niet waar, meldt NRC op basis van een check.

In Trouw schreef Kneyber een column over de salarissen in het basisonderwijs en het grote personeelstekort in die sector. Hij sloot zijn stuk af met het advies aan leraren in het basisonderwijs om ontslag te nemen en bij de Albert Heijn te gaan werken, omdat de salarissen daar hoger zouden zijn:

Beste collega’s in het primair onderwijs, als het loonaanbod van een nieuw kabinet jullie niet bevalt, neem dan gewoon ontslag. Bij de Albert Heijn verdien je meer. 

Dat laatste is niet waar, meldt NRC. Een beginnende vakkenvuller van 22 of 23 jaar verdient bij Albert Heijn bruto 1860 euro, terwijl een leerkracht van een basisschool in zijn eerste jaar bruto 2440 euro per maand verdient.

‘We beoordelen de stelling van Kneyber dan ook als onwaar’, aldus NRC.

Lees meer…

‘Religie en levensbeschouwing’ als zelfstandig vak

Het voortgezet onderwijs zou een zelfstandig vak ‘Religie en levensbeschouwing’ kunnen krijgen met een eigen centraal schriftelijk examen, maar het zou ook in andere vakken geïntegreerd kunnen worden. Dat stelt onder anderen beleidsmedewerker Marleen Lammers van VOS/ABB in een artikel in het godsdienstpedagogisch vaktijdschrift Narthex over een breed kerncurriculum.

Lammers heeft het artikel geschreven samen met religiewetenschapper Markus Altena Davidsen van de Universiteit Leiden, de eveneens Leidse vakdidacticus godsdienst/levensbeschouwing Jeannette den Ouden en adviseur Taco Visser van de christelijke profielorganisatie Verus. Het artikel is onder meer gebaseerd op input van docenten godsdienst/levensbeschouwing.

Domeinen ‘Religie en levensbeschouwing’

De vier auteurs beschrijven in het artikel drie domeinen van een kerncurriculum ‘Religie en levensbeschouwing’ voor het gehele voortgezet onderwijs:

  1. Eigenheid en diversiteit: Leerlingen kennen een aantal wereldreligies en zijn zich bewust van de diversiteit die hierbinnen bestaat.
  2. Cultuur en geschiedenis: leerlingen kennen de rol en betekenis van het christendom en van andere tradities voor de westerse en Nederland cultuurgeschiedenis.
  3. Samenleving en burgerschap: leerlingen hebben kennis, bewustzijn en vaardigheden om te kunnen participeren en bijdragen aan de sociale cohesie en veerkracht van de maatschappij.

Waarom zelfstandig vak?

Het vak ‘Religie en levensbeschouwing’ kan worden geïntegreerd in andere vakken, maar de auteurs spreken hun voorkeur uit voor een zelfstandig vak met een eigen centraal schriftelijk examen. Dat wordt in het artikel ondersteund met het argument dat de overheid dan deugdelijkheidseisen kan stellen aan de kwaliteit en de inhoud van het vak.

Bovendien zou de zelfstandige status ervoor kunnen zorgen dat het vak gegarandeerd is in de lessentabel. Het derde argument is dat er gekwalificeerde en bevoegde vakdocenten aangesteld kunnen worden die voldoende zijn toegerust om het vak te doceren.

Download artikel Religie en levensbeschouwing: rationale voor een kerncurriculum vo.

Informatie: Marleen Lammers, 06-10946652, mlammers@vosabb.nl

 

Overzichten financiële arbeidsvoorwaarden

Het ministerie van OCW heeft actuele overzichten gepubliceerd van de financiële arbeidsvoorwaarden in het primair respectievelijk voortgezet onderwijs.

U kunt de overzichten downloaden:

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Sectordag docenten g/hvo op 19 mei in Amersfoort

Op 19 mei is in Amersfoort de sectordag voor docenten godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) in de openbare basisscholen. De dag wordt georganiseerd door het Dienstencentrum GVO en HVO.

De dag staat mede in het teken van het feit dat het wettelijk vastgelegde g/hvo binnenkort structurele bekostiging krijgt van het Rijk. VOS/ABB heeft zich hier altijd sterk voor gemaakt. Structurele bekostiging biedt de leerlingen die deze vorm van onderwijs volgen en ook hun ouders en de betrokken docenten namelijk meer zekerheid dan een subsidie.

Programma

De sectordag zal ’s ochtends worden geopend door voorzitter Jurn de Vries van het Dienstencentrum GVO en HVO. Daarna zullen voormalig Tweede Kamerlid Loes Ypma (PvdA) en Nico Stuij van de lobbycommissie van het Dienstencentrum GVO en HVO spreken. Zij hebben zich samen met VOS/ABB sterk gemaakt voor de structurele bekostiging. Het ochtendprogramma krijgt verder een verrassende en feestelijke inhoud. Na de lunch volgen verschillende workshops.

Aanmelden

De sectordag voor docenten g/hvo is op vrijdag 19 mei in Leerhotel Het Klooster in Amersfoort. U kunt zich online aanmelden.

‘Verevening passend onderwijs vergroot problemen’

Doordat de instroomleeftijd van leerlingen in het speciaal onderwijs hoger wordt, kunnen de problemen in de klas complexer worden. Dat stelt de PO-Raad in reactie op een item van de actualiteitenrubriek Nieuwsuur over passend onderwijs.

Het item van Nieuwsuur gaat over de gevolgen van de verevening: sommige regio’s hebben met de invoering van passend onderwijs extra geld gekregen, andere regio’s hebben geld moeten inleveren.

Tilburg is een regio die geld heeft moeten inleveren. Daar zijn volgens Nieuwsuur problemen ontstaan doordat het reguliere onderwijs leerlingen te laat doorverwijst naar het speciaal onderwijs. De PO-Raad zegt dit te herkennen.

Het ministerie van OCW laat in reactie op het item van Nieuwsuur weten nog steeds achter de verevening te staan. ‘Scholen die voorheen veel kinderen naar het speciaal onderwijs verwezen, zullen wat vaker kinderen naar het reguliere onderwijs laten gaan. Dat is ook de precies de bedoeling’, aldus een woordvoerder van OCW.

Lees meer…

Geen woorden maar daden: vakbond eist meer LB-functies

Vakbond CNV Onderwijs eist van schoolbesturen die het manifest van de initiatiefgroep PO In Actie steunen, dat ze minimaal 40% van de leerkrachten inschalen in LB.

PO In Actie dringt erop aan de salarissen in het primair onderwijs gelijk te trekken met die in het voortgezet onderwijs. De PO-Raad en ook individuele schoolbesturen spreken hiervoor hun steun uit, maar dat alleen is volgens CNV Onderwijs niet genoeg.

‘In de huidige cao staat dat minimaal 40% van de lesgevende functies in het basisonderwijs een LB-functie moet zijn. Landelijk blijkt dat nog maar 24% te zijn. CNV Onderwijs zal daarom nagaan of schoolbesturen die zich nu solidair verklaren met het manifest dat ook in daden hebben omgezet’, aldus de christelijke vakbond.

Lees meer…

Maatschappelijke stage: Dekker houdt de boot af

Demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW vindt het van groot belang dat scholen voor voortgezet onderwijs aandacht hebben voor burgerschap, maar hij zet zich er niet voor in om de maatschappelijke stage in ere te herstellen. Dat blijkt uit een brief die hij naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

‘Ik zie geen aanleiding voor een bredere inventarisatie van de factoren die van belang zijn bij het al of niet aanbieden van een maatschappelijke stage’, aldus Dekker in zijn brief aan de Senaat. Die had gevraagd om uitleg over de huidige stand van zaken rond de maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs.

Dekker schrijft ook dat scholen hun eigen keuzes maken, passend bij hun specifieke situatie. ‘De maatschappelijke stage is een van de manieren waarop scholen invulling kunnen geven aan hun burgerschapsopdracht. Ik vind het van groot belang dat scholen hun burgerschapsonderwijs op een bewuste wijze vormgeven en daartoe een samenhangende en schoolbrede aanpak ontwikkelen.’

De financiering van de maatschappelijke stage werd in 2014 stopgezet, nadat de Eertste Kamer daar met steun van regeringspartijen VVD en PvdA mee had ingestemd. Met de beëindiging van de financiering verloor de maatschappelijke stage zijn verplichtende karakter.

In het volgende nummer van ons magazine Naar School!, dat op 18 april verschijnt, komt een artikel over burgerschapsvorming en de maatschappelijke stage.

‘Geef jonge kinderen recht op vier dagdelen opvang’

Alle kinderen tot vier jaar moeten het recht krijgen op vier dagdelen opvang per week.

Dit staat in een voorstel van onder andere de PO-Raad, kinderopvangorganisaties en gemeenten aan het nog te vormen kabinet. Het voorstel is aangeboden aan voorzitter Mariëtte Hamer van de Sociaal-Economische Raad (SER).

De organisaties spreken in hun voorstel van een ‘ontwikkelrecht’ van 16 uur per week. Dat moet voorkomen dat kleuters met een achterstand aan de basisschool beginnen.

Lees meer…

Petitie tegen overvolle klassen 45.000 keer ondertekend

De petitie van de vakbond Leraren In Actie tegen overvolle klassen in het primair en voortgezet onderwijs is 45.000 keer ondertekend.

De petitie is maandagmiddag aangeboden aan de Tweede Kamer. Dat gebeurde in een glazen klaslokaal dat hiervoor speciaal was neergezet op Het Plein bij de Tweede Kamer.

Leerlingen uit Den Haag kregen in dit speciale lokaal les van Amerika-deskundige Willem Post en de Kamerleden Peter Kwint (SP) en Paul van Meenen (D66).

Lees meer…

Eigenrisicodrager worden? Begin op tijd!

De deadline om per 1 januari 2018 eigenrisicodrager te worden voor de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en/of de Ziektewet (ZW) ligt op 30 september. Dat lijkt ver weg, maar dat is het niet: de GMR heeft adviesrecht en bovendien is er sprake van een (tijdrovend) aanbestedingstraject. En vergeet niet dat er in de tussenliggende vakanties weinig kan worden geregeld!

Zaterdag 30 september is de laatste dag om wijzigingen door te geven die per 1 januari 2018 van kracht moeten worden. De aanvraag moet namelijk 13 weken van tevoren bij de Belastingdienst binnen zijn. Deze termijn geldt ook als u als eigenrisicodrager wilt terugkeren naar de publieke verzekering van het UWV.

Twee momenten

Er zijn twee momenten per jaar om te kiezen voor eigenrisicodragerschap (of terug te keren naar het UWV): 1 januari en 1 juli. Voor de overstap op 1 juli 2017 lag de deadline om dat te melden op 31 maart jongstleden.

Wilt u meer informatie? U kunt u contact opnemen met Henri Damen van onze verzekeringspartner Aon:

Henri Damen, 06-13817417, henri.damen@aon.nl

U kunt ook contact opnemen met onze Helpdesk: 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Eén op acht schoolgebouwen staat leeg

In Nederland staan 1770 ongebruikte gebouwen met de bestemming ‘onderwijs’. Dat is bijna één op de acht schoolgebouwen, meldt RTL Nieuws.

In totaal stonden er op 1 januari van dit jaar in Nederland 281.850 gebouwen leeg (met een totale oppervlakte van ruim 10.000 voetbalvelden). Dit komt overeen met ongeveer één op de 33 gebouwen. De leegstand in het onderwijs is met bijna één op acht dus relatief hoog.

Lees meer…

Lerarenbeurs aanvragen tot 30 juni

De Subsidieregeling Lerarenbeurs stelt bevoegde leraren in staat een geaccrediteerde bachelor- of masteropleiding te volgen om daarmee hun kwalificatieniveau te verhogen.

De leraar ontvangt subsidie voor studie- en eventuele reiskosten. De werkgever kan subsidie krijgen om de leraar studieverlof te verlenen en een vervanger aan te stellen.

Aanvragen kunnen worden ingediend tot 30 juni. Let op: de aanvragen worden afgehandeld op basis van binnenkomst.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Ouders willen niet meebetalen aan schoolactiviteiten

Kinderen moeten kunnen deelnemen aan alle schoolactiviteiten zonder een financiële bijdrage van ouders. Dat vindt 80 procent van de werkende ouders die de stemwijzer StemWijsOuders hebben ingevuld.

Andere uitkomsten:

  • 73 procent vindt het een goed idee dat kinderen van 2 tot 4 jaar recht krijgen op vier dagdelen kinderopvang of peuterspeelzaal.
  • 62 procent is het ermee eens dat het oprichten van een school op religieuze grondslag moeilijker wordt.
  • 64 procent is het er niet mee eens dat scholen zelf mogen bepalen hoe groot de klassen zijn.
  • 57 procent is het er niet mee eens dat de rekentoets in het voortgezet onderwijs wordt afgeschaft.

Lees meer…