OCW verliest zaken over terugbetalen fusiecompensatie

De Groningse scholengroep OPRON voor openbaar primair onderwijs hoeft eerder toegekende fusiecompensatie niet terug te betalen. Dat geldt ook voor de christelijke onderwijsstichting De Greiden in Friesland. Dat heeft de rechtbank Noord-Nederland beslist.

Het ministerie eiste bijna 6,5 ton terug van OPRON en ruim 3 ton van De Greiden. Deze bedragen waren toegekend als compensatie voor fusies van basisscholen.

Bij die fusies ging uiteindelijk geen enkele leerling over van de scholen die dichtgingen naar de betreffende fusiescholen. Volgens het ministerie was er daardoor geen sprake van samenvoegingen van scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs (Wpo). Daarom eiste OCW de fusiecompensatie terug.

Nergens in de wet

OPRON en De Greiden verzetten zich daartegen. Zij stelden dat op het moment van de samenvoegingen nergens in de wet stond vermeld dat er bij een fusie leerlingen van de ene naar de andere school moesten overgaan.

De rechtbank Noord-Nederland stelt de schoolbesturen in het gelijk. Op het moment van de fusies konden zij niet weten, zo stelt de rechter, dat OCW hieraan de voorwaarde verbond dat er leerlingen moesten overgaan naar de fusiescholen.

Zie in de rechterkolom ook eerder verschenen berichten over rechtszaken over het terugbetalen van fusiecompensatie.

Mogelijk meer subsidie voor zij-instromers

De onderwijsministers Arie Slob en Ingrid van Engelshoven onderzoeken of er meer subsidie kan komen voor zij-instromers. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

Het aantal subsidieaanvragen voor zij-instromers neemt fors toe. Vorig jaar is voor bijna 1000 zij-instromers subsidie verstrekt. Dit jaar lag het aantal aanvragen tot de zomervakantie al boven de 1100. ‘Dat is goed nieuws. Maar het betekent wel dat het huidige budget niet toereikend is’, aldus de ministers.

Daarom onderzoeken zij of er binnen de onderwijsbegroting geld kan worden gevonden om meer subsidie beschikbaar te stellen voor mensen van buiten het onderwijs die voor de klas willen gaan staan. De ministers willen dit jaar alle aanvragen toekennen, mits die natuurlijk aan de voorwaarden voldoen.

Lees meer…

Onderzoeksrapport lumpsum komt in maart 2020

In maart 2020 krijgt de Tweede Kamer een onderzoeksrapport over de doelmatigheid en toereikendheid van de lumpsumbekostiging. Dat staat in een brief van de onderwijsminister Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

Tijdens de behandeling van de OCW-begroting 2019 werd aangekondigd dat er een onderzoek zou komen naar de lumpsumbekostiging. Van Engelshoven en Slob melden nu dat ‘een strategisch adviesbureau’ opdracht heeft gekregen dit onderzoek uit te voeren. Welk bureau dat is, staat niet in hun brief vermeld.

Het onderzoek moet volgens de minister ‘meerwaarde hebben in de politieke en maatschappelijke discussie over de doelmatigheid en de toereikendheid van de bekostiging’. Het moet ook ‘praktische aanknopingspunten opleveren om de dialoog over doelmatigheid en toereikendheid verder te brengen’.

Verschillende ambitieniveaus

Het onderzoek bevat volgens hen ‘een uitgebreid casusonderzoek op schoolniveau, een internationaal vergelijkend onderzoek en een historische analyse van de ontwikkeling van de bekostiging aan en uitgaven van het onderwijs’. Daarnaast moet het onderzoek duidelijk maken of de lumpsum doelmatig en toereikend is ‘bij verschillende ambitieniveaus’.

Een klankbordgroep waarin onderwijs- en financiële experts deelnemen met een achtergrond in de wetenschap en de onderwijspraktijk zal het onderzoek begeleiden. Deze klankbordgroep zal in 2019 vijf keer bijeenkomen. ‘Daarnaast wordt het onderwijsveld gedurende het onderzoek bevraagd en betrokken door middel van rondetafelgesprekken en verdiepende interviews’, zo staat in de brief.

Het onderzoeksrapport gaat in maart 2020 naar de Tweede Kamer.

Lees meer…

Tientallen miljoenen voor scholen met krimp

Voor het voortgezet onderwijs is de komende vijf jaar maximaal 48 miljoen euro per jaar beschikbaar voor regionale samenwerking op het gebied van krimp. Dat schrijft onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Slob: ‘Door deze investering helpen we scholen om toekomstbestendig te worden. Hoe dat kan, verschilt per regio. In sommige regio’s kan dat door betere samenwerking, maar in andere regio’s zullen scholen moeten fuseren of kunnen er vestigingen verdwijnen. En soms moet een vestiging juist openblijven, omdat anders leerlingen te ver moeten fietsen.’

In 2020 wordt 10 miljoen euro vrijgemaakt en het jaar daarna 15 miljoen euro. Het kan oplopen tot 48 miljoen euro per jaar.

Scholen kunnen een aanvraag indienen. Voorwaarde is dat ze bij de aanpak van de gevolgen van krimp samenwerken met hun gemeente(n), basisscholen en het vervolgonderwijs in hun regio.

Lees meer…

Slob raadt leraren af via uitzendbureau te werken

Onderwijsminister Arie Slob raadt leraren af om via een uitzendbureau te gaan werken. Zijn advies is ‘om voor een duurzaam dienstverband te kiezen’.

Dat zegt hij in antwoord op Kamervragen van Kirsten van den Hul van de PvdA. Haar vragen aan de minister volgden op een artikel van de Algemene Onderwijsbond (AOb) over de beginnende leerkracht Donny Stumpel. Hij waarschuwt andere leerkrachten voor een ‘wurgcontract’ van het Haagse bemiddelingsbureau BRIXS.

Stumpel ontdekte dat hij voorlopig bij vrijwel geen enkele basisschool in Den Haag meer terecht kon voor een vaste baan als hij zou tekenen bij BRIXS, tenzij het schoolbestuur een afkoopsom voor hem zou betalen.

‘Geen onderwijsgeld naar afkoopsommen’

Van den Hul vindt dat niet kunnen, maar Slob is het daar niet mee eens. Hij wijst erop dat meer uitzendbureaus afkoopsom vragen als een werkgever een werknemer overneemt. Wel noemt de minister het ‘niet gewenst’ als daar onderwijsgeld aan wordt besteed. ‘De inzet zal moeten zijn dit te voorkomen’, aldus de minister.

Het is aan de leraren zelf om al of niet voor een uitzend- of bemiddelingsbureau te kiezen. Leraren die daarvoor kiezen, adviseert hij om in ieder geval het contract vooraf goed te lezen. Hoewel hij vindt dat leraren zelf mogen beslissen, raadt hen wel aan om in plaats van een uitzendbureau ‘voor een duurzaam dienstverband te kiezen’.

Lees meer…

BasisBuren heeft als eerste Scholen Energiebespaarlening

BasisBuren is het eerste schoolbestuur in Nederland dat een Scholen Energiebespaarlening heeft afgesloten. Het geld is bedoeld voor 184 zonnepanelen op de daken van de openbare basisscholen Prins Willem Alexander in Beusichem en De Klepper in Zoelmond.

Directeur-bestuurder Mark van der Pol vertelt waarom BasisBuren deze lening heeft afgesloten: ‘Als onderwijsorganisatie is het onze kerntaak om kinderen veel te leren in een prettige omgeving. Duurzaamheid, de zorg voor de omgeving en educatie daarover vinden we zeer belangrijk. Door zonnepanelen op onze daken te plaatsen, leveren we een kleine bijdrage aan de oplossing van het klimaatprobleem. Maar nog belangrijker, we nemen kinderen mee in de gedachte dat ze zelf iets kunnen doen.’

Wethouder apetrots

Het besluit voor plaatsing van zonnepanelen op de schooldaken is een positief signaal voor verdere verduurzaming van schoolgebouwen, zegt milieu- en onderwijswethouder Daan Russchen (PvdA) van de gemeente Buren: ‘Ik ben apetrots dat we als Buren de eerste gemeente zijn die dankzij deze lening meedoen met de schooldakrevolutie.’

De Scholen Energiebespaarlening is een pilot van het Nationaal Energiebespaarfonds, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Rabobank. De lening heeft een looptijd van 15 jaar met een vaste lage rente.

Vernietigend oordeel over bestuur Cornelius Haga

De Inspectie van het Onderwijs meldt ernstige gebreken te hebben vastgesteld bij het bestuur van het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Onderwijsminister Arie Slob zegt op basis van de bevindingen van de inspectie dat het huidige bestuur weg moet.

Volgens de inspectie neemt het bestuur geen afstand van ‘personen met een omstreden reputatie’. Ook is er sprake van financieel wanbeheer. Bovendien is volgens de inspectie het burgerschapsonderwijs van onvoldoende kwaliteit. De inspectie noemt het handelen van het schoolbestuur ‘schadelijk voor de school en de leerlingen’.

Zeer tegen de zin van het zwaar bekritiseerde bestuur is een rapport over het Cornelius Haga Lyceum gepubliceerd. De rechter oordeelde dat de inspectie dit mocht doen. Het rapport staat online, zodat iedereen het kan lezen.

‘Bestuur moet weg’

Minister Slob meldde direct nadat het inspectierapport openbaar was gemaakt, dat het bestuur van het Cornelius Haga Lyceum weg moet:

In de brief die Slob op Twitter aankondigde, staat dat als het huidige bestuur niet opstapt, de bekostiging van de school wordt stopgezet. Het bestuur heeft direct laten weten niet te zullen opstappen.

De Amsterdamse onderwijswethouder Marjolein Moorman heeft in Nieuwsuur gezegd dat het Cornelius Haga Lyceum geen gebruik meer mag maken van het gebouw in Sloterdijk als Slob de geldkraan dichtdraait.

Zie ook de gerelateerde berichten in de rechterkolom.

Enquête herverdeling onderwijsachterstandenbudget

De PO-Raad en de Landelijke Onderwijs Werkgroep voor Asielzoekers en Nieuwkomers (LOWAN) willen met een enquête de financiële gevolgen van het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid in kaart brengen. 

In februari werd duidelijk dat er harde klappen vallen door de definitieve herverdeling van het onderwijsachterstandengeld. Met name scholen met veel asielzoekerskinderen worden hard geraakt. In het overzicht van herverdeeleffecten is te zien hoeveel elke school volgend schooljaar ontvangt. Er zijn basisscholen die er geld bij krijgen, maar veel andere ontvangen tienduizenden euro’s tot tonnen minder.

CBS-indicator

Dat scholen met veel asielzoekerskinderen hard worden geraakt, komt door een nieuwe indicator van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Die indicator houdt rekening met het opleidingsniveau van de ouders en niet met de afkomst van de leerlingen.

Van veel asielzoekers is het opleidingsniveau niet bekend, waardoor hun kinderen minder zwaar meetellen. Dit probleem is al eerder aangekaart bij onderwijsminister Arie Slob, die toen besloot dat asielzoekerskinderen altijd meetellen voor het onderwijsachterstandenbudget.

Zij krijgen echter geen ‘zwaar gewicht’ meer, maar een gemiddelde achterstandsscore. Dat scheelt veel geld. Diverse schoolbesturen zien hun budget teruglopen met enorme bedragen, die zelfs kunnen oplopen tot ruim vier ton. De gevolgen daarvan zijn groot: gedwongen ontslagen, minder ondersteuning voor leerlingen en grotere groepen.

Enquête

Nadat de PO-Raad hierover aan de bel had getrokken, zegde minister Slob toe de ontwikkelingen te monitoren. Samen met het LOWAN vindt de sectororganisatie voor primair onderwijs dat daarvoor eerst een nulmeting nodig is. Daar is de enquête voor bedoeld.

Over drie jaar, wanneer de volledige herverdeling van het onderwijsachterstandenbudget is doorgevoerd, wordt de enquête herhaald. Dan pas kan worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van de herverdeling.

Maar ook nu al vormen de antwoorden uit het veld belangrijke informatie om het gesprek te kunnen voeren met het ministerie van OCW. Dat gesprek zal gaan over de vraag hoe de bekostiging zo goed mogelijk kan aansluiten bij de behoefte in de sector en hoe knelpunten zoveel mogelijk kunnen worden weggenomen.

Ga naar de enquête

 

Ook bijdrage voor TTO of technasium vrijwillig

Scholen moeten leerlingen toelaten tot tweetalig of technasium-onderwijs, ook als hun ouders de bijdrage daarvoor niet betalen. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

De VO-raad had gepleit voor een uitzondering voor tweetalig onderwijs en technasia. De gedachte daarachter is, dat deze vormen van onderwijs zonder een financiële bijdrage van de ouders onmogelijk is.

Slob benadrukt dat er geen uitzondering komt. ‘Mocht het zo zijn dat er (…) onderwijsprogramma’s wegvallen wanneer scholen daar geen verplichte bijdrage voor mogen vragen, dan kies ik (…) voor een beperkter, maar weliswaar voor alle leerlingen toegankelijk onderwijsaanbod’, aldus de minister.

Lees meer…

OCW blijft fusiecompensatie terugvorderen

Het ministerie van OCW gaat door met rechtszaken om fusiecompensatie terug te vorderen. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in reactie op vragen van de SGP.

De SGP wees Slob op een artikel van mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB. Hij legt uit dat  nergens in de wet staat dat er voor toekenning van fusiecompensatie leerlingen moeten overgaan van een van de opgeheven scholen naar de fusieschool. Er kan dus volgens Bloemers geen sprake zijn van terugvordering van toegekende fusiecompensatie op grond van het feit dat er geen leerlingen zijn overgegaan.

Minister Slob stelt in zijn antwoorden dat daar wel degelijk sprake van moet zijn. Hij verwijst naar een toelichting op de wet waarin dat volgens staat. Ook wijst hij op artikel 121 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Op basis van dat artikel is het volgens hem ook zo dat bij een fusie leerlingen van een van de opgeheven scholen moeten zijn overgegaan naar de fusieschool om recht te behouden op fusiecompensatie.

Daarom blijft OCW doorgaan met het terugvorderen van fusiecompensatie in die gevallen waarbij geen leerlingen zijn overgegaan naar de fusieschool. ‘Er is geen reden om nu de terugvorderingen ongedaan te maken’, aldus Slob.

Wisselende uitspraken

In mei gaf de rechtbank Noord-Holland het ministerie van OCW gelijk in een zaak over terugvordering van ruim 3,3 ton fusiecompensatie. Het geld was toegekend aan een schoolbestuur in Noord-Holland voor een fusie waarbij geen leerlingen van de ene naar de andere school waren overgegaan. Volgens OCW was er daardoor geen sprake van samenvoeging. Het ministerie werd dus door de rechtbank in het gelijk gesteld.

Deze uitspraak staat haaks op een eerdere uitspraak in een vergelijkbare zaak. De Rechtbank Gelderland bepaalde in maart dat het in strijd is met de rechtszekerheid om de overgang van leerlingen als vereiste te laten gelden bij de toekenning van fusiecompensatie.

In januari was er een vergelijkbare uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant. Die bepaalde ook dat het ministerie van OCW geen fusiecompensatie kon terugvorderen op basis van het criterium dat er sprake zou moeten zijn van de overgang van leerlingen.

Bijna 16.000 euro per leerling voor beter techniekonderwijs

Om het techniekonderwijs verder te ontwikkelen krijgen 45 regio’s in totaal ruim 231 miljoen euro. Dat is bijna 16.000 euro per leerling. Dat heeft onderwijsminister Arie Slob bekendgemaakt tijdens een werkbezoek aan het openbare Dalton Vakcollege en het christelijke Insula College in Dordrecht.

‘De arbeidsmarkt staat te springen om goed geschoold technisch personeel. Daarom hebben vmbo-scholen, mbo’s en het bedrijfsleven samen plannen gemaakt. De ambitie die daar uit spreekt is geweldig’, aldus Slob.

De plannen verschillen per regio. Waar in de ene regio een nieuwe gezamenlijke technieklocatie wordt opgezet, kiest een andere regio ervoor om vmbo-leerlingen praktijklessen te laten volgen bij bedrijven. Veel regio’s gaan ook op basisscholen aan de slag om leerlingen te laten kennismaken met techniek en technologie.

In totaal dienden 78 regio’s plannen in om het techniekonderwijs verder te ontwikkelen. De regio’s waarvan de plannen nog niet zijn goedgekeurd, hebben tot 1 oktober de tijd om deze te verbeteren. In veel gevallen was de samenwerking nog niet voldoende ontwikkeld. Deze regio’s worden ondersteund bij het bijstellen van de plannen.

Lees meer…

Cao-overleg geklapt, personeel staat ‘met lege handen’

De PO-Raad baalt ervan dat de vakbonden uit het cao-overleg zijn gestapt. ‘We wilden (…) een eerlijke beloning realiseren voor onderwijsondersteunend personeel en schooldirectie. Daar zitten ze al een jaar op te wachten. Dat kan nu niet doorgaan’, aldus voorzitter Rinda den Besten van de sectororganisatie.

Volgens Den Besten wilden de vakbonden ‘geen invulling geven aan de afspraak uit het vorige akkoord om te komen tot verrekening van de transitievergoeding met de bovenwettelijke uitkering’. Deze afspraak is onderdeel van de voorwaarden die het kabinet stelde bij het toekennen van de 270 miljoen euro voor hogere lerarensalarissen. Doordat de vakbonden zijn weggelopen van de cao-onderhandelingen, staan de mensen die in het primair onderwijs werken nu ‘met legen handen’, aldus Den Besten.

‘Met PO-Raad viel niet te praten’

De Algemene Onderwijsbond (AOb) verdedigt het besluit om weg te lopen van de onderhandelingstafel door te stellen dat er niet met de PO-Raad viel te praten over het gelijktrekken van de lonen in het primair onderwijs met die in het voortgezet onderwijs.

Den Besten stelt dat daar niet genoeg geld voor is, maar CNV Onderwijs vindt dat onzin. Er moet volgens de christelijke bond geld bij. ‘Of het geld vanuit de PO-Raad moet komen of uit Den Haag, dat maakt ons niet uit’, zo meldt CNV Onderwijs.

‘Teleurstellend en onbegrijpelijk’

Voorzitter Petra van Haren van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) vindt het ‘teleurstellend en onbegrijpelijk’ dat de cao-onderhandelingen zijn afgebroken. Zij voegt daaraan toe dat de AVS alleen akkoord gaat ‘met een fatsoenlijk salaris en daarmee erkenning voor (adjunct-)directeuren’, aldus Van Haren.

Leraren meer ondersteunen bij passend onderwijs

Scholen, besturen en samenwerkingsverbanden kunnen meer doen om leraren te ondersteunen bij passend onderwijs. Dat stelt onderwijsminister Arie Slob in reactie op een recente enquête van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Daaruit kwam naar voren dat veel leraren passend onderwijs niet aankunnen.

Hij benadrukt in een brief aan de Tweede Kamer onder andere het belang van goed strategisch personeelsbeleid. Daarbij verwijst hij naar een onderzoek waaruit bleek dat het mogelijk is leraren meer mee te laten denken over passend onderwijs. ‘Vanuit schoolleiders, bestuurders en samenwerkingsverbanden moet met leraren gemonitord worden of de geboden voorzieningen voldoende zijn.’

Grote reserves en solidariteit

Ook noemt de minister de grote financiële reserves van een deel van de schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. ‘Hoewel incidenteel, kunnen en moeten deze middelen benut worden om leraren te ontlasten en leerlingen beter te ondersteunen.’

Daarnaast kunnen samenwerkingsverbanden meer doen om de solidariteit onder scholen te vergroten. Dat kan volgens Slob door meer geld te geven aan scholen met relatief veel leerlingen met een ondersteuningsbehoefte.

Lees meer…

Minder seizoenswerkloosheid door lerarentekort

Het grote personeelstekort in het basisonderwijs zorgt ervoor dat de zomerpiek van het aantal werkloze leerkrachten in de WW afneemt. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen van D66.

D66-Tweede Kamerlid Paul van Meenen wilde van Slob weten hoe die denkt over het feit dat het basisonderwijs wat betreft werkloosheid het sterkste seizoenspatroon heeft, met een piek in de zomervakantie.

De minister wijst erop dat die piek voor een groot deel is te verklaren door de wisseling van het schooljaar. Hij verwacht echter dat door het grote lerarentekort de WW-piek in het basisonderwijs zal afnemen. Die dalende trend is volgens hem al ingezet, met een afname van 38 procent in 2018 ten opzichte van 2017.

Lees meer…

Productiviteit onderwijs veel lager dan in 1980

De politiek is steeds bereid de portemonnee te trekken, zonder de consequenties daarvan goed onder ogen te zien. Daardoor is de productiviteit van het onderwijs sterk afgenomen. Dat meldt IPSE Studies.

Uit een trendanalyse die IPSE Studies heeft uitgevoerd, blijkt dat de afgelopen decennia de kosten van het onderwijs flink zijn gegroeid. De prestaties (het aantal leerlingen en de toegevoegde waarde per leerling) groeien echter niet mee. De productiviteit van het onderwijs neemt daardoor af.

Dit geldt volgens IPSE Studies vooral voor het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Daar was de productiviteit in 2017 circa 35 tot 40 procent lager dan in 1980.

Lees meer…

Wat staat er in inspectierapport Cornelius Haga?

Het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam wil volgens de Inspectie van het Onderwijs leerlingen niet afzijdig houden van de samenleving. Ook zou de omstreden school niet aanzetten tot onverdraagzaamheid of integratie willen belemmeren. Wel zou de school een ‘onrechtmatig financieel beleid’ hebben gevoerd. De Volkskrant meldt dat dit in een inspectierapport staat.

In het inspectierapport staat volgens de krant ook dat de school onvoldoende afstand neemt van personen met een omstreden reputatie. De school heeft contact gehad met de shariageleerde Haitham al-Haddad, aan wie haatzaaiende uitspraken over Joden worden toegeschreven. Ook is er contact geweest met internetprediker Fouad el Bouch. Van hem wordt gezegd dat hij sympathiseert met Syriëgangers. Deze omstreden mannen zouden geen contact hebben gehad met leerlingen van de school.

Haatzaaien

De inspectie meldt volgens de krant ook dat dagelijks bestuurder Söner Atasoy met zijn ‘provocatieve gedrag’ de samenwerking met andere instanties belemmert. Hij noemde na berichtgeving over extremistische islamitische invloeden binnen zijn school burgemeester Femke Halsema van Amsterdam een ‘domme gans’. Bij de geheime dienst AIVD zouden volgens Atasöy alleen maar ‘randdebielen’ werken.

Zelfverrijking

In het inspectierapport zou ook staan dat de school zich schuldig heeft gemaakt aan ‘onrechtmatig financieel beleid’. Atasöy zou zichzelf hebben verrijkt. Ook zou er onderwijsgeld zijn besteed aan zaken die daarvan niet mochten worden betaald.

Het rapport is nog niet gepubliceerd en de school wil dat graag zo houden, zo blijkt uit het feit dat het Cornelius Haga Lyceum daartoe een kort geding heeft aangespannen.

Lees meer…

Nieuwe rekeninstrumenten in Toolbox

De online Toolbox van VOS/ABB is weer geactualiseerd. Er zitten twee nieuwe rekeninstrumenten in de map Basisschool.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Brochure ‘Omgaan met armoede op scholen’

De ministeries van OCW en Sociale Zaken hebben de brochure Omgaan met armoede op scholen gepubliceerd. In deze brochure staan voorbeelden van hoe scholen omgaan met armoede in gezinnen.

Een van de scholen die wordt belicht, is openbare scholengemeenschap Winkler Prins in Veendam. Deze school staat ouders met geldzorgen bij met drie financiële coaches. Dat zijn medewerkers met een financiële achtergrond of die beroepsmatig veel contact hebben met kinderen en hun ouders.

Een van hen is Gerard Blijdenstein. ‘Lange tijd hadden onze mentoren deze taak. Zij
moesten het doen in de hectiek van het docentschap. Vaak wisten ze niet goed de weg in financiënland. Wij wel, vanwege de financiële achtergrond. In 2015 heeft de directie
daarom besloten om de taak bij ons neer te leggen. Zo worden docenten ontzorgd.’

Lees meer…

 

Terug van lumpsum naar declaratiestelsel? Niet doen!

De verantwoording onder het declaratiestelsel was zeer gedetailleerd, maar gaf geen inzicht in de kwaliteit en de doelstellingen van het onderwijs en de sturing hierop. Dat melden de onderwijsminister Ingrid van Engelshoven en Arie Slob aan de Tweede Kamer na kritische vragen over de lumpsumfinanciering.

Onder het declaratiestelsel was de transparantie over de besteding van middelen richting de Tweede Kamer ‘van mindere kwaliteit’, aldus de ministers. Sinds de invoering van de lumpsumfinanciering is er volgens hen juist veel informatie op schoolniveau beschikbaar. ‘Daarnaast rapporteren we steeds meer op stelselniveau via diverse monitors en indicatoren in begroting en het jaarverslag’, zo staat in hun reactie.

Van Engelshoven en Slob geven ook aan dat de verantwoording van onderwijsgelden beter kan, maar een terugkeer naar het declaratiestelsel zou volgens hen dus een ronduit onverstandige keuze zijn.

Lees meer…

Ministers willen slechte school sneller aanpakken

De overheid moet sneller en in meer gevallen kunnen ingrijpen wanneer een school ernstig onder de maat presteert. Ook moet de bekostiging in meer gevallen beëindigd kunnen worden. Dat melden de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

Ze hebben willen maatregelen nemen die ervoor moeten zorgen dat de overheid sneller kan ingrijpen. Bijvoorbeeld als een school de regels rond de examinering niet goed naleeft, zoals in 2018 gebeurde in Maastricht. Daar verklaarde de Inspectie van het Onderwijs de eindexamens van het VMBO Maastricht ongeldig, nadat was gebleken dat daar geen enkele leerling had voldaan aan de eisen om eindexamen te mogen doen.

De ministers willen ook sneller kunnen ingrijpen als blijkt dat een school er met de pet naar gooit op het gebied van bijvoorbeeld burgerschap of sociale veiligheid. Ze willen in het uiterste geval schoolbestuurders kunnen ontslaan en/of de bekostiging van een slecht presterende school kunnen beëindigen. Ook willen ze hogere sancties.

Verantwoordelijkheid

Minister Slob zegt dat scholen een grote mate van zelfstandigheid hebben en dat daarbij verantwoordelijkheid hoort. ‘Als een school of bestuurder die verantwoordelijkheid niet pakt, moeten we kunnen ingrijpen. Want leerlingen en studenten moeten erop kunnen vertrouwen dat zij goed onderwijs krijgen.’

Volgens minister Van Engelshoven zullen goede scholen niets van de strengere maatregelen merken, maar scholen die ‘ernstig onder de maat zijn’ wel.

Lees meer…

‘Doelmatige aanwending’ blijft rekbaar begrip

Ook als het Wetsvoorstel actualisering deugdelijkheidseisen funderend onderwijs wordt aangenomen, blijft ‘doelmatige aanwending van middelen’ een rekbaar begrip. Dat blijkt uit een nota die onderwijsminister Arie Slob naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

‘Op de vraag wanneer sprake is van een doelmatige aanwending van middelen is geen eenduidig antwoord te geven. Een en ander is mede afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval’, aldus Slob. Het is volgens de minister niet mogelijk om bij algemene maatregel van bestuur het begrip ‘doelmatigheid’ nader in te vullen.

Het wetsvoorstel is erop gericht, aldus de minister, om een correctie op de bekostiging aan te brengen als er sprake is van een ‘evident ondoelmatige aanwending van middelen’, maar ook die bepaling kan volgens Slob niet nader worden gespecificeerd. Uit het woord ‘evident’ kan volgens hem wel worden geconcludeerd ‘dat het niet mogelijk is om lichtvaardig over te gaan tot handhaving’.

Lees meer…

Afspraken over sponsoring blijven dit jaar nog gelden

Het convenant Scholen voor primair en voortgezet onderwijs en sponsoring blijft dit jaar nog gelden. De afspraken worden geëvalueerd. Daarna wordt bekeken of in welke vorm voortzetting van het convenant gewenst is.

Het convenant moet bevorderen dat scholen op een zorgvuldige manier met sponsoring omgaan. Sinds 1997 zijn de afspraken een aantal keren aangepast. Het huidige convenant liep tot 1 januari 2019, maar besloten is om het met een jaar te verlengen.

De afspraken over sponsoring van het onderwijs worden geëvalueerd. Daarna wordt bekeken of in welke vorm voortzetting van het convenant gewenst is.

Het huidige convenant is opgesteld door de Staat der Nederlanden (vertegenwoordigd door het ministerie van OCW) in samenwerking met onder andere de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad en de onderwijsvakbonden.

Meer studenten: tegenvaller van 115 miljoen

Scholen kunnen volgend jaar 115 miljoen euro minder uitgeven aan zaken zoals tafels, schriften en huisvesting, meldt de Telegraaf.

De tegenvaller heeft te maken met een te lage raming door het ministerie van OCW van het aantal studenten in het hoger onderwijs. Doordat zich meer studenten voor het komende studiejaar hebben aangemeld, moet er worden geschoven op de begroting. Onder andere het primair en voortgezet onderwijs gaan dat in negatieve zin merken.

De Telegraaf baseert zich op informatie van het ministerie van OCW. De NOS meldt dat het ministerie het krantenbericht heeft bevestigd.

Eerder ook al te lage raming

Het is niet voor het eerst dat OCW ernaast zit met zijn raming van de studentenaantallen. Om dezelfde reden werd het ministerie in 2017 geconfronteerd met een structureel financieel gat van 200 miljoen euro.

Het kabinet besloot toen om het gat te dichten met meevallers elders op de rijksbegroting. ‘Daardoor hoeft er dit jaar niet bezuinigd te worden op de bekostiging van onderwijsinstellingen’, meldde het ministerie van Financiën toen.

Gerard Spong fel gekant tegen artikel 23

Advocaat Gerard Spong wil dat er ‘geen rooie cent’ meer naar het bijzonder onderwijs gaat. Artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs is volgens hem een bedreiging voor de rechtsstaat. Advocaat Wouter Pors van het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam wil artikel 23 juist behouden. Dat zeiden zij zondag op een bijeenkomst in De Balie in Amsterdam 

De bijeenkomst was een ‘symbolische rechtbank’ over de vraag of de vrijheid van onderwijs, die bepaalt dat openbaar en bijzonder onderwijs op gelijke voet door de overheid worden bekostigd, nog wel zo’n goed idee is. Spong legde uit waarom volgens hem het grondwetsartikel uit 1917 moet worden afgeschaft. Zijn collega Wouter Pors verdedigde artikel 23 juist. Voorafgaand aan de symbolische rechtbank gaf voorzitter Edith Hooge van de Onderwijsraad een minicollege over artikel 23.

Directe aanleiding voor het organiseren van de bijeenkomst was de actuele discussie over het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Deze school raakte in opspraak vanwege onderwijs dat niet goed zou zijn voor de democratie en gericht zou zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

‘Artikel 23 bedreiging van rechtsstaat’

In zijn felle en soms emotionele betoog noemde Spong de vrijheid van onderwijs een ‘paard van Troje’ dat de rechtsstaat bedreigt. Het bijzonder onderwijs staat volgens hem op gespannen voet met de democratie en fundamentele vrijheden. Hij betrok in zijn betoog de acceptatie van homoseksuelen, die door artikel 23 zou worden belemmerd. Daarbij legde hij een verband met islamitische invloeden.

Wat Spong betreft mogen er alleen nog maar openbare scholen zijn en mag er ‘geen rooie cent’ meer naar het bijzonder onderwijs. Hij wil een absolute scheiding van kerk en staat. Dat is volgens hem niet in strijd met de vrijheid van godsdienst.

Hedendaagse context

Pors daarentegen pleitte voor behoud van artikel 23, maar dan wel in een hedendaagse context. Volgens hem wordt er in de discussie over de vrijheid van onderwijs te veel de nadruk gelegd op godsdienst. Artikel 23 is in zijn ogen vooral ook gericht op verschillende innovatieve en pedagogische richtingen. Het zorgt er ook voor, zo benadrukte hij, dat de overheid zich niet gaat bemoeien met de inhoud van de lessen.

Nederland kent volgens Pors een traditie van tolerantie en daar hoort artikel 23 bij: ‘Je bereikt geen integratie door de identiteit af te pakken van minderheden’.

Pors is advocaat van het Cornelius Haga Lyceum. Hij zei op de bijeenkomst in De Balie dat uit een conceptrapport van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat er op het islamitische lyceum geen sprake zou zijn ‘van een klimaat gericht op afzijdigheid van de Nederlandse samenleving of het tegengaan van integratie’.

Sociaal-economische segregatie

De ‘symbolische rechtbank’, bestaande uit presentator Bram Sadeghi en amicus curiae rechter Frans Bauduin, vroeg zich af of artikel 23 wel het probleem is. De segregatie in het onderwijs zou veel meer het gevolg zijn van de maatschappelijke scheiding tussen arm en rijk. De verschillende sociaal-economische achtergronden van de ouders zijn volgens de rechtbank bepalender voor segregatie in het onderwijs dan artikel 23.

Het publiek in De Balie liet duidelijk blijken dat elke uitlating die zich richt op het verketteren van de ander op basis van seksualiteit, geslacht, religie of wat dan ook niet kan. Daar was de voltallige zaal het over eens.

De bijeenkomst werd namens VOS/ABB bijgewoond door beleidsmedewerker Eline Bakker.