Workshop ‘Verbeteren van onderwijskwaliteit’

Wat kunt u doen om de kwaliteit in het voortgezet onderwijs verder te verbeteren? Bij VOS/ABB in Woerden is over dit thema op 15 januari een gratis workshop.

Directe aanleiding voor deze workshop is het rapport Leren verbeteren werkt. Een onderzoek naar de effectiviteit van de begeleiding van zwakke en zeer zwakke scholen.

In opdracht van het ministerie van OCW heeft het project Leren verbeteren onderzocht welke interventies helpen om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Zo blijkt dat een gezamenlijk beeld in de school van wat onder kwaliteit van onderwijs wordt verstaan essentieel is om eraan te kunnen werken. Verder blijkt dat een schoolleiding die de kwaliteitscultuur blijvend voedt, de kans om zwak te worden daarmee enorm verkleint.

Kwaliteit en omvang

Volgens het onderzoek hebben kleine scholen (tot 500 leerlingen) een veel grotere kans om zwak te worden dan grotere scholen(groepen) tot 2500 leerlingen. Daar staat tegenover dat zelfstandige scholen de kwaliteit vaker op orde hebben dan besturen met meer scholen. Directe en gerichte aansturing helpt.

Hans Sandtke, projectleider Leren verbeteren, zal tijdens de workshop ingaan op de uitkomsten van het onderzoek. Er zal ook voldoende tijd en aandacht zijn om met elkaar te bespreken wat u kunt doen om de onderwijskwaliteit verder te verbeteren. Daarbij zal ook zeker de vertaalslag gemaakt worden naar uw eigen school, zodat u handige tips meekrijgt waarmee u in de eigen schoolorganisatie aan de slag kunt.

Wanneer, waar en aanmelden

De workshop ‘Verbeteren van onderwijskwaliteit’ is op dinsdagmiddag 15 januari in het kantoor van VOS/ABB in Woerden. De workshop begint om 14 uur. Deelname is gratis voor leden van VOS/ABB.

U kunt zich aanmelden via welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Verbeteren van onderwijskwaliteit’

‘Examendebacle VMBO Maastricht overviel LVO-bestuur’

‘De examenproblematiek van VMBO Maastricht heeft het College van Bestuur en ook de Centrale Directie van LVO-Maastricht overvallen’, schrijven de omstreden bestuursvoorzitter André Postema van Limburgs Voortgezet Onderwijs en interim-bestuurder Jan Rijkers in een zelfevaluatie.

VMBO Maastricht kwam voor de zomervakantie volop in het nieuws, omdat de Inspectie van het Onderwijs daar alle eindexamens ongeldig had verklaard. Het bleek dat geen enkele leerling had voldaan aan de eisen om examen te mogen doen.

Het examendebacle leidde ertoe dat bestuursvoorzitter André Postema, die ook fractievoorzitter was van de PvdA in de Eerste Kamer, als eindverantwoordelijke zwaar onder vuur kwam te liggen. Hij besloot zijn fractievoorzitterschap in de Senaat op te geven, naar eigen zeggen in het belang van de PvdA, maar ondanks ernstige twijfels over zijn positie bij LVO bleef hij daar bestuursvoorzitter.

Wel moest LVO-bestuurder Marianne Wegberg het veld ruimen en werd naar aanleiding van de chaos en specifiek voor VMBO Maastricht een interim-bestuurder aangesteld.

Geen signalen

In de zelfevaluatie van Postema en Rijkers staat onder andere dit: ‘Er was ons geen enkel signaal bekend dat de docenten, de schoolleiding en de examencommissie zich bij de schoolexamens niet hielden aan het zelf vastgestelde programma van toetsing en afsluiting (PTA) en de regels van het eigen examenreglement.’

Daar voegen Postema en Rijkers aan toe dat ‘op grond van het stelsel van kwaliteitszorg binnen LVO en de schoolspecifieke invulling daarvan’ mocht worden verondersteld ‘dat deze signalen de Centrale Directie en het College van Bestuur wél zouden bereiken’.

Dat is volgens hen dus niet gebeurd, maar als dat wel het geval was geweest, zo staat in de zelfevaluatie, zou het college van bestuur ‘zonder enige twijfel’ hebben ingegrepen.

Lees de zelfevaluatie

Sectorakkoord voortgezet onderwijs geactualiseerd

Het geactualiseerde sectorakkoord voortgezet onderwijs bouwt voort op het Sectorakkoord 2014-2017 – Klaar voor de toekomst, samen werken aan onderwijskwaliteit.

Het geactualiseerde sectorakkoord zet voor de komende jaren in op zeven ambities. Hieronder kunt u zien welke ambities dat zijn. Er staat kort bij vermeld wat de doelstelling zoal inhoudt. Voor de volledige beschrijving kunt u het geactualiseerde sectorakkoord downloaden.

  • Ambitie 1. Uitdagend onderwijs voor elke leerling
    Alle leerlingen worden – via vormen van onderwijs op maat – uitgedaagd in het onderwijs. Het landelijk percentage zittenblijvers is in 2020 gedaald van 5,8 tot 3,8 procent. Vanaf dat jaar zit geen enkel kind langer dan drie maanden thuis zonder passend onderwijs.
  • Ambitie 2. Eigentijdse voorzieningen
    Scholen benutten – in aansluiting op hun curriculum – de mogelijkheden van ICT en eigentijdse leermiddelen optimaal voor hun onderwijs.
  • Ambitie 3. Brede vorming voor alle leerlingen
    Scholen zijn actief aan de slag met de ontwikkeling van hun curriculum, dat recht doet aan de drievoudige opdracht van het onderwijs: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Hiertoe behoort versterking van het burgerschapsonderwijs.
  • Ambitie 4. Partnerschap in de regio
    Schoolbesturen werken in de regio samen aan het realiseren van hun maatschappelijke opdracht en maken hier gezamenlijk afspraken over. Hierbij betrekken zij het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en lokale en regionale overheden.
  • Ambitie 5. Scholen als lerende organisaties
    Het streven is dat het aantal plekken op opleidingsscholen in het voortgezet onderwijs in 2020 met 2200 tot 4000 is toegenomen. Startende leraren en schoolleiders krijgen een effectief inwerk- en begeleidingsprogramma, als onderdeel van het strategisch personeelsbeleid.
  • Ambitie 6. Toekomstbestendigheid organiseren: koppeling van onderwijs- en
    personeelsontwikkeling
    Schoolbesturen stemmen hun personeelsbeleid af op onderwijskundige doelen en daaraan gekoppeld de professionele ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid van leraren en schoolleiders.
  • Ambitie 7. Nieuwe verhoudingen in verantwoording en toezicht
    Schoolbesturen hebben hun governance op orde en leggen verantwoording af over de resultaten die zij leveren. Bovendien hebben ze hun kwaliteitszorg op orde en streven ze naar een zo hoog mogelijk niveau boven basiskwaliteit.

Lees meer…

Lumpsum omhoog en vertrouw schoolbesturen!

Schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs hebben behoefte aan een verhoging van de lumpsum en aan vertrouwen van de overheid op basis van verantwoording en transparantie over eigen keuzes, besteding van middelen en bereikte doelen.

Dit komt uit een ledenraadpleging in het kader van een advies dat de Onderwijsraad opstelt over sturing op onderwijskwaliteit via bekostiging(svoorwaarden). VOS/ABB levert op basis van gesprekken met leden input voor dit nog op te stellen advies.

Download input voor advies Onderwijsraad

Leraren gezocht voor project kwaliteitszorg

De Onderwijscoöperatie en de Inspectie van het Onderwijs zoeken leraren die zich willen inzetten voor een kwaliteitszorgproject.

Een deelproject bestaat uit het inzetten van leraren in het toezicht van de Inspectie van het Onderwijs. Deze leraren worden tijdelijk toegevoegde experts. Ze zullen zich richten op vijf verschillende thema-onderzoeken.

Scholen ontvangen een vergoeding om leraren die als tijdelijk toegevoegde expert worden ingezet voor 80 uur vrij te roosteren.

Lees meer…

 

Gratis hulp voor dikke kinderen in Amsterdam

De gemeente Amsterdam en zorgverzekeraar Zilveren Kruis gaan gezamenlijk 9.000 kinderen met ernstig overgewicht helpen. Zilveren Kruis, een partner van VOS/ABB, betaalt de kosten voor een zorgcoördinator.

Een op de vijf kinderen in Amsterdam kampt met overgewicht, dat zijn 25.000 kinderen. Zo’n 2.300 daarvan hebben te maken met morbide obesitas, een levensbedreigende vorm van overgewicht. Hoewel de gemeente het grootste deel van de kinderen in haar vizier heeft, roept het ouders die denken dat hun kind ook in aanmerking komt voor de proef op om zich te melden bij het Ouder- en Kindteam in hun wijk. Mensen die niet via Zilveren Kruis verzekerd zijn kunnen ook meedoen met de proef.

In 2033 alle kinderen op gezond gewicht
De gemeente Amsterdam heeft als doel dat in 2033 alle kinderen op een gezond gewicht zijn. De Amsterdamse wethouder Eric van den Brug denkt dat de kinderen jarenlang begeleid moeten worden om te leren hoe ze hun leefstijl structureel kunnen veranderen. De zorgcoördinator die wordt ingezet, is een speciaal opgeleide jeugdverpleegkundige die alle zorg coördineert.

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ondersteunt deze proef. Ook de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toestemming gegeven.

Zilveren Kruis is een van de zorgverzekeraars met wie VOS/ABB een collectief contract heeft afgesloten voor haar leden. Medewerkers van aangesloten schoolbesturen en hun gezinsleden profiteren van zeer hoge kortingen op de zorgpremie.
Meer over de collectieve zorgverzekering 

Aantal voortijdig schoolverlaters blijft dalen

In het schooljaar 2013-2014 zijn weer minder jongeren zonder startkwalificatie van school gaan. De uitval wordt sinds 2001, toen ‘de aanval op de uitval’ begon, gestaag minder, maar OCW blijft erin investeren.

In het schooljaar 2001/2002 stopten nog ruim 70.000 jongeren voortijdig met hun opleiding. Afgelopen schooljaar waren dat er 25.970. ‘De daling is te danken aan grote inspanningen van mbo-instellingen, maar ook vo-scholen, gemeenten en andere ketenpartners in de regio hebben goed werk verricht’, zegt minister Jet Bussemaker in een brief aan de Tweede Kamer. In de regio Drenthe was de daling het grootst: -25,7 procent.

Sinds de start van ‘de aanval op de uitval’ is veel geïnvesteerd in voortijdig schoolverlaters. Jongeren die nog geen diploma havo, vwo of mbo-niveau 2 hebben, zijn tegenwoordig tot hun 18e jaar leerplichtig. Sinds 2013 stelt het kabinet jaarlijks 150 miljoen euro beschikbaar voor kwaliteitsverbetering in het mbo. Hiermee wordt de onderwijstijd in het eerste leerjaar van het mbo uitgebreid en wordt intensievere begeleiding in de vorm van loopbaanoriëntatie en coaching van studenten mogelijk.

Download het rapport met de voorlopige schooluitvalcijfers over het schooljaar 2013-2014.

 

Naast Citotoets twee andere eindtoetsen goedgekeurd

De basisscholen kunnen voor het huidige en de komende drie schooljaren kiezen uit drie verschillende eindtoetsen voor groep 8. Dat heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW bekendgemaakt.

Vanaf dit schooljaar maken alle leerlingen in groep 8 van het basisonderwijs een eindtoets. Dat hoeft niet per se de Citotoets te zijn. De eindtoets ROUTE 8 van A-VISION en de ICE Eindtoets Primair Onderwijs (IEP) mogen ook.

De onafhankelijke Expertgroep Toetsen PO heeft over deze twee eindtoetsen een positief advies uitgebracht. Ze zijn voor een periode van vier jaar toegelaten naast de Citotoets (ofwel de centrale eindtoets die wordt uitgebracht door het College voor Toetsen en Examens).

Dekker schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat de scholen informatie ontvangen over de inschrijving voor de eindtoets. Ze kunnen zelf een keuze maken. In het huidige invoeringsjaar is aanmelding mogelijk tot en met 30 januari 2015 (in plaats van de voorgeschreven datum 31 december 2014).

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

‘Kwaliteitsaanpak Amsterdam heeft averechts effect’

De Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA) heeft een negatief effect op de onderwijsprestaties van leerlingen in groep 8. Het heeft geleid tot een daling van de gemiddelde citoscore met 1,7 punt in de eerste vier jaar na invoering. Dat meldt het Centraal Planbureau (CPB) in het rapport The impact of a comprehensive school reform policy for failing schools on educational achievement; Results of the first four years.

De gemeente Amsterdam heeft in 2008 de KBA ingevoerd om de onderwijskwaliteit op scholen in het primair onderwijs te verbeteren. Het belangrijkste element van de KBA is de verbeteraanpak. Dit is een tweejarig programma gericht op de invoering van een systematische en opbrengstgerichte manier van werken op scholen.

Het programma kent een integrale aanpak waarbij verschillende maatregelen worden gecombineerd, zoals evaluaties van de kwaliteit van leraren op basis van lesobservaties, scholing en coaching van onderwijspersoneel en de invoering van nieuwe lesmethoden.

De evaluatie die het CPB heeft uitgevoerd, laat zien dat de introductie van de KBA heeft geleid tot een daling van de scores op de Cito-eindtoets van leerlingen op zwakke en zeer zwakke basisscholen.

Lees meer…

‘Motivering nodig voor andere bekwaamheidseisen’

Het voorstel van de Onderwijscoöperatie voor herijking van de bekwaamheidseisen voor leraren schiet tekort. Dat staat in een advies van de Onderwijsraad.

Gezien het uitgangspunt van bestendigheid van regelgeving is de Onderwijsraad van mening dat in de toelichting bij het voorstel ten onrechte niet wordt ingegaan op de redenen die tot de voorgestelde herziening van de bekwaamheidseisen hebben geleid. Vanwege het ingrijpende karakter van de voorgestelde wijzigingen voor alle betrokkenen acht de Onderwijsraad het noodzakelijk dat voor de herziening een dragende motivering wordt gegeven.

Bovendien voorziet het voorstel niet in bekwaamheidseisen voor werkzaamheden van leidinggevende en ondersteunende aard. De Onderwijsraad adviseert dit alsnog te doen, omdat de kwaliteit van deze werkzaamheden medebepalend is voor de eindkwaliteit van het onderwijs.

De Onderwijsraad vindt de bekwaamheidseisen onvoldoende richtinggevend voor de lerarenopleiding, omdat zij op drie punten onvolledig zijn. De raad doet daarom de volgende aanbevelingen:

  • Neem de niveau-aanduiding expliciet op in de bekwaamheidseisen.
  • Neem eisen omtrent algemeen professioneel handelen op in de bekwaamheidseisen.
  • Doe meer recht aan de verschillen tussen het algemeen voortgezet en het beroepsgericht onderwijs.

Het bestuur van de Onderwijscoöperatie laat weten dat het met belangstelling kennis heeft genomen van het advies en beraadt zich op een reactie. In de Onderwijscoöperatie zitten diverse belangenorganisaties voor leraren.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Conferentie voor vertrouwenspersonen

Contact- en vertrouwenspersonen in het primair onderwijs kunnen op 2 april naar een conferentie over seksueel grensoverschrijdend gedrag van leerlingen: ‘Van poppenhoek tot smartphone’.

Het is de jaarlijkse conferentie van PPSI, het Project Preventie Seksuele Intimidatie. Centraal staat dit keer de vraag hoe seksueel grensoverschrijdend gedrag van leerlingen  -van kleutergroep tot groep acht-  te herkennen en te duiden is. Het is een onderwerp dat het afgelopen jaar een paar keer actueel is geweest door incidenten op basisscholen.

Ook de online belevingswereld van kinderen komt aan bod, de leuke maar ook de minder leuke kanten, en de mogelijkheden die u op school heeft om de veiligheid van leerlingen te vergroten. Het middagprogramma biedt workshops, waarin u met de praktijk aan de slag gaat. Het aanbod varieert van basics voor contact/vertrouwenspersonen tot het afhandelen van een crisissituatie rond seksueel misbruik.

De conferentie van 2 april is in Amersfoort in het Regardz Meeting Centre Eenhoorn, tegenover het station. Het programma is gericht op contact- en vertrouwenspersonen uit het primair onderwijs. Schoolleiders zijn ook van harte welkom. De kosten zijn 249 euro.

Meer informatie en inschrijven op www.ppsi.nl. E-mailen kan ook naar ppsi@aps.nl.

Amsterdam krijgt eigen onderwijskwaliteitsbureau

Amsterdam krijgt een onafhankelijk kwaliteitsbureau voor alle basisscholen in de hoofdstad. Dat heeft de gemeente Amsterdam maandag bekendgemaakt.

De Stichting Beter Primair Onderwijs Amsterdam wordt opgericht door de schoolbesturen, die met elkaar samenwerken in het Breed Bestuur Overleg Amsterdam. De stichting wordt voor 75 procent door de gemeente betaald. Het kwaliteitsbureau gaat op 1 januari 2014 van start. De gemeente Amsterdam spreekt van ‘een unieke stap in Nederland’

De stichting zal in vier jaar tijd alle Amsterdamse basisscholen onderzoeken. Een onafhankelijke expert zal per school een audit afnemen. Daarbij wordt het kwaliteitskader van het gezamenlijk opgestelde Amsterdamse Kader Goed Onderwijs gehanteerd. Dit kader is ontwikkeld op basis van de ervaringen van de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA).

De expert fungeert als critical friend van de school. Op basis van de bevindingen zal de school als dat nodig is een verbeterplan opstellen en uitvoeren. De gemeente en de schoolbesturen zeggen hiermee de uitkomsten van de kwaliteitsaanpak en de duurzame ontwikkeling van goed onderwijs te kunnen borgen.

De Stichting Beter Primair Onderwijs Amsterdam staat los van de Inspectie van het Onderwijs, die haar werk ook in Amsterdam zal blijven verrichten.

Dekker: ‘Onderwijs aan peuters moet beter’

De kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie (vve) in Nederland moet beter. Het taalniveau van de pedagogisch medewerkers moet omhoog en er is een sluitende (keten)aanpak nodig om alle peuters die risico lopen op een achterstand, naar de vve te leiden.

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW dat hij nog in deze kabinetsperiode ‘een flinke verbeterslag’ wil maken. De staatssecretaris baseert zich daarbij op het Eindrapport bestandsopname voor- en vroegschoolse educatie in Nederland van de Inspectie van het Onderwijs, dat naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Uit dat rapport blijkt dat er knelpunten zijn in zowel het aanbod van als de toeleiding naar de vve. Een deel van de gemeenten slaagt er niet in alle doelgroepkinderen te bereiken. Ook bezuinigen gemeenten op peuterspeelzaalwerk, waardoor het voorschoolse aanbod vermindert. In dunbevolkte gebieden is een kinderdagverblijf vaak niet rendabel, waardoor doelgroepkinderen thuisblijven en de kans groter wordt dat ze met een (taal)achterstand aan de basisschool beginnen. Voor deze gebieden zijn maatwerkoplossingen nodig. Dekker denkt bijvoorbeeld aan voorschoolse educatie in samenwerking met een basisschool.

Taalniveau
Het probleem van het taalniveau van de pedagogisch medewerkers, dat vaak onder de maat blijkt te zijn, wil staatssecretaris Dekker aanpakken met met een professionaliseringsslag. Hij wil dat alle gemeenten deze medewerkers gaan toetsen en scholen. Daarover worden afspraken gemaakt met de VNG.

Consultatiebureaus
Voor de toeleiding naar de vve wil Dekker afspraken maken met consultatiebureaus, die moeten signaleren welke peuters risico lopen op een achterstand. Ook zet hij in op voorlichting en een actieve benadering van ouders.

Het tweeledige doel van de maatregelen is de kwaliteit van vve in alle gemeenten op hetzelfde, hoge niveau te brengen en te zorgen dat alle kinderen die het nodig hebben, ervan kunnen profiteren. ‘Ik bied hiervoor niet alleen de kaders, maar ook praktische ondersteuning. De inzet is een goede start in het onderwijs voor alle kinderen’, aldus Dekker.

Reactie VOS/ABB
Ook VOS/ABB heeft eerder geconstateerd dat het taalniveau van de leidsters in kinderopvangorganisaties vaak te laag is. Eigenlijk is een hbo-opleiding voor deze leidsters gewenst. VOS/ABB is daarnaast voorstander van initiatieven voor voorscholen, waar álle peuters vanaf 2,5 jaar naar toe gaan, zoals in Amsterdam. Ook elders in het land zijn basisscholen begonnen met voorscholen. Zie hiervoor de gerelateerde berichten in de rechterkolom hiernaast.

De brief van staatssecretaris Dekker aan de Tweede Kamer

Het ‘Eindrapport bestandsopname voor- en vroegschoolse educatie’ van de Inspectie van het Onderwijs

Tot hoever gaat de zorgplicht van scholen?

Er is meer duidelijkheid nodig over wat de zorgplicht van de scholen inhoudt. Dat stelt onderzoekster Brechtje Paijmans van de Universiteit Utrecht.

Scholen en hun verzekeraars zien zich steeds vaker geconfronteerd met claims van ouders en leerlingen, omdat zij niet aan de zorgplicht zouden hebben voldaan. De claims hebben niet meer alleen betrekking op schade als gevolg van ongevallen, maar ook op schade als gevolg van pesten en tegenvallende leerprestaties. Het is vaak niet duidelijk wat er op grond van de zorgplicht van de school mag worden verwacht.

Onderzoekster Paijmans beschrijft en analyseert de zorgplicht voor de situaties die zich het vaakst in het onderwijs voordoen: ongevallen, bewegingsonderwijs en sportbeoefening, pesten, misbruik en geweld en ten slotte de kwaliteit van het onderwijs.

Ze beoogt daarmee de wetenschap en de praktijk inzicht, handvatten en subnormen te bieden. Zij wil enerzijds scholen, ouders en leerlingen meer duidelijkheid verstrekken over de reikwijdte van de zorgplicht, ook voordat schade ontstaat, en anderzijds consistentie aanbrengen in de rechterlijke toetsing van de zorgplicht nadat schade is ontstaan. Daarmee wordt de mogelijkheid geboden om gedrag vooraf, dus voordat schade ontstaat, aan te passen.

Paijmans promoveert op 17 mei op haar onderzoek De zorgplicht van scholen. De grondslag en reikwijdte van de civielrechtelijke zorgvuldigheidsnorm van scholen jegens leerlingen.