Systeem blijkt bij leerlingenvervoer belangrijker dan kind

Bij het organiseren van leerlingenvervoer wordt te veel vanuit de regels en het systeem gedacht en te weinig vanuit het kind. Dat stelt Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer.

Kalverboer zegt dat er veel klachten binnenkomen over het leerlingenvervoer. Hieruit blijkt volgens haar dat er bij gemeenten, die het leerlingenvervoer organiseren, gebrek aan maatwerk is. Doordat praktische en financiële aspecten boven de belangen van het kind zouden staan, hebben sommige kinderen geen toegang tot passend onderwijs.

Een van de problemen die zij signaleert, is dat gemeenten soms alleen vervoer regelen voor een dichterbij gelegen school, terwijl een andere school beter zou zijn voor het kind. Er zijn volgens haar ook kinderen voor wie de gemeente helemaal geen vervoer regelt, terwijl ze dat wel nodig hebben.

Een ander probleem, zo meldt de Kinderombudsvrouw, is dat gemeenten soms willen dat een kind met het openbaar vervoer naar school gaat, terwijl dat niet goed is. Of dat een kind met een taxibus mee moet, terwijl het juist met het openbaar vervoer wil.

Hoe kan het beter?

Om gemeenten te helpen in het maken van hun afwegingen bij besluiten over de aanvragen en uitvoering van leerlingenvervoer, heeft de Kinderombudsvrouw tien uitgangspunten gemaakt.

Lees meer…

Is uw school op weg naar inclusiever onderwijs?

VOS/ABB is met partnerorganisaties op zoek naar scholen die al op weg zijn om inclusiever onderwijs te verzorgen. Is uw school een goed voorbeeld?

Alle kinderen in hun eigen buurt samen naar een reguliere school, dus ook leerlingen die ondersteuning nodig hebben. Dat is het doel van de beweging Naar inclusiever onderwijs. Professor Dolf van Veen, hoofd van het Nederlands Centrum Onderwijs & Jeugdzorg (NCOJ), vertelt erover in het zomernummer van het VOS/ABB-magazine Naar School!. Volgens hem willen veel scholen inclusiever onderwijs bieden.

Mooi streven

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB ondersteunt het initiatief, maar heeft ook vragen. ‘Het is een mooi streven, maar het lukt alleen als reguliere scholen voldoende faciliteiten krijgen. Het moet realistisch en veilig zijn, en het beste voor alle leerlingen.’

Wat scholen volgens hem nodig hebben, zijn meer handen in de klas, kleinere groepen en de juiste aanpassingen aan schoolgebouwen, zo benadrukt hij in het artikel over inclusiever onderwijs in het VOS/ABB-magazine.

Goede voorbeelden

VOS/ABB roept samen met partnerorganisaties binnen het platform Naar inclusiever onderwijs scholen op die al op weg zijn naar inclusiever onderwijs om hun verhaal te vertellen. Die partners zijn de christelijke profielorganisaties Verus en LVGS, het NCOJ en het Landelijk Expertise Centrum Speciaal Onderwijs (LECSO).

Is uw school een goed voorbeeld of wilt u meer weten over het initiatief Naar inclusiever onderwijs? Mail naar Rozemarijn Boer van VOS/ABB: rboer@vosabb.nl.

Magazine Naar School! heeft in oktober 2018 aandacht besteed aan de openbare Nieuweschool in Panningen. Deze school verzorgt ‘diagnosevrij’ passend onderwijs en is daarmee op weg naar inclusiever onderwijs. Elk kind krijgt er les op maat. De school wil geen etiketten op leerlingen plakken. 

Lees het artikel Nieuweschool bewijst: passend onderwijs kan slagen.

In 10 stappen naar inclusief onderwijs

Na een symposium over inclusief onderwijs is een gratis online magazine verschenen. Daarin staan onder meer 10 stappen om tot inclusief onderwijs te komen.

Het magazine is uitgebracht door Defence for Children en FNO Zorg en Perspectief, de organisaties die op 1 juli een drukbezocht symposium organiseerden in het ministerie van OCW. De 10 stappen variëren van het wegnemen van wettelijke beperkingen tot een cultuuromslag. Doel is een inclusieve samenleving te realiseren, waarin alle leerlingen in reguliere scholen maatwerkonderwijs krijgen en waarin jongeren met een ondersteuningsbehoefte ook ná school echt aan de slag kunnen op de arbeidsmarkt.

In het gratis online magazine Inclusief Onderwijs in Nederland, tijd voor actie! leest u verder de uitkomsten per deelsessie van het symposium. Ook komt voorzitter Adriana van Dooijeweert van het College voor de Rechten van de Mens erin aan het woord. Zij betoogt dat stilstaan geen optie is als het gaat om inclusief onderwijs.

Beweging Naar inclusiever onderwijs

Defence for Children en FNO hebben de ministers van OCW inmiddels opgeroepen om een Taskforce inclusief onderwijs in te stellen. Ook de Tweede Kamer heeft eind juli een motie van die strekking aangenomen. Eerder, in juni, is de beweging Naar inclusiever onderwijs van start gegaan met een informatieve website, gericht op scholen. Hierover stond een uitvoerig artikel in het VOS/ABB-magazine Naar School! nr 19 (pagina 12-17).

Kamervragen over ‘dyslexie-industrie’

CDA-Kamerlid René Peters slaat alarm over wat hij de ‘dyslexie-industrie’ op scholen noemt. Het signaleert dat steeds meer commerciële bedrijven bezig zijn met dyslexiebehandeling, en ook dat meerdere van deze bedrijven zijn overgenomen door (buitenlandse) investeringsfondsen.

Peters heeft hierover recent schriftelijke Kamervragen gesteld aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, nadat hij in juni al vragen had gesteld over het almaar groeiende percentage kinderen met de diagnose dyslexie. Toen waren zijn vragen gebaseerd op een artikel van Follow the Money.

Dyslexiezorg onafhankelijk?

Op de eerste vragen antwoordde de minister dat orthopedagogen in het onderwijs als ‘poortwachters’ bekijken of kinderen inderdaad dyslexiebegeleiding nodig hebben. Nu vraagt Peters of die poortwachters wel echt onafhankelijk zijn en geen banden hebben met commerciële aanbieders van dyslexiezorg. Hij dringt er bij de minister op aan om een onafhankelijke poortwachter verplicht te stellen.

Lees hier de Kamervragen van het CDA over de ‘dyslexie-industrie’.

 

Kamer wil toe naar inclusief onderwijs

De Tweede Kamer roept de regering op werk te maken van echt inclusief onderwijs. Dit betekent dat elk kind passend onderwijs kan krijgen in de reguliere school.

Tot nu toe zitten kinderen met een ondersteuningsbehoefte in Nederland vooral in speciale scholen. Drie jaar geleden heeft Nederland echter het VN Mensenrechtenverdrag Handicap mede ondertekend, waaruit het recht op inclusief onderwijs volgt. Vlak voor het zomerreces heeft een ruime meerderheid van de Tweede Kamer een motie hierover aangenomen die was ingediend door D66-Kamerlid Paul van Meenen. Met deze motie wordt het kabinet verzocht om samen met onder anderen leraren, ouders, schoolbesturen, gemeenten en (jeugd)zorg een brede coalitie te vormen voor de realisering van echt inclusief onderwijs.

Taskforce inclusief onderwijs

De organisatie Defence for Children reageert verheugd op deze uitspraak van de Kamer, maar wijst er met klem op dat er nu daadwerkelijke, concrete en meetbare stappen gezet moeten worden. ‘Het opbouwen van een brede coalitie is waardevol, maar doet nog onvoldoende recht aan de verplichtingen van de staat’, aldus Defence for Children. De organisatie roept het ministerie van OCW op om daarom een Taskforce te starten die een helder plan met tijdpad en meetbare doelstellingen kan opstellen.

Platform Naar inclusiever onderwijs

Zeer recent, in juni, is de beweging Naar inclusiever onderwijs van start gegaan, die een landelijk praktijkplatform heeft gelanceerd om scholen en andere partijen bij elkaar te brengen. Dit platform op www.naarinclusieveronderwijs.nl fungeert als als vraagbaak en inspiratiebron voor scholen. Een uitvoerig artikel hierover stond in het VOS/ABB-magazine Naar School!, nr 19, van juni 2019 (zie pagina 12-17).  VOS/ABB is een van de partners die het initiatief Naar inclusiever onderwijs ondersteunt.

 

 

Leraren meer ondersteunen bij passend onderwijs

Scholen, besturen en samenwerkingsverbanden kunnen meer doen om leraren te ondersteunen bij passend onderwijs. Dat stelt onderwijsminister Arie Slob in reactie op een recente enquête van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Daaruit kwam naar voren dat veel leraren passend onderwijs niet aankunnen.

Hij benadrukt in een brief aan de Tweede Kamer onder andere het belang van goed strategisch personeelsbeleid. Daarbij verwijst hij naar een onderzoek waaruit bleek dat het mogelijk is leraren meer mee te laten denken over passend onderwijs. ‘Vanuit schoolleiders, bestuurders en samenwerkingsverbanden moet met leraren gemonitord worden of de geboden voorzieningen voldoende zijn.’

Grote reserves en solidariteit

Ook noemt de minister de grote financiële reserves van een deel van de schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. ‘Hoewel incidenteel, kunnen en moeten deze middelen benut worden om leraren te ontlasten en leerlingen beter te ondersteunen.’

Daarnaast kunnen samenwerkingsverbanden meer doen om de solidariteit onder scholen te vergroten. Dat kan volgens Slob door meer geld te geven aan scholen met relatief veel leerlingen met een ondersteuningsbehoefte.

Lees meer…

Slob: ‘Beeld over passend onderwijs te negatief’

Het algemene beeld over passend onderwijs is te negatief. Veel mensen hebben dat aangegeven in het ‘vertelpunt’ waar iedereen zijn ervaringen kwijt kon. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer over de voortgang en evaluatie van passend onderwijs.

Slob schrijft dat in veel regio’s echte samenwerking tot stand is gekomen tussen scholen onderling en ook met de (jeugd)zorg. ‘Dat de samenwerking pas sinds kort van de grond komt, komt mede omdat scholen en hun samenwerkingsverbanden de eerste jaren vooral nog zoekende waren wat hun (nieuwe) opdracht is. De (jeugd)zorg bevond zich in een eigen decentralisatieproces. Ook daar was men zoekende naar een goede invulling van de nieuwe taken en verantwoordelijkheden’, aldus de minister.

Ondanks de verbeterde samenwerking geven volgens Slob sommige leraren aan nog niet altijd te weten welke ondersteuning zij zouden moeten kunnen bieden en waar hun verantwoordelijkheid ophoudt. ‘Een deel van de leraren vindt het nog lastig om dit gesprek te voeren binnen de school’, zo staat in de brief.

Daarin staat ook dat scholen, samenwerkingsverbanden en zorgaanbieders aangeven, dat ze hopen de ruimte te krijgen de ingezette samenwerking door te kunnen zetten. ‘Ze spreken de wens uit, dat wij, de politiek, niet de conclusie trekken, dat weer alles anders moet.’

Inclusief onderwijs

De minister meldt ook dat er steeds meer aandacht is voor inclusief onderwijs. ‘De ondertekening van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en het kabinetsprogramma Onbeperkt Meedoen! geven een impuls aan een toegankelijke samenleving en aan het denken over zo inclusief mogelijk onderwijs.’

Daarover zal de Tweede Kamer nog een afzonderlijke voortgangsrapportage krijgen.

Lees meer…

Startconferentie ‘Naar inclusiever onderwijs’

Op 12 februari 2020 is de startconferentie van de beweging ‘Naar inclusiever onderwijs’. U kunt zich nu al online aanmelden voor deze conferentie.

De beweging ‘Naar inclusiever onderwijs’ vindt dat alle kinderen in hun eigen buurt samen naar een reguliere school moeten kunnen. Dat geldt dus ook voor leerlingen die ondersteuning nodig hebben. Professor Dolf van Veen, hoofd van het Nederlands Centrum Onderwijs & Jeugdzorg, vertelt erover in magazine Naar School!.

‘Op veel plekken in de wereld is een beweging gaande in de richting van sociale en onderwijskundige integratie. Ook in Nederland zijn er scholen die al inclusiever onderwijs geven, zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs. Het zijn voorlopers en hun aantal groeit’, aldus Van Veen in het VOS/ABB-magazine.

De scholen die inclusiever onderwijs willen, hebben volgens hem steun nodig. De website www.naarinclusieveronderwijs.nl wordt voor hen een vraagbaak en een ontmoetingsplaats voor het uitwisselen van kennis en ervaring.

Praktijkvoorbeelden en workshops

Op de landelijke startconferentie op woensdag 12 februari (op een nog te bepalen locatie in het midden van het land) zullen praktijkvoorbeelden van inclusiever onderwijs worden gepresenteerd. Ook staan er workshops op het programma voor diverse doelgroepen, zoals schoolbestuurders, schoolleiders, mensen van samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs, leraren, leerlingen en ouders.

Lees meer…

AOb: Veel leraren kunnen passend onderwijs niet aan

Veel leraren kunnen passend onderwijs niet aan, zo blijkt uit een enquête van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Met het begeleiden van kinderen met leer- en/of gedragsproblemen valt het naar omstandigheden nog wel mee; leraren hebben vooral moeite met het geven van onderwijs aan leerlingen met een verstandelijke beperking.

De AOb meldt dat de zorgvraag sinds de invoering van passend onderwijs complexer is geworden. ‘Leerlingen worden pas doorverwezen naar het (voortgezet) speciaal onderwijs als het in de ‘gewone’ klas echt niet meer gaat. Ze raken hierdoor onnodig beschadigd, vinden hun leraren’, zo staat op de website van de bond.

‘Dat er problemen met passend onderwijs zijn, was al wel duidelijk. Deze enquête maakt inzichtelijk hoe groot het probleem is’, zegt AOb-beleidsmedewerker en onderzoeker Cornee Hoogerwerf.

Lees meer…

Inclusiever onderwijs: alle kinderen naar reguliere school

Alle kinderen in hun eigen buurt samen naar een reguliere school, dus ook leerlingen die ondersteuning nodig hebben. Dat is het doel van de beweging Naar inclusiever onderwijs. Professor Dolf van Veen, hoofd van het Nederlands Centrum Onderwijs & Jeugdzorg, vertelt erover in het zomernummer van het VOS/ABB-magazine Naar School!.

‘Op veel plekken in de wereld is een beweging gaande in de richting van sociale en onderwijskundige integratie’, zegt Van Veen. ‘Ook in Nederland zijn er scholen die al inclusiever onderwijs geven, zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs. Het zijn voorlopers en hun aantal groeit.’

Volgens Van Veen willen veel meer scholen zich graag in de richting van inclusiever onderwijs ontwikkelen, maar de praktijk blijkt weerbarstig. De scholen hebben hierbij steun nodig. De website www.naarinclusieveronderwijs.nl wordt een vraagbaak en een ontmoetingsplaats voor het uitwisselen van kennis en ervaring.

Mooi streven

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB ondersteunt het initiatief Naar inclusiever onderwijs van harte, maar heeft ook vragen. ‘Het is een mooi streven, maar het lukt alleen als reguliere scholen voldoende faciliteiten krijgen. Het moet realistisch en veilig zijn, en het beste voor alle leerlingen.’

Wat scholen volgens hem nodig hebben, zijn meer handen in de klas, kleinere groepen en de juiste aanpassingen aan schoolgebouwen. ‘Zolang die dingen niet geregeld zijn, zal er weinig beweging komen’, zegt Teegelbeckers in het VOS/ABB-magazine.

Lees meer…

Gelijke kansen in onderwijs? Wishful thinking!

‘Gelijke kansen in het onderwijs is een mythe, en het is moreel dubieus te blijven doen alsof dat niet zo is’. Dat schrijven hoogleraar Michael Merry en onderzoeker Geert Driessen op de opiniepagina van de Volkskrant.

De kenmerken van ongelijkheid zijn volgens hen al heel lang bekend. Ze noemen onder andere grote verschillen in onderwijskwaliteit tussen scholen, het lerarentekort (waarvan vooral scholen in achterstandswijken de dupe zijn) en kinderen die geen passend onderwijs krijgen.

Artikel 23 = segregatie

Merry en Driessen noemen ook artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs als oorzaak van kansenongelijkheid. Dat zorgt volgens hen voor ‘veel schoolsegregatie, vooral qua sociale klasse en migratieachtergrond’.

De meeste verontrustende ongelijkheden zijn volgens hen echter gesitueerd buiten de school: voorlezen, samen naar de bieb, huiswerkondersteuning, carrière-advies, buitenlandse excursies en bezoek aan musea. Ook noemen ze sociale netwerken die ervoor zorgen dat het ene kind beter onderwijs krijgt dan het andere.

Het streven naar gelijke kansen in het onderwijs is volgens hen daarom wishful thinking.

Lees meer…

‘Onderwijs moet meer laten zien waar het mee bezig is’

‘Ik vind transparantie ontzettend belangrijk. Volgens mij moeten we als sector meer en beter laten zien waar we mee bezig zijn.’ Dat zegt  Jeroen Goes, voorzitter van het het college van bestuur van Stichting Fluvium, in een interview met de PO-Raad.

Volgens hem moeten schoolbestuurder altijd voor ogen houden waar het in het onderwijs allemaal om gaat, namelijk de leerlingen. ‘Zo zat ik laatst aan tafel met het samenwerkingsverband en de gesprekken worden soms zo abstract. Terwijl het eigenlijk gaat om kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte die we zo goed mogelijk onderwijs willen bieden. Dat vergeten bestuurders soms wel eens.’

Hij gaat ook in op de financiële verantwoording. ‘Ik merk dat het voor ouders, leraren en directeuren, die zitting hebben in de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, best een hele kluif is om je door pagina’s van tabellen en cijfers te worstelen. Dit jaar heb ik de begroting voor het eerst visueel laten vormgeven. Dat hielp voor ons heel goed bij het voeren van een open gesprek over de verschillende bedragen.’

Lees het hele interview

Uitspraak GPO over recht op regulier onderwijs

Er bestaat geen afdwingbaar en onbegrensd recht op regulier (basis)onderwijs. Dat blijkt uit een recente uitspraak van de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO).

De GPO behandelde de zaak van een moeder, die bezwaar maakte tegen het besluit van een reguliere basisschool om haar dochter met syndroom van Down na vier jaar te verwijderen. De school verwees de leerling naar een school voor speciaal onderwijs, waarvoor het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring afgaf.

Wet gelijke behandeling en VN-verdrag

De leerling had al vier jaar op de reguliere basisschool in groep 1-2 gezeten, waarbij de school gebruik had gemaakt van speciale methodes en één-op-één-begeleiding. Desondanks liet de leerling onvoldoende ontwikkeling zien. Bovendien vond ze onvoldoende aansluiting bij haar klasgenoten. De moeder maakte bezwaar tegen de verwijdering en wees op de Wet gelijke behandeling en het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

De Geschillencommissie oordeelt dat de van de school verlangde ondersteuning onevenredig belastend was geworden en dat de Wet op de gelijke behandeling geen onbegrensd recht op regulier onderwijs biedt. Wat het VN-verdrag betreft, spreekt de GPO uit dat dit geen onmiddellijk en afdwingbaar recht oplevert. Conclusie: de school heeft ‘in redelijkheid’ kunnen besluiten tot verwijdering.

Programma over speciaal onderwijs en jeugdzorg

Het programma van de bijeenkomst over samenwerking tussen speciaal (basis)onderwijs en jeugdzorg op 16 mei is bekend. Het zal gaan over bestuurlijke organisatie, financiering, huisvesting en medezeggenschap.

De bijeenkomst is op de locatie van IKC IJmond in Beverwijk en voor leden van VOS/ABB is de toegang gratis. IKC IJmond is een kindcentrum waarin professionals op het gebied van (speciaal) onderwijs, jeugdhulp en zorg al samenwerken, volgens het principe: ‘één kind, één gezin, één plan’.

Projectleider Nicole van Rens van adviesbureau BMC zal op 16 mei ingaan op de vraag hoe onderwijs en jeugdzorg samenwerking kunnen organiseren en inhoud kunnen geven. Ook de financiën en huisvesting komen aan bod en ten slotte is er aandacht voor het betrekken van de medezeggenschapsraad.

Aanmelden kan nog

De bijeenkomst in Beverwijk beslaat één dagdeel: van 9.30 tot 12.30 uur. Belangstelling? Meld u dan snel aan door een mailtje te sturen aan welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Bijeenkomst IKC IJmond Beverwijk 16 mei’. Vermeld duidelijk uw naam, organisatie en telefoonnummer.

Deze bijeenkomst is vooral interessant voor bestuurders en beleidsmedewerkers van schoolbesturen en samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Deelname is gratis voor leden van VOS/ABB. Niet-leden zijn ook welkom, maar zij betalen 50 euro per persoon (btw-vrij).

Veel subsidieaanvragen passend onderwijs

Van de 152 samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs hebben er 147 een (gezamenlijke) subsidieaanvraag ingediend om het onderwijs- en ondersteuningsaanbod in hun regio verder vorm te geven. Dat meldt het ministerie van OCW.

Er is volgens het ministerie sprake van ‘een grote diversiteit aan keuzes voor doelgroepen en doelstellingen bij de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd’. In veel aanvragen komen expertiseontwikkeling, kennisdeling en samenwerking op regionaal niveau terug. Dat geldt ook voor het terugdringen van het aantal leerlingen die zonder onderwijs thuiszitten. De problematiek van thuiszitters kan te maken hebben met hoogbegaafdheid. Een deel van de aanvragen heeft ook betrekking op de doorgaande leerlijn van het basis- en naar het voortgezet onderwijs.

Een commissie is nu bezig om de subsidieaanvragen te beoordelen.

Lees meer…

Betere hulp en voorlichting aan jongeren met depressie

Met de wegwijzer Rondom Jong wil het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de hulp en voorlichting aan jongeren verbeteren die kampen met een depressie.

Staatssecretaris Paul Blokhuis van VWS nam de wegwijzer Rondom Jong onlangs in ontvangst tijdens een werkbezoek aan het Nuborgh College Veluvine in Nunspeet, waar Rondom Jong succesvol is getest.

Blokhuis: ‘Iedere jongere verdient de best mogelijke hulp als hij of zij in de put zit. Het is cruciaal dat depressieve klachten snel herkend worden en dat het normaal wordt om erover te praten. De Rondom Jong-methode helpt daar bij. Professionals die dicht bij de jongeren staan kunnen met de methode de hulpverlening sterk verbeteren. Ik roep alle leerkrachten, en hulpverleners op deze methode te gaan gebruiken.’

De methode is bedoeld voor professionals die met jongeren te maken hebben, dus onder anderen voor mensen uit het onderwijs.  Lees meer op de website van het Trimbos Instituut. Daar kunt u Rondom Jong online bestellen.

Monitor Aansluiting Onderwijs Jeugdhulp vernieuwd

De vernieuwde Monitor Aansluiting Onderwijs Jeugdhulp (AOJ) biedt gecombineerde cijfers over onderwijs en jeugdhulp.

De monitor is bedoeld voor samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs en gemeenten. Zij kunnen met deze monitor meer inzicht krijgen in de opbrengsten van de regionale samenwerking op het gebied van preventief jeugdbeleid en onderwijs.

Nieuw in de monitor is de integrale en vraaggestuurde opzet van de cijfers over onderwijs en jeugdhulp. Een ander nieuw aspect is de toelichting op de cijfers en wat een regio ermee kan. Dit resulteert in openbare rapportages per thema.

Ga naar de vernieuwde Monitor AOJ

Chronisch zieke kinderen willen meer hulp op school

Eén op de vier kinderen en jongeren in Nederland is chronisch ziek of heeft een handicap. Dat meldt het Verwey-Jonker Instituut, dat een telling heeft uitgevoerd op basis van verzekeringsgegevens.

Volgens die telling zijn er in Nederland 1,3 miljoen mensen van 0 tot en met 25 jaar met een chronische aandoening, zoals diabetes, reuma, taaislijmziekte, astma en eczeem. Ook psychische aandoeningen, zoals depressie of ADHD, zijn meegeteld.

Volgens het Verwey-Jonker Instituut maakt het onderzoek duidelijk dat kinderen en jongeren met een chronische aandoening zich niet altijd voldoende ondersteund voelen. Dat betreft onder andere ondersteuning door de school.

Lees meer…

Nationale Onderwijsprijs voor Nieuweschool Panningen

De Nationale Onderwijsprijs 2017-2019 is toegekend aan de openbare Nieuweschool in Panningen vanwege het ‘diagnosevrij’ passend onderwijs dat hier wordt gegeven.

De basisschool in Panningen, die eerder de Onderwijsprijs Limburg won, ontving de Bronzen Olifant en een geldprijs van 7000 euro uit handen van Alida Oppers, directeur-generaal primair en voortgezet onderwijs van het ministerie van OCW. De Nieuweschool wint omdat in deze reguliere basisschool leerlingen niet worden ‘gestickerd’, vanuit de gedachte dat zo’n diagnose de leerling niet zal helpen. De Nieuweschool verwijst geen enkel kind naar het speciaal onderwijs, wel krijgt elk kind op maat gesneden les. ‘Gedifferentieerd leren is de norm en het ziekteverzuim onder leerkrachten is extreem laag,’ vermeldt de website van de Onderwijsprijs.

In de categorie voortgezet onderwijs ging de Nationale Onderwijsprijs naar  CSG Penta College in Hoogvliet, dat in samenwerking met een ROC een bijzondere havo-TOP opleiding is gestart waar havo-leerlingen in de bovenbouw meer praktisch onderwijs en een stage volgen. De Nationale Onderwijsprijs is een tweejaarlijkse wedstrijd met als doel onderwijsvernieuwende projecten te stimuleren.

Zó werkt de Nieuweschool

Het VOS/ABB-magazine Naar School! publiceerde in oktober een reportage over de werkwijze van de Nieuweschool in Panningen. In het decembernummer van Naar School! verscheen een vervolgartikel over diagnosedrift.

Pas in juni reactie op rapportage passend onderwijs

Onderwijsminister Arie slob komt pas in juni met een reactie op de Monitor passend onderwijs. Leerkrachten basisonderwijs. Dat laat hij weten aan de Tweede Kamer, die hem had gevraagd om een reactie op het rapport dat in oktober uitkwam.

In de monitor van DUO Onderwijsonderzoek & Advies staat onder andere dat leerkrachten overwegend positief zijn over het idee achter passend onderwijs, maar dat de overgrote meerderheid negatief is over de uitvoering ervan. Leerkrachten vinden het vooral lastig om kinderen met een verstandelijke beperking of gedrags- en ontwikkelingsstoornissen in de klas te hebben. De ervaring van leerkrachten is bovendien dat ze te weinig aandacht kunnen geven aan deze leerlingen.

De Tweede Kamer had Slob om een reactie op de monitor gevraagd, maar die laat nog even op zich wachten. Hij komt er pas in juni mee, zo meldt hij in een brief aan de Tweede Kamer. ‘Ik zal de onderzoeksresultaten betrekken in de dertiende voortgangsrapportage passend onderwijs van juni 2019. Daarin worden ook de resultaten van het Evaluatieprogramma passend onderwijs besproken.’

 

Onafhankelijk toezicht must voor samenwerkingsverband

De Inspectie van het Onderwijs heeft de besturen van een aantal samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs een brief gestuurd over hun lopende herstelopdracht ten aanzien van onafhankelijk intern toezicht.

De brief is gestuurd naar besturen van samenwerkingsverbanden waarvan eerder is vastgesteld dat het intern toezicht feitelijk niet onafhankelijk is. Deze besturen moeten ervoor zorgen dat het toezichthoudend orgaan wel onafhankelijk gaat functioneren.

De inspectie benadrukt het belang van onafhankelijk intern toezicht. ‘Wanneer we constateren dat het intern toezicht in een concrete situatie niet voldoende onafhankelijk functioneert, formuleren we herstelopdrachten op grond van deugdelijkheidseisen.’

Lees meer…

Subsidie hoogbegaafden aanvragen tot 31 maart

Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs kunnen tot en met 31 maart subsidie aanvragen voor extra ondersteuning aan (hoog)begaafde leerlingen.

Er is in totaal 56 miljoen euro beschikbaar voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2022. Per samenwerkingsverband is er een maximumsubsidiebedrag vastgesteld op basis van het aantal leerlingen dat op 1 oktober 2017 stond ingeschreven op de aangesloten scholen. Bij de aanvraag moet een activiteitenplan en begroting worden ingediend. De subsidie bedraagt maximaal de helft van de totale kosten.

Om samenwerkingsverbanden op weg te helpen, is een serie inspiratiebijeenkomsten georganiseerd. De laatste twee daarvan zijn nog op 5 maart in Nijkerk en op 11 maart in Venlo.

Meer informatie

Zo kan het ook: inclusieve scholen

Het gratis magazine Zo kan het ook geeft voorbeelden van scholen die werk maken van inclusief onderwijs. 

In het blad vertellen de scholen hoe zij het aanpakken om alle leerlingen, inclusief degenen met een beperking, in één school onderwijs te geven. Het recent verschenen nummer gaat over het voortgezet onderwijs. Een van de daarin geportretteerde scholen is het openbare Innova in Enschede, onderdeel van het Stedelijk Lyceum. Bij elk verhaal staan praktische adviezen.

Eerder verscheen eenzelfde editie voor het primair onderwijs. Daarin stond onder andere openbare basisschool Het Rondeel in Den Bosch, waar kinderen met verschillende onderwijsbehoeften door elkaar naar school gaan.

Magazine Zo kan het ook downloaden

Het magazine Zo kan het ook is recent uitgegeven door het platform In1school, dat is opgericht om schoolbestuurders, samenwerkingsverbanden, beleidsmakers en ouders te informeren en te inspireren over de mogelijkheden van inclusief onderwijs.

Beide bladen zijn gratis te downloaden. Het is ook mogelijk om kosteloos een papieren exemplaar aan te vragen.

 

‘Eindtoets is zinloos geworden’

‘De eindtoets basisonderwijs is zinloos geworden en bevordert tegenwoordig zelfs kansenongelijkheid’. Het is tijd voor iets anders, betoogt René Kneyber in een opiniestuk in dagblad Trouw.

Kneyber is docent wiskunde, schrijver van diverse onderwijsboeken en lid van de Onderwijsraad, het onafhankelijk adviescollege van de overheid.

In zijn artikel over de eindtoets toont Kneyber aan dat de Cito-toets, die vanaf 1969 werd afgenomen, aanvankelijk een groot succes was als objectief instrument om kinderen gelijke kansen te geven. Het werkte omdat kinderen die toets gewoon maakten, zonder training of oefening vooraf.

Tegenwoordig kopen ouders die geld hebben eindtoetstrainingen in voor hun kroost in. En ook de scholen doen aan eindtoetstraining, omdat zij door de Inspectie voor het Onderwijs op de scores worden beoordeeld. De eindtoets geeft daarmee geen objectief beeld meer van wat kinderen nu echt kunnen.

De conclusie van Kneyber is dat de eindtoets na vijftig jaar meer een instrument ter bevordering van kansenongelijkheid is geworden dan een wapen ertegen. ‘Het concept heeft zijn houdbaarheidsdatum overschreden’, zo stelt hij.

 

Dyslexie Conferentie op 27 maart

Professionals in het primair en voortgezet onderwijs kunnen op 27 maart naar de Nationale Dyslexie Conferentie in het bioscoopcomplex Pathé in Ede. Hier komt alles over dyslexie aan bod: van nieuwe wetenschappelijke inzichten tot praktische handvatten voor een effectieve behandeling.

Een van de 30 sprekers is prof. dr. Aryan van der Leij, auteur van het boek Dit is dyslexie. Hij is ook een van de grondleggers van de methode Bouw!, die inzet op een vroege interventie bij kinderen met leesproblemen. Hij zal spreken over de wijze waarop een duurzame aanpak van dyslexie op school te realiseren is.

Andere sprekers zijn prof. dr. Roel van Steensel over leesweerstand en leesmotivatie, en dr. Femke Scheltinga over het onderzoek naar dyslexieverklaringen in opdracht van het ministerie van OCW.

Bezoekers maken hun eigen keuze uit een programma van 45 lezingen en workshops. Het programma begint om 10 uur.

Groepskorting

Deelname aan deze conferentie kost 279 euro per persoon, inclusief lunch en certificaat van deelname. Bij inschrijving van 5 of meer personen van één school of samenwerkingsverband zijn de kosten 249 euro.

Inschrijven kan nog tot 11 maart. De conferentie is bedoeld voor leraren, intern begeleiders, remedial teachers, orthopedagogen, logopedisten, maar ook directies en bestuurders in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs worden uitgenodigd om deel te nemen. De Nationale Dyslexie Conferentie is geaccrediteerd voor herregistratie.