Door nieuwe wetsvoorstellen wijzigt medezeggenschap

Deze maand zijn twee wetsvoorstellen ingediend die invloed hebben op onder andere de Wet medezeggenschap op scholen (WMS).

Het gaat om het wetsvoorstel Variawet passend onderwijs en kwaliteit (v)so en het wetsvoorstel ter modernisering en vereenvoudiging van de normen voor onderwijstijd in het voortgezet onderwijs.

Het wetsvoorstel Variawet brengt met zich mee dat de artikelen 11, 12, 13, 14 en 14a van de WMS worden aangepast. Bovendien wordt voorgesteld een nieuw artikel 11a toe te voegen.

De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • De geledingen van de ondersteuningsplanraad (OPR) krijgen instemmingsrecht op de faciliteitenregeling (op de invulling van de redelijkerwijs noodzakelijke kosten van medezeggenschapsactiviteiten die in de ondersteuningsplanraad worden verricht, zoals scholingskosten of kosten voor het inhuren van deskundigen).
  • De OPR krijgt adviesrecht op de door het samenwerkingsverband vast te stellen competentieprofielen van de toezichthouders en het toezichthoudend orgaan. De MR van het samenwerkingsverband wordt uitgezonderd van het adviesrecht op de competentieprofielen, omdat anders een dubbel adviesrecht zou ontstaan.

Met het Wetsvoorstel ter modernisering en vereenvoudiging van de normen voor onderwijstijd in het voortgezet onderwijs worden de artikelen 8, 10, 13 en 14 van de WMS gewijzigd.

Het gaat om wetstechnische wijzigingen in verband met het nieuwe voorgestelde artikel 6g WVO over onderwijstijd. In het nieuwe artikel 6g WVO wordt de wettelijke urennorm (het minimumaantal uren onderwijstijd) niet meer per leerjaar en per leerling geregeld, maar per opleiding (vmbo, havo respectievelijk vwo). In de genoemde artikelen in de WMS worden enkele verwijzingen naar artikel 6g WVO aangepast.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl