In de cao po is het uitgangspunt dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt gesloten, tenzij sprake is van vervanging of kennelijk tijdelijke werkzaamheden. In artikel 3.1 lid 2 van de cao is dat tot uitdrukking gebracht door de formulering dat eenmaal een arbeidsovereenkomst voor (bepaalde tijd van) ten hoogste twaalf maanden kan worden aangegaan en dat alleen in zeer bijzondere gevallen nog eenmaal een verlenging voor bepaalde tijd kan worden aangegaan. In deze zaak kreeg de werkneemster een tweede tijdelijk contract aangeboden. Volgens het hof is twijfel over haar functioneren géén “zeer bijzonder geval”. Daarbij weegt mee dat de werknemer voorafgaand aan haar dienstverband al stage had gelopen bij de school, waardoor de werkgever haar functioneren al kende. In tegenstelling tot de kantonrechter oordeelt het hof dat hierdoor van rechtswege een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan.

De gehele uitspraak kunt u hier vinden. (uitspraak ECLI:NL:GHDHA:2026:10)

Deel dit bericht: