Passend onderwijs niet bedoeld om sbo in stand te houden

‘Uitgangspunt is dat er voor elke leerling een passend aanbod is; het doel is niet om bepaalde voorzieningen in stand te houden.’ Daarmee reageert staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van de SP over passend onderwijs en het speciaal basisonderwijs (sbo), dat volgens die partij onder druk staat.

SP-Kamerlid Tjitske Siderius had Dekker gevraagd of hij het ‘wenselijk acht’ dat door de invoering van passend onderwijs het sbo ‘onder grote druk is komen te staan’. Volgens Siderius, die zich voor haar vragen baseerde op berichten uit de media, vreest het personeel in het sbo voor het voortbestaan van dit type onderwijs.

De staatssecretaris erkent dat er in het sbo sprake is van een dalende trend, maar hij laat Siderius zien dat die trend al is ingezet voordat passend onderwijs werd ingevoerd. ‘Deze daling kan dus niet aan passend onderwijs worden toegeschreven. Sinds de invoering van Weer Samen Naar School (WSNS) in 1998 wordt sterker gekeken of het sbo wel echt de beste plek is voor de leerling of dat deze ook op een reguliere basisschool terecht kan’, aldus Dekker.

Hij wijst er ook op dat het uitgangspunt van passend onderwijs is dat er voor elke leerling een passend aanbod is. ‘Het doel is niet om bepaalde voorzieningen in stand te houden’, benadrukt hij. ‘In de regio moet worden bezien wat er nodig is om tot een dekkend aanbod voor alle leerlingen te komen. Ik ga dan ook geen extra maatregelen nemen ten aanzien van het sbo.’