Het derde kabinet-Rutte is in zijn geheel gevallen over de kinderopvangtoeslagaffaire. Minister Eric Wiebes van Economische Zaken is per direct weg. De rest van het kabinet, inclusief de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven (D66) en Arie Slob (ChristenUnie), blijft demissionair doorregeren.

VVD-premier Mark Rutte maakte de val van zijn derde kabinet vrijdagmiddag bekend tijdens een persconferentie in Den Haag. Met het eigen besluit om het kabinet te laten vallen, voorkomt Rutte dat de Tweede Kamer de regering dwingt om op te stappen.

Zijn partijgenoot Eric Wiebes gaf aan zijn rol in de toeslagenaffaire zo ernstig te vinden, dat hij het voor zichzelf niet meer kon verantwoorden om nog minister te zijn. Hij is daarom per direct uit het kabinet gestapt.

Toen Wiebes in het tweede kabinet-Rutte staatssecretaris van Financiën was, werden duizenden ouders ten onrechte beschuldigd van fraude. Zij moesten, eveneens ten onrechte, vaak vele duizenden euro’s terugbetalen aan de Belastingdienst. Daardoor raakten zij niet alleen in financiële, maar vaak ook in grote persoonlijke problemen.

VVD-lijsttrekker

Rutte gaf tijdens de persconferentie aan dat hij vindt gewoon aan te kunnen blijven als demissionair premier, ondanks het feit dat hij onder zijn premierschap en dus onder zijn politieke verantwoordelijkheid niets deed om te voorkomen dat de toeslagaffaire vreselijk uit de hand kon lopen.

Hij gaf ook aan dat hij ondanks zijn bepalende rol bij de toeslagenaffaire lijsttrekker blijft van de VVD bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart. De leden van zijn partij hebben daar volgens hem geen enkele twijfel over. Het is volgens hem uiteindelijk aan de kiezers om te bepalen of de liberalen onder zijn leiding een machtsfactor kunnen blijven. De verkiezingen zijn op 16 en 17 maart.

Lodewijk Asscher

Een dag voor de zelfgekozen val van het kabinet maakte Lodewijk Asscher bekend dat hij bij de verkiezingen geen lijsttrekker meer is van de Partij van de Arbeid (PvdA). De voormalig onderwijswethouder van de gemeente Amsterdam was als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en vice-premier in het tweede kabinet-Rutte medeverantwoordelijk voor de affaire met de kinderopvangtoeslag.

Asscher bleef ondanks zijn rol binnen de toeslagenaffaire aanvankelijk volhouden dat hij bij de man bij uitstek zou zijn om bij de kiezers het vertrouwen in de PvdA te herstellen. Hij wees erop dat hij na zijn ministerschap als Tweede Kamerlid vier jaar in de oppositie zat. In aanloop naar het PvdA-verkiezingscongres kreeg Asscher echter steeds meer kritiek vanuit zijn eigen partij te verduren. Dat heeft hem uiteindelijk doen besluiten de spreekwoordelijke handdoek in de ring te gooien.

Toevoeging 18 januari: als nieuwe lijsttrekker van de PvdA is oud-minister en feminist Lilianne Ploumen voorgedragen. Zij is fractievoorzitter van de PvdA, nu Asscher zich vanwege de kinderopvangtoeslagaffaire heeft teruggetrokken. Ploumen stond in het tweede kabinet-Rutte als minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking ver weg van de toeslagaffaire.