Op 30 mei staking in Gelderland en Overijssel

De stakers in het primair onderwijs in de provincies Noord-Brabant en Limburg hebben vrijdag het estafettestokje doorgegeven aan hun collega’s in Gelderland en Overijssel. Daar is op 30 mei de volgende regionale staking voor meer salaris en minder werkdruk.

Duizenden leraren in Noord-Brabant en Limburg staakten vrijdag om hun eis voor meer salaris en minder werkdruk kracht bij te zetten. Er waren stakingsbijeenkomsten in Eindhoven en Sittard.

Het was de derde regionale stakingsdag in het primair onderwijs. Eerder legden leraren in Friesland, Groningen en Drenthe het werk neer, gevolgd door de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. De volgende regionale staking is op woensdag 30 mei in Gelderland en Overijssel. Vorig jaar waren er drie landelijke stakingen: op 27 juni, 5 oktober en 12 december.

De stakingen zijn bedoeld om van het kabinet het dubbele te krijgen van de eerder toegezegde 700 miljoen euro extra voor het primair onderwijs. Het kabinet heeft herhaaldelijk gezegd dat het bij 700 miljoen euro extra blijft.

Minor ter oriëntatie op baan in basisonderwijs

De Marnix Academie in Utrecht biedt de minor Oriëntatie op Leraar Basisonderwijs aan. Met deze nieuwe minor kunnen studenten met een propedeuse op zak zich oriënteren op een carrière in het basisonderwijs.

‘In deze minor oriënteer je je op maatschappelijke, onderwijskundige, pedagogische en filosofische vraagstukken rondom basisonderwijs, én doe je praktische ervaring op in het basisonderwijs’, zo meldt de Marnix Academie.

De minor van september 2018 tot februari 2019 is bedoeld voor studenten met een propedeuse van de universiteit of het hbo. De Marnix Academie hoopt ermee een steentje te kunnen bijdragen aan het verminderen van het lerarentekort.

Lees meer…

Leraren basisonderwijs opmerkelijk trouw aan vakbond

Driekwart van de leraren in het basisonderwijs vindt het belangrijk tot zeer belangrijk om lid te zijn van een vakbond. Zij vormen als hoogopgeleiden met dit grote aandeel een uitzondering op de regel dat vooral laagopgeleiden veel waarde hechten aan  het lidmaatschap van een vakbond.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt dat in de twintig beroepsgroepen die het bestaan van vakbonden het belangrijkst vinden, veel mensen werken uit de laagste beroepsniveaus. ‘Het gaat bijvoorbeeld om buschauffeurs en trambestuurders, politie en brandweer, verzorgenden, schoonmakers en bouwvakkers’, aldus het CBS.

Leerkrachten in het basisonderwijs en verpleegkundigen zijn volgens het statistiekbureau de enigen uit de hoogste beroepsniveaus in deze top 20. De beroepsgroep die het bestaan van vakbonden het minst belangrijk vindt, is die van de algemeen directeuren. ‘Op het hoogste beroepsniveau (…) vindt minder dan de helft van de werknemers het bestaan van vakbonden (heel) belangrijk’, zo meldt het CBS.

Lees meer…

Digitale vaardigheden ontbreken op helft basisscholen

Op naar schatting 50 procent van de basisscholen is nauwelijks aandacht voor digitale vaardigheden. Dit melden CodePact en Mediawijzer.net op basis van een zelf uitgevoerde inventarisatie.

‘De komende maanden gaan we meer in detail kijken naar de redenen waarom scholen nog geen aandacht besteden aan digitale vaardigheden’, zegt programma-directeur Mary Berkhout van Mediawijzer.net. ‘De redenen die zij opgeven zijn uiteenlopend: andere prioriteiten, geen goede infrastructuur zoals internetverbinding en computers, te weinig geld, onvoldoende vaardigheden van leerkrachten, et cetera.’

CodePact, Mediawijzer.net en Kennisnet hebben Samen Digiwijzer gelanceerd om basisscholen en leerkrachten te helpen digitale geletterdheid in te voeren.

Lees meer…

Nederlandse leraren verdienen relatief weinig

Leraren in het Nederlandse basisonderwijs verdienen minder dan hun Europese collega’s, maar maken meer lesuren in grotere klassen. Dat meldt ING op basis van cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), die door het Economisch Bureau van de bank zijn bewerkt.

Het Economisch Bureau van ING vergeleek de uitgaven van Nederland aan basisonderwijs met het gemiddelde van de uitgaven hieraan in België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Ook vergeleek het bureau de lerarensalarissen, de netto-onderwijstijd en de gemiddelde omvang van de klassen.

Zich baserend op cijfers uit 2014, meldt ING dat Nederland 1,2 procent van het bruto binnenlands product aan basisonderwijs besteedde, terwijl het gemiddelde in de hierboven genoemde landen in dat jaar 1,5 procent was.

Leraren in Nederland krijgen minder geld

Als wordt gekeken naar de salarissen in het basisonderwijs vergeleken met het gemiddelde salaris van gelijkwaardig opgeleide werknemers, dan verdienden leraren in Nederland daar 74 procent van. In dezelfde landen als hierboven genoemd, was dat 88 procent. Hier betreft het cijfers uit 2015.

De netto-onderwijstijd ligt in Nederlandse basisscholen met 930 uur per jaar hoger dan het gemiddelde van 808 uur per jaar in de andere landen. De klassen in Nederland zijn met gemiddeld 23,3 leerlingen groter dan het gemiddelde van 21,7 leerlingen in de andere Europese landen die het Economisch Bureau van ING in zijn vergelijking betrok. Ook hier baseert de bank zich op cijfers uit 2015.

Krimp schuift door van basis- naar voortgezet onderwijs

De grootste krimp van het aantal leerlingen in het basisonderwijs lijkt inmiddels voorbij. Nu en de komende jaren wordt krimp pijnlijk voelbaar in het voortgezet onderwijs. De christelijke profielorganisatie Verus heeft deze ontwikkeling letterlijk in kaart laten brengen.

Een interactieve online kaart van Nederland toont hoe groot de afname van het aantal leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs was respectievelijk zal zijn in de perioden 2012-2017 en 2017-2022. Zo is te zien dat in het basisonderwijs de grootste krimp inmiddels achter de rug lijkt. Toch zullen de leerlingenaantallen in bepaalde gemeenten in Groningen, Noord-Holland, Overijssel en Gelderland ook de komende jaren nog met 10 procent of meer afnemen.

De krimp in het basisonderwijs schuift de komende jaren met het ouder worden van de leerlingen logischerwijs door naar het voortgezet onderwijs. De kaart laat zien dat vooral in Noord- en Zuidoost-Nederland het voortgezet onderwijs te maken zal krijgen met een sterke afname van het aantal leerlingen. Groei zal zich vooral in de Randstad voordoen.

Krimp zet door in voortgezet onderwijs

De verschuiving van de krimp van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs is een al langer bekende ontwikkeling. Magazine Naar School! van VOS/ABB heeft er in het afgelopen zomernummer nog aandacht aan besteed.

Lees het artikel Krimp zet door in voortgezet onderwijs.

Zomerpiek in WW-uitkeringen onderwijs vlakt af

Het Centraal Bureau voor de Statistiek signaleert een afvlakking van de zomerse piek in het aantal WW-uitkeringen in het basisonderwijs.

Elk jaar gaat in augustus het aantal werkloosheidsuitkeringen in het basisonderwijs omhoog. Dat heeft te maken met tijdelijke contracten die in juli aflopen.

Ook deze zomer was er een piek. In augustus lag het aantal WW-uitkeringen in het onderwijs 10,9 procent hoger dan in juli. De piek vlakt echter wel steeds verder af, meldt het CBS.

Een oorzaak daarvan noemen de statistici niet, maar het afvlakken van de piek kan erop duiden dat minder mensen in het basisonderwijs een tijdelijk contract hebben dat aan het begin van de zomervakantie afloopt.

Lees meer…

Staking… en dan? Toelichting Onderwijsjuristen

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB leggen uit wat er gedaan moet worden als leraren gaan staken. De hoofdregel is dat er dan geen salaris wordt uitbetaald.

PO Front roept op tot een staking in het primair onderwijs op 5 oktober. De staking is gericht tegen de volgens PO Front te lage lerarensalarissen en te hoge werkdruk. In PO Front werkt de PO-Raad samen met de lerarengroep PO in Actie en de vakbonden.

Staking: geen arbeid, geen loon

In de toelichting van de Onderwijsjuristen staat onder andere dat bij een staking de hoofdregel geldt ‘geen arbeid, geen loon’. Dit betekent dat de werknemer over de stakingsuren geen recht op salaris heeft.

‘De werkgever is verplicht deze uren op het salaris in te houden. Wanneer de staking is georganiseerd door de vakbonden, krijgen de stakende werknemers die aangesloten zijn bij de organiserende vakbonden, een vergoeding uit de stakingskas’.

Download toelichting

Reële kans op hogere lerarensalarissen

Het lijkt erop dat de leraren in het primair onderwijs kunnen rekenen op meer geld. Volgens diverse berichten in de media sturen de coalitiepartners VVD en PvdA in de gesprekken over de begroting voor 2018 aan op een verhoging van de lerarensalarissen. Het onderwerp zou ook worden besproken in de formatieonderhandelingen van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie.

Het is nog niet zeker of de lerarensalarissen in het primair onderwijs omhoog gaan, maar het lijkt erop dat er wordt gesproken over een uitruil: de PvdA zou hogere lerarensalarissen in de wacht kunnen slepen als er ook meer geld komt voor veiligheid. Dat is een wens van de VVD en ook van het CDA en de ChristenUnie.

De kans dat de lerarensalarissen in het primair onderwijs gelijk worden getrokken met die in het voortgezet onderwijs, zoals PO in Actie wil, lijkt nihil. De PvdA maakte in haar verkiezingsprogramma melding van een verhoging van 3,25 procent. Dat zou neerkomen op een structurele kostenpost van ongeveer 400 miljoen euro per jaar.

Het bedrag dat nu in de media de ronde doet, bedraagt 270 miljoen euro per jaar. Dat zou goed kunnen zijn voor een salarisverhoging van 2,2 procent. Voor een beginnende leraar in het primair onderwijs zou dat een salarisverhoging kunnen betekenen van bruto grofweg 60 euro per maand.

Toon over lerarensalarissen is milder

Voor de zomervakantie dreigde PvdA-vicepremier Lodewijk Asscher ermee niet zijn handtekening onder de begroting van 2018 te zetten als er niet meer geld voor de leraren in het primair onderwijs zou komen. VVD-premier Mark Rutte en de liberale fractieleider Halbe Zijlstra reageerden daar furieus op.

De scherpe opstelling van Asscher en de woedende reacties van Rutte en Zijlstra hadden op het laatste moment nog een kabinetscrisis kunnen inluiden, maar inmiddels is hun toon een stuk milder geworden. Voorafgaand aan de eerste ministerraad na de zomervakantie toonde PvdA-minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën zich positief over de kans dat de salarissen in het primair onderwijs omhoog kunnen.

‘Meeste basisscholen hebben formatie rond’

Het is de meeste basisscholen in de regio Midden ondanks het lerarentekort gelukt de formatie rond te krijgen, meldt de NOS.

De omroep baseert zich op een eigen rondgang langs basisscholen. Zo had de NOS contact met het interconfessionele kindcentrum Toermalijn. Dat heeft de formatie op één deeltijder na rond, zegt directeur Patricia Stiekwold. Ook de situatie op basisschool De Marke in Amersfoort wordt belicht. Deze rooms-katholieke school heeft de formatie helemaal rond, maar dat was volgens directeur Karin van den Hoven ‘een helse klus’.

Formatie rond, maar rek is eruit

De PO-raad maakt zich zorgen als de eerste griepgolf komt. ‘De rek is eruit, als er leraren ziek worden, dan is het heel moeilijk om een vervanger te vinden’, zo citeert de NOS een woordvoerder van de sectororganisatie van het primair onderwijs.

In de regio Midden zijn de scholen weer begonnen. De regio’s Zuid en Noord volgen op respectievelijk de maandagen 28 augustus en 4 september.

Lees meer…

‘Deeltijdwerk kost primair onderwijs ruim 4600 fte’

In de discussie over het lerarentekort en de wens om hogere lonen wordt niet belicht dat deeltijdwerk kostbaar is, stelt opleidingsadviseur Marjolein Ploegman.

Op basis van verschillende statistische gegevens wijst Ploegman erop dat in het primair onderwijs driekwart van de werknemers in deeltijd werkt. De gemiddelde deeltijdfactor is volgens haar 0,6. Er zijn 108.000 leraren die met elkaar 77.600 fte vervullen.

Dat dit het onderwijs relatief duur maakt, heeft te maken met het verschil tussen vaste en variabele taken. ‘De benodigde tijd is namelijk niet voor alle taken naar evenredigheid. Sommige taken vragen een vast aantal uren, onafhankelijk van het aantal uren dat een werknemer werkt’, aldus Ploegman.

Als voorbeeld noemt ze scholing en overleg. ‘Als we deze twee taken doorrekenen naar het hele po dan blijkt dat deeltijdwerk 7.904.000 uur ‘kost’. Tijd/geld die aan andere dingen besteed had kunnen worden indien iedereen voltijds zou werken.’ Ze berekent dat als iedereen in het primair onderwijs fulltime zou werken met het beschikbare budget er 4617 extra leerkrachten kunnen worden aangesteld.

Lees meer…

PO in Actie: Salarisverhoging mag ook pas over vijf jaar

PO in Actie verwacht niet dat de salarissen van leraren in het primair onderwijs snel omhoog gaan en dat de werkdruk spoedig wordt verlaagd. Over twee jaar of desnoods vijf jaar mag ook. Dat heeft woordvoerder Jan van de Ven van PO in Actie gezegd in het radioprogramma De Ochtend van 4.

Van de Ven geeft les op de rooms-katholieke Josefschool in de Brabantse plaats Overloon. Hij kwam namens de groep PO in Actie in het ochtendprogramma van Radio 4 naar aanleiding van de staking van een uur op veel basisscholen. Volgens hem deden dinsdagochtend leraren op 85 tot 90 procent van de scholen aan die protestactie mee. De werkonderbreking was bedoeld voor meer salaris en lagere werkdruk.

Demissionair kabinet

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zei onlangs dat wat hem betreft het demissionaire kabinet nog met meer geld komt voor de leraren in primair onderwijs. PO in Actie is aan de ene kant blij dat Asscher dit wil, maar Van de Ven liet ook blijken dat hij er weinig fiducie in heeft dat er in de demissionaire periode van het huidige kabinet nog wat gaat gebeuren.

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW hebben maandag in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat er geen extra geld naar het primair onderwijs gaat, omdat dat volgens niet past bij de demissionaire status van het kabinet.

Nieuw regeerakkoord

‘Wij richten ons op de formerende partijen, daar zal het moeten gaan gebeuren’, aldus Van de Ven. In het regeerakkoord zal, zo zei hij, een duidelijke stap gemaakt moeten worden. ‘Die hoop hebben wij niet opgegeven, omdat het gewoon niet anders kan.’

In het regeerakkoord moet volgens hem komen te staan dat de werkdruk in het primair onderwijs wordt teruggedrongen tot een ‘acceptabel niveau’ en dat de salarissen op het niveau van de leraren in het voortgezet onderwijs moeten komen.

Over twee of desnoods vijf jaar

Het is om het even of dit al in september wordt geregeld of over twee jaar of zelfs over vijf jaar. ‘Dat maakt niet zoveel uit, zo moeilijk zijn wij niet. We snappen dat het een flinke investering wordt, maar met minder nemen wij geen genoegen’, aldus Van de Ven in de Ochtend van 4.

Beluister het interview met Jan van de Ven van PO in Actie:

De online petitie van PO Front, waarin onder andere PO in Actie zit, voor minder werkdruk en meer salaris is 351.860 keer ondertekend. Dat is dinsdagmiddag bekendgemaakt tijdens een demonstratie op het Malieveld in Den Haag, waar circa 2000 leraren, ouders en andere betrokkenen op afkwamen.

Jongeren onderschatten salarissen primair onderwijs

Jongeren die naar de pabo kunnen, schatten de salarissen van leraren in het primair onderwijs (veel) lager in dan ze in werkelijkheid zijn. Dat blijkt uit onderzoek van Qompas, zo melden minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer over de aanpak van het lerarentekort.

Het startsalaris van een leraar in het primair onderwijs bedraagt 2436 euro bruto. Havo- en vwo-leerlingen en mbo’ers denken dat echter het ongeveer 1900 euro bruto is.

Als het gaat om het door Bussemaker en Dekker genoemde maximumsalaris van 4464 euro bruto, blijkt er onder leerlingen sprake te zijn van een grotere onderschatting dan bij het startsalaris. Havo- en vwo-leerlingen denken dat het maximumsalaris van leraren in het primair onderwijs ongeveer 3000 bruto is, terwijl het gemiddelde dat mbo’ers aangeven 2670 euro bruto bedraagt.

Het maximum in de doorgaans gebruikte LB-schaal ligt met 3686 euro bruto echter lager dan het door de minister en staatssecretaris genoemde maximumbedrag. Maar ook de hoogste tree in de LB-schaal is hoger dan potentiële pabo’ers denken.

In de brief van de minister en de staatssecretaris staat ook dat havo-leerlingen en mbo’ers het voor het imago van het beroep van leraar belangrijk vinden dat de klassen worden verkleind. Vwo-leerlingen geven aan dat er in het primair onderwijs meer carrièreperspectieven moeten komen en dat er ook meer intellectuele uitdaging moet zijn.

Lees meer…

Actie of niet, salarissen gaan niet omhoog

Binnen de OCW-begroting is er geen ruimte om de salarissen voor leraren in het primair onderwijs te verhogen, melden minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

Ze reageren hiermee op de eis van de vakbonden verenigd in PO Front dat de salarissen voor leraren in het primair onderwijs op hetzelfde niveau moeten komen als voor leraren in het voortgezet onderwijs.

Salarissen (geen) zaak van demissionair kabinet?

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zei onlangs dat het demissionaire kabinet dit desnoods moet regelen, maar daar gaan Bussemaker en Dekker niet in mee.

‘Wij hebben de afgelopen maanden aangegeven dat het in rede ligt dat een afweging over eventuele investeringen in het onderwijs en aan welke doelen dit wordt besteed primair aan het nieuwe kabinet is’, aldus Bussemaker en Dekker.

Minister Asscher laat in reactie op de brief van Bussemaker en Dekker weten dat hij erbij blijft dat het demissionaire kabinet de salarissen moet verhogen.

 

Protest basisscholen

De brief van de minister en staatssecretaris en de reactie van Asscher komen een dag voor een aangekondigde actie voor meer salaris en minder werkdruk in het primair onderwijs. De vakbonden verenigd in PO Front hebben ertoe opgeroepen om uit protest op dinsdag 27 juni de basisscholen een uur later te laten beginnen.

Loondoorbetaling tijdens actie 27 juni?

De vakbonden stellen dat de oproep van PO Front om op 27 juni een uur later te beginnen geen oproep tot een staking is en dat er daarom sprake zal zijn van loondoorbetaling. De Onderwijsjuristen van VOS/ABB leggen uit hoe het zit.

De bonden spreken van een ‘prikactie’. Met name in de media en bij schoolbesturen zou ten onrechte het beeld zijn ontstaan dat er die dag gestaakt gaat worden. Het zou geen oproep tot een werkonderbreking zijn, maar tot ‘een andere invulling van één uur lesgeven’, met als gevolg dat de school een uur later open zal gaan. ‘Hoe dat uur wordt ingevuld is aan het team, de schoolleiding en het bestuur’, meldt CNV Onderwijs.

‘Omdat er geen sprake is van een werkonderbreking of staking kan er dus ook geen sprake zijn van inhouding van salaris. Er wordt gewoon gewerkt. Er wordt alleen geen les gegeven’, aldus de bond, die ook stelt dat ‘het niet de bedoeling (is) dat teamleden voor de opvang van leerlingen zorgen’.

Het werk kan volgens PO Front bijvoorbeeld bestaan uit het dichthouden van de deuren, praten met ouders of een extra teamvergadering.

Loondoorbetaling?

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB wijzen erop dat de oproep van PO Front en de vakbonden om over te gaan tot actie, lijkt te zijn gericht aan zowel de schoolbesturen als de werknemers. Of salaris moet worden ingehouden, is afhankelijk van hoe de actie door schoolbesturen en werknemers wordt opgepakt.

Hierin kunnen twee situaties worden onderscheiden:

  1. Het schoolbestuur geeft gehoor aan de oproep van PO Front en de vakbonden om een actie te organiseren. De school gaat een uur later open, maar de werkgever draagt de werknemers in dat uur andere werkzaamheden op. In dat geval bestaat er, zoals de bonden stellen, recht op salaris. De werknemers blijven in deze situatie immers werken in opdracht van de werkgever (het schoolbestuur).
  2. Het schoolbestuur geeft geen gehoor aan de oproep van de bonden en laat de werknemers zelf bepalen of zij meedoen aan de actie. In dat geval voeren de werknemers in het actie-uur geen werkzaamheden uit in opdracht van hun werkgever. In dat geval bestaat er geen recht op salaris. Let op: het maakt hierbij niet uit of het schoolbestuur zijn steun voor de actie heeft uitgesproken.

Recht op opvang

De Onderwijsjuristen benadrukken ook dat ouders die hun kind niet een uur later willen of kunnen brengen, altijd recht hebben op opvang. De schoolbesturen hebben wat dit betreft zorgplicht. Het is wel zo dat een financiële bijdrage aan de ouders kan worden gevraagd, omdat de opvang kan worden gezien als voorschoolse opvang. Let op: dit kán zo worden gezien. Er kan ook worden besloten om geen financiële bijdrage te vragen.

Het maakt bij het recht op opvang, waarvoor ouders mogelijk moeten betalen, niet uit of er sprake is van een staking, een (prik)actie of wat voor ander initiatief dan ook waardoor de school een uur later opengaat.

Minimale onderwijstijd

Een ander punt kan zijn, dat de school geen marge-uren meer heeft. Door de actie/werkonderbreking/staking van een uur kán het zijn dat de school niet meer voldoet aan de minimale onderwijstijd. Als dat het geval is, moet het uur worden ingehaald.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Asscher wil salarissen verhogen? Eerst zien, dan geloven!

Tweede Kamerleden reageren sceptisch op het voorstel van demissionair PvdA-minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de salarissen van leerkrachten in het basisonderwijs te verhogen.

In de zaterdageditie van het Algemeen Dagblad zegt Asscher dat het demissionaire kabinet desnoods moet besluiten om de lerarensalarissen te verhogen als er niet voor Prinsjesdag een nieuw kabinet is. Er kan volgens hem niet langer worden gewacht.

Asscher trekt zak geld?

Het AD meldt vervolgens dat Kamerleden hier sceptisch op reageren. Zo citeert de krant SP’er Peter Kwint: ‘Vrijdag zei staatssecretaris Dekker dat leerkrachten moesten ophouden met meer geld vragen. Vandaag trekt Asscher weer een zak geld.’

Hiermee verwijst Kwint naar de uitspraak van VVD’er Dekker op het congres van de PO-Raad dat het onderwijs niet telkens weer met financiële claims moet komen, omdat het kabinet geen extra geld heeft. Bovendien komen er ook claims uit andere sectoren.

Gat in onderwijsbegroting

D66-Kamerlid Paul van Meenen plaatst volgens de krant ook vraagtekens bij het voorstel van Asscher: ‘Docenten zijn niet gebaat bij makkelijke beloften, maar bij echte resultaten. Dit klinkt heel sympathiek, maar twee weken geleden zat er nog een gat in de onderwijsbegroting en wilde het kabinet nog gaan bezuinigen.’

Lees meer…

Werk uur neerleggen: staking of (prik)actie?

VOS/ABB hoort dat er verwarring is over de staking van een uur op 27 juni waartoe PO Front heeft opgeroepen. Is dat nou een staking of eigenlijk een (prik)actie?

Voor de Onderwijsjuristen van VOS/ABB is het lood om oud ijzer: er wordt opgeroepen om op basisscholen het werk gedurende een uur neer te leggen. Dat komt dus neer op een staking van een uur, omdat het werk dan wordt gestaakt.

Het is natuurlijk ook mogelijk om het een ‘actie’ of – gezien de beperkte tijd – een ‘prikactie’ te noemen. De stakingskassen van de vakbonden gaan immers niet open. Het zal dus niet een staking zijn waarbij vakbondsleden betaald krijgen door hun bond.

De oproep van PO Front zóu ook kunnen worden gezien als een oproep aan de schoolbesturen, dus niet aan de vakbonden, om hun personeel een uur niet te laten doen waarvoor ze normaal gesproken op school zijn. Er kan in dat ene uur een extra overleg worden ingepland of een studiemoment, waardoor het lijkt alsof er wordt gewerkt terwijl dat in feite niet zo is. Het is nog maar de vraag overigens of op alle basisscholen aan de actie wordt deelgenomen.

Hoe dan ook: er wordt, als het op 27 juni doorgaat, een uur niet gewerkt, in die zin dat de leraren niet doen waarvoor ze normaal gesproken op school zijn. De semantische discussie of het om een staking dan wel een (prik)actie gaat, is niet zo interessant.

Wat doen in geval van staking?

Wat wel interessant is: schoolbesturen moeten op een bepaalde manieren handelen als er een uur niet wordt gewerkt/actiegevoerd/gestaakt.

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB geven een toelichting op wat schoolbesturen in dit geval moeten doen. Zo moet er bijvoorbeeld altijd opvang zijn voor kinderen als hun ouders hen niet een uur later naar school willen of kunnen laten gaan.

De schoolbesturen kúnnen daar overigens geld voor vragen aan de ouders die opvang nodig hebben, omdat het bewuste uur kan worden gezien als voorschoolse opvang. Let op: dat hóeft niet per se, het kán.

DOWNLOAD TOELICHTING (alleen voor leden van VOS/ABB)

Ook is een modelbrief beschikbaar om ouders te informeren, mocht de staking op 27 juni doorgaan:

DOWNLOAD MODELBRIEF

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

 

Experiment met dorpsschool alleen in Groningen

De openbare Jan Lighthartschool in het Groningse dorp Westerbroek blijft vooralsnog de enige dorpsschool waar op experimentele basis wordt gekeken of die door dorpsbewoners kan worden gerund. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

De openbare dorpsschool met 34 leerlingen valt nu nog bestuurlijk onder de gemeente Hoogezand-Sappemeer, maar wordt overgedragen aan de Stichting Jan Ligthartschool Westerbroek. In deze stichting worden personen actief die zowel de dorpsgemeenschap, de Vereniging Zelfstandige Dorpsscholen (VZD) als de gemeente vertegenwoordigen.

Het experiment heeft als doel om een concept te toetsen waarbij dorpsbewoners actief worden betrokken bij het onderwijsproces, zowel inhoudelijk als facilitair. ‘Inhoudelijk door bewoners hun kennis en kunde te laten delen met leerlingen, altijd onder toezicht van een bevoegde leerkracht. (…) Facilitair door bewoners in te zetten voor bijvoorbeeld het schoonmaakwerk en onderhoud van de school. Op die manier worden kosten bespaard wat ten goede komt aan het onderwijsproces’, aldus Dekker.

Dorpsschool eigenlijk te klein

De Jan Ligthartschool is met 34 leerlingen eigenlijk te klein om zelfstandig voort te bestaan, maar er wordt in dit geval een uitzondering gemaakt op de opheffingsnorm. Voorwaarde is wel dat het leerlingenaantal niet onder de 23 komt.

Lees meer…

 

Oproep tot staking van een uur

PO Front roept leerkrachten uit het basisonderwijs op tot een staking van een uur. Het is de bedoeling van het collectief dat op dinsdag 27 juni de scholen een uur later beginnen.

Docent Thijs Roovers is woordvoerder van PO in Actie, dat deel uitmaakt van PO Front. Hij riep woensdagavond in het tv-programma Jinek op tot de eenurige staking. Het lerarencollectief vindt dat de werkdruk omlaag moet en het salaris omhoog.

De inzet is dat basisschoolleerkrachten hetzelfde moeten verdienen als leraren in het voortgezet onderwijs. Roovers onderbouwde dat door te stellen dat ze hetzelfde diploma hebben, hetzelfde aantal uren werken en dezelfde bijdrage leveren.

De stakingsoproep houdt volgens hem ook verband met het groeiende lerarentekort. Daardoor komt, zo benadrukte hij bij Jinek, de onderwijskwaliteit steeds meer in gevaar.

Roovers vindt dat ouders de aangekondigde staking moeten ondersteunen door een petitie te ondertekenen, die op 27 juni op een goedgevuld Malieveld in Den Haag zou moeten worden aangeboden aan premier Mark Rutte.

Steun voor staking

Bij Jinek zat ook televisiemaakster Sophie Hilbrand. Zij is moeder van twee basisschoolkinderen. Hilbrand verwees in het kader van de hoge werkdruk die veel leraren ervaren naar het programma Sophie in de kreukels dat over burn-outs ging.

Om de werkdruk in het basisonderwijs te illustreren, vergeleek zij een gemiddelde schooldag op een basisschool met een verjaardagsfeestje met drukke kinderen.

Komt Malieveld vol?

De Algemene Onderwijsbond (AOb) betwijfelt volgens de Volkskrant of de bereidheid van de leraren in het basisonderwijs om naar Den Haag te gaan om daar te protesteren wel zo groot zal zijn. Daarbij vermeldt de krant een uitspraak die vakbondsvoorzitter Liesbeth Verheggen in maart heeft gedaan.

‘Tienduizenden vind-ik-leuks op Facebook is nog iets anders dan 29 duizend mensen op het Malieveld. Als ik een toespraak moet houden op een leeg veld, dan heb ik een probleem. Leraren gaan niet snel de straat op’, zo citeert de krant haar nogmaals.

Volgens woordvoerder Thijs den Otter van de AOb is deze uitspraak van Verheggen in de Volkskrant niet actueel, want ‘van maanden geleden’, en is er volgens hem ‘in de tussentijd wel het een en ander veranderd’, zo twittert hij. Wiskundedocent en kandidaat AOb-bestuurder Frans van Haandel twittert dat de AOb van standpunt is veranderd ‘omdat PO in Actie is blijven trekken ondanks scepsis’ van de onderwijsbond.

De Volkskrant meldt dat Roovers van PO in Actie zich verbaast over de terughoudendheid van de AOb. ‘Dit wordt wel degelijk breed gedragen, juist omdat het ook gaat om de grootte van de groepen en meer onderwijsondersteunend personeel.’

Kritiek op staking

In de politiek klinken kritische geluiden over de aangekondigde staking, meldt de Telegraaf. De krant citeert onder anderen onderwijswoordvoerder Michel Rog van het CDA in de Tweede Kamer: ‘Mijn partij heeft het kabinet begin dit jaar al gevraagd uitleg te geven over het verschil in loon tussen het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. De reactie daarop verwachten wij voor de zomer. Op basis daarvan moet de discussie worden gevoerd. Een staking voegt nu niets toe en is niet in het belang van kinderen.’

Hij heeft volgens de krant ook zijn bedenkingen bij de steun van de PO-Raad voor de actie: ‘Zij willen nu wel voor alle leraren een hogere schaal, maar komen al drie jaar eerdere afspraken om 40 procent van de basisschoolleraren in een hogere schaal te plaatsen niet na.’

Tegen de NOS zegt voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad dat de sectororganisatie de actie volledig steunt: ‘De bekostiging schiet aan alle kanten tekort, en daar zijn leraren de dupe van. Er kan niet anders gereageerd worden dan door te bezuinigen op het personeel, omdat ook het aanzetten van de verwarming en het schoonmaken van het gebouw betaald moet worden.’

VOS/ABB heeft een aantal jaren geleden met huisvestingspartner HEVO uitgerekend dat het tekort op de materiële instandhouding zo groot is, dat er als het ware 5000 voltijdsbanen in de stenen van de schoolgebouwen zitten. Hoewel dit onderzoek een aantal jaren geleden is uitgevoerd, is het tekort nog steeds actueel.

Geen dekking

GroenLinks-Kamerlid Lisa Westerveld wijst er volgens de Telegraaf op dat het schrappen van de laagste salarisschaal in het primair onderwijs, zoals leraren willen, te duur is. Het zou gaan om 500 miljoen euro per jaar. ‘Geen een partij heeft daar momenteel dekking voor. Een nieuw kabinet moet zich daarover buigen’, aldus Westerveld volgens de krant.

PVV’er Harm Beertema noemt de aangekondigde staking in de Telegraaf ‘vreselijk’.

Toelichting Onderwijsjuristen

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB krijgen de laatste tijd vragen van schoolbesturen over wat er gedaan moet worden als er onder leraren een staking uitbreekt. Daarom is er een toelichting online gezet. Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u die toelichting downloaden.

AOb pleit weer voor bekostigingskeurslijf

Voorzitter Liesbeth Verheggen van de Algemene Onderwijsbond (AOb) herhaalt in Trouw dat er weer een schot moeten komen in de lumpsumfinanciering van het basisonderwijs. Zo wil ze ervoor zorgen dat er meer geld naar de leraren gaat. 

‘Schoolbesturen moeten inzichtelijk kunnen maken dat in het basisonderwijs 85 tot 90 procent van het geld gaat naar voldoende personeel, kleine klassen en actueel werkmateriaal. Als dat niet lukt, moet het schot terug tussen geld dat besteed mag worden aan salarissen en overige kosten.’ Haar woorden zijn een herhaling van wat zij eerder in diverse media heeft gezegd.

Bekostigingskeurslijf

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB benadrukt dat de terugkeer van schotten in de financiering, zoals de AOb wil, geen oplossing is. Hij vreest ‘een bekostigingskeurslijf dat de beleidsruimte van de scholen indamt en de mogelijkheden van innovatie zal doen stokken’, zo schreef hij onlangs in een commentaar op deze website.

Centrale Eindtoets beter gemaakt

De Centrale Eindtoets (Cito-toets) in groep 8 van de basisschool is dit jaar beter gemaakt dan in voorgaande jaren, meldt het College voor Toetsen en Examens (CvTE).

Dit jaar behaalden de leerlingen gemiddeld een standaardscore van 535,6. In voorgaande jaren schommelde het tussen 534,9 en 535,3. De hoge score dit jaar heeft volgens het CvTE mogelijk te maken met ‘verschuivingen in de populatie’, maar het is volgens het college nog te vroeg om er goed onderbouwde uitspraken over te doen. Daarvoor zijn, zo meldt het CvTE, nadere analyses nodig die nu nog niet voorhanden zijn.

Het college meldt verder dat vijf leerlingen de centrale eindtoets foutloos hebben gemaakt. Vorig jaar had geen enkele leerling nul fouten. In totaal haalden 6154 leerlingen de maximale standaardscore 550.

Lees meer…

Eén op vijftien schooladviezen na eindtoets aangepast

In het vorige schooljaar is één op de vijftien schooladviezen aan leerlingen in groep 8 naar boven bijgesteld op basis van de score op de eindtoets, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het schooladvies moet worden heroverwogen als de score op de eindtoets hoger is dan op basis van het advies mocht worden verwacht. Vorig jaar werd het advies na heroverweging naar boven bijgesteld bij 6,7 procent van de leerlingen. Dat komt neer op circa 13.000 leerlingen. Bij meisjes gebeurde het net wat vaker dan bij jongens.

Lees meer…

Doorgaande leerlijn in magazine Naar School!

Het aprilnummer van ons magazine Naar School! gaat onder andere over de doorgaande leerlijn. We gingen langs bij openbare basisschool West en het Nieuwe IJsselcollege in Capelle aan den IJssel die nauw met elkaar samenwerken om de overgang van basis- en voortgezet onderwijs zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Groepsleerkracht Johan Hof van obs West en docent Marloes Joosten van het Nieuwe IJsselcollege pleiten ervoor de starheid los te laten om talenten te ontwikkelen. Dat dit nu nog niet mogelijk is, komt volgens hen door wetten en regels die een soepele overgang van basis- naar voortgezet onderwijs belemmeren.

Beide scholen gebruiken een adaptieve digitale oefenomgeving. Leerlingen in de groepen 7 en 8 kunnen, als zij daarvoor het niveau hebben, inloggen op het Nieuwe IJsselcollege. Op deze manier kunnen ze op de basisschool al op het niveau van het voortgezet onderwijs verder. In feite vloeien basisschool en voortgezet onderwijs ineen.

Op de cover van het aprilnummer staan de leerlingen Rebecca Keijzer van het Nieuwe IJsselcollege en Cinto Verkerk van obs West. Zij vertellen in de rubriek Wij gaan naar school over zichzelf en hun ervaringen op school.

Schoolkeuze uitstellen

In het magazine staat ook een artikel over de uitstel van schoolkeuze. Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen pleiten hiervoor, omdat bij ruim 30 procent van de leerlingen het onderwijsniveau op de middelbare school niet overeenkomt met het basisschooladvies. Maar in de praktijk is niet iedereen het met de Groningers eens.

Naar School! belicht verder de openbare Sterrenschool Apeldoorn, die een manier heeft gevonden om te voorkomen dat jonge kinderen gedragsproblemen ontwikkelen. Dat lukt met een nieuwe functie vanuit de zorg, geïntegreerd in het team.

Feest van openbaar onderwijs

Natuurlijk besteedt het aprilnummer aandacht aan de School!Week, de jaarlijkse campagneweek van en voor het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs. Openbare scholen in heel Nederland lieten vorige maand op verschillende wijzen zien wat hun meerwaarde is. VOS/ABB organiseerde in de School!Week diverse activiteiten.

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB gaat in zijn column ook in op de School!Week. Hij bespreekt onder andere de expertmeeting in ons kantoor in Woerden over het door ons en de Vereniging Openbaar Onderwijs ontwikkelde toekomstconcept School!, dat uitgaat van onderwijs zonder denominaties.

Andere onderwerpen

  • Rekentoets heeft langste tijd gehad: reacties van een rector, een wiskundedocent en een leerplanontwikkelaar.
  • Maatschappelijke stage: hoewel wegbezuinigd, gaan twee op de drie scholen ermee door.
  • Duurzamer krijg je het niet: in Uden staat staat een gloednieuw schoolgebouw dat helemaal zelfvoorzienend is.
  • Samenwerken voor toekomstbestendig onderwijs: leerlingen van de openbare RSG Wolfsbos in Hoogeveen krijgen hun technieklessen deels buiten de school.
  • Schoolzwemmen kopje onder? In de grote steden is het onverminderd populair!
  • Noordwijk ontmoet India: leerlingen van het openbare Northgo College maken kennis met leeftijdgenoten van de Lexicon International School in Pune.

Verder in het aprilnummer: kort onderwijsnieuws, excursie- en boekentips, vraag en antwoord en juridisch advies van onze Helpdesk.

Magazine Naar School!

Ons magazine Naar School! verschijnt vijf keer per jaar in een oplage van 3500 exemplaren. Leden van VOS/ABB krijgen het magazine gratis toegestuurd. Dit geldt voor bij VOS/ABB aangesloten besturen én hun scholen.

Bovenschoolse directies kunnen op aanvraag ook één gratis abonnement nemen. U kunt daarvoor een mailtje sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Abonnement Naar School!‘. Vermeld in uw mail uw naam of de naam van uw organisatie en het adres waarop u het magazine wilt ontvangen.

Niet-leden kunnen een abonnement op Naar School! nemen voor 29,50 euro per jaar. Ook hiervoor geldt dat u een mailtje kunt sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Abonnement Naar School!‘. Vermeld in uw mail uw naam of de naam van uw organisatie en het adres waarop u het magazine wilt ontvangen.

Hebt u ideeën voor magazine Naar School!? Mail Martin van den Bogaerdt van VOS/ABB: mvandenbogaerdt@vosabb.nl

Adverteerders kunnen contact opnemen met bureau Recent.

Download aprilnummer magazine Naar School!

 

Verlaging opheffingsnormen kost miljoenen

De overheid zal tientallen miljoenen euro’s extra moeten betalen als de gemeentelijke opheffingsnormen in het primair onderwijs worden verlaagd. Dat heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW laten doorrekenen. 

Dekker geeft met de doorrekening gehoor aan een aangenomen motie van Tweede Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie. De staatssecretaris heeft twee scenario’s laten doorrekenen:

  1. Verlaging van de opheffingsnormen naar maximaal 175, 150 of 100 leerlingen. De ondergrens blijft 23 leerlingen. De uitzonderingsbepalingen blijven van toepassing.
  2. De opheffingsnormen worden verlaagd volgens de drie bovenstaande varianten. Daarnaast verdwijnen de belangrijkste uitzonderingsbepalingen: gemiddelde schoolgrootte en laatste school van een richting/laatste openbare school.

Uitvoering van het eerste scenario leidt volgens Dekker tot hogere overheidsuitgaven. Uitgaand van een verlaging van de bovengrens van de opheffingsnorm tot 100 leerlingen en het jaar 2021, gaat het naar schatting om 97 scholen en nevenvestigingen die openblijven. De totale kosten voor de overheid die daarmee gemoeid zouden zijn, bedragen naar verwachting 26 miljoen euro in 2021.

In het tweede scenario zullen minder scholen en nevenvestigingen openblijven dan in het eerste scenario, ook als de bovengrens van de opheffingsnorm verlaagd wordt naar 100 leerlingen. Dit scenario kan echter ook leiden tot meer stichtingen van scholen. Het is derhalve moeilijk aan te geven welke extra kosten dit scenario met zich meebrengt.

Dekker voegt eraan toe dat het openblijven van meer kleine scholen er waarschijnlijk toe zal leiden dat meer gebouwen in gebruik blijven waarin sprake zal zijn van gedeeltelijke leegstand. De kosten die daaraan verbonden zijn, komen voor rekening van de betreffende gemeenten.

Samenwerking

Dekker benadrukt dat hij een verlaging van de gemeentelijke opheffingnormen onverstandig vindt. Hij ziet meer in samenwerking tussen scholen.

‘Bij een verlaging van de opheffingsnorm voorzie ik een averechts effect dat ertoe kan leiden dat scholen juist minder gaan samenwerken. De huidige systematiek van de opheffingsnormen biedt al veel ruimte voor maatwerk. Het moedigt schoolbesturen aan om samen te werken aan een toekomstbestendig en robuust onderwijsaanbod in de regio’, aldus de staatssecretaris.

Lees meer…

 

Krimp zet nu ook door in voortgezet onderwijs

De krimp van het aantal leerlingen in het basisonderwijs zet de komende jaren door in het voortgezet onderwijs. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft de trend in beeld gebracht.

In de schooljaren 2010-2011 tot en met 2015-2016 nam het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs met gemiddeld 10.000 per jaar toe. In 2016-2017 vlakte deze groei af: het aantal leerlingen nam met nog geen 200 tot bijna 996.000.

Krimp van 1,5% per jaar

De basisscholen krompen van 2010-2011 tot en met 2016-2017 met gemiddeld ruim 17.000 leerlingen per jaar. Deze daling zet de komende jaren naar verwachting door in het voortgezet onderwijs. Het CBS verwacht in de meest recente bevolkingsprognose dat het aantal 12- tot 18-jarigen in het schooljaar 2016-2017 begint te dalen met 0,1 procent en dat dit afloopt tot een jaarlijkse krimp van 1,5 procent in 2018-2019.

De afname is het gevolg van het feit dat sinds het jaar 2000 het aantal geboortes in Nederland geleidelijk afneemt. Dat komt doordat het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd daalt. Het aantal kinderen per vrouw bleef stabiel.

Lees meer…