Primair onderwijs begroot voorzichtig vanwege risico’s

Schoolbestuurders en schoolleiders begroten erg voorzichtig. Dat komt doordat ze een sterke focus hebben op risico’s. Dat meldt de PO-Raad in een factcheck over de financiën van het primair onderwijs

De sectororganisatie ziet ‘een cultuur van bedachtzaamheid en voorzichtigheid’. Dit is volgens de PO-Raad onder andere het gevolg van afnemende leerlingenaantallen, de invoering van passend onderwijs en de ondoorzichtigheid van de bekostiging.

‘Als de omgeving van het schoolbestuur onoverzichtelijk en onvoorspelbaar is, worden besturen voorzichtiger in het begroten. Ze weten dan namelijk niet hoe hoog het bedrag is dat ze jaarlijks kunnen besteden’, zo meldt de PO-Raad.

Rijk of arm?

De sectororganisatie meldt ook dat ongeveer 17 procent van de schoolbesturen te veel geld op de plank hebben liggen. Deze besturen kunnen als ‘te rijk’ worden aangemerkt. Daartegenover staat dat 13 procent als ‘te arm’ kan worden beschouwd. De conclusie is dat er schoolbesturen zijn die te grote reserves hebben, maar dat de sector als geheel niet rijk is.

Lees meer…

Spaargeld

In het Radio 1 Journaal van de NOS reageerde bestuurder Leo Breukel van de ‘rijke’ stichting Aves met basisscholen in voornamelijk de Noordoostpolder op de bevindingen van de PO-Raad. Aves heeft 5 miljoen euro in kas, maar volgens Breukel betekent dat niet dat de stichting te veel geld heeft.

‘Een groot deel van dat geld is bijvoorbeeld gereserveerd voor schade aan het schoolgebouw, of afschrijvingen’, aldus Breukel. Hij wees er ook op dat geld wordt gebruikt voor het aannemen van onderwijsassistenten en investeringen in ICT en scholing van docenten.

Lees meer…

Schoolbesturen over het algemeen financieel gezond

De Inspectie van het Onderwijs meldt dat schoolbesturen over het algemeen financieel gezond zijn. Ze boekten in 2017 gezamenlijk een positief resultaat van 0,7 procent.

In De Financiële Staat van het Onderwijs 2017 staat dat er sprake lijkt ‘van een brede tendens van nogal voorzichtig begroten’. De inspectie signaleert dat het vaak moeilijk is de relatie te leggen tussen de begroting en behaalde resultaten.

‘Het is daarom noodzakelijk dat besturen en scholen beter beleidsrijk, meerjarig gaan begroten en dat de transparantie in de verslaglegging toeneemt. Wat weer moet leiden tot een betere planning van de inzet van de beschikbare middelen’, aldus de inspectie.

De onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob voegen er in een brief aan de Tweede Kamer aan toe dat schoolbesturen best een negatief resultaat kunnen begroten als zij ‘grote reserves’ hebben. ‘Gespaarde middelen moeten op enig moment worden geïnvesteerd (…), zodat goed, duurzaam onderwijsaanbod in stand blijft’, zo staat in de brief. Wat ‘grote reserves’ precies zijn, staat er niet in vermeld.

Samenwerkingsverbanden passend onderwijs

Bij de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs is volgens de inspectie sprake van ‘een groot verschil (…) tussen begroting en realisatie’. Na een begroot resultaat van ruim 4 miljoen euro volgde in 2017 een feitelijk resultaat van bijna 32 miljoen euro. Dit roept de vraag op ‘in hoeverre de samenwerkingsverbanden hun financiële processen weten te beheersen’.

De inspectie heeft naast De Financiële Staat van het Onderwijs het rapport Zicht op de besteding van de middelen voor passend onderwijs gepubliceerd.

Vrijwillige ouderbijdrage

In het rapport staat ook dat in het primair en voortgezet onderwijs de vrijwillige ouderbijdrage hoger wordt. In het primair onderwijs steeg deze bijdrage van gemiddelde 41 euro in 2013 tot 50 euro per leerling in 2017. In het voortgezet onderwijs ging het gemiddelde bedrag omhoog van 160 naar 204 euro.

Lees meer…