Minister ziet niets in bekostiging op schoolniveau

Minister Slob ziet niets in het idee van D66-Tweede Kamerlid Paul van Meenen om het budget voor onderwijs rechtstreeks aan scholen uit te keren. Volgens hem is het een ingrijpende wijziging waar veel nadelen aan kleven. 

Dat schrijft de minister in zijn Kamerbrief over de vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs, hoewel hij benadrukt dat deze twee onderwerpen los van elkaar staan. Het voorstel om op schoolniveau te bekostigen vraagt volgens Slob een fundamenteel gesprek ‘dat zich niet alleen beperkt tot het verdeelmodel, maar ook gaat over de verantwoording en de checks and balances die in het stelstel zijn ingericht om de kwaliteit van het onderwijs en een goede bedrijfsvoering te borgen’. Slob wil dit gesprek wel voeren, maar dan ‘op basis van de juiste informatie’. Hij verwijst daarvoor naar het onlangs verschenen advies van de Onderwijsraad over de bekostiging en verantwoording en het advies over de positie van schoolleiders.

VOS/ABB reageerde eerder al op het voorstel van Van Meenen, met het commentaar ‘Te krappe geldstroom verleggen lost niets op’.

Te krappe geldstroom verleggen lost niets op

Het onderwijs komt niet uit met beschikbare budget. Wat doet Tweede Kamerlid Paul van Meenen van D66? Die zet de schoolbesturen in het verdomhoekje en verlegt de de te krappe geldstroom naar de scholen. Zo is volgens hem alles opgelost.

De media worden er weleens van beschuldigd te kort door de bocht te gaan, een versimpelde weergave van de werkelijkheid te geven en met kortzichtige oplossingen te komen. Van Meenen laat nu zien dat de politiek hier ook heel goed in is.

Hij denkt dat er meer geld in de klassen komt als de overheid het budget voor onderwijs direct aan de scholen geeft en de financiering niet meer via de schoolbesturen laat lopen. Zijn argumenten? Het onderwijs is op een school en van een leraar voor de leerlingen. En niet op een kantoor en van of voor bestuurders. Zo kan D66 als zelfverklaarde onderwijspartij weer een punt maken nu die partij als coalitiepartner onder veel mensen die in het onderwijs werken aan populariteit verliest.

Meer dan betrokken

Bij alle schoolbesturen waar ik over de vloer kom, zie ik bestuurders, beleidsmensen, P&O’ers, financials, inkopers en andere medewerkers die meer dan betrokken zijn bij het onderwijs op de scholen. Het beeld als dat er op het bestuurskantoor alleen maar dingen misgaan, zoals Van Meenen suggereert, klopt van geen kanten.

Bovendien blijkt dat schoolbesturen – de enkeling daargelaten – buitengewoon efficiënt werken. Er blijft niet, zoals nog al eens wordt beweerd, overal veel geld voor goed onderwijs nutteloos op de plank liggen. Ook wordt onderwijsgeld niet, zoals nog ergere beschuldigingen luiden, besteed aan allerlei nutteloze zaken. Dat is écht onzin!

Overigens is er niets op tegen als schoolbesturen er zelf voor kiezen om de scholen de regie te geven over het te besteden geld. Er zijn organisaties die daar bewust voor hebben gekozen. Alleen moet dit niet van bovenaf worden opgelegd. Bovendien moet er natuurlijk wel een budget zijn waarmee de scholen uitkomen.

Budget ontoereikend

Iedereen in het onderwijs weet maar al te goed dat het lumpsumbudget niet toereikend is. De materiële bekostiging schiet al jarenlang tekort. Dat probleem gaan we echt niet oplossen door de geldstroom te verleggen. Bovendien zitten niet alle schoolleiders te wachten, zo lijkt mij, op de taken en verantwoordelijkheden die nu bij het bestuur liggen? Denk alleen aan de administratieve druk die dit met zich meebrengt.

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

D66 wil schoolbesturen grotendeels buitenspel zetten

D66 denkt dat er meer geld in de klassen komt als de overheid het budget voor onderwijs direct aan de scholen geeft en de financiering niet meer via de schoolbesturen laat lopen.

‘Het onderwijs is op een school en van een leraar voor de leerlingen. En niet op een kantoor en van of voor bestuurders’, aldus oud-schoolbestuurder en huidig D66-Kamerlid Paul van Meenen.

Hij wil de schoolbesturen niet helemaal buitenspel zetten, omdat ze volgens hem ook wel nuttige dingen doen, zoals administratieve en coördinerende taken en personeelsmanagement.

Van Meenen vraagt onderwijsminister Arie Slob of die wil onderzoeken of de financiering van het onderwijs voortaan direct via de scholen kan verlopen.

Sombere leraren balen van kabinet met D66

De kwaliteit van het onderwijs holt achteruit en dat komt door de slechte salarissen. Dat vinden leraren, zo blijkt uit een raadpleging van het Onderwijspanel van de Nationale Onderwijs Tentoonstelling (NOT).

Uit de raadpleging onder 1500 onderwijsprofessionals in het Onderwijspanel van de NOT komt naar voren dat het onderwijsbeleid van het huidige kabinet – met ‘onderwijspartij’ D66 – slechter wordt gevonden dan dat van het vorige kabinet van VVD en PvdA.

Driekwart heeft er weinig vertrouwen in dat er op korte termijn kleinere klassen komen. Ook zien zes van de tien respondenten hun salarissen de komende jaren niet omhoog gaan. Dat laatste staat in contrast met de nieuwe CAO PO, waarmee de leraren in het primair onderwijs er gemiddeld 8,5 procent op vooruit gaan.

AOb-leden laten ‘onderwijspartij’ D66 vallen

D66 verliest een derde van de aanhang onder de leden van de Algemene Onderwijsbond (AOb), blijkt uit een verkiezingsenquête van deze vakbond.

In 2016 was D66, dat zich profileert als de partij die het het beste voorheeft met het onderwijs, nog het populairst onder de AOb-leden. Nu de partij van Alexander Pechtold in het kabinet zit, raken steeds meer leraren die lid zijn van de AOb teleurgesteld.

D66-leider Pechtold ‘kletst uit zijn nek’

De AOb gebruikt verschillende citaten om de teleurstelling te illustreren: ‘D66 beloofde van alles voor het onderwijs, maar heeft er niets van waar gemaakt’ en ‘Ik ben naar D66 gegaan omdat die partij een uitgesproken mening over klassengrootte had. Oftewel klassen van rond de 24. En wat is de praktijk? Ik heb een klas van 28, één van 29, één van 30. Dus Pechtold kletst gewoon uit zijn nek’.

GroenLinks is nu het meest in trek onder de leden van de AOb, gevolgd door de PvdA. D66 staat nu op de derde plaats, op de voet gevolgd door de SP. Opmerkelijk is dat het aantal leraren dat aangeeft te sympathiseren met Forum voor Democratie van Thierry Baudet is verdrievoudigd. De PVV van Geert Wilders blijft stabiel op 1 procent.

Lees meer…

Openbare scholen hebben aandacht voor verkiezingen

De VO-raad laat in een artikel op internet zien hoe twee openbare scholen aandacht besteden aan de verkiezingen op 15 maart.

Op het openbare Stellingwerf College in Oosterwolde gingen 20 vmbo’ers in debat met regionale politici, onder wie aspirant-Kamerleden. Van te voren hadden de leerlingen een debattraining gevolgd.

Docente maatschappijleer Anja Ubbens: ‘Leerlingen doen vaardigheden op als kritisch denken, opkomen voor jezelf, je mening geven etc. En ze leren daarnaast respect te hebben voor elkaar.’

Videochat over verkiezingen

Ook het openbare Zuyderzee Lyceum in Emmeloord heeft aandacht besteed aan de Tweede Kamerverkiezingen. Vwo-leerlingen nodigden via Twitter Alexander Pechtold (D66) en Geert Wilders (PVV) uit voor een videochat. Pechtold ging op de uitnodiging in, Wilders reageerde niet.

Docent maatschappijleer Erik Rübsamen zag het zelfvertrouwen van de leerlingen enorm groeien. ‘De leerlingen waren goed voorbereid, ze waren vooraf getraind in het stellen van vragen en welke beleefdheidsregels te hanteren tijdens het gesprek.’

Lees het hele artikel op de website van de VO-raad.

D66 en PvdA wedijveren om stemmen uit onderwijs

In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart belooft D66 4,5 miljard euro extra voor onderwijs. De PvdA belooft zelfs 5 miljard extra. 

D66 meldt dat de extra miljardeninvestering bedoeld is om ervoor te zorgen dat ‘ieder kind een even grote kans heeft op een mooie toekomst’. Het geld zou onder andere naar leraren moeten gaan en naar het verkleinen van de klassen.

Ook wil de partij dat er meer geld gaat naar voor- en vroegschoolse educatie, het wegwerken van taalachterstanden, brede brugklassen en een betere doorstroom van vmbo naar havo en mbo.

Lees meer…

5 miljard

Terwijl D66 meldt dat er in de volgende kabinetsperiode 4,5 miljard euro extra naar onderwijs zu moeten, laat de PvdA weten daar 5 miljard extra voor te willen uittrekken, meldt onder andere het Financieele Dagblad.

De sociaaldemocraten zetten in op verlaging van de werkdruk door voor leraren het aantal lesgebonden uren te verminderen. De PvdA wil ook hogere lonen. In het basisonderwijs zouden de lonen met 3,25 procent omhoog moeten, in het voortgezet onderwijs met 3,5 procent.

Lees meer…

D66 wil artikel 23 vernieuwen

D66 heeft zaterdag op het partijcongres in Amsterdam besloten om artikel 23 van de Grondwet opnieuw ter discussie te stellen. Een amendement hiertoe van Dehlia Timman, gemeenteraadslid in Amsterdam, werd aangenomen. 

Het nieuws werd door D66-Tweede Kamerlid Vera Bergkamp op Twitter bekendgemaakt:

Artikel 23 van de grondwet regelt sinds 1917 de vrijheid van onderwijs, de basis van het duale onderwijsstelsel in Nederland. Op grond van dit artikel kunnen particulieren eigen scholen opzetten die zijn gebaseerd op religie of levensbeschouwing; deze worden bij voldoende leerlingen bekostigd door de overheid. Daardoor zijn er in Nederland protestants-christelijke, katholieke en islamitische scholen.

Er zijn vaker pogingen gedaan om artikel 23 aan te passen, onder meer door de PvdA, maar die pogingen hebben het nooit gehaald omdat de christelijke politieke partijen dit tegenhouden.

Segregatie en polarisatie
Timman komt er nu mee, omdat zij zich als raadslid in Amsterdam bezighoudt met onderwijs en als zodanig merkt dat er sprake is van segregatie en een toenemende polarisatie in het onderwijs. ‘Hekken rond joodse scholen, de Turkse strijd op Gülenscholen en rechtszaken over islamitisch onderwijs. Als ik dan kijk waar deze problemen vandaan komen, beland ik bij artikel 23’, zei ze dit weekend in de lokale Amsterdamse krant Het Parool.

Zij stelt voor alle scholen openbaar toegankelijk te maken. ‘Als zo’n school dan is gebaseerd op een bepaalde stroming of religie, prima. Maar wel openbaar, met een open houding naar de maatschappij’, zo citeert Het Parool haar. Timman vindt dat bijzondere scholen met hun ideologie een drempel opwerpen en bovendien de mogelijkheid bieden zich terug te trekken.

Over de haalbaarheid van haar voorstel zegt Timman: ‘Politiek is een kwestie van principes en moed’. Op Twitter zegt ze: ‘Onderwijs is altijd bijzonder’. Het D66-congres reageerde positief op haar voorstel. D66 gaat dus opnieuw het debat aan.

 

D66 wil via onderwijs tweedeling tegengaan

D66 vindt dat iedereen ongeacht zijn of haar achtergrond gelijke kansen verdient voor de toekomst en dat beter onderwijs de beste manier is om dit te bereiken. Dat staat in het verkiezingsprogramma van de partij van Alexander Pechtold.

‘Wij willen brede buurtscholen (kindcentra), waar ieder kind vanaf twee jaar gelijke kansen krijgt door uitstekend onderwijs met aandacht voor cultuur, sport, digitale vaardigheden en een gezond leven.’ D66 denkt op die manier achterstanden te kunnen voorkomen.

Ook zegt D66 te willen investeren in docenten ‘die door minder regels en minder lesuren meer ruimte krijgen om steeds beter onderwijs aan onze kinderen te geven’. Verder wil de partij van Pechtold stapelen in het voortgezet onderwijs makkelijker maken.

Lees het verkiezingsprogramma van D66

 

‘Dekker aardige man, maar geeft nooit toe’

D66-Tweede Kamerlid Paul van Meenen vergelijkt staatssecretaris Sander Dekker van OCW met een automobilist die een blok beton ziet, maar in volle vaart door blijft rijden.

‘Het is een aardige man, maar hij geeft nooit toe. Dat wordt vast gedoceerd op VVD-trainingen’, aldus Van Meenen in het Algemeen Dagblad. De twee kennen elkaar al jaren uit Den Haag, waar Dekker onderwijswethouder was en Van Meenen schoolbestuurder.

De opmerking van de D66’er staat in het kader van de onder andere de rekentoets en de diagnostische tussentijdse toets. Dekker blijft daar voorstander van, terwijl er in de Tweede Kamer en daarbuiten veel kritiek op is. Aan de andere houdt de staatssecretaris diverse zaken tegen, terwijl de Kamer en het onderwijs die juist wel willen. Een voorbeeld is het extra geld voor onderwijs aan asielzoekerskinderen.

Dekker ligt slecht in eigen VVD

De krant citeert ook VVD’ers, maar die willen anoniem blijven. Zo zou een partijgenoot over Dekker hebben gezegd dat de glans inmiddels wel van de staatssecretaris af is. ‘De vraag is of zijn echte passie wel in de politiek ligt, bij dat staatssecretariaat, als hij liever de Tour de France fietst.’ Dekker is een fervent wielrenner.

Een andere VVD’er, die ook niet met zijn of haar naam in de krant durft, zegt dat Dekker werd genoemd als opvolger van Mark Rutte, maar dat niemand dat nog ziet zitten.

Het AD laat Dekker niet reageren op de deels anonieme kritiek.

Politiek wil weten of extra onderwijsgeld goed terechtkomt

Tweede Kamerlid Japser van Dijk van de SP heeft het Meldpunt Onderwijsgeld gelanceerd. Leraren en ander onderwijspersoneel kunnen daarop melden waar volgens hen in hun organisatie het extra geld voor het onderwijs naartoe gaat. In Rotterdam zijn twijfels gerezen over de manier waarop het openbaar onderwijs in die stad het extra onderwijsgeld besteedt.

Volgens Van Dijk weet niemand waar het extra geld voor het onderwijs aan wordt besteed. ‘Vorig jaar heeft het kabinet 650 miljoen euro overgemaakt aan de scholen. Hartstikke mooi, maar het ministerie weigert na te gaan wat onderwijsbestuurders met het geld doen. Het is één grote black box.’

Het Kamerlid vreest dat het extra geld niet wordt ingezet voor extra leraren, maar dat het wordt ‘verspild aan dure vastgoedprojecten of bureaucratie’. Meldingen kunnen worden gemaild naar onderwijsgeld@sp.nl.

Vragen over BOOR
D66 en Leefbaar Rotterdam in de Rotterdamse gemeenteraad zijn ook bang dat extra onderwijsgeld van het kabinet niet goed terechtkomt. D66-raadslid Jos Verveen en Anton Molenaar van Leefbaar Rotterdam hebben daar onlangs vragen over gesteld aan het college van B&W naar aanleiding van de situatie bij het Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam, dat al lange tijd financiële problemen heeft.

‘Als gemeenteraad bereiken ons verschillende signalen over de manier waarop de meevaller vanuit het Rijk binnen BOOR wordt besteed. Dat roept de vraag op of de extra middelen, zoals de bedoeling was, zijn gebruikt ter verbetering van de kwaliteit van het onderwijs of dat de extra gelden zijn of worden gebruikt om de financiële positie van stichting BOOR versneld te versterken of dat de extra gelden (deels) zijn gebruikt om overheadkosten te financieren of tegenvallers af te dekken’, zo schrijven Verveen en Molenaar.

Ze willen ‘een meerjarig gespecificeerd overzicht tot welke begrotingswijziging of wijziging van de realisatie van de begroting de extra middelen hebben geleid of zullen leiden op begrotingspostniveau’.

Amsterdamse scholen zien niets in loslaten toelatingsbeleid

Het zijn de schoolbesturen die over het toelatingsbeleid gaan en niet de gemeente. Dat benadrukt bestuursvoorzitter Herbert de Bruijne van Openbaar Onderwijs aan de Amstel naar aanleiding van het nieuwe Amsterdamse coalitieakkoord van D66, SP en VVD.

In het coalitieakkoord staat dat ouders in Amsterdam helemaal vrij zijn zelf een school te kiezen, ook als die niet in hun eigen wijk is. Die keuze is niet beperkt ‘tot scholen in de buurt van hun woonadres’. Dit geldt zowel voor het regulier als het speciaal onderwijs. Wel blijft het centrale inschrijfmoment bestaan, zo staat in het coalitieakkoord, ‘om te zorgen voor een optimale verdeling van keuzes en transparante toelatingscriteria’.

Er staat eveneens in vermeld dat de schoolbesturen voor de uitdaging staan te werken aan gemengde scholen. De ‘ongedeelde stad’ is voor de coalitiepartners een streven. Voor de scholen betekent dit dat die een mix zouden moeten zijn van kinderen met verschillende achtergronden. ‘Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en de scholen om dat te verbeteren’, zo staat in het akkoord. Het college van B&W legt wat dit betreft extra verantwoordelijkheid bij ‘scholen met overwegend kansrijke kinderen’.

‘Gemeente mag wensen uitspreken’
Bestuursvoorzitter Herbert de Bruijne van de Stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel benadrukt naar aanleiding van het coalitieakkoord dat niet de gemeente maar de schoolbesturen over het toelatingsbeleid gaan.

Hij wijst erop dat het Amsterdamse primair onderwijs nu een centraal toelatingsbeleid heeft. ‘Elk kind is op alle 220 Amsterdamse basisscholen welkom, maar bij grotere vraag dan aanbod gaan kinderen in de buurt voor. Dat komt overeen met de huidige praktijk. Meer dan 90 procent van de kinderen gaat in de eigen buurt naar school’, zo laat hij aan VOS/ABB weten.

De plannen van de nieuwe coalitie zouden volgens hem een massale loting veroorzaken in het Amsterdamse basisonderwijs en daar kiezen de schoolbesturen niet voor. ‘De gemeente mag best haar wensen uitspreken, maar feitelijk gaat zij niet over het toelatingsbeleid en dat zal ook niet veranderd worden’, aldus De Bruijne.

Kamer steunt motie voor toezicht op medezeggenschap

De Tweede Kamer wil dat de Inspectie van het Onderwijs gaat toezien op de naleving van verplichtingen ten aanzien van medezeggenschap.

De Kamer heeft een motie van die strekking van D66’er Paul van Meenen aangenomen. In de motie staat de inspectie zelf constateert dat er slechts summiere eisen worden gesteld aan intern toezicht en dat de naleving van de regels daarvoor onvoldoende is.

Het toezichtkader van de Inspectie van het Onderwijs zou volgens de aangenomen motie ‘de omgang met medezeggenschap, het organiseren van tegenspraak en het voldoen aan verplichtingen van regelgeving ten aanzien van medezeggenschap’ moeten bevatten.

De motie heeft betrekking op het primair en voortgezet onderwijs alsmede op het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs.

Leerlingen kiezen voor D66 en VVD

De Scholierenverkiezingen in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs onderwijs zijn gewonnen door D66. De Kinderverkiezingen in het basisonderwijs zijn gewonnen door de VVD. ProDemos organiseerde de Scholieren- en Kinderverkiezingen in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen.

In het voortgezet onderwijs kreeg D66 19 procent van de stemmen, op de voet gevolgd door de VVD met 18 procent. Lokale partijen eindigden op de derde plaats met 17,5 procent. De PvdA eindigde eindigde als vierde met 17 procent van de stemmen.

Bij de Kinderverkiezingen in het basisonderwijs kreeg de VVD met 20 procent de meeste stemmen. Lokale partijen kwamen op de tweede plaats met 16 procent, gevolgd door de PvdA (15 procent). D66 en CDA delen de vierde plaats met elk 14 procent van de stemmen.

Wie maakt het onderwijsbeleid?

Wie maakt het onderwijsbeleid? Het kabinet of de oppositie? De laatste, zo lijkt het. De constructieve oppositie dan wel te verstaan – dus D66, ChristenUnie en SGP. Het kabinet heeft de steun van die partijen hard nodig om ook in de Eerste Kamer te kunnen rekenen op een werkbare meerderheid. 

Ook in de politiek geldt ‘voor wat, hoort wat’, zo blijkt uit het feit dat D66 met miljoenen voor het onderwijs mag strooien. Onderwijswoordvoerder Paul van Meenen mag even voor ministertje spelen door in totaal 40 miljoen euro te verdelen. Dat geld was gereserveerd om de afschaffing van de kleinescholentoeslag in goede banen te leiden. Nu die toeslag blijft bestaan, kan het geld andere bestemmingen krijgen. Voorbeelden zijn schone en energiezuinige scholen, passend onderwijs en het Nederlandse onderwijs in het buitenland. Dat laatste past bij D66 als een partij die zich graag als kosmopolitisch profileert.

Als D66 mooie sier mag maken met onderwijsgeld, dan mag de ChristenUnie dat als constructieve oppositiepartij natuurlijk ook. De partij van Joël Voordewind mag bekendmaken dat er 29 miljoen extra in de lumpsum van de samenwerkingsverbanden komt. Dat is niet-geoormerkt geld, maar de ChristenUnie is een politieke partij, dus die heeft al wel een idee waar het aan besteed kan worden. Een deel zou moeten worden gebruikt om de verevening in het kader van de invoering van passend onderwijs te verzachten. Vooral voor samenwerkingsverbanden in krimpgebieden is dit goed nieuws. De keuze past bij de ChristenUnie, omdat die partij haar stemmers vooral in de regio vindt.

Opmerkelijk is dat niet minister Jet Bussemaker of staatssecretaris Sander Dekker van OCW met het nieuws komen over extra geld voor het onderwijs, maar twee oppositiepartijen (waar blijft de SGP?). Het lijkt dus wel of niet het kabinet, maar de oppositie het onderwijsbeleid bepaalt. Wie regeert er nu eigenlijk?

Nu echter D66 en ChristenUnie met geld hebben mogen strooien als beloning voor goed gedrag, lijkt het feestje voorbij. Arie Slob van de ChristenUnie zet het kabinet in de discussie over de strafbaarstelling van illegaliteit onder druk. Als het kabinet dat plan van staatssecretaris Fred Teeven van Justitie doorzet, trekt Slob de stekker uit de gedoogconstructie en wordt het kabinet in de Eerste Kamer weer vleugellam.

Het is goed dat de strafbaarstelling van illegaliteit kennelijk een breekpunt is. Afgezien van de algemene politieke vraag of strafbaarstelling wenselijk is – in die discussie wil ik mij als directeur van VOS/ABB niet mengen – signaleer ik dat het onderwijs in een onmogelijke positie kan komen als Teeven zijn zin krijgt. Want wat wordt er dan van scholen verwacht als zij weten van het illegale verblijf in Nederland van bepaalde leerlingen en hun ouders? Moeten zij dat dan melden, omdat ze immers op de hoogte zijn van een strafbaar feit? Nee, het mag nooit zo zijn dat scholen het verlengstuk van de opsporingsdiensten worden!

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB

D66 viert feest met geld voor kleine scholen

D66 wil geld dat met het behoud van de kleinescholentoeslag vrijkomt aan zaken besteden die niets met kleine scholen te maken hebben.

D66-onderwijswoordvoerder Paul van Meenen twittert dat hij blij is met ‘weer 40 miljoen euro investeringen in beter onderwijs’. Wie verder leest, ziet dat het gaat om geld dat voor 2015 en 2016 opzij was gezet ter compensatie van het verdwijnen van de kleinescholentoeslag, waarvan onlangs bekend werd dat die toch blijft bestaan.

‘Het pakket is het gevolg van het behoud van de toeslag voor kleine scholen, een wens van ChristenUnie en SGP. Hierdoor viel twee maal 20 miljoen euro vrij in 2015 en 2016, wat D66 nu kan investeren in beter onderwijs’, zo meldt D66.

De 40 miljoen euro wil D66 aan andere zaken dan kleine scholen besteden. Het gaat onder andere om schone en energiezuinige scholen, passend onderwijs en Nederlands onderwijs in het buitenland.

Samenwerkingsbonus vervangt kleinescholentoeslag?

De christelijke oppositiepartijen CDA en ChristenUnie zijn tegen het plan van VVD en PvdA om de kleinescholentoeslag te vervangen door een stimuleringsbonus voor samenwerking.

VVD en PvdA sturen erop aan om de kleinescholentoeslag om te zetten in een samenwerkingsbonus. CDA-Kamerlid Michel Rog – de oud-voorzitter van CNV Onderwijs – noemt dit een 'verschrikkelijk voorstel' en een 'dwaas plan'. Hij vreest dat scholen worden gedwongen om met elkaar samen te werken, wat de autonomie van de schoolbesturen zou aantasten.

Arie Slob van de ChristenUnie is ook tegen. Het schrappen van de kleinescholentoeslag en het instellen van een samenwerkingsbonus noemt hij 'desastreus'. D66-Kamerlid Paul van Meenen is het met VVD en PvdA eens dat samenwerking tussen kleine scholen moet worden bevorderd.

VVD en PvdA hebben voor hun plan voldoende steun nodig in de Eerste Kamer, waar ze geen meerderheid hebben. Het voorstel volgt op het advies Grenzen aan kleine scholen van de Onderwijsraad, waarin staat dat alle basisscholen met minder dan 100 leerlingen dicht zouden moeten. Alles wijst erop dat dit advies, dat de afgelopen tijd veel kritiek kreeg in het onderwijs, geen realiteit zal worden.

Verdedigbaar
VOS/ABB vindt het plan voor de samenwerkingsbonus verdedigbaar, mits dit niet gepaard gaat met een bezuiniging. Al het geld voor de kleinescholentoeslag moet voor het onderwijs behouden blijven. VOS/ABB heeft dit onlangs tijdens een overleg met het ministerie van OCW benadrukt.

Als samenwerking financieel wordt gestimuleerd, moet de politiek wel snel werk maken van een wetswijziging om het ook voor openbare schoolbesturen mogelijk te maken om samenwerkingsscholen in stand te houden. Nu kan het openbaar onderwijs dat nog niet, terwijl het bijzonder onderwijs die mogelijkheid wel heeft. De achtergestelde positie van het openbaar onderwijs moet zeer spoedig worden opgeheven!

Prominenten in Krimpenerwaard Onderwijsdebat

Stevige discussies maandagavond in het openbare Schoonhovens College, waar het Krimpenerwaard Onderwijsdebat werd gehouden. Verschillende prominenten waren ervoor naar Schoonhoven gekomen, onder wie de Tweede Kamerleden Mohammed Mohandis (PvdA), Paul van Meenen (D66) en de Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge (CDA). Ook directeur Bert-Jan Kollmer van de Vereniging Openbaar Onderwijs was present, evenals emeritus-hoogleraar onderwijsrecht Dick Mentink.

D.-Mentink-en-B.J.-Kollmer-600x548De stelling die het meest prikkelde was: ‘Openbaar onderwijs is het beste voor Nederland’. In zijn inleiding over deze stelling zei Rob Zilverberg, directeur van de openbare Koningin Emmaschool in Schoonhoven, dat de verzuiling in Nederland een miljard euro per jaar kost en achterhaald is. In het kamp van de voorstanders van deze stelling, het 'groene kamp', werd er onder meer op gewezen dat het goed voor het multiculturele Nederland is als kinderen van alle gezindten elkaar al jong leren kennen en respect leren hebben voor elkaar, zoals dat gebeurt in de openbare school waar iedereen welkom is. In het ‘rode kamp’, waar de tegenstanders van de stelling zaten, werd gezegd dat het vooral gaat om goed onderwijs en dat dat niet per se openbaar hoeft te zijn. Mohammed Mohandis schaarde zich bij de voorstanders van de stelling, Van Meenen en Hugo de Jonge gingen naar het rode kamp.

Onderwijsdebat-2

 

Andere stellingen die aan bod kwamen waren:  ‘Het onderwijs moet zich meer focussen op schoolprestaties’ en ‘Het sociale leenstelsel moet ingevoerd worden’. Het Krimpenerwaard Onderwijsdebat werd voor de tweede keer gehouden, vorig jaar in de School!Week en dit jaar als opmaat naar deze actieweek voor het openbaar onderwijs, die op maandag 18 maart begint.