Dijsselbloem: meer geld voor lerarensalarissen

Het kabinet zal erin slagen om geld te vinden voor een verhoging van de lerarensalarissen. Dat heeft demissionair PvdA-minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën voor aanvang van de ministerraad tegen diverse media gezegd.

‘We gaan er gewoon over praten. We gaan het oplossen’, zo zei hij. Dijsselbloem vindt dat er over de kwestie van de lerarensalarissen ‘een iets te opgewonden sfeer’ is ontstaan en dat er ‘te grote woorden’ zijn gebruikt.

De woorden van Dijsselbloem volgen op het dreigement van PvdA-vice-premier Lodewijk Asscher om niet zijn handtekening onder de begroting van 2018 te zetten als daarin niet komt te staan dat er extra geld gaat naar de lerarensalarissen.

Lerarensalarissen splijtzwam?

Dat dreigement van Asscher leidde tot verontwaardiging bij VVD-premier Mark Rutte en VVD-fractieleider Halbe Zijlstra, waardoor de verhoudingen tussen de coalitiepartners verder op scherp werd gezet.

Het is niet bekend of de woorden van Dijsselbloem de verhoudingen tussen PvdA en VVD goed doen of dat de politieke spanning in het demissionaire kabinet er juist door wordt versterkt. In de media wordt gemeld dat de coalitiepartners de rit willen uitzitten.

Positieve punten uit advies voor andere onderwijspolitiek

VOS/ABB ziet positieve adviezen in het rapport Onderwijspolitiek na de commissie-Dijsselbloem van de Onderwijsraad.

Adjunct-directeur Anna Schipper en beleidsmedewerker Simone Baalhuis van VOS/ABB bogen zich over het advies van de Onderwijsraad. De positieve punten die zij eruit hebben gehaald, hebben betrekking op onder andere de nieuwe visie op de vorming van beleid. Die moet niet meer van bovenaf door de overheid worden opgelegd met vooraf vastgestelde doelen, zoals de commissie-Dijsselbloem in 2008 ook al adviseerde, maar voortkomen uit een breed gedeelde visie op onderwijs.

Een ander positief punt is dat de Onderwijsraad de overheid adviseert zich te beperken tot het sturen op hoofdlijnen van beleid op de lange termijn, waarbij verbinding moet worden gelegd met andere beleidsterreinen. Dit is goed voor de continuïteit en de toegankelijkheid. Schipper en Baalhuis voegen daar namens VOS/ABB aan toe dat voor de borging van de toegankelijkheid algemene acceptatieplicht moet worden ingevoerd. Ze vinden het ook positief dat de Onderwijsraad pleit voor een breder overleg tussen de overheid en het onderwijs, waarbij niet alleen de sectorraden en de vakbonden maar ook andere belanghebbenden worden betrokken.

Ten slotte is het goed dat de Onderwijsraad benadrukt dat de overheid een eigen taak heeft ‘in een beleidscontext waarin schoolbesturen centrale spelers zijn geworden’. Hier stelt de raad dat de overheid gezien het algemeen maatschappelijk belang moet optreden en keuzes afwegen. VOS/ABB tekent hierbij aan dat de overheid soms maatregelen treft die indruisen tegen het maatschappelijk belang. Een voorbeeld hiervan is de fusietoets, die schoolbesturen in regio’s met demografische krimp remt om juiste keuzes te maken voor het collectief belang.

Download de volledige reactie van VOS/ABB

Politiek moet nog steeds vertrouwen van onderwijs winnen

Na de adviezen van de commissie-Dijsselbloem zijn we min of meer terug bij af: de politiek volgde de aanbevelingen van de commissie nauwelijks op en het (enigszins) herstelde vertrouwen van het onderwijs in de politiek hield geen stand. Minister Jet Bussemaker van OCW vindt dat de politiek niet verkrampt moet omgaan met vernieuwing in het onderwijs. De minister zei dat vrijdag tegen de NOS in een reactie op het rapport van de Onderwijsraad.

De commissie-Dijsselbloem deed in 2008 onderzoek naar de onderwijsvernieuwingen van de jaren daarvoor. Het onderwijs zag die vernieuwingen van bovenaf op zich afkomen, zonder dat de politiek het onderwijsveld voldoende bij betrok. Het advies van de commissie-Dijsselbloem was dan ook dat de motivatie voor vernieuwingen voortaan uit het onderwijs zelf moest komen.

Op verzoek van de Tweede Kamer heeft de Onderwijsraad onderzocht of de adviezen van commissie-Dijsselbloem tot structurele verandering van de onderwijspolitiek heeft geleid. De conclusie is dat de invloed van de adviezen beperkt is. ‘Aanvankelijk herstelde de commissie-Dijsselbloem het vertrouwen van het onderwijsveld in de overheid door stevige kritiek te leveren op de politiek van de voorafgaande jaren. Dit vertrouwen hield echter geen stand, mede doordat aanbevelingen van de commissie niet in praktijk werden gebracht’, meldt de Onderwijsraad.

De rolverdeling tussen de overheid en het onderwijsveld is volgens de raad niet wezenlijk veranderd. ‘Nog steeds bemoeit de overheid zich intensief met het onderwijs op de scholen. Uit het voorgestelde toetsingskader voor een zorgvuldig beleidsproces kreeg vooral ‘draagvlakverwerving’ aandacht, maar nog steeds onvoldoende. Sinds Dijsselbloem gaan politici discussies over het stelsel uit de weg, uit angst om (opnieuw) vernieuwingen ‘op te dringen’. Terwijl zij juist voor het stelsel verantwoordelijk zijn.’

De Onderwijsraad vindt verder dat een nieuw perspectief op onderwijsbeleid nodig is. ‘Deregulering en autonomievergroting hebben de verhoudingen veranderd: de overheid moet bij nieuw beleid rekening houden met meer en wisselende belanghebbenden. Dit punt bleef bij de commissie-Dijsselbloem op de achtergrond, maar heeft zich sindsdien alleen maar sterker gemanifesteerd. De raad ziet onderwijsbeleid niet als een lineair, centraal aangestuurd proces waarin beleidsontwerp en -uitvoering elkaar opvolgen. Het is een dynamisch en cyclisch proces dat vraagt om een andere rol van de overheid.’

De Onderwijsraad komt met drie aanbevelingen:

  1. Laat de overheid zich beperken tot de hoofdlijnen en daarop krachtiger kiezen.
  2. Zoek naar nieuwe vormen van representatie: niet alleen sectororganisaties PO-Raad en VO-raad en vakbonden!
  3. Maak beter gebruik van informatie uit de wetenschap en het onderwijsveld zelf.

Download het advies Onderwijspolitiek na de commissie-Dijsselbloem.

Minister Jet Bussemaker van OCW vindt dat de politiek niet verkrampt moet omgaan met vernieuwing in het onderwijs. De minister zei dat tegen de NOS in een reactie op het rapport van de Onderwijsraad.

Nog meer bezuinigingen voorlopig buiten beeld

Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën heeft laten weten dat er dit jaar en in 2015 niet extra bezuinigd hoeft te worden. Hij zei dat dinsdag na de bekendmaking van de jongste economische cijfers van het Centraal Planbureau (CPB).

Tegen het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) zei Dijsselbloem dat de CPB-cijfers laten zien dat Nederland herstelt van de crisis. ‘De groei trekt aan, het begrotingstekort loopt terug en de werkloosheid daalt in 2015. De koopkracht in 2014 en daarna blijft aantrekken.’ De economische groei komt naar verwachting van het CPB dit jaar uit op 0,75 procent en in 2015 op 1,25 procent.

Hij waarschuwde echter ook voor te hooggespannen verwachtingen, omdat ‘we er nog niet zijn’. Zo stijgt dit jaar de werkloosheid nog en zijn er risico’s, zoals de huidige crisis in Oekraïne en de mogelijke negatieve economische gevolgen daarvan op Nederland.

Bovendien blijft er voorlopig sprake van een begrotingstekort, hoewel dat wel onder de Europese maximumgrens van 3 procent zakt. Het CPB verwacht dat het tekort dit jaar daalt tot 2,9 procent en in 2015 tot 2,1 procent.

Buiten schot
Het onderwijs is tot nu toe bij de bezuinigingen redelijk buiten schot gebleven, vergeleken met andere sectoren zoals de zorg en defensie. Dat heeft te maken met het feit dat het onderwijs een essentiële voorwaarde is voor het behoud van de economische kracht van Nederland.

In het zogenoemde Herfstakkoord maakte het kabinet met de constructieve oppositie van D66, ChristenUnie en SGP afspraken over extra geld voor onderwijs. Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW maakten maandag in een brief aan de Tweede Kamer bekend hoe het Herfstakkoord is ingevuld.

Wat heeft commissie-Dijsselbloem opgeleverd?

Heeft het parlementaire onderzoek naar onderwijsvernieuwingen geleid tot een structurele verandering van de onderwijspolitiek? De Vaste Kamercommissie voor OCW heeft de Onderwijsraad gevraagd daar onderzoek naar te doen.

In 2007 deed een parlementaire commissie onder leiding van toenmalig PvdA-Kamerlid Jeroen Dijsselboem onderzoek naar onderwijsvernieuwingen die in de 20 jaar daarvoor waren ingevoerd, zoals de basisvorming, het studiehuis en het vmbo.

Aanleiding voor het onderzoek was de aanhoudende kritiek op deze vernieuwingen en de wijze waarop ze werden ingevoerd. De conclusie van de parlementaire commissie was dat onderwijsvernieuwingen van bovenaf waren ingevoerd, zonder voldoende rekening te houden met draagvlak in het onderwijs zelf.

De Vaste Kamercommissie voor OCW wil nu weten of de conclusies en aanbevelingen van de commissie-Dijsselbloem hebben geleid ‘tot een structurele verandering van de onderwijspolitiek, uitmondend in een groter maatschappelijk vertrouwen in de kwaliteit van het onderwijs en een grotere betrokkenheid van de actoren in het veld’.

Een belangrijke vraag hierbij is hoe het onderwijsbeleid kan ‘balanceren tussen centrale sturing en decentrale autonomie met het oog op het realiseren van duurzame onderwijskwaliteit’.

De Onderwijsraad verwacht dat het onderzoek in het eerste kwartaal van 2014 wordt afgerond.

Prof. Simons: ‘Beeld van onderwijs te negatief’

Dat zegt prof. dr. P. Robert-Jan Simons, hoogleraar-directeur van het Instituut voor de lerarenopleidingen aan de Universiteit van Utrecht, deze week in een artikel in de Science Guide.

“In het buitenland is men jaloers op onze onderwijsprestaties, terwijl er hier alleen maar ontevreden over wordt gedaan. In onze samenleving is een negativisme ontstaan, waarin geen plaats is voor optimisme of trots”, aldus Simons in zijn artikel. Hij geeft aan dat dit niet helpt om jonge mensen enthousiast te maken voor het onderwijs.

Harde feiten
Simons betoogt dat de commissie harde feiten heeft genegeerd. Het gaat dan om gegevens uit bijvoorbeeld de Pisa studies, waaruit blijkt dat Nederlandse docenten veel meer (les)uren maken dan docenten in andere landen, in klassen die groter zijn dan in de meeste andere landen. “Daardoor heeft de commissie naar mijn mening de belangrijkste verklaring voor het (m.i. discutabele) tegenvallen van de resultaten van sommige onderwijsvernieuwingen gemist: docenten hadden gewoon te weinig tijd om zich de vernieuwingen eigen te maken, geen tijd voor professionalisering en hadden te grote klassen”, concludeert Simons.

‘Fantastische prestatie’
Hij vervolgt: ‘Wanneer we de vernieuwingen in dit licht bekijken, heeft het Nederlandse onderwijs een fantastische prestatie geleverd. Onder dergelijke omstandigheden internationaal gezien toch voorop lopen in de vernieuwingen van het onderwijs en goede tot uitstekende resultaten afleveren, is knap. We kunnen trots zijn op ons onderwijs en op de vernieuwingen. Zo is de vernieuwing in het vmbo – zelfs – volgens de commissie goed gelukt”.

Lerarentekort terugdringen
Simons voorziet als kernprobleem voor de komende jaren het lerarentekort en draagt in zijn artikel een aantal maatregelen aan om dat tekort terug te dringen. Het gaat dan om vergroten van de instroom in lerarenopleidingen, bevorderen dat docenten in het onderwijs blijven en bijdragen aan de innovatieve kwaliteit van het leraarschap.

Mogelijke manieren om dit te bereiken zijn volgens Simons onder meer: docent-assistentschappen mogelijk te maken tijdens de studie, op zoek te gaan naar nieuwe doelgroepen zoals mensen uit het bedrijfsleven, voor zittende docenten alternatieve carrièretrajecten te ontwerpen zoals een masteropleiding of promotieonderzoek, het aanbieden van masterclasses en cursussen, en ten slotte strengere selectie aan de poort om de status van het beroep te verbeteren.

Politiek
“Het is belangrijk dat ook de politiek bijdraagt aan een positiever beeld van het beroep van leraar”, besluit Simons zijn artikel. “Dat kan onder meer door het negatieve beeld van het onderwijs dat de commissie-Dijsselbloem schetst, te corrigeren en door middelen beschikbaar te stellen voor statusverbetering van het leraarschap, zoals voor (promotie-)onderzoek door leraren zelf”.

Lees ook het volledige artikel van prof. dr. Simons: ‘Trots op onderwijs’.