Experiment zelfstandige dorpsschool niet uitgebreid

Het experiment met de zelfstandige openbare dorpsschool Jan Ligthart in het Groningse Westerbroek wordt niet uitgebreid, meldt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen over de sluiting van twee basisschooltjes in het Gelderse Lathum en Spijk.

De Tweede Kamerleden Michel Rog (CDA) en Kirsten van den Hul (PvdA) hadden de minister gevraagd om het experiment uit te breiden om de protestants-christelijke Ds. Jonkerschool in Lathum en de rooms-katholieke Willibrordusschool in Spijk te redden, maar daar gaat Slob niet in mee.

‘Dit experiment is gestart in augustus 2017 en loopt vijf jaar, dus tot 2022. In een brief van mijn voorganger is uw Kamer geïnformeerd dat gedurende deze vijf jaar het experiment niet wordt uitgebreid, omdat het van belang is om eerst de resultaten op de Jan Ligthartschool te monitoren’, aldus de minister.

Hij merkt in zijn brief op dat het experiment in Westerbroek niet bedoeld is om scholen open te houden, ‘maar om een onderwijsconcept te toetsen’. Over het besluitvormingsproces om de twee Gelderse dorpsschooltjes te sluiten, meldt Slob dat hij erop vertrouwt dat de betreffende schoolbesturen dat zorgvuldig hebben doorlopen.

Deze week meer info over uitbreiding Regelluwe scholen

Schoolbesturen krijgen vanaf deze week informatie over de aanmeldprocedure voor de uitbreiding van het experiment Regelluwe scholen, zo staat in een brief van onderwijsminister Arie Slob aan de Tweede Kamer.

In januari kondigde Slob aan dat het experiment Regelluwe scholen in het primair en voortgezet onderwijs zou worden uitgebreid met een ‘beperkt aantal’ scholen. Uit de brief die Slob nu naar de Kamer heeft gestuurd, blijkt dat het experiment wordt uitgebreid met maximaal 48 scholen.

Loslaten van regels

Van nieuwe scholen zal worden gevraagd zich aan te sluiten bij een aantal deelexperimenten die nu al lopen binnen het experiment. Dit om meer informatie te krijgen over de effecten van het loslaten van bepaalde regels.

Voorwaarde om in aanmerking te kunnen komen voor deelname, is dat het onderwijs op de school van aantoonbaar goede kwaliteit is. Ook scholen die niet het predicaat ‘excellent’ hebben, komen in aanmerking.

Loting

Bij de selectie zal mede worden gekeken naar de spreiding van de scholen over het land. Bij meer dan 48 nieuwe aanmeldingen, zal worden geloot.

Over de informatieverstrekking voor deelname aan het experiment meldt Slob dat die begint in week 15 ‘zodat nieuwe scholen nog voor de zomer uitsluitsel kunnen krijgen’. Week 15 is de week van 9 tot 16 april.

Lees meer…

Animo voor flexibele schooltijden groeit

Onder ouders stijgt de animo voor scholen met flexibele onderwijstijden. Basisscholen die dit aanbieden, groeien en hebben vaak wachtlijsten. Dat melden diverse regionale dagbladen vandaag.

Het gaat om de scholen die meedoen aan het experiment met flexibele schoolvakanties. Deze scholen zijn vijftig weken per jaar open en de leerlingen mogen er – net als in het bedrijfsleven – vakantie opnemen wanneer hun ouders dat willen. Ze krijgen dan ook individueel les. In deze scholen zijn op dit moment nog honderden leerlingen aan het werk, terwijl de andere scholen inmiddels allemaal gesloten zijn voor de zomervakantie.

Meer mogelijkheden
Dagblad De Gelderlander citeert John Gelderloos, bestuurder van de Vereniging Ikook (Ieder Kind Optimale OntwikkelKansen), die zegt dat ook reguliere basisscholen die niet aan het experiment meedoen, meer variatie kunnen aanbrengen in het vakantierooster, maar dat nauwelijks doen. Wettelijk liggen alleen de zomer- en kerstvakantie en één week van de meivakantie vast. De overige weken kunnen scholen in overleg met de ouders bepalen, maar dat gebeurt haast niet. Gelderloos pleit ervoor dat scholen deze speelruimte meer benutten om ouders tegemoet te komen.

Het ministerie van Onderwijs heeft recent het experiment met flexibele schooltijden met vier jaar verlengd. Op de deelnemende scholen worden de leerresultaten gemonitord. Tot nu toe gaven de uitkomsten daarvan geen aanleiding om iets aan de werkwijze op de experimenteerscholen te veranderen.

Enorme groei
VOS/ABB heeft vorig jaar zomer al een kijkje genomen in een van de scholen die experimenteren met flexibele schooltijden: de openbare Sterrenschool Apeldoorn. Hier verdriedubbelde het aantal leerlingen sinds de invoering van deze werkwijze. In magazine School! van september 2015 (pagina 18-20) vertelt directeur Hans van der Most hoe hij het onderwijs heeft ingericht en waarom hij heeft gekozen voor flexibele schooltijden: ‘Hier in de regio doen veel ouders seizoenswerk, bijvoorbeeld in de horeca of op campings. Hen komt die zes weken verplichte zomervakantie heel slecht uit. Flexibele schooltijden zijn hierop een eigentijds antwoord.’ Lees hier het hele artikel.

 

Pilot regelarme scholen blijft nog beperkt

Alleen scholen die eerder het predicaat ‘Excellent’ hebben ontvangen, mogen straks meedoen aan een nieuwe pilot met regelarme scholen. Dat schrijft staatssecretaris Dekker aan de Tweede Kamer. CDA-Kamerlid Michel Rog laat via Twitter meteen weten niet blij te zijn met deze beperking.

Rog heeft eerder een motie ingediend om deze pilot van de grond te krijgen. Daar wordt nu uitvoering aan gegeven, maar als alleen excellente scholen mogen meedoen, ontstaat er volgens Rog nog steeds niet meer diversiteit in het onderwijs, terwijl dat zijn bedoeling was.

Experiment
Het gaat om een experiment waarbij een aantal scholen maximale ruimte krijgt voor eigen beleid, omdat voor hen de wet- en regelgeving op een groot aantal onderdelen buiten werking wordt gesteld. Daarvoor is een speciale Algemene Maatregel van Bestuur nodig, die Dekker nog voor de zomer aan de Tweede Kamer wil voorleggen.

Deelnemende scholen mogen afwijken van een groot aantal bepalingen in de Wet Primair Onderwijs en de Wet Voortgezet Onderwijs. Die betreffen onder meer uitgangspunten, doelstellingen en inhoud van het onderwijs, onderwijstijd, rapportage over vorderingen, schoolplan, schoolgids, fusietoets, toelating, en ook scheiding van bestuur en toezicht. ‘De afwijkingsbevoegdheid die de scholen krijgen is dus zeer ruim’, schrijft Dekker, en voegt daar meteen aan toe: ‘Daaraan verbind ik een aantal voorwaarden die de kwaliteit van het onderwijs en de verantwoordelijkheid van de regering daarvoor afdoende waarborgen’.

Goede kwaliteit
De belangrijkste voorwaarde is dat de deelnemende scholen aantoonbaar onderwijs van goede kwaliteit verzorgen. Daarom wil Dekker de pilot starten met Excellente Scholen, hoewel hij het ‘denkbaar’ vindt dat op termijn ook scholen deelnemen die het oordeel ‘goed’ van de Inspectie van het Onderwijs krijgen. Andere voorwaarden voor deelneming zijn: instemming van de medezeggenschapsraad, onbelemmerde toegankelijkheid van het onderwijs en onbelemmerde doorstroom. Daarom moeten deelnemende scholen een eindtoets afnemen en de waarde van diploma’s borgen.

De Kamerbrief-toelatingsvoorwaarden-pilot-regelluwe-scholen

In het VOS/ABB-magazine School! van november 2014 vertelde schoolleider Eric van ’t Zelfde van openbare scholengemeenschap Hugo de Groot in Rotterdam al waarom hij graag wil deelnemen aan deze pilot.

Kabinet akkoord met combinatie vmbo-mbo

In de nieuwe situatie kunnen leerlingen al in het derde of vierde leerjaar van het vmbo met een mbo-opleiding op niveau 1 beginnen. Van Bijsterveldt op de website van het ministerie van OCW: ‘Deze mogelijkheid biedt een steun in de rug aan leerlingen die dat nodig hebben en vermindert de kans op voortijdig schoolverlaten.’

Er is inmiddels al met succes een aantal jaren proefgedraaid met deze combinatie vmbo-mbo. De vmbo-scholen en mbo-instellingen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het programma-aanbod, de examinering en kwaliteit. Zowel de scholen als de leerlingen en hun ouders bleken enthousiast over dit aanbod. De leerling heeft met niveau 1 nog geen startkwalificatie, maar het blijkt dat de overstap naar het mbo, om niveau 2 te halen, toch makkelijker wordt als hij er al aan geroken heeft.

Om de combinatie mogelijk te maken, worden de Wet op het voortgezet onderwijs en Wet educatie en beroepsonderwijs aangepast.  Verwacht wordt dat na 1 augustus 2009 steeds meer vmbo-scholen deze assistentopleiding gaan aanbieden.

De assistentopleiding is iets anders dan het experiment met de doorlopende leerlijn vmbo-mbo, dat op 1 augustus 2008 van start is gegaan. In dit experiment leiden de vmbo’s in samenwerking met mbo-instellingen hun leerlingen in zes jaar meteen op tot niveau 2. Meer over dit experiment in de gerelateerde berichten in de rechterkolom hiernaast.

Informatie: Betty Smits-van Sonsbeek, 06-12939680, bsmits@vosabb.nl

Experiment vmbo-mbo toegewezen aan 26 projecten

De Purmerendse Scholengroep, De Nieuwe Veste in Coevorden, Merewade in Gorinchem, het Udens College en LMC Rotterdam zijn de leden die hun aanvraag gehonoreerd zien. De scholen hadden tot 17 juli de tijd om zich in te schrijven. Er kwamen veel aanmeldingen binnen. OCW heeft de deelnemers op basis van objectieve (kwaliteits)criteria geselecteerd, zo deelt het ministerie mee.

De komende jaren wordt het experiment uitgebreid. Scholen die per 1 augustus 2009 aan de slag willen met de doorlopende leerweg vmbo-mbo, moeten voor 12 december een projectplan indienen.

1139 leerlingen
Aan de eerste lichting doen 1139 leerlingen mee. Het experiment duurt tot 2013. In totaal worden dan 5000 leerlingen betrokken. De resultaten van het experiment worden jaarlijks gemonitord en vormen de basis  voor een ‘evidence based’ besluit over de toekomst van de problematische overgang vmbo-mbo voor de leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg.

In het experiment wordt de bovenbouw van de opleiding vmbo-basisberoepsgerichte leerweg samengevoegd met een opleiding mbo-niveau 2. Er ontstaat daardoor één nieuwe geïntegreerde beroepsopleiding. Leerlingen hoeven niet over te stappen. Ze krijgen op één locatie les, met één pedagogisch-didactische aanpak, met eenzelfde team vmbo- en mbo-docenten. Dat vergroot de kans dat leerlingen een startkwalificatie halen (diploma op minimaal mbo-niveau 2) en verkleint de kans op voortijdig schooluitval.

Het is gebleken dat voor veel vmbo-leerlingen en met name de leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg de overstap naar het mbo lastig is. Een deel schrijft zich niet in voor een vervolgopleiding in het mbo. Van de leerlingen die wel overstappen, vallen er in de eerste paar maanden van het mbo veel uit. De omschakeling naar een andere school blijkt een groot struikelblok. Doel van dit experiment is dat meer leerlingen hun startkwalificatie halen op mbo-niveau 2. Hiermee vergroten ze hun kansen op een goede loopbaan.

Vmbo examen niet verplicht
In deze nieuwe leergang vmbo-mbo2 volgen leerlingen maximaal vier jaar onderwijs. Scholen mogen zélf vorm en inhoud geven aan de leergang. De ministeries van Onderwijs (OCW) en Landbouw (LNV) geven slechts de kaders aan waarbinnen de leergang vorm moet krijgen. Scholen krijgen daarmee meer ruimte voor onderwijs op maat voor leerlingen die in het huidige systeem grote kans zouden hebben om uit te vallen.

Binnen het experiment is het vmbo-examen niet verplicht. Voorwaarde is wel dat er een terugvalgarantie moet zijn voor leerlingen als ze dreigen uit te vallen in het experiment. Als ze de leergang niet halen, moeten ze worden begeleid naar een traject dat leidt tot een vmbo- of een mbo-diploma.

In de rechterkolom staat de volledige lijst met scholen die voor het eerste ‘cohort’ van het experiment zijn toegelaten.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur; helpdesk@vosabb.nl  

Bijlagen