Bekostiging 2016-2017 meer verhoogd dan verwacht

Aan de hand van de toepassing van de referentiesystematiek is de bekostiging van het primair onderwijs in het schooljaar 2016-2017 aangepast en daarmee definitief gemaakt.

Op basis van de ontwikkeling van de loonkosten en werkgeverslasten in de marktsector wordt bepaald of er een kabinetsbijdrage wordt verstrekt en hoe hoog deze zal zijn. Dit wordt toegepast per kalenderjaar in de bekostiging en ziet daarmee op twee (delen van) schooljaren.

Eind maart 2017 werd de regeling bekostiging 2017-2018 gepubliceerd en 5/12e deel van de kabinetsbijdrage was daar al in verwerkt. Voor het 7/12e deel dat in het schooljaar 2016-2017 zou vallen, moest worden gewacht op de definitieve regeling die elk jaar rond het begin van september komt.

Bekostiging omhoog door kabinetsbijdrage

De kabinetsbijdrage is flink te noemen en zelfs wat hoger dan verwacht. De verwachting in het voorjaar was dat de kabinetsbijdrage een stijging van circa 1,7 procent zou bedragen. Wanneer we de bedragen van de gemiddelde personeelslast (GPL) bekijken, dan is er door de kabinetsbijdrage 2,26 procent ophoging wat betreft de GPL voor de leraren.

Doordat de kabinetsbijdrage hoger is dan verwacht, blijkt de cao achteraf dekkend te zijn. De cao-partijen waren overeengekomen bij de totstandkoming van de CAO PO 2016-2017 om de dekking deels te vinden in de nog toe te kennen kabinetsbijdrage over 2017. Deze is nu definitief vastgesteld en ruim boven wat de partijen in hun berekeningen hadden meegenomen.

Daarmee is bijvoorbeeld ook de bonus van april 2017 nu volledig gedekt.

Ga naar de regeling, waarin alle bedragen staan.

Gpl verhoogd: download aangepast rekeninstrument

In het voortgezet onderwijs zijn de gpl- en ondersteuningsbedragen met terugwerkende kracht per 1 januari 2017 met 2,63 procent verhoogd. In onze online Toolbox is het rekeninstrument aangepast dat hier betrekking op heeft.

De gpl-bedragen (gemiddelde personeelslast) zijn aangepast aan de hand van de referentiesystematiek. Dit houdt in dat de ontwikkeling van werkgeverslasten en contractlonen in de marktsector worden bekeken en dat aan de hand daarvan een correctie in de bekostiging plaatsvindt.

Dit resulteerde in een kabinetsbijdrage, die bij Voorjaarsnota 2017 is vastgesteld. Deze kabinetsbijdrage bestaat uit een compensatie voor contractloonontwikkeling voor primaire arbeidsvoorwaarden en de premiekostenontwikkeling en overige sociale werkgeverslasten.

Voor alle personeelscategorieën geldt een meerjarige doorwerking. Hierdoor wijzigen deze bedragen niet ten opzichte van de nieuwe bedragen voor 2017. Wel geldt dat er, zoals elk jaar, een kleine ophoging van de bekostiging is ter financiering van de functiemix. Deze wordt verwerkt in de nieuwe gpl per 1 januari 2018.

Rekeninstrument downloaden

In onze online Toolbox is in de map voortgezet onderwijs het rekeninstrument voor de meerjarenbegroting aangepast. Let op: alleen als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u het instrument downloaden:

U kunt ook de regeling voor de gpl-bedragen downloaden, zoals die in Staatscourant is gepubliceerd. Dit document is uiteraard ook voor niet-leden beschikbaar.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

 

Compensatie voor hogere herstelopslag ABP

Het kabinet heeft de ophoging van de herstelopslag van de premie van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) gecompenseerd. Dat blijkt uit de nieuwe Regeling bekostiging personeel PO 2015–2016 en aanpassing bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2015–2016.

De ophoging van de herstelopslag van de ABP-premie leidde ertoe dat een deel van de dekking van het loonruimteakkoord wegviel. Voor 2016 heeft het kabinet dat rechtgetrokken, zo blijkt uit de toelichting bij de regeling:

Tevens is éénmalig een bijdrage in het kader van de herstelopslag over de maanden april tot en met december voor het relevante deel van het schooljaar (april tot en met juli) in de prijzen opgenomen.

Dit komt neer op een verhoging van de gemiddelde personeelslast van circa 0,18 procent in vergelijking met de vorige publicatie.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Gemiddelde personeelslast met 0,44% omhoog

De landelijke gemiddelde personeelslast is met 0,44% gestegen. Dat geldt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015.

Deze 0,44% is het saldo van de loonruimte en de compensatie voor pensioenpremieontwikkeling en overige sociale lasten. Het kabinet heeft dit formele besluit gepubliceerd in de Ruimtebrief 2015.

Voor het primair onderwijs betekent de stijging van de gemiddelde personeelslast dat er een aanpassing is die deels betrekking heeft op bekostigingsjaar 2014-2015 (voor 7/12 van de GPL voor dat jaar) en deels op het bekostigingsjaar 2015-2016 (5/12). Voor het voortgezet onderwijs betekent dit een aanpassing van de GPL voor het gehele bekostigingsjaar 2015.

Zoals altijd zullen de beschikkingen (en uitkeringen) volgen in september.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Meevaller van 14 miljoen voor voortgezet onderwijs

De personele lumpsum voor het voortgezet onderwijs wordt zoals verwacht met 0,21 procent verhoogd. Dit is ter compensatie van de gestegen werkgeverslasten. Dit blijkt uit de GPL-regeling 2014.

In het voortgezet onderwijs was de geschatte werkelijke ontwikkeling van de werkgeverslasten -0,05 procent. Met een compensatie van 0,21 procent leidt dit tot een meevaller van ongeveer 14 miljoen euro.

Uit de GPL-regeling 2014 blijkt ook dat de personele lumpsum eenmalig extra wordt opgehoogd met 0,22 procent. Hiermee worden scholen gecompenseerd voor de in de nieuwe CAO VO afgesproken loonstijging van 1,2 procent per 1 augustus 2014.

De GPL-regeling voortgezet onderwijs 2014 (GPL staat voor gemiddelde personeelslast) geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2014.

GPL-regeling 2013-2014 voortgezet onderwijs

De gemiddelde personeelslast (GPL) voor ondersteunend personeel en directie in het voortgezet onderwijs daalt volgend jaar, terwijl de GPL voor onderwijzend personeel licht stijgt. Dat laatste komt door de kosten die voortkomen uit de functiemix en inkorting van de salarisschalen (Actieplan LeerKracht). Dit blijkt uit de GPL-regeling voor 2013 en 2014.

In de GPL voor 2014 zijn de bezuinigingen met betrekking tot de vereenvoudiging van het bekostigingsmodel, de profielen havo/vwo en de taakstelling uit het Lenteakkoord verwerkt. Daarnaast is een plus van 56 miljoen euro opgenomen om doorwerking van de terugbetaling van de kasschuif te voorkomen. Ook is de stijging van de werkgeverslasten deels gecompenseerd in de GPL van 2013, wat leidt tot een verhoging van die GPL. Deze compensatie bedraagt 0,18% en is daarmee naar schatting zo’n 0,6% lager dan de daadwerkelijke stijging van de werkgeverslasten. Bij elkaar opgeteld hebben de diverse ontwikkelingen een negatief effect op de GPL.

Omdat het onderwijzend personeel, in het kader van het Actieplan LeerKracht, een extra ophoging krijgt (van 47,6 miljoen), stijgt de GPL voor het onderwijzend personeel wel licht. De ophoging met 1,01% is wat lager dan de eerder verwachte 1,23%.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl