Tweede Kamer mort over afschaffen ouderbijdrage

VVD en CDA in de Tweede Kamer willen dat de vrijwillige ouderbijdrage blijft bestaan. Ook D66 vraagt hier aandacht voor. Dat bleek tijdens een debat over een initiatiefwetsvoorstel van de SP en GroenLinks. Daarin staat dat geen enkele leerling mag worden uitgesloten als ouders de bijdrage niet hebben betaald.

VVD’er Rudmer Heerema en CDA’er Michel Rog vinden dat het initiatiefvoorstel niet mag gaan gelden voor profielscholen, zoals technasia, topsportscholen en tweetalige scholen. Dit sluit aan bij het standpunt van voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad. Hij zei vorig jaar in Trouw dat de vrijwillige ouderbijdrage in het voortgezet onderwijs nodig blijft voor extra’s en maatwerk. De voorzitter van de VO-raad noemde in dit kader ook technasia, topsportscholen en tweetalig onderwijs.

Paul van Meenen van D66 vroeg in het debat ook aandacht voor de profielscholen. Hij wil dat zij zich kunnen aansluiten bij landelijke koepels die een regeling hebben getroffen voor leerlingen van wie de ouders de bijdrage niet kunnen betalen.

Leerlingen uitsluiten onbestaanbaar

VOS/ABB-directeur Hans Teegelbeckers noemde het vorig jaar onbestaanbaar dat leerlingen worden uitgesloten van schoolactiviteiten als blijkt dat ouders de vrijwillige bijdrage niet hebben betaald. Hij steunt het initiatiefwetsvoorstel van de SP en GroenLinks. VOS/ABB sloot zich onlangs aan bij een oproep aan de Tweede Kamer om het voorstel te omarmen.

In oktober jongstleden werd bekend dat Stichting SAAM* met 27 algemeen toegankelijke basisscholen in Oss, Uden en Veghel en omgeving volgend schooljaar de ouderbijdrage schrapt. In een brief van het bestuur van SAAM* aan de ouders staat dat in afstemming met de directeuren is geconcludeerd dat ‘wanneer activiteiten wezenlijk zijn voor alle kinderen, we het gewoon onderwijs noemen’.

Dat betekent volgens het bestuur dat ‘wij daarmee ook de verantwoordelijkheid nemen voor de kosten’. Als voorbeelden van activiteiten die voor alle leerlingen wezenlijk zijn, noemt het bestuur schoolreisjes, kamp en een dagje naar het museum.

Extra geld voor onderwijs (maar niet heus)

Het kabinet investeert in 2020 extra in onderwijs, beweert minister Wopke Hoekstra. Dat is echter geenszins het geval als wordt gekeken naar het primair en voortgezet onderwijs. Daar is zelfs sprake van een (kleine) bezuiniging. Toch lijkt het kabinet van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie ermee weg te komen, dankzij steun van oppositiepartij GroenLinks.

Hoekstra (CDA) zei tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen dat er onder andere in de onderwijsbegroting investeringen zitten, maar dat is helemaal niet het geval. Wel wordt er door middel van kasschuiven voor het primair en voortgezet onderwijs geld naar voren gehaald. Dat is dus geld dat voor latere jaren bestemd was, en dus geen extra geld.

Uit een grondige analyse van de onderwijsbegroting die VOS/ABB heeft gemaakt, blijkt dat er in 2020 geen cent voor onderwijs bijkomt. Sterker nog: er zal volgend jaar sprake zijn van een (kleine) bezuiniging op de loon- en prijsbijstelling. Het kabinet houdt een deel hiervan in om daarmee onderhoud en vervanging van ICT-systemen bij DUO te betalen.

Kabinet hoeft niets te vrezen

De onderwijsbegroting voor volgend jaar kan ongestoord door de Tweede en Eerste Kamer. Oppositiepartij GroenLinks heeft te kennen gegeven het kabinet geen strobreed in de weg te leggen. Fractieleider Jesse Klaver zegt dat dit een nieuwe vorm van politiek bedrijven is. Door mee te stemmen met het kabinet, denkt GroenLinks meer te bereiken dan met tegenstemmen.

Klaver legt in de Volkskrant uit hoe het volgens hem werkt: ‘Het kabinet moet sowieso iets doen aan de onderwijsbegroting. Niet omdat welke partij dan ook voor of tegen stemt, maar omdat er een groot probleem is. Maar alleen iets doen omdat de oppositie dreigt tegen te stemmen, dat vind ik niet de manier.’

Klaver zegt ervan overtuigd te zijn dat er extra geld voor onderwijs gaat komen. Die ruimte is volgens hem geboden in de Algemene Beschouwingen. Premier Mark Rutte liet toen doorschemeren dat het kabinet in 2020 wellicht eenmalig extra geld voor het onderwijs uittrekt. Op 16 oktober heeft Rutte daarover een gesprek met de sociale partners.

De sectororganisaties PO-Raad en VO-raad en de vakbonden eisen structureel 423,5 miljoen euro extra voor het onderwijs.

Wel extra geld voor onderwijs in linkse tegenbegroting

De linkse oppositiepartijen PvdA, GroenLinks en SP in de Tweede Kamer hebben een tegenbegroting opgesteld. Daarin staat dat er meer geld naar onderwijs moet. 

In de tegenbegroting staat dat het toptarief in de winstbelasting voor bedrijven omhoog moet van 25 naar 30 procent. Ook willen PvdA, GroenLinks en SP meer belasting op vermogen.

Met de miljarden die de overheid hiermee zou kunnen binnenhalen, zouden onder andere de lerarensalarissen omhoog kunnen en maatregelen kunnen worden getroffen om de werkdruk te verminderen, zo is de gedachte.

In de OCW-begroting voor 2020 die het kabinet op Prinsjesdag heeft gepresenteerd, is geen extra geld voor onderwijs gereserveerd.

Lees meer…

GroenLinks wil fusies in onderwijs terugdraaien

GroenLinks wil dat onder andere het onderwijs weer kleinschaliger wordt. Het moet mogelijk worden eerdere fusies terug te draaien. Dat is onderdeel van een initiatiefnota die de partij indient bij de Tweede Kamer.

‘Publieke instellingen moeten de menselijke maat hanteren. Groter is niet altijd efficiënter, goedkoper en beter’, benadrukt GroenLinks-Kamerlid Paul Smeulders. Hij stelt dat het aantal leerlingen per instelling voor voortgezet onderwijs nu 255 procent groter is dan in 1980. Daarom bepleit GroenLinks een plafond voor de omvang van instellingen en wil de partij dat eerdere fusies worden teruggedraaid.

De initiatiefnota gaat ook over meer zeggenschap. Er staat in dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelselverantwoordelijke moet worden voor zeggenschap in de publieke sector. Ook zouden burgers het recht moeten krijgen om bestuurders te bevragen over een voorgenomen besluit.

‘Leraren moeten meebeslissen over financieel beleid’

GroenLinks wil leraren een beslissende stem geven in het financiële beleid van de school. Zo kan er volgens Tweede Kamerlid Lisa Westerveld voor worden gezorgd dat schoolbesturen minder geld opzijzetten om risico’s af te dekken. Dat is volgens haar goed voor de kwaliteit van het onderwijs.

Zij vindt het raar dat schoolbestuurders enerzijds hun steun betuigen aan leraren die actievoeren voor een hoger loon en minder werkdruk en anderzijds ‘miljoenen wegschuiven richting spaarrekeningen’. Westerveld pleit voor een wettelijke vastgelegde maximering van financiële reserves van schoolbesturen.

Ook vindt ze dat leraren via de medezeggenschap moeten kunnen meebeslissen over financiële keuzes. ‘Niemand heeft meer baat bij een goede besteding van onderwijsgeld dan de leraar’, stelt Westerveld. Zij moeten daarbij wat haar betreft wel professionele ondersteuning krijgen, zodat de schoolbestuurders niet meer het volgens haar onzinnige argument kunnen gebruiken dat leraren geen verstand zouden hebben van financiën.

‘Leraren niet geïnteresseerd in meebeslissen’

Onderwijsjournalist Ronald Buitelaar noemt op Twitter het idee van Westerveld sympathiek, maar volgens hem zijn veel leraren helemaal niet geïnteresseerd in meedenken en -beslissen:

AOb-leden stemmen massaal op linkse partijen

Ruim zes op de tien leden van de Algemene Onderwijsbond (AOb) die al weten wat ze gaan stemmen bij de Provinciale Statenverkiezingen op 20 maart, kiezen links. Dat blijkt uit een peiling van de Algemene Onderwijsbond (AOb).

Uit de peiling blijkt dat GroenLinks met 33 procent veruit de grootste favoriet is. Deze partij kan rekenen op 10 procent meer AOb-stemmers dan bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017.

Op de tweede plaats staat de PvdA met 17 procent. De sociaaldemocraten winnen 3 procent ten opzichte van 2017. Op de derde plaats staat D66 met 13 procent. De partij die zich altijd afficheert als de onderwijspartij, verliest in de peiling meer dan de helft van AOb-stemmers. De SP kan rekenen op 12 procent (was 10 procent).

Rechtse partijen doen het ronduit slecht onder AOb-leden. De VVD kan rekenen op 4 procent, Forum voor Democratie op 3 procent, de PVV op 1 procent en de SGP op 0 procent.

Lees meer…

Linkse oppositie wil gratis voorschool

GroenLinks, SP en PvdA willen bij wet regelen dat gemeenten de voorschool kunnen betalen voor kinderen van arme ouders.

Volgens de linkse oppositiepartijen moeten juist kinderen uit armere gezinnen naar de voorschool kunnen. Nu is het zo dat veel van deze kinderen afhaken, omdat hun ouders een eigen bijdrage moeten betalen.

Lisa Westerveld van GroenLinks vindt dat een slechte zaak. Zij benadrukt dat gemeenten moeten kunnen bijspringen als ouders de eigen bijdrage niet kunnen opbrengen. Nu mogen gemeenten dat niet doen.

Peter Kwint van de SP spreekt van ‘een stompzinnige bureaucratische regel’. Gijs van Dijk van de PvdA hamert erop dat alle kinderen een goede start verdienen, ‘ongeacht de dikte van de portemonnee van je ouders’.

Voorzitter VO-raad informateur in Rotterdam

Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad, die tot 2002 fractievoorzitter was van GroenLinks in de Tweede Kamer, is in Rotterdam aangesteld als informateur om een nieuw college van B en W samen te stellen. Ook oud-Tweede Kamerlid Pieter Duisenberg van de VVD is aangesteld als informateur.

De regionale zender RTV Rijnmond noemt Rosenmöller ‘een politiek zwaargewicht’ met een Rotterdamse link. Voordat hij de politiek inging, werkte hij in de Rotterdamse haven. Daar kreeg hij bekendheid als woordvoerder bij stakingen.

In 2002 was Rosenmöller fel tegenstander van Pim Fortuyn. Hij noemde diens idee om artikel 1 van de Grondwet af te schaffen ‘extreemrechts’. Na de moord op Fortuyn werd Rosenmöller thuis bedreigd. Dat was voor hem reden om de politiek te verlaten.

Sinds 2014 is Rosenmöller voorzitter van de VO-raad.

Lees meer…

‘Geld voor maatschappelijke diensttijd naar leraren’

GroenLinks wil dat het kabinet de 100 miljoen euro per jaar die het heeft vrijgemaakt voor de invoering van de maatschappelijke diensttijd naar de leraren gaat.

GroenLinks-Tweede Kamerlid Lisa Westerveld zegt dat haar partij niet tegen de maatschappelijke diensttijd is, maar dat het verhogen van de lerarensalarissen en het verlagen van de werkdruk in het onderwijs urgenter zijn. ‘We moeten prioriteiten stellen’, aldus Westerveld, die het idee lanceert op de dag waarop in de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland leraren uit het primair onderwijs staken.

Bijdrage leveren aan samenleving

De maatschappelijke diensttijd van maximaal 6 maanden is een idee van het kabinet ‘om jongeren in staat te stellen een bijdrage te leveren aan onze samenleving’, zo staat in het regeerakkoord. De diensttijd zou moeten worden opgezet door maatschappelijke organisaties, gemeenten en provincies.

In het regeerakkoord staat dat er een budget voor beschikbaar is dat oploopt tot 100 miljoen euro per jaar.

Linkse oppositie wil hogere lerarensalarissen

De oppositiepartijen GroenLinks, SP en PvdA presenteren samen een plan, waarin onder andere staat dat de lerarensalarissen omhoog moeten, meldt de Volkskrant

In het plan van de drie linkse oppositiefracties in de Tweede Kamer, die met elkaar 37 van de 150 zetels hebben, staat volgens de krant niet alleen dat de lerarensalarissen omhoog moeten. Ook zou de pensioenleeftijd omlaag kunnen voor mensen met een zwaar beroep (het is niet duidelijk of leraren daartoe behoren) en zou het eigen risico in de zorg moeten worden afgeschaft.

Als de plannen van de drie werkelijkheid worden, kost dat structureel 10 miljard euro per jaar extra. Dat geld denken GroenLinks, SP en PvdA te kunnen vrijmaken door onder andere een miljonairsheffing in te voeren en de winst-, dividend- en inkomstenbelasting niet te verlagen.

PO-Raad kraakt pabo-plan GroenLinks

Het voorstel van GroenLinks om de instroomeisen voor lerarenopleidingen te verlagen is uiterst onverstandig. Dat benadrukt de PO-Raad.

Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks drong er voor de zomervakantie in een debat over het lerarentekort op aan de instroomeisen van de pabo te verlagen. Haar gedachte is dat er dan meer studenten naar de pabo komen.

De PO-Raad snapt deze gedachtegang, maar noemt het idee van Westerveld uiterst onverstandig. ‘De voorgestelde maatregel druist volledig in tegen het beleid van de afgelopen jaren, waarin juist, met resultaat, is ingezet op het verbeteren van de kwaliteit van pabo-opleiding door hogere eisen aan instromers te stellen.’

Lees meer…

Bijles is prima, mits regulier onderwijs in orde is

Ouders hebben de vrijheid om voor bijles of huiswerkbegeleiding te kiezen als zij dit zinvol achten. Dat zeggen minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op Kamervragen. Ze benadrukken dat er altijd een particuliere markt voor bijles en huiswerkbegeleiding blijft bestaan.

Tweede Kamerlid Rik Grashoff van GroenLinks had vragen gesteld naar aanleiding van het rapport Kansengelijkheid in het onderwijs van DUO Onderwijsonderzoek. Grashoff vroeg onder andere of Bussemaker en Dekker het ermee eens zijn dat het onderwijs van dusdanige kwaliteit moet zijn dat privéonderwijs niet nodig is.

De minister en de staatssecretaris beamen dat het funderend onderwijs de verantwoordelijkheid heeft om alle leerlingen onderwijs en begeleiding van hoge kwaliteit aan te bieden. ‘Privéonderwijs mag geen gevolg zijn van tekortschietend regulier onderwijs. Dit neemt niet weg dat ouders de vrijheid hebben om ervoor te kiezen buitenschoolse begeleiding in te schakelen, wanneer zij dit zinvol achten.’

‘Er heeft en zal altijd een particuliere markt voor bijlessen en huiswerkbegeleiding bestaan’, aldus Bussemaker en Dekker.

Gratis bijles

De vragen van Grashoff staan in het kader van het standpunt van GroenLinks dat leerlingen die dat nodig hebben, gratis bijles moeten kunnen krijgen.

GroenLinks-standpunt tegen artikel 23 ‘knaagt’

Wetenschapsjournalist en GroenLinks-lid Christian Jongeneel noemt het aannemen van het amendement om artikel 23 af te schaffen ‘een ongelukje’.

Zaterdag werd het GroenLinks-partijcongres in Utrecht het erover eens dat artikel 23 over de vrijheid van onderwijs uit de Grondwet moet. Dit standpunt komt in het verkiezingsprogramma.

Relifobie

Jongeneel, die in de Commissie voor Geschil en Beroep van GroenLinks zit, noemt dit in zijn blog ‘een ongelukje’, omdat het volgens hem principieel onjuist is. Volgens hem zat in het amendement een ‘ondertoon van relifobie’. Hij is bang dat dit GroenLinks tijdens de verkiezingsprogramma zal worden aangewreven.

‘Je hoort DENK al betogen: “De PVV wil gebedshuizen van moslims sluiten, GroenLinks hun scholen.” Maar moslims stemden toch al niet op GroenLinks, dus de schade zal beperkt zijn. Kortom: dit ongelukje herstellen we de volgende keer wel weer’, aldus Jongeneel.

Lees meer…

 

GroenLinks pleit voor gratis bijles en middenschool

GroenLinks wil dat alle leerlingen in het voortgezet onderwijs die dat nodig hebben gratis bijles krijgen. Dat staat in het conceptverkiezingsprogramma dat de partij van Jesse Klaver heeft gepresenteerd.

Steeds meer ouders die daar het geld voor hebben, sturen hun kinderen naar private huiswerkbegeleiding. Klaver ziet daarin een sluipende privatisering van het onderwijs. Het mag er volgens hem niet vanaf hangen of ouders bijles kunnen betalen of niet. Het gaat erom dat kinderen gelijke kansen hebben, vindt Klaver.

GroenLinks wil middenschool

Een ander punt uit het conceptverkiezingsprogramma van GroenLinks is dat meer brede brugklassen moeten komen, waarin leerlingen van verschillende niveaus door elkaar zitten. Klaver spreekt van een ‘moderne middenschool’. Volgens hem worden kinderen nu op te jonge leeftijd geselecteerd voor een bepaald schooltype en is dat in het nadeel van laatbloeiers.

GroenLinks wil ook dat stapelen makkelijker wordt. De partij pleit voor een doorstroomrecht, zodat leerlingen zonder problemen van vmbo naar havo of van havo naar vwo kunnen.

Download conceptverkiezingsprogramma GroenLinks

Leden VO-raad akkoord met Paul Rosenmöller

Paul Rosenmöller is de nieuwe voorzitter van de VO-raad. De algemene ledenvergadering is akkoord gegaan met zijn voordracht door het bestuur van de sectororganisatie in het voortgezet onderwijs.

Het bestuur schoof Rosenmöller naar voren, omdat hij ‘een sterke verbondenheid toont met de publieke sector’ en ‘als onafhankelijk denker (…) in onze samenleving een gezaghebbende positie heeft opgebouwd’. Een ander argument om voor Rosenmöller te kiezen, is dat hij ‘consequent kiest voor een op samenwerking gerichte benadering en dialoog’ en ‘discussies wil op basis van argumenten en niet op basis van macht voeren’

Bovendien zou Rosenmöller in staat zijn om werknemers- en werkgeversbelangen te verbinden en zo samen met de leden van de VO-raad bruggen te slaan.

De algemene ledenvergadering is donderdag met de voordracht akkoord gegaan. De 57-jarige Rosenmöller is benoemd voor een periode van vier jaar. Hij volgt de 66-jarige Sjoerd Slagter op, die na zeven jaar voorzitterschap van de VO-raad met pensioen gaat.

Van havenarbeiders naar onderwijswerkgevers
De voormalig GroenLinks-voorman Rosenmöller brak in 1978 zijn studie sociologie af om als arbeider in de haven van Rotterdam te gaan werken. Zijn keuze was ideologisch gemotiveerd. Hij wilde van onderaf de arbeidersrevolutie ondersteunen. In 1984 werd hij districtsbestuurder van de Vervoersbond FNV.

Rosenmöller werd in 1989 voor GroenLinks lid van de Tweede Kamer. In 1994 werd hij de politiek leider. In 2003 stape hij uit de politiek, omdat hij na de moord op Pim Fortuyn het jaar daarvoor met de dood werd bedreigd. Rosenmöller was fel tegenstander van Fortuyn.

Na de politiek zat hij onder andere in een adviescommissie voor de emancipatie van vrouwen uit etnische minderheidsgroepen. Hij werkte ook voor de IKON, het UWV en verschillende ministeries.

Rosenmöller heeft zich tot nu toe nauwelijks met onderwijsbeleid beziggehouden. In 2002 diende hij namens GroenLinks in de Tweede Kamer een motie in voor de verbetering van het onderwijs op de toenmalige Nederlandse Antillen. Zijn werk voor het Convernant Gezond Gewicht bracht hem in contact met scholen.

Laatste school in dorp moet openbare school zijn!

Kleine dorpsscholen moeten open blijven, maar wanneer er twee kleine scholen in het dorp zijn, is fusie of samenwerking een goed idee. Dat schrijven Tweede Kamerlid Jesse Klaver van GroenLinks en de Waterlandse GL-fractievoorzitter Laura Bromet in de Volkskrant. VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs benadrukken op basis van de Grondwet dat de laatste school in een dorp een openbare school moet zijn.

In hun opiniestuk wijzen Klaver en Bromet erop dat er in veel dorpen stevige concurrentie is tussen openbare en protestants-christelijke of katholieke scholen. Die energie kan volgens hen beter worden gebruikt om één gezamenlijke school in stand te houden. Dat komt ten goede aan de onderwijskwaliteit en levert kostenbesparingen op.

Klaver en Bromet zetten in hun stuk vraagtekens bij het recente advies Grenzen aan kleine scholen, waarin de Onderwijsraad ervoor pleit om scholen met minder dan 100 leerlingen te sluiten. Als voorbeeld noemen zij openbare basisschool De Overhaal in het dorp Zuiderwoude bij Monickendam. Deze school met 70 leerlingen heeft een goede beoordeling van de Inspectie van het Onderwijs. De school wordt gezien als een voorwaarde voor sociale samenhang in het dorp. Sluiting zou de kwaliteit van de leefomgeving aantasten.

Als een voorbeeld van kansen op samenwerking wordt het dorp Ilpendam genoemd, vlak bij Amsterdam-Noord. Daar telt de openbare Van Randwijkschool 120 leerlingen en de katholieke Sint-Sebastianusschool 60 leerlingen. Hoewel ze al wel in hetzelfde gebouw zitten, hebben de scholen hun eigen klassen, elk een eigen directeur en vieren ze apart Kerstmis en Pasen. Beide scholen hebben combinatieklassen, wat volgens Klaver en Bromet vanwege leeftijdsverschillen sociaal ongewenst is.

Samenvattend vinden de politici dat de laatste basisschool in het dorp open moet blijven zolang de kwaliteit voldoende is. Maar als er meer kleine basisscholen van verschillende denominaties zijn, moet samenwerking door schoolbesturen financieel worden gestimuleerd. Dat gebeurt volgens Klaver en Bromet te weinig.

Openbaar onderwijs grondwettelijk gegarandeerd!
VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs kunnen zich vinden in het pleidooi van de GroenLinksers, maar wijzen er nadrukkelijk op dat de laatste school van het dorp principeel een openbare school moet zijn. De Grondwet zegt immers: er ís openbaar onderwijs en er kán bijzonder onderwijs zijn. Zo garandeert de overheid dat de openbare school van de gemeenschap is: iedereen moet er terecht kunnen.

Dit principe komt terug in het concept 'school', waarin openbaar onderwijs op basis van gelijkwaardigheid samenkomt met alle denominaties. Het ideaal 'school', dat VOS/ABB en VOO nastreven, wil voor alle kinderen goed onderwijs, met eerbiediging van en aandacht voor ieders religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging. De kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs verwoorden het ideaal 'school'.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl