Openbare school weert moslima met nikab

Openbare basisschool Overvecht in Utrecht wil niet dat islamitische vrouwen in nikab naar school komen. Dat blijkt uit een bericht in het Algemeen Dagblad

Het AD schrijft over islamitische ouders die hun vierjarige kind wilden aanmelden op obs Overvecht. De vrouw droeg een nikab toen zij met haar man op school over de aanmelding van hun kind kwamen praten. Een nikab is een gezichtssluier die alleen de ogen vrijlaat.

De krant citeert directeur Marije Wassenaar van obs Overvecht: ‘Als openbare school hebben wij respect voor verschillende achtergronden en levensovertuigingen. Gezichtsbedekkende kleding is in de school echter niet toegestaan, want voor het onderwijs is het belangrijk dat we elkaars gezicht kunnen zien.’

Met nikab geen visueel contact

Het verbod op gezichtsbedekkende kleding is opgenomen in de schoolgids van obs Overvecht: ‘Visueel contact en het kunnen zien van emoties op gezichten zijn belangrijke aspecten van de communicatie en ontmoeting binnen de school en van groot belang voor het pedagogisch klimaat. Daarom is het dragen van gezichtsbedekkende kleding in de school en op het schoolplein niet toegestaan.’

Wel zijn religieuze symbolen toegestaan, zo staat in de schoolgids: ‘Als openbare school hebben wij respect voor verschillende achtergronden en levensovertuigingen. Daar hoort ook bij dat wij respect tonen en verwachten voor religieuze symbolen als het dragen van een kruisje of een hoofddoekje.’

Wetsvoorstel tegen gezichtsbedekkende kleding

De Tweede Kamer praat binnenkort over het wetsvoorstel van minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor een gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding in onder andere het onderwijs. In het regeerakkoord was afgesproken dat er een dergelijk verbod zou komen.

Uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat in een vrij land iedereen het recht heeft zich naar eigen inzicht te kleden, wat anderen er ook van vinden. Die vrijheid is slechts begrensd in situaties waar het essentieel is dat men elkaar kan aankijken, omdat goede dienstverlening en veiligheid daar gewaarborgd moeten zijn.

Angst voedt discussie over hoofddoek

Eens in de zoveel tijd laait de discussie weer op: mag een leerkracht of leerling in het openbaar onderwijs een hoofddoek dragen? De kwestie speelt op een school, leidt tot discussie en haalt het landelijke nieuws. Als het om het dragen van een kruisje gaat, heeft de discussie de landelijke media bij mijn weten nog niet gehaald. Wat is hier aan de hand?

Het eenvoudigst is om de discussie dood te slaan door te zeggen: er is een grondwet en er is vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing. Het beleid is dat het dragen van een hoofddoek in het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs mogelijk is, omdat religieuze uiterlijkheden passen bij de actief pluriforme opdracht van de openbare school, zolang er maar geen evangeliserende activiteiten plaatsvinden. Ook kruisjes, keppeltjes en andere religieuze symbolen zijn toegestaan. In tegenstelling overigens tot Frankrijk, waar in de openbare scholen een strikt verbod geldt op welke religieuze uiting dan ook.

Waarom wordt de discussie in Nederland altijd zo fel als het een hoofddoek betreft? Een column van Ebru Umar in NRC Next, naar aanleiding van een juf met hoofddoek van de (overigens niet-openbare maar zich wel openbaar noemende) Gooische School in Laren, illustreert de gevoeligheid.

Aannames over hoofddoek

Er zit om te beginnen een aantal aannames aan het dragen van een hoofddoek, zo blijkt uit de column van Umar. Zij labelt de bewuste leerkracht als ‘onderdrukt’ en ze stelt dat door het dragen van een hoofddoek sprake is van geloofsoverdracht. Vervolgens stelt Umar zich de vraag hoe het verder zal gaan met deze leerkracht: ‘Gaat juf Fatima de vaders nog wel een hand geven? Gaat ze kerst, sinterklaas en Pasen vieren?’

Als je voor strikt neutraal openbaar onderwijs pleit, zoals Umar in haar column doet, zullen ook de kerst- en paasviering geen plek meer kunnen hebben. Daar plaatst zij echter geen vraagtekens bij. Als we haar lijn doortrekken, zou Umar ook de kerst- of paasviering moeten opvatten als de overdracht van een geloof, maar dat doet ze dus niet.

Negatieve beeldvorming

De discussie richt zich kennelijk op één religie: de islam. Daar zit de angel. Er zijn allerlei, veelal negatieve, beelden over deze godsdienst. Beelden die worden versterkt door acties van terroristen die zich moslim noemen, door berichten in de media en door standpunten die in de politiek worden uitgedragen. De negatieve beeldvorming leeft natuurlijk ook bij ouders, bij onszelf.

De vraag is hoe we hiermee omgaan. Laten we ons leiden door angst? Of proberen we zelf een oordeel te vormen. In dit geval over juf Fatima van de Gooische School. Zelf zegt zij er bewust voor te hebben gekozen een hoofddoek te dragen om ‘dichter bij mijn geloof en bij God (…) te staan’. In een e-mail aan de ouders van haar leerlingen geeft ze ook aan dat door het dragen van een hoofddoek haar ‘kwaliteiten, persoonlijkheid, openheid en gedrevenheid’ er niet minder op worden.

Zelf oordeel vormen

Laten we in het openbaar en algemeen onderwijs niet uitgaan van wat over anderen wordt gezegd, maar laten we de ontmoeting zoeken vanuit de actief pluriforme opdracht. Dus de religieuze en levensbeschouwelijke diversiteit niet buitensluiten, maar verschillen en overeenkomsten zien en die onderzoeken. Leer leerlingen zélf een oordeel vormen, kritisch zijn op de mening van anderen én op hun eigen mening. Ga op onderzoek uit, ontmoet mensen en hoor hoe zij in het leven staan.

Natuurlijk mag je het met elkaar oneens zijn, maar wel vanuit een respectvolle houding die uitgaat van gelijkwaardigheid. Door andere ideeën te horen, word je je bewust van hoe je zelf in het leven staat. Dat is de kracht van het openbaar onderwijs!

Marleen Lammers, beleidsmedewerker VOS/ABB

Gooische School vraagt om respect voor hoofddoek

De algemeen bijzondere Gooische School in Laren heeft ouders gevraagd om respect voor het besluit van een islamitische leerkracht om een hoofddoek te dragen.

De vrouw om wie het gaat, droeg aanvankelijk geen hoofddoek. Toen zij besloot dat toch te gaan doen, leidde dat volgens directeur Mirjam Ouderdorp tot vragen van ouders.

Directie en bestuur hebben in verband hiermee een verklaring op schrift gesteld. ‘De Gooische School is een openbare school. Directie, bestuur en medezeggenschapsraad respecteren vanzelfsprekend haar keuze’, zo staat in de verklaring.

Term ‘openbare school’ biedt helderheid

De Gooische School is strikt genomen geen openbare school. Deze basisschool biedt, zo staat in de schoolgids van de Vereniging De Gooische School, ‘neutraal-bijzonder onderwijs’ dat niet is gebaseerd op een levensbeschouwelijke overtuiging.

Het is een algemeen bijzondere school, die onder een vereniging waar de ouders van de leerlingen lid van zijn.

Directeur Ouderdorp heeft aan VOS/ABB laten weten dat voor de term ‘openbare school’ is gekozen, omdat die voor ouders duidelijker is dan ‘neutraal bijzonder onderwijs’, hoewel de Gooische School dus niet een openbare school ís.

Hoofddoek visuele geloofsoverdracht?

Columniste Ebru Umar van NRC heeft kritiek op de school in Laren. Ze vindt dat een islamitische juf met een hoofddoek niet thuishoort in de ‘openbare en dus neutrale school’, die volgens haar ‘een kind vrijwaart van welke godsdienstige invloed dan ook’.

Umar ziet de hoofddoek als een visuele geloofsoverdracht. De leerkracht zelf ziet het als een persoonlijke keuze om ‘dichter bij mijn geloof en bij God (…) te staan’. Ze blijft naar eigen zeggen ‘dezelfde juf Fatima’. Ze benadrukt dat haar ‘kwaliteiten, persoonlijkheid, openheid en gedrevenheid’ er niet minder op worden, zo staat in een mail van haar die Umar bij haar column heeft geplaatst.

Ook Umar ziet de Gooische School kennelijk als een openbare school, hoewel die school dat strikt genomen niet is.

De kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs, zoals die door VOS/ABB in samenspraak met de leden zijn opgesteld, gaan uit van diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect. In de kernwaarden staat ook dat in de openbare school elke leerling en elk personeelslid welkom is, ongeacht zijn of haar sociale, culturele of levensbeschouwelijke achtergrond, en dat de openbare school aandacht besteedt aan godsdienst en levensbeschouwing. 

Duits hoofddoekverbod openbare scholen ongrondwettig

Het Duitse Constitutionele Hof heeft bepaald dat het verbod op het dragen van een hoofddoek door leraressen op openbare scholen in Duitsland in strijd is met de Duitse grondwet.

Een verbod op het dragen van een hoofddoek is volgens het Bundesverfassungsgericht in Karlsruhe alleen gerechtvaardigd als daardoor een ‘toereikend concreet gevaar’ voor de rust op school of de neutraliteit van de overheid ontstaat.

Het hoogste Duitse rechtscollege heeft ook een clausule in de onderwijswet van de deelstaat Noordrijn-Westfalen ongrondwettig verklaard. In die clausule wordt een voorkeur uitgesproken voor christelijke waarden en tradities voor het onderwijs. Volgens het Bundesverfassungsgericht benadeelt dit niet-christelijke religies.

In Nederland mogen personeelsleden en leerlingen van openbare scholen gewoon een hoofddoek dragen. In de kernwaarden van het openbaar onderwijs staat nadrukkelijk dat de openbare school uitgaat van gelijkwaardigheid en wederzijds respect.

Ophef over hoofddoekverbod in Rotterdam

De PvdA in de Rotterdamse gemeenteraad wil opheldering over het weigeren van een pabo-stagiaire met een hoofddoek. Een openbare basisschool in Rotterdam zou deze islamitische stagiaire alleen zonder hoofddoek willen toelaten. Uit het bericht van de PvdA wordt niet duidelijk om welke openbare school het gaat.

De PvdA-raadsleden Zeki Baran van Emancipatie en Participatie en Fouad el Haji van Onderwijs zeggen geschokt te zijn over het vermeende hoofddoekverbod. Zij vragen het Rotterdamse stadsbestuur om actie. De stagiaire die vanwege haar hoofddoek door een openbare basisschool zou zijn geweigerd, zit volgens de PvdA-raadsleden in het vierde jaar van de pabo van de Hogeschool Rotterdam.

Mag hoofddoekverbod?
Het openbaar onderwijs mag leerlingen, personeelsleden en stagiaires niet weigeren als zij een hoofddoek, keppeltje, tulband of ander religieus geïnspireerd kledingstuk dragen. Met zo’n verbod zou de openbare school onderscheid op grond van godsdienst maken, terwijl de openbare school nadrukkelijk open staat voor alle religies. Dat niet iedere gelovige deze kledingvoorschriften als verplichtend ziet, maakt daarbij niets uit.

Een verbod op het dragen van bijvoorbeeld een hoofddoek is wel mogelijk, ook in het openbaar onderwijs, als de school daar een objectieve rechtvaardigingsgrond voor heeft. Een voorbeeld van zo’n rechtvaardigingsgrond kan zijn dat door het dragen van gezichtsbedekkende kleding de communicatie wordt belemmerd, waardoor de kwaliteit van het onderwijs niet kan worden gewaarborgd.

Het bijzonder onderwijs kan het dragen van een hoofddoek ook verbieden als de school aannemelijk kan maken dat deze geloofsuiting het onmogelijk maakt de grondslag van de school te verwezenlijken. Zo’n verbod mag alleen worden toegepast als er een consequent aannamebeleid wordt gevoerd in het licht van de grondslag van de school en als het kledingvoorschriftenbeleid consequent wordt gehandhaafd.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl