Inspectie is zicht kwijt door ‘wildgroei’ aan toetsen

‘De Inspectie van het Onderwijs waarschuwt dat het moeilijk wordt om het landelijke niveau van leerlingen vast te stellen op basis van de eindtoetsen nu er een wildgroei aan toetsen is ontstaan’, meldt de Telegraaf.

De krant citeert woordvoerder Jan-Willem Swane van de inspectie: ‘De toetsen zijn niet met elkaar te vergelijken. Dat maakt het onmogelijk om een landelijk beeld te krijgen van hoe leerlingen presteren. En als je dat niet weet, weet je ook niet of leerlingen beter leren lezen of schrijven dan voorgaande jaren.’

‘Andere toets om resultaat op te hogen’

Swane merkt volgens de Telegraaf ook op dat de scholen die lagere resultaten op de Centrale Eindtoets van het Cito behalen, vaak uitwijken naar een alternatieve toets. Directeur Peter Hulsen van de belangenorganisatie Ouders & Ouders vindt dat een slechte ontwikkeling. ‘Dat kan natuurlijk niet. Dat scholen selectief gaan winkelen om zo de resultaten van de school op te hogen. Uit elke toets zou hetzelfde advies moeten komen’, aldus Hulsen.

Scholen kunnen dit schooljaar kiezen uit zes verschillende eindtoetsen:

 

PO-Raad: Te veel eisen en te weinig waardering

‘Het jarenlang overvragen en onderwaarderen van het primair onderwijs, de lage bekostiging en een beginnend lerarentekort hebben hun tol geëist.’ Daarmee reageert de PO-Raad op de bevinding van de Inspectie van het Onderwijs dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt.

De signalering van de inspectie dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt staat in het rapport De Staat van het Onderwijs 2016-2017. Voor de sectororganisatie is de negatieve ontwikkeling geen groot nieuws, zo blijkt uit de woorden van voorzitter Rina den Besten: ‘Zorgelijk, maar niet heel verrassend.’

Zij ziet het ‘tekort aan bekostiging’ en het ‘groeiend lerarentekort door te lage salarissen’ als oorzaken van de tanende onderwijskwaliteit. Er worden volgens haar ook te veel eisen gesteld: ‘Scholen worstelen met een overladen lesprogramma en hun bordje wordt alsmaar verder vol geschept.’

Den Besten vindt echter ook dat het onderwijs naar zichzelf moet kijken om te zien wat er beter kan. ‘Scherper focus aanbrengen, goed zicht hebben op de eigen kwaliteit, en daarover verantwoording willen afleggen’, aldus de voorzitter van de PO-Raad.

Lees meer…

Staat van het Onderwijs: prestaties onder druk

De Inspectie van het Onderwijs signaleert in het rapport De Staat van het Onderwijs 2016-2017 dat de prestaties van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs over een breed spectrum gelijk blijven of afnemen. Ook op andere punten signaleert de inspectie punten van zorg.

De gelijkblijvende of afnemende prestaties doen zich volgens de inspectie voor bij taal, rekenen, wiskunde, cultuureducatie, natuur en techniek, bewegingsonderwijs en burgerschap. Leerlingen in andere landen doen het gemiddeld beter. Daardoor is ons land zijn internationale toppositie kwijtgeraakt.

Het niveau van de diploma’s laat volgens de inspectie alleen in het vmbo en mbo nog een stijgende lijn zien. In het vmbo neemt het aantal diploma’s in de gemengde of theoretische leerweg toe. In andere sectoren ziet de inspectie geen stijging meer. ‘Het niveau van het hoogst behaalde diploma aan het einde van de schoolloopbaan daalt zelfs iets’, zo staat in het rapport.

Een positief punt is de lage jeugdwerkloosheid in Nederland. Met een afgeronde opleiding in het mbo, het hbo of aan de universiteit hebben jongeren relatief snel een baan. Dat geldt onder andere voor jongeren die in het onderwijs willen gaan werken.

Onderwijskansen en segregatie

De voorwaarden voor gelijke kansen lijken iets te verbeteren, meldt de inspectie. ‘Er zijn meer dubbele adviezen en leerlingen klimmen vaker op binnen het voortgezet onderwijs’, zo staat in het rapport. Toch blijft kansenongelijkheid bestaan, want te zien is aan het feit dat vooral leerlingen in het praktijkonderwijs en beroepsgerichte opleidingen laagopgeleide ouders hebben en vwo’ers vooral hoogopgeleide ouders.

Wat de segregatie betreft, signaleert de inspectie dat die vooral groot is in het basisonderwijs. Het gaat hierbij met name om segregatie naar opleidings- en inkomensniveau van de ouders en minder om etnische segregatie. In het rapport staat verder dat scholen met een bijzonder onderwijsconcept en scholen op religieuze basis bijdragen aan segregatie.

Kwaliteitszorg, autonomie en sturing

De inspectie verbindt de gelijkblijvende en deels afnemende prestaties van leerlingen met de maatschappelijke opdracht aan het onderwijs die steeds meer onder druk staat. ‘Ondanks het grote aantal goede scholen (…) lukt het niet de kwaliteit van het onderwijs voor alle leerlingen (…) te verbeteren’, zo staat in het rapport. Er wordt hierbij een verband gelegd met de autonomie van de scholen, die niet altijd zou worden benut.

Ook noemt de inspectie de hoge werkdruk die in het onderwijs wordt ervaren, het gebrek aan gekwalificeerd personeel op sommige scholen, de discussies over onvoldoende verantwoording en toegenomen tegenstellingen. Andere aspecten die mogelijk negatieve invloed hebben, zijn onvoldoende aandacht voor kwaliteitszorg en verschillende opvattingen over wat goede onderwijskwaliteit inhoudt.

De inspectie ziet ook dat doelen en werkwijzen van gemeentelijke, regionale en landelijke samenwerkingsverbanden of netwerken aanzienlijk van elkaar kunnen verschillen. Veel van deze verbanden en netwerken hebben volgens de inspectie maar weinig doorzettingsmacht. Bovendien ontbreekt het meestal aan tegenkracht en aan consensus over verwachte resultaten.

Download De Staat van het Onderwijs 2016-2017

Interviewtjes met deelnemers

Aan het begin van het congres in de DeFabrique in Utrecht waar het rapport werd gepresenteerd, hield de inspectie korte interviewtjes met deelnemers. Onder anderen directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB werd gevraagd wat hem naar het congres bracht.

‘De Staat van het Onderwijs maakt duidelijk waar we staan. De bevindingen van de Inspectie van het Onderwijs zijn niet altijd positief. Dat is best lastig voor de mensen in het veld, want zij werken enorm hard. Het spanningsveld tussen de wetgeving van de overheid ten aanzien van onderwijs en de autonomie van scholen bijvoorbeeld, vind ik een interessant thema’, aldus Teegelbeckers.

Hij voegde daaraan toe dat het niet alleen belangrijk is om pijnpunten te constateren, maar vooral ook om daar wat mee te doen. ‘Ik ben heel benieuwd naar trends die de inspectie vandaag nader toelicht en hoop dat de verdieping die alle bezoekers hier krijgen, helpen om het onderwijs in Nederland voortdurend te verbeteren.’

Lees meer…

Op 11 april congres De Staat van het Onderwijs

Op 11 april is in Utrecht het jaarlijkse congres De Staat van het Onderwijs. Dan publiceert de Inspectie van het Onderwijs het gelijknamige rapport.

De dag begint met de uitreiking van het rapport aan de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob. Daarna volgt het programma met interactieve sessies.

De inschrijving sluit op 2 april of eerder als het maximale aantal deelnemers is bereikt.

Vernieuwde onderzoekskader toetsen en examens

Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven heeft mede namens haar collega Arie Slob het vernieuwde Onderzoekskader College voor Toetsen en Examens naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het vernieuwde kader omvat het jaarlijkse risicogerichte toezicht op de kwaliteit van het functioneren van het College voor Toetsen en Examens (CvTE), de naleving van de wettelijke taken en een driejaarlijks onderzoek naar de kwaliteitsborging van examens en het examenproces door het CvTE.

De Inspectie van het Onderwijs gaat in het onderzoekskader na of het CvTE conform zijn eigen kwaliteitsprocedures werkt en of het college daarmee de kwaliteit, het niveau en de afname van centrale toetsen en examens borgt.

Meer professionele ruimte dan veel scholen denken

Scholen hebben meer professionele ruimte dan ze vaak denken. Dat blijkt volgens de Inspectie van het Onderwijs en het ministerie van OCW uit de handreiking Ruimte in regels.

De handreiking is bedoeld om scholen te helpen. In de uitgave staat waarover scholen zich op basis van de wet moet kunnen verantwoorden en hoeveel professionele ruimte er is om daar als school zelf vorm aan te geven.

Professionele ruimte benutten

In de publicatie wordt gerefereerd aan een uitspraak van plaatsvervangend inspecteur generaal Arnold Jonk. Hij zei in februari 2015 in het CNV Schooljournaal dat scholen alleen dingen moeten registreren waar ze wat aan hebben en alleen plannen moeten maken die ze ook echt gaan gebruiken.

Download Ruimte in regels

 

In het eerstvolgende nummer van magazine Naar School! van VOS/ABB, dat op 28 november verschijnt, komt een interview met voormalig directeur en huidig schoolbestuurder Gérard Zeegers. Hij heeft het boek Veranderend toezicht geschreven. Zeegers zegt onder meer dat scholen niet alles hoeven vast te leggen, als ze maar in een professioneel gesprek met de inspecteur kunnen aantonen hoe ze het onderwijs vormgeven en hoe ze hun leerlingen volgen. De eerste reacties van scholen op het nieuwe toezicht zijn positief.

Deel uw ervaringen met vernieuwde toezicht inspectie

Bent u schoolbestuurder? Zodra u ervaringen hebt met het vernieuwde toezicht van de Inspectie van het Onderwijs, willen wij dat graag van u horen!

Het vernieuwde toezicht is officieel met ingang van het nieuwe schooljaar per 1 augustus jongstleden van kracht en geldt voor alle scholen en besturen in zowel het primair als voortgezet onderwijs. Doel van de vernieuwing is scholen extra te stimuleren hun onderwijs te verbeteren. Er ligt daarbij meer nadruk op de beoordeling van de kwaliteitszorg door het bestuur.

De inspectie geeft voortaan een voldoende als het onderwijs aan de wettelijke eisen voldoet, maar een school die invulling geeft aan hogere ambities krijgt de waardering ‘goed’. Alle scholen worden minstens één keer in de vier jaar bezocht. Scholen die risico’s vertonen, krijgen vaker bezoek. In het voortgezet onderwijs toetst de inspectie specifiek op sociale veiligheid.

In onderstaande video geeft de inspectie uitleg over het vernieuwde toezicht:

Op de website van de Inspectie van het Onderwijs staat meer informatie.

Wat zijn uw ervaringen?

Wij willen op basis van uw ervaringen kijken of het inspectietoezicht naar tevredenheid functioneert en of het op bepaalde punten kan worden geoptimaliseerd. Wij zullen daarover in gesprek gaan met de inspectie en eventueel ook met de Tweede Kamer.

U kunt uw ervaringen delen met mr. Ronald Bloemers via rbloemers@vosabb.nl.

Lumpsum omhoog en vertrouw schoolbesturen!

Schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs hebben behoefte aan een verhoging van de lumpsum en aan vertrouwen van de overheid op basis van verantwoording en transparantie over eigen keuzes, besteding van middelen en bereikte doelen.

Dit komt uit een ledenraadpleging in het kader van een advies dat de Onderwijsraad opstelt over sturing op onderwijskwaliteit via bekostiging(svoorwaarden). VOS/ABB levert op basis van gesprekken met leden input voor dit nog op te stellen advies.

Download input voor advies Onderwijsraad

Vernieuwde onderzoekskaders inspectie

Minister Jet Bussemaker van OCW heeft de vernieuwde onderzoekskaders van de Inspectie van het Onderwijs naar de Tweede Kamer gestuurd.

U kunt de vernieuwde onderzoekskaders van de inspectie downloaden:

Lees meer…

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

Leraren gezocht voor project kwaliteitszorg

De Onderwijscoöperatie en de Inspectie van het Onderwijs zoeken leraren die zich willen inzetten voor een kwaliteitszorgproject.

Een deelproject bestaat uit het inzetten van leraren in het toezicht van de Inspectie van het Onderwijs. Deze leraren worden tijdelijk toegevoegde experts. Ze zullen zich richten op vijf verschillende thema-onderzoeken.

Scholen ontvangen een vergoeding om leraren die als tijdelijk toegevoegde expert worden ingezet voor 80 uur vrij te roosteren.

Lees meer…

 

‘Ga evenwichtig om met vernieuwde toezicht’

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW roepen schoolbesturen op om op een evenwichtige manier om te gaan met het vernieuwde toezicht van de Inspectie van het Onderwijs. Hun oproep houdt verband met de vrees dat het meer tijd en moeite zal gaan kosten.

Ze schrijven in een brief aan de Tweede Kamer dat uit de voortgangsrapportage over het vernieuwde toezicht blijkt dat het merendeel van de besturen de tijdsinvestering en het onderzoeksresultaat met elkaar in evenwicht vinden. ‘Wel is tijdsinvestering en toezichtslast van het vernieuwd toezicht een onderwerp dat aanhoudend monitoring vereist’, aldus de minister en staatssecretaris.

Bussemaker en Dekker wijzen erop dat enkele besturen en schoolleiders hun zorgen hebben geuit over de tijdsbesteding. Volgens de minister en staatssecretaris heeft dat vooral te maken met onbekendheid met het vernieuwde toezicht. ‘Het vernieuwd toezicht gaat ervan uit dat besturen een visie hebben op de kwaliteit van het onderwijs en dat zij daarop sturen. Dat zal voor sommige besturen nieuw zijn’, zo staat in hun brief.

‘Het is van belang dat besturen zicht hebben op de kwaliteit en de juiste informatie hiervoor verzamelen, maar er bestaat een risico dat dit zijn doel voorbijschiet en de administratieve lasten onevenredig toenemen. Wij roepen besturen op om hier op een evenwichtige manier mee om te gaan’, aldus Bussemaker en Dekker.

Inspectie kijkt met trots terug op 2016

Inspecteur-generaal Monique Vogelenzang van de Inspectie van het Onderwijs kijkt met trots terug op 2016. Dat meldt ze in haar voorwoord in Jaarbeeld 2016. Effectief toezicht voor beter onderwijs.

‘Aan de ene kant vernieuwden we ons toezicht, draaiden we pilots, evalueerden we, stelden we een nieuw onderzoekskader vast, gingen we proefdraaien en boden we onze mensen een stevig scholingstraject aan. Tegelijkertijd voerden we onze toezichttaak uit, deden we instellingsonderzoek en themaonderzoek en maakten we onder meer de Staat van het Onderwijs. We gaven, kortom, invulling aan effectief toezicht voor beter onderwijs, aan onze missie’, aldus Vogelenzang.

Inspectie over kansenongelijkheid

Het rapport De Staat van het Onderwijs 2014/2015 dat in 2016 werd uitgebracht, had volgens Vogelenzang grote impact. In dit rapport stond de groeiende kansenongelijkheid in het onderwijs centraal. ‘Onze boodschap over kansenongelijkheid resoneert nog steeds. En dat niet alleen, op allerlei plekken zijn er initiatieven om de kansenongelijkheid te bespreken en te bestrijden. Initiatieven waar wij zo nodig graag onze bijdrage aan leveren.’

In het Jaarbeeld 2016 staat dat de inspectie in het verslagjaar circa 2950 onderzoeken uitvoerde en besturen, scholen en opleidingen bezocht. ‘We rapporteerden ook over een aantal actuele thema’s, altijd met het oogmerk om perspectief op kwaliteitsverbetering te bieden. Daarbij kozen we vaker dan voorheen voor de dialoog met de betrokkenen over de uitkomsten in plaats van dat we alleen een rapport uitbrachten’, aldus de inspecteur-generaal.

Lees meer…

Inspectie geeft uitleg over nieuwe toezicht

De Inspectie van het Onderwijs geeft uitleg over het nieuwe toezicht per 1 augustus 2017.

De vragen die centraal staan in het nieuwe toezicht zijn ‘Wat gaat er goed?’, ‘Wat kan er beter?’ en ‘Wat móet er beter?’. Omdat het schoolbestuur verantwoordelijk is voor de onderwijskwaliteit, begint en eindigt het toezicht van de inspectie steeds bij het bestuur.

Ga naar de uitgebreide uitleg op de website van de Inspectie van het Onderwijs

 

OCW wil burgerschapsonderwijs versterken

Het burgerschapsonderwijs moet worden verstevigd door onder andere de opdracht die scholen op dit gebied hebben in de wet te versterken. Dat schrijven de demissionaire minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer naar aanleiding van de publicatie van het onderwijsverslag De Staat van het Onderwijs van de Inspectie van het Onderwijs.

De minister en staatssecretaris sturen aan op ‘een prominentere plek van burgerschapsonderwijs in het curriculum’, zo staat in hun brief. Daarin staat ook dat scholen in het primair en voortgezet onderwijs meer ondersteuning zullen krijgen bij het bespreekbaar maken in de klas van ‘moeilijk bespreekbare thema’s’.

Verschillen tussen scholen

In hun brief gaan Bussemaker en Dekker ook in op kwaliteitsverschillen tussen scholen die de inspectie signaleert. ‘Het feit dat het van je school afhangt of je talenten volledig worden benut, zorgt voor kansenverschillen tussen leerlingen op verschillende scholen. Dat is uiterst ongewenst’, aldus de minister en staatssecretaris.

Maar de verschillen tussen scholen bieden volgens hen ook een kans: ‘De scholen (…) die het maximale uit hun leerlingen (…) weten te halen, hebben waardevolle ervaringen en inzichten te delen met de middenmoot.’ Met andere woorden: scholen kunnen zich aan elkaar optrekken.

In hun brief aan de Tweede Kamer verwijzen zij hierbij naar het nieuwe toezicht van de inspectie, dat ‘vooral bedoeld (is) om de scholen met basiskwaliteit te prikkelen om zich voortdurend te verbeteren’.

Nederland in subtop

Bussemaker en Dekker wijzen erop dat Nederlandse scholen internationaal gezien tot de subtop behoren. Dit betekent volgens hen dat het (nog) beter kan, vooral als het gaat om de hoog presterende leerlingen.

Onderdeel daarvan is de verdere professionalisering van leraren. In de brief worden ook verscherpte toelatingseisen genoemd, bijvoorbeeld van de pabo’s.

Download de brief van Bussemaker en Dekker

 

 

 

Inspectie: burgerschapsonderwijs schiet tekort

Het burgerschapsonderwijs vertoont weinig samenhang en is weinig doelgericht. Bovendien ontbreekt inzicht in wat leerlingen ervan leren. Dit en meer stelt de Inspectie van het Onderwijs in het onderwijsverslag De Staat van het Onderwijs, dat woensdag is overhandigd aan de demissionaire minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De inspectie dringt aan op versterking van de condities voor burgerschapsonderwijs, maar ziet in de huidige situatie ook aanknopingspunten voor verbetering. Zo wordt in het onderwijsverslag samenwerking genoemd in de Alliantie voor Burgerschap. ‘Ook laten veel scholen zien dat burgerschapsonderwijs – anders dan soms wordt gedacht – niet altijd ‘ingewikkeld’ of ‘gevoelig’ voor meningsverschillen over waarden en normen hoeft te zijn’, aldus de inspectie.

De kritische bevindingen van de inspectie steken af tegen de positieve beoordeling van burgerschapsonderwijs door schoolleiders, zoals onlangs bleek uit een peiling van DUO Onderwijsonderzoek. Uit die peiling kwam onder andere naar voren dat een ruime meerderheid van zeven op de tien directeuren in zowel het basis- als voortgezet onderwijs (zeer) tevreden is over de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs bij hen op school.

Rekenen en wiskunde

De Staat van het onderwijs gaat natuurlijk over (veel) meer dan alleen burgerschapsonderwijs. Zo signaleert de inspectie dat vooral bij rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen de prestaties dalen. De sterkste daling is te zien bij de resultaten van basisschoolleerlingen in het natuuronderwijs. Toch presteren Nederlandse kinderen vergeleken met leeftijdgenoten in andere landen nog steeds goed als het gaat om rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen.

Een ander punt dat de inspectie benoemt, is dat er in Nederland in vergelijking met andere landen relatief weinig zwakke en ook relatief weinig excellente leerlingen zijn.

Gelijke kansen

Hoewel in 2016 twee keer zoveel schooladviezen naar boven zijn bijgesteld dan in 2015, neemt de kansenongelijkheid niet af. ‘De kans op onderadvisering voor leerlingen met laagopgeleide ouders (…) is weliswaar sterk gedaald, maar vooral leerlingen met hoogopgeleide ouders profiteren van verschuivingen in 2016’, zo staat in het verslag.

Verder blijkt dat hoog presterende leerlingen met academisch geschoolde ouders vaker in homogene vwo-brugklassen zitten en dito leerlingen zonder academisch geschoolde ouders vaker in een gemengde brugklas. ‘Dit kan gevolgen hebben voor het niveau waarop zij de lesstof krijgen aangeboden’, stelt de inspectie.

De segregatie naar etnische achtergrond vermindert in zowel het basis- als voortgezet onderwijs. Sociale segregatie in het onderwijs is volgens de inspectie vooral een verschijnsel dat zich voordoet in steden. Op scholen met veel kinderen van ouders met een lage sociaaleconomische status signaleert de inspectie de meeste leerachterstanden.

Professionalisering

Leraren, scholen en schoolbesturen verschillen aanzienlijk van elkaar in tijd en aandacht voor professionalisering. ‘Op sommige scholen lijkt het leraren aan tijd te ontbreken om zich te professionaliseren, terwijl op andere scholen (…) leraren juist intensieve en gerichte professionaliseringsactiviteiten ondernemen’, schrijft de inspectie.

In het verslag staat ook dat professionaliseringsactiviteiten weinig gericht zijn op effectieve aanpakken en maar zelden een relatie hebben met het strategisch beleid van de school. Bovendien blijken de directie en de leraren vaak heel verschillend tegen de ontwikkeling van de school aan te kijken. ‘De onderwijsvisie (…) is niet altijd duidelijk en wordt niet altijd gedeeld. Leraren en schoolleider praten vaak langs elkaar heen (…).’

Passend onderwijs

Het beeld dat er met de invoering van passend onderwijs grote verschuivingen zijn opgetreden, klopt volgens de inspectie niet. ‘Leerlingen met een ondersteuningsbehoefte blijven vaker in het regulier onderwijs en vanuit het speciaal onderwijs gaan er leerlingen naar het regulier onderwijs. Het ging de afgelopen twee jaar om kleine verschuivingen, waardoor er per school geen of nauwelijks leerlingen uit het speciaal onderwijs bij komen’, zo staat in het onderwijsverslag.

Volgens de inspectie zijn er succesvolle interventies geweest om het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit omlaag te brengen. ‘Samenwerkingsverbanden die doorzettingsmacht hebben georganiseerd, lijken er beter in te slagen leerlingen niet langdurig thuis te laten zitten.’

Informatie: André de Jong, 06-30056066, adejong@vosabb.nl

Eindtoets minder bepalend voor oordeel inspectie

‘In het vernieuwde onderzoekskader zijn de eindtoetsresultaten van een school minder bepalend voor het eindoordeel over de kwaliteit van het onderwijs.’ Dat schrijft demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

Hij reageert met zijn brief op een motie van Eppo Bruins van de ChristenUnie en het inmiddels vertrokken PvdA-Kamerlid Loes Ypma. In deze motie, die in februari door de Tweede Kamer werd aangenomen, staat dat de regering met voorstellen moet komen om de eindtoets minder bepalend te laten zijn voor de beoordeling van basisscholen. De individuele ontwikkeling van het kind en observaties en gesprekken met het team moeten, zo staat in de motie, zwaarder wegen voor het oordeel van de inspectie.

Dekker geeft aan dat het nieuwe toezicht van de Inspectie van het Onderwijs, dat op 1 augustus 2018 van kracht wordt, al aan de eisen van de Tweede Kamer tegemoet komt. ‘De inspectie zal scholen breder waarderen, door besturen en scholen uit te dagen om hun eigen ambities en doelen te expliciteren, en inzichtelijk te maken welke voortgang of resultaten scholen hierbij realiseren’, aldus de staatssecretaris.

Hij voegt daaraan toe dat scholen ook hun ambities kunnen laten zien die zij hebben geformuleerd voor andere vak- en vormingsgebieden dan taal en rekenen. ‘De eigen visie van de school komt op deze manier meer centraal te staan in de waardering van onderwijskwaliteit’, zo staat in de brief van Dekker aan de Kamer.

School moet zorgen voor goede afname examens vmbo

Schoolbesturen zijn en blijven verantwoordelijk voor een deugdelijke afname van de centrale schriftelijke en praktische examens (CSPE’s) in de basis-, kaderberoepsgerichte en gemengde leerwegen van het vmbo.

Dat benadrukt demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar aanleiding van een recent inspectierapport waarin staat dat de afname van de CSPE’s weliswaar fors is verbeterd, maar dat nog niet alles goed gaat.

Afname examens verbeterd

Het rapport laat volgens Dekker zien dat er tussen 2013 en 2016 ‘een forse stap is gezet in de verbetering van de kwaliteit’. Hij heeft afspraken gemaakt met onder andere de VO-raad om tot een verdere verbetering te komen, maar dat is volgens hem niet genoeg.

‘Het is ook noodzakelijk dat scholen zelf toezien op de naleving van die afspraken. Schoolbesturen dragen hiervoor de verantwoordelijkheid. De inspectie blijft schoolbesturen hierop aanspreken binnen het reguliere toezicht’, aldus Dekker.

In 2018 zal de Inspectie van het Onderwijs wederom onderzoek verrichten naar de afnamecondities van de CSPE’s.

Lees meer…

Uitleg over nieuwe inspectietoezicht

Het ministerie van OCW heeft de brief online gezet waarmee alle schoolbesturen uitleg hebben gekregen over het nieuwe inspectietoezicht per 1 augustus 2017.

Het nieuwe toezicht gaat gelden voor alle instellingen in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Het uitgangspunt is dat de inspectie scholen die voldoende presteren meer ruimte en meer waardering geeft.

De kern van het nieuwe toezicht bestaat uit de volgende punten:

  • Het toezicht sluit meer aan op de verantwoordelijkheid van het bestuur.
  • De inspectie heeft meer aandacht voor eigen ambities van de school en de wijze waarop die de ambities realiseert. Het schoolplan krijgt hierin een centrale rol.
  • De inspectie maakt duidelijk onderscheid tussen wat moet en wat kan.
  • Binnen het toezicht is ruimte om scholen te waarderen die meer dan de basiskwaliteit bieden. Naast ‘zeer zwak’, ‘onvoldoende’ en ‘voldoende’ kan een school ook ‘goed’ of ‘excellent’ zijn.

Download de brief

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Inspectie wil input voor nieuw onderwijsresultatenmodel

De Inspectie van het Onderwijs wil input van bestuurders, schoolleiders, leraren, intern begeleiders en ouders voor een nieuw onderwijsresultatenmodel. 

De inspectie zoekt naar een nieuw model dat:

  • de eigen verantwoording van scholen en besturen over hun resultaten versterkt en verbreedt;
  • recht doet aan passend onderwijs op scholen;
  • als fair en rechtvaardig wordt ervaren door alle belanghebbenden.

Het streven is om het nieuwe onderwijsresultatenmodel in 2019 te gaan gebruiken.

Lees meer…

Inspectie weerspreekt beschuldiging van afstraffen

De Inspectie van het Onderwijs doet niet aan afstraffen, maar controleert of de resultaten van scholen voldoen aan wettelijk gestelde eisen. Dat zegt woordvoerder Jan-Willem Swane naar aanleiding van een artikel in Trouw.

In het artikel komt bestuurder Wilfred de Vries van de protestants-christelijke Harmpje Visserschool op Urk aan het woord. Hij vertelt dat deze school mogelijk als zwak wordt bestempeld door de inspectie, omdat de gemiddelde toetsresultaten omlaag gaan.

De school op Urk heeft sinds de invoering van passend onderwijs tientallen leerlingen uit het speciaal onderwijs opgenomen. Zij scoren over het algemeen laag. ‘Vorig jaar kregen we een onvoldoende voor de eindresultaten en dat zal dit jaar weer gebeuren. Dan heb ik straks ineens een zwakke school’, aldus De Vries.

Afstraffen

In het artikel in Trouw komt ook voorzitter Petra van Haren van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) aan het woord. Zij vindt dat ‘scholen worden afgestraft omdat ze groepen leerlingen verwelkomen die nooit zo hoog zullen scoren op een eindtoets als een gemiddeld kind.’

Een reactie van de Inspectie van het Onderwijs ontbreekt in de krant, maar woordvoerder Jan-Willem Swane laat desgevraagd aan VOS/ABB weten dat van afstraffen door de inspectie geen sprake is. Hij benadrukt dat de inspectie controleert of de resultaten van scholen voldoen aan de wettelijke eisen die daaraan zijn gesteld. Ook zegt hij dat de inspectie altijd kijkt naar de context en tevens luistert naar het verhaal van de school.

De Inspectie van het Onderwijs trekt volgens Swane altijd bij alle betrokkenen aan de bel als er signalen zijn die erop wijzen dat de eisen die aan scholen worden gesteld, niet in het belang zijn van de leerlingen. ‘Dat is waar het uiteindelijk om gaat’, aldus Swane.

Inspectie weerspreekt beschuldiging van afstraffen

De Inspectie van het Onderwijs spreekt met kracht tegen dat scholen die leerlingen kansen bieden zouden worden afgestraft. De inspectie reageert op een uitzending van het tv-programma Radar over het vmbo, waarin werd gesteld dat scholen worden afgestraft als ze leerlingen een jaar over laten doen.

‘Scholen hebben veel meer mogelijkheden en ruimte dan ze vaak denken. Zittenblijven kan een bewuste keuze zijn van een school in het belang van sommige leerlingen. Daardoor kan de ene school méér zittenblijvers hebben dan een andere. Dit levert in zichzelf geen negatief oordeel op. Maar als leerlingen op die school bijvoorbeeld ook nog eens lagere cijfers halen voor hun eindexamen, dan is er reden om te kijken of het onderwijs wel van voldoende kwaliteit is’, aldus de inspectie.

Inspectie stelt drie elementaire vragen

‘We kijken naar drie elementaire vragen voordat we een oordeel uitspreken over een school. Leren de leerlingen genoeg? Krijgen ze goed les? En zijn ze veilig? Bij het bepalen van de resultaten houden we rekening met de achtergrond en ondersteuningsbehoefte van leerlingen. Dan kijken we naar het basisschooladvies dat ze hadden, of ze leerwegondersteuning krijgen, of ze wonen in een wijk met veel sociale achterstanden en of ze tussentijds zijn ingestroomd vanuit een andere school. Op deze aspecten versoepelen we dan onze normen.’

‘Als we zien dat de resultaten op een vo-school 2 jaar achter elkaar flink liggen onder wat je mag verwachten van de school, dan gaan we daarover altijd eerst het gesprek  aan met de school’, zo benadrukt de inspectie op de website van Radar.

Onderwijs staat er financieel beter voor

‘We zien dat de onderwijsinstellingen er in 2015 financieel weer beter voor staan dan het jaar daarvoor. Dat betekent dat ze voorzichtig met hun (extra) geld zijn omgegaan. ‘Dat meldt de Inspectie van het Onderwijs in De financiële staat van het onderwijs 2015.

Bij het positieve beeld past volgens de inspectie wel een kanttekening. ‘Tussen sectoren zitten soms belangrijke verschillen, net als tussen de scholen binnen een sector. Zo zijn er instellingen die een forse spaarpot hebben aangelegd omdat ze teruglopende inkomsten verwachten vanwege de daling van het aantal leerlingen in hun regio. Ook zien we instellingen die spaarden voor verbouwingen of voor andere noodzakelijke verbeteringen.’

Financiële marges

Bij de liquiditeitspositie valt op dat kleine besturen ruimere (procentuele) marges aanhouden dan grote besturen. Dat komt doordat een klein bestuur minder mogelijkheden heeft om potentiële tegenvallers op te vangen dan een groot bestuur.

Uit het rapport blijkt verder dat de schoolbesturen in het funderend onderwijs in 2015 meer geld hebben uitgegeven aan personeel dan in 2014. In het voortgezet onderwijs komt dat door een absolute stijging van het aantal docenten in verband met de stijging van het aantal leerlingen.

In het primair onderwijs is al enige jaren sprake van leerlingendaling, maar waar er tussen 2011 en 2012 sprake was van een forsere personeelsreductie dan op basis van de leerlingenontwikkeling mocht worden verwacht, zijn er in 2014 en 2015 weer meer leraren aangenomen.

Passend onderwijs

Voor het eerst heeft de inspectie ook cijfers opgenomen over de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs. ‘Zij bleken in 2015 zeer voorzichtig. We zagen betrekkelijk weinig financiële beleidskeuzes en als ze er al zijn ontbreekt de onderbouwing ervan.’

De inspectie merkt verder op dat het verstandig als scholen een reserve aanhouden, ‘maar de appeltjes voor de dorst moeten wel in verhouding blijven staan tot de reële risico’s die scholen lopen’. Sparen mag geen doel in zichzelf worden, benadrukt de inspectie, ‘en het mag zeker nooit ten koste gaan van noodzakelijke en gewenste investeringen in de kwaliteit van het onderwijs’.

Lees het rapport

Steeds minder zwakke en zeer zwakke scholen

Het aantal zwakke en zeer zwakke scholen is verder gedaald, meldt de Inspectie van het Onderwijs.

Op 1 september 2016 voldeed het overgrote deel van de scholen en afdelingen aan de minimumnormen van de inspectie: 98,1 procent in het basisonderwijs, 99,3 procent in het speciaal basisonderwijs, 95,7 procent in het voortgezet onderwijs en 96,1 procent in het (voortgezet) speciaal onderwijs.

Lees meer…

Nieuwe onderzoekskaders inspectie staan online

Minister Jet Bussemaker heeft mede namens staatssecretaris Sander Dekker van OCW  de nieuwe onderzoekskaders van de Inspectie van het Onderwijs aangeboden aan de Tweede Kamer.

De onderzoekskaders 2017 beschrijven hoe het toezicht is ingericht en omvatten het waarderingskader en de werkwijze van de inspectie. De nieuwe kaders zullen op 1 augustus 2017 in werking treden.

Nieuwe toezicht inspectie

Het komende schooljaar gebruikt de inspectie om verder ervaring op te doen met het voorgenomen nieuwe toezicht. Daarover zal de Tweede Kamer in het voorjaar van 2017 worden geïnformeerd.

U kunt de onderzoekskaders 2017 downloaden:

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Nul meldingen over illegale contracten eindexamen

Er zijn dit jaar bij de Inspectie van het Onderwijs geen meldingen bekend van scholen voor voortgezet onderwijs die een of meerdere leerlingen onterecht hebben uitgesloten van het eindexamen. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

VVD-Kamerlid Rick Grashoff wilde van Dekker weten hoeveel scholen contracten sluiten met leerlingen om hen uit te sluiten van het eindexamen als zij te lage cijfers voor het schoolexamen halen om te kunnen slagen. Dergelijke contracten zijn wettelijk verboden.

Terecht uitgesloten van eindexamen

De staatssecretaris schrijft op basis van informatie van de inspectie dat er vorig jaar casussen rond uitsluiting zijn geweest op acht scholen. Bij de helft van de leerlingen was interventie niet meer nodig, omdat de kandidaten alsnog waren toegelaten. Bij de andere helft was het terecht dat de leerlingen waren uitgesloten van het eindexamen, omdat zij niet voldeden aan de eisen van het programma van toetsing en afsluiting (PTA).

Verder meldt Dekker dat er dit jaar bij de inspectie geen gevallen bekend zijn van scholen die een of meer leerlingen onterecht hebben uitgesloten van het examen.

Lees meer…