Schooladvies in teken van gelijke kansen

Basisscholen moet zich bij het geven van het schooladvies meer bewust worden van mogelijke kansenongelijkheid. Dat vindt staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Dekker reageert op vragen die Tweede Kamerlid Loes Ypma (PvdA) stelde naar aanleiding van een uitzending van de talkshow Pauw. Daarin werd gesproken over kinderen van laagopgeleide ouders die vaak een lager schooladvies krijgen dan op basis van de eindtoets het geval zou kunnen zijn.

Volgens de staatssecretaris kunnen bij lage advisering (onbewust) vooroordelen een rol spelen, waardoor het advies de talenten en mogelijkheden van de leerling niet voldoende weerspiegelt. ‘Dit vind ik ongewenst omdat hierdoor leerlingen kansen worden ontnomen’, aldus Dekker.

Potentieel moet weerspiegeld in schooladvies

Hij noemt het van groot belang dat leerkrachten van basisscholen zich er meer van bewust worden dat er bij schooladvisering sprake kan zijn van kansenongelijkheid. Om deze bewustwording te versterken, zal de Inspectie van het Onderwijs in het voorjaar een brief sturen waarin besturen, scholen en leerkrachten wordt opgeroepen om het potentieel van leerlingen volledig te weerspiegelen in het schooladvies.

Lees meer…

Moslimmeisjes moeten gemengd zwemmen

Ouders kunnen niet weigeren om hun kinderen mee te laten doen aan gemengd zwemmen, zo oordeelt het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Het hof oordeelde over een kwestie in Zwitserland, waar islamitische ouders weigerden om hun dochters mee te laten doen aan gemengd schoolzwemmen. Zij stelden dat hun geloof het niet toestaat dat meisjes met jongens zwemmen.

In het oordeel van het hof staat dat de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst in deze zaak weliswaar speelt, maar dat de taak van de school om te zorgen voor goed onderwijs en sociale integratie zwaarder weegt.

De dochters van de islamitische ouders die bezwaar maakten, zijn nog niet in de puberteit. In Zwitserland geldt bij wet dat gemengd zwemmen wel kan worden geweigerd als kinderen in de puberteit zijn.

‘Etnisch wegpesten komt vaker voor’

Tweede Kamerlid Amma Asante van de PvdA zegt meerdere meldingen te hebben gekregen van leerlingen die etnisch zijn weggepest. Een jongen van Nederlandse afkomst die door leerlingen met een migratieachtergrond is weggepest van het interconfessionele Waterlant College in Amsterdam, is volgens haar niet de enige die dit is overkomen.

De Inspectie van het Onderwijs kent geen andere gevallen waarin de enige leerling met een autochtoon Nederlandse achtergrond van een school is weggepest door leerlingen met een migratieachtergrond. Dat staat in antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van Asante en haar PvdA-collega Joyce Vermue.

De vragen van de PvdA’ers volgden op een bericht in Het Parool over een leerling van het Waterlant College. Hij werd daar volgens de lokale Amsterdamse krant als enige leerling van autochtoon Nederlandse afkomst weggepest door leerlingen met een migratieachtergrond.

Uniek geval?

Dekker stelt in zijn antwoorden dat dit een uniek geval is. Hij baseert zich daarbij op de Inspectie van het Onderwijs. ‘Er zijn bij de inspectie geen concrete signalen bekend van andere situaties waarin pesten direct is gerelateerd aan etniciteit en leidt tot overstappen naar een andere school’, zo schrijft hij.

Assante twittert naar aanleiding van de antwoorden van de staatssecretaris dat ze meerdere mails heeft ontvangen en dat de inspectie niet goed op de hoogte is van deze problematiek. ‘Serieus probleem. Niet wegkijken!’, aldus Asante.

Lees meer…

‘Politieke lef nodig om segregatie op te lossen’

Onderwijskundige Hülya Kosar-Altinyelken pleit voor een beleid dat segregatie op scholen tegengaat. Daar is politieke lef voor nodig, zegt ze in Het Parool.

Kosar-Altinyelken vraagt zich in de lokale Amsterdamse krant af waarom scholen op basis van etniciteit van hun leerlingen een stempel krijgen. Ze is tegen de term ‘zwarte school’, omdat het woord ‘zwart’ van oudsher een inferieure connotatie zou hebben.

Concentratiescholen en regenboogscholen

Zij wijst erop dat dat in andere landen de term ‘zwarte school’ niet wordt gebruikt. Volgens haar wordt in Vlaanderen het woord ‘concentratiescholen’ gebruikt, maar dat vindt ze ook geen goede term. ‘Regenboogscholen’, zoals scholen met veel leerlingen met een migratieachtergrond op Malta worden genoemd, komt meer in de buurt.

Ze vindt de termen ‘zwarte scholen’ en ‘witte scholen’ zelfs schadelijk, omdat het haar doet denken aan de apartheid uit het etnisch verdeelde Zuid-Afrika. Door leerlingen met een migratieachtergrond zwart te noemen, krijgen zij volgens haar het idee er niet bij te horen. ‘We bedoelen met dit ­predicaat: je bent niet écht Nederlands’, aldus Kosar-Altinyelken.

Segregatie oplossen

De segregatie in het onderwijs is volgens haar op te lossen, maar daar is dan wel politieke lef voor nodig. ‘Het vereist een inperking van de vrijheid van schoolkeuze’, zo stelt ze in de krant. ‘Als je kijkt naar het Amsterdamse stedelijk toelatingsbeleid en de matching op middelbare scholen, blijkt dat vrijheid van schoolkeuze is ingeperkt. Waarom doen we dan niet ook iets tegen segregatie?’

Lees meer…

Leerling met migratieachtergrond blijft achterlopen

In de afgelopen tien jaar zijn de verschillen tussen leerlingen met een Nederlandse achtergrond en die met een niet-westerse migratieachtergrond nauwelijks veranderd. Dat staat in het Jaarrapport Integratie 2016 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Groep 8-leerlingen met een Nederlandse achtergrond halen bij de Centrale Eindtoets gemiddeld nog altijd betere resultaten dan leerlingen met een niet-westerse achtergrond. Daarbij hebben vooral Turkse en Marokkaanse leerlingen moeite met het onderdeel ‘taal’. Dit komt doordat er bij hen thuis vaak geen Nederlands wordt gesproken.

Turkse en Marokkaanse leerlingen op de basisschool scoren gemiddeld ook minder hoog op rekenen en wiskunde dan leerlingen met een Nederlandse achtergrond.

Migratieachtergrond vooral vmbo

De verschillen spelen ook nog steeds in het voortgezet onderwijs. Daar zijn leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond nog altijd oververtegenwoordigd in het vmbo, terwijl havo’s en vwo’s vooral leerlingen met een Nederlandse achtergrond hebben.

D66 wil via onderwijs tweedeling tegengaan

D66 vindt dat iedereen ongeacht zijn of haar achtergrond gelijke kansen verdient voor de toekomst en dat beter onderwijs de beste manier is om dit te bereiken. Dat staat in het verkiezingsprogramma van de partij van Alexander Pechtold.

‘Wij willen brede buurtscholen (kindcentra), waar ieder kind vanaf twee jaar gelijke kansen krijgt door uitstekend onderwijs met aandacht voor cultuur, sport, digitale vaardigheden en een gezond leven.’ D66 denkt op die manier achterstanden te kunnen voorkomen.

Ook zegt D66 te willen investeren in docenten ‘die door minder regels en minder lesuren meer ruimte krijgen om steeds beter onderwijs aan onze kinderen te geven’. Verder wil de partij van Pechtold stapelen in het voortgezet onderwijs makkelijker maken.

Lees het verkiezingsprogramma van D66

 

PvdA-plan voor gelijke onderwijskansen

De Tweede Kamerleden Loes Ypma en Mohammed Mohandis van de Partij van de Arbeid hebben een initiatiefnota gepresenteerd voor gelijke onderwijskansen. Hun nota volgt op de constatering van de Inspectie van het Onderwijs dat er in toenemende mate sprake is van kansenongelijkheid in het onderwijs.

In de initiatiefnota staan 14 punten vermeld:

  1. Bij iedere beleidswijziging moet het kabinet beargumenteren hoe deze beleidswijziging bijdraagt aan het vergroten van gelijke onderwijskansen.
  2. De leraar kan omgaan met verschil en maakt meer gebruik van de mogelijkheden van ICT.
  3. Ieder lerarenteam op de basisschool bestaat over 5 jaar voor 15% en over 10 jaar voor 30% uit universitair opgeleide leraren.
  4. Leraren krijgen meer tijd om hun lessen voor te bereiden, elkaar feedback te geven en kinderen individueel te begeleiden.
  5. Alle kinderen kunnen vanaf hun tweede jaar twee dagen per week op de voorschool terecht.
  6. Het schooladvies wordt verplicht naar boven bijgesteld als de uitslag op de eindtoets hoger is dan het originele schooladvies.
  7. Ieder kind heeft recht op een meervoudig advies (bijvoorbeeld vmbo GL/T-havo) en heeft het recht te worden toegelaten op beide onderwijsniveaus van het advies.
  8. Scholengemeenschappen en brugklassen met meerdere onderwijsniveaus worden financieel en in regelgeving gestimuleerd.
  9. Doorstroomrecht naar een ander onderwijsniveau zonder aanvullende eisen.
  10. Het is mogelijk vakken op een hoger (of lager) niveau af te ronden en dit wordt op het maatwerkdiploma vermeld.
  11. Waardering van ons beroepsonderwijs en een betere overstap van mbo naar hbo.
  12. Scholen worden positief gewaardeerd en beoordeeld als zij maatwerk mogelijk maken voor hun leerlingen door ruimte te bieden voor verschil in tempo, leerstijl en het volgen van vakken op verschillende niveaus.
  13. Scholen met veel aantal achterstandsleerlingen ontvangen een hogere bijdrage per leerling.
  14. Minderjarige mbo’ers krijgen een vergoeding voor bijkomende schoolkosten, zodat ze niet langer duurder uit zijn dan hun leeftijdsgenoten op de havo of het vwo.

Download de initiatiefnota Gelijke onderwijskansen

Brede scholengemeenschap heeft Dekkers voorkeur

‘Als kinderen deel uitmaken van een brede scholengemeenschap, kan dat bijdragen aan burgerschap en integratie. Op een brede scholengemeenschap komen leerlingen immers eerder in aanraking met leerlingen die onderwijs op een ander opleidingsniveau volgen dan op een categorale school’, schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Hij reageert hiermee op vragen van de Tweede Kamerleden Joyce Vermue en Tanja Jadnanansing van de PvdA over de groeiende segregatie in het onderwijs in Amsterdam. Hun vragen volgden op de publicatie van cijfers die uitwijzen dat kinderen met hoogopgeleide ouders en die met laagopgeleide ouders elkaar in de scholen amper nog tegenkomen.

Een kwart van de scholen voor voortgezet onderwijs in de hoofdstad heeft vrijwel uitsluitend leerlingen met hoogopgeleide ouders. Daar staat tegenover dat op vier van de tien scholen meer dan 80 procent van de kinderen laagopgeleide ouders heeft. Op categorale vwo-scholen zitten vooral kinderen van hoogopgeleiden. Brede scholengemeenschappen in Amsterdam hebben een grotere spreiding.

Brede scholengemeenschap geen garantie

Dekker wijst erop dat scholen de wettelijke opdracht hebben actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. ‘Dat geldt voor iedere school: categoraal of een brede scholengemeenschap. Als kinderen deel uitmaken van een brede scholengemeenschap, kan dat bijdragen aan burgerschap en integratie. Op een brede scholengemeenschap komen leerlingen immers eerder in aanraking met leerlingen die onderwijs op een ander opleidingsniveau volgen dan op een categorale school’, aldus de staatssecretaris.

Hij schrijft echter ook dat de breedte van een school alleen niet garandeert dat het onderwijs bijdraagt aan leren samenleven. ‘Het kan zijn dat een schoolbestuur het onderwijsaanbod in vestigingen organiseert. Binnen een school is het goed mogelijk dat leerlingen van verschillende schoolsoorten of klassen weinig met elkaar in contact komen. Anderzijds kunnen categorale scholen eveneens zeer waardevolle initiatieven ontwikkelen die bijdragen aan integratie en leren samenleven, bijvoorbeeld door uitwisseling met andere scholen of projecten met de buurt waarin de school staat.’

Burgerschap en sociale integratie

Het is volgens Dekker vooral van belang ‘dat iedere school -ongeacht de samenstelling van de leerlingpopulatie- van goede kwaliteit is en dat iedere school daadwerkelijk bijdraagt aan actief burgerschap en sociale integratie’. Het is, aldus Dekker, ‘de taak van de rijksoverheid om te waarborgen dat het onderwijssysteem kansen biedt voor alle leerlingen, ongeacht hun afkomst’.

Hij verwijst in zijn antwoorden naar de reactie van hem en minister Jet Bussemaker op het rapport De Staat van het Onderwijs, waarin de Inspectie van het Onderwijs zorgen uit over de groeiende kansenongelijkheid. In hun reactie stelden Dekker en Bussemaker dat zij ‘een goed toegankelijk systeem willen blijven waarborgen voor alle leerlingen’.

Lees meer…

Het zomernummer van het VOS/ABB-magazine Naar School! besteedt met een artikel aandacht aan de vraag of brede scholengemeenschappen beter zijn voor sociale integratie dan categorale scholen.

Aan het woord komen voormalig bestuurder Annemarie Juli van Openbare Scholengemeenschap Schoonoord in Zeist, oud-Volkskrantjournalist en economieleraar Ferry Haan van het Jac. P. Thijsse College in Castricum, directielid Sandra Newalsing van de scholengroep Voortgezet Onderwijs van Amsterdam en rector Benedict Hamans van het openbare Stedelijk Gymnasium in Schiedam.

Het zomernummer van Naar School! verschijnt op 14 juni.

Ouders gezocht die in actie komen tegen segregatie

Regisseur Camiel Zwart is op zoek naar een ouderinitiatief dat met ingang van het nieuwe schooljaar in actie komt tegen segregatie in het basisonderwijs.

Hij wil met twee collega’s een documentaireserie over het onderwijs maken, waarbij Zwart zich wil richten op segregatie en wat ouders daartegen doen.

Kent u initiatieven van ouders om segregatie tegen te gaan of maakt u zelf deel van uit van een dergelijk initiatief?

U kunt contact opnemen met Camiel Zwart van het in Amsterdam gevestigde productiehuis Blackframe: camiel@blackframe.nl, 06-40720352.

 

Rotterdamse rector ziet al jaren ongelijke kansen

Rector Eric van ’t Zelfde van openbare scholengemeenschap Hugo de Groot in Rotterdam ziet al jaren dat kinderen uit sociaal-zwakke gezinnen weinig kansen krijgen. Hij was woensdagavond in RTL Late Night.

Van ’t Zelfde was bij Humberto Tan te gast in verband met de publicatie De Staat van het Onderwijs. De Inspectie van het Onderwijs signaleert in dat rapport dat de tweedeling tussen kinderen van hoog- en laagopgeleide ouders steeds groter wordt. Kinderen van laagopgeleide ouders krijgen minder kansen dan kinderen van hoogopgeleide ouders.

De school van Van ’t Zelfde staat midden in Rotterdam-Charlois, een wijk met een zwakke sociaal-maatschappelijke structuur en met veel gezinnen met weinig geld. Wat de inspectie nu signaleert, ziet hij al jaren in de dagelijkse praktijk.

Kinderen belemmerd in hun ontwikkeling

Hij zei in RTL Late Night dat het huidige onderwijsbeleid kinderen steeds meer belemmert in hun ontwikkeling. Hij ging onder andere in op de drempels die zijn opgeworpen om te ‘stapelen’, waardoor vmbo’ers niet meer doorstromen naar havo. Die drempels zijn volgens Van ’t Zelfde opgeworpen, omdat het mbo koste wat kost niet mocht mislukken.

Ook hekelde Van ’t Zelfde de rekentoets in het voortgezet onderwijs. Die leidt er volgens hem alleen maar toe dat talent verloren gaat. ‘Je zal dadelijk na jaren staatssecretaris geweest te zijn, alleen nog maar herinnerd worden om je rekentoets. Dat is natuurlijk een enorme misser’, aldus de Rotterdamse rector.

Bekijk een deel van het interview met Eric van ’t Zelfde.

Kansenongelijkheid in onderwijs is slechte zaak

De toegenomen kansenongelijkheid in het onderwijs, waarover het inspectierapport De Staat van het Onderwijs gaat, maakt reacties van bezorgdheid los.

Tweede Kamerlid Jasper van Dijk noemt het in de Volkskrant ‘uiterst pijnlijk dat het resultaat van minister Jet Bussemaker van de PvdA een grotere tweedeling en meer ongelijkheid is’.

Ook Paul van Meenen van D66 uit zijn bezorgdheid. Volgens hem is het voor scholen een financieel risico geworden om kinderen door te laten stromen van vmbo naar havo. ‘Scholen worden door dit kabinet dus afgestraft als ze kinderen kansen bieden’, aldus Van Meenen in de krant.

PvdA-Kamerlid Loes Ypma ziet in de constatering van de inspectie aanleiding om te pleiten voor het altijd bijstellen van een schooladvies als de uitslag van de eindtoets in groep 8 daartoe aanleiding geeft. VVD-Kamerlid Karin Straus vindt dat we, zo citerert de Volkskrant haar, ‘veel beter moeten worden in het bieden van wat individuele kinderen nodig hebben’.

Inspectie schrikt van kansenongelijkheid

Inspecteur-generaal Monique Vogelzang van de Inspectie van het Onderwijs zegt in Trouw dat ze is geschrokken van de constatering dat de tweedeling en de kansenongelijkheid in het onderwijs sterk zijn toegenomen. ‘Bij gelijke intelligentie wordt het voor je schoolloopbaan steeds bepalender uit welk gezin je komt’, aldus Vogelzang.

Socioloog Herman van de Werfhorst, die onderzoek doet naar sociale verschillen in het onderwijs, vreest dat het persoonlijke oordeel van de leraar te veel invloed heeft. ‘Adviezen van leraren kunnen onbewust gekleurd zijn en daardoor betwist worden. Een objectieve toets zoals de Citotoets moet weer belangrijker worden’, aldus Van de Werfhorst bij de NOS.

Dubbeltjes moeten kwartjes kunnen worden

De PO-raad noemt de groeiende kloof tussen kinderen van hoog- en laagopgeleide ouders ‘zorgelijk’ en wil in gesprek met scholen om een oplossing te zoeken. ‘We willen niet terug naar de tijd dat kinderen die voor een dubbeltje worden geboren, geen kwartje kunnen worden’, zegt voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad.

Haar collega Paul Rosenmöller van de VO-raad noemt de groeiende ongelijkheid van kansen onacceptabel. ‘Het met publiek geld gefinancierde onderwijs heeft de dure plicht om alle kinderen gelijke kansen te bieden. Dat is ongetwijfeld ook het streven van iedereen die in het onderwijs werkt, maar de praktijk blijkt toch weerbarstig’, aldus Rosenmöller.

Brede brugklas en gemengd schooladvies

De christelijke profielorganisatie Verus pleit in het kader van de constatering van de inspectie voor brede brugklassen, waarin kinderen met verschillende niveaus samen les krijgen. Ook een gemengd schooladvies in groep 8 kan volgens verus helpen.

Verus legt de schuld van de ongelijkheid ook bij de politiek, die scholen beloont voor beter rendement. Dat zou zorgen voor ‘perverse prikkels’ om kinderen vroeg te selecteren.

De Algemene Onderwijsbond (AOb) wijst erop dat kinderen van hoogopgeleide ouders met veel geld altijd meer kansen zullen hebben dan kinderen uit gezinnen met weinig geld. ‘Hoogopgeleiden zullen hun kinderen sneller naar bijspijkercursussen sturen waardoor zij bijvoorbeeld alsnog naar het vwo kunnen.’

Integratie weer op de agenda!

VOS/ABB wijst erop dat de groeiende kloof tussen kinderen van hoog- en laagopgeleide ouders het gevolg is van slecht beleid van staatssecretaris Sander Dekker, voor wie de afgelopen jaren het tegengaan van segregatie in het onderwijs totaal geen issue was.

VOS/ABB wil dat het bevorderen integratie weer hoog op de politieke agenda komt.

Inkomen mag niet bepalend zijn voor onderwijskansen

In Nederland moeten alle kinderen het onderwijs kunnen volgen dat past bij hun talenten. Het inkomen of opleidingsniveau van hun ouders mag niet bepalend zijn. Dat benadrukken minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in reactie op de constatering van de Inspectie van het Onderwijs dat de tweedeling in het onderwijs groeit.

‘Sociaal milieu speelt altijd een rol bij de onderwijskansen. Niettemin, onderwijskansen zouden gebaseerd moeten zijn op wat je kan, niet op het sociale milieu waaruit je komt’, zo staat in de beleidsreactie die Bussemaker en Dekker naar aanleiding van het rapport De Staat van het Onderwijs hebben doen uitgaan. In dat rapport staat dat de kansenongelijkheid tussen kinderen van laag- en hoogopgeleide ouders toeneemt.

‘We kunnen niet genoeg benadrukken dat een goed toegankelijk onderwijssysteem met kansen voor alle leerlingen cruciaal is in een open samenleving die internationaal meetelt’, aldus de minister en de staatssecretaris. Zij stellen al langer aandacht te vragen voor sociale ongelijkheid.

Onderwijskansen en segregatie

Zij verwijzen daarbij naar de publicatie Twee werelden, twee werkelijkheden, die publicist Margalith Kleijwegt op verzoek van minister Bussemaker heeft gemaakt. Deze publicatie laat zien hoe sterk de segregatie in het Nederlandse onderwijs is.

Ook refereren ze aan de publicatie Gescheiden Werelden van het Sociaal en Cultureel Planbureau en de kabinetsreactie daarop, waarin Bussemaker en Dekker aangeven welk beleid ze voeren ‘om te komen tot een meer gelijke verdeling van kansen op maatschappelijk succes’, zoals het in de beleidsreactie wordt genoemd.

Ouders en scholen beïnvloeden onderwijskansen

Er ligt volgens Bussemaker en Dekker een complex aan oorzaken ten grondslag aan de groeiende tweedeling die de inspectie signaleert. Als eerste noemen ze de toenemende invloed van het (keuze)gedrag van ouders. ‘Dat is op individueel niveau goed te begrijpen. Elke ouder wil immers het beste voor zijn of haar kind. Maar maatschappelijk gezien heeft het ongewenste effecten’, zo schrijven ze in hun beleidsreactie.

Verder zijn er volgens Bussemaker en Dekker ‘veel overgangen en selectiemomenten die voor kinderen van lager opgeleide ouders (…) een knelpunt vormen’. Tot slot stellen ze dat het gedrag van schoolleiders en schoolbesturen debet zijn aan de groeiende tweedeling: ‘Er kan immers spanning ontstaan tussen enerzijds het belang van de school en anderzijds hun maatschappelijke opdracht’.

Lees ook het commentaar van adjunct-directeur Anna Schipper van VOS/ABB, die stelt dat de groeiende tweedeling in het onderwijs het gevolg is van slecht beleid van Sander Dekker, voor wie het tegengaan van segregatie de afgelopen jaren totaal geen issue was.

Inspectie ziet kansenongelijkheid toenemen

De kansenongelijkheid in het onderwijs loopt op, meldt de Inspectie van het Onderwijs in het rapport De Staat van het Onderwijs.

‘De laatste jaren nemen de verschillen toe tussen leerlingen met lager en hoger opgeleide ouders. Hierdoor krijgen kinderen van laagopgeleide ouders niet het onderwijs dat ze aan zouden kunnen en blijft talent onderbenut’, aldus de inspectie.

‘Vergelijken we kinderen met dezelfde intelligentie, dan zien we dat kinderen met laagopgeleide ouders vaker doorstromen naar een lager onderwijsniveau. Ze krijgen lagere basisschooladviezen en deze worden minder vaak bijgesteld op basis van de eindtoets.’

Kansenongelijkheid door combinatie van factoren

De inspectie ziet ook dat deze leerlingen in de eerste drie jaar van het voortgezet onderwijs afstromen naar een lager niveau en dat ze minder vaak naar het hoger onderwijs gaan dan in eerdere jaren.

Aan de trend die de inspectie signaleert, ligt een combinatie van oorzaken ten grondslag. Een oorzaak is dat dat hoogopgeleide ouders meer betrokken zijn geraakt bij de schoolloopbaan van hun kinderen. ‘Zij kiezen bewuster en voor betere scholen. Hun kinderen gaan vaker naar huiswerkklassen en toetstrainingen en hun kinderen krijgen vaker medische indicaties wanneer deze op onderdelen achterblijven.’

Meer homogene brugklassen, minder dubbele adviezen

Een andere oorzaak voor de groeiende tweedeling is volgens de inspectie dat kinderen op steeds jongere leeftijd op niveau worden geplaatst. Dat komt, zo schrijft de inspectie, door de groei van het aantal homogene brugklassen, de afname van dubbele adviezen en de toename van het aantal categorale scholen voor voortgezet onderwijs.

De inspectie wijst erop dat ook leraren en schoolleiders een rol spelen. ‘Zij hebben, vaak onbewust, hogere verwachtingen van leerlingen van hoger opgeleide ouders. Onderwijsbeleid en -toezicht hebben ook hun effect, schrijft de inspectie. Daarom zouden ‘onderwijs, overheid en andere sectoren’ de handen ineen moeten slaan ‘om de toenemende tweedeling te keren’.

De Inspectie van het Onderwijs heeft ook De Staat van het Onderwijs in hoofdlijnen en de rapporten De Staat van de Leerling, De Staat van de Leraar en De Staat van de Schoolleider gepubliceerd.

Groeiende ongelijkheid in onderwijs Amsterdam

Amsterdamse leerlingen met hoogopgeleide ouders en die met laagopgeleide ouders komen elkaar in het voortgezet onderwijs amper nog tegen, meldt Het Parool op basis van cijfers van de gemeente Amsterdam.

Volgens de krant heeft inmiddels een kwart van de scholen voor voortgezet onderwijs in de hoofdstad vrijwel uitsluitend leerlingen met hoogopgeleide ouders. Daar staat tegenover dat op vier van de tien scholen meer dan 80 procent van de kinderen laagopgeleide ouders heeft.

Op acht scholen ligt de verhouding ongeveer fiftyfifty. Dat wordt gezien als een goede afspiegeling van de verhouding tussen hoog- en laagopgeleid in Amsterdam. In 2013 was die ideale mix er nog op elf scholen.

Op categorale vwo-scholen zitten vooral kinderen van hoogopgeleiden. Brede scholengemeenschappen hebben een grotere spreiding, meldt Het Parool.

‘Geloof, hoop en liefde bevorderen integratie’

Godsdienstige bronnen en idealen van confessionele scholen dragen bij aan maatschappelijke en religieuze integratie, stelt docent Toke Elshof van de Tilburgse faculteit Katholieke Theologie. Zij reageert op de opiniepagina van Trouw op historicus Carel Verhoef die vindt dat christelijke scholen niet meer van deze tijd zijn. Verhoef pleit voor gemengde scholen om de integratie te bevorderen.

De vrijheid van onderwijs zoals die nu nog steeds op 20e-eeuwse wijze wordt geïnterpreteerd, past volgens Verhoef niet meer bij de huidige ontzuilde samenleving.

Ontkerkelijkte samenleving

De historicus en oud-conrector van het protestants-christelijke Marnix College in Ede vraagt zich af of grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs nog is afgestemd op ‘onze ontzuilde, ontkerkelijkte, geseculariseerde en gesegmenteerde samenleving’. Wat dat laatste betreft, merkt Verhoef op dat het huidige onderwijsbestel de integratie van met name allochtone jongeren tegenwerkt.

Volgens Toke Elshof is dat aantoonbaar onjuist. Zij benadrukt dat in confessionele scholen ‘ouders uit verschillende sociale lagen maar met overeenkomende religieuze oriëntaties’ elkaar treffen. Bovendien zouden leerlingen met een allochtone achtergrond in confessionele scholen net zo welkom zijn als in openbare scholen. Daaruit trekt zij de conclusie dat confessionele scholen integratie bevorderen.

Geloof, hoop en liefde

Een ander punt dat Elshof noemt om haar stelling te ondersteunen, is dat een deel van de confessionele scholen voorstander is van maatschappelijke stages. Tevens beweert zij dat binnen veel confessionele scholen sprake is van ‘religieuze diversiteit’ en ‘interreligieuze dialoog’. Daarmee zouden deze scholen religieuze segregatie tegengaan.

Ten slotte merkt ze op dat ‘confessionele scholen hun vertrekpunt nemen in een bezieling die met hun godsdienstige wortels verband houdt’. Ze noemt daarbij de Bijbelse drieslag ‘geloof, hoop en liefde’ uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs.

School moet leren over open en vrije samenleving

Het is een kernopdracht van het onderwijs om de jonge generatie van nu te leren wat het betekent om te leven in een open en vrije samenleving. Dat stelt minister Jet Bussemaker van OCW in haar voorwoord in de publicatie 2 werelden, 2 werkelijkheden.

Deze publicatie is een verslag van Margalith Kleijwegt over de verscherpte maatschappelijke tegenstellingen in het vmbo en het middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Deze verscherping is onder andere het gevolg van de komst van vluchtelingen naar Europa en de terreur in Parijs.

‘Deze ontwikkelingen gaan niet onopgemerkt aan het onderwijs voorbij. YouTube, Instagram en nieuwssites zijn overal. Bovendien komen leerlingen met verschillende achtergronden elkaar op school minder gemakkelijk tegen. Dit wordt versterkt doordat leerlingen worden geselecteerd op niveau, waardoor zij in verschillende groepen zitten of op andere locaties. Scholen doen dit om begrijpelijke redenen, maar maatschappelijk gezien kan dit ongewenste effecten hebben’, aldus Bussemaker.

Eenvoudige oplossingen zijn er niet, maar dat betekent volgens haar niet ‘dat we ons er maar bij neer moeten leggen dat de werelden van jongeren zo ver uit elkaar liggen’. De ‘kloven’ die deze reportage laat zien, vragen volgens haar om ‘een stevige brug’. Dat moet een brug zijn, zo stelt Bussemaker, ‘die steunt op de pijlers van de democratische waarden die ons binden, zoals waardigheid, vrijheid en rechtvaardigheid’.

Ze ziet het als ‘een kernopdracht van het onderwijs dat jonge mensen op school – de minidemocratie bij uitstek – kunnen leren wat het betekent om te leven in een open en vrije samenleving’. Het gaat in onderwijs niet alleen over kennisoverdracht, benadrukt ze, maar ook om het ‘ontwikkelen van karakter en persoonlijkheid (…) om van binnenuit te begrijpen waar onze samenleving op is gebouwd en daar tegelijk kritische vragen over kunnen stellen’. In dit proces van volwassen worden hebben docenten volgens de minister een essentiële rol.

Download 2 werelden, 2 werkelijkheden

Kerkgang verplicht voor leraar christelijke school

Het bijzonder onderwijs mag nog steeds onderscheid maken op grond van godsdienst. Voorwaarde is wel dat scholen op dit punt consequent zijn. In het openbaar onderwijs is de situatie uiteraard anders: hier gelden algemene toelaatbaarheid en benoembaarheid.

De Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) bericht over het College voor de Rechten van de Mens, dat bevestigt dat een christelijke school van een docent mag eisen meelevend lid van een kerk te zijn. ‘Ook in eerdere oordelen is dit de consistente lijn van het College’, aldus de VGS, die een aantal oordelen op een rij heeft gezet. Deze vereniging noemt de oordelen ‘een steun in de rug voor een stevig personeelsbeleid dat past bij de grondslag van uw school’.

Een recente casus gaat over de protestants-christelijke school De Meerwaarde uit Barneveld. Deze school liet een docent weten dat het geen zin had te solliciteren, omdat hij geen meelevend lid was van een kerk. De docent vond dat er sprake was van verboden onderscheid op grond van godsdienst en ging daarom in beroep bij het College voor de Rechten van de Mens.

Het College oordeelde dat een christelijke school om haar grondslag te verwezenlijken onderscheid mag maken op grond van godsdienst, mits dit consequent gebeurt. Dat betekent dat deze eis aan alle personeelsleden moet zijn gesteld.

Kernwaarden
In het openbaar onderwijs is algemene toelaatbaarheid en benoembaarheid van kracht. Dit betekent dat openbare scholen voor de toelating van leerlingen en de benoeming van personeel geen onderscheid maken op grond van sociale, culturele of levensbeschouwelijke achtergrond. Dit is vervat in de kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs.

SP trapt in hoax over megapremie van rijke ouders

Het bericht over Amsterdamse ouders die 20.000 euro zouden bieden om voor hun kind met andere ouders van school te ruilen is een broodjeaapverhaal. SP-Tweede Kamerlid Tjitske Siderius had er Kamervragen over gesteld.

‘Ik heb inmiddels begrepen dat mevrouw Siderius heeft willen verwijzen naar het bericht dat ouders € 20.000 zouden bieden aan andere ouders om van school voor voortgezet onderwijs te ruilen binnen de gemeente Amsterdam. Dit bericht bleek echter gebaseerd te zijn op een nepmelding op het forum van de Stichting Vrije Schoolkeuze Amsterdam. Omdat het een onjuist bericht betrof, zal ik hier niet op reageren’, aldus Dekker in antwoorden op de vragen van de SP.

De staatssecretaris meldt ook dat hem geen berichten hebben bereikt als zouden er ouders zijn die geld willen betalen aan de basisschool voor een hoger schooladvies voor hun kinderen. ‘Ook de Inspectie van het Onderwijs heeft geen enkel signaal ontvangen dat hiervan sprake zou zijn’, schrijft Dekker. Hij voegt daaraan toe dat het een kwalijke zaak zou zijn als van het bovenstaande sprake zou zijn.

Tegengaan segregatie totaal geen issue voor Dekker

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW ziet totaal geen rol voor hem weggelegd om segregatie in het onderwijs tegen te gaan. De VVD’er bevestigt hiermee het beleid dat in 2012 onder druk van de PVV is ingezet door de toenmalige CDA-onderwijsminister Marja van Bijsterveldt. 

Van Bijsterveldt gaf in 2012 aan dat er geen maatregelen meer nodig waren om segregatie in het onderwijs tegen te gaan. Zij benadrukte toen dat niet met ontmoeting, maar met extra aandacht voor taal en rekenen en het organiseren van weekend- en zomerscholen de integratie van kinderen uit verschillende bevolkingsgroepen kon worden bevorderd. Het standpunt van de toenmalige minister van OCW had te maken met de gedoogdruk die de PVV van Geert Wilders destijds op het kabinet kon uitoefenen.

Dekker laat nu in antwoorden op Kamervragen van de SP blijken dat hij het toen door de PVV afgedwongen beleid voortzet. De SP-Tweede Kamerleden Tjitske Siderius en Sadet Karabulut  wilden van hem weten hoe hij denkt over het omstreden toelatingsbeleid van de gemeente Amsterdam, dat ertoe zou leiden dat de segregatie in het hoofdstedelijke onderwijs toeneemt.

De staatssecretaris laat in zijn antwoorden blijken dat hij het niet een taak van de rijksoverheid vindt om maatregelen te nemen die segregatie in het onderwijs kunnen tegengaan. ‘Vanuit het Rijk gaat het er vooral om dat wordt ingezet op kwaliteit in het onderwijs en de aanpak van taalachterstanden bij alle scholen. Het is daarbij vooral van belang om scholen te ondersteunen waar leerachterstanden voorkomen. Op deze scholen zitten vaak veel migrantenkinderen’, aldus Dekker.

Hij wijst erop dat in de wet is geregeld dat schoolbesturen met hun gemeente(n) ten minste één keer per jaar met elkaar moeten overleggen over het voorkomen van segregatie. ‘Daarmee wordt de mogelijkheid geboden om op lokaal niveau afspraken te maken en eventueel maatregelen te nemen. Ik zie geen verdere taak weggelegd voor de rijksoverheid.’

Ouders belangrijk voor interetnische vriendschappen

De ouders zijn van invloed op het wel of niet hebben van interetnische vriendschappen van hun kinderen. Dat concludeert sociologe Sanne Smith. Zij deed voor haar promotie aan de Universiteit Utrecht onderzoek naar vriendschappen tussen 14-jarige klasgenoten in relatie tussen het gemengde karakter van hun school.

Scholen zijn steeds vaker etnisch divers. Dat vergroot het aantal vriendschappen tussen klasgenoten met verschillende achtergronden. Toch blijken jongeren relatief vaker vriendschappen te sluiten met klasgenoten met dezelfde etnische herkomst.

Uit de data die Smith onderzocht, blijkt dat jongeren minder interetnische vrienden hebben als in de vriendenkring van de ouders ook interetnische vriendschappen ontbreken. Daarnaast zijn er bij de kinderen minder van dit soort vriendschappen tussen verschillende culturen als de ouders het belangrijk vinden om etnische tradities te behouden.

Smith concludeert in haar proefschrift tevens dat allochtonen en autochtonen anders reageren op etnisch gemengde klassen. Allochtonen blijken volgens haar vriendschappen binnen dezelfde etnische groep te sluiten zodra zij de mogelijkheid daartoe hebben. Autochtonen gaan vooral vriendschappen binnen hun eigen groep aan als allochtonen een eenheid vormen.

Ze wijst er ook op dat interetnische vriendschappen vaker eindigen dan intra-etnische vriendschappen. Dat komt volgens haar door een lagere vriendschapskwaliteit: ‘Sociale steun is daarin van groot belang. Delen de twee vrienden vele andere vrienden, dan heeft die vriendschap meer kans om te blijven voortduren.’

‘Grootste probleem is witte segregatie’

‘Als er al behoefte is aan integratie, dan geldt dit vooral voor witte scholen.’ Dit schrijft Orhan Agirdag in een opiniestuk in de Volkskrant. Hij is universitair docent bij de afdeling Pedagogiek, Onderwijskunde en Lerarenopleiding aan de Universiteit van Amsterdam.

Met zijn opiniestuk reageert Agirdag op een recente ludiek bedoelde publiciteitscampagne van twee basisscholen van de Amsterdamse Stichtingen voor Katholiek Onderwijs (ASKO). Allochtone leerlingen van de Catharinaschool en De Avonturijn gingen de straat op en langs de deuren met de boodschap dat er op hun school meer autochtone ‘witte’ kinderen moeten komen. Ook kondigden deze scholen informatieavonden aan waarop slechts blanke ouders welkom waren.

Agirdag merkt op dat er wetenschappelijk gezien niets mis is met zwarte scholen. ‘Er is geen systematische evidentie die erop wijst dat de kwaliteit van het onderwijs minder goed is in scholen met meer gekleurde leerlingen. Overzichtstudies wijzen uit dat zwarte scholen evenveel leerwinst boeken als witte scholen op het vlak van taal en rekenen. Er is ook geen enkele evidentie die erop wijst dat de integratie van leerlingen gevaar loopt bij gebrek aan witte leerlingen op school. Integendeel, burgerschapscompetenties van gekleurde leerlingen zijn vaak beter dan die van witte leerlingen.’

‘Zwarte kinderen kunnen dus best overleven zonder blanke leerlingen’, aldus Agirdag. ‘Als er al behoefte is aan integratie, dan geldt dit vooral voor witte scholen: die hebben behoefte aan gekleurde leerlingen voor de integratie van hun leerlingen in de samenleving. Elders in de samenleving komen witte leerlingen immers zelden in contact met gekleurde leerlingen. Witte segregatie is in die zin problematischer dan zwarte segregatie.’

Lees het opiniestuk van Orhan Agirdag.

Open dagen Amsterdam: slechts witte leerlingen gewenst

Twee rooms-katholieke basisscholen in Amsterdam zijn het zat dat ze nauwelijks ‘witte’ kinderen trekken. Ze organiseren open dagen waarop alleen blanke kinderen en hun ouders welkom zijn. 

Meer dan 90 procent van de leerlingen van de Catharinaschool en De Avonturijn, die onder de Amsterdamse Stichtingen voor Katholiek Onderwijs (ASKO) vallen, hebben een allochtone achtergrond. In een persbericht staat dat ‘mede door de daling van het aantal leerlingen’ het voortbestaan van deze twee scholen in gevaar komt.

ASKO-bestuurder Diane Middelkoop spreekt in verband hiermee de wens uit ‘om meer witte kinderen op de Catharinaschool en de Avonturijn te krijgen’. Er komen volgens haar ‘met regelmaat allochtone ouders aan ons bureau die er op staan dat wij er iets aan doen dat hun kinderen kunnen integreren, als voorbereiding op de maatschappij waar ze straks in terechtkomen’.

Leerlingen van de twee scholen zijn vrijdag langs de huizen gegaan om een folder te verspreiden met de tekst Met de deur in huis: wij zoeken meer witte leerlingen. Er is ook een advertentie verspreid.

ASKO-bestuurder Middelkoop haast zich te zeggen dat ‘zwarte’ leerlingen op zich geen probleem zijn, maar dat ‘de buitenwacht’ er een probleem van maakt als blijkt dat scholen vooral allochtone leerlingen hebben. De actie van de scholen leverde veel media-aandacht op. Volgens Middelkoop werd er vrijdag één leerling ‘met de gewenste huidskleur’ ingeschreven.

Op 27 mei is er op beide scholen een open dag voor ‘witte’ leerlingen en hun ouders.

‘Centrale aanmelding Amsterdam leidt tot segregatie’

Het wordt steeds moeilijker voor basisscholen in Amsterdam om gemengd te blijven. De oorzaak daarvan is het nieuwe, centrale toelatingsbeleid. Dat meldt de NOS.

Volgens de NOS zorgt het centrale toelatingsbeleid van de gemeente Amsterdam voor een grotere scheiding tussen kinderen met hoogopgeleide en laagopgeleide ouders. Ook de kloof tussen zwarte en witte scholen wordt erdoor vergroot.

De NOS citeert leerkracht Anna van Gestel van brede school Fiep Westendorp in Amsterdam-West: ‘We hebben als school erg veel geïnvesteerd om een gemengde school te worden. Door het systeem van het centrale aanmeldingsbeleid heeft nu een eenzijdige groep kinderen voorrang, namelijk de kinderen met een achterstand.’

Lees meer…

‘Scholen moeten meer werk maken van integratie’

Scholen doen nog te weinig om sociale integratie te bevorderen. Dat zegt scheidend voorzitter Geert ten Dam van de Onderwijsraad in Trouw.

Ten Dam vindt dat scholen onvoldoende hun verantwoordelijkheid nemen als het gaat om de integratie van leerlingen uit verschillende sociale milieus, van diverse etnische achtergronden en met verschillende opleidingsniveaus. ‘Men denkt soms dat we wel klaar zijn met het praten over sociale integratie in het onderwijs.

In feite zou Ten Dam als voorzitter van de Onderwijsraad de bal niet zozeer bij de scholen, maar vooral bij het kabinet moeten leggen, dat het standpunt huldigt dat het in het onderwijs slechts om presteren draait en dat integratie een totaal oninteressant onderwerp is.

Het was CDA-onderwijsminister Marja van Bijsterveldt die in het eerste kabinet-Rutte onder de xenofobe gedoogdruk van de PVV het thema integratie bij het vuilnis zette. Het huidige kabinet met staatssecretaris Sander Dekker (VVD) en minister Jet Bussemaker (PvdA) van OCW heeft het thema niet weer opgepakt.

VOS/ABB roept sinds 2011 op de aandacht voor integratie in het onderwijs vast te houden, omdat het tegengaan van segregatie essentieel is voor kwaliteitsbehoud van het Nederlandse onderwijs en daarmee voor de optimale ontwikkeling van kinderen.

Ouders vinden sluipwegen
Het is volgens Ten Dam niet verstandig om met verplichte maatregelen de leerlingenpopulatie van scholen meer gemengd te maken. ‘Het is nooit goed om de onderwijsvrijheid te beperken. Ouders vinden toch wel sluipwegen om hun kind op die éne school te krijgen. Gemeenten spelen hun beleid om integratie op scholen te bevorderen nu vaak over andere banden. Zoals via voorschoolse educatie of samenwerkingsprojecten tussen scholen.’

Ten Dam ziet integratie als een publieke opdracht waarover scholen met elkaar afspraken moeten maken. Daarbij moet de vraag centraal staan hoe de scholen met elkaar het onderwijs in de hele omgeving op hoog niveau kunnen houden. Daarbij moeten de scholen volgens haar rekening houden met elkaar.

Geert ten Dam wordt op 1 januari als voorzitter van de Onderwijsraad opgevolgd door Henriëtte Maassen van den Brink.

Segregatie beïnvloedt voortijdige schooluitval

Basisschoolleerlingen met een autochtoon Nederlandse achtergrond in een school met meer dan driekwart allochtone kinderen, hebben in het voortgezet onderwijs een verdubbelde kans op voortijdig schoolverlaten. Dat blijkt uit promotie-onderzoek van de United Nations University en de Universiteit Maastricht.

Promovenda Cheng Boon Ong baseert bovenstaande conclusie op een meerjarige studie onder ruim 47.000 kinderen die in 2000 begonnen op een basisschool in Amsterdam. De verdubbeling van de kans op voortijdig schoolverlaten (dus zonder diploma) hangt volgens haar niet samen met kwaliteitsverschillen tussen de 241 Amsterdamse scholen die bij het onderzoek zijn betrokken, maar lijkt te maken te hebben met negatieve groepseffecten.

Het omslagpunt ligt volgens de onderzoekster op een aandeel van 77,7 procent allochtone leerlingen. Daarboven verdubbelt de kans op voortijdige schooluitval. Als de samenstelling van de school minder gesegregeerd is dan 70 procent, is er nauwelijks een invloed te meten.

De resultaten van het onderzoek laten ook zien dat het regelmatig veranderen van basisschool een sterke voorspeller is van voortijdige schooluitval.

Cheng Boon Ong benadrukt dat de Amsterdamse resultaten niet een-op-een te vertalen zijn naar de rest van Nederland. Daarvoor is volgens haar verder onderzoek nodig.

De promotie in Maastricht vindt plaats op 14 november.