Nóóit leerlingen uitsluiten als ouders niet betalen

‘Een leerling moet het onderwijs krijgen dat het best bij hem of haar past, ongeacht de financiële situatie van de ouders’, benadrukken de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

De minister melden in een brief over kansengelijkheid dat zij tegen de uitzondering zijn die de VO-raad wil voor tweetalig onderwijs, topsportprogramma’s en het technasium. Ze hameren erop dat de ouderbijdrage ook voor deze vormen van onderwijs altijd vrijwillig is. Het is voor hen onacceptabel dat leerlingen hiervan worden uitgesloten als hun ouders niet betalen.

Daarom gaan de ministers (indien nodig bij wet) regelen dat leerlingen nooit mogen worden uitgesloten van onderwijs vanwege het niet betalen van een bijdrage.

Lees meer…

Schoolreizen en excursies

Ook GroenLinks en SP willen regelen dat alle kinderen moeten kunnen meedoen, ook als ouders niet betalen. ‘Juist in het onderwijs moeten alle leerlingen een gelijke kans krijgen. Scholen hebben hier een belangrijke rol in’, benadrukt Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks.

SP-Kamerlid Peter Kwint wil een einde maken aan de ‘schrijnende verhalen (…) over kinderen die niet mee mogen naar de speeltuin of de kerstviering’. Volgens hem zijn er nog steeds scholen die ‘vertikken om het goede te doen’.

GroenLinks en SP komen met een initiatiefwetsvoorstel.

Lees meer…

Leerlingen uitsluiten? Onbestaanbaar!

De ontwikkelingen passen bij het standpunt van VOS/ABB-directeur Hans Teegelbeckers. Hij noemde het afgelopen november in een commentaar op deze website onbestaanbaar om leerlingen uit te sluiten. ‘Elk kind telt mee, ook als de ouderbijdrage niet is betaald!’, aldus Teegelbeckers.

Lees het commentaar

‘Mensenrechten en fundamentele vrijheden in artikel 23’

‘We willen in de Grondwet vastleggen dat er wetten moeten komen die scholen verplichten eerbied voor mensenrechten en de fundamentele vrijheden bij te brengen’, zegt PvdA-fractieleider Lodewijk Asscher in de Volkskrant.

Asscher reageert in de krant op de ophef die is ontstaan rond het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Het onderwijs van deze school – vernoemd naar de eerste Nederlandse consul in het voormalige Ottomaanse Rijk – zou niet goed zijn voor de democratie en gericht zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

Onderwijsminister Arie Slob zegt dat hij de bekostiging van de school zal opschorten als die de inspectie blijft tegenwerken. De vier grote steden deden dinsdag een oproep om harder op te treden tegen extremistische invloeden in het onderwijs. Zij willen niet dat het Cornelius Haga Lyceum uitbreidt naar steden als Den Haag en Utrecht. Slob heeft in reactie hierop gezegd dat het vereiste aantal leerlingen waarschijnlijk niet wordt gehaald en dat aanvragen voor bekostiging daarom zullen worden afgekeurd.

Artikel 23

PvdA-leider Asscher zegt nu in de Volkskrant dat de werkwijze van de islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam aantoont dat grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs moet worden aangepast.

‘Het is mooi dat scholen een eigen identiteit hebben, maar als we scholen willen tegenhouden die kinderen niet goed voorbereiden op deze maatschappij, dan zwaaien ze altijd met artikel 23. Dat is bizar’, aldus Asscher. Hij komt met een voorstel voor een nieuwe wettekst. ‘We willen in de Grondwet vastleggen dat er wetten moeten komen die scholen verplichten eerbied voor mensenrechten en de fundamentele vrijheden bij te brengen.’

Lees meer…

Concept School!

VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) pleiten al jaren voor het concept School!. Dit concept voorziet in onderwijs dat boven artikel 23 en de denominaties zal zijn uitgestegen.

Het idee achter het concept School! is dat er geen openbare, christelijke, islamitische of wat voor scholen dan ook meer zijn, maar ‘scholen’ die voor alle leerlingen toegankelijk zijn. Alle scholen in de toekomst zullen op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht hebben voor diversiteit en levensbeschouwing.

Lees meer…

Onderwijsraad luidt noodklok over segregatie

De differentiatie in het Nederlandse onderwijsstelsel is doorgeschoten. Daardoor neemt de segregatie toe: leerlingen met verschillende sociale achtergronden ontmoeten elkaar steeds minder. De Onderwijsraad is daar zeer bezorgd over, zo blijkt uit de Stand van educatief Nederland 2018.

De raad vindt dat er ‘een fundamentele bezinning’ nodig is op de organisatie van het onderwijsstelsel. Niet alleen omdat jongeren uit verschillende sociale groepen elkaar niet meer vanzelfsprekend tegenkomen in het onderwijs, maar ook omdat plaatsing in het voortgezet onderwijs steeds bepalender wordt voor het eindniveau van jongeren. Bovendien heeft permanente educatie geen formele plek in het onderwijsstelsel.

Omgaan met verschillen

De school is volgens de Onderwijsraad ‘bij uitstek de plaats waar jongeren moeten leren omgaan met verschillen, door te oefenen in het omgaan met conflicten en het respect bijbrengen voor andersdenkenden’. Doordat de differentiatie van het stelsel is doorgeschoten, komt hier nog maar weinig van terecht.

De sterke differentiatie is ook gaan knellen, zo stelt de raad, ‘omdat de scheidingen tussen schoolsoorten en leerwegen strikter zijn geworden en het aantal brede brugklassen is afgenomen’. Daardoor bepaalt de plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs steeds meer het verdere verloop van hun schoolloopbaan. Dat is bijvoorbeeld nadelig voor laatbloeiers, die hierdoor minder kansen krijgen.

De Onderwijsraad komt met de volgende suggesties om het stelsel aan te passen:

  • Verminder differentiatie waar nuttig en mogelijk
  • Verbind schoolsoorten en opleidingen
  • Stimuleer beroepsgericht onderwijs op havo en vwo
  • Verminder en verbeter selectie
  • Geef permanente educatie een structurele plek in het onderwijsstelsel

Lees meer…

Met migratieachtergrond minder snel naar havo of vwo

Het is nog steeds zo dat een relatief klein aandeel groep 8-leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond ten minste havo-advies krijgt. Dat staat in het Jaarrapport Integratie 2018 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Ten opzichte van 10 jaar geleden volgt weliswaar een groter deel van de leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond een hoger onderwijsniveau, maar dit geldt ook voor leerlingen met een Nederlandse achtergrond. ‘Hierdoor neemt het verschil in deelname aan hogere niveaus tussen leerlingen met een Nederlandse achtergrond en een niet-westerse achtergrond vrijwel niet af’, aldus het CBS.

Het aandeel leerlingen met een Nederlandse achtergrond dat ten minste havo-advies kreeg, bedroeg 59 procent in 2016-2017. In datzelfde schooljaar kreeg van de leerlingen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond 38 respectievelijk 42 procent ten minste havo-advies. Bij Surinaamse leerlingen lag het in 2016-2017 op 45 procent en bij leerlingen met een Antilliaanse achtergrond op 38 procent.

Lees meer…

Geen paasontbijt, wel Suikerfeest

‘Basisscholen bepalen zelf welke feesten, vieringen of herdenkingen op school plaatsvinden’. Dat zegt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen na een bericht over de openbare Theo Thijssenschool in Amsterdam, die dit schooljaar het paasontbijt overslaat en aandacht besteedt aan het islamitische Suikerfeest. Dit werd in oktober gemeld in deze nieuwsbrief van de school.

De Kamervragen waren van de VVD-Kamerleden Rudmer Heerema en Bente Becker. Zij wilden onder meer van de minister weten of ook hij vindt dat ‘Nederlandse tradities’ op scholen niet mogen plaatsmaken voor ‘tradities uit andere religies en culturen, zoals het Suikerfeest’.

Slob antwoordt daarop dat scholen zelf bepalen hoe ze leerlingen kennis laten maken met ‘geestelijke stromingen die in Nederland een belangrijke rol spelen’. Hij voegt eraan toe dat scholen zich moeten richten ‘op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, op het leren over de pluriforme samenleving en op kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten’.

Het is volgens de minister aan de school om hier in overleg met de ouders en de leerkrachten een passende invulling aan te geven.

Aandacht voor verschillende stromingen

De school legt uit dat het paasontbijt dit jaar wordt overgeslagen, omdat het moeilijk te combineren is met de meivakantie en ‘lopende thema’s’. Tevens benadrukt de school ook aandacht te besteden aan het pesachfeest binnen het jodendom, het lichtjesfeest (Divali) binnen het hindoeïsme en aan het christelijke kerstfeest (met het kerstdiner). De school besteedt bovendien aandacht aan het humanisme.

Lees meer…

OCW kraakt UNICEF-rapport over ongelijke kansen

Het ministerie van OCW zegt in het Algemeen Dagblad dat UNICEF ‘de plank misslaat’ in een rapport over ongelijke kansen in het onderwijs. Het kinderfonds van de Verenigde Naties trekt aan de bel over de situatie in Nederland, maar volgens het ministerie valt het hier allemaal wel mee.

UNICEF stelt in het rapport An Unfair Start: Inequality in Children’s Education in Rich Countries dat Nederland een van de rijke landen is waar de schoolprestaties van kinderen lijden onder omstandigheden waar zij geen invloed op hebben, zoals de plaats waar ze geboren zijn en het opleidingsniveau van hun ouders.

Een oorzaak van de kansenongelijkheid in Nederland is volgens UNICEF het op jonge leeftijd uitsplitsen van leerlingen in verschillende onderwijssoorten op basis van hun schoolprestaties. Van de onderzochte landen heeft Nederland met 12 jaar een van de vroegste selectiemomenten voor het voortgezet onderwijs.

Ongelijke kansen, segregatie en subgroepen

Eerdere onderzoeken wijzen ook op het probleem dat Unicef signaleert. Zo stelde de Inspectie van het Onderwijs in De staat van het onderwijs 2016-2017 dat kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs een groot probleem is. Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwde ervoor, in een interview met de Volkskrant, dat kansenongelijkheid  tot gevolg heeft dat er subgroepen ontstaan, onder andere in scholen.

Volgens het ministerie van OCW valt het allemaal wel mee, zo blijkt uit een reactie van een woordvoerder van het ministerie in het AD. ‘Kansengelijkheid gaat over verschillende prestaties van leerlingen gerelateerd aan het inkomen en de opleiding van de ouder. Nederland doet het wat dát betreft internationaal gezien juist goed’, zo citeert de krant de woordvoerder van OCW. UNICEF zou met het rapport ‘de plank misslaan’.

Lees meer…

Op 14 november houdt VOS/ABB een lagerhuisdebat over kansen(on)gelijkheid in het onderwijs. Meer informatie…

Toenemende segregatie: subgroepen in scholen

Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwt in een interview in de Volkskrant voor toenemende maatschappelijke segregatie. Hij signaleert dat er subgroepen zijn, onder andere in scholen.

In de krant staat dat Latten vindt dat de overheid wat betreft segregatie zich te weinig sturend opstelt om te bereiken dat er een gemeenschappelijk fundament ontstaat. ‘De overheid heeft wel degelijk een opvoedkundige taak om te bewerkstelligen dat een samenleving zich in een gewenste richting ontwikkelt’, zo wordt hij geciteerd.

In dit kader stelt hij dat ook ouders moeten weten dat de overheid een opvoedkundige taak heeft. Daarbij noemt hij specifiek de rol die het bijzonder onderwijs zich aanmeet. ‘Wat mij bijvoorbeeld tegen de borst stuit, is dat de scholen in het bijzonder onderwijs te eigengereid kunnen zijn’, aldus de voormalig hoofddemograaf van het CBS.

Lees meer…

Openbaar onderwijs ‘vindt niets en heeft niets te zeggen’

Het openbaar onderwijs vindt niets en heeft niets te zeggen. Dat suggereren algemeen directeur Titus Frankemölle van de rooms-katholieke Kwadrant Scholengroep in Noord-Brabant en de Haarlemse-Amsterdamse hulpbisschop Jan Hendriks.

‘Wie zelf niets vindt of te zeggen heeft, kan ook de dialoog met andersdenkenden niet aangaan’, aldus Frankemölle en Hendriks, die in dit kader stellen dat het confessionele onderwijs een beter vertrekpunt zou bieden om de integratie te bevorderen dan het openbaar onderwijs.

Hoewel nog maar weinig rk-scholen zich expliciet profileren met hun religieuze identiteit, blijft volgens hen het katholiek onderwijs ‘een ijzersterk merk’. Zij stellen dat ook niet-katholieke ouders of ouders ‘met een lossere band met de kerk’ voor een rk-school kiezen vanwege ‘de vitale waardengemeenschappen’. Ze spreken met klem tegen als zou het confessionele onderwijs een ‘reliek uit het verzuilde verleden’ zijn.

Frankemölle en Hendriks doen hun uitspraken in het Katholiek Nieuwsblad.

Geen aandacht voor levensbeschouwing?

Frankemölle schreef in 2014 op de opiniepagina van Trouw in een stuk over grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs ook al dat katholieke scholen beter zouden zijn dan openbare scholen. Hij stelde toen dat het openbaar onderwijs in tegenstelling tot het katholiek onderwijs geen aandacht zou hebben voor levensbeschouwing.

In tegenstelling tot wat hij suggereerde, is er in het openbaar onderwijs wel degelijk aandacht voor godsdienst en levensbeschouwing. Ten eerste is het wettelijk vastgelegd dat de openbare school ruimte moet bieden voor godsdienstig en/of humanistisch vormingsonderwijs als ouders daarom vragen.

Daarnaast pleit VOS/ABB ervoor om godsdienst en levensbeschouwing binnen de eigen pedagogisch-didactische verantwoordelijkheid van de school aan bod te laten komen. Veel openbare scholen doen dat tegenwoordig.

Lees meer…

SP brengt algemene acceptatieplicht weer in beeld

De SP in de Tweede Kamer pleit opnieuw voor algemene acceptatieplicht in het onderwijs. Dat zou betekenen dat ook scholen voor bijzonder onderwijs, die nu nog leerlingen mogen weigeren op grond van hun levensovertuiging, voortaan alle leerlingen moeten toelaten.

De Tweede Kamer verklaarde het wetsvoorstel voor algemene acceptatieplicht in april vorig jaar controversieel, waardoor het niet meer in de demissionaire periode van het vorige kabinet-Rutte kon worden behandeld.

Het wetsvoorstel werd al in 2005 ingediend door voormalig PvdA-Tweede Kamerlid en huidig SER-voorzitter Mariëtte Hamer. Na advisering door de Raad van State in 2006 en een aantal wijzigingsvoorstellen in datzelfde jaar bleef het echter vier jaar stil.

In 2010 kwam de regeling wederom aan bod in de Tweede Kamer en ook in 2014, waarna de Onderwijsraad er mede op aandringen van toenmalig PvdA-Kamerlid en huidig Verus-voorzitter Loes Ypma een advies over uitbracht. Daarna bleef het wederom stil tot het wetsvoorstel vorig jaar dus controversieel werd verklaard.

Algemene acceptatieplicht: iedereen welkom!

De SP heeft het idee voor algemene acceptatieplicht nu weer naar boven gehaald. Om de wenselijkheid ervan te illustreren, verwijst SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint naar het feit dat in het openbaar onderwijs iedereen welkom is. De vrijheid van onderwijs, zoals vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, moet wat hem betreft worden gewijzigd:

De onderste tweet van Kwint staat in het teken van thuisonderwijs. De SP’er is erop tegen dat ouders op grond van hun levensovertuiging voor hun kinderen een ontheffing van de leerplicht kunnen krijgen.

Algemene acceptatieplicht voor gelijke kansen

VOS/ABB, de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en het platform CBOO stuurden in maart vorig jaar een gezamenlijke brief naar de Tweede Kamer om het belang van algemene acceptatieplicht te benadrukken.

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB had daarvoor in een commentaar op deze website laten weten dat het hoog tijd is dat algemene acceptatieplicht wordt ingevoerd om gelijke talenten daadwerkelijk gelijke kansen te geven.

Actief burgerschap vereiste voor bekostiging

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW handhaaft zijn besluit om de Stichting Islamitisch Onderwijs niet te bekostigen, omdat deze stichting volgens hem niet voldoet aan de voorwaarde om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Voor dit bestuur voorzie ik vooral voor deze opdracht grote problemen vanwege een publiekelijke steunbetuiging aan IS van een (oud-)bestuurder van SIO, het niet onmiddellijk en publiekelijk afstand nemen daarvan door de overige bestuurders en het weigeren van medewerking aan onderzoek daarnaar’, aldus Dekker.

De staatssecretaris besloot vorig jaar al dat SIO geen bekostiging kreeg, maar het bestuur ging tegen dit besluit in beroep, omdat de stichting al over huisvesting beschikt. Voor Dekker maakt dit niet uit. Hij blijft erbij dat deze stichting voor islamitisch onderwijs geen rijksbekostiging krijgt, omdat volgens hem niet wordt voldaan aan de voorwaarde om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen.

Gedeeld burgerschap

De weigering van Dekker om bekostiging beschikbaar te stellen, sluit aan bij wat rechtsgeleerde en CDA-politicus Ernst Hirsch Ballin onlangs zei op het congres van de PO-Raad in Nijkerk. Hij zei daar dat bijzonder onderwijs ‘niet al te bijzonder’ moet worden. Daarmee bedoelde hij dat we ervoor moeten oppassen dat er in het bijzonder onderwijs stromingen opkomen die onvoldoende oog hebben voor gedeeld burgerschap.

Lees meer…

Inspectie: vrijheid van onderwijs leidt tot segregatie

De keerzijde van grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs is dat het sociale segregatie in de hand werkt. Dat zegt inspecteur-generaal Monique Vogelzang van de Inspectie van het Onderwijs.

‘Ik vind de onderwijsvrijheid uniek en heel goed voor de keuzevrijheid, de autonomie en de kwaliteit van scholen. Er is ook geen enkel land in Europa dat zo’n gevarieerd onderwijsaanbod heeft als Nederland. Maar tegelijkertijd lopen we ook tegen keerzijde van de onderwijsvrijheid op. We zien dat sociale groepen elkaar op school opzoeken. Hoger opgeleide ouders kiezen heel bewust voor de kansen. Zij denken daarbij eerder aan een categoraal gymnasium, dan aan een brede scholengemeenschap’, aldus de baas van de inspectie in Trouw.

Zij verwijst in de krant naar de situatie in Amsterdam, waar ouders ‘bereid zijn kilometers te fietsen naar een bepaalde basisschool omdat ze die in de buurt niet goed genoeg vinden’. Dit is volgens haar een voorbeeld van hoe artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs sociale segregatie veroorzaakt.

Lees meer…

Eén op vijf joden wil af van bijzonder onderwijs

Eén op de vijf joden in Nederland is voor het opheffen van het bijzonder onderwijs als dat goed is voor de integratie, meldt het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW).

Het NIW hield in samenwerking met de Vrije Universiteit in Amsterdam en Kieskompas een enquête onder joden in Nederland. De enquête ging over kwesties als het mogelijke gevaar van de islam, antisemitisme, fysiek geweld en de opkomst van rechts populisme.

Ook de vrijheid van onderwijs kwam in de enquête aan bod. Deze vrijheid, die vastligt in artikel 23 van de Grondwet, bepaalt dat bijzonder onderwijs, waar de joodse scholen onder vallen, en openbaar onderwijs gelijkelijk worden gefinancierd.

Ongeveer één op de vijf joden die aan de enquête meededen, geeft aan dat het bijzonder onderwijs kan worden opgeheven als dat goed is voor de integratie. Bijna een kwart is bereid daarvoor het recht op te geven op wat ‘onderwijs eigen stijl’ wordt genoemd.

Lees meer…

VOO kraakt onderzoek naar integratie

Het klopt dat een (klein) deel van de leraren gevoelige onderwerpen liever niet in de klas bespreekt, maar het is onjuist te concluderen dat de integratie is mislukt. Dat meldt de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) op basis van een analyse van een recent rapport van DUO Onderwijsonderzoek.

Onderwijsadviseur Flora Breemer van VOO stelt dat het onmogelijk was om goed antwoord te geven op de vragen die DUO Onderwijsonderzoek stelde en dat er daarom geen conclusies mogen worden getrokken uit de antwoorden. Het persbericht over het onderzoek had volgens haar een suggestieve kop. Daarin stond dat scholen zich grote zorgen maken over integratie. ‘Het persbericht werd door veel media opgepikt en men ging met de resultaten aan de haal’, aldus Breemer.

Lees meer…

Flutonderzoek

Peter Lugtig, universitair hoofddocent methoden en statistiek aan de Universiteit Utrecht, sprak eerder al in een reactie in de Volkskrant van een ‘flutonderzoek’. Hij sprak het vermoeden uit dat DUO Onderwijsonderzoek er maar een dag aan heeft gewerkt. Hij gaf ook aan dat de vraagstelling heel sturend was en had ook bedenkingen bij de steekproef en het samenvoegen van antwoordcategorieën.

Lees meer…

Stop met termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’

Een groep onderzoekers van de afdeling Pedagogiek, Onderwijskunde en Lerarenopleiding van de Universiteit van Amsterdam pleit er in een opiniestuk in de Volkskrant voor de termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’ niet meer te gebruiken.

Scholen met meer dan 50 procent leerlingen met een niet-westerse achtergrond worden aangeduid als ‘zwart’ en scholen met voornamelijk leerlingen met een etnisch Nederlandse of een andere westerse achtergrond als ‘wit’. Volgens de Amsterdamse onderzoekers is Nederland het enige land in Europa waar scholen op deze manier worden getypeerd. In landen als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië en Slovenië is dat, zo stellen zij, ‘ondenkbaar of zelfs schandalig’.

Dat de termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’ niet meer zouden mogen worden gebruikt, heeft volgens de onderzoekers te maken met de hiërarchische connotaties die deze termen zouden hebben. ‘In ons onderwijsstelsel worden witte scholen veelal geassocieerd met onderwijs van een goede kwaliteit en met hogere onderwijsprestaties, terwijl zwarte scholen vaak gezien worden als ‘probleemscholen’ die gekenmerkt zouden worden door onderwijs van een mindere kwaliteit, een problematische leerlingpopulatie, veel uitval van leerkrachten en slechte toetsresultaten’, zo schrijven ze in de krant.

De labels ‘wit’ en ‘zwart’ zouden bovendien geen rekening houden met de realiteit in etnisch diverse scholen. ‘De etnische groepen die hier worden aangeduid als zwart – zoals Nederlandse Turken, Marokkanen, Syriërs, Iraniërs, Egyptenaren, Surinamers en Nederlanders van Caribische herkomst – delen geen gemeenschappelijke historische, religieuze, culturele en/of etnische achtergrond en identificeren zich voor een groot deel niet als ‘zwart’. Het is een label dat lang niet altijd zelf is gekozen door de groepen om wie het gaat. Hetzelfde geldt voor het label ‘wit’.’

Lees meer…

Een van de onderzoekers van de UvA wier naam onder het opiniestuk staat, is Hülya Kosar-Altinyelken. Zij pleitte in december vorig jaar in de lokale Amsterdamse krant Het Parool al voor het afschaffen van de termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’. 

Lees meer…

ChristenUnie ziende blind voor cijfers segregatie

Fractieleider en lijsttrekker Gert-Jan Segers van de ChristenUnie is ziende blind voor cijfers die aantonen dat grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs segregatie in de hand werkt. 

De christelijke profielorganisatie Verus kwam onlangs met cijfers die zouden aantonen dat het bijzonder onderwijs geen segregerend effect heeft. Wie deze cijfers niet sec bekijkt, maar in een bredere context plaatst, ziet dat het tegenovergestelde het geval is.

Verus benadrukt dat 60 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op bijzondere scholen zit en 40 procent op openbare scholen.

Context

Wie deze cijfers beziet in het licht van het feit dat van het totale aantal leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs (speciaal onderwijs uitgezonderd) 26,3 procent op openbare scholen zit, signaleert direct een significant verschil met de bovengenoemde 40 procent. Het openbaar onderwijs heeft relatief veel van deze leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond.

Andersom: van het totale aantal leerlingen (weer primair en voortgezet onderwijs bij elkaar opgeteld, het speciaal onderwijs uitgezonderd) zit 73,7 procent in het bijzonder onderwijs, terwijl hier slechts 60 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond onderwijs krijgt. In het bijzonder onderwijs zitten dus relatief weinig van deze leerlingen.

Het bovenstaande laat zien dat artikel 23, dat het bijzonder onderwijs in staat stelt om leerlingen te weigeren, een segregerend effect heeft. Woordvoerder Wouter van den Berg van Verus meldt op Twitter dat het bijzonder onderwijs voor het grootste deel uit protestants-christelijke en rooms-katholieke scholen bestaat en dat die dus het beeld bepalen.

Politieke schijnwereld

In reactie op de constatering dat artikel 2 een segregerend effect heeft, laat fractieleider Gert-Jan Segers van de ChristenUnie op Twitter weten dat verscheidene politieke partijen stellen dat de vrijheid van onderwijs geen segregerend effect heeft, maar slechts tot vrijheid leidt:

Beweringen uit een politieke schijnwereld zijn voor Segers en daarmee voor de ChristenUnie kennelijk overtuigender dan keiharde cijfers waaruit duidelijk blijkt dat artikel 23 niet alleen gaat over de vrijheid van onderwijs, maar ook een segregerend effect heeft.

Artikel 23 heeft segregerend effect

Het bijzonder onderwijs heeft onevenredig weinig leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond. Dat blijkt als cijfers waarmee de christelijke profielorganisatie Verus wil laten zien dat het bijzonder onderwijs geen segregerend effect zou hebben, in een bredere context worden geplaatst. 

Verus meldt dat het onzin is dat bijzondere scholen voor segregatie in het onderwijs zorgen, doordat deze scholen bepaalde leerlingen weigeren. Dat mogen ze op basis van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

Als bijvoorbeeld een christelijke school vindt dat de levenswijze van een leerling en/of diens ouders niet bij de religieuze uitgangspunten van die school past, dan mag deze leerling worden geweigerd. De praktijk laat zien dat dit minder vaak gebeurt dan voorheen, maar het komt nog steeds voor, bijvoorbeeld bij scholen met een sterke godsdienstige inslag.

60-40-verhouding

De christelijke profielorganisatie stelt dat de cijfers laten zien dat het geen steek houdt dat het bijzonder onderwijs een segregerend effect heeft. Verus benadrukt dat 60 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op bijzondere scholen zit en 40 procent op openbare scholen.

Deze cijfers laten in een bredere context echter zien dat er wel degelijk een segregerend effect is. Van het totale aantal leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs (speciaal onderwijs uitgezonderd) zit namelijk 26,3 procent op openbare scholen, terwijl dus 40 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond in het openbaar onderwijs zit. Dat is een significant verschil. Het openbaar onderwijs heeft dus relatief veel van deze leerlingen.

Andersom: van het totale aantal leerlingen (weer primair en voortgezet onderwijs bij elkaar opgeteld, het speciaal onderwijs uitgezonderd) zit 73,7 procent in het bijzonder onderwijs, terwijl hier slechts 60 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond onderwijs krijgt. In het bijzonder onderwijs zitten dus relatief weinig van deze leerlingen.

Het bovenstaande laat zien dat artikel 23 en daarmee het bijzonder onderwijs wel degelijk een segregerend effect hebben.

Algemene acceptatieplicht

Het bericht van Verus volgt op een brief aan de Tweede Kamer waarin VOS/ABB, de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en het platform CBOO pleiten voor algemene acceptatieplicht. Dit betekent dat ook het bijzonder onderwijs elke leerling zou moeten accepteren, net zoals het openbaar onderwijs dat doet.

VOS/ABB, VOO en CBOO zien algemene acceptatieplicht als een stap naar het concept School!. Dit concept voorziet in goed onderwijs voor alle kinderen zonder denominaties. In de toekomst zullen er geen openbare, christelijke, islamitische of wat voor scholen dan ook meer zijn, maar ‘scholen’ die op basis van diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht hebben voor onder andere godsdienst en levensbeschouwing en álle leerlingen toelaten.

Discussiemiddag School!

Op 21 maart, tijdens de School!Week, is er in Woerden een discussiemiddag over het concept School!. Niet onbelangrijk: iedereen is welkom!

Scholen denken heel verschillend over integratie

Een deel van de scholen in het primair en voortgezet onderwijs vindt dat de integratie is mislukt, maar een groter deel vindt dat juist helemaal niet. Dat blijkt uit de rapportage Integratie op school van DUO Onderwijsonderzoek.

In het primair onderwijs vindt 27 procent van de leraren en schoolleiders dat de integratie een beetje of helemaal is mislukt en in het voortgezet onderwijs vindt 39 procent dat. Daarentegen herkent in het primair onderwijs 48 procent en in het voortgezet onderwijs 46 procent zich juist helemaal niet in die stelling.

Politiek beïnvloedt integratie

Leraren en schoolleiders die de integratie een beetje of helemaal mislukt vinden, geven onder andere aan dat het huidige politieke klimaat ertoe bijdraagt dat bepaalde leerlingen zich achtergesteld of gediscrimineerd voelen. Verder zeggen zij dat leerlingen met een migratieachtergrond vooral elkaar opzoeken en niet mengen met andere leerlingen. Ook zien ze dat ouders met een migratieachtergrond minder respect tonen tegenover vrouwen en niet streng optreden tegen ongewenst gedrag van hun kinderen.

Maar er zijn ook heel positieve geluiden. Zo zegt een deel van de leraren en schoolleiders dat allochtone leerlingen helemaal geïntegreerd zijn en geen aparte groepjes vormen. Scholen die positief zijn over integratie, letten erop dat er een goede mix van leerlingen is en dat er binnen en buiten de school sprake is van ontmoeting. Tevens worden activiteiten georganiseerd waarbij nadrukkelijk de ouders worden betrokken.

Beladen onderwerpen besproken

Uit het onderzoek blijft ook dat de overgrote meerderheid van de leraren onderwerpen bespreekt die met name voor een deel van de kinderen met een migratieachtergrond beladen kunnen zijn, zoals terrorisme, het slavernijverleden van Nederland en homoseksualiteit. In het basisonderwijs geeft 83 procent van de leraren aan dat dergelijke onderwerpen besproken kunnen worden, terwijl in het voortgezet onderwijs 73 procent dat zegt.

Op de vraag of leraren meer conflicten hebben met allochtone leerlingen dan met autochtone of andersom, antwoordt meer dan driekwart ontkennend. Bijna 70 procent spreekt tegen als zou door de terreur van de laatste jaren de segregatie zijn toegenomen.

Meer nadruk op positieve

Een deel van de leraren en schoolleiders geeft aan de integratie kan worden bevorderd door te stoppen met het verzuilde onderwijs en alle scholen openbaar te maken. Ook kunnen de politiek en de media een bijdrage leveren door niet meer stelselmatig negatief over segregatie te berichten. Wederzijds respect, openstaan voor elkaars geloof en cultuur en beter informeren over verschillen en overeenkomsten kunnen volgens leraren en schoolleiders zorgen voor meer onderling begrip.

Flutonderzoek

Peter Lugtig, universitair hoofddocent methoden en statistiek aan de Universiteit Utrecht, spreekt naar aanleidingen van de uitkomsten in een reactie in de Volkskrant van een ‘flutonderzoek’. Hij denkt dat DUO Onderwijsonderzoek er maar een dag aan heeft gewerkt. Hij vindt de vraagstelling heel sturend en heeft ook bedenkingen bij de steekproef en het samenvoegen van antwoordcategorieën.

Download rapportage Integratie op school

Schooladvies in teken van gelijke kansen

Basisscholen moet zich bij het geven van het schooladvies meer bewust worden van mogelijke kansenongelijkheid. Dat vindt staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Dekker reageert op vragen die Tweede Kamerlid Loes Ypma (PvdA) stelde naar aanleiding van een uitzending van de talkshow Pauw. Daarin werd gesproken over kinderen van laagopgeleide ouders die vaak een lager schooladvies krijgen dan op basis van de eindtoets het geval zou kunnen zijn.

Volgens de staatssecretaris kunnen bij lage advisering (onbewust) vooroordelen een rol spelen, waardoor het advies de talenten en mogelijkheden van de leerling niet voldoende weerspiegelt. ‘Dit vind ik ongewenst omdat hierdoor leerlingen kansen worden ontnomen’, aldus Dekker.

Potentieel moet weerspiegeld in schooladvies

Hij noemt het van groot belang dat leerkrachten van basisscholen zich er meer van bewust worden dat er bij schooladvisering sprake kan zijn van kansenongelijkheid. Om deze bewustwording te versterken, zal de Inspectie van het Onderwijs in het voorjaar een brief sturen waarin besturen, scholen en leerkrachten wordt opgeroepen om het potentieel van leerlingen volledig te weerspiegelen in het schooladvies.

Lees meer…

Moslimmeisjes moeten gemengd zwemmen

Ouders kunnen niet weigeren om hun kinderen mee te laten doen aan gemengd zwemmen, zo oordeelt het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Het hof oordeelde over een kwestie in Zwitserland, waar islamitische ouders weigerden om hun dochters mee te laten doen aan gemengd schoolzwemmen. Zij stelden dat hun geloof het niet toestaat dat meisjes met jongens zwemmen.

In het oordeel van het hof staat dat de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst in deze zaak weliswaar speelt, maar dat de taak van de school om te zorgen voor goed onderwijs en sociale integratie zwaarder weegt.

De dochters van de islamitische ouders die bezwaar maakten, zijn nog niet in de puberteit. In Zwitserland geldt bij wet dat gemengd zwemmen wel kan worden geweigerd als kinderen in de puberteit zijn.

‘Etnisch wegpesten komt vaker voor’

Tweede Kamerlid Amma Asante van de PvdA zegt meerdere meldingen te hebben gekregen van leerlingen die etnisch zijn weggepest. Een jongen van Nederlandse afkomst die door leerlingen met een migratieachtergrond is weggepest van het interconfessionele Waterlant College in Amsterdam, is volgens haar niet de enige die dit is overkomen.

De Inspectie van het Onderwijs kent geen andere gevallen waarin de enige leerling met een autochtoon Nederlandse achtergrond van een school is weggepest door leerlingen met een migratieachtergrond. Dat staat in antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van Asante en haar PvdA-collega Joyce Vermue.

De vragen van de PvdA’ers volgden op een bericht in Het Parool over een leerling van het Waterlant College. Hij werd daar volgens de lokale Amsterdamse krant als enige leerling van autochtoon Nederlandse afkomst weggepest door leerlingen met een migratieachtergrond.

Uniek geval?

Dekker stelt in zijn antwoorden dat dit een uniek geval is. Hij baseert zich daarbij op de Inspectie van het Onderwijs. ‘Er zijn bij de inspectie geen concrete signalen bekend van andere situaties waarin pesten direct is gerelateerd aan etniciteit en leidt tot overstappen naar een andere school’, zo schrijft hij.

Assante twittert naar aanleiding van de antwoorden van de staatssecretaris dat ze meerdere mails heeft ontvangen en dat de inspectie niet goed op de hoogte is van deze problematiek. ‘Serieus probleem. Niet wegkijken!’, aldus Asante.

Lees meer…

‘Politieke lef nodig om segregatie op te lossen’

Onderwijskundige Hülya Kosar-Altinyelken pleit voor een beleid dat segregatie op scholen tegengaat. Daar is politieke lef voor nodig, zegt ze in Het Parool.

Kosar-Altinyelken vraagt zich in de lokale Amsterdamse krant af waarom scholen op basis van etniciteit van hun leerlingen een stempel krijgen. Ze is tegen de term ‘zwarte school’, omdat het woord ‘zwart’ van oudsher een inferieure connotatie zou hebben.

Concentratiescholen en regenboogscholen

Zij wijst erop dat dat in andere landen de term ‘zwarte school’ niet wordt gebruikt. Volgens haar wordt in Vlaanderen het woord ‘concentratiescholen’ gebruikt, maar dat vindt ze ook geen goede term. ‘Regenboogscholen’, zoals scholen met veel leerlingen met een migratieachtergrond op Malta worden genoemd, komt meer in de buurt.

Ze vindt de termen ‘zwarte scholen’ en ‘witte scholen’ zelfs schadelijk, omdat het haar doet denken aan de apartheid uit het etnisch verdeelde Zuid-Afrika. Door leerlingen met een migratieachtergrond zwart te noemen, krijgen zij volgens haar het idee er niet bij te horen. ‘We bedoelen met dit ­predicaat: je bent niet écht Nederlands’, aldus Kosar-Altinyelken.

Segregatie oplossen

De segregatie in het onderwijs is volgens haar op te lossen, maar daar is dan wel politieke lef voor nodig. ‘Het vereist een inperking van de vrijheid van schoolkeuze’, zo stelt ze in de krant. ‘Als je kijkt naar het Amsterdamse stedelijk toelatingsbeleid en de matching op middelbare scholen, blijkt dat vrijheid van schoolkeuze is ingeperkt. Waarom doen we dan niet ook iets tegen segregatie?’

Lees meer…

Leerling met migratieachtergrond blijft achterlopen

In de afgelopen tien jaar zijn de verschillen tussen leerlingen met een Nederlandse achtergrond en die met een niet-westerse migratieachtergrond nauwelijks veranderd. Dat staat in het Jaarrapport Integratie 2016 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Groep 8-leerlingen met een Nederlandse achtergrond halen bij de Centrale Eindtoets gemiddeld nog altijd betere resultaten dan leerlingen met een niet-westerse achtergrond. Daarbij hebben vooral Turkse en Marokkaanse leerlingen moeite met het onderdeel ‘taal’. Dit komt doordat er bij hen thuis vaak geen Nederlands wordt gesproken.

Turkse en Marokkaanse leerlingen op de basisschool scoren gemiddeld ook minder hoog op rekenen en wiskunde dan leerlingen met een Nederlandse achtergrond.

Migratieachtergrond vooral vmbo

De verschillen spelen ook nog steeds in het voortgezet onderwijs. Daar zijn leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond nog altijd oververtegenwoordigd in het vmbo, terwijl havo’s en vwo’s vooral leerlingen met een Nederlandse achtergrond hebben.

D66 wil via onderwijs tweedeling tegengaan

D66 vindt dat iedereen ongeacht zijn of haar achtergrond gelijke kansen verdient voor de toekomst en dat beter onderwijs de beste manier is om dit te bereiken. Dat staat in het verkiezingsprogramma van de partij van Alexander Pechtold.

‘Wij willen brede buurtscholen (kindcentra), waar ieder kind vanaf twee jaar gelijke kansen krijgt door uitstekend onderwijs met aandacht voor cultuur, sport, digitale vaardigheden en een gezond leven.’ D66 denkt op die manier achterstanden te kunnen voorkomen.

Ook zegt D66 te willen investeren in docenten ‘die door minder regels en minder lesuren meer ruimte krijgen om steeds beter onderwijs aan onze kinderen te geven’. Verder wil de partij van Pechtold stapelen in het voortgezet onderwijs makkelijker maken.

Lees het verkiezingsprogramma van D66

 

PvdA-plan voor gelijke onderwijskansen

De Tweede Kamerleden Loes Ypma en Mohammed Mohandis van de Partij van de Arbeid hebben een initiatiefnota gepresenteerd voor gelijke onderwijskansen. Hun nota volgt op de constatering van de Inspectie van het Onderwijs dat er in toenemende mate sprake is van kansenongelijkheid in het onderwijs.

In de initiatiefnota staan 14 punten vermeld:

  1. Bij iedere beleidswijziging moet het kabinet beargumenteren hoe deze beleidswijziging bijdraagt aan het vergroten van gelijke onderwijskansen.
  2. De leraar kan omgaan met verschil en maakt meer gebruik van de mogelijkheden van ICT.
  3. Ieder lerarenteam op de basisschool bestaat over 5 jaar voor 15% en over 10 jaar voor 30% uit universitair opgeleide leraren.
  4. Leraren krijgen meer tijd om hun lessen voor te bereiden, elkaar feedback te geven en kinderen individueel te begeleiden.
  5. Alle kinderen kunnen vanaf hun tweede jaar twee dagen per week op de voorschool terecht.
  6. Het schooladvies wordt verplicht naar boven bijgesteld als de uitslag op de eindtoets hoger is dan het originele schooladvies.
  7. Ieder kind heeft recht op een meervoudig advies (bijvoorbeeld vmbo GL/T-havo) en heeft het recht te worden toegelaten op beide onderwijsniveaus van het advies.
  8. Scholengemeenschappen en brugklassen met meerdere onderwijsniveaus worden financieel en in regelgeving gestimuleerd.
  9. Doorstroomrecht naar een ander onderwijsniveau zonder aanvullende eisen.
  10. Het is mogelijk vakken op een hoger (of lager) niveau af te ronden en dit wordt op het maatwerkdiploma vermeld.
  11. Waardering van ons beroepsonderwijs en een betere overstap van mbo naar hbo.
  12. Scholen worden positief gewaardeerd en beoordeeld als zij maatwerk mogelijk maken voor hun leerlingen door ruimte te bieden voor verschil in tempo, leerstijl en het volgen van vakken op verschillende niveaus.
  13. Scholen met veel aantal achterstandsleerlingen ontvangen een hogere bijdrage per leerling.
  14. Minderjarige mbo’ers krijgen een vergoeding voor bijkomende schoolkosten, zodat ze niet langer duurder uit zijn dan hun leeftijdsgenoten op de havo of het vwo.

Download de initiatiefnota Gelijke onderwijskansen

Brede scholengemeenschap heeft Dekkers voorkeur

‘Als kinderen deel uitmaken van een brede scholengemeenschap, kan dat bijdragen aan burgerschap en integratie. Op een brede scholengemeenschap komen leerlingen immers eerder in aanraking met leerlingen die onderwijs op een ander opleidingsniveau volgen dan op een categorale school’, schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Hij reageert hiermee op vragen van de Tweede Kamerleden Joyce Vermue en Tanja Jadnanansing van de PvdA over de groeiende segregatie in het onderwijs in Amsterdam. Hun vragen volgden op de publicatie van cijfers die uitwijzen dat kinderen met hoogopgeleide ouders en die met laagopgeleide ouders elkaar in de scholen amper nog tegenkomen.

Een kwart van de scholen voor voortgezet onderwijs in de hoofdstad heeft vrijwel uitsluitend leerlingen met hoogopgeleide ouders. Daar staat tegenover dat op vier van de tien scholen meer dan 80 procent van de kinderen laagopgeleide ouders heeft. Op categorale vwo-scholen zitten vooral kinderen van hoogopgeleiden. Brede scholengemeenschappen in Amsterdam hebben een grotere spreiding.

Brede scholengemeenschap geen garantie

Dekker wijst erop dat scholen de wettelijke opdracht hebben actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. ‘Dat geldt voor iedere school: categoraal of een brede scholengemeenschap. Als kinderen deel uitmaken van een brede scholengemeenschap, kan dat bijdragen aan burgerschap en integratie. Op een brede scholengemeenschap komen leerlingen immers eerder in aanraking met leerlingen die onderwijs op een ander opleidingsniveau volgen dan op een categorale school’, aldus de staatssecretaris.

Hij schrijft echter ook dat de breedte van een school alleen niet garandeert dat het onderwijs bijdraagt aan leren samenleven. ‘Het kan zijn dat een schoolbestuur het onderwijsaanbod in vestigingen organiseert. Binnen een school is het goed mogelijk dat leerlingen van verschillende schoolsoorten of klassen weinig met elkaar in contact komen. Anderzijds kunnen categorale scholen eveneens zeer waardevolle initiatieven ontwikkelen die bijdragen aan integratie en leren samenleven, bijvoorbeeld door uitwisseling met andere scholen of projecten met de buurt waarin de school staat.’

Burgerschap en sociale integratie

Het is volgens Dekker vooral van belang ‘dat iedere school -ongeacht de samenstelling van de leerlingpopulatie- van goede kwaliteit is en dat iedere school daadwerkelijk bijdraagt aan actief burgerschap en sociale integratie’. Het is, aldus Dekker, ‘de taak van de rijksoverheid om te waarborgen dat het onderwijssysteem kansen biedt voor alle leerlingen, ongeacht hun afkomst’.

Hij verwijst in zijn antwoorden naar de reactie van hem en minister Jet Bussemaker op het rapport De Staat van het Onderwijs, waarin de Inspectie van het Onderwijs zorgen uit over de groeiende kansenongelijkheid. In hun reactie stelden Dekker en Bussemaker dat zij ‘een goed toegankelijk systeem willen blijven waarborgen voor alle leerlingen’.

Lees meer…

Het zomernummer van het VOS/ABB-magazine Naar School! besteedt met een artikel aandacht aan de vraag of brede scholengemeenschappen beter zijn voor sociale integratie dan categorale scholen.

Aan het woord komen voormalig bestuurder Annemarie Juli van Openbare Scholengemeenschap Schoonoord in Zeist, oud-Volkskrantjournalist en economieleraar Ferry Haan van het Jac. P. Thijsse College in Castricum, directielid Sandra Newalsing van de scholengroep Voortgezet Onderwijs van Amsterdam en rector Benedict Hamans van het openbare Stedelijk Gymnasium in Schiedam.

Het zomernummer van Naar School! verschijnt op 14 juni.