SP brengt algemene acceptatieplicht weer in beeld

De SP in de Tweede Kamer pleit opnieuw voor algemene acceptatieplicht in het onderwijs. Dat zou betekenen dat ook scholen voor bijzonder onderwijs, die nu nog leerlingen mogen weigeren op grond van hun levensovertuiging, voortaan alle leerlingen moeten toelaten.

De Tweede Kamer verklaarde het wetsvoorstel voor algemene acceptatieplicht in april vorig jaar controversieel, waardoor het niet meer in de demissionaire periode van het vorige kabinet-Rutte kon worden behandeld.

Het wetsvoorstel werd al in 2005 ingediend door voormalig PvdA-Tweede Kamerlid en huidig SER-voorzitter Mariëtte Hamer. Na advisering door de Raad van State in 2006 en een aantal wijzigingsvoorstellen in datzelfde jaar bleef het echter vier jaar stil.

In 2010 kwam de regeling wederom aan bod in de Tweede Kamer en ook in 2014, waarna de Onderwijsraad er mede op aandringen van toenmalig PvdA-Kamerlid en huidig Verus-voorzitter Loes Ypma een advies over uitbracht. Daarna bleef het wederom stil tot het wetsvoorstel vorig jaar dus controversieel werd verklaard.

Algemene acceptatieplicht: iedereen welkom!

De SP heeft het idee voor algemene acceptatieplicht nu weer naar boven gehaald. Om de wenselijkheid ervan te illustreren, verwijst SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint naar het feit dat in het openbaar onderwijs iedereen welkom is. De vrijheid van onderwijs, zoals vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, moet wat hem betreft worden gewijzigd:

De onderste tweet van Kwint staat in het teken van thuisonderwijs. De SP’er is erop tegen dat ouders op grond van hun levensovertuiging voor hun kinderen een ontheffing van de leerplicht kunnen krijgen.

Algemene acceptatieplicht voor gelijke kansen

VOS/ABB, de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en het platform CBOO stuurden in maart vorig jaar een gezamenlijke brief naar de Tweede Kamer om het belang van algemene acceptatieplicht te benadrukken.

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB had daarvoor in een commentaar op deze website laten weten dat het hoog tijd is dat algemene acceptatieplicht wordt ingevoerd om gelijke talenten daadwerkelijk gelijke kansen te geven.

Actief burgerschap vereiste voor bekostiging

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW handhaaft zijn besluit om de Stichting Islamitisch Onderwijs niet te bekostigen, omdat deze stichting volgens hem niet voldoet aan de voorwaarde om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Voor dit bestuur voorzie ik vooral voor deze opdracht grote problemen vanwege een publiekelijke steunbetuiging aan IS van een (oud-)bestuurder van SIO, het niet onmiddellijk en publiekelijk afstand nemen daarvan door de overige bestuurders en het weigeren van medewerking aan onderzoek daarnaar’, aldus Dekker.

De staatssecretaris besloot vorig jaar al dat SIO geen bekostiging kreeg, maar het bestuur ging tegen dit besluit in beroep, omdat de stichting al over huisvesting beschikt. Voor Dekker maakt dit niet uit. Hij blijft erbij dat deze stichting voor islamitisch onderwijs geen rijksbekostiging krijgt, omdat volgens hem niet wordt voldaan aan de voorwaarde om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen.

Gedeeld burgerschap

De weigering van Dekker om bekostiging beschikbaar te stellen, sluit aan bij wat rechtsgeleerde en CDA-politicus Ernst Hirsch Ballin onlangs zei op het congres van de PO-Raad in Nijkerk. Hij zei daar dat bijzonder onderwijs ‘niet al te bijzonder’ moet worden. Daarmee bedoelde hij dat we ervoor moeten oppassen dat er in het bijzonder onderwijs stromingen opkomen die onvoldoende oog hebben voor gedeeld burgerschap.

Lees meer…

Inspectie: vrijheid van onderwijs leidt tot segregatie

De keerzijde van grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs is dat het sociale segregatie in de hand werkt. Dat zegt inspecteur-generaal Monique Vogelzang van de Inspectie van het Onderwijs.

‘Ik vind de onderwijsvrijheid uniek en heel goed voor de keuzevrijheid, de autonomie en de kwaliteit van scholen. Er is ook geen enkel land in Europa dat zo’n gevarieerd onderwijsaanbod heeft als Nederland. Maar tegelijkertijd lopen we ook tegen keerzijde van de onderwijsvrijheid op. We zien dat sociale groepen elkaar op school opzoeken. Hoger opgeleide ouders kiezen heel bewust voor de kansen. Zij denken daarbij eerder aan een categoraal gymnasium, dan aan een brede scholengemeenschap’, aldus de baas van de inspectie in Trouw.

Zij verwijst in de krant naar de situatie in Amsterdam, waar ouders ‘bereid zijn kilometers te fietsen naar een bepaalde basisschool omdat ze die in de buurt niet goed genoeg vinden’. Dit is volgens haar een voorbeeld van hoe artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs sociale segregatie veroorzaakt.

Lees meer…

Eén op vijf joden wil af van bijzonder onderwijs

Eén op de vijf joden in Nederland is voor het opheffen van het bijzonder onderwijs als dat goed is voor de integratie, meldt het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW).

Het NIW hield in samenwerking met de Vrije Universiteit in Amsterdam en Kieskompas een enquête onder joden in Nederland. De enquête ging over kwesties als het mogelijke gevaar van de islam, antisemitisme, fysiek geweld en de opkomst van rechts populisme.

Ook de vrijheid van onderwijs kwam in de enquête aan bod. Deze vrijheid, die vastligt in artikel 23 van de Grondwet, bepaalt dat bijzonder onderwijs, waar de joodse scholen onder vallen, en openbaar onderwijs gelijkelijk worden gefinancierd.

Ongeveer één op de vijf joden die aan de enquête meededen, geeft aan dat het bijzonder onderwijs kan worden opgeheven als dat goed is voor de integratie. Bijna een kwart is bereid daarvoor het recht op te geven op wat ‘onderwijs eigen stijl’ wordt genoemd.

Lees meer…

VOO kraakt onderzoek naar integratie

Het klopt dat een (klein) deel van de leraren gevoelige onderwerpen liever niet in de klas bespreekt, maar het is onjuist te concluderen dat de integratie is mislukt. Dat meldt de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) op basis van een analyse van een recent rapport van DUO Onderwijsonderzoek.

Onderwijsadviseur Flora Breemer van VOO stelt dat het onmogelijk was om goed antwoord te geven op de vragen die DUO Onderwijsonderzoek stelde en dat er daarom geen conclusies mogen worden getrokken uit de antwoorden. Het persbericht over het onderzoek had volgens haar een suggestieve kop. Daarin stond dat scholen zich grote zorgen maken over integratie. ‘Het persbericht werd door veel media opgepikt en men ging met de resultaten aan de haal’, aldus Breemer.

Lees meer…

Flutonderzoek

Peter Lugtig, universitair hoofddocent methoden en statistiek aan de Universiteit Utrecht, sprak eerder al in een reactie in de Volkskrant van een ‘flutonderzoek’. Hij sprak het vermoeden uit dat DUO Onderwijsonderzoek er maar een dag aan heeft gewerkt. Hij gaf ook aan dat de vraagstelling heel sturend was en had ook bedenkingen bij de steekproef en het samenvoegen van antwoordcategorieën.

Lees meer…

Stop met termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’

Een groep onderzoekers van de afdeling Pedagogiek, Onderwijskunde en Lerarenopleiding van de Universiteit van Amsterdam pleit er in een opiniestuk in de Volkskrant voor de termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’ niet meer te gebruiken.

Scholen met meer dan 50 procent leerlingen met een niet-westerse achtergrond worden aangeduid als ‘zwart’ en scholen met voornamelijk leerlingen met een etnisch Nederlandse of een andere westerse achtergrond als ‘wit’. Volgens de Amsterdamse onderzoekers is Nederland het enige land in Europa waar scholen op deze manier worden getypeerd. In landen als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië en Slovenië is dat, zo stellen zij, ‘ondenkbaar of zelfs schandalig’.

Dat de termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’ niet meer zouden mogen worden gebruikt, heeft volgens de onderzoekers te maken met de hiërarchische connotaties die deze termen zouden hebben. ‘In ons onderwijsstelsel worden witte scholen veelal geassocieerd met onderwijs van een goede kwaliteit en met hogere onderwijsprestaties, terwijl zwarte scholen vaak gezien worden als ‘probleemscholen’ die gekenmerkt zouden worden door onderwijs van een mindere kwaliteit, een problematische leerlingpopulatie, veel uitval van leerkrachten en slechte toetsresultaten’, zo schrijven ze in de krant.

De labels ‘wit’ en ‘zwart’ zouden bovendien geen rekening houden met de realiteit in etnisch diverse scholen. ‘De etnische groepen die hier worden aangeduid als zwart – zoals Nederlandse Turken, Marokkanen, Syriërs, Iraniërs, Egyptenaren, Surinamers en Nederlanders van Caribische herkomst – delen geen gemeenschappelijke historische, religieuze, culturele en/of etnische achtergrond en identificeren zich voor een groot deel niet als ‘zwart’. Het is een label dat lang niet altijd zelf is gekozen door de groepen om wie het gaat. Hetzelfde geldt voor het label ‘wit’.’

Lees meer…

Een van de onderzoekers van de UvA wier naam onder het opiniestuk staat, is Hülya Kosar-Altinyelken. Zij pleitte in december vorig jaar in de lokale Amsterdamse krant Het Parool al voor het afschaffen van de termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’. 

Lees meer…

ChristenUnie ziende blind voor cijfers segregatie

Fractieleider en lijsttrekker Gert-Jan Segers van de ChristenUnie is ziende blind voor cijfers die aantonen dat grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs segregatie in de hand werkt. 

De christelijke profielorganisatie Verus kwam onlangs met cijfers die zouden aantonen dat het bijzonder onderwijs geen segregerend effect heeft. Wie deze cijfers niet sec bekijkt, maar in een bredere context plaatst, ziet dat het tegenovergestelde het geval is.

Verus benadrukt dat 60 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op bijzondere scholen zit en 40 procent op openbare scholen.

Context

Wie deze cijfers beziet in het licht van het feit dat van het totale aantal leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs (speciaal onderwijs uitgezonderd) 26,3 procent op openbare scholen zit, signaleert direct een significant verschil met de bovengenoemde 40 procent. Het openbaar onderwijs heeft relatief veel van deze leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond.

Andersom: van het totale aantal leerlingen (weer primair en voortgezet onderwijs bij elkaar opgeteld, het speciaal onderwijs uitgezonderd) zit 73,7 procent in het bijzonder onderwijs, terwijl hier slechts 60 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond onderwijs krijgt. In het bijzonder onderwijs zitten dus relatief weinig van deze leerlingen.

Het bovenstaande laat zien dat artikel 23, dat het bijzonder onderwijs in staat stelt om leerlingen te weigeren, een segregerend effect heeft. Woordvoerder Wouter van den Berg van Verus meldt op Twitter dat het bijzonder onderwijs voor het grootste deel uit protestants-christelijke en rooms-katholieke scholen bestaat en dat die dus het beeld bepalen.

Politieke schijnwereld

In reactie op de constatering dat artikel 2 een segregerend effect heeft, laat fractieleider Gert-Jan Segers van de ChristenUnie op Twitter weten dat verscheidene politieke partijen stellen dat de vrijheid van onderwijs geen segregerend effect heeft, maar slechts tot vrijheid leidt:

Beweringen uit een politieke schijnwereld zijn voor Segers en daarmee voor de ChristenUnie kennelijk overtuigender dan keiharde cijfers waaruit duidelijk blijkt dat artikel 23 niet alleen gaat over de vrijheid van onderwijs, maar ook een segregerend effect heeft.

Artikel 23 heeft segregerend effect

Het bijzonder onderwijs heeft onevenredig weinig leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond. Dat blijkt als cijfers waarmee de christelijke profielorganisatie Verus wil laten zien dat het bijzonder onderwijs geen segregerend effect zou hebben, in een bredere context worden geplaatst. 

Verus meldt dat het onzin is dat bijzondere scholen voor segregatie in het onderwijs zorgen, doordat deze scholen bepaalde leerlingen weigeren. Dat mogen ze op basis van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

Als bijvoorbeeld een christelijke school vindt dat de levenswijze van een leerling en/of diens ouders niet bij de religieuze uitgangspunten van die school past, dan mag deze leerling worden geweigerd. De praktijk laat zien dat dit minder vaak gebeurt dan voorheen, maar het komt nog steeds voor, bijvoorbeeld bij scholen met een sterke godsdienstige inslag.

60-40-verhouding

De christelijke profielorganisatie stelt dat de cijfers laten zien dat het geen steek houdt dat het bijzonder onderwijs een segregerend effect heeft. Verus benadrukt dat 60 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op bijzondere scholen zit en 40 procent op openbare scholen.

Deze cijfers laten in een bredere context echter zien dat er wel degelijk een segregerend effect is. Van het totale aantal leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs (speciaal onderwijs uitgezonderd) zit namelijk 26,3 procent op openbare scholen, terwijl dus 40 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond in het openbaar onderwijs zit. Dat is een significant verschil. Het openbaar onderwijs heeft dus relatief veel van deze leerlingen.

Andersom: van het totale aantal leerlingen (weer primair en voortgezet onderwijs bij elkaar opgeteld, het speciaal onderwijs uitgezonderd) zit 73,7 procent in het bijzonder onderwijs, terwijl hier slechts 60 procent van de leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond onderwijs krijgt. In het bijzonder onderwijs zitten dus relatief weinig van deze leerlingen.

Het bovenstaande laat zien dat artikel 23 en daarmee het bijzonder onderwijs wel degelijk een segregerend effect hebben.

Algemene acceptatieplicht

Het bericht van Verus volgt op een brief aan de Tweede Kamer waarin VOS/ABB, de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en het platform CBOO pleiten voor algemene acceptatieplicht. Dit betekent dat ook het bijzonder onderwijs elke leerling zou moeten accepteren, net zoals het openbaar onderwijs dat doet.

VOS/ABB, VOO en CBOO zien algemene acceptatieplicht als een stap naar het concept School!. Dit concept voorziet in goed onderwijs voor alle kinderen zonder denominaties. In de toekomst zullen er geen openbare, christelijke, islamitische of wat voor scholen dan ook meer zijn, maar ‘scholen’ die op basis van diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht hebben voor onder andere godsdienst en levensbeschouwing en álle leerlingen toelaten.

Discussiemiddag School!

Op 21 maart, tijdens de School!Week, is er in Woerden een discussiemiddag over het concept School!. Niet onbelangrijk: iedereen is welkom!

Scholen denken heel verschillend over integratie

Een deel van de scholen in het primair en voortgezet onderwijs vindt dat de integratie is mislukt, maar een groter deel vindt dat juist helemaal niet. Dat blijkt uit de rapportage Integratie op school van DUO Onderwijsonderzoek.

In het primair onderwijs vindt 27 procent van de leraren en schoolleiders dat de integratie een beetje of helemaal is mislukt en in het voortgezet onderwijs vindt 39 procent dat. Daarentegen herkent in het primair onderwijs 48 procent en in het voortgezet onderwijs 46 procent zich juist helemaal niet in die stelling.

Politiek beïnvloedt integratie

Leraren en schoolleiders die de integratie een beetje of helemaal mislukt vinden, geven onder andere aan dat het huidige politieke klimaat ertoe bijdraagt dat bepaalde leerlingen zich achtergesteld of gediscrimineerd voelen. Verder zeggen zij dat leerlingen met een migratieachtergrond vooral elkaar opzoeken en niet mengen met andere leerlingen. Ook zien ze dat ouders met een migratieachtergrond minder respect tonen tegenover vrouwen en niet streng optreden tegen ongewenst gedrag van hun kinderen.

Maar er zijn ook heel positieve geluiden. Zo zegt een deel van de leraren en schoolleiders dat allochtone leerlingen helemaal geïntegreerd zijn en geen aparte groepjes vormen. Scholen die positief zijn over integratie, letten erop dat er een goede mix van leerlingen is en dat er binnen en buiten de school sprake is van ontmoeting. Tevens worden activiteiten georganiseerd waarbij nadrukkelijk de ouders worden betrokken.

Beladen onderwerpen besproken

Uit het onderzoek blijft ook dat de overgrote meerderheid van de leraren onderwerpen bespreekt die met name voor een deel van de kinderen met een migratieachtergrond beladen kunnen zijn, zoals terrorisme, het slavernijverleden van Nederland en homoseksualiteit. In het basisonderwijs geeft 83 procent van de leraren aan dat dergelijke onderwerpen besproken kunnen worden, terwijl in het voortgezet onderwijs 73 procent dat zegt.

Op de vraag of leraren meer conflicten hebben met allochtone leerlingen dan met autochtone of andersom, antwoordt meer dan driekwart ontkennend. Bijna 70 procent spreekt tegen als zou door de terreur van de laatste jaren de segregatie zijn toegenomen.

Meer nadruk op positieve

Een deel van de leraren en schoolleiders geeft aan de integratie kan worden bevorderd door te stoppen met het verzuilde onderwijs en alle scholen openbaar te maken. Ook kunnen de politiek en de media een bijdrage leveren door niet meer stelselmatig negatief over segregatie te berichten. Wederzijds respect, openstaan voor elkaars geloof en cultuur en beter informeren over verschillen en overeenkomsten kunnen volgens leraren en schoolleiders zorgen voor meer onderling begrip.

Flutonderzoek

Peter Lugtig, universitair hoofddocent methoden en statistiek aan de Universiteit Utrecht, spreekt naar aanleidingen van de uitkomsten in een reactie in de Volkskrant van een ‘flutonderzoek’. Hij denkt dat DUO Onderwijsonderzoek er maar een dag aan heeft gewerkt. Hij vindt de vraagstelling heel sturend en heeft ook bedenkingen bij de steekproef en het samenvoegen van antwoordcategorieën.

Download rapportage Integratie op school

Schooladvies in teken van gelijke kansen

Basisscholen moet zich bij het geven van het schooladvies meer bewust worden van mogelijke kansenongelijkheid. Dat vindt staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Dekker reageert op vragen die Tweede Kamerlid Loes Ypma (PvdA) stelde naar aanleiding van een uitzending van de talkshow Pauw. Daarin werd gesproken over kinderen van laagopgeleide ouders die vaak een lager schooladvies krijgen dan op basis van de eindtoets het geval zou kunnen zijn.

Volgens de staatssecretaris kunnen bij lage advisering (onbewust) vooroordelen een rol spelen, waardoor het advies de talenten en mogelijkheden van de leerling niet voldoende weerspiegelt. ‘Dit vind ik ongewenst omdat hierdoor leerlingen kansen worden ontnomen’, aldus Dekker.

Potentieel moet weerspiegeld in schooladvies

Hij noemt het van groot belang dat leerkrachten van basisscholen zich er meer van bewust worden dat er bij schooladvisering sprake kan zijn van kansenongelijkheid. Om deze bewustwording te versterken, zal de Inspectie van het Onderwijs in het voorjaar een brief sturen waarin besturen, scholen en leerkrachten wordt opgeroepen om het potentieel van leerlingen volledig te weerspiegelen in het schooladvies.

Lees meer…

Moslimmeisjes moeten gemengd zwemmen

Ouders kunnen niet weigeren om hun kinderen mee te laten doen aan gemengd zwemmen, zo oordeelt het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Het hof oordeelde over een kwestie in Zwitserland, waar islamitische ouders weigerden om hun dochters mee te laten doen aan gemengd schoolzwemmen. Zij stelden dat hun geloof het niet toestaat dat meisjes met jongens zwemmen.

In het oordeel van het hof staat dat de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst in deze zaak weliswaar speelt, maar dat de taak van de school om te zorgen voor goed onderwijs en sociale integratie zwaarder weegt.

De dochters van de islamitische ouders die bezwaar maakten, zijn nog niet in de puberteit. In Zwitserland geldt bij wet dat gemengd zwemmen wel kan worden geweigerd als kinderen in de puberteit zijn.

‘Etnisch wegpesten komt vaker voor’

Tweede Kamerlid Amma Asante van de PvdA zegt meerdere meldingen te hebben gekregen van leerlingen die etnisch zijn weggepest. Een jongen van Nederlandse afkomst die door leerlingen met een migratieachtergrond is weggepest van het interconfessionele Waterlant College in Amsterdam, is volgens haar niet de enige die dit is overkomen.

De Inspectie van het Onderwijs kent geen andere gevallen waarin de enige leerling met een autochtoon Nederlandse achtergrond van een school is weggepest door leerlingen met een migratieachtergrond. Dat staat in antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van Asante en haar PvdA-collega Joyce Vermue.

De vragen van de PvdA’ers volgden op een bericht in Het Parool over een leerling van het Waterlant College. Hij werd daar volgens de lokale Amsterdamse krant als enige leerling van autochtoon Nederlandse afkomst weggepest door leerlingen met een migratieachtergrond.

Uniek geval?

Dekker stelt in zijn antwoorden dat dit een uniek geval is. Hij baseert zich daarbij op de Inspectie van het Onderwijs. ‘Er zijn bij de inspectie geen concrete signalen bekend van andere situaties waarin pesten direct is gerelateerd aan etniciteit en leidt tot overstappen naar een andere school’, zo schrijft hij.

Assante twittert naar aanleiding van de antwoorden van de staatssecretaris dat ze meerdere mails heeft ontvangen en dat de inspectie niet goed op de hoogte is van deze problematiek. ‘Serieus probleem. Niet wegkijken!’, aldus Asante.

Lees meer…

‘Politieke lef nodig om segregatie op te lossen’

Onderwijskundige Hülya Kosar-Altinyelken pleit voor een beleid dat segregatie op scholen tegengaat. Daar is politieke lef voor nodig, zegt ze in Het Parool.

Kosar-Altinyelken vraagt zich in de lokale Amsterdamse krant af waarom scholen op basis van etniciteit van hun leerlingen een stempel krijgen. Ze is tegen de term ‘zwarte school’, omdat het woord ‘zwart’ van oudsher een inferieure connotatie zou hebben.

Concentratiescholen en regenboogscholen

Zij wijst erop dat dat in andere landen de term ‘zwarte school’ niet wordt gebruikt. Volgens haar wordt in Vlaanderen het woord ‘concentratiescholen’ gebruikt, maar dat vindt ze ook geen goede term. ‘Regenboogscholen’, zoals scholen met veel leerlingen met een migratieachtergrond op Malta worden genoemd, komt meer in de buurt.

Ze vindt de termen ‘zwarte scholen’ en ‘witte scholen’ zelfs schadelijk, omdat het haar doet denken aan de apartheid uit het etnisch verdeelde Zuid-Afrika. Door leerlingen met een migratieachtergrond zwart te noemen, krijgen zij volgens haar het idee er niet bij te horen. ‘We bedoelen met dit ­predicaat: je bent niet écht Nederlands’, aldus Kosar-Altinyelken.

Segregatie oplossen

De segregatie in het onderwijs is volgens haar op te lossen, maar daar is dan wel politieke lef voor nodig. ‘Het vereist een inperking van de vrijheid van schoolkeuze’, zo stelt ze in de krant. ‘Als je kijkt naar het Amsterdamse stedelijk toelatingsbeleid en de matching op middelbare scholen, blijkt dat vrijheid van schoolkeuze is ingeperkt. Waarom doen we dan niet ook iets tegen segregatie?’

Lees meer…

Leerling met migratieachtergrond blijft achterlopen

In de afgelopen tien jaar zijn de verschillen tussen leerlingen met een Nederlandse achtergrond en die met een niet-westerse migratieachtergrond nauwelijks veranderd. Dat staat in het Jaarrapport Integratie 2016 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Groep 8-leerlingen met een Nederlandse achtergrond halen bij de Centrale Eindtoets gemiddeld nog altijd betere resultaten dan leerlingen met een niet-westerse achtergrond. Daarbij hebben vooral Turkse en Marokkaanse leerlingen moeite met het onderdeel ‘taal’. Dit komt doordat er bij hen thuis vaak geen Nederlands wordt gesproken.

Turkse en Marokkaanse leerlingen op de basisschool scoren gemiddeld ook minder hoog op rekenen en wiskunde dan leerlingen met een Nederlandse achtergrond.

Migratieachtergrond vooral vmbo

De verschillen spelen ook nog steeds in het voortgezet onderwijs. Daar zijn leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond nog altijd oververtegenwoordigd in het vmbo, terwijl havo’s en vwo’s vooral leerlingen met een Nederlandse achtergrond hebben.

D66 wil via onderwijs tweedeling tegengaan

D66 vindt dat iedereen ongeacht zijn of haar achtergrond gelijke kansen verdient voor de toekomst en dat beter onderwijs de beste manier is om dit te bereiken. Dat staat in het verkiezingsprogramma van de partij van Alexander Pechtold.

‘Wij willen brede buurtscholen (kindcentra), waar ieder kind vanaf twee jaar gelijke kansen krijgt door uitstekend onderwijs met aandacht voor cultuur, sport, digitale vaardigheden en een gezond leven.’ D66 denkt op die manier achterstanden te kunnen voorkomen.

Ook zegt D66 te willen investeren in docenten ‘die door minder regels en minder lesuren meer ruimte krijgen om steeds beter onderwijs aan onze kinderen te geven’. Verder wil de partij van Pechtold stapelen in het voortgezet onderwijs makkelijker maken.

Lees het verkiezingsprogramma van D66

 

PvdA-plan voor gelijke onderwijskansen

De Tweede Kamerleden Loes Ypma en Mohammed Mohandis van de Partij van de Arbeid hebben een initiatiefnota gepresenteerd voor gelijke onderwijskansen. Hun nota volgt op de constatering van de Inspectie van het Onderwijs dat er in toenemende mate sprake is van kansenongelijkheid in het onderwijs.

In de initiatiefnota staan 14 punten vermeld:

  1. Bij iedere beleidswijziging moet het kabinet beargumenteren hoe deze beleidswijziging bijdraagt aan het vergroten van gelijke onderwijskansen.
  2. De leraar kan omgaan met verschil en maakt meer gebruik van de mogelijkheden van ICT.
  3. Ieder lerarenteam op de basisschool bestaat over 5 jaar voor 15% en over 10 jaar voor 30% uit universitair opgeleide leraren.
  4. Leraren krijgen meer tijd om hun lessen voor te bereiden, elkaar feedback te geven en kinderen individueel te begeleiden.
  5. Alle kinderen kunnen vanaf hun tweede jaar twee dagen per week op de voorschool terecht.
  6. Het schooladvies wordt verplicht naar boven bijgesteld als de uitslag op de eindtoets hoger is dan het originele schooladvies.
  7. Ieder kind heeft recht op een meervoudig advies (bijvoorbeeld vmbo GL/T-havo) en heeft het recht te worden toegelaten op beide onderwijsniveaus van het advies.
  8. Scholengemeenschappen en brugklassen met meerdere onderwijsniveaus worden financieel en in regelgeving gestimuleerd.
  9. Doorstroomrecht naar een ander onderwijsniveau zonder aanvullende eisen.
  10. Het is mogelijk vakken op een hoger (of lager) niveau af te ronden en dit wordt op het maatwerkdiploma vermeld.
  11. Waardering van ons beroepsonderwijs en een betere overstap van mbo naar hbo.
  12. Scholen worden positief gewaardeerd en beoordeeld als zij maatwerk mogelijk maken voor hun leerlingen door ruimte te bieden voor verschil in tempo, leerstijl en het volgen van vakken op verschillende niveaus.
  13. Scholen met veel aantal achterstandsleerlingen ontvangen een hogere bijdrage per leerling.
  14. Minderjarige mbo’ers krijgen een vergoeding voor bijkomende schoolkosten, zodat ze niet langer duurder uit zijn dan hun leeftijdsgenoten op de havo of het vwo.

Download de initiatiefnota Gelijke onderwijskansen

Brede scholengemeenschap heeft Dekkers voorkeur

‘Als kinderen deel uitmaken van een brede scholengemeenschap, kan dat bijdragen aan burgerschap en integratie. Op een brede scholengemeenschap komen leerlingen immers eerder in aanraking met leerlingen die onderwijs op een ander opleidingsniveau volgen dan op een categorale school’, schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Hij reageert hiermee op vragen van de Tweede Kamerleden Joyce Vermue en Tanja Jadnanansing van de PvdA over de groeiende segregatie in het onderwijs in Amsterdam. Hun vragen volgden op de publicatie van cijfers die uitwijzen dat kinderen met hoogopgeleide ouders en die met laagopgeleide ouders elkaar in de scholen amper nog tegenkomen.

Een kwart van de scholen voor voortgezet onderwijs in de hoofdstad heeft vrijwel uitsluitend leerlingen met hoogopgeleide ouders. Daar staat tegenover dat op vier van de tien scholen meer dan 80 procent van de kinderen laagopgeleide ouders heeft. Op categorale vwo-scholen zitten vooral kinderen van hoogopgeleiden. Brede scholengemeenschappen in Amsterdam hebben een grotere spreiding.

Brede scholengemeenschap geen garantie

Dekker wijst erop dat scholen de wettelijke opdracht hebben actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. ‘Dat geldt voor iedere school: categoraal of een brede scholengemeenschap. Als kinderen deel uitmaken van een brede scholengemeenschap, kan dat bijdragen aan burgerschap en integratie. Op een brede scholengemeenschap komen leerlingen immers eerder in aanraking met leerlingen die onderwijs op een ander opleidingsniveau volgen dan op een categorale school’, aldus de staatssecretaris.

Hij schrijft echter ook dat de breedte van een school alleen niet garandeert dat het onderwijs bijdraagt aan leren samenleven. ‘Het kan zijn dat een schoolbestuur het onderwijsaanbod in vestigingen organiseert. Binnen een school is het goed mogelijk dat leerlingen van verschillende schoolsoorten of klassen weinig met elkaar in contact komen. Anderzijds kunnen categorale scholen eveneens zeer waardevolle initiatieven ontwikkelen die bijdragen aan integratie en leren samenleven, bijvoorbeeld door uitwisseling met andere scholen of projecten met de buurt waarin de school staat.’

Burgerschap en sociale integratie

Het is volgens Dekker vooral van belang ‘dat iedere school -ongeacht de samenstelling van de leerlingpopulatie- van goede kwaliteit is en dat iedere school daadwerkelijk bijdraagt aan actief burgerschap en sociale integratie’. Het is, aldus Dekker, ‘de taak van de rijksoverheid om te waarborgen dat het onderwijssysteem kansen biedt voor alle leerlingen, ongeacht hun afkomst’.

Hij verwijst in zijn antwoorden naar de reactie van hem en minister Jet Bussemaker op het rapport De Staat van het Onderwijs, waarin de Inspectie van het Onderwijs zorgen uit over de groeiende kansenongelijkheid. In hun reactie stelden Dekker en Bussemaker dat zij ‘een goed toegankelijk systeem willen blijven waarborgen voor alle leerlingen’.

Lees meer…

Het zomernummer van het VOS/ABB-magazine Naar School! besteedt met een artikel aandacht aan de vraag of brede scholengemeenschappen beter zijn voor sociale integratie dan categorale scholen.

Aan het woord komen voormalig bestuurder Annemarie Juli van Openbare Scholengemeenschap Schoonoord in Zeist, oud-Volkskrantjournalist en economieleraar Ferry Haan van het Jac. P. Thijsse College in Castricum, directielid Sandra Newalsing van de scholengroep Voortgezet Onderwijs van Amsterdam en rector Benedict Hamans van het openbare Stedelijk Gymnasium in Schiedam.

Het zomernummer van Naar School! verschijnt op 14 juni.

Ouders gezocht die in actie komen tegen segregatie

Regisseur Camiel Zwart is op zoek naar een ouderinitiatief dat met ingang van het nieuwe schooljaar in actie komt tegen segregatie in het basisonderwijs.

Hij wil met twee collega’s een documentaireserie over het onderwijs maken, waarbij Zwart zich wil richten op segregatie en wat ouders daartegen doen.

Kent u initiatieven van ouders om segregatie tegen te gaan of maakt u zelf deel van uit van een dergelijk initiatief?

U kunt contact opnemen met Camiel Zwart van het in Amsterdam gevestigde productiehuis Blackframe: camiel@blackframe.nl, 06-40720352.

 

Rotterdamse rector ziet al jaren ongelijke kansen

Rector Eric van ’t Zelfde van openbare scholengemeenschap Hugo de Groot in Rotterdam ziet al jaren dat kinderen uit sociaal-zwakke gezinnen weinig kansen krijgen. Hij was woensdagavond in RTL Late Night.

Van ’t Zelfde was bij Humberto Tan te gast in verband met de publicatie De Staat van het Onderwijs. De Inspectie van het Onderwijs signaleert in dat rapport dat de tweedeling tussen kinderen van hoog- en laagopgeleide ouders steeds groter wordt. Kinderen van laagopgeleide ouders krijgen minder kansen dan kinderen van hoogopgeleide ouders.

De school van Van ’t Zelfde staat midden in Rotterdam-Charlois, een wijk met een zwakke sociaal-maatschappelijke structuur en met veel gezinnen met weinig geld. Wat de inspectie nu signaleert, ziet hij al jaren in de dagelijkse praktijk.

Kinderen belemmerd in hun ontwikkeling

Hij zei in RTL Late Night dat het huidige onderwijsbeleid kinderen steeds meer belemmert in hun ontwikkeling. Hij ging onder andere in op de drempels die zijn opgeworpen om te ‘stapelen’, waardoor vmbo’ers niet meer doorstromen naar havo. Die drempels zijn volgens Van ’t Zelfde opgeworpen, omdat het mbo koste wat kost niet mocht mislukken.

Ook hekelde Van ’t Zelfde de rekentoets in het voortgezet onderwijs. Die leidt er volgens hem alleen maar toe dat talent verloren gaat. ‘Je zal dadelijk na jaren staatssecretaris geweest te zijn, alleen nog maar herinnerd worden om je rekentoets. Dat is natuurlijk een enorme misser’, aldus de Rotterdamse rector.

Bekijk een deel van het interview met Eric van ’t Zelfde.

Kansenongelijkheid in onderwijs is slechte zaak

De toegenomen kansenongelijkheid in het onderwijs, waarover het inspectierapport De Staat van het Onderwijs gaat, maakt reacties van bezorgdheid los.

Tweede Kamerlid Jasper van Dijk noemt het in de Volkskrant ‘uiterst pijnlijk dat het resultaat van minister Jet Bussemaker van de PvdA een grotere tweedeling en meer ongelijkheid is’.

Ook Paul van Meenen van D66 uit zijn bezorgdheid. Volgens hem is het voor scholen een financieel risico geworden om kinderen door te laten stromen van vmbo naar havo. ‘Scholen worden door dit kabinet dus afgestraft als ze kinderen kansen bieden’, aldus Van Meenen in de krant.

PvdA-Kamerlid Loes Ypma ziet in de constatering van de inspectie aanleiding om te pleiten voor het altijd bijstellen van een schooladvies als de uitslag van de eindtoets in groep 8 daartoe aanleiding geeft. VVD-Kamerlid Karin Straus vindt dat we, zo citerert de Volkskrant haar, ‘veel beter moeten worden in het bieden van wat individuele kinderen nodig hebben’.

Inspectie schrikt van kansenongelijkheid

Inspecteur-generaal Monique Vogelzang van de Inspectie van het Onderwijs zegt in Trouw dat ze is geschrokken van de constatering dat de tweedeling en de kansenongelijkheid in het onderwijs sterk zijn toegenomen. ‘Bij gelijke intelligentie wordt het voor je schoolloopbaan steeds bepalender uit welk gezin je komt’, aldus Vogelzang.

Socioloog Herman van de Werfhorst, die onderzoek doet naar sociale verschillen in het onderwijs, vreest dat het persoonlijke oordeel van de leraar te veel invloed heeft. ‘Adviezen van leraren kunnen onbewust gekleurd zijn en daardoor betwist worden. Een objectieve toets zoals de Citotoets moet weer belangrijker worden’, aldus Van de Werfhorst bij de NOS.

Dubbeltjes moeten kwartjes kunnen worden

De PO-raad noemt de groeiende kloof tussen kinderen van hoog- en laagopgeleide ouders ‘zorgelijk’ en wil in gesprek met scholen om een oplossing te zoeken. ‘We willen niet terug naar de tijd dat kinderen die voor een dubbeltje worden geboren, geen kwartje kunnen worden’, zegt voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad.

Haar collega Paul Rosenmöller van de VO-raad noemt de groeiende ongelijkheid van kansen onacceptabel. ‘Het met publiek geld gefinancierde onderwijs heeft de dure plicht om alle kinderen gelijke kansen te bieden. Dat is ongetwijfeld ook het streven van iedereen die in het onderwijs werkt, maar de praktijk blijkt toch weerbarstig’, aldus Rosenmöller.

Brede brugklas en gemengd schooladvies

De christelijke profielorganisatie Verus pleit in het kader van de constatering van de inspectie voor brede brugklassen, waarin kinderen met verschillende niveaus samen les krijgen. Ook een gemengd schooladvies in groep 8 kan volgens verus helpen.

Verus legt de schuld van de ongelijkheid ook bij de politiek, die scholen beloont voor beter rendement. Dat zou zorgen voor ‘perverse prikkels’ om kinderen vroeg te selecteren.

De Algemene Onderwijsbond (AOb) wijst erop dat kinderen van hoogopgeleide ouders met veel geld altijd meer kansen zullen hebben dan kinderen uit gezinnen met weinig geld. ‘Hoogopgeleiden zullen hun kinderen sneller naar bijspijkercursussen sturen waardoor zij bijvoorbeeld alsnog naar het vwo kunnen.’

Integratie weer op de agenda!

VOS/ABB wijst erop dat de groeiende kloof tussen kinderen van hoog- en laagopgeleide ouders het gevolg is van slecht beleid van staatssecretaris Sander Dekker, voor wie de afgelopen jaren het tegengaan van segregatie in het onderwijs totaal geen issue was.

VOS/ABB wil dat het bevorderen integratie weer hoog op de politieke agenda komt.

Inkomen mag niet bepalend zijn voor onderwijskansen

In Nederland moeten alle kinderen het onderwijs kunnen volgen dat past bij hun talenten. Het inkomen of opleidingsniveau van hun ouders mag niet bepalend zijn. Dat benadrukken minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in reactie op de constatering van de Inspectie van het Onderwijs dat de tweedeling in het onderwijs groeit.

‘Sociaal milieu speelt altijd een rol bij de onderwijskansen. Niettemin, onderwijskansen zouden gebaseerd moeten zijn op wat je kan, niet op het sociale milieu waaruit je komt’, zo staat in de beleidsreactie die Bussemaker en Dekker naar aanleiding van het rapport De Staat van het Onderwijs hebben doen uitgaan. In dat rapport staat dat de kansenongelijkheid tussen kinderen van laag- en hoogopgeleide ouders toeneemt.

‘We kunnen niet genoeg benadrukken dat een goed toegankelijk onderwijssysteem met kansen voor alle leerlingen cruciaal is in een open samenleving die internationaal meetelt’, aldus de minister en de staatssecretaris. Zij stellen al langer aandacht te vragen voor sociale ongelijkheid.

Onderwijskansen en segregatie

Zij verwijzen daarbij naar de publicatie Twee werelden, twee werkelijkheden, die publicist Margalith Kleijwegt op verzoek van minister Bussemaker heeft gemaakt. Deze publicatie laat zien hoe sterk de segregatie in het Nederlandse onderwijs is.

Ook refereren ze aan de publicatie Gescheiden Werelden van het Sociaal en Cultureel Planbureau en de kabinetsreactie daarop, waarin Bussemaker en Dekker aangeven welk beleid ze voeren ‘om te komen tot een meer gelijke verdeling van kansen op maatschappelijk succes’, zoals het in de beleidsreactie wordt genoemd.

Ouders en scholen beïnvloeden onderwijskansen

Er ligt volgens Bussemaker en Dekker een complex aan oorzaken ten grondslag aan de groeiende tweedeling die de inspectie signaleert. Als eerste noemen ze de toenemende invloed van het (keuze)gedrag van ouders. ‘Dat is op individueel niveau goed te begrijpen. Elke ouder wil immers het beste voor zijn of haar kind. Maar maatschappelijk gezien heeft het ongewenste effecten’, zo schrijven ze in hun beleidsreactie.

Verder zijn er volgens Bussemaker en Dekker ‘veel overgangen en selectiemomenten die voor kinderen van lager opgeleide ouders (…) een knelpunt vormen’. Tot slot stellen ze dat het gedrag van schoolleiders en schoolbesturen debet zijn aan de groeiende tweedeling: ‘Er kan immers spanning ontstaan tussen enerzijds het belang van de school en anderzijds hun maatschappelijke opdracht’.

Lees ook het commentaar van adjunct-directeur Anna Schipper van VOS/ABB, die stelt dat de groeiende tweedeling in het onderwijs het gevolg is van slecht beleid van Sander Dekker, voor wie het tegengaan van segregatie de afgelopen jaren totaal geen issue was.

Inspectie ziet kansenongelijkheid toenemen

De kansenongelijkheid in het onderwijs loopt op, meldt de Inspectie van het Onderwijs in het rapport De Staat van het Onderwijs.

‘De laatste jaren nemen de verschillen toe tussen leerlingen met lager en hoger opgeleide ouders. Hierdoor krijgen kinderen van laagopgeleide ouders niet het onderwijs dat ze aan zouden kunnen en blijft talent onderbenut’, aldus de inspectie.

‘Vergelijken we kinderen met dezelfde intelligentie, dan zien we dat kinderen met laagopgeleide ouders vaker doorstromen naar een lager onderwijsniveau. Ze krijgen lagere basisschooladviezen en deze worden minder vaak bijgesteld op basis van de eindtoets.’

Kansenongelijkheid door combinatie van factoren

De inspectie ziet ook dat deze leerlingen in de eerste drie jaar van het voortgezet onderwijs afstromen naar een lager niveau en dat ze minder vaak naar het hoger onderwijs gaan dan in eerdere jaren.

Aan de trend die de inspectie signaleert, ligt een combinatie van oorzaken ten grondslag. Een oorzaak is dat dat hoogopgeleide ouders meer betrokken zijn geraakt bij de schoolloopbaan van hun kinderen. ‘Zij kiezen bewuster en voor betere scholen. Hun kinderen gaan vaker naar huiswerkklassen en toetstrainingen en hun kinderen krijgen vaker medische indicaties wanneer deze op onderdelen achterblijven.’

Meer homogene brugklassen, minder dubbele adviezen

Een andere oorzaak voor de groeiende tweedeling is volgens de inspectie dat kinderen op steeds jongere leeftijd op niveau worden geplaatst. Dat komt, zo schrijft de inspectie, door de groei van het aantal homogene brugklassen, de afname van dubbele adviezen en de toename van het aantal categorale scholen voor voortgezet onderwijs.

De inspectie wijst erop dat ook leraren en schoolleiders een rol spelen. ‘Zij hebben, vaak onbewust, hogere verwachtingen van leerlingen van hoger opgeleide ouders. Onderwijsbeleid en -toezicht hebben ook hun effect, schrijft de inspectie. Daarom zouden ‘onderwijs, overheid en andere sectoren’ de handen ineen moeten slaan ‘om de toenemende tweedeling te keren’.

De Inspectie van het Onderwijs heeft ook De Staat van het Onderwijs in hoofdlijnen en de rapporten De Staat van de Leerling, De Staat van de Leraar en De Staat van de Schoolleider gepubliceerd.

Groeiende ongelijkheid in onderwijs Amsterdam

Amsterdamse leerlingen met hoogopgeleide ouders en die met laagopgeleide ouders komen elkaar in het voortgezet onderwijs amper nog tegen, meldt Het Parool op basis van cijfers van de gemeente Amsterdam.

Volgens de krant heeft inmiddels een kwart van de scholen voor voortgezet onderwijs in de hoofdstad vrijwel uitsluitend leerlingen met hoogopgeleide ouders. Daar staat tegenover dat op vier van de tien scholen meer dan 80 procent van de kinderen laagopgeleide ouders heeft.

Op acht scholen ligt de verhouding ongeveer fiftyfifty. Dat wordt gezien als een goede afspiegeling van de verhouding tussen hoog- en laagopgeleid in Amsterdam. In 2013 was die ideale mix er nog op elf scholen.

Op categorale vwo-scholen zitten vooral kinderen van hoogopgeleiden. Brede scholengemeenschappen hebben een grotere spreiding, meldt Het Parool.

‘Geloof, hoop en liefde bevorderen integratie’

Godsdienstige bronnen en idealen van confessionele scholen dragen bij aan maatschappelijke en religieuze integratie, stelt docent Toke Elshof van de Tilburgse faculteit Katholieke Theologie. Zij reageert op de opiniepagina van Trouw op historicus Carel Verhoef die vindt dat christelijke scholen niet meer van deze tijd zijn. Verhoef pleit voor gemengde scholen om de integratie te bevorderen.

De vrijheid van onderwijs zoals die nu nog steeds op 20e-eeuwse wijze wordt geïnterpreteerd, past volgens Verhoef niet meer bij de huidige ontzuilde samenleving.

Ontkerkelijkte samenleving

De historicus en oud-conrector van het protestants-christelijke Marnix College in Ede vraagt zich af of grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs nog is afgestemd op ‘onze ontzuilde, ontkerkelijkte, geseculariseerde en gesegmenteerde samenleving’. Wat dat laatste betreft, merkt Verhoef op dat het huidige onderwijsbestel de integratie van met name allochtone jongeren tegenwerkt.

Volgens Toke Elshof is dat aantoonbaar onjuist. Zij benadrukt dat in confessionele scholen ‘ouders uit verschillende sociale lagen maar met overeenkomende religieuze oriëntaties’ elkaar treffen. Bovendien zouden leerlingen met een allochtone achtergrond in confessionele scholen net zo welkom zijn als in openbare scholen. Daaruit trekt zij de conclusie dat confessionele scholen integratie bevorderen.

Geloof, hoop en liefde

Een ander punt dat Elshof noemt om haar stelling te ondersteunen, is dat een deel van de confessionele scholen voorstander is van maatschappelijke stages. Tevens beweert zij dat binnen veel confessionele scholen sprake is van ‘religieuze diversiteit’ en ‘interreligieuze dialoog’. Daarmee zouden deze scholen religieuze segregatie tegengaan.

Ten slotte merkt ze op dat ‘confessionele scholen hun vertrekpunt nemen in een bezieling die met hun godsdienstige wortels verband houdt’. Ze noemt daarbij de Bijbelse drieslag ‘geloof, hoop en liefde’ uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs.

School moet leren over open en vrije samenleving

Het is een kernopdracht van het onderwijs om de jonge generatie van nu te leren wat het betekent om te leven in een open en vrije samenleving. Dat stelt minister Jet Bussemaker van OCW in haar voorwoord in de publicatie 2 werelden, 2 werkelijkheden.

Deze publicatie is een verslag van Margalith Kleijwegt over de verscherpte maatschappelijke tegenstellingen in het vmbo en het middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Deze verscherping is onder andere het gevolg van de komst van vluchtelingen naar Europa en de terreur in Parijs.

‘Deze ontwikkelingen gaan niet onopgemerkt aan het onderwijs voorbij. YouTube, Instagram en nieuwssites zijn overal. Bovendien komen leerlingen met verschillende achtergronden elkaar op school minder gemakkelijk tegen. Dit wordt versterkt doordat leerlingen worden geselecteerd op niveau, waardoor zij in verschillende groepen zitten of op andere locaties. Scholen doen dit om begrijpelijke redenen, maar maatschappelijk gezien kan dit ongewenste effecten hebben’, aldus Bussemaker.

Eenvoudige oplossingen zijn er niet, maar dat betekent volgens haar niet ‘dat we ons er maar bij neer moeten leggen dat de werelden van jongeren zo ver uit elkaar liggen’. De ‘kloven’ die deze reportage laat zien, vragen volgens haar om ‘een stevige brug’. Dat moet een brug zijn, zo stelt Bussemaker, ‘die steunt op de pijlers van de democratische waarden die ons binden, zoals waardigheid, vrijheid en rechtvaardigheid’.

Ze ziet het als ‘een kernopdracht van het onderwijs dat jonge mensen op school – de minidemocratie bij uitstek – kunnen leren wat het betekent om te leven in een open en vrije samenleving’. Het gaat in onderwijs niet alleen over kennisoverdracht, benadrukt ze, maar ook om het ‘ontwikkelen van karakter en persoonlijkheid (…) om van binnenuit te begrijpen waar onze samenleving op is gebouwd en daar tegelijk kritische vragen over kunnen stellen’. In dit proces van volwassen worden hebben docenten volgens de minister een essentiële rol.

Download 2 werelden, 2 werkelijkheden