Zeperd van minister in zaak-Cornelius Haga Lyceum

Er was geen wettelijke grond voor het besluit om het bestuur van het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam te vervangen. Dat oordeelt de bestuursrechter in Amsterdam.

Onderwijsminister Arie Slob besloot vorig jaar dat de Stichting Islamitisch Onderwijs Nederland het bestuur van het Cornelius Haga Lyceum moest vervangen. Hij voerde daar twee redenen voor aan: de school zou te weinig doen op het gebied van burgerschap en sociale integratie én er zou sprake zijn van financieel wanbeheer.

Vrijheid van onderwijs

De bestuursrechter vindt dat de minister te ver is gegaan. Hij wijst erop dat scholen een grote vrijheid hebben bij het invullen van hun burgerschapsopdracht. De rechtbank gaat ook niet mee in de stelling dat de school openlijk afstand moet nemen van personen met een omstreden (salafistisch) gedachtegoed. ‘De keuzes die SIO hierin maakt, vallen binnen de vrijheid van onderwijs’, zo oordeelt de rechter.

Wat betreft het financiële beleid van de school is er naar het oordeel van de rechtbank wel reden tot kritiek: ‘Bij vier uitgaven is inderdaad vast komen te staan dat er sprake was van zelfverrijking en onrechtmatig handelen.’ Maar er kan volgens de rechter niet worden gesteld dat er sprake zou zijn van algeheel financieel wanbeleid.

Lees de uitspraak

Minister Slob gaat in hoger beroep, zo heeft hij laten weten in onder meer een brief aan de ouders van de leerlingen van het Cornelius Haga Lyceum.

Hoogleraren vegen de vloer aan met inspectie

Vier hoogleraren onderwijsrecht stellen in NRC dat de Inspectie van het Onderwijs in haar onderzoek naar het islamitische Cornelius Haga Lyceum te ver is gegaan. 

NRC stelt dat uit eigen onderzoek blijkt dat de inspectie buiten haar bevoegdheden trad en leed aan tunnelvisie in haar onderzoek naar het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Het zou voor de inspectie al vast hebben gestaan dat bestuurder Söner Atasoy weg moest.

De krant meldt dat de inspectie tegen twee Haga-bestuursleden zei dat zij zich moesten afvragen of Atasoy wel ‘degene op de juiste plek’ is. ‘Er werd gesuggereerd dat als het bestuur niet tegen hem in zou grijpen, de school zou moeten sluiten’, aldus NRC.

Volgens Pieter Huisman, hoogleraar onderwijsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, dreigde de inspectie met een aanwijzing, terwijl dit slechts de bevoegdheid van de minister is. ‘Dit zware middel wordt hier ingezet (…) tegen een directeur die ongewenst gedrag vertoont. Dat is uiteraard niet de bedoeling’, aldus Huisman.

Onaanvaardbaar

Emeritus hoogleraar onderwijsrecht Paul Zoontjens van de Tilburg University noemt in NRC het handelen van de inspectie ‘onaanvaardbaar’. Zoontjens: ‘In mijn ogen kan nu niet langer worden volgehouden dat de inspectie onafhankelijk en onpartijdig is geweest.’

Ook de hoogleraren Miek Laemers en Renée van Schoonhoven van de Vrije Universiteit in Amsterdam vinden dat de inspectie verkeerd heeft gehandeld. ‘Nu betreft het een islamitische school, straks een andere. Er worden grenzen overschreden en dat is zorgelijk’, zegt Van Schoonhoven.

De inspectie zegt in een reactie in NRC achter het Haga-onderzoek te staan. ‘We hebben van niemand opdracht gekregen om ons onderzoek op een bepaalde manier in te richten of tot een bepaalde uitkomst te komen.’

Lees meer…

Islamitisch basisonderwijs groeit

Het aantal leerlingen op islamitische basisscholen is in de periode 2008-2018 toegenomen van ruim 9300 naar ruim 15.000 leerlingen. Dat meldt de Volkskrant op basis van cijfers van DUO.

De krant sprak onder anderen met religiewetenschapper en onderwijskundige Cok Bakker van de Universiteit Utrecht. Hij zegt dat de groei het gevolg is van een kwaliteitsslag. ‘De beeldvorming van het islamitisch basisonderwijs is verbeterd, zowel bij ouders als naar de Onderwijsinspectie toe’, aldus Bakker.

In de krant komt ook voorzitter Gökhan Çoban van de islamitische profielorganisatie ISBO aan het woord. De geloofsidentiteit draagt volgens hem in positieve zin bij aan de onderwijskwaliteit. Çoban: ‘Kinderen voelen zich op onze scholen thuis, waardoor ze optimaal presteren.’

Bakker plaatst daar een kanttekening bij: ‘Het staat natuurlijk buiten kijf dat kinderen beter leren in een omgeving die vertrouwd is en veilig aanvoelt. Maar voor diversiteit valt ook iets te zeggen. Daar kun je immers ook van leren. We leven nu eenmaal in een pluriforme samenleving, je moet met verschillen kunnen omgaan.’

Ruim 1 procent

Nederland telt 54 islamitische basisscholen en twee islamitische scholen voor voortgezet onderwijs. Ongeveer één op de acht moslimkinderen gaat naar een islamitische basisschool. Dat komt neer op iets meer dan 1 procent van alle basisschoolleerlingen.

Lees meer…

 

AIVD trok terecht aan de bel over Cornelius Haga

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft terecht gewaarschuwd voor antidemocratische tendenzen op het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Een deel van de verstrekte informatie was echter niet goed onderbouwd of onzorgvuldig verwoord. Dat concludeert de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD).

De informatie die volgens de CTIVD niet goed onderbouwd of onzorgvuldig verwoord was, betreft ‘zinnen en zinsdelen over de banden van bij de school betrokken personen met een terroristische groepering en over het salafistische karakter van (…) de school’. Dit heeft volgens de CTIVD invloed gehad op het beeld dat is ontstaan van de school en de daarbij betrokken personen.

Volgens de CTIVD had de AIVD niet vastgesteld dat op de school het salafistische gedachtegoed werd overgebracht aan de leerlingen. ‘Met helderheid hierover had de mate van urgentie van de berichtgeving door de ontvangende overheidsinstanties beter kunnen worden ingeschat’, zo meldt de CTIVD.

De AIVD berichtte ook over de financiële gang van zaken op het Cornelius Haga Lyceum die niet goed zou zijn. Daarover meldt de CIVTD dat die informatie terecht is doorgegeven aan het Openbaar Ministerie. De AIVD had die informatie echter niet mogen doorgeven aan andere overheidsinstanties.

Lees meer…

Hoge mate van segregatie in religieuze scholen

Scholen van zogenoemde kleine religieuze stromingen, algemeen bijzondere scholen en vrije scholen dragen veel bij aan segregatie in het onderwijs. Dat meldt de Onderwijsraad in aanloop naar een bijeenkomst over artikel 23 van de grondwet over de vrijheid van onderwijs.

Tot de kleine religieuze stromingen rekent de Onderwijsraad onder meer de islam, het hindoeïsme en het jodendom. Op scholen met deze religieuze achtergronden zitten hoofdzakelijk leerlingen met dezelfde godsdienstige achtergrond. Deze scholen dragen dus bij aan segregatie in het onderwijs.

Hetzelfde geldt voor algemeen bijzondere scholen. Daar is het echter niet de religieuze achtergrond, maar de sociaal-economische positie van de ouders die ervoor zorgt dat leerlingen van ‘ons soort mensen’ bij elkaar op school zitten. Datzelfde geldt volgens de Onderwijsraad voor vrije scholen op antroposofische grondslag.

De Onderwijsraad signaleert dat er wat segregatie betreft weinig verschil is tussen openbare scholen en protestants-christelijke of rooms-katholieke scholen.

Lees meer…

Medio 2020 brengt de Onderwijsraad een verkenning uit naar de grondwettelijke vrijheid van onderwijs. Om te horen wat mensen van artikel 23 van de Grondwet vinden, is er op 9 december in het Koningin Wilhelmina College in Culemborg een bijeenkomst over de vraag hoe dit artikel zich verhoudt tot onder andere de toegankelijkheid en de kwaliteit van het onderwijs.

Meer informatie over deze bijeenkomst

Vlaamse openbare school weert foto hoofddoek

De openbare Da Vinci Campus in de Belgische plaats Ronse heeft een foto van een islamitische leerlinge niet op zijn Facebook-pagina geplaatst, omdat zij op die foto te zien is met een hoofddoek om.

De foto was gemaakt op de Youca Action Day, een jaarlijkse dag waarop Belgische scholieren en studenten bij een bedrijf gaan werken om geld voor goede doelen te verdienen. De islamitische leerlinge droeg op die dag een hoofddoek.

Maar omdat de openbare school in Ronse een verbod hanteert op zichtbare levensbeschouwelijke uitingen, werd de bewuste foto geweerd van de Facebook-pagina. Foto’s van andere leerlingen zonder hoofddoek werden wel geplaatst.

De schoolleiding redeneert dat het vrijwilligerswerk een activiteit van de school was en dat de leerlinge daarom geen hoofddoek had mogen dragen: ‘Als school vinden wij diversiteit en een mix van sociale en culturele verschillen een verrijking, maar deze beslissing kadert binnen onze taak om neutraal onderwijs aan te bieden.’

Richtlijn GO!

De school in Ronse zegt zich te baseren op een richtlijn van GO!, de koepel van openbaar onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Die richtlijn tegen zichtbare levensbeschouwelijke uitingen staat onder druk, omdat die zou botsen met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.

In augustus jongstleden bepaalde een Vlaamse rechter nog dat een islamitische leerlinge van het openbare GO!-atheneum De Ring in Leuven in de klas een hoofddoek mocht blijven dragen.

AIVD wilde geen discussie over vrijheid van onderwijs

De waarschuwing van de geheime dienst AIVD voor het omstreden Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam was niet bedoeld om een discussie los te maken over de vrijheid van onderwijs, zegt AIVD-directeur Dick Schoof in de Volkskrant.

In januari verstuurde de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) een ambtsbericht, waarin het Cornelius Haga Lyceum werd geassocieerd met salafisme en terrorisme. In maart kwam de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) met een samenvatting van dat bericht. Daarin stond dat er sprake was van ‘richtinggevende personen’ die zich zouden omringen met ‘salafistische aanjagers’. Ook zou er sprake zijn van antidemocratische standpunten.

De informatie die via de AIVD en NCTV naar buiten kwam, was voor burgemeester Femke Halsema (GroenLinks) en onderwijswethouder Marjolein Moorman (PvdA) van Amsterdam aanleiding om niet meer met het bestuur van de school te willen samenwerken. Moorman riep ouders op om het bestuur aan de kant te zetten, maar aan die oproep werd geen gehoor gegeven.

De opstelling van de gemeente Amsterdam was voor directeur-bestuurder Söner Atasoy reden om Halsema uit te maken voor ‘domme gans’. Volgens hem is zijn school ten onrechte in verband gebracht met extremistisch gedachtegoed en terrorisme.

Artikel 23 vrijheid van onderwijs

De waarschuwing tegen het Cornelius Haga Lyceum leidde tot een discussie over de houdbaarheid van artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Zo schreef historicus Gert Jan Geling in Trouw een opiniestuk, waarin hij stelde dat de situatie op het Cornelius Haga Lyceum aantoont dat artikel 23 onderwijs mogelijk maakt dat we in Nederland niet willen.

‘Zolang we een grondwetsartikel hebben dat dit soort scholen de vrijheid geeft om zich te vestigen, blijft het proberen dit tegen te gaan onbegonnen werk. We kunnen dan wel zeggen ‘dit willen we niet’, maar dankzij de Grondwet mag het uiteindelijk gewoon wel, en moeten gemeenten, en de Rijksoverheid, zich in de gekste bochten wringen om de oprichting en verspreiding van dergelijke salafistische scholen te voorkomen’, aldus Geling.

Tweede Kamerlid Jasper van Dijk van de SP zei naar aanleiding van de situatie in Amsterdam dat artikel 23 het vrijwel onmogelijk maakt om islamitische, christelijke en joodse scholen aan te pakken. Hij wees erop dat schoolbestuurders niet kunnen worden ontslagen als er sprake is van antidemocratisch onderwijs of wanneer integratie wordt tegengewerkt. Hij wil de wet op dat punt aanscherpen.

Ook historicus Carel Verhoef, auteur van het boek Inperking vrijheid van onderwijs, mengde zich via Trouw in de discussie. Volgens hem moet artikel 23 zodanig worden ingeperkt ‘dat het niet langer mogelijk is om scholen op te richten en te onderhouden op grond van een godsdienstige overtuiging’. Het openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs op godsdienstige grondslag zouden wat hem betreft moeten worden samengevoegd tot ‘de gemengde school voor alle gezindten’.

‘Het gaat ons niet om vrijheid van onderwijs’

AIVD-baas Dick Schoof zegt nu in de Volkskrant dat het niet de bedoeling was om met het uitsturen van het ambtsbericht over het Cornelius Haga Lyceum een discussie los te maken over de houdbaarheid van artikel 23. ‘Door de publiciteit ontstond het beeld dat wij het debat hebben aangejaagd (…). Dat klopt niet. Het gaat ons (…) niet om de vrijheid van onderwijs.’

Het gaat de AIVD er wel om, zo zegt Schoof tegen de krant, ‘dat jonge kinderen niet onder invloed komen van zulk gedachtegoed’. Hij doelt daarmee op het salafisme. Ook zegt hij het belangrijk te vinden dat dit ‘probleem’ nu ruimschoots maatschappelijk en politiek is geagendeerd.

Lees meer…

Wat staat er in inspectierapport Cornelius Haga?

Het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam wil volgens de Inspectie van het Onderwijs leerlingen niet afzijdig houden van de samenleving. Ook zou de omstreden school niet aanzetten tot onverdraagzaamheid of integratie willen belemmeren. Wel zou de school een ‘onrechtmatig financieel beleid’ hebben gevoerd. De Volkskrant meldt dat dit in een inspectierapport staat.

In het inspectierapport staat volgens de krant ook dat de school onvoldoende afstand neemt van personen met een omstreden reputatie. De school heeft contact gehad met de shariageleerde Haitham al-Haddad, aan wie haatzaaiende uitspraken over Joden worden toegeschreven. Ook is er contact geweest met internetprediker Fouad el Bouch. Van hem wordt gezegd dat hij sympathiseert met Syriëgangers. Deze omstreden mannen zouden geen contact hebben gehad met leerlingen van de school.

Haatzaaien

De inspectie meldt volgens de krant ook dat dagelijks bestuurder Söner Atasoy met zijn ‘provocatieve gedrag’ de samenwerking met andere instanties belemmert. Hij noemde na berichtgeving over extremistische islamitische invloeden binnen zijn school burgemeester Femke Halsema van Amsterdam een ‘domme gans’. Bij de geheime dienst AIVD zouden volgens Atasöy alleen maar ‘randdebielen’ werken.

Zelfverrijking

In het inspectierapport zou ook staan dat de school zich schuldig heeft gemaakt aan ‘onrechtmatig financieel beleid’. Atasöy zou zichzelf hebben verrijkt. Ook zou er onderwijsgeld zijn besteed aan zaken die daarvan niet mochten worden betaald.

Het rapport is nog niet gepubliceerd en de school wil dat graag zo houden, zo blijkt uit het feit dat het Cornelius Haga Lyceum daartoe een kort geding heeft aangespannen.

Lees meer…

Training om radicalisering te herkennen niet verplicht

Het ministerie van OCW blijft scholen wijzen op de mogelijkheid trainingen te volgen om radicalisering onder leerlingen beter te herkennen. Deze trainingen worden echter niet verplicht, meldt onderwijsminister Arie Slob.

‘Een specifieke training kan uiteraard helpen om het radicaliseringsproces tijdig te onderkennen en hier adequaat op te reageren’, aldus Slob in reactie op Kamervragen van de VVD. De Kamerleden Bente Becker en Rudmer Heerema hadden aan de bel getrokken bij de minister, nadat onder andere de NOS had gemeld dat maar heel weinig leraren een dergelijke training hebben gevolgd.

De minister vindt dat het aantal leraren dat een training heeft gevolgd om radicalisering beter te herkennen te wensen overlaat, maar hij is niet van plan om deze trainingen te verplichten. ‘Wel zullen we waar mogelijk scholen attenderen op de mogelijkheid’, aldus Slob.

Lees meer…

Slob: ‘Respectvol omgaan met andersdenkenden’

Bij het onderwijs ligt een belangrijke taak om leerlingen de waarden van onze democratische rechtsstaat bij te brengen. Daar hoort volgens onderwijsminister Arie Slob respectvol omgaan met andersdenkenden bij. Dat meldt hij in antwoord op Kamervragen van de PVV.

De vragen volgden op een artikel in de Telegraaf over een joodse docente van het interconfessionele Sweelinck College in Amsterdam. De krant meldde dat een groep islamitische collega’s haar weg wilde hebben vanwege kritische uitingen over de islam.

Slob antwoordt dat hij op basis van een krantenartikel niet op deze specifieke kwestie kan ingaan. Wel wil de minister in het algemeen zeggen dat de onderlinge verhouding tussen medewerkers primair de verantwoordelijkheid is van de schoolleiding.

Tevens stelt hij in zijn antwoorden dat er een belangrijke taak ligt bij leraren en scholen om hun leerlingen de waarden van onze democratische rechtsstaat bij te brengen. ‘Daar hoort ook het respectvol omgaan met andersdenkenden bij’, aldus Slob.

Lees meer…

Oostenrijk stemt tegen hoofddoekjes in scholen

Het Oostenrijkse parlement heeft ingestemd met een verbod op hoofddoekjes in basisscholen.

Het wetsvoorstel tegen hoofddoekjes in basisscholen kreeg met steun van de rechts-conservatieve regeringsfracties van ÖVP en FPÖ een meerderheid in het Oostenrijkse parlement. De aangenomen wet verbiedt het dragen van ‘ideologische of religieuze kleding die het hoofdhaar geheel of grotendeels bedekt’.

Joodse keppeltjes vallen er niet onder, omdat die het hoofdhaar niet geheel of grotendeels bedekken. Ook petten en mutsen tegen de regen of de sneeuw worden niet verboden, omdat die geen ideologische of religieuze functie hebben.

‘Hoofdoekjes belemmeren integratie’

ÖVP-afgevaardigde Rudolf Taschner beschouwt islamitische hoofddoekjes als een symbool van de onderdrukking van meisjes. Hij weerspreekt de kritiek als zou het verbod zijn ingegeven uit populisme. ‘Opkomen voor de verlichting is helemaal niet populistisch’, zo citeert Der Standard hem.

Deze Oostenrijkse krant citeert ook onderwijswoordvoerder Wendelin Mölzer van de FPÖ. ‘Het gaat erom een signaal af te geven tegen de politieke islam. Het hoofddoekje wordt verboden om meisjes in staat te stellen te integreren.’

Verwacht wordt dat er bezwaren tegen het hoofddoekjesverbod zullen worden ingediend bij het Oostenrijkse Constitutionele Hof. Mogelijk botst het hoofddoekjesverbod met de Oostenrijkse Grondwet.

AIVD slaat alarm over naschoolse islamlessen

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) waarschuwt voor toenemende invloed van de radicale islam op het onderwijs.

In het jaarverslag van de AIVD staat dat ‘radicaalislamitische aanjagers zich sterk weten te positioneren binnen het aanbod van het onderwijs voor jonge moslims’. De geheime dienst noemt hierbij naschoolse lessen in Arabisch en de islam.

‘Ook voor leerlingen met een gematigde achtergrond zijn dergelijke onderwijsprogramma’s aantrekkelijk. Dit komt mede doordat voor hen vaak weinig of geen goede alternatieven voor naschools islamitisch onderwijs beschikbaar zijn’, zo meldt de AIVD.

Naschoolse lessen in Arabisch en de islam kunnen volgens de AIVD kinderen en jongvolwassenen ‘vervreemden van de samenleving’ en ‘mogelijk belemmeren (…) in hun deelname aan de maatschappij’. Dit wordt veroorzaakt door ‘de onverdraagzame en antidemocratische denkbeelden van de initiatiefnemers’.

Dit kan volgens de AIVD ‘de sociale cohesie onder druk zetten en daarmee de democratische rechtsorde ondergraven’.

Lees meer…

‘Artikel 23 maakt onderwijs mogelijk dat we niet willen’

Het blijft dweilen met de kraan open zolang we artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs ongemoeid laten. Dat stelt historicus Gert Jan Geling in een opiniestuk in Trouw naar aanleiding van de situatie rond het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.

Het onderwijs aan het Cornelius Haga Lyceum zou niet goed zijn voor de democratie en gericht zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

Privileges confessioneel onderwijs

Volgens Geling zit de kern van het probleem in de huidige vorm van artikel 23. Hij wijst met name op lid 6 en lid 7, die het confessioneel onderwijs privileges verleent op grond waarvan scholen als het Haga Lyceum gesticht en in stand gehouden kunnen worden.

‘Zolang we een grondwetsartikel hebben dat dit soort scholen de vrijheid geeft om zich te vestigen, blijft het proberen dit tegen te gaan onbegonnen werk. We kunnen dan wel zeggen ‘dit willen we niet’, maar dankzij de Grondwet mag het uiteindelijk gewoon wel, en moeten gemeenten, en de Rijksoverheid, zich in de gekste bochten wringen om de oprichting en verspreiding van dergelijke salafistische scholen te voorkomen.’

Lees meer…

SP wijt situatie Cornelius Haga Lyceum aan artikel 23

De regering moet slechte scholen kunnen sluiten en foute bestuurders kunnen ontslaan. Dat zegt SP-Tweede Kamerlid Jasper van Dijk naar aanleiding van de situatie rond het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Hij hekelt in dit kader artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

Het onderwijs aan het Cornelius Haga Lyceum zou niet goed zijn voor de democratie en gericht zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

Artikel 23

Van Dijk hekelt in dit kader artikel 23, omdat dit grondwetsartikel volgens hem het aanpakken van islamitische, christelijke en joodse scholen vrijwel onmogelijk maakt.

Hij wijst erop dat schoolbestuurders niet kunnen worden ontslagen als er sprake is van antidemocratisch onderwijs of wanneer integratie wordt tegengewerkt. Van Dijk wil de wet op dat punt aanscherpen.

Moderniseren

Hij voegt daaraan toe dat artikel 23 moet worden gemoderniseerd. ‘Wij willen dat scholen algemeen toegankelijk worden en niet langer een deurbeleid kunnen voeren op grond van religie’, aldus de SP’er.

Lees meer…

Klassenfoto tijdens Offerfeest geen discriminatie

De openbare Maria Montessorischool in Den Haag heeft niet schuldig gemaakt aan discriminatie bij het nemen van klassenfoto’s tijdens het islamitische Offerfeest. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag in hoger beroep beslist.

In 2015 kwam de schoolfotograaf langs op de eerste dag van het Offerfeest. Twee leerlingen uit een islamitisch gezin hadden toen vrij. Zij stonden daardoor niet op de klassenfoto. De ouders vonden dat de school hun kinderen had gediscrimineerd. Ze eisten excuses van de school en daarbovenop een schadevergoeding van 10.000 euro.

De rechter bepaalde dat de school niet goed had gehandeld. De ouders kregen een schadevergoeding toegewezen van 500 euro. Stichting De Haagse Scholen, waaronder de bewuste openbare basisschool valt, ging tegen deze beslissing in beroep.

Voldoende alternatieven, geen discriminatie

Het gerechtshof stelt de school nu in het gelijk. Het hof houdt er rekening mee dat de school de bedoeling had om de komst van de schoolfotograaf niet te laten samenvallen met het Offerfeest. Dat bleek echter een dag later te beginnen dan de school dacht.

Bovendien bood de school alternatieven aan. Zo is de schoolfotograaf die dag vroeger begonnen. Van die mogelijkheid hebben meerdere islamitische ouders gebruikgemaakt.

Daarnaast zijn door de adjunct-directeur later opnieuw klassenfoto’s gemaakt. Op die foto’s, die gratis ter beschikking zijn gesteld, staan wel alle leerlingen. De schoolfotograaf heeft ook nog individuele foto’s van de twee leerlingen gemaakt.

Het gerechtshof oordeelt dat de school voldoende compenserende maatregelen heeft genomen. Er kan niet worden gesteld dat de school schuldig is aan discriminatie.

Lees de uitspraak

Reactie De Haagse Scholen

De Haagse Scholen laat op Facebook weten blij te zijn met deze uitspraak. ‘Het is een bevestiging dat het handelen van de school in eerste instantie onjuist is beoordeeld.’ Het schoolbestuur noemt het spijtig dat het nodig was een gerechtelijke procedure te doorlopen.

Voor zover bekend is er geen reactie beschikbaar van de islamitische ouders.

Nog onduidelijk wanneer boerkaverbod ingaat

Het lijkt onwaarschijnlijk dat het boerkaverbod in onder andere het onderwijs in januari ingaat. D66-minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken wil eerst nog met alle betrokken partijen overleggen over de handhaving van dit verbod. Daardoor kan het nog wel vele maanden gaan duren voordat het boerkaverbod van kracht wordt, meldt het AD.

Afgelopen juni stemde na de Tweede Kamer ook de Eerste Kamer in met het boerkaverbod in onder andere het onderwijs. Het idee voor dit verbod stond al in het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door toenmalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals bivakmutsen en de integraalhelmen. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka en andere gezichtsbedekkende kleding het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt eronder. Het verbod zal geen betrekking hebben op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Het boerkaverbod zou niet alleen in het onderwijs moeten gaan gelden, maar ook in de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. Het plan was om het in januari te laten ingaan, maar dat lijkt niet haalbaar. Minister Ollongren zegt tegen het AD dat er nog met alle betrokken partijen moet worden overlegd over de manier waarop het gehandhaafd kan worden. Daardoor kan het nog vele maanden gaan duren.

Lees meer…

Geen paasontbijt, wel Suikerfeest

‘Basisscholen bepalen zelf welke feesten, vieringen of herdenkingen op school plaatsvinden’. Dat zegt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen na een bericht over de openbare Theo Thijssenschool in Amsterdam, die dit schooljaar het paasontbijt overslaat en aandacht besteedt aan het islamitische Suikerfeest. Dit werd in oktober gemeld in deze nieuwsbrief van de school.

De Kamervragen waren van de VVD-Kamerleden Rudmer Heerema en Bente Becker. Zij wilden onder meer van de minister weten of ook hij vindt dat ‘Nederlandse tradities’ op scholen niet mogen plaatsmaken voor ‘tradities uit andere religies en culturen, zoals het Suikerfeest’.

Slob antwoordt daarop dat scholen zelf bepalen hoe ze leerlingen kennis laten maken met ‘geestelijke stromingen die in Nederland een belangrijke rol spelen’. Hij voegt eraan toe dat scholen zich moeten richten ‘op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, op het leren over de pluriforme samenleving en op kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten’.

Het is volgens de minister aan de school om hier in overleg met de ouders en de leerkrachten een passende invulling aan te geven.

Aandacht voor verschillende stromingen

De school legt uit dat het paasontbijt dit jaar wordt overgeslagen, omdat het moeilijk te combineren is met de meivakantie en ‘lopende thema’s’. Tevens benadrukt de school ook aandacht te besteden aan het pesachfeest binnen het jodendom, het lichtjesfeest (Divali) binnen het hindoeïsme en aan het christelijke kerstfeest (met het kerstdiner). De school besteedt bovendien aandacht aan het humanisme.

Lees meer…

Wet in stelling brengen tegen diversiteit? Niet doen!

Een wet die vastlegt dat ouders hun kinderen kunnen thuishouden als met de klas een bezoek wordt gebracht aan een gebedshuis? Dat moeten we niet willen, want dat botst met de actief-pluriforme opdracht van de openbare scholen!

Het bevindelijk gereformeerde Tweede Kamerlid Roelof Bisschop van de SGP wil dat ouders wettelijk het recht krijgen om hun kinderen thuis te houden als er een excursie wordt georganiseerd naar bijvoorbeeld een moskee. Het gaat hem te ver dat kinderen daar kunnen ervaren hoe het is om als moslim te bidden.

Zijn wens krijgt kritiek uit eigen christelijke kring. Interimbestuurder Cor Clarijs van de christelijke profielorganisatie Verus vindt schoolexcursies naar niet-christelijke gebedshuizen prima. De gedachte dat kinderen in de moskee worden geïndoctrineerd of onderworpen aan de islam, is volgens hem nergens op gestoeld. We moeten ons verstand gebruiken, benadrukt hij, en ons niet laten regeren door onderbuikgevoelens.

Openbaar onderwijs

Daar ben ik het helemaal mee eens, met name ook vanuit de kernwaarden van het openbaar onderwijs. De openbare scholen weerspiegelen de diverse samenleving in al haar facetten en bereiden kinderen voor om daar op een positieve en opbouwende manier deel van uit te maken. Daar horen gelijkwaardigheid en wederzijds respect bij.

Er zijn verschillen – gelukkig maar! – en daar besteden openbare scholen aandacht aan. Soms schuurt het, maar dat biedt de kans om ook met ouders het gesprek aan te gaan, juist in het openbaar onderwijs. Als iedereen maar klakkeloos ja en amen zegt, wordt het een grijze wereld waarin we geen kleur meer kunnen bekennen.

Dus voorschrijven in een wet dat leerlingen niet hoeven deel te nemen aan dergelijke excursies? Nee, dat past niet bij de actief-pluriforme opdracht van het openbaar onderwijs. Het gesprek aangaan en kritisch kijken naar het waarom van bepaalde schoolactiviteiten? Ja graag!

Marleen Lammers, beleidsmedewerker VOS/ABB

‘Kinderen thuishouden bij moskeebezoek gaat te ver’

Het gaat te ver om kinderen thuis te houden als ze bij een moskeebezoek gaan bidden als moslim. Dat vindt interim-bestuurder Cor Clarijs van de christelijke profielorganisatie Verus.

De rooms-katholieke Clarijs reageert in de Telegraaf op een voorstel van de SGP om ouders het recht te geven hun kinderen thuis te houden als de klas op bezoek gaat bij een moskee en de kinderen daar leren hoe het is om als moslim te bidden. Dat laatste vindt het bevindelijk gereformeerde SGP-Kamerlid Roelof Bisschop niet kunnen.

‘Als de ouders er moeite mee hebben, kan dat prima worden besproken en naar een alternatief worden gezocht; bijvoorbeeld in de vorm van een vervangende opdracht’, aldus Clarijs. Volgens hem worden tijdens schoolexcursies naar niet-christelijke gebedshuizen leerlingen nooit verplicht mee te doen aan rituelen, zoals islamitisch bidden. ‘De suggestie dat kinderen worden geïndoctrineerd of onderworpen aan de islam, is nergens op gestoeld’, benadrukt de voorzitter van Verus.

Hij voegt daaraan toe dat we ons verstand moeten gebruiken. ‘Handel niet staccato op je onderbuikgevoelens en respecteer elkaar.’

Lees ook dit bericht op de website van Verus.

Slob: ‘Islamitische basisschool geen bedreiging’

‘In de praktijk zijn er talloze voorbeelden van openbare en bijzondere scholen die zonder problemen een schoolgebouw delen’, antwoordt onderwijsminister Arie Slob op vragen van de PVV over een openbare en een islamitische basisschool in Utrecht die sinds kort in één gebouw zitten.

Tweede Kamerlid Harm Beertema van de PVV van Geert Wilders had vragen gesteld aan Slob over het inhuizen van de Utrechtse islamitische basisschool Al Arqam in het gebouw dat voorheen alleen door openbare basisschool De Klimroos werd gebruikt.

Volgens Beertema zal dit ertoe leiden dat ‘het Nederlandse karakter en het Nederlandse pedagogische klimaat van openheid, vrijheid en respect voor vrouwen, seksueel anders geaarden en ongelovigen ernstig in gevaar komt’. Slob weerspreekt dat. Hij benadrukt dat ‘het uitdragen van de fundamentele waarden van onze democratische rechtsstaat’ een taak is van alle scholen. ‘Dat geldt ook voor het bevorderen van onderlinge verbinding in de samenleving’, aldus de minister.

Hij voegt daaraan toe dat er ‘in de praktijk talloze voorbeelden (zijn) van openbare en bijzondere scholen (van verschillende richtingen) die zonder problemen een schoolgebouw delen’.

Het bestuur van obs De Klimroos tekende bezwaar aan tegen de komst van Al Arqam, maar de rechter bepaalde in juli dat de openbare basisschool ruimte moest maken voor de komst van de islamitische basisschool. Daar legde het bestuur van de openbare basisschool zich bij neer.

Lees meer…

Eerste Kamer stemt in met boerkaverbod

Na de Tweede Kamer heeft nu ook de Eerste Kamer ingestemd met het boerkaverbod in onder andere het onderwijs.

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod kwam voort uit het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals de bivakmuts en de integraalhelm. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka die het gezicht bedekt, het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt onder het verbod. Het heeft geen betrekking op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Het boerkaverbod gaat niet alleen in het onderwijs gelden, maar ook in de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. Het gaat waarschijnlijk pas over zes maanden in. In de tussentijd kunnen onder andere scholen zich erop voorbereiden.

Stemming boerkaverbod uitgesteld

De stemming in de Eerste Kamer over het boerkaverbod in onder andere het onderwijs is met een week uitgesteld tot dinsdag 26 juni.

Het uitstel kwam er op verzoek van de SP die met een motie komt. Dit zal waarschijnlijk niet van invloed zijn op de verwachte meerderheid voor het boerkaverbod.

Veiligheidsgevoel

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod kwam voort uit het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals de bivakmuts en de integraalhelm. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka die het gezicht bedekt, het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt onder het voorgestelde verbod. Het wetsvoorstel heeft geen betrekking op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Onderwijs, openbaar vervoer, overheidsgebouwen

Het wetsvoorstel is in november 2016 goedgekeurd door de Tweede Kamer. Als de Eerste Kamer er ook mee instemt, gaat het boerkaverbod gelden in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen.

Meerderheid Eerste Kamer voor boerkaverbod

In de Eerste Kamer tekent zich een meerderheid af voor een gedeeltelijk boerkaverbod, dat onder andere van kracht wordt in het onderwijs. Dat bleek dinsdag tijdens een debat over het wetsvoorstel dat dit verbod moet regelen.

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod kwam voort uit het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals de bivakmuts en de integraalhelm. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka die het gezicht bedekt, het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt onder het voorgestelde verbod. Het wetsvoorstel heeft geen betrekking op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Het wetsvoorstel is in november 2016 goedgekeurd door de Tweede Kamer. Als de Eerste Kamer er ook mee instemt, gaat het boerkaverbod gelden in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. De Senaat stemt erover op dinsdag 19 juni.

‘Godsdienstleraar kan moslimleerling beter overtuigen’

Een juf op een openbare basisschool kan een islamitische leerling minder goed overtuigen dan een godsdienstleraar op een islamitische school, stelt Marietje Beemsterboer in NRC. Zij deed als promovenda aan de Universiteit Leiden onderzoek naar de religieuze identiteit van islamitische basisscholen in de maatschappelijke context waarin deze scholen zich bevinden.

Beemsterboer interviewde voor haar onderzoek directeuren, leraren en godsdienstleerkrachten van negentien islamitische basisscholen. Haar conclusie is dat islamitisch onderwijs de integratie van moslims kan bevorderen.

‘Door de geborgen omgeving kunnen moeilijke onderwerpen worden besproken. Als een boodschap met veel tact en respect voor de islamitische achtergrond wordt gebracht, is de kans groter dat een leerling zich ervoor openstelt. Hij of zij komt dan niet in een loyaliteitsconflict met de thuissituatie’, zo citeert NRC haar.

Homoseksualiteit

Als voorbeeld noemt ze homoseksualiteit. ‘Op een openbare basisschool zal de juf vertellen dat je verliefd kunt zijn op zowel mannen als vrouwen. Kinderen uit een islamitisch gezin denken dan: ‘Mijn juf weet dat misschien niet, maar die boodschap geldt niet voor mij.’

Op een islamitische basisschool wordt het onderwerp niet behandeld door de juf, maar door een godsdienstleerkracht. ‘Die wordt door leerlingen en ouders vertrouwd. Als díe vertelt dat homoseksualiteit in Nederland geaccepteerd is, en dat je niets te maken hebt met het privéleven van een ander, dan is de kans groter dat de boodschap aankomt’, aldus Beemsterboer.

Lees meer…

Slob: Logisch dat scholen rekening houden met ramadan

Hoe en wanneer onderdelen van het onderwijsprogramma worden aangeboden is aan de scholen. Het spreekt voor zich dat zij daarbij rekening houden met de achtergrond van hun leerlingen. Daarmee reageert onderwijsminister Arie Slob op vragen van de PVV over het openbare Rijswijks Lyceum, dat bij de planning van het onderwijs rekening houdt met de islamitische vastenmaand ramadan.

De vragen van de PVV volgden op een artikel in NRC. Daarin komt biologieleraar Rashid El Mouhamadi van het Rijswijks Lyceum aan het woord. Hij zegt dat bij de planning van de leerstof rekening wordt gehouden met de ramadan. ‘Bepaalde onderwerpen vermijden we, zoals voortplanting en seksualiteit. Dat wordt wel behandeld, maar op een ander moment in het jaar’, zo citeert de krant de biologieleraar.

Dat schoot bij Kamerleden van de anti-islamitische PVV van Geert Wilders in het verkeerde keelgat. Zij wilden van minister Slob weten hoe hij hierover denkt. Die antwoordt dat het onderwijs in overeenstemming moet zijn met de kerndoelen en eindtermen, maar dat het aan de scholen is om te bepalen hoe en wanneer zij de onderdelen van hun onderwijsprogramma aan bod laten komen. Het spreekt volgens Slob voor zich dat scholen daarbij rekening houden met de achtergrond van hun leerlingen.