Onderwijswet botst met maatschappelijk belang

De onderwijswetgeving in Nederland botst soms met het maatschappelijke belang van goed onderwijs. Dat blijkt uit antwoorden van demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van de PVV over de bekostiging van een omstreden islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam.

Dekker heeft zich lange tijd verzet tegen bekostiging van deze school, omdat die volgens hem niet zou voldoen aan de eisen op het gebied van actief burgerschap en sociale integratie. Hij zag voor het bestuur van de school problemen vanwege een publiekelijke steunbetuiging aan de islamitische terreurorganisatie IS.

De staatssecretaris trok het stichtingsbesluit voor de school in. Daarbij gebruikte hij het argument dat niet mocht worden aangenomen dat de voorspelde leerlingenaantallen zouden worden gehaald. De Raad van State oordeelde dat Dekker dit niet had mogen doen, omdat aan zijn besluit geen feiten of omstandigheden ten grondslag lagen. Later die maand oordeelde de raad dat Dekker de omstreden school moest bekostigen.

Democratie en rechtsorde

In antwoord op Kamervragen van de PVV zegt Dekker nu dat hij niet anders kon dan de school bekostigen, omdat hij ‘in onze democratie en rechtsorde’ de uitspraak van de Raad van State dient te respecteren. Tegelijkertijd meldt hij dat hiermee de zorgen over het bestuur van SIO niet zijn weggenomen.

‘De realiteit is dat de rechter heeft geoordeeld dat de onderwijswetgeving zich in dit geval niet verzet tegen de start van deze school. Ik wil er alles aan doen om te zorgen dat kinderen het onderwijs krijgen waar ze recht op hebben en dat ze leren wat het betekent om deel uit te maken van onze Nederlandse samenleving, ongeacht de grondslag van dat onderwijs’, aldus de staatssecretaris.

Het komt er volgens hem nu op aan dat ‘de school van SIO daadwerkelijk invulling geeft aan de kwaliteitseisen die voor alle vo-scholen gelden, waaronder die op het gebied van burgerschap’. Hij heeft de Inspectie van het Onderwijs gevraagd om erop toe te zien dat het bestuur voldoet aan deze wettelijke eisen.

Lees meer…

Stichtingsbesluit intrekken kan niet zomaar

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW had het stichtingsbesluit voor een omstreden islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam niet mogen intrekken. Dat meldt de Raad van State.

De voorzieningenrechter van de afdeling Bestuursrechtspraak oordeelt dat Dekker het stichtingsbesluit niet had mogen intrekken, omdat hij daaraan geen feiten of omstandigheden ten grondslag had gelegd op grond waarvan mocht worden aangenomen dat de voorspelde leerlingaantallen niet zouden worden gehaald.

De tik op de vingers van de staatssecretaris betekent nog niet dat de omstreden islamitische school in Amsterdam er nu kan komen. Dekker besloot namelijk onlangs om de stichting die de school wil oprichten, hier geen bekostiging voor te geven. Over het negatieve bekostigingsbesluit loopt nog een gerechtelijke procedure.

Actief burgerschap en sociale integratie

De staatssecretaris wil de school in Amsterdam van de Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO) niet bekostigen, omdat die volgens hem niet voldoet aan de eisen op het gebied van actief burgerschap en sociale integratie.

Lees meer…

Actief burgerschap vereiste voor bekostiging

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW handhaaft zijn besluit om de Stichting Islamitisch Onderwijs niet te bekostigen, omdat deze stichting volgens hem niet voldoet aan de voorwaarde om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Voor dit bestuur voorzie ik vooral voor deze opdracht grote problemen vanwege een publiekelijke steunbetuiging aan IS van een (oud-)bestuurder van SIO, het niet onmiddellijk en publiekelijk afstand nemen daarvan door de overige bestuurders en het weigeren van medewerking aan onderzoek daarnaar’, aldus Dekker.

De staatssecretaris besloot vorig jaar al dat SIO geen bekostiging kreeg, maar het bestuur ging tegen dit besluit in beroep, omdat de stichting al over huisvesting beschikt. Voor Dekker maakt dit niet uit. Hij blijft erbij dat deze stichting voor islamitisch onderwijs geen rijksbekostiging krijgt, omdat volgens hem niet wordt voldaan aan de voorwaarde om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen.

Gedeeld burgerschap

De weigering van Dekker om bekostiging beschikbaar te stellen, sluit aan bij wat rechtsgeleerde en CDA-politicus Ernst Hirsch Ballin onlangs zei op het congres van de PO-Raad in Nijkerk. Hij zei daar dat bijzonder onderwijs ‘niet al te bijzonder’ moet worden. Daarmee bedoelde hij dat we ervoor moeten oppassen dat er in het bijzonder onderwijs stromingen opkomen die onvoldoende oog hebben voor gedeeld burgerschap.

Lees meer…

Onderwijs dat boven denominaties uitstijgt

Als we met zijn allen boven het verkavelde veld van denominaties uitstijgen, kunnen we ervoor zorgen dat leerlingen met verschillende achtergronden met en van elkaar leren.

Het heeft geen zin om vast te houden aan het onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs, zoals rector Gijsbert van der Beek van het protestants-christelijke Altena College in Sleeuwijk doet. Hij reageert met een opiniestuk in Trouw op een artikel in diezelfde krant waarin onderwijssocioloog en voorzitter van de Partij voor de Rede Hans de Vries pleit voor openbaar onderwijs.

Discriminatie en uitsluiting

De Vries stelt dat het bijzonder ‘geloofsonderwijs’, zoals hij het noemt, bijdraagt aan discriminatie en uitsluiting en daarom moet worden afgeschaft. Alleen in het ‘religieus neutrale’ openbaar onderwijs kan volgens hem gelijkwaardigheid voor alle leerlingen ontstaan.

In zijn reactie stelt de christelijke rector Van der Beek dat bijzonder onderwijs helemaal niet tot discriminatie en uitsluiting leidt. Hij noemt het duale stelsel van gelijke bekostiging van openbaar en bijzonder onderwijs, op basis van het inmiddels 100 jaar oude grondwetsartikel 23, een ‘zegen’, mede omdat het destijds volgens hem is voortgekomen uit een democratiseringsproces.

Boven denominaties uitstijgen

De Vries en Van der Beek geven er beiden met hun ideeën blijk van dat ze vastzitten in het verkavelde denominatieve onderwijsveld. Het is voor een goede toekomst van het funderend onderwijs in Nederland van belang dat we na een eeuw artikel 23 eindelijk boven de denominaties uitstijgen. Wij hebben daar samen met de Vereniging Openbaar Onderwijs het toekomstconcept School! voor ontwikkeld.

Om leerlingen met verschillende achtergronden met en van elkaar te laten leren, kunnen we de stap maken naar onderwijs dat loskomt van het duale bestel. Er hoeven geen openbare, protestants-christelijke, rooms-katholieke of wat voor scholen dan ook meer te zijn, maar ‘scholen’ die op basis van wederzijds respect aandacht hebben voor verschillen tussen mensen. Zo kunnen we door middel van ontmoeting in het onderwijs bijdragen aan een in alle opzichten gezonde samenleving!

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

‘Scholen moeten discussie over Turkije mijden’

De Islamitische Schoolbesturen Organisatie (ISBO) heeft liever niet dat er in de klas over de mislukte staatsgreep in Turkije wordt gesproken. Kranten die onder de Holland Media Combinatie (HMC) vallen, zoals het Noordhollands Dagblad, citeren een woordvoerder van de koepelorganisatie die zegt dat de ISBO het schooljaar ‘fris’ wil beginnen.

Gevreesd wordt dat er op scholen tijdens het begin van het nieuwe schooljaar felle discussies kunnen losbarsten tussen voorstanders van de de Turkse president Recep Tayyip Erdogan en de Turkse geestelijk leider Fethullah Gülen. Die laatste wordt door Erdogan verantwoordelijk gehouden voor de couppoging. Gülen zelf ontkent elke betrokkenheid.

‘De politiek willen we niet in de school trekken’, zegt de ISBO-woordvoerder die door de HMC-kranten wordt geciteerd. ‘Ouders kunnen over de coup praten tijdens de koffieochtenden, maar in de klas doen we dat niet.’

Volgens hem werken er bij scholen die bij de ISBO zijn aangesloten geen uitgesproken Gülenaanhangers. ‘Misschien staat een leerkracht daar sympathiek tegenover, maar dat is bij ons niet bekend. Dat speelt bij de aanname en het functioneren geen enkele rol. We gaan echt niemand ontslaan. Ze moeten gewoon goed lesgeven.’

Situatie in Turkije ‘in alle openheid’ bespreken

ISBO schreef op 15 augustus in een persbericht, naar aanleiding van de mislukte staatsgreep in Turkije, dat ‘grote gebeurtenissen (…) in alle openheid met de leerlingen in de klas besproken en uitgesproken (worden), met respect voor elkaar en elkaars opvattingen’. Daarbij zouden leerkrachten van islamitische scholen geen partij kiezen, maar steeds wijzen ‘op de vele gezichtspunten’.

Ook schreef de ISBO ‘vooralsnog geen spanningen tussen Turks-Nederlandse ouders en leerlingen’ te signaleren. Inmiddels berichten verscheidene media over Turkse ouders die vanwege de spanningen en de sociale druk in de Turkse gemeenschap in Nederland hun kinderen van scholen halen die in verband worden gebracht met de beweging van Gülen.

Burgerschapstaak bepalend voor bekostiging

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW weigert definitief geld te geven voor een nieuwe islamitische school voor voortgezet onderwijs. Hij heeft er geen vertrouwen in dat de geplande school haar burgerschapstaak kan waarmaken, zoals vastgelegd in artikel 17 van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO).

Het besluit van Dekker houdt verband met een uitspraak van oud-bestuurder Khoulani van de Stichting Islamitisch Onderwijs Amsterdam en Omstreken (SIO). Die zou in 2014 op Facebook steun hebben betuigd aan de islamitische terreurorganisatie ISIS. Het ging om de uitspraak ‘leve ISIS en in shaa Allah op naar Baghdad om dat schorem aldaar aan te pakken’.

Andere bestuursleden zouden daar, volgens Dekker, in een veel te laat stadium afstand van hebben genomen. Daardoor heeft de staatssecretaris er geen vertrouwen in dat de op te richten islamitische school in Amsterdam wel haar wettelijke burgerschapstaak kan waarmaken.

Dekker heeft zijn besluit per brief kenbaar gemaakt aan SIO.

Ibn Ghaldoun failliet, personeel op straat

De rechtbank in Rotterdam heeft dinsdagochtend het faillissement van de omstreden islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun uitgesproken.

Het faillissement betekent het einde van de eerste islamitische school voor voortgezet onderwijs in Nederland. Ibn Ghaldoun begon in het jaar 2000 in Rotterdam. Sinds de sluiting in 2010 van het Islamitisch College Amsterdam was Ibn Ghaldoun ook weer de enige islamitische vo-school.

De geschiedenis van de school in Rotterdam-Zuid hangt van problemen aan elkaar. De school kreeg boetes, omdat overheidsgeld onrechtmatig was gebruikt, onder andere voor reizen naar Mekka. Bovendien stonden er ten onrechte imams op de loonlijst. Ook bleven de prestaties jarenlang beneden peil.

Examenfraude
Voor de zomervakantie kwam Ibn Ghaldoun negatief in het nieuws, toen bleek dat leerlingen massaal examenfraude hadden kunnen plegen. Een aantal leerlingen werd in verband met deze zaak gearresteerd. De Inspectie van het Onderwijs bepaalde dat alle eindexamenkandidaten van Ibn Ghaldoun opnieuw examen moesten doen.

Na een vernietigend rapport van de inspectie over Ibn Ghaldoun, besloot staatssecretaris Sander Dekker van OCW in september om de bekostiging van de school per 1 november stop te zetten. Dit luidde het faillissement van Ibn Ghaldoun in, dat dinsdagochtend door de rechtbank in Rotterdam is uitgesproken.

Leerlingen kunnen blijven
Het faillissement betekent niet dat de 630 leerlingen over andere scholen worden verdeeld. Zij blijven in het huidige gebouw, waar tijdelijk een nevenvestiging komt van het de christelijke scholengemeenschap Melanchthon. Deze school valt onder de verantwoordelijkheid van Christelijk Voortgezet Onderwijs in Rotterdam en omstreken (CVO). Ook de Stichting BOOR voor openbaar onderwijs in Rotterdam en de Stichting LMC VO zijn betrokken bij de bestuurlijke vormgeving van de tijdelijke school.

Staatssecretaris Dekker stelt voor de tijdelijke school 1500 euro extra per leerling beschikbaar, bovenop de reguliere bekostiging. Dit extra geld is bedoeld voor meer ondersteuning van de leerlingen en lesuren om onderwijsachterstanden weg te werken. De gemeente Rotterdam zorgt op termijn voor betere huisvesting. De tijdelijke situatie is alleen voor het huidige schooljaar. Het is de bedoeling dat er in augustus 2014 een nieuwe islamitische vo-school met een nieuw bestuur is.

Geen sociaal plan…
Het faillissement van Ibn Ghaldoun brengt met zich mee dat al het personeel is ontslagen. Omdat de school in de afgelopen jaren een miljoenenschuld heeft opgebouwd, is er geen geld voor een sociaal plan voor deze mensen. In de tijdelijke school op dezelfde locatie is in principe alleen plaats voor bevoegde docenten. Dit betekent voor veel leraren van Ibn Ghaldoun dat ze geen doorstart kunnen maken.

Openbaar onderwijs in tijdelijk bestuur Ibn Ghaldoun

Het tijdelijke bestuur van de Rotterdamse Ibn Ghaldoun-school voor islamitisch voortgezet onderwijs wordt gevormd door onder andere de Stichting BOOR voor openbaar onderwijs.

De Rotterdamse onderwijsstichting LMC voortgezet onderwijs en de Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs in Rotterdam en omgeving (CVO) zorgen er samen met BOOR voor dat het tijdelijke bestuur van de omstreden islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun wordt vormgegeven. De besturen zitten in FOKOR, de vereniging voor samenwerkende schoolbesturen voor primair en voortgezet onderwijs in Rotterdam.

De 630 leerlingen van Ibn Ghaldoun, waarvan het ministerie van OCW de bekostiging per 1 november stopzet, hoeven niet te worden verdeeld over verschillende scholen in Rotterdam. Voor de huidige school is faillissement aangevraagd. In het gebouw waar de school nu zit, komt een tijdelijke nevenvestiging van de christelijke scholengemeenschap Melanchthon. De leerlingen kunnen zich bij deze school inschrijven. Dat betekent  dat de verantwoordelijkheid voor het onderwijs bij CVO komt te liggen. De leerlingen blijven dus in hetzelfde gebouw. De komende weken wordt een nieuw docententeam samengesteld.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat de tijdelijke school extra bekostiging krijgt van 1500 euro per leerling per jaar bovenop de reguliere bekostiging. ‘Dit is bedoeld voor extra ondersteuning en lesuren om onderwijsachterstanden weg te werken’, aldus Dekker.

De tijdelijke situatie is alleen voor het huidige schooljaar. Het is de bedoeling dat er in augustus 2014 een nieuwe islamitische vo-school met een nieuw bestuur is.

De stopzetting van de bekostiging van Ibn Ghaldoun per 1 november volgt op een vernietigend rapport van de Inspectie van het Onderwijs. De school raakte in de zomer in opspraak toen bleek dat er met de eindexamens massaal fraude was gepleegd.