Slob: ‘Islamitische basisschool geen bedreiging’

‘In de praktijk zijn er talloze voorbeelden van openbare en bijzondere scholen die zonder problemen een schoolgebouw delen’, antwoordt onderwijsminister Arie Slob op vragen van de PVV over een openbare en een islamitische basisschool in Utrecht die sinds kort in één gebouw zitten.

Tweede Kamerlid Harm Beertema van de PVV van Geert Wilders had vragen gesteld aan Slob over het inhuizen van de Utrechtse islamitische basisschool Al Arqam in het gebouw dat voorheen alleen door openbare basisschool De Klimroos werd gebruikt.

Volgens Beertema zal dit ertoe leiden dat ‘het Nederlandse karakter en het Nederlandse pedagogische klimaat van openheid, vrijheid en respect voor vrouwen, seksueel anders geaarden en ongelovigen ernstig in gevaar komt’. Slob weerspreekt dat. Hij benadrukt dat ‘het uitdragen van de fundamentele waarden van onze democratische rechtsstaat’ een taak is van alle scholen. ‘Dat geldt ook voor het bevorderen van onderlinge verbinding in de samenleving’, aldus de minister.

Hij voegt daaraan toe dat er ‘in de praktijk talloze voorbeelden (zijn) van openbare en bijzondere scholen (van verschillende richtingen) die zonder problemen een schoolgebouw delen’.

Het bestuur van obs De Klimroos tekende bezwaar aan tegen de komst van Al Arqam, maar de rechter bepaalde in juli dat de openbare basisschool ruimte moest maken voor de komst van de islamitische basisschool. Daar legde het bestuur van de openbare basisschool zich bij neer.

Lees meer…

Eerste Kamer stemt in met boerkaverbod

Na de Tweede Kamer heeft nu ook de Eerste Kamer ingestemd met het boerkaverbod in onder andere het onderwijs.

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod kwam voort uit het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals de bivakmuts en de integraalhelm. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka die het gezicht bedekt, het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt onder het verbod. Het heeft geen betrekking op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Het boerkaverbod gaat niet alleen in het onderwijs gelden, maar ook in de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. Het gaat waarschijnlijk pas over zes maanden in. In de tussentijd kunnen onder andere scholen zich erop voorbereiden.

‘Godsdienstleraar kan moslimleerling beter overtuigen’

Een juf op een openbare basisschool kan een islamitische leerling minder goed overtuigen dan een godsdienstleraar op een islamitische school, stelt Marietje Beemsterboer in NRC. Zij deed als promovenda aan de Universiteit Leiden onderzoek naar de religieuze identiteit van islamitische basisscholen in de maatschappelijke context waarin deze scholen zich bevinden.

Beemsterboer interviewde voor haar onderzoek directeuren, leraren en godsdienstleerkrachten van negentien islamitische basisscholen. Haar conclusie is dat islamitisch onderwijs de integratie van moslims kan bevorderen.

‘Door de geborgen omgeving kunnen moeilijke onderwerpen worden besproken. Als een boodschap met veel tact en respect voor de islamitische achtergrond wordt gebracht, is de kans groter dat een leerling zich ervoor openstelt. Hij of zij komt dan niet in een loyaliteitsconflict met de thuissituatie’, zo citeert NRC haar.

Homoseksualiteit

Als voorbeeld noemt ze homoseksualiteit. ‘Op een openbare basisschool zal de juf vertellen dat je verliefd kunt zijn op zowel mannen als vrouwen. Kinderen uit een islamitisch gezin denken dan: ‘Mijn juf weet dat misschien niet, maar die boodschap geldt niet voor mij.’

Op een islamitische basisschool wordt het onderwerp niet behandeld door de juf, maar door een godsdienstleerkracht. ‘Die wordt door leerlingen en ouders vertrouwd. Als díe vertelt dat homoseksualiteit in Nederland geaccepteerd is, en dat je niets te maken hebt met het privéleven van een ander, dan is de kans groter dat de boodschap aankomt’, aldus Beemsterboer.

Lees meer…

Slob: Logisch dat scholen rekening houden met ramadan

Hoe en wanneer onderdelen van het onderwijsprogramma worden aangeboden is aan de scholen. Het spreekt voor zich dat zij daarbij rekening houden met de achtergrond van hun leerlingen. Daarmee reageert onderwijsminister Arie Slob op vragen van de PVV over het openbare Rijswijks Lyceum, dat bij de planning van het onderwijs rekening houdt met de islamitische vastenmaand ramadan.

De vragen van de PVV volgden op een artikel in NRC. Daarin komt biologieleraar Rashid El Mouhamadi van het Rijswijks Lyceum aan het woord. Hij zegt dat bij de planning van de leerstof rekening wordt gehouden met de ramadan. ‘Bepaalde onderwerpen vermijden we, zoals voortplanting en seksualiteit. Dat wordt wel behandeld, maar op een ander moment in het jaar’, zo citeert de krant de biologieleraar.

Dat schoot bij Kamerleden van de anti-islamitische PVV van Geert Wilders in het verkeerde keelgat. Zij wilden van minister Slob weten hoe hij hierover denkt. Die antwoordt dat het onderwijs in overeenstemming moet zijn met de kerndoelen en eindtermen, maar dat het aan de scholen is om te bepalen hoe en wanneer zij de onderdelen van hun onderwijsprogramma aan bod laten komen. Het spreekt volgens Slob voor zich dat scholen daarbij rekening houden met de achtergrond van hun leerlingen.

Geen sprake van verplicht bezoek aan moskee

Burgemeester Tjeerd van der Zwan van de gemeente Heerenveen heeft er nooit voor gepleit om in het kader van maatschappijleer leerlingen te verplichten een moskee te bezoeken. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen.

De vragen waren afkomstig van de PVV, die zich baseerde op een artikel in de Leeuwarder Courant. Daarin staat dat volgens burgemeester Van der Zwan met een bezoek aan een moskee vooroordelen over de islam kunnen verdwijnen.

Nergens in het artikel spreekt de burgemeester over een verplicht moskeebezoek, maar Geert Wilders en zijn PVV-fractiegenoten Harm Beertema en Machiel de Graaf lazen dat er wel in en stelden op basis van hun interpretatie vragen op. Slob reageert daarop door te benadrukken dat de uitlatingen, zoals de PVV die verwoordt, niet zijn gedaan.

Moslimmeisjes moeten gemengd zwemmen

Ouders kunnen niet weigeren om hun kinderen mee te laten doen aan gemengd zwemmen, zo oordeelt het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Het hof oordeelde over een kwestie in Zwitserland, waar islamitische ouders weigerden om hun dochters mee te laten doen aan gemengd schoolzwemmen. Zij stelden dat hun geloof het niet toestaat dat meisjes met jongens zwemmen.

In het oordeel van het hof staat dat de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst in deze zaak weliswaar speelt, maar dat de taak van de school om te zorgen voor goed onderwijs en sociale integratie zwaarder weegt.

De dochters van de islamitische ouders die bezwaar maakten, zijn nog niet in de puberteit. In Zwitserland geldt bij wet dat gemengd zwemmen wel kan worden geweigerd als kinderen in de puberteit zijn.

Verus vreest uitholling vrijheid van onderwijs

Met de weigering om een nieuwe islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam te bekostigen, holt staatssecretaris Sander Dekker van OCW de vrijheid van onderwijs uit. Dat vindt voorzitter Wim Kuiper van de christelijke besturenorganisatie Verus.

Het besluit van Dekker houdt verband met een uitspraak van oud-bestuurder Khoulani van de Stichting Islamitisch Onderwijs Amsterdam en Omstreken (SIO). Die zou in 2014 op Facebook steun hebben betuigd aan de islamitische terreurorganisatie ISIS. Het ging om de uitspraak ‘leve ISIS en in shaa Allah op naar Baghdad om dat schorem aldaar aan te pakken’, zo staat in een brief van Dekker aan de Tweede Kamer.

Andere bestuursleden zouden daar, volgens Dekker, in een veel te laat stadium afstand van hebben genomen. Daardoor betwijfelt de staatssecretaris of de op te richten islamitische school in Amsterdam wel ‘haar wettelijke burgerschapstaak’ kan waarmaken.

‘Het kan niet zo zijn dat we met belastinggeld een school mogelijk maken waar kinderen zich van Nederland leren afkeren in plaats van er onderdeel van uit te maken’, zo schrijft Dekker.

‘Dit kan ook christelijke minderheid overkomen’

Voorzitter Wim Kuiper van de christelijke profielorganisatie Verus benadrukt in het AD dat het in strijd is met de vrijheid van onderwijs om bij voorbaat een schoolinitiatief de maat te nemen. De staatssecretaris zou volgens hem op basis van grondwetsartikel 23 alleen mogen ingrijpen als blijkt dat een bestaande school structureel zwak presteert.

De voorzitter van Verus benadrukt dat de overheid geen vrijbrief in handen mag hebben om de vrijheid van onderwijs ‘met al dan niet nobele motieven op eenvoudige wijze fors uit te hollen’. ‘Vandaag overkomt dat de islamitische minderheid, maar morgen overkomt het misschien evenzeer de christelijke of een andere minderheid in ons land’, aldus Kuiper.

In hoger beroep taakstraffen voor examenfraude

Vier verdachten van eindexamenfraude in 2013 op de voormalige islamitische Ibn Ghaldoun-school in Rotterdam zijn in hoger beroep veroordeeld tot taakstraffen. Dat meldt het gerechtshof in Den Haag.

Eén verdachte is vier keer in de kluis van de school geweest. Er werden 27 examens gestolen, gefotografeerd en vervolgens teruggelegd. De foto’ zijn verspreid onder medeleerlingen en leerlingen van andere scholen.

Deze verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 230 uur. Hij kreeg eerder, net als andere betrokkenen, een schadeclaim van het ministerie van OCW. Die claim had te maken met kosten van de extra examens die vanwege de diefstal moesten worden georganiseerd. Inmiddels is deze verdachte begonnen met het afbetalen van zijn aandeel in de door het ministerie geleden schade.

De andere verdachten waren helers. Zij zagen volgens het hof een buitenkans die zij niet konden laten lopen. Bij het bepalen van de hoogte van de straf zegt het hof aansluiting te hebben gezocht bij de straffen die in vergelijkbare gevallen door de rechtbank zijn opgelegd. Het gaat om taakstraffen van 20, 25 en 40 uur.

‘Had fermer gekund’
De Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge (CDA) vindt dat de uitspraak in hoger beroep te mild is. ‘Grootste examenfraude ooit, duizenden scholieren in de rats en dan een taakstraf(je)… Had fermer gekund’, zo twittert hij.

Het mag opmerkelijk worden genoemd dat De Jonge dit als wethouder twittert, omdat het in het kader van de scheiding der machten niet gebruikelijk is dat vertegenwoordigers van de bestuurlijke macht kritiek uitoefenen op de rechterlijke macht.

De islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun in Rotterdam ging mede vanwege de examenfraude failliet.

Lees de uitspraak.

OCW stopt bekostiging, einde Ibn Ghaldoun

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW ziet geen toekomst voor de islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun in Rotterdam. Hij draait daarom de geldkraan dicht.

Dekker baseert zijn besluit op een rapport van de Inspectie van het Onderwijs. Die deed onderzoek naar de situatie op Ibn Ghaldoun. Directe aanleiding daarvoor was de eindexamenfraude die daar afgelopen schooljaar aan het licht kwam.

De inspectie concludeert onder andere dat de kwaliteit van het onderwijs op Ibn Ghaldoun ‘uiterst kwetsbaar’ is, dat het niet goed gaat met de sociale veiligheid op school en dat de financiële situatie ‘zorgwekkend’ is. Dat laatste is veroorzaakt door de twee voorgaande besturen. De schuldenlast bedroeg vorig jaar 4,5 miljoen euro.

Verder constateert de inspectie dat er ‘grote problemen’ zijn ‘ten aanzien van de kwaliteit van het personeel en het personeelsbeleid’. Veel leraren van Ibn Ghaldoun zijn onder- of onbevoegd, in de bovenbouw van havo en vwo maar liefst 80 procent. Een andere belangrijke conclusie is dat de organisatiestructuur ‘kwetsbaar’ is, onder andere doordat er in de school sprake is van slechte communicatie en er geen sturing is.

‘De constateringen en de slotsom van de inspectie vind ik uitermate zorgwekkend. De leerlingen verdienen beter onderwijs dan Ibn Ghaldoun hun op dit moment kan bieden. Gelet op de veelheid van de problemen waarmee de schoolleiding wordt geconfronteerd, zie ik geen toekomst voor de school’, aldus Dekker in een brief aan de Tweede Kamer.

Dekker kan niet overgaan tot sluiting, doordat de overheid dit volgens artikel 23 van de Grondwet (vrijheid van onderwijs) niet mag als het om bijzonder onderwijs gaat. Wel kan de rijksbekostiging worden stopgezet, wat de staatssecretaris dan ook doet. Dat gebeurt per 1 november. In de praktijk komt stopzetting van de bekostiging neer op sluiting.

Voor de leerlingen wordt in samenwerking met de gemeente Rotterdam en de schoolbesturen in de stad vervangend onderwijs geregeld op andere scholen.

Toch weer islamitische vo-school?
Opmerkelijk is dat onderwijswethouder Hugo de Jonge (CDA) in een brief aan de Rotterdamse gemeenteraad de mogelijkheid noemt van een doorstart van islamitisch voortgezet onderwijs. ‘De inzet van het college daarbij is dat recht wordt gedaan aan het belang van de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs voor de leerlingen van Ibn Ghaldoun en aan de wens van ouders om te kiezen voor onderwijs met een islamitische signatuur’, aldus De Jonge.

Bestuursvoorzitter  Wim Littooij van het protestants-christelijke schoolbestuur CVO Rotterdam zegt ook de mogelijkheid open te houden voor de oprichting van een nieuwe islamitische vo-school. Hij zei dat dinsdag op Radio 1. Littooij wierp zich in juli op als de reddende engel die Ibn Ghaldoun uit de problemen zou helpen. CVO Rotterdam zou de islamitische scholengemeenschap voor de komende vier tot vijf jaar gaan besturen.

De christelijke bestuursvoorzitter toen: ‘Ken je het verhaal van de barmhartige Samaritaan? Ik zie het als onze christelijke plicht onze hand uit te steken, een verantwoordelijkheid vanuit onze identiteit. Wij beroepen ons voor ons bestaansrecht op artikel 23, dat doen zij ook. Als wij dus bestaansrecht hebben, heeft Ibn Ghaldoun dat ook’, zo zei hij in een gesprek met de Besturenraad.

De goede wil van de gemeente Rotterdam en het christelijke schoolbestuur valt in goede aarde bij bestuursvoorzitter Ayhan Tonca van Ibn Ghaldoun. Hij wil met een ander bestuur en onder een andere naam verder met islamitisch voortgezet onderwijs.

CDA-wethouder signaleert misbruik artikel 23

De Rotterdamse CDA-onderwijswethouder Hugo de Jonge waarschuwt voor misbruik van artikel 23. Hij verwijst daarbij naar de omstreden islamitische scholengemeenschap Ibn-Ghaldoun in zijn stad en het initiatief om in Amsterdam weer een islamitische school voor voortgezet onderwijs op te richten.

De protestants-christelijke onderwijswethouder vindt artikel 23, dat over de vrijheid van onderwijs gaat, een groot goed. Hij stelt in een interview met Trouw ook dat het niet uitmaakt of christelijke of islamitische ouders gebruikmaken van die vrijheid. Maar het mag volgens hem niet zo zijn dat het grondwetsartikel uit 1917 wordt misbruikt om slechte scholen op te richten of in stand te houden.

‘Artikel 23 mag geen vrijbrief zijn voor slecht onderwijs, de vrijheid is niet ongeclausuleerd. (…) Op initiatief van het CDA moet een school nu binnen een maand na de bekostiging kunnen bewijzen dat er voldoende gekwalificeerd personeel is, dat de kinderen voldoende les krijgen op school. Dat is een stap in de goede richting’, aldus De Jonge.

Maar hij wil verder: ‘Ik vind dat je die beoordeling moet vervroegen. Er zijn scholen gestart die op voorhand niet levensvatbaar waren. Daar kun je tot op heden weinig aan doen, er is geen kwalitatieve toets voordat de overheid begint met de financiering van de school.’ De Jonge roept staatssecretaris Sander Dekker van OCW in het kader van de modernisering van artikel 23 op met een dergelijk initiatief te komen.

 

Vrijeschoolonderwijs op openbare school?

Wat vindt u: is het een goed idee om als bestuur van een openbare school vrijeschoolonderwijs aan te bieden? De kwestie is actueel in Zwolle, waar het vanaf komend schooljaar mogelijk is om op de openbare Van der Capellen scholengemeenschap te kiezen voor vrijeschoolonderwijs.

Vrijeschoolonderwijs is gebaseerd op de leer van de Oostenrijkse filosoof en pedagoog Rudolf Steiner oftewel de antroposofie. Vrijwel alle vrije scholen zijn algemeen bijzonder. In Maastricht bijvoorbeeld biedt de Bernard Lievegoed School voortgezet onderwijs aan ‘op basis van de uitgangspunten van de vrijeschoolpedagogie’. Deze school valt onder het algemeen bijzondere Bonnefanten College.

In Prinsenbeek echter wordt vrijeschoolonderwijs aangeboden door het Michaël College, dat deel uitmaakt van de unit Markenhage van de katholieke Scholengemeenschap Breda. Het Michaël College presenteert zichzelf als een ‘vrijeschool’, maar op de website wordt ook gesproken over ‘vrijeschoolonderwijs’.

Hierin zit een verschil, omdat een vrije school volgens de wet onder het begrip ‘richting’ kan vallen. Dit heeft te maken met het feit dat de antroposofie wettelijk is erkend als een levensbeschouwing op basis waarvan bekostiging mogelijk is. De term ‘vrijeschoolonderwijs’ daarentegen gaat uit van een pedagogisch-didactische visie, en valt als zodanig volgens de wet niet onder het begrip ‘richting’.

Voor zover bekend is het bestuur Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio (OOZ) het eerste openbare schoolbestuur dat onder de noemer VS-VO voortgezet vrijeschoolonderwijs gaat aanbieden. De VS-VO wordt onder het brinnummer van de openbare Van der Capellen scholengemeenschap aangeboden als een leerroute met een specifiek pedagogisch-didactisch concept. OOZ houdt dus niet op grond van het begrip ‘richting’ een vrije school in stand, maar biedt onderwijs aan volgens een specifieke visie.

Wat vindt u?
Is het een goede ontwikkeling dat een openbaar schoolbestuur vrijeschoolonderwijs aanbiedt? In het openbaar onderwijs zijn ook montessori- en jenaplanscholen, dus scholen met vrijeschoolonderwijs zijn ook mogelijk. Het kan immers, zoals in Zwolle, om een pedagogisch-didactische visie gaan, waarmee de school zich bij ouders kan profileren.

Of is het volgens u niet wenselijk om te kiezen voor vrijeschoolonderwijs, omdat de openbare school hiermee onder het mom van een pedagogisch-didactische visie aanleunt tegen onderwijs op basis van één bepaalde levensbeschouwelijke richting? Een openbare school moet geen vrije school willen zijn, net zoals een openbare school geen rooms-katholieke, protestants-christelijke of islamitische school is. Is de keuze voor vrijeschoolonderwijs een keuze voor de antroposofie en daarmee mogelijk een gevaar voor de evenwichtige aandacht voor diverse godsdiensten en levensbeschouwingen in het openbaar onderwijs?

U kunt uw reactie mailen aan welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Vrijeschoolonderwijs’. Wij willen uw input gebruiken voor een vervolgbericht op deze website en/of in magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs. Geeft u alstublieft aan of wij uw reactie voor publicatie mogen gebruiken en of wij daarbij ook uw naam en functie mogen vermelden.

Informatie: Martin van den Bogaerdt, 06-13190311, mvandenbogaerdt@vosabb.nl