Onderwijs en kinderopvang: hoe zit het met btw?

Onderwijs- en kinderopvangorganisaties zijn vrijgesteld van btw, maar niet als zij met elkaar samenwerken. Hoe kunt u de btw-afdracht minimaliseren? Daarover kunt u een handreiking downloaden.

De handreiking die op de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid staat, bevat twee delen. In het eerste deel wordt ingegaan op btw-oplossingen bij verschillende contractuele samenwerkingen

Het tweede deel gaat specifiek in op de samenwerkingsvorm waarbij sprake is van een personele unie en de voorwaarden waaronder in dat geval een fiscale eenheid kan worden gevormd.

Download de Handreiking btw in de samenwerking tussen Onderwijs en Kinderopvang.

Wilt u meer informatie over de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang? U kunt bij VOS/ABB contact opnemen met Rozemarijn Boer, 06-20010418, rboer@vosabb.nl of Eline Vrenken, 06-11724058, evrenken@vosabb.nl.

Voor algemene vragen kunt u terecht bij de Onderwijsjuristen van VOS/ABB: 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl.

Meer kinderen naar buitenschoolse opvang

Van de kinderen tussen 4 en 12 jaar gaat ongeveer een kwart naar de buitenschoolse opvang. Dat aandeel neemt licht toe, meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in het rapport Kijk op kinderopvang.

De lichte groei die het SCP signaleert, kan volgens het planbureau samenhangen met nieuwe nieuwe investeringen in de kinderopvang, maar ook met de economische opleving, waardoor meer ouders aan het werk zijn.

Kwaliteit

Het SCP schrijft in het rapport ook dat de kwaliteit van de opvang licht verbetert. De zogenoemde emotionele kwaliteit wordt als voldoende beschouwd, maar de educatieve kwaliteit ligt op een lager niveau.

‘Daarmee lijkt de kwaliteit als opvanginstrument goed te zijn; maar wil de opvang ook een goed ontwikkelinstrument zijn, dan lijkt er nog ruimte voor verbetering’, aldus het SCP.

Kosten

Ouders lijken volgens het SCP tegenwoordig wat minder negatief te denken over de betaalbaarheid van de opvang dan enkele jaren geleden, maar nog steeds vindt een substantieel deel de opvang (te) duur. Zo is volgens ruim vier op de tien ouders de opvang ‘tegenwoordig bijna niet meer te betalen’.

Lees meer…

Hogere toeslag voor buitenschoolse opvang

Nagenoeg alle werkende ouders met kinderen op de buitenschoolse opvang gaan er vanaf 1 januari 2019 op vooruit, meldt de rijksoverheid.

Door een hogere kinderopvangtoeslag zijn zij per saldo minder kwijt aan kinderopvang. Het kabinet verhoogt het budget voor de kinderopvangtoeslag met 248 miljoen euro per jaar. Ook de kinderbijslag en het kindgebonden budget gaan omhoog.

Lees meer…

 

Personeelstekort zet peutervoorziening onder druk

Personeelstekort in de kinderopvang zet de invoering van een basisvoorziening voor peuters onder druk. Dat blijkt uit onderzoek van ABN AMRO, de Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang (BOinK) en het Waarborgfonds Kinderopvang.

‘De beschikbaarheid van deskundig personeel vormt een belangrijk obstakel in de sector’, zo staat in het onderzoeksrapport ‘War for talent’ ontspruit op de kinderopvang.

De onderzoekers verwachten dat het personeelstekort niet snel zal zijn opgelost. Dit kan volgens hen een belemmering betekenen voor de invoering van een basisvoorziening voor elke peuter, zoals onder andere de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) willen.

Lees meer…

Nieuwe financieringssystematiek kinderopvang uitgesteld

De voorgenomen invoering van een nieuwe systematiek van de financiering van de kinderopvang is met een jaar uitgesteld. Dat meldt staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer.

De voorgenomen nieuwe systematiek voorziet in directe financiering door het Rijk in plaats van via de ouders, zoals het nu gaat. Met de nieuwe systematiek zou de financiering van de kinderopvang meer in lijn komen met die van het onderwijs, wat samenwerking tussen kinderopvangorganisaties en scholen zou vergemakkelijken.

Staatssecretaris Van Ark meldt in haar brief aan de Tweede Kamer dat invoering van de nieuwe financieringssystematiek grote zorgvuldigheid vereist. Dat heeft haar na overleg met onder anderen onderwijsminister Arie Slob ertoe doen besluiten de invoering met een jaar uit te stellen.

‘De nieuwe financieringssystematiek zal daarom niet (volledig) worden ingevoerd op 1 januari 2020. Dat betekent tevens dat de geleidelijke invoering per 1 januari 2019 in elk geval een jaar opschuift’, aldus Van Ark.

Scholen en opvang balen van talmende minister

Veel scholen en kinderopvangcentra willen onder één dak, maar de huidige regels maken dat onnodig moeilijk en de minister doet er voorlopig niets aan, meldt het Algemeen Dagblad. De krant laat onder anderen beleidsmedewerker Rozemarijn Boer van VOS/ABB aan het woord.

In het regeerakkoord staat niets over de samenwerking van onderwijs en kinderopvang in integrale kindcentra (IKC’s). Daar komt bij dat onderwijsminister Arie Slob een reactie op het in maart 2017 verschenen rapport Tijd om door te pakken van de Taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang heeft doorgeschoven naar de zomer.

‘Het hangt met plakband aan elkaar’, zegt Rozemarijn Boer van VOS/ABB in het AD over de huidige situatie.  Sommige scholen en kinderopvangorganisatie bedenken nu zelf constructies om samen te kunnen werken, maar ‘dit kost onnodig veel tijd, geld en energie’, zo benadrukt zij.

Boer heeft eerder samen met haar collega Eline Vrenken de kwestie aangekaart in een commentaar op deze website, waarin zij minister Slob oproepen vaart te maken met een reactie om geïntegreerde kindvoorzieningen wettelijk mogelijk te maken.

Tijd om door te pakken met onderwijs en opvang

Het kabinet geeft nog geen reactie op het advies van de Taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang. Dat is erg vervelend, want scholen en kinderopvangorganisaties willen nú verder.

Bij de begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer kreeg de minister voor OCW de vraag wanneer hij belemmeringen wegneemt bij de vorming van integrale kindcentra. De minister liet weten pas in de loop van 2018 met een reactie te komen, terwijl de taskforce in maart van dit jaar al met het rapport Tijd om door te pakken kwam. In dat rapport staan adviezen over samenwerking en het wegnemen van knelpunten.

Het is op zich al teleurstellend dat er in het regeerakkoord niets staat over de samenwerking tussen onderwijs en opvang, maar nu blijkt dus ook nog eens dat de minister wacht met een reactie. Dat schiet niet op!

Onderwijs en opvang willen doorpakken!

Ondertussen lopen veel van onze leden die werken aan integrale kindcentra tegen allerlei problemen op. We noemen als voorbeelden verschillende arbeidsvoorwaarden, gescheiden geldstromen en problemen met de btw. Er gaat nu onnodig veel tijd en dus geld zitten in het bedenken van bestuurlijke constructies voor samenwerking.

Wij roepen de minister daarom op vaart te maken met een reactie om geïntegreerde kindvoorzieningen wettelijk mogelijk te maken. Het is tijd om door te pakken!

Rozemarijn Boer en Eline Vrenken, beleidsmedewerkers VOS/ABB

SGP vertrouwt dorpse overblijfouder op blauwe ogen

De SGP vindt dat overblijfouders van kleine basisscholen op het platteland geen Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) hoeven te hebben. Dit staat in een reddingsplan voor kleine scholen van de staatkundig gereformeerden.

SGP-Tweede Kamerlid Roelof Bisschop noemt het ‘merkwaardig’ dat overblijfmedewerkers van kleine dorpsscholen een VOG moeten hebben. Volgens hem kent iedereen in een dorp elkaar goed en zijn het vrijwel altijd ouders die doorgaans op hun eigen kinderen en hun vriendjes passen.

VOG verplicht in onderwijs

De VOG is in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs verplicht voor onder leraren, (adjunct-)directieleden, (con-)rectoren en onderwijsondersteunende functionarissen, externe leraren (bijvoorbeeld gedetacheerd of werkzaam via een uitzendbureau), externe (adjunct-)directieleden, LIO-stagiaires (leerovereenkomst of leerarbeidsovereenkomst), conciërges en schoonmaakpersoneel (eventueel extern ingehuurd) en dus ook voor overblijfmedewerkers.

Een VOG is een verklaring waaruit blijkt dat het gedrag van iemand in het verleden geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie. In het onderwijs is een VOG verplicht vanwege de kwetsbare positie van kinderen. Het betreft hier onder andere het risico van (seksueel) misbruik.

Toelichting verhuur en medegebruik schoolgebouw

Beleidsadviseur Rozemarijn Boer heeft op verzoek van een schoolbestuur dat bij VOS/ABB is aangesloten een toelichting geschreven, waarin zij ingaat op de mogelijkheid van verhuur en medegebruik van een schoolgebouw.

In de toelichting maakt Boer helder op welke voorwaarden verhuur aan en medegebruik door een kinderopvangorganisatie mogelijk is en wat de beperkende rol van het college van B en W hierin kan zijn. Als u lid bent van VOS/ABB, kunt u de toelichting downloaden.

Toelichting downloaden

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Buitenschoolse opvang in 10 jaar tijd fors gegroeid

In 2016 gingen 441.000 kinderen naar de buitenschoolse opvang, terwijl dat er 10 jaar geleden 253.000 waren. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Kinderen verblijven gemiddeld 370 uur per jaar in de buitenschoolse opvang. Voor dit getal baseert het CBS zich op de situatie in 2015.

Lees meer…

Netwerken P&O, Financieel Management en IKC’s

De dienstverlening van VOS/ABB bestaat onder andere uit ondersteuning van bestuursbureaus. U kunt hierbij denken aan informatievoorziening en advies, maar ook aan bijeenkomsten die wij gedurende het jaar organiseren. Dat doen we onder andere voor verschillende netwerken waarin medewerkers van onze leden zitten. Deze netwerken zijn er ook voor u!

Onze netwerken zijn gericht op het delen van kennis en het uitwisselen van ervaringen. De diverse netwerkbijeenkomsten duren één dagdeel en vinden drie keer per jaar plaats op verschillende locaties verspreid over het land.

Op dit moment bieden wij voor ondersteunend personeel twee netwerken:

Netwerk Personeel en Organisatie (P&O)

Ons P&O-netwerk richt zich op verschillende thema’s, zoals het lerarenregister, professionalisering van leerkrachten en schoolleiders en duurzame inzetbaarheid. Andere onderwerpen waar het zich mee bezighoudt, zijn Strategisch Human Resource Management (SHRM), de school als lerende organisatie en de functiemix en formatieplanning. Dit netwerk is specifiek bedoeld voor de P&O/HRM-professionals (adviseurs en managers).

Om te bepalen welke onderwerpen wij tijdens netwerkbijeenkomsten aan bod kunnen laten komen, hebben wij een (korte) online enquête uitgezet. De enquête is beschikbaar tot en met maandag 5 juni.

Het Netwerk Personeel en Organisatie wordt gecoördineerd door onze adviseurs Céline Haket (0348-405252, chaket@vosabb.nl) en Ivo Israel (06-22939653, iisrael@vosabb.nl).

Indien u wilt toetreden tot ons P&O-netwerk, kunt u dat per e-mail aan ons secretariaat laten weten via welkom@vosabb.nl. Vermeld in uw mail ‘Netwerk P&O’, uw naam en functie, de organisatie waarvoor u werkt en uw telefoonnummer.

Netwerk Financieel Management

In dit netwerk komen controllers, directieleden en financieel managers van besturen bijeen om kennis en ervaringen met elkaar te delen. Daarnaast gaan we samen met u in op actuele veranderingen waarover in Den Haag is besloten. Tevens gebruiken we dit netwerk om input van u en andere leden te krijgen over actuele bekostigingsthema’s.

Het Netwerk Financieel Management wordt gecoördineerd door onze adviseurs Ronald Bloemers (06-51914694, rbloemers@vosabb.nl) en Ron van der Raaij (06-53733449, rvanderraaij@vosabb.nl).

Indien u wilt toetreden tot ons Netwerk Financieel Management, kunt u dat per e-mail aan ons secretariaat laten weten via welkom@vosabb.nl. Vermeld in uw mail ‘Netwerk Financieel Management’, uw naam en functie, de organisatie waarvoor u werkt en uw telefoonnummer.

Netwerk Integrale Kindcentra (IKC’s)

Naast bovenstaande netwerken willen wij een nieuw netwerk oprichten dat zich zal richten op integrale kindcentra (IKC’s). De samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang is op veel plaatsen niet meer weg te denken. Het aantal IKC’s groeit en daarmee ook de maatschappelijke aandacht hiervoor. Daarom is kennisuitwisseling op dit gebied belangrijk.

Wij willen u vragen of u interesse heeft in ons IKC-netwerk. U kunt dit laten weten aan adviseur Rozemarijn Boer via het mailadres rboer@vosabb.nl. Vermeld in uw mail ‘Netwerk IKC’s’, uw naam en functie, de organisatie waarvoor u werkt en uw telefoonnummer.

 

Meer ouders maken gebruik van opvang

In het vierde kwartaal van 2016 gingen 702.000 kinderen naar de dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouders. Dat waren er 23.000 meer dan in het derde kwartaal. De toename heeft te maken met het feit dat steeds meer ouders werken, meldt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Ruim de helft (325.000 kinderen) gaat naar de buitenschoolse opvang (bso). Dat meer ouders gebruikmaken van onder andere de bso komt volgens SZW vooral door de aantrekkende economie. Steeds meer vrouwen en mannen met kinderen werken. Ook speelt de hogere kinderopvangtoeslag een rol.

Minister Lodewijk Asscher van SZW vindt het ‘fantastisch om te zien dat er steeds meer moeders werken en dat hun kinderen het dan tegelijkertijd naar hun zin hebben op de opvang’.

Lees meer…

‘Geef jonge kinderen recht op vier dagdelen opvang’

Alle kinderen tot vier jaar moeten het recht krijgen op vier dagdelen opvang per week.

Dit staat in een voorstel van onder andere de PO-Raad, kinderopvangorganisaties en gemeenten aan het nog te vormen kabinet. Het voorstel is aangeboden aan voorzitter Mariëtte Hamer van de Sociaal-Economische Raad (SER).

De organisaties spreken in hun voorstel van een ‘ontwikkelrecht’ van 16 uur per week. Dat moet voorkomen dat kleuters met een achterstand aan de basisschool beginnen.

Lees meer…

Onderwijs en kinderopvang moeten handen ineenslaan

Onderwijs en kinderopvang moeten zorgen voor één curriculum voor kinderen in de leeftijd van nul tot en met twaalf jaar. Dit staat in het adviesrapport Tijd om door te pakken in de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang.

In het rapport van de Taskforce Samenwerking Onderwijs en Kinderopvang staat ook dat het pedagogische partnerschap van ouders moet worden versterkt. In het schoolplan en het pedagogisch beleidsplan zou moeten worden vastgelegd hoe dat vorm krijgt en hoe de communicatie tussen school, kinderopvang en ouders wordt georganiseerd. Hierbij gaat het zowel om de ontwikkeling en het digitaal educatief dossier van het kind als om praktische dagelijkse kwesties.

Cultuurverschillen onderwijs en kinderopvang

Een ander advies is dat onderwijs en kinderopvang tijd moeten creëren om de grote cultuurverschillen tussen de twee branches te overbruggen. Dat begint met het formuleren van een gezamenlijke visie die de weg opent naar verbinding. De sociale partners zouden op cao-gebied tot meer afstemming met elkaar moeten komen.

Download het adviesrapport

 

Peuters in opvang hebben meer stresshormoon

Peuters in de kinderopvang hebben meer stresshormoon cortisol dan peuters die thuisblijven, blijkt uit onderzoek van de universiteit in de Noorse stad Trondheim.

De onderzoekers zien bij peuters in de kinderopvang 32 procent meer cortisol in het speeksel dan bij peuters die niet naar de opvang gaan.

Volgens onderzoekster May Britt Drugli, die door de Britse krant Daily Mail wordt geciteerd, zegt dat peuters nog niet zo goed kunnen praten en vaak nog geen goede sociale vaardigheden hebben. Daardoor kunnen ze op de crèche veel stress ervaren.

Een hogere cortisolwaarde zou een negatieve invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van de hersenen van jonge kinderen, maar wetenschappelijk bewijs daarvoor is er niet.

Tweede Kamer stemt in met ‘peuterwet’

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk

In het regeerakkoord van het huidige kabinet-Rutte werd aangekondigd dat het onderwijs, de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk meer op elkaar moesten worden afgestemd om peuters een betere basis te geven. De nu aangenomen wet van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is daar de concretisering van.

Asscher zegt tegen de NOS dat hij tevreden is nu de Kamer met zijn wet heeft ingestemd: ‘Het moet niet uitmaken of je ouders arm of rijk zijn. Alle kinderen verdienen het om al vroeg samen te kunnen spelen en daarbij ook spelenderwijs te leren. Dat geeft ze niet alleen veel plezier, maar ook een goede start op de basisschool.’

Onderwijs, opvang en ouders tegen kindermishandeling

Onderwijs, kinderopvang, peuterspeelzalen en ouderorganisaties gaan samenwerken bij de signalering en aanpak van kindermishandeling.

De nieuwe ‘Beweging tegen kindermishandeling’ neemt het stokje over van de ‘Taskforce Kindermishandeling en seksueel misbruik’ die ermee stopt. De taskforce presenteerde maandag zijn eindrapport Ik kijk niet weg.

In de ‘Beweging tegen kindermishandeling’ werken de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad en de schoolleidersvakbond AVS samen met de Bracheorganisatie Kinderopvang, de Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang (BOinK), Ouders & Onderwijs, Sociaal Werk Nederland en de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang.

Lees meer…

Voortaan alle peuters naar speelzaal

In juli komen de eerste miljoenen beschikbaar om alle peuters twee dagdelen per week naar een peuterspeelzaal of kinderopvang te laten gaan. Minister Asscher trekt er in totaal 60 miljoen voor uit, omdat hij vindt dat ieder kind recht heeft op een goede start in de maatschappij.

Het miljoenenbudget gaat naar de gemeenten, die het moeten inzetten om ook de peuters die nu nog niet in een peuterspeelzaal of kinderopvang komen, een plek voor twee dagdelen per week te bieden. Het gaat om naar schatting 15 procent van alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar. Dit zijn kinderen van wie een of beide ouders niet werken, kinderen van ouders die geen plek kunnen krijgen of die het niet kunnen betalen. Voor al deze kinderen moet de gemeente nu een plek in een speelzaal of kinderopvang regelen. Basisgedachte is dat de ontwikkeling van peuters wordt gestimuleerd door ze te laten spelen en leren in een speelzaal of kinderopvang.

Eerste tranche in juli
Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid had dit overigens al met Prinsjesdag aangekondigd, maar hij heeft nu afspraken gemaakt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Ook is bekend geworden dat de eerste tranche van 10 miljoen euro in juli beschikbaar komt. De rest wordt verdeeld over de komende vijf jaar uitgekeerd.

‘Niet genoeg’
Gjalt Jellesma van ouderorganisatie BOINK reageerde bij de NOS al meteen teleurgesteld op het nieuws van Asscher. Volgens hem is twee dagdelen per week gratis opvang veel te weinig. Bovendien vindt hij de tijd die gemeenten krijgen om het te organiseren, te lang. ‘Over zes jaar moet het geregeld zijn, dat zijn drie generaties peuters’, aldus Jellesma bij de NOS. Hij wijst op een eerder advies van de Sociaal Economische Raad (SER), waarin 16 uur gratis opvang werd aangeraden: twee hele dagen dus, in plaats van twee dagdelen.

‘In acht uur per week lukt het niet om taalachterstanden weg te werken en peuters echt iets te leren. En kinderen met een achterstand krijgen later op school weer problemen. Dat worden dure leerlingen’, aldus Jellesma. Minister Asscher zegt daarop bij de NOS dat hij blij is dat er nu budget is voor twee dagdelen. ‘Het is een goed begin’.

Minister Bussemaker van Onderwijs zei zondag in het televisieprogramma WNL op zondag dat ze erover denkt alle kinderen vanaf 2 jaar naar school te laten gaan.

Commerciële kinderopvang past bescheidenheid

In het streven naar de totstandkoming van integrale kindcentra vecht de kinderopvang feitelijk voor behoud van de eigen sector.

Dat stellen bestuurder Annemie Martens en beleidsmedewerker Bas Otten van de Stichting PlatOO voor openbaar en algemeen toegankelijk primair onderwijs in acht gemeenten in Zuidoost-Brabant. In een opiniestuk in het Eindhovens Dagblad wijzen zij erop dat het niet vreemd is dat kinderopvangorganisatie Korein met vestigingen in Eindhoven en omgeving geld belangrijker vindt dan inhoud.

‘De vraag is of je iets anders mag verwachten van de kinderopvang. Het ontbreekt hun immers aan een expliciete maatschappelijke opdracht. Daarom zou het ook goed zijn als de kinderopvang zich wat bescheidener opstelt in de maatschappelijke en politieke discussie over integratie van onderwijs en opvang’, aldus Martens en Otten.

Lees meer…

Kinderopvang goed voor schoolprestaties

Kinderen die naar de opvang gaan, doen het beter op school. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van de kinderopvangsector.

Een van de conclusies van het onderzoek is dat goede kinderopvang tot betere schoolprestaties leidt. Voor kinderen met laag opgeleide ouders resulteert het ook tot betere cognitieve vaardigheden en later tot een hoger inkomen.

De kwaliteit van kinderopvang zou daarbij een cruciale factor zijn. ‘Investeren aan het begin van hun leven, waardoor kinderen vaker naar de opvang gaan, heeft een positief effect op de levensloop en daarmee ook op de toekomst van onze maatschappij’, zo meldt de Brancheorganisatie Kinderopvang.

Lees meer…

Openbaar onderwijs mag IKC in stand houden

Er is nu echt geen enkele belemmering meer voor stichtingen voor openbaar onderwijs om integrale voorzieningen met onderwijs en kinderopvang in stand te houden. Dat leidt VOS/ABB af uit de manier waarop de Tweede Kamer omgaat met de ruime interpretatie door staatssecretaris Sander Dekker van OCW van artikel 48, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO).

In augustus jongstleden verscheen een rapport van onder andere de Inspectie van het Onderwijs, waarin werd herbevestigd dat een bestuur voor openbaar onderwijs integrale voorzieningen in stand kan houden. In de Rapportage afstemming toezicht op geïntegreerde voorzieningen voor onderwijs en opvang, die op verzoek van de ministeries van OCW en SZW door onder andere de inspectie is opgesteld, wordt onder andere ingegaan op artikel 48, vierde lid van de WPO. Daarin staat dat schoolbesturen voor openbaar onderwijs slechts onderwijs mogen aanbieden.

Deze bepaling is niet van toepassing op het bijzonder onderwijs. Dat leidde tot het probleem dat het bijzonder onderwijs werd bevoordeeld ten opzichte van het openbaar onderwijs. VOS/ABB heeft daarom intensief gelobbyd voor een ruimere interpretatie van het wetsartikel, opdat ook openbare schoolbesturen integrale voorzieningen in stand kunnen houden, waarin onderwijs en kinderopvang samenkomen.

In juli liet staatssecretaris Sander Dekker van OCW in zijn Kamerbrief over een moderne interpretatie van de vrijheid van onderwijs weten dat hij de bepaling inderdaad ruimer interpreteert, zoals door VOS/ABB is bepleit. Dit wordt in augustus herbevestigd in het rapport van onder andere de Inspectie van het Onderwijs:

‘Volgens artikel 48, vierde lid WPO, mogen schoolbesturen openbaar onderwijs geen andere activiteiten dan onderwijs aanbieden. Dit vormt voor integrale voorzieningen onder een bestuur voor openbaar onderwijs een belemmering om één rechtspersoon te vormen. Dit knelpunt is inmiddels opgelost. Staatssecretaris Dekker heeft (…) aangegeven een ruime interpretatie van artikel 48, vierde lid WPO te hanteren, waardoor dit verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs is weggenomen.’

Tweede Kamer
De juridische houdbaarheid van de ruime interpretatie van artikel 48 is versterkt nu ook de Tweede Kamer er zich achter schaart. Dat is volgens jurist Ronald Bloemers van VOS/ABB af te leiden uit de manier waarop de Kamer met dit onderwerp omgaat. ‘Uit vragen die Kamerleden aan Dekker hebben gesteld, valt geenszins af te leiden dat zij niet de ruimere interpretatie volgen. Daaruit valt af te leiden dat de Kamer zich hiernaar voegt’, aldus Bloemers.

Hij wijst erop dat er voor een stichting voor openbaar onderwijs slechts een risico zou kunnen zijn wanneer een derde belanghebbende, bijvoorbeeld een organisatie die kinderopvang aanbiedt, zich geschaad voelt in haar belang wanneer het openbaar onderwijs ook kinderopvang gaat aanbieden.

‘Die derde belanghebbende kan zich dan bijvoorbeeld bij de rechter beroepen op een strikte uitleg van het doel in de wet. De parlementaire ontwikkeling zal dan echter ook door de rechter worden meegewogen, waaronder de ruimere interpretatie door de staatssecretaris en de volgzame reactie van de Tweede Kamer. Het risico dat een rechter meegaat met de bezwaarmaker is als nihil te waarderen’, stelt Bloemers.

Maassluis en Vlaardingen
In het eerste nummer van het nieuwe magazine Naar School! van VOS/ABB komt een artikel over Stichting Wijzer voor openbaar primair onderwijs in Maassluis en Vlaardingen. Deze stichting houdt integrale voorzieningen in stand.

Het blad verschijnt op dinsdag 24 november. Het wordt verstuurd aan alle bij VOS/ABB aangesloten schoolbesturen en hun scholen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Peuters uit lage-inkomensgroepen vaker thuis

Bijna 40 procent van de 2- en 3-jarige kinderen met ouders in de groep met de laagste inkomens gaat niet naar de peuterspeelzaal en ook niet naar een vorm van formele kinderopvang. Van de ouders met de hoogste inkomens bezoekt 8 procent van de kinderen geen peuterspeelzaal of kinderopvang, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2013 ging 37 procent van de 2- en 3-jarige kinderen naar de peuterspeelzaal. Dat komt neer op circa 137.000 kinderen. Ze werden gemiddeld 7,5 uur per week in de peuterspeelzaal opgevangen. Bijna een kwart van hen werd daarnaast ook opgevangen in een kinderdagverblijf of bij erkende gastouders.

Gemiddeld ging 20 procent van de Nederlandse peuters niet naar een peuterspeelzaal of kinderopvangopvang. In totaal zijn dat zo’n 72.000 kinderen.

Het kabinet trekt het komende jaar 60 miljoen euro uit voor de opvang van peuters. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt dat alle kinderen de mogelijkheid moeten krijgen om de peuterspeelzaal of kinderopvang te bezoeken, ongeacht of hun ouders werken.

‘Extra geld zorgt voor 7000 nieuwe banen in kinderopvang’

Het extra geld dat het kabinet uittrekt voor de kinderopvangtoeslag, levert naar verwachting 7000 banen op, schrijft de Brancheorganisatie Kinderopvang.

Het kabinet trekt vanaf komend jaar 290 miljoen euro extra uit voor de kinderopvangtoeslag. Dit betekent dat ouders met kinderen in de kinderopvang honderden euro’s per jaar meer toeslag krijgen.

Het extra geld verbetert de financiële bereikbaarheid van de kinderopvang. Waarschijnlijk zullen meer ouders ervan gebruik gaan maken.

Eerder kondigde het kabinet aan 60 miljoen euro extra te besteden aan voorschoolse voorzieningen.

Buitenschoolse opvang met Engels, Duits of Frans

Het moet op korte termijn mogelijk worden om buitenschoolse opvang meertalig aan te bieden. Dat staat in een brief van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer.

De gemeente Amsterdam kwam met een pilotvoorstel voor meertalige kinderdagopvang en buitenschoolse opvang. Amsterdam wil hiermee een zo aantrekkelijk mogelijk vestigingsklimaat voor expats en internationale ondernemers creëren. Meertalige opvang zou goed aansluiten op het al bestaande internationale en meertalige onderwijs.

Naar aanleiding van het Amsterdamse verzoek is een aantal partijen geconsulteerd over meertalige opvang. De Brancheorganisatie Kinderopvang en de sectororganisatie PO-Raad hebben Asscher laten weten daar voorstander van te zijn. De Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang en peuterspeelzalen (BOinK) en de MOgroep zijn dit eveneens, maar vragen ook aandacht voor de Nederlandse taal, zo laat Asscher aan de Kamer weten.

Naar aanleiding van deze consultaties wil Asscher het op korte termijn mogelijk maken om buitenschoolse opvang voor kinderen in de leeftijd van het primair onderwijs meertalig aan te bieden. Hij noemt daarbij de talen Engels, Duits en Frans.

Achterstandspositie openbaar onderwijs blijft onbenoemd

Binnen de huidige wet- en regelgeving zijn voldoende mogelijkheden om kinderopvang en onderwijs op elkaar af te stemmen, schrijven staatssecretaris Sander Dekker van OCW en minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken in een brief aan de Tweede Kamer. Wat ze in hun brief al of niet bewust onbenoemd laten, is de achtergestelde positie van het openbaar onderwijs.  

Het schrappen van regels om kinderopvang en onderwijs beter op elkaar af te stemmen, bijvoorbeeld in integrale kindcentra (IKC’s), is volgens Dekker en Asscher niet nodig, zo schrijven ze in hun brief die een reactie is op het actieplan Geef kinderen de ruimte. Daarbij gaan ze al of niet bewust voorbij aan de positie die het openbaar onderwijs in het huidige stelsel heeft ten opzichte van het bijzonder onderwijs.

Uit de aanvankelijke interpretatie van de wet bleek dat besturen van openbare basisscholen in tegenstelling tot schoolbesturen voor bijzonder onderwijs geen kinderopvang mochten aanbieden, omdat ze strikt genomen alleen onderwijs zouden mogen verzorgen.

Artikel 48 WPO
Eerder verklaarden het ministerie van OCW en de PO-Raad in het Bestuursakkoord voor het primair onderwijs dat de wet, in het bijzonder artikel 48 van de Wet op het primair onderwijs (WPO), voor het openbaar onderwijs geen belemmering meer is om IKC’s in stand te houden, waarin onderwijs en kinderopvang samenkomen.

VOS/ABB vraagt zich af waarom Dekker en Asscher dit belangrijke punt onbenoemd laten in hun recente brief aan de Tweede Kamer.

Samenwerkingsscholen
Een ander punt is dat het samenvoegen van verschillende scholen tot een samenwerkingsschool evenmin door een openbaar schoolbestuur kan worden gerealiseerd. Dit vormt vooral in gebieden afnemende leerlingenaantallen als gevolg van demografische krimp een belemmering bij samenwerking en zet het openbaar onderwijs daar op een achterstand ten opzichte van het bijzonder onderwijs.

Hierover is onlangs een buitengewoon conservatief advies van de Onderwijsraad verschenen. De raad vindt dat samenwerkingsscholen een grondwettelijke uitzondering moeten blijven. Voor dat advies baseert de Onderwijsraad zich op een vermeende onwrikbare handhaving en rigide interpretatie van grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl