DUO brengt dekkend aanbod in kaart

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) heeft op basis van open data het regionale aanbod van voortgezet onderwijs letterlijk in kaart gebracht.

Op deze website staat voor iedere onderwijssoort per RMC-regio (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie) onder andere aangegeven wat de gemiddelde afstand is naar de dichtstbijzijnde school.

Als bijvoorbeeld wordt gekeken naar het praktijkonderwijs, dan is Walcheren de regio waar leerlingen het verst moeten reizen. De gemiddelde afstand naar de dichtstbijzijnde praktijkschool bedraagt daar 20,3 kilometer. Atheneum-leerlingen moeten het verst reizen in de regio Noord-Groningen en Eemsmond. De gemiddelde afstand naar de dichtsbijzijnde vwo-school met atheneum  is daar 18,9 kilometer.

Er zijn ook kaartjes waarop per RMC-regio het percentage kleine profielen te zien is. Daarnaast heeft DUO in kaart gebracht hoe sterk de verwachte daling van het aantal leerlingen is per onderwijssector tot het jaar 2031.

Fusietoets, toekomstbestendig aanbod, samenwerking

Mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB heeft drie notities geschreven over recente ontwikkelingen die het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs raken.

De notities gaan over respectievelijk de versoepeling van de fusietoets, de Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod en de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de notities downloaden:

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

Krimp zet nu ook door in voortgezet onderwijs

De krimp van het aantal leerlingen in het basisonderwijs zet de komende jaren door in het voortgezet onderwijs. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft de trend in beeld gebracht.

In de schooljaren 2010-2011 tot en met 2015-2016 nam het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs met gemiddeld 10.000 per jaar toe. In 2016-2017 vlakte deze groei af: het aantal leerlingen nam met nog geen 200 tot bijna 996.000.

Krimp van 1,5% per jaar

De basisscholen krompen van 2010-2011 tot en met 2016-2017 met gemiddeld ruim 17.000 leerlingen per jaar. Deze daling zet de komende jaren naar verwachting door in het voortgezet onderwijs. Het CBS verwacht in de meest recente bevolkingsprognose dat het aantal 12- tot 18-jarigen in het schooljaar 2016-2017 begint te dalen met 0,1 procent en dat dit afloopt tot een jaarlijkse krimp van 1,5 procent in 2018-2019.

De afname is het gevolg van het feit dat sinds het jaar 2000 het aantal geboortes in Nederland geleidelijk afneemt. Dat komt doordat het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd daalt. Het aantal kinderen per vrouw bleef stabiel.

Lees meer…

Krimp: hoeveel schoolbesturen werken samen?

Eén op de drie schoolbesturen werkt samen met andere besturen naar aanleiding van de afname van het aantal leerlingen. Dit geldt zowel voor het primair als het voortgezet onderwijs, zo blijkt uit de Quickscan leerlingendaling

Uit de scan blijkt verder dat in het primair onderwijs 20 procent van de schoolbesturen van plan is om in het kader van krimp met andere besturen te gaan samenwerken. In het voortgezet onderwijs is dat met 16 procent wat minder.

Schoolbesturen wisselen kennis en ervaring uit

De samenwerking krijgt vorm op verschillende wijzen. Meestal gaat het om het stimuleren van uitwisselen van kennis en ervaring. In het primair onderwijs worden ook een gezamenlijke vervangingspool en deelname aan het regionaal transfercentrum genoemd. In het voortgezet onderwijs betreft het onder andere het bundelen van facilitaire diensten en het uitwisselen van docenten.

Lees meer…

Meer scholen werken samen vanwege krimp

Steeds meer scholen en besturen werken samen vanwege de bevolkingskrimp en de daarmee samenhangende leerlingendaling. Een op de drie schoolbesturen in primair en voortgezet onderwijs werkt nu al samen en vele zijn het van plan. 

Dit blijkt uit de Quickscan leerlingendaling PO en VO die het ministerie van OCW vandaag heeft gepubliceerd. De quickscan is gemaakt door onderzoeksbureau Oberon, die de cijfers heeft vergeleken met vorig jaar. Daaruit blijkt dat naast de scholen die al samenwerken nog eens 20 procent van de besturen in het primair onderwijs dat van plan is, en 16 procent in het voortgezet onderwijs. De aanleiding is steeds de krimp. De samenwerking krijgt op verschillende manieren vorm.

Vormen van samenwerking
Zowel basisscholen als vo-scholen stimuleren steeds meer het uitwisselen van kennis en ervaring tussen medewerkers. In het primair onderwijs wordt ook melding gemaakt van samenwerking via een gezamenlijke vervangingspool en deelname aan een regionaal transfercentrum. Het voortgezet onderwijs bundelt vaker de facilitaire diensten en wisselt docenten uit.

Inzet weer groter geworden
Vooral in het voortgezet onderwijs is de inzet op leerlingendaling dit jaar groter geworden: 44 procent van de scholen geeft dit aan. Bij 54 procent van de vo-scholen is die inzet gelijk gebleven en slechts bij 1 procent werd het minder omdat de prognoses toch minder ernstig bleken dan gedacht en plannen al grotendeels gerealiseerd waren.

In het primair onderwijs is de inzet op leerlingendaling bij de meeste schoolbesturen (59 procent) dit jaar gelijk gebleven ten opzichte van 2015. Een op de vijf scholen geeft aan dat de inzet groter is geworden en bij 8 procent is het verminderd.

Download de Quickscan leerlingendaling PO en VO

Dekker schuift aanpak krimp op lange baan

De organisatie van asielzoekersonderwijs krijgt prioriteit boven het programma leerlingendaling, meldt staatssecretaris Dekker aan de Tweede Kamer. Dat is jammer, want de leerlingendaling in krimpgebieden heeft minimaal net zulke grote gevolgen voor het onderwijs als de komst van vluchtelingen.

Naast de noodzakelijke inzet voor de opvang van vluchtelingenkinderen hebben scholen absoluut ook steun nodig voor de langetermijngevolgen van de krimpproblematiek. De aanpak daarvan dreigt nu ‘on hold’ te worden gezet. Het openbaar onderwijs wordt hierdoor extra hard getroffen, omdat juist het openbaar onderwijs de meeste kleine scholen in krimpregio’s heeft.

Reeks aanpassingen noodzakelijk
Voor de aanpak van krimpproblemen is het nodig dat wet- en regelgeving wordt aangepast. Het betreft onder meer:

  • de fusietoets, waarvan minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker inmiddels zelf hebben toegegeven dat deze belemmerend werkt voor het funderend onderwijs. In de Evaluatie Wet fusietoets van november 2015 staat al dat de fusietoets samenwerking blokkeert en in de praktijk ‘ten onrechte een afschrikkende werking’ heeft.De bewindslieden schreven in november 2015 dat ze per 1 maart 2016 met conclusies zouden komen op basis waarvan de regels eventueel aangepast konden worden. Het is inmiddels mei en de conclusies zijn er niet.
  • De fusiecompensatieregeling, met name de voorwaarde dat bij een samenvoeging van twee scholen minimaal 50 procent van de leerlingen de fusie moet volgen.
  • Indiening wetsvoorstel tot vereenvoudiging van de vorming van een samenwerkingsschool en het wegnemen van ongelijkheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs met betrekking tot de samenwerkingsschool. Het openbaar onderwijs mag geen samenwerkingsschool in stand houden, het bijzonder onderwijs wel.
  • Indiening wetsvoorstel ‘Toekomstbestendig onderwijsaanbod’ dat juist ziet op de aanpak van verschillende wettelijke belemmeringen. Er is al een internetconsultatie geweest, daarna bleef het stil.

Teleurstelling
In zijn brief aan de Tweede Kamer schrijft Dekker nu dat hij de voortgangsrapportage leerlingendaling die was aangekondigd voor de zomer van 2016 pas eind van het jaar zal sturen. Ook meldt hij dat de accountmanagers die bezig waren met de ondersteuning van schoolbesturen in krimpgebieden tijdelijk gaan ‘herprioriteren’ ten gunste van het asielzoekersonderwijs. ‘Dit heeft een herfasering tot gevolg voor het programma leerlingendaling’. Daarmee laat hij de schoolbesturen in krimpgebieden, en met name die met openbare scholen, in de kou staan.

VOS/ABB is teleurgesteld en roept de staatssecretaris op om dat te doen wat nodig is om het programma leerlingendaling zonder verdere vertraging door te laten gaan.

 

 

Geld voor procesbegeleiders in krimpgebieden

Schoolbesturen in krimpgebieden kunnen geld krijgen voor het aanstellen van een procesbegeleider, die helpt om tot een oplossing te komen voor de leerlingendaling. Er kan nog tot en met 31 december een aanvraag worden ingediend. Per aanvraag gaat het om maximaal 80.000 euro.

De procesbegeleider brengt de samenwerking tussen verschillende schoolbesturen, gemeenten en andere stakeholders op gang. Die samenwerking zorgt voor een gezamenlijk toekomstbestendig onderwijsaanbod dat aansluit bij de situatie in de regio.

Per regio fungeert één schoolbestuur als hoofdaanvrager, en de aanvraag moet door ten minste één ander schoolbestuur worden ondersteund. Ook is de betrokkenheid nodig van twee gemeenten waar de aanvragende schoolbesturen scholen of vestigingen hebben. De aanvraag moet gebaseerd zijn op de leerlingendaling waarmee de regio te maken heeft, gemeten over een periode van tien jaar.

Helpdesk en accountteams
De bekostiging van een procesbegeleider is een van de maatregelen van het ministerie van OCW voor de aanpak van de leerlingendaling in gebieden met bevolkingskrimp. Eerder werd al ondersteuning aangeboden met een telefonische helpdesk en accountteams die in drie regio’s actief zijn: Noordoost, Zuid en West.

De Helpdesk leerlingendaling is te bereiken via DUO: 079-323 2333 voor primair onderwijs en 079-323 2444 voor voortgezet onderwijs.

Meer informatie en handboeken op de website www.leerlingendaling.nl.

Download de officiële regeling.