Maar weinig leraren stappen over naar primair onderwijs

Slechts weinig mensen die in het voortgezet onderwijs werken, willen de overstap maken naar het primair onderwijs. Volgens de Algemene Onderwijsbond (AOb) is dat logisch, omdat in het primair onderwijs de salarissen lager zijn.

In het voortgezet onderwijs overweegt maar 5 procent over te stappen naar het primair onderwijs. ‘Niet zo vreemd, want dat is door de lagere salarissen daar financieel een flinke stap terug’, zo schrijft de AOb, die zich baseert op een eigen ledenenquête.

Andersom, dus de overstap van primair naar voortgezet onderwijs, is veel meer in trek. De bond meldt dat 32 procent van de mensen die in het primair onderwijs werken, erover denkt om in het voortgezet onderwijs te gaan werken.

De AOb meldt verder dat het primair onderwijs het ‘grootste zorgenkind’ is als het gaat om loopbaanopties. Ook is het zo dat die sector de minste deeltijders heeft die meer uren willen werken, terwijl het lerarentekort daar het grootste is.

Lees meer…

 

 

Kamermeerderheid tegen dichten ‘loonkloof’

Een overgrote meerderheid van de Tweede Kamer vindt het niet nodig dat het kabinet snel meer geld vrijmaakt om leraren in het primair onderwijs hetzelfde salaris te geven als hun collega’s in het voortgezet onderwijs.

Dat bleek dinsdag toen de Tweede Kamer stemde over een motie van de PvdA’ers Kirsten van den Hul en Lisa Westerveld, Peter Kwint van de SP, Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren en Tunahan Kuzu van DENK.

Zij riepen hun collega’s in de Tweede Kamer op om er bij het kabinet op aan te dringen bij de Voorjaarsnota meer geld uit te trekken voor het dichten van wat zij de ‘loonkloof’ noemen tussen het primair en voortgezet onderwijs. Zij motiveerden hun oproep met hun constatering dat ‘het werk van leraren in het basis- en voortgezet onderwijs even belangrijk is’.

De regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie verwierpen deze motie, samen met de PVV, de SGP en Forum voor Democratie. In totaal stemden 97 Kamerleden tegen en 46 voor. De resterende 7 Kamerleden deden niet aan de stemming mee.

Loonkloof in onderwijs is slechts kloofje

Het onderwijs is in Nederland de sector met de kleinste loonkloof tussen de top en personeel op de werkvloer. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In het onderwijs verdient de top gemiddeld 2,5 keer zoveel als leraren en overig personeel in de school. Daarmee is het onderwijs de sector met verreweg de kleinste loonkloof, gevolgd door de zorg (4 keer) en de waterbedrijven (4,2 keer).

De sectoren met de grootste loonkloven zijn de financiële dienstverlening (13,4 keer), de handel (10,6 keer) en de informatie- en communicatiesector (10 keer).

Lees meer…

Loonkloof tussen man en vrouw

Eerder dit jaar bleek uit de Loonwijzer/Monsterboard WageIndex dat vrouwen in het onderwijs stukken minder verdienen dan mannen. Met de zorgsector kent het onderwijs de grootste loonkloof tussen vrouwen en mannen.

Lees meer…

Loonkloof tussen man en vrouw grootst in onderwijs

Vrouwen in het onderwijs verdienen stukken minder dan mannen. Met de zorgsector kent het onderwijs de grootste loonkloof tussen vrouwen en mannen. Dat blijkt uit de jaarlijkse Loonwijzer/Monsterboard WageIndex.

Vrouwen in het onderwijs hebben een gemiddeld bruto-uurloon van 15,70 euro, terwijl mannen in het onderwijs gemiddeld 18,50 euro bruto per uur verdienen. Dit verschil van omgerekend 15 procent komt ongeveer overeen met de loonkloof in de zorg, met dien verstande dat de gemiddelde uurlonen daar lager liggen dan in het onderwijs.

Loonkloof verklaarbaar

Directeur Paulien Osse van Stichting Loonwijzer noemt het jammer dat er een grote loonkloof is in sectoren waar veel vrouwen werken, maar ze kan het wel verklaren: ‘Als de mannen in deze organisaties vooral bestuursfuncties bekleden en de vrouwen meer de uitvoerende en zorgende werkplekken invullen, dan is het begrijpelijk dat zij in andere functies ook een ander salaris verdienen’.

Volgens Osse kiezen veel vrouwen voor het onderwijs vanwege de opties om werk en gezin te combineren. ‘Dit betekent minder uren werken en dat levert natuurlijk minder geld op. Maar uiteindelijk ook minder kans op promotie en dus een lager salaris per uur.’

De loonkloof tussen vrouwen en mannen is het kleinst in de transport en logistiek. Daar verdienen vrouwen gemiddeld 1 procent meer dan mannen.

Bekijk inphographic

Lees meer…