Onderzoek naar herverdeeleffecten achterstandsgeld

Onderwijsminister Arie Slob heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) opdracht gegeven te onderzoeken hoe groot de herverdeeleffecten zijn van het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid. Dat meldt hij aan de Tweede Kamer.

Deze zomer bleek uit onderzoek dat er grote (negatieve) herverdeeleffecten kunnen optreden als er te weinig gegevens bekend zijn over de leerlingen of over hun ouders, bijvoorbeeld doordat zij niet in de Basisregistratie Personen voorkomen. Met name scholen met veel vluchtelingenkinderen hebben hiermee te maken.

Slob onderkent dit probleem en benadrukt dat hij ‘iedere school met grote achterstandsproblematiek’ in staat wil stellen ‘de onderwijskansen van de leerlingen te vergroten’. Dat is voor hem reden om het CBS opdracht te geven ‘dit knelpunt nader te onderzoeken, om te bezien hoe dit technisch opgelost kan worden’.

Hij belooft de Tweede Kamer te zorgen voor een ‘passende oplossing’ voordat de nieuwe verdeling wordt ingevoerd.

Lees meer…

Wat doet het kabinet voor achterstandsscholen?

Het kabinet doet er van alles aan om in het primair onderwijs zogenoemde achterstandsscholen beter te equiperen, meldt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen van de SP.

SP’er Peter Kwint wilde van de minister weten hoe hij ervoor gaat zorgen dat achterstandsscholen meer leraren kunnen aantrekken van hoge kwaliteit, ‘zodat collega’s van hen kunnen leren en leerlingen een eerlijkere kans krijgen’.

Slob antwoordt dat schoolbesturen geld uit hun lumpsum- en onderwijsachterstandenbudget kunnen inzetten ‘voor het aantrekken van goede leraren en het bijscholen van zittend personeel’. De nieuwe verdeling van het geld voor onderwijsachterstandenbeleid leidt er volgens hem toe dat het terechtkomt ‘op de plekken waar de achterstanden het grootst zijn’.

Meer begeleiding op achterstandsscholen

Bovendien wijst de minister erop dat voor het afgelopen en nieuwe schooljaar aanvullend in ruim 5,8 miljoen euro beschikbaar is voor een pilot voor het vrijroosteren van leraren. ‘Leraren werken in de vrijgekomen uren aan de versterking van hun pedagogisch-didactisch handelen of geven extra begeleiding aan leerlingen met veel achterstanden en gebrekkige studievaardigheden’, aldus Slob.

Hij voegt daaraan toe dat er vanuit de Gelijke Kansen Alliantie op verschillende plaatsen in Nederland met cofinanciering van het ministerie van OCW eraan wordt gewerkt om leraren verder te professionaliseren in urban teaching oftewel het lesgeven in grootstedelijke contexten.

Lees meer…

Rekeninstrument voor nieuwe achterstandenbeleid

Schoolbesturen kunnen met een rekeninstrument van het ministerie van OCW bepalen wat op bestuurs- en schoolniveau het financiële effect is van het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid.

Het gaat om een inschatting, waarbij rekening moet worden gehouden met de overgangsregeling en het feit dat de werkelijke bekostiging voor 2019-2020 zal worden bepaald op basis van het aantal leerlingen op de teldatum 1 oktober 2018. Het ministerie komt nog met een notitie over het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid.

Download rekeninstrument Indicatie herziening gewichtenregeling 2018-2019

Het rekeninstrument zit in de map Basisschool van onze online Toolbox.

Budget onderwijsachterstandenbeleid moet omhoog

Het budget voor het onderwijsachterstandenbeleid moet terug naar het niveau van 2011. Dat vindt de PO-Raad.

De sectororganisatie wijst erop dat de afgelopen ongeveer 40 procent van het achterstandsbudget weglekte (150 miljoen euro), doordat alleen het opleidingsniveau van ouders bepaalde of een kind ervoor in aanmerking kwam. ‘Het opleidingsniveau steeg, maar de achterstanden bleven. Gevolg: scholen moesten met steeds minder middelen achterstanden van kinderen te lijf gaan’, zo meldt de PO-Raad.

Het probleem waar de scholen mee te kampen hebben, dreigt nu door een nieuwe verdeelsystematiek nog groter te worden. Voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad: ‘Dat betekent voor sommige scholen dat ze in één klap 20 procent minder budget ontvangen. Speciale activiteiten en voorzieningen zoals vve, weekend- en zomerscholen zullen daardoor verschralen of verdwijnen.’

De PO-Raad pleit daarom voor het herstellen van het budget naar het niveau van 2011, vóórdat de nieuwe verdeelsystematiek wordt ingevoerd.

De sectororganisatie heeft hierover een brief aan de Tweede Kamer geschreven.

Hoeveel onderwijsachterstandsgeld krijgt uw gemeente?

Het ministerie van OCW heeft de indicatieve bedragen van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid in 2018 gepubliceerd.

Voor de indicatieve bedragen is rekening is gehouden met de gemeentelijke herindelingen per 1 januari 2018. De bedragen zijn onder voorbehoud van de officiële beschikkingen van DUO.

Indicatie bedragen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 2018

Nieuwe coalitie steunt korting op achterstandsgeld

De fracties van de partijen die zeer waarschijnlijk het nieuwe kabinet gaan vormen, willen niet dat de korting op het achterstandsgeld wordt stopgezet. Deze korting komt uit de koker van het huidige demissionaire kabinet. 

In een motie van Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks werd de regering gevraagd om niet bij voorbaat te bezuinigen op het achterstandenbeleid, ‘zolang nog onduidelijk is wat de grootte van de doelgroep volgens de verbeterde indicator is en hoeveel middelen er nodig zijn om de achterstanden bij deze kinderen weg te werken’.

De fracties van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie – de partijen die hoogstwaarschijnlijk het nieuwe kabinet gaan vormen – alsmede de fracties van de PVV en Forum voor Democratie stemden tegen deze motie. Daarmee was er onvoldoende steun in de Kamer om de korting op het achterstandsgeld stop te zetten.

De motie van GroenLinks kan worden beschouwd als een test van die partij om te kijken of de nieuwe coalitiepartijen te vermurwen zijn om een ander beleid te voeren dan het demissionaire kabinet. De fracties van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie houden echter vast aan het staande beleid zolang er nog geen nieuw kabinet is.

Uitstel CBS-indicator onderwijsachterstandenbeleid

De nieuwe CBS-indicator voor het onderwijsachterstandenbeleid wordt nog niet ingevoerd. De huidige bekostigingssystematieken blijven in elk geval tot en met 2018 handhandhaafd, meldt demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Dekker constateert na overleg met de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) dat ‘veel zorgen de herverdeeleffecten van een nieuwe bekostigingssystematiek en de omvang van het budget betreffen’. De kwaliteit van de nieuwe indicator die door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is ontwikkeld, staat echter niet ter discussie, schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Door de nieuwe indicator kan de doelgroep objectiever en op een meer verfijnde manier worden gedefinieerd. Tevens zal het gebruik van deze indicator de administratieve lasten van scholen sterk verminderen, omdat het gebaseerd is op centraal geregistreerde data. Het is voor scholen niet meer nodig om het opleidingsniveau van de ouders uit te vragen, zoals in de huidige situatie’, aldus Dekker.

Toch heeft hij ervoor gekozen om de invoering van de nieuwe CBS-indicator uit te stellen. Dat heeft te maken met het demissionaire karakter van het huidige kabinet. Het besluit van de staatssecretaris betekent dat in elk geval tot en met 2018 de huidige bekostigingssystematieken van kracht blijven.

PO-Raad woedend

Hoewel Dekker meldt dat hij het besluit tot uitstel heeft genomen na overleg met de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en hij ook meldt dat die het met hem eens zijn, reageert de PO-Raad mede namens de VNG woedend. De sectorraad meldt met een cynische ondertoon dat de ‘verdwijntruc’ met het onderwijsachterstandengeld ‘wegens succes’ door het ministerie van OCW is verlengd.

‘De PO-Raad en Vereniging Nederlandse Gemeenten vinden het onverantwoord om het huidige, grotendeels verdampte budget te gaan herverdelen. Dus besluit demissionair staatssecretaris Sander Dekker maar helemáál niet in te grijpen’, aldus de PO-Raad, die dit ‘stuitend’ noemt.

Volgens de PO-Raad is ‘nu echt de maat vol’. Voorzitter Rinda den Besten van de sectororganisatie zegt dat het kabinet niet beseft ‘wat voor schade het aanricht als voorzieningen voor kwetsbare kinderen verdwijnen’. Ze zegt ook dat een volgend kabinet ‘straks meteen met 3-0 achter staat’.

De PO-Raad meldt niet of er actie wordt ondernomen tegen het besluit van Dekker.

Lees meer…

 

Onderwijsachterstandenbeleid moet effectiever

Er zijn maatregelen nodig voor een effectiever onderwijsachterstandenbeleid. Dat kan onder meer door de doelstellingen duidelijker te maken, meer te monitoren en de kennis en bewustwording onder betrokken professionals te vergroten.

Dit staat in het interdepartementaal beleidsonderzoek Onderwijsachterstandenbeleid, een duwtje in de rug? dat staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft aangeboden aan de Tweede Kamer. Hij geeft er geen inhoudelijke reactie op; daarvoor verwijst hij naar het volgende kabinet. Het beleidsonderzoek is gedaan door een werkgroep onder leiding van voormalig PvdA-politica Marjanne Sint.

Onderwijsachterstanden en klassenverkleining

In het rapport wordt geconstateerd dat de verdelingssystematiek van de gelden voor onderwijsachterstandenbeleid (OAB) niet aansluit bij de praktijk. Bovendien lijken de scholen, volgens de onderzoekers, de middelen te besteden aan maatregelen die relatief duur zijn en een middelmatige tot lage impact hebben, zoals klassenverkleining en onderwijsassistenten. ‘Ook zijn de interventies vaak gericht op het kind en te weinig op de omgeving en de ouders van het kind’, aldus de onderzoekers.

Zij signaleren verder dat de overgangen, van voorschool naar primair onderwijs, van primair naar voortgezet onderwijs en van voortgezet onderwijs naar vervolgopleiding, kwetsbaar zijn en verbeterd kunnen worden. Ook zou de kwaliteit van professionals versterkt moeten worden. ‘Vooral op scholen met veel doelgroepkinderen kan de kwaliteit van leerkrachten omhoog. Daar zijn veel jonge leerkrachten en een hoger ziekteverzuim, en in het vo wordt op deze scholen meer onbevoegd lesgegeven’, zo staat in het rapport.

Aanbevelingen onderwijsachterstandenbeleid

De onderzoekers bevelen onder meer aan de doelstellingen voor OAB helder te communiceren en de effectiviteit beter te monitoren, zodat daarop gestuurd kan worden. Ze willen een doelmatiger besteding van de middelen bereiken door de bestaande kennis over effectiviteit van de interventies uit te breiden. De bewustwording van onderwijsachterstanden moet worden vergroot.

Lees hier het complete onderzoeksverslag

‘Geen bezuiniging op onderwijsachterstandenbeleid’

Demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW spreekt tegen als zou hij 65 miljoen euro bezuinigen op het onderwijsachterstandenbeleid.

GroenLinks-Kamerlid Rik Grashoff wilde naar aanleiding van een brandbrief van de gemeenten weten of Dekker voornemens is ‘de bezuiniging van 65 miljoen euro op het onderwijsachterstandenbeleid terug te draaien’.

De staatssecretaris zegt dat er geen sprake is van een bezuiniging, maar van een ‘ramingsbijstelling ten gevolge van de algemene leerlingendaling in het primair onderwijs en vanwege het feit dat het opleidingsniveau van ouders stijgt’.

Hij wijst er ook op dat bij de vaststelling van de onderwijsbegroting voor 2016 de Tweede Kamer heeft ingestemd met de ramingsbijstelling.

Lees meer…

Herverdeling achterstandsgeld door nieuwe indicatoren

Een nieuwe regeling met andere indicatoren voor het bepalen van onderwijsachterstanden zal leiden tot een herverdeling van het geld dat daarvoor beschikbaar is. Hoe die herverdeling over de scholen en gemeenten eruit gaat zien, hangt af van nog te maken keuzes van het ministerie van OCW, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil dat onderwijsachterstanden beter in kaart worden gebracht. Daarnaast wil hij door gebruik te maken van centraal geregistreerde data de administratieve lasten van de scholen verminderen. In de huidige regeling stellen scholen zelf het gewicht van de leerlingen vast door bij ouders na te vragen wat het opleidingsniveau is. Dit levert de scholen veel administratie op.

Op verzoek van Dekker heeft het CBS een aantal inidicatoren bepaald op basis waarvan onderwijsachterstanden het beste kunnen worden bepaald. Deze indicatoren kunnen worden bepaald op basis van centraal geregistreerde data:

  • opleidingsniveau van de moeder en de vader;
  • gemiddelde opleidingsniveau van de moeders op de school;
  • het land van herkomst van de ouders;
  • de verblijfsduur van de moeder in Nederland;
  • of het gezin in de schuldsanering zit.

Het CBS heeft op basis van deze indicatoren een vergelijking gemaakt met de huidige onderwijsachterstandenregeling. Uit de analyses van het CBS blijkt dat er herverdeeleffecten zullen optreden. ‘Er zijn zowel scholen als gemeenten die volgens de nieuwe berekening relatief hoog scoren en in de huidige regeling een relatief lage positie hebben en vice versa’, zo meldt het CBS.

Hoe groot deze effecten precies zijn, kan volgens het CBS pas worden bepaald nadat duidelijk is geworden hoe het ministerie van OCW het onderwijsachterstandenbeleid gaat herzien.

Lees meer…

Nieuwe indicator onderwijsachterstandenbeleid

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW verwacht begin januari de eindrapportage te kunnen presenteren van een onderzoek naar een nieuwe indicator voor het onderwijsachterstandenbeleid.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat het eerste deel ervan afgelopen najaar heeft afgerond. Naar aanleiding daarvan was er op 14 december een eerste bijeenkomst met informatie over de nieuwe indicator.

Voorspelmodel onderwijsachterstandenbeleid

In de eindfase van het onderzoek worden de resultaten vertaald naar een voorspelmodel voor de invloed van specifieke omgevingskenmerken op de onderwijsprestaties van leerlingen. Het gaat bijvoorbeeld om het opleidingsniveau van de ouders, het land van herkomst en de verblijfsduur in Nederland en de vraag of een gezin in de schuldsanering zit.

Het is de bedoeling dat de nieuwe indicator wordt gebruikt voor zowel de gewichtenregeling voor scholen als voor de verdeling van het geld voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid.

Lees meer…

PO-Raad wil meer geld voor achterstandsleerlingen

Er moet meer geld naar onderwijs aan achterstandsleerlingen. Daarvoor pleit voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad, meldt RTL Nieuws.

Het budget voor onderwijs aan achterstandsleerlingen gaat de komende jaren omlaag. Dat komt doordat het aantal ouders met een laag opleidingsniveau afneemt. In 2011 waren er 186.000 achterstandsleerlingen, vorig jaar waren dat er 134.000 en de komende jaren zal dat aantal verder afnemen.

Meer achterstandsleerlingen

Den Besten zegt bij RTL Nieuws dat het opleidingsniveau van de ouders geen goede graadmeter is. Ze wijst op kinderen uit Midden- en Oost-Europese landen, van wie de ouders niet laag zijn opgeleid. Deze kinderen hebben ook een achterstand, omdat ze vaak nog geen Nederlands spreken als ze hier naar school gaan.

Er zijn volgens Den Besten nog meer bepalende factoren: ‘Het gaat niet alleen om de scholing van ouders. Daar is de wetenschap al lang over uit: het gaat ook om inkomensniveau, etniciteit, welke taal wordt er thuis gesproken, waar groei je op, hoe is jouw wijk? Al die factoren horen bij een goed achterstandenbeleid.’

PO-Raad wil andere criteria achterstandsleerling

De criteria die bepalen of een kind een achterstandsleerling is, moeten worden aangepast. Aanleiding voor dit pleidooi van de PO-Raad is het feit dat schoolbesturen veel geld toeleggen op het onderwijs aan vluchtelingenkinderen.

De PO-Raad meldt op basis van een peiling onder basisscholen met asielzoekersleerlingen dat tweederde van de scholen geld toelegt op het onderwijs aan deze groep kinderen. Gemiddeld gaat het om 850 euro per leerling per jaar.

Bijna alle scholen geven aan dat twee jaar extra geld nodig is om goed onderwijs voor vluchtelingenkinderen te organiseren, maar staatssecretaris Sander Dekker van OCW vindt één jaar voldoende. De Tweede Kamer nam weliswaar motie aan om scholen twee jaar extra geld te geven, maar die motie heeft Dekker naast zich neergelegd.

Nu vaak geen achterstandsleerling

De staatssecretaris stelt dat scholen via het onderwijsachterstandenbeleid al geld krijgen om onderwijs voor vluchtelingenkinderen van te betalen ná het eerste jaar. De PO-Raad wijst erop dat alleen kinderen van wie de ouders minder dan twee jaar voortgezet onderwijs hebben gevolgd, worden gezien als achterstandsleerlingen. De helft van de vluchtelingenkinderen behoort hier niet toe.

Daarom pleit de PO-Raad voor nieuwe criteria op basis waarvan bepaald wordt of een leerling een potentiële achterstandsleerling is die extra ondersteuning nodig heeft.

Dekker houdt voet bij stuk

Staatssecretaris Dekker laat in reactie op de oproep van de PO-Raad weten dat hij niet bereid is meer geld te investeren in goed onderwijs voor asielzoekerskinderen, meldt nieuwssite NU.nl.