Transitievergoeding bij gedwongen minder uren

Werknemers die om gezondheidsredenen minder uren moeten gaan werken, hebben recht op een gedeeltelijke transitievergoeding. Dat heeft de Hoge Raad bepaald.

De zaak waarin de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan, gaat over een docente die deels was afgekeurd door het UWV. Zij en haar werkgever maakten afspraken over een vermindering van de betrekkingsomvang. Deze afspraken werden bevestigd met een akte van ontslag en een hernieuwde akte van benoeming.

De Algemene Onderwijsbond (AOb) die de procedure bij de Hoge Raad had aangespannen, betoogde dat sprake was van opzegging op initiatief van de werkgever en dat er derhalve een transitievergoeding verschuldigd zou zijn. Het schoolbestuur betoogde dat er slechts sprake was van een vermindering van de betrekkingsomvang, waarvoor geen transitievergoeding verschuldigd was.

Gedeeltelijke transitievergoeding

De Hoge Raad stelt nu dat de voortzetting van de arbeidsovereenkomst in verminderde omvang feitelijk neerkomt op gedeeltelijke beëindiging van die overeenkomst. Hoewel de wet daarin niet voorziet, ziet de Hoge Raad aanleiding een gedeeltelijke transitievergoeding toe te kennen. Daarbij acht de raad het van belang dat er sprake is van een bijzondere omstandigheid, namelijk ziekte, die maakte dat de docente gedwongen werd haar arbeidsduur te verminderen.

De Hoge Raad geeft richtlijnen mee voor situaties waarin recht bestaat op een (gedeeltelijke) transitievergoeding. In die gevallen kan worden gesproken van een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst, ongeacht de vraag of in het gegeven geval de vermindering van de arbeidsduur heeft plaatsgevonden in de vorm van:

  • een gedeeltelijke beëindiging;
  • een algeheel ontslag gevolgd door een nieuwe, aangepaste  arbeidsovereenkomst;
  • een aanpassing van de arbeidsovereenkomst.

De Hoge Raad voegt hieraan de voorwaarde toe dat de arbeidsduur met ten minste 20 procent moet zijn verminderd.

De gedeeltelijke transitievergoeding dient berekend te worden naar evenredigheid van de vermindering van de arbeidstijd en uitgaande van het loon waarop voorheen aanspraak bestond.

Let op: de uitspraak van de Hoge Raad heeft betrekking op het reguliere arbeidsrecht. Dit betekent dat de uitspraak (nog) geen betrekking heeft op de arbeidsrechtelijke positie van ambtenaren en daarmee dus niet op werknemers in het openbaar onderwijs. Dat verandert met de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA).

Ga naar de uitspraak van de Hoge Raad.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Fonds voor transitievergoeding bij ontslag

Er komt een fonds waaruit de transitievergoedingen worden betaald die na twee jaar ziekte zijn uitgekeerd aan werknemers. Dat volgt uit het wetsvoorstel Maatregelen met betrekking tot de transitievergoeding bij ontslag.

Na de Tweede Kamer ging in juli ook de Eerste Kamer akkoord met het wetsvoorstel. Het is is bedoeld om tegemoet te komen aan zorgen van werkgevers over zowel de hoge kosten die zij maken in verband met langdurig arbeidsongeschikte werknemers als over de transitievergoeding die zij verschuldigd zijn bij ontslag om bedrijfseconomische redenen.

Om voor vergoeding in aanmerking te komen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • De transitievergoeding was op grond van de wet verschuldigd, omdat de arbeidsovereenkomst door de werkgever is opgezegd of op diens verzoek is ontbonden, of zou op grond van de wet verschuldigd zijn als de arbeidsovereenkomst die door een overeenkomst is beëindigd door opzegging of ontbinding zou zijn beëindigd, en
  • de arbeidsovereenkomst is geëindigd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, dat wil zeggen dat het opzegverbod tijdens ziekte was verstreken op het tijdstip van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst én de arbeidsovereenkomst beëindigd is omdat de werknemer niet meer in staat was om de bedongen arbeid te verrichten, of
  • de arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd en de werknemer was op het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd arbeidsongeschikt.

De datum van inwerkingtreding van de maatregel is nog niet bekend, maar zal op zijn vroegst 1 april 2020 zijn. Dat komt doordat het UWV tijd nodig heeft om zich voor te bereiden op de uitvoering ervan.

Onderwijsbegroting

De maatregel werd in september vorig jaar genoemd in de onderwijsbegroting voor 2018. Geld van het ministerie van OCW wordt in dit kader overgeboekt naar de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Docenten ontslagen vanwege examenfraude

VO Haaglanden ontslaat vier docenten van het openbare Rijswijks Lyceum, omdat zij zich schuldig hebben gemaakt aan examenfraude. Ook doet het bestuur aangifte tegen hen.

VO Haaglanden meldt dat de leraren in totaal zeven leerlingen hun herexamen op onderdelen lieten verbeteren. De docenten hebben de examenfraude bekend. Ze wilden, zo meldt VO Haaglanden, ‘ten behoeve van de school en de leerlingen langs deze weg de examenresultaten van de school beïnvloeden’.

De schoolleiding heeft de Inspectie van het Onderwijs op de hoogte gebracht van de kwestie. De herexamens zijn ongeldig verklaard. De zeven leerlingen krijgen in augustus een nieuwe kans.

Voorzitter Arno Peters van het college van bestuur van VO Haaglanden geeft een toelichting op Omroep West:

Bedrijfseconomisch ontslag in primair onderwijs

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB hebben met collega’s van de helpdesks van de andere profielorganisaties een artikel gepubliceerd over bedrijfseconomisch ontslag in het primair onderwijs.

Het artikel gaat in op de Wet Werk en zekerheid, die met name impact heeft op het bijzonder onderwijs. Ook komt het proces van bedrijfseconomisch ontslag in het openbaar onderwijs aan bod. Tot slot wordt ingegaan op de mogelijkheden van vergoeding van de met ontslag gepaard gaande uitkeringslasten.

Artikel downloaden

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Transitievergoeding gecompenseerd uit Awf

Werknemers die langdurig ziek zijn, houden recht op een transitievergoeding maar hun werkgever wordt gecompenseerd uit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Dit staat in een wetsvoorstel van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarmee de ministerraad heeft ingestemd.

Met het wetsvoorstel, dat samenhangt met de Wet werk en zekerheid (WWZ), wordt volgens Asscher tegemoet gekomen aan de zorgen die er zijn over de optelsom van financiële verplichtingen voor langdurig zieke werknemers. Er staat overigens wel een verhoging van de uniforme Awf-premie tegenover.

Omdat de WWZ (nog) geen betrekking heeft op het openbaar onderwijs, heeft het wetsvoorstel van Asscher dat voorlopig ook niet. Het heeft al wel betrekking op het bijzonder onderwijs, waarvoor de WWZ geldt.

De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Lees meer…

Extreemrechtse docent terecht ontslagen

Het Twents Carmel College in Oldenzaal heeft een geschiedenisleraar met extreemrechtse sympathieën terecht ontslagen. Dat heeft de kantonrechter bepaald.

De leraar werd ervan beschuldigd dat hij zich onder meer tegenover leerlingen racistisch had uitgelaten. De school vond dat hij hiermee de grenzen van respect had overschreden en besloot de arbeidsovereenkomst met hem te ontbinden.

Neonazi voor de klas?

Het Algemeen Dagblad meldt dat de geschiedenisleraar eerder al stage had gelopen op het Twents Carmel College. Ook toen zou al duidelijk zijn geweest dat hij extreemrechtse sympathieën had. De krant meldt dat leerlingen zich erover verbaasden dat ‘een neonazi’ voor de klas mocht staan.

De docent maakte bezwaar tegen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst en eiste bovendien een schadevergoeding, maar de kantonrechter ging hier niet in mee en heeft de school in het gelijk gesteld.

Lees de uitspraak van de kantonrechter

‘CAO PO bevat fouten in ontslagroute’

Het Personeelscluster Oost-Nederland (PON) wijst de sociale partners op fouten in de ontslagroute voor het bijzonder onderwijs, zoals die is opgenomen in hoofdstuk 4 van het onderhandelaarsakkoord voor de CAO PO 2016-2017.

Het PON stelt dat de PO-Raad en de onderwijsvakbonden bij het onderhandelaarsakkoord voor de CAO PO 2016-2017 voorbij zijn gegaan aan wet- en regelgeving.

‘CAO PO wekt verkeerde verwachtingen’

‘Uit juridisch advies blijkt dat de gemaakte afspraken over werkgelegenheids- en ontslagbeleid voor wat betreft de effectuering van een formatief ontslag geen enkele betekenis hebben. Desondanks suggereren sociale partners dat deze afspraken voor werkgever en werknemer bindend zijn’, aldus het PON.

‘Uit de praktijk en het advies blijkt dat het UWV geen enkele rekening houdt met de afspraken van het onderhandelaarsakkoord.’ Door het akkoord ontstaat volgens het PON ‘een complex proces van bureaucratie, schijnprocedures en verkeerde verwachtingen richting werkgever en werknemer’.

Lees meer…

De PO-Raad heeft aan VOS/ABB laten weten met een reactie te komen op de stelling van het PON dat de ontslagroute fouten bevat.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Bijzonder onderwijs: tijdig ontslagaanvraag indienen!

Schoolbesturen in het bijzonder primair onderwijs die per 1 augustus medewerkers willen ontslaan die in het risicodragend deel der formatie (RDDF) zitten, doen er verstandig aan vóór 1 mei via een ontslagaanvraag in te dienen bij het UWV.

Voor ontslag op bedrijfseconomische gronden is voor het bijzonder onderwijs tegenwoordig toestemming van het UWV nodig. Dit is een gevolg van de Wet werk en zekerheid (WWZ). Voor het openbaar onderwijs geldt deze wet nog niet.

In een brief van de sociale partners aan het UWV staat uitgebreide informatie. Het is raadzaam deze brief mee te sturen bij de ontslagaanvraag aan het UWV voor medewerkers die in het RDDF zijn geplaatst.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Cursus ‘Dossieropbouw bij ontslag’

Jaarlijks wordt, door de werkgever of de leidinggevende, met de werknemer besproken hoe hij functioneert in zijn functie en binnen de organisatie. Als blijkt dat een werknemer onvoldoende functioneert, dan zullen er verdere stappen ondernomen moeten worden.

Welke stappen er genomen moeten worden, hangt af van het knelpunt in het functioneren. Aan de hand van dat knelpunt kan een verbeteringstraject worden ingezet. Van belang bij dit traject is dat er voldoende dossieropbouw plaatsvindt, zodat het verbeteringstraject gemonitord en bijgesteld kan worden. Daarnaast is goede dossieropbouw van belang om ervoor te zorgen dat aan het einde van het traject een maatregel kan worden genomen. In het ergste geval is dat ontslag.

In deze cursus zullen we ingaan op dossieropbouw en de wijze waarop dit besproken dient te worden met de werknemer die onvoldoende functioneert. In dat kader zullen de volgende onderwerpen aan bod komen:

  • Gesprekkencyclus
    – Functionerings- en beoordelingsgesprekken
  • Opbouw dossier
    – Gesprek aangaan over disfunctioneren
    – Het verbetertraject
    – Verslaglegging
  • Verdere stappen na constatering disfunctioneren
    – Plichtsverzuim
    – Schorsing
    – Ontslag

Het doel van de cursus is dat de deelnemers inzicht krijgen in een adequate dossieropbouw. Dit proberen we te bereiken door de verschillende stappen in een ongeschiktheidstraject te bespreken. Vragen die daarbij een rol spelen:

  • Hoe signaleert u een disfunctionerende werknemer en hoe pakt u dat vervolgens aan?
  • Welke weg gaat u op in het verbeteringstraject en wat is van belang om daarbij vast te leggen?
  • Welke maatregelen kunt u nemen aan het einde van het traject?

De cursus zal voor een groot deel bestaan uit de overdracht van theorie, maar binnen de bijeenkomst zullen ook plenair casussen worden besproken. Natuurlijk is er ook ruimte om vragen te stellen een specifieke casus in te brengen.

Wanneer en waar?
Deze cursus vindt plaats op donderdag 19 mei 2016 (VOL!) en op donderdag 26 mei 2016 in het kantoor van VOS/ABB in Woerden. De cursus begint om 13.00 uur (inloop kwartier van tevoren) en eindigt om ongeveer 16.30 uur.

De cursus is relevant voor leidinggevenden, maar ook voor personen die zich bezig houden met het personeelsbeleid. Te denken valt aan P&O’ers, HRM’ers, teamleiders, schooldirecteuren en bestuurdersleden.

Aanmelden
De cursusbijeenkomst is uitsluitend toegankelijk voor leden van VOS/ABB. Er zijn geen kosten aan verbonden. Niet-leden kunnen deze middagcursus niet volgen.

U kunt zich online aanmelden via . Vermeld in uw aanmeldingsmail ‘Cursus Dossieropbouw bij ontslag’. Vermeld ook duidelijk uw naam, de organisatie waarvoor u werkt en het telefoonnummer waarop wij u kunnen bereiken.

Let op: per schoolbestuur mogen maximaal twee personen zich inschrijven voor deelname aan deze cursus. Bij minder dan acht deelnemers kan de cursus helaas niet doorgaan.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Subsidie voor loopbaanscans en employabilitytrainingen

In het voortgezet onderwijs kunnen schoolbesturen 50 procent subsidie krijgen voor loopbaanscans en employabilitytrainingen. Aanmelden kan tot april 2017.

Het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor het voortgezet onderwijs Voion meldt dat er nog volop ruimte is om medewerkers een loopbaanscan of een employabilitytraining aan te bieden.

Loopbaanscan richten zich bijvoorbeeld op motivatie, vitaliteit, competenties, werkdruk, loopbaan of vertrek. Bij eventuele vervolginterventies kan worden gedacht aan een opleiding of coachingstraject.

Met employabilitytrainingen kunnen medewerkers die met ontslag worden bedreigd hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten.

Lees meer…

Docent die leerling vastgreep ten onrechte ontslagen

Het Wellantcollege heeft ten onrechte een docent ontslagen nadat hij tijdens een excursie een vervelende leerling hard had aangepakt. Zo oordeelt de Commissie van Beroep.

De 57-jarige docent van het Wellantcollege in het Zuid-Hollandse dorp Ottoland werd in juni op staande voet ontslagen. Hij had op de terugweg van de excursie in de bus verschillende keren een leerling vastgepakt, omdat die zich vervelend gedroeg.

De commissie vindt het vastgrijpen van de leerling geen buitensporig geweld. Ook woog het voor de commissie zwaar dat de leraar tijdens zijn 30-jarig dienstverband nooit eerder betrokken was geweest bij dergelijke incidenten.

Eerder werd de man al door de kantonrechter in het gelijk gesteld. Het is nog niet bekend of het Wellantcollege hem terugneemt.

Download de uitspraak van de Commissie van Beroep

Ontslag mogelijk na niet nakomen studieafspraken

Het is niet altijd nodig om bij een onbevoegde docent in het voortgezet onderwijs te wachten tot de gestelde einddatum om tot beëindiging van het dienstverband over te gaan. Als duidelijk wordt dat de werknemer studieafspraken niet nakomt, kan dit reden zijn het dienstverband niet te verlengen. Dit blijkt uit een uitspraak van de Commissie van Beroep.

Verus schrijft over deze uitspraak, waarbij wordt verwezen naar een nieuwe bepaling in de CAO VO 2011-2012. In artikel 8.a.3 staat dat een werknemer die geen wettelijke onderwijsbevoegdheid bezit voor het voortgezet onderwijs maximaal twee jaar in een leraarsfunctie kan worden benoemd. In bijzondere gevallen kan dit nog twee keer met een jaar worden verlengd.

In de zaak waar Verus over schrijft, betrof het een werkneemster die al sinds 2003 onbevoegd in dienst was. Door ziekte was zij steeds niet in staat haar opleiding af te maken. De werkgever zegde haar dienstverband uiteindelijk op, omdat duidelijk was dat zij haar bevoegdheid niet meer binnen de afgesproken tijd zou kunnen halen.

De Commissie van Beroep stelt vast dat het voor de werkneemster in redelijkheid duidelijk had moeten zijn dat het niet behalen van een bevoegdheid voor of op de laatste overeengekomen einddatum reden zou kunnen zijn voor het beëindigen van haar dienstverband.

Lees het bericht van Verus

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

In onderwijs uiterst zelden gedwongen ontslag

Het onderwijs is een sector waarin bijna geen gedwongen ontslagen vallen. Dat en meer staat in het rapport Vraag naar arbeid van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Niet alleen in het onderwijs, ook in de sector zorg en welzijn vindt bijna geen gedwongen ontslag plaats, terwijl dat in de overige sectoren procentueel vaker gebeurt. ‘Mogelijk spelen verschillen in de wet- en regelgeving voor ontslag voor deze sectoren een rol’, merken de onderzoekers van het SCP op.

Wat volgens hen ook kan meespelen, is dat concurrentie in het onderwijs niet belangrijk wordt gevonden. ‘De noodzaak om individuele werknemers af te rekenen op prestaties is daarmee kleiner’, zo staat in het rapport.

Gedwongen ontslagen komen ook weinig voor doordat er in het onderwijs vaak met tijdelijke contracten wordt gewerkt. In de helft van de uitstroom uit het onderwijs blijkt dat het geval te zijn.  In het onderwijs heeft 10 procent van het personeel een tijdelijk arbeidscontract zonder zicht op een vaste aanstelling.

In het rapport van het SCP staat verder dat door de sterke vergrijzing de uitstroom uit het onderwijs relatief vaak leeftijdsgerelateerd is.

Krimp: voornemen tot ontslag uiterlijk op 9 april!

Schoolbesturen die in verband met krimp personeelsleden moeten ontslaan, dienen het voornemen hiertoe op tijd aan hen bekend te maken. In een deel van de gevallen zal dit al uiterlijk al op 9 april aanstaande moeten zijn gebeurd!

Als blijkt dat de schoolbesturen in het primair onderwijs voldoende ontslagruimte hebben, kunnen ze werknemers die in het RDDF zitten per 1 augustus 2014 ontslaan. Voor werknemers die vijf jaar of langer werkzaam zijn bij het schoolbestuur, dient een opzegtermijn in acht te worden genomen van minimaal drie maanden. Dit betekent dat voor deze groep het voornemen tot ontslag drie weken vóór 1 mei 2014 (dus uiterlijk op 9 april) bekend moet zijn. Dit vloeit voort uit de artikelen 3.11, 3.12, 4.7 en 4.10 van de CAO PO 2013.

In het primair onderwijs geldt een opzegtermijn van één maand voor werknemers die 12 maanden of korter in dienst zijn en een opzegtermijn van twee maanden voor werknemers die langer dan 12 maanden maar korter dan vijf jaar in dienst zijn (zie artikelen 3.12 en 4.10 van de CAO PO 2013). Dit geldt overigens niet bij alle ontslaggronden, maar wel als sprake is van RDDF-plaatsing.

Voortgezet onderwijs
Als er in het kader van krimp mogelijk ontslagen vallen in het voortgezet onderwijs, dan dient uitvoering gegeven te worden aan het werkgelegenheidsbeleid. Dit bestaat uit twee fasen: de vrijwillige en de gedwongen fase die in totaal twee jaar duren. Het betreft sociaal beleid dat moet worden opgesteld met de vakbonden.

Als na twee jaar tot ontslag kan worden overgegaan in verband met krimp (opheffing van de betrekking), dan gelden de volgende opzegtermijnen:

  • één maand indien het dienstverband zes maanden of minder heeft geduurd;
  • twee maanden indien het dienstverband meer dan zes maar minder dan 12 maanden heeft geduurd;
  • drie maanden indien het dienstverband 12 maanden of meer heeft geduurd.

Dit geldt zowel voor het openbaar als het bijzonder onderwijs (zie artikelen 9.b.3 jo., 9.b.4 respectievelijk 9.a.5 jo. en 9.a.4 van de CAO VO 2011-2012).

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Wet werk en zekerheid: de veranderingen

Wat verandert er met de Wet werk en zekerheid? Een deel van de wijzigingen treedt al op 1 juli aanstaande in werking!

De Tweede Kamer heeft er in februari mee ingestemd en in de loop van dit voorjaar volgt het akkoord van de Eerste Kamer voor de Wet werk en zekerheid hoogstwaarschijnlijk ook.

Dit betekent dat het ontslagrecht op de schop gaat en er straks strengere voorwaarden gelden voor het werken met flexwerkers. De hervorming van het ontslagrecht en de verkorting van de ketenbepaling (opeenvolging van tijdelijke contracten) treden pas in werking per 1 juli 2015. Onderstaande maatregelen gaan echter al per 1 juli 2014 in:

  • Er komt een wettelijke aanzegtermijn voor tijdelijke contracten van zes maanden of langer. Let op: hoewel de officiële datum van inwerkingtreding van dit voorstel 1 juli 2014 is, geldt er voor bestaande tijdelijke contracten een overgangsregeling. Sluit u vóór 1 juli 2014 een tijdelijk contract dat tijdens de looptijd deze datum overschrijdt, dan hoeft u pas per 1 augustus rekening te houden met de aanzegtermijn.
  • U mag geen proeftijd meer opnemen in een tijdelijk contract van zes maanden of korter.

De verkorting van de ketenbepaling gaat pas in per 1 juli 2015. Toch is het belangrijk om ook hier op tijd over na te denken. Inventariseer welke werknemers in uw organisatie een tijdelijk contract hebben en wat de einddatum hiervan is. De nieuwe ketenbepaling geldt alleen voor contracten die u per 1 juli 2015 sluit. Voor contracten die tijdens de looptijd deze datum overschrijden, gelden de oude regels en mag u dus nog de maximale termijn van drie jaar aanhouden.

Sluit u bijvoorbeeld per 1 juli 2014 een tweede jaarcontract met een werknemer (waarvan de einddatum 30 juni 2015 is), dan kunt u per 1 juli 2015 niet een nieuw jaarcontract met deze werknemer aangaan. Wilt u de werknemer in dienst houden, dan zult u hem in dat geval een vast dienstverband moeten geven.

Een mogelijke manier om hiermee om te gaan, is om de einddatum van het contract op 29 juni 2015 te zetten, zodat u op 30 juni 2015 nog een nieuw contract kunt sluiten.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

‘Oudere leraren worden niet gedumpt’

CNV Onderwijs heeft ongelijk door te stellen dat schoolbesturen vooral van oudere leerkrachten af zouden willen. Dat stellen minister jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW. Zij baseren zich op cijfers van uitkeringsinstantie UWV.

De christelijke onderwijsbond meldde in december dat het aantal 58-plussers dat te maken heeft met een conflict of ontslagzaak op hun school de afgelopen drie jaar is vervijfvoudigd. Voorzitter van CNV Onderwijs, Helen van den Berg, sprak toen van een onwenselijke ontwikkeling: ‘We komen echt schrijnende gevallen tegen van mensen die zich bij het grofvuil gezet voelen. De afrekencultuur is het onderwijs binnengekomen.’

Minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker zien een heel ander beeld dan de vakbond, zo melden zij in antwoorden op Kamervragen. Ze verwijzen naar de instroomcijfers van werkloze leraren. ‘De UWV-cijfers laten een stijging van de instroom in de WW zien van zowel oudere als jongere leraren’, aldus Bussemaker en Dekker. Als de instroom van oudere leraren in de WW wordt afgezet tegen het totaal aantal oudere leraren in het onderwijs, kan volgens hem niet worden gesteld dat oudere leraren relatief vaak worden ontslagen.

Zij benadrukken geen reden te hebben om aan te nemen dat oudere leraren de dupe worden van slecht personeelsbeleid van scholen, zoals CNV Onderwijs beweert.

‘Oudere leerkracht moet plaatsmaken’

Oudere leerkrachten moeten plaatsmaken, omdat het onderwijs de laatste jaren een omslag heeft gemaakt naar een meer professionele cultuur en zij daar niet meer bij passen. Dat zegt directeur Kees Francino van de RK-basisschool Damiaan in Zeist in een ingezonden brief in de Volkskrant van vandaag. Hij noemt dit ‘de ware reden’ van het ontslag van oudere leraren.

Francino reageert hiermee op het bericht van CNV Onderwijs van vorige week, dat schoolbesturen massaal af zouden willen van hun oudere leerkrachten. Inmiddels hebben de PvdA en de partij 50Plus daarover Kamervragen gesteld. Zij geven aan dat oudere leraren juist een belangrijke rol hebben bij het coachen van jongere leerkrachten.

‘Softe bedrijfsvoering’
Daar denkt Francino duidelijk anders over. Hij schrijft: ‘Oudere leraren hebben veelal minder veerkracht om zich te voegen in de meer professionele werkomgeving van nu.’ Jonge collega’s kunnen dat volgens hem wel. Hij bepleit dat oudere leerkrachten de mogelijkheid krijgen iets eerder uit te stromen, ten gunste van de jonge leerkrachten.

Uit zijn brief blijkt verder dan Francino vindt dat het (basis)onderwijs zich jarenlang heeft gekenmerkt door een ‘softe bedrijfsvoering, waardoor niet goed functionerende leerkrachten altijd maar bleven zitten’, terwijl de houding van de leidinggevenden vooral ‘verzoenend’ was. Die tijd is voorbij door invoering van het kwaliteitsgerichte werken ‘waarbij opbrengsten centraal staan en de competenties van leerkrachten er daadwerkelijk weer toe doen’, aldus Francino.

Geef hieronder úw reactie op deze discussie.

Nog geen krimpmaatregelen die RDDF beïnvloeden

Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de overheid in het kader van demografische krimp maatregelen neemt die ertoe leiden dat personeel al voor 1 mei 2013 in het risicodragende deel van de formatie (RDDF) moet worden geplaatst. Dat antwoordt staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van CDA'er Michel Rog.

De staatssecretaris komt in mei met een reactie op het advies Grenzen aan kleine scholen van de Onderwijsraad. In dit advies staat onder andere dat de minimale opheffingsnorm voor basisscholen omhoog moet van 23 naar 100 leerlingen. In het onderwijs is veel bezwaar tegen dit onderdeel van het plan en ook de coalitiepartijen VVD en PvdA zien het niet zitten. Het lijkt er dus op dat de norm niet op 100 leerlingen komt te liggen. Toch is er nog steeds veel ongerustheid over dit onderdeel van het advies.

Michel Rog van het CDA wilde van Dekker weten of diens reactie op het advies niet te laat komt in verband met de noodzaak voor schoolbesturen om op tijd, dat wil zeggen vóór 1 mei 2013, eventueel overtollig personeel in het RDDF te plaatsen. Volgens de staatssecretaris worden er niet al op zo korte termijn maatregelen genomen dat besturen hierdoor in de knel zouden kunnen komen. 

Wel wijst Dekker erop dat schoolbesturen er altijd verstandig aan doen om los van het advies van de Onderwijsraad en eventuele toekomstige maatregelen tijdig te anticiperen op dalende leerlingenaantallen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl 

Vergoeding bij ontslag wordt goedkoper

De kantonrechtersformule geldt alleen voor werknemers van (algemeen) bijzondere schoolbesturen, omdat personeelsleden in dienst van openbare schoolbesturen die het met ontslag oneens zijn in beroep moeten gaan bij de bestuursrechter.

In de nieuwe formule worden minder maandsalarissen per gewerkt jaar toegekend tot een leeftijd van 55 jaar. Opvallend is dat de kantonrechter door de vernieuwde formule voortaan ook de arbeidsmarktpositie van de werknemer en de financiële positie van de werkgever betrekt bij het bepalen van de ontslagvergoeding.

Dergelijke criteria werden door de bestuursrechter reeds meegenomen bij de bepaling van de hoogte van een financiële compensatie voor ontslag. Van belang is daarbij dat de bestuursrechter, dus voor werknemers in het openbaar onderwijs, meestal alleen een financiële compensatie op zijn plaats vindt als het ontslag is verleend wegens ‘gewichtige redenen’, en dan nog niet in alle gevallen. Dit mede omdat een werknemer in het openbaar onderwijs vaak al aanspraak maakt op hoge (bovenwettelijke) uitkeringen.

In de schaarse gevallen waarin wel een vergoeding werd bepaald, zocht de bestuursrechter weliswaar aansluiting bij de kantonrechtersformule, maar paste hij die toch op andere wijze toe. De Centrale Raad van Beroep heeft zich in 2007 echter duidelijk uitgesproken dat toepassing van de kantonrechtersformule in ambtenarenzaken niet voor de hand ligt.

Met vragen over details van de regeling kunnen leden terecht bij de Helpdesk en de juristen van VOS/ABB, of kijk op www.rechtspraak.nl.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250, helpdesk@vosabb.nl