Nederlandse leerlingen kunnen goed samenwerken

Nederlandse leerlingen kunnen goed met elkaar samenwerken om problemen op te lossen. Dat blijkt uit onderzoek van het Programme for International Student Assessment (PISA) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Aanleiding voor het internationale onderzoek is dat er in de economie een groeiende behoefte is aan mensen die met elkaar niet-routinematige opdrachten kunnen uitvoeren. Het onderzoek richtte zich op 15-jarige leerlingen uit 51 landen.

In Nederland  deden in totaal 1714 leerlingen van 187 scholen aan het PISA-onderzoek mee, van praktijkonderwijs tot en met vwo.

In vergelijking met de gemiddelde prestaties in de onderzochte landen doet Nederland het relatief goed. Binnen de EU staat ons land op de zesde plaats, waarbij alleen Estland en Finland statistisch significant beter presteren.

In alle deelnemende landen scoren meisjes vaak een stuk beter dan jongens.

Lees meer…

 

 

Hoe kunnen krimpende basisscholen samenwerken?

Krimpende basisscholen die willen samenwerken met andere scholen in hun regio, kunnen de publicatie Samen aan de slag met leerlingendaling: handreiking bij samenwerken in het primair onderwijs downloaden.

Deze handreiking biedt inzicht in de stappen die schoolbesturen doorlopen als zij willen samenwerken. De publicatie behandelt drie thema’s: het op te lossen vraagstuk, het proces om tot samenwerking te komen en de mogelijke samenwerkingsvormen.

Het eerste thema gaat over het benoemen van het vraagstuk waarvoor samenwerking de oplossing is. Daartoe leidt de handreiking u langs een aantal strategische vragen.

Het proces om tot samenwerking te komen, wordt als tweede behandeld. Alle stappen van dit proces komen naar voren in de handreiking: van het zoeken naar mogelijke samenwerkingspartners tot het vormgeven en implementeren van de samenwerking.

Als laatste komen de mogelijke samenwerkingsvormen aan bod. Bij elke samenwerkingsvorm worden tips en aandachtspunten gegeven.

 

Meer scholen werken samen vanwege krimp

Steeds meer scholen en besturen werken samen vanwege de bevolkingskrimp en de daarmee samenhangende leerlingendaling. Een op de drie schoolbesturen in primair en voortgezet onderwijs werkt nu al samen en vele zijn het van plan. 

Dit blijkt uit de Quickscan leerlingendaling PO en VO die het ministerie van OCW vandaag heeft gepubliceerd. De quickscan is gemaakt door onderzoeksbureau Oberon, die de cijfers heeft vergeleken met vorig jaar. Daaruit blijkt dat naast de scholen die al samenwerken nog eens 20 procent van de besturen in het primair onderwijs dat van plan is, en 16 procent in het voortgezet onderwijs. De aanleiding is steeds de krimp. De samenwerking krijgt op verschillende manieren vorm.

Vormen van samenwerking
Zowel basisscholen als vo-scholen stimuleren steeds meer het uitwisselen van kennis en ervaring tussen medewerkers. In het primair onderwijs wordt ook melding gemaakt van samenwerking via een gezamenlijke vervangingspool en deelname aan een regionaal transfercentrum. Het voortgezet onderwijs bundelt vaker de facilitaire diensten en wisselt docenten uit.

Inzet weer groter geworden
Vooral in het voortgezet onderwijs is de inzet op leerlingendaling dit jaar groter geworden: 44 procent van de scholen geeft dit aan. Bij 54 procent van de vo-scholen is die inzet gelijk gebleven en slechts bij 1 procent werd het minder omdat de prognoses toch minder ernstig bleken dan gedacht en plannen al grotendeels gerealiseerd waren.

In het primair onderwijs is de inzet op leerlingendaling bij de meeste schoolbesturen (59 procent) dit jaar gelijk gebleven ten opzichte van 2015. Een op de vijf scholen geeft aan dat de inzet groter is geworden en bij 8 procent is het verminderd.

Download de Quickscan leerlingendaling PO en VO

‘Geld geen reden voor uitstel samenwerking’

Het is voor schoolbesturen niet nodig om voor regionale samenwerking een afwachtende houding aan te nemen. Dat stelt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief, waarin hij de Tweede Kamer informeert over het voornemen de regelgeving omtrent samenwerkingsscholen te wijzigen.

Dekker signaleert in zijn brief aan de Tweede Kamer dat schoolbesturen soms een afwachtende houding aannemen als het gaat om samenwerking, omdat zij onzeker zijn over de toekomst van de kleinescholentoeslag. Die toeslag wordt echter teruggegeven aan de schoolbesturen, zo benadrukt hij.

‘Bij de teruggave van de  kleinescholentoeslag wordt de hoogte van het nieuwe budget bepaald aan de hand van de peildatum 1 augustus 2013. Nu starten met regionale samenwerking om de gevolgen van leerlingendaling aan te pakken, leidt daarom niet tot nadeel in de toekomst. Het is dus niet nodig om een afwachtende houding aan te nemen’, aldus Dekker.

Stand van zaken
In zijn brief informeert hij de Tweede Kamer over de stand van zaken rond de versoepeling van de regels voor het vormen van een samenwerkingsschool. Hij geeft onder andere een tijdschema. Zo verwacht Dekker deze maand een rapport waarin het Centrum voor Onderwijsrecht de juridische mogelijkheden schetst die artikel 23 van de Grondwet biedt voor het vereenvoudigen van de wetgeving.

‘Op basis van dit advies volgt in de uitwerkingsbrief van april 2014 een voorstel voor de aanpassing van de regels rondom de samenwerkingsschool. De nieuwe wetgeving kan op zijn vroegst per 1 augustus 2016 van kracht worden’, zo schrijft de staatssecretaris.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Respect, begrip en samenwerken in de School!Week

'Het bespreekbaar maken van de verschillen zorgt voor oprecht contact, goede communicatie en begrip.' Dat zegt algemeen directeur Aad Goedegebuur van de stichting Openbaar Verenigd Onderwijs in Gorinchem en omgeving. Deze organisatie doet mee aan de School!Week 2013.

De School!Week, die maandag begon en tot en met vrijdag duurt, is de jaarlijks terugkerende campagne van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs. De week is een initiatief van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs.

In het hele land doen scholen en schoolbesturen eraan mee om te laten zien waar ze voor staan. Leidraad in de School!Week zijn de kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs. Daarin staat dat iedereen welkom is in het openbaar onderwijs, ongeacht religie, geaardheid, uiterlijk, politieke voorkeur, afkomst, sekse en geaardheid. Het motto van de School!Week is dan ook Ik ben welkom.

Op de acht openbare basisscholen in Gorinchem en Hardinxveld-Giessendam vinden verschillende activiteiten plaats, gericht op openheid en verbinding. Volgens Goedegebuur is het altijd goed om de waarde van het openbaar onderwijs te onderstrepen, zo vertelt hij op de website van de editie Hardinxveld-Giessendam van huis-aan-huisblad Het Kompas.

'Openbare en algemeen toegankelijke scholen hebben een eigen identiteit en een eigen visie. Het openbaar onderwijs is een afspiegeling van de maatschappij en een plaats waar men elkaar ontmoet. De openbare basisschool legt een goede basis voor je latere leven, wanneer je iedereen van allerlei gezindten tegenkomt.'

Goedegebuur vervolgt: 'In deze tijden van economische crisis moeten we geen personen uitsluiten, maar elkaar juist tegemoet komen. Het is belangrijk om respect voor elkaar te kunnen opbrengen, elkaar beter te leren begrijpen en samen te werken. We moeten ons niet richten op de verschillen, maar op de overeenkomsten. In de klas praten we over al die dingen. Het bespreekbaar maken van de verschillen zorgt voor oprecht contact, goede communicatie en begrip.'

Een van de scholen die aan de School!Week meedoen, is openbare basisschool De Driemaster in Hardinxveld. Deze school doet veel aan kunst en cultuur en organiseert speciaal voor de School!Week diverse activiteiten op het gebied van drama en muziek. Op de eveneens openbare Merwedeschool in Boven-Hardinxveld wordt een lipdub georganiseerd, waarin regels voor respectvolle omgang centraal staan.

Wat doet/doen uw school/scholen in de School!Week? Vertel ons uw verhaal en mail uw foto's: mvandenbogaerdt@vosabb.nl