Nederlanders niet heel bezorgd over onderwijs

Nederlanders maken zich een stuk minder zorgen over het onderwijs dan over de gezondheids- en ouderenzorg. Dat blijkt uit Burgerperspectieven 2019/1 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

De problemen die in het onderwijs worden ervaren, behoren niet tot de problemen die de gemiddelde Nederlander het meeste zorgen baren. Dat zijn wel de manier waarop wij in Nederland met elkaar samenleven, de immigratie en de daaraan gekoppelde integratie en ons inkomen en de economie.

Het onderwijs staat op de vijfde plaats als het gaat om de agendapunten die als belangrijkst worden ervaren. De gezondheids- en ouderenzorg staat op nummer 1.

Lees meer…

 

Na jarenlange afname meer voortijdig schoolverlaters

Het aantal voortijdig schoolverlaters is voor het eerst sinds jaren weer licht gestegen. Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau in De sociale staat van Nederland 2018.

In het schooljaar 2016-2017 stroomden ongeveer 28.650 jongeren voortijdig uit het onderwijs. Dat waren er ruim 1200 meer dan een jaar daarvoor. Jongens verlaten het onderwijs vaker zonder startkwalificatie dan meisjes.

Het aandeel voortijdig schoolverlaters is het hoogst onder jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond. Wel is het zo dat het percentage voortijdig schoolverlaters in deze groep daalt, terwijl het percentage jongeren zonder niet-westerse migratieachtergrond die voortijdig het onderwijs verlaten, min of meer op hetzelfde niveau blijft.

Lees meer…

Nederland hoger opgeleid: meer havo en vwo

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ziet dat in Nederland sinds 1990 een groter aandeel van de bevolking hoger is opgeleid. Meer mensen hebben een havo- of vwo-diploma gehaald en het aantal mensen met een opleiding op hbo- of universitair niveau is verdubbeld. Een steeds kleiner deel van de bevolking heeft geen startkwalificatie.

Het SCP meldt in het rapport De sociale staat van Nederland ook dat meisjes/vrouwen het in het onderwijs beter zijn gaan doen dan jongens/mannen. In 1990 was 53 procent van de mensen met een diploma in het hoger onderwijs man en 47 procent vrouw, sinds de eeuwwisseling is die verhouding ongeveer 44 om 56 procent.

In het rapport staat verder dat Nederlanders met een migratieachtergrond nog altijd een onderwijsachterstand hebben, maar dat hun gemiddelde opleidingsniveau wel stijgt. Doordat ook het opleidingsniveau van autochtone Nederlanders omhoog gaat, blijft het verschil tussen autochtoon en allochtoon echter bestaan.

Een ander punt dat het SCP aanstipt, is dat de prestaties van de huidige generatie leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs slechter is voor met name wiskunde en rekenen dan vijftien tot twintig jaar geleden.

Lees meer…

Onderwijs investeert veel in duurzame inzetbaarheid

De onderwijssector investeert veel in duurzame inzetbaarheid. Er is bijvoorbeeld veel aandacht voor de combinatie van werk en zorg. Dat staat in het rapport Arbeidsmarkt in kaart van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Ook nemen werkgevers in het onderwijs volgens het SCP veel maatregelen voor oudere werknemers en besteden ze veel aandacht aan van-werk-naar-werkactiviteiten.

Het SCP noemt ook ‘uitdagingen’. Zo is de hoge werkdruk die in het onderwijs wordt ervaren een probleem. Een ander punt is dat er weliswaar veel mogelijkheden zijn voor scholing en studieverlof, maar dat werkgevers vinden dat scholing buiten werktijd moet plaatsvinden.

Lees meer…

Onderwijs heeft voor Nederlanders geen topprioriteit

De gezondheids- en ouderenzorg is voor burgers met afstand de belangrijkste prioriteit voor politiek Den Haag. Goed onderwijs is wat hen betreft een stuk minder belangrijk, zo blijkt uit het jongste kwartaalbericht van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Als burgers wordt gevraagd wat er hoog op de agenda van de regering zou moeten staan, noemt 45 procent spontaan de gezondheids- en ouderenzorg. Daarna komt immigratie/integeratie (31 procent), economie/inkomensverschillen (24 procent) en goed onderwijs (20 procent).

Lees meer…

Onderwijs op 2

Uit een peiling die EenVandaag voor Prinsjesdag liet uitvoeren, bleek ook dat de mensen gezondheidszorg het belangrijkst vinden. Bijna zeven op de tien respondenten (68 procent) gaven aan dat daar in de volgende kabinetsperiode met voorrang in geïnvesteerd zou moeten worden.

Onderwijs stond in de peiling van EenVandaag op nummer 2 met  56 procent, gevolgd door klimaat met 38 procent.

In onderwijs uiterst zelden gedwongen ontslag

Het onderwijs is een sector waarin bijna geen gedwongen ontslagen vallen. Dat en meer staat in het rapport Vraag naar arbeid van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Niet alleen in het onderwijs, ook in de sector zorg en welzijn vindt bijna geen gedwongen ontslag plaats, terwijl dat in de overige sectoren procentueel vaker gebeurt. ‘Mogelijk spelen verschillen in de wet- en regelgeving voor ontslag voor deze sectoren een rol’, merken de onderzoekers van het SCP op.

Wat volgens hen ook kan meespelen, is dat concurrentie in het onderwijs niet belangrijk wordt gevonden. ‘De noodzaak om individuele werknemers af te rekenen op prestaties is daarmee kleiner’, zo staat in het rapport.

Gedwongen ontslagen komen ook weinig voor doordat er in het onderwijs vaak met tijdelijke contracten wordt gewerkt. In de helft van de uitstroom uit het onderwijs blijkt dat het geval te zijn.  In het onderwijs heeft 10 procent van het personeel een tijdelijk arbeidscontract zonder zicht op een vaste aanstelling.

In het rapport van het SCP staat verder dat door de sterke vergrijzing de uitstroom uit het onderwijs relatief vaak leeftijdsgerelateerd is.

‘Te laag cijfer kan duiden op discriminatie’

Eén op de tien scholieren en studenten heeft in het afgelopen jaar op enige wijze discriminatie ervaren in het onderwijs. Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau in het rapport Ervaren discriminatie in Nederland.

Scholieren en studenten ervaren discriminatie bijvoorbeeld als een docent of begeleider hen onvriendelijk behandelt of als ze naar eigen zeggen een te lage beoordeling krijgen. Ook discriminatoir uitgescholden of gepest worden komt in het onderwijs relatief veel voor. Etnische herkomst, huidskleur en geloof zijn volgens de betrokkenen de belangrijkste gronden achter discriminatie in het onderwijs.

Met name niet-westerse migranten rapporteren discriminatie-incidenten: ongeveer eenderde van de Turks- en Marokkaans-Nederlandse scholieren en studenten en ongeveer een kwart van de Surinaams- en Antilliaans-Nederlandse studenten en scholieren. Ook deze groepen maken daarbij melding van een onvriendelijke behandeling door een docent of begeleider.

Specifiek Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse scholieren en studenten ervaren problemen met het vinden van een stage. Zij denken dat dit te maken heeft met hun achtergrond.

SCP over staat van Nederlandse onderwijs

De Sociale staat van Nederland 2013 is uit. Zoals elk jaar biedt dit rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau een uitgebreid beeld van onder andere het onderwijs. Maar alles wat erin staat was al bekend. Het bevat dus geen nieuws.

In het rapport staat onder andere dat Nederlandse leerlingen internationaal gezien goed presteren op taal, rekenen en science, maar ook dat er naar verhouding weinig leerlingen zijn die presteren op het hoogste niveau. Er staat ook in dat steeds meer jongeren een startkwalificatie. De stijging is vooral te zien bij jongeren van niet-westerse herkomst.

Het SCP merkt verder op dat ouders het met de overheid eens zijn dat prestaties in de kernvakken (Nederlandse taal en rekenen/wiskunde) moeten verbeteren. Ouders vinden echter ook aandacht voor sociale doelen en competenties belangrijk.

Op de website van het SCP staat de digitale versie van De sociale staat van Nederland 2013

Nog steeds gapend gat tussen scholen en ouders

Schoolleiders en leraren vinden samenwerking met ouders belangrijk, zolang die zich maar niet bemoeien met de inhoud en de aanpak van het onderwijs. Dat is een van de conclusies van een onderzoek door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Het SCP meldt ook dat schoolleiders en leraren kritisch zijn over de inzet van ouders. Sommigen doen te weinig, anderen te veel of de verkeerde dingen. Vooral in het basisonderwijs zien scholen de participatie van ouders afnemen. Laagopgeleide en migrantenouders blijven moeilijk te bereiken.

Als ouders kiezen voor een school, zo vinden schoolleiders en leraren, dan hebben zij zich te houden aan de regels die daar gelden en moeten ze die steunen. Als het gaat om het gezag van het personeel, blijkt dat in het basisonderwijs slechts 62 procent en in het voortgezet onderwijs maar 54 procent van de ouders de school steunt als hun kind wordt bestraft.

Download het rapport Samen scholen

Meer acceptatie van homo’s door vmbo’ers

Onder leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs is de acceptatie van homoseksualiteit de afgelopen twee jaar enigszins gegroeid. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Acceptatie van homoseksuelen, biseksuelen en transgenders in Nederland 2013 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Vooral in het basisonderwijs en het vmbo is de graad van acceptatie toegenomen. Was in 2010 61 procent van de leerlingen positief over homoseksualiteit, in 2012 is dat toegenomen tot 74 procent. In havo, vwo en mbo bleef dit percentage gelijk: 75 procent.

Kerkelijkheid blijkt een negatieve invloed te hebben op de acceptatie van homoseksualiteit. Van leerlingen die per week vaker dan één keer naar de kerk gaan (in de praktijk zijn dit vooral reformatorische kinderen/jongeren) staat 26 procent negatief tegenover homoseksualiteit. Van kinderen/jongeren die nooit naar de kerk gaan, is dat slechts 2 procent.

Het SCP signaleert ook etnische verschillen in de acceptatie van homoseksualiteit. Vooral mensen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond oordelen negatief. Nederlanders met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond zijn minder negatief. Autochtone Nederlanders zijn het meest positief over homoseksualiteit.

Politieke voorkeur blijkt ook verband te houden met de mate van acceptatie van homoseksualiteit. Opmerkelijk is dat van de mensen die op de Partij voor de Vrijheid (PVV) stemmen 10 procent ronduit negatief is over homo’s, terwijl PVV-leider Geert Wilders zijn pleidooien voor de acceptatie van homoseksualiteit politiek inzet om zich af te zetten tegen moslims die hierover een negatief beeld hebben.