Minister negeert voorstel SER over kraamverlof

Minister Koolmees van Sociale Zaken gaat niet in op het voorstel van de Sociaal Economische Raad (SER) om partners zes weken betaald kraamverlof op kosten van de overheid toe te kennen. 

Dat blijkt uit de publicatie van de Wet Invoering Extra Geboorteverlof (WIEG), waarvoor nu een internetconsultatie is geopend. Reacties op het wetsvoorstel kunnen tot 19 maart worden ingediend.

Vijf dagen kraamverlof met loondoorbetaling

Met de WIEG geeft minister Koolmees uitvoering aan het regeerakkoord, waarin is afgesproken dat het verlof voor partners bij de geboorte van een kind wordt uitgebreid van 2 dagen naar 5 dagen met loondoorbetaling door de werkgever. Daarnaast kan de kersverse vader kiezen voor vijf weken aanvullend verlof zonder loon, maar met recht op een uitkering van het UWV van 70 procent van het loon (met een maximum). Met deze wijziging wil de overheid de binding tussen kind en partner vergroten. Ook wordt verwacht dat de beide ouders hierdoor ook de zorgtaken in het huishouden evenwichtiger gaan verdelen en vrouwen meer kunnen werken.

Naar de internetconsultatie

 

 

 

 

SER: ‘Zes weken betaald kraamverlof voor partner’

De Sociaal-Economische Raad (SER) pleit ervoor dat de overheid voortaan het kraamverlof voor partners betaalt, in plaats van de werkgevers. Bovendien zou dit vaderschapsverlof uitgebreid moeten worden tot zes weken. Daarnaast vindt de SER dat de huidige verlofregelingen voor ouderschapsverlof eenvoudiger moeten worden, zodat meer mensen er gebruik van gaan maken.

Dit staat in het advies ‘Optimalisering verlof na geboorte kind’, dat de SER vandaag heeft gepubliceerd. Belangrijkste doel van de voorstellen is het bevorderen van de arbeidsparticipatie van vrouwen. Want – zo redeneert de SER – als meer vaders het verlof beter benutten, stimuleert dit een evenwichtige verdeling van de zorgtaken tussen ouders, waardoor vrouwen meer kunnen werken. Tegelijkertijd is het goed voor de ontwikkeling van het jonge kind als de ouders in het eerste jaar na de geboorte meer verlof hebben.

100 procent doorbetaald kraamverlof

Op dit moment is het nog zo dat partners bij de bevalling van hun vrouw slechts twee dagen betaald verlof krijgen, en deze dagen worden betaald door de werkgever. Daarna kunnen vaders nog drie dagen onbetaald ouderschapsverlof opnemen. In 2019 wordt het verlof met loondoorbetaling uitgebreid naar vijf dagen. Ook wordt dan een aanvullend kraamverlof van vijf weken met uitkering van het UWV geïntroduceerd. De SER wil nu zes weken lang 100 procent doorbetaling op kosten van de overheid. Om hiervoor in aanmerking te komen moeten de partners dit kraamverlof binnen 26 weken na de geboorte van het kind opnemen. Als vervolgstap wil de SER het betaalde ouderschapsverlof van zes weken op termijn ook laten gelden voor de moeders, naast het bestaande betaalde zwangerschaps- en bevallingsverlof.

Integrale regeling ouderschapsverlof

Verder adviseert de SER om de bestaande regelingen voor ouderschapsverlof, kraamverlof en aanvullend kraamverlof en partnerverlof te integreren in een nieuwe regeling ouderschapsverlof. De regelingen zijn nu te ingewikkeld waardoor er te weinig gebruik van wordt gemaakt. Ook vindt de SER dat in de toekomst moet worden bekeken of aangesloten kan worden bij Europese regelingen. De Europese Commissie adviseert 16 weken betaald ouderschapsverlof.

De SER heeft dit advies vandaag gestuurd aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Wouter Koolmees.

Scholen belangrijk om armoede te signaleren

Scholen zijn belangrijk voor het signaleren van armoede in gezinnen. Dat benadrukt de Sociaal-Economische Raad (SER), die het adviesrapport Opgroeien zonder armoede heeft uitgebracht.

Volgens de SER zijn leerkrachten vaak de eerste buitenstaanders die effecten van armoede bij kinderen opmerken. ‘Ook moeten scholen kinderen leren met geld om te gaan én de eigen bijdrage van ouders beheersbaar houden’, aldus de SER.

Opgroeien in armoede

De raad signaleert dat er ondanks de aantrekkende economie nog steeds veel arme kinderen zijn. Ongeveer één op de tien kinderen groeit op in armoede. Opmerkelijk is dat 60 procent van deze kinderen werkende ouders heeft.

De gevolgen van langdurige armoede voor kinderen zijn groot, benadrukt de SER. ‘Armoede kan heel direct leiden tot minder welbevinden en tot sociale uitsluiting. Ook kunnen kinderen door armoede slechter gaan presteren op school of probleemgedrag vertonen’, zo meldt de Sociaal-Economische Raad.

Lees meer…

SER wil dat kindvoorzieningen verheffen en verbinden

De Sociaal-Economische Raad (SER) beschouwt kindvoorzieningen als een middel tot verheffen en verbinden. Die maatschappelijke doelstellingen dienen volgens de raad te worden verankerd in een toekomstig stelsel.

Het adviesorgaan voor regering en parlement schrijft in het ontwerpadvies Gelijk goed van start dat het loont om te investeren in jonge kinderen met een achterstand. Als op jonge leeftijd ontwikkelingsachterstanden worden aangepakt, kunnen volgens de SER ‘de effecten van vroege ontwikkelingsverschillen ongedaan (…) worden gemaakt’. Het positieve gevolg hiervan is, zo schrijft de raad, dat de leerprestaties gedurende de schoolcarrière beter zullen zijn.

Daarnaast ziet de raad een rol weggelegd voor kindvoorzieningen bij het bevorderen van sociale integratie. ‘Jonge kinderen met verschillende achtergronden kunnen in deze voorzieningen samen leren en samen spelen en als bijkomend voordeel krijgen allochtone en autochtone ouders zo de kans om elkaar te ontmoeten.’

Voor alle kinderen
Kindvoorzieningen kunnen, aldus de SER, tegelijkertijd de functie van ‘verheffen’ en ‘verbinden’ hebben. Gezien de baten en de positieve effecten ziet de raad voorzieningen voor opvang en educatie als een publiek belang. Dit zou moeten worden verankerd in een toekomstig stelsel, onder andere door op termijn alle kinderen van 0 tot 4 jaar, ongeacht achtergrond of afkomst en ongeacht of ouders werken, in de gelegenheid te stellen ‘in voldoende mate aan kindvoorzieningen deel te nemen’.

Het beleid moet volgens de SER met name gericht zijn op het borgen van de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de kindvoorzieningen. De raad pleit voor een inclusief systeem, waarbinnen kinderen met een achterstand extra aandacht krijgen en worden ondersteund. In dit kader gebruikt de SER de termen ‘passende kinderopvang’ en ‘maatwerk’. De raad verbindt die termen met voor- en vroegschoolse educatie.

Schets van de toekomst
Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft vrijdag na de ministerraad laten weten dat het SER-advies een mogelijk beeld schetst van de toekomst. Het gaat volgens hem echt niet lukken om het, zoals de SER adviseert, voor alle kinderen mogelijk te maken om vier dagdelen per week naar de kinderopvang te gaan. Het zou al mooi zijn, vindt hij, als er twee dagdelen opvang per week worden gerealiseerd.