Initiatief voor stichten/opheffen bij schoolbestuur

Per 1 januari kunnen verzelfstandigde schoolbesturen voor openbaar primair onderwijs zelf het initiatief nemen tot het stichten van een school. Ze krijgen ook de bevoegdheid om zelf te beslissen over de opheffing van een school, mits zij hun gemeente in de gelegenheid stellen die school over te nemen. 

In het najaar gingen de Tweede en Eerste Kamer akkoord met het wetsvoorstel in verband met de stichting en opheffing van openbare scholen door verzelfstandigde besturen in het primair onderwijs. Op 1 januari aanstaande wordt de wetswijziging van kracht. Dit betekent dat verzelfstandigde openbare schoolbesturen dan beschikken over dezelfde instrumenten als bevoegde gezagsorganen in het bijzonder onderwijs. Bovendien krijgen ouders een sterkere positie dan nu het geval is.

Zo kan in de huidige situatie een college van B&W een verzoek om de haalbaarheid van een nieuwe openbare school te onderzoeken nog naast zich neerleggen, onder vermelding van te geringe belangstelling. Straks is het zo geregeld dat een verzoek vergezeld van vijftig ouderverklaringen daadwerkelijk actie van B&W vereist.

Deze wijziging heeft te maken met een aantal casussen, waarbij VOS/ABB als belangenbehartiger voor het openbaar onderwijs betrokken was en is. Zo werd de wens van ouders in het Limburgse dorp Maasbree om daar een openbare basisschool te realiseren in het verleden ernstig vertraagd door het college van B&W. Er ontstond een impasse tussen de gemeente en het schoolbestuur. Dit heeft ertoe geleid dat de openbare school in Maasbree er nog steeds niet is.

Verschuiving
In verband met dalende leerlingenaantallen als gevolg van demografische krimp verwacht de staatssecretaris dat de sterkere positie van ouders en openbare schoolbesturen niet tot meer scholen zal leiden, maar wel tot een verschuiving van het aanbod. Dat zal vooral in steden het geval kunnen zijn.

‘Als de belangstelling voor openbaar onderwijs toeneemt ten koste van het bijzonder onderwijs, kunnen verzelfstandigde besturen en ouders het initiatief nemen om een openbare school te stichten. In de steden zal het aantal leerlingen nog blijven stijgen, wat eraan bijdraagt dat de stichtingsnorm daar wordt gehaald’, zo schreef Dekker in juni in een brief aan de Tweede Kamer.

Krimp
Het wetsvoorstel gaat ook over de bevoegdheid van een verzelfstandigd bestuur voor openbaar onderwijs om een school te sluiten. Dit doet zich met name voor in gebieden die te maken hebben met dalende leerlingenaantallen. Het is aan het verzelfstandigde openbare schoolbestuur om hier een afweging over te maken. Als wordt besloten een school te sluiten, dan moet nog wel de gemeente in de gelegenheid worden gesteld om het bestuur van de school over te nemen.

De termijn die daarvoor staat, is een jaar. Het schoolbestuur moet de gemeente dus een jaar voor de opheffing van een school van het besluit tot die opheffing daarvan op de hoogte brengen en in de gelegenheid te stellen het bevoegd gezag over te nemen.

Let op: een fusie tussen scholen zorgt formeel juridisch voor de opheffing van de school die door die fusie verdwijnt. Ook daarvoor geldt het bovenstaande. Dit betekent dat besturen met een fusie op 1 augustus 2014 snel met hun gemeente om tafel moeten om deze wettelijke eis te bespreken.

Raad bepaalt > gemeente betaalt!
Het feit dat de gemeente een school kan overnemen als het schoolbestuur deze school wil sluiten, is gunstig voor de verzelfstandigde schoolbesturen in het openbaar primair onderwijs.

Nu kan de gemeenteraad een verzelfstandigd openbaar schoolbestuur nog dwingen om een klein schooltje tegen beter weten in open te houden. Niet de gemeente, maar de andere scholen die onder hetzelfde verzelfstandigde bestuur vallen, zijn daar dan de dupe van. Die financiële verantwoordelijkheid verschuift dus naar de gemeente.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Openbaar onderwijs: nu gelijke bevoegdheden

De reden van deze ongelijkheid is dat de rijksoverheid een goed gespreid aanbod aan openbaar onderwijs wil garanderen, maar in de praktijk pakt het soms averechts uit. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Daarom is het hoog tijd dat het openbaar primair onderwijs nu ook op dit punt wordt gelijkgeschakeld met het bijzonder onderwijs, net zoals dat  in het voortgezet onderwijs gebeurt.

De afgelopen jaren hebben heel veel gemeenten het bestuur van de openbare (basis)scholen overgedragen aan zelfstandige stichtingen. Daarmee kreeg het openbaar onderwijs eenzelfde bestuursvorm als het bijzonder onderwijs, dat vaak katholieke of protestants-christelijke scholen omvat. Voor het openbaar onderwijs is dit een goede ontwikkeling en het is dan ook geen wonder dat de verzelfstandiging de afgelopen jaren een grote vlucht heeft genomen.

Echter, waar het gaat om stichten en opheffen van basisscholen is een ongelijkheid blijven bestaan. In tegenstelling tot het bijzondere schoolbestuur kan en mag een openbaar schoolbestuur geen nieuw te stichten openbare school op het plan van scholen plaatsen. Dat doet het college van B en W. Vaak gaat dat goed, dan is er goed overleg en kunnen er goede afspraken worden gemaakt. Soms echter moet er flink gelobbyd worden. Ook komt het voor dat de communicatie tussen het openbare schoolbestuur en de gemeenteraad niet optimaal is en een enkele keer staat het belang van het openbaar onderwijs niet hoog op de lokale politieke agenda. 

Zo zijn er gevallen bekend waarin nieuwbouwwijken alleen bijzondere basisscholen kregen. Daarmee is het beoogde effect van de regeling niet bereikt. Het gewenste aanbod van openbaar onderwijs is alleen te bereiken als het openbaar schoolbestuur dezelfde mogelijkheden en bevoegdheden krijgt als het bijzondere schoolbestuur. In het voortgezet onderwijs wordt het wel geregeld. Nu het primair onderwijs nog.

De staatssecretaris zou moeten inzien dat deze merkwaardige uitzondering op lokaal niveau een ongewenst effect kan hebben. Ingrijpen is het devies. In dit land streven we op elk vlak naar gelijke behandeling. Laat dat dan ook gelden voor het onderwijs!

VOS/ABB wil gelijkheid bij stichten scholen

Dat schrijft manager verenigingszaken Joop Vlaanderen vandaag in een brief aan Dijksma.

De afgelopen jaren heeft de verzelfstandiging van het bestuur van het openbaar onderwijs in hoog tempo doorgezet. Die verzelfstandiging geeft het openbaar onderwijs een nagenoeg gelijke positie als het bijzonder onderwijs. Behalve dan bij het stichten van nieuwe scholen. Mede op grond van een uitspraak van de Raad van State is het voor een verzelfstandigd openbaar schoolbestuur nog steeds niet mogelijk zelfstandig een verzoek in te dienen voor plaatsing op het plan van scholen. Door deze uitspraak wordt een zelfstandig openbaar onderwijsbestuur niet eens als belanghebbende gezien.

“Dat plaast het openbaar onderwijs niet alleen in een afhankelijke en ongelijke positie ten opzichte van de bijzondere scholen, maar het is ook in strijd met het beginsel dat openbaar en bijzonder onderwijs gelijk dient te worden behandeld”, schrijft VOS/ABB in de brief aan Dijksma. Joop Vlaanderen wijst er ook op dat in de Wet op het Voortgezet Onderwijs wel een zelfstandige verantwoordelijkheid is opgenomen voor verzelfstandigde schoolbesturen. Hij vraagt Dijksma dit punt in de wetgeving aan te passen.

De volledige brief staat in de rechterkolom naast dit artikel.

Informatie: Gertjan van Midden, 0348-405225, gvanmidden@vosabb.nl.

Bijlagen

Roep om versoepeling stichtingsnormen

De regelgeving voor het stichten van scholen is de afgelopen jaren door OCW aangescherpt en dat leidt volgens de organisaties (waaronder VOS/ABB)  in de dagelijkse praktijk tot ongewenste situaties. Zij komen daarom nu met gezamenlijke voorstellen om de problemen op te lossen. Die betreffen onder meer de bekostigingsregeling en de termijn waarbinnen een nieuwe school de stichtingsnorm moet halen. 

Aanpassing van de bekostigingsregeling wordt voorgesteld omdat er bij de huidige regeling vaak tijdelijk dubbele bekostiging ontstaat. Het gaat dan om de leerlingen die in een dislocatie zaten, die wordt verzelfstandigd.  Dit is op te lossen door een buitenreguliere telling te houden op 1 augustus.

Volgens de huidige regelgeving moet een nieuw te stichten school binnen vijf jaar na start van de bekostiging de vaak hoge stichtingsnorm halen. Dit leidt in de praktijk tot problemen als bijvoorbeeld de planologische ontwikkeling van een nieuwbouwwijk achterblijft. De organisaties stellen voor de termijn te verlengen tot acht jaar.

Daarentegen willen de organisaties de periode waarin de school aan de stichtingsnorm moet blijven voldoen, inkorten van 20 tot 15 jaar. Dat komt ook overeen met de normen die de VNG aanhoudt in de modelverordening voor onderwijshuisvesting. Een nieuwe school komt zo eerder in aanmerking voor permanente huisvesting.

Ten slotte willen de organisaties dat de verantwoording voor de stichting van nieuwe scholen meer dan nu op lokaal niveau komt te liggen.

In een uitvoerige notitie, die is meegestuurd met de brief aan de staatssecretaris,  hebben de organisaties hun voorstellen nader toegelicht. Brief en notitie zijn te downloaden uit de rechterkolom hiernaast.

Informatie: Gertjan van Midden, 0348-405225, gvanmidden@vosabb.nl

Bijlagen