Wethouder mag privacy kinderen niet schenden

De Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge heeft een tik op de vingers gekregen van de kinderombudsman in zijn gemeente: hij had niet de privacy mogen schenden van leerlingen die thuisonderwijs krijgen.

De Jonge vindt thuisonderwijs onwenselijk, omdat er geen controle op is. In dit licht liet hij bij onder andere het Centrum voor Jeugd en Gezin een screening uitvoeren naar een aantal kinderen van wie de ouders aangaven dat ze thuisonderwijs gaven.

De uitkomsten van deze screening en de religieuze overtuiging van de betreffende ouders deelde hij met de gemeenteraad. De betreffende ouders dienden een klacht in, omdat de wethouder volgens hen privacyregels overtrad.

De Rotterdamse kinderombudsman geeft de ouders gelijk. ‘Er was geen directe aanleiding voor een screening’, zo staat op de website van de gemeentelijke kinderombudsman. Het feit dat wethouder De Jonge zich voor de screening beriep op de Wet publieke gezondheid kan de ombudsman niet volgen.

Privacy schenden mag, vindt wethouder

De woordvoerder van wethouder De Jonge heeft in reactie op het oordeel van de Rotterdamse kinderombudsman aan RTV Rijnmond laten weten dat privacyregels mogen worden geschonden als dat in het belang van het kind is. Daar was volgens hem in dit geval sprake van.

Lees meer…

‘Thuisonderwijs in principe schadelijk voor kind’

Thuisonderwijs is in principe schadelijk voor de ontwikkeling en het welzijn van het kind. Dat stelt Marieke Hopman, auteur van het rapport (W)elk kind heeft recht op onderwijs? van Defence for Children.

In dat rapport ligt de focus op de ruim 15.000 kinderen in Nederland die niet naar regulier of speciaal onderwijs gaan. Er is onder andere gekeken naar kinderen die thuisonderwijs krijgen.

Thuisonderwijs belemmert sociale ontwikkeling

Hopman merkt op dat uit vrijwel alle gesprekken die zij met deze kinderen heeft gevoerd, blijkt ‘dat het ontwikkelen van sociale vaardigheden, met name in relatie tot leeftijdsgenoten, ontzettend belangrijk is’.

Ze schrijft in het rapport dat voor kinderen het sociale aspect van onderwijs het allerbelangrijkst is. ‘Dit aspect is tegelijkertijd het meest onderbelicht in het Nederlandse onderwijs, en dit ontbreekt volledig in het onderwijs voor kinderen die niet naar school gaan’, aldus Hopman.

Lees meer…

Thuisonderwijs: melding bij Kinderbescherming mag

Een gemeente kan bij de Raad van de Kinderbescherming een melding doen over ouders die zijn vrijgesteld van de Leerplichtwet als die geen informatie verschaffen over de situatie van hun kind. Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op vragen van SGP-Kamerlid Roelof Bisschop over beleid van de gemeente Rotterdam.

‘Met de gemeente Rotterdam ben ik van mening dat ook voor kinderen, voor wie een vrijstelling van toepassing is, goed onderwijs een noodzakelijke voorwaarde is voor een gezonde ontwikkeling’, schrijft Dekker. ‘Door het ontbreken van informatie en de weigering van ouders om informatie te verschaffen over de situatie van de kinderen, kan een gemeente niet nagaan of de veiligheid van de kinderen is gegarandeerd. De burgemeester kan dan – in het kader van de gemeentelijke regierol in de jeugdhulp – een Verzoek Tot Onderzoek indienen bij de Raad voor de Kinderbescherming.’

Volgens Dekker kan een dergelijke situatie ontstaan bij kinderen die zijn vrijgesteld van inschrijving op een school en daarvoor in de plaats geen vervangend onderwijs krijgen. ‘Het niet volgen van onderwijs kan een bedreiging vormen voor de ontwikkeling van een kind, omdat onderwijs voorbereidt op participatie in de samenleving’, aldus de staatssecretaris.

Meer maatwerk in speciale omstandigheden

Voor kinderen die vanwege een lichamelijke of psychische reden tijdelijk of gedeeltelijk niet naar school kunnen, wordt het mogelijk af te wijken van de voorgeschreven onderwijstijd. Ook wordt het voor deze groep mogelijk op een andere plaats dan de school onderwijs te volgen. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

De brief van Dekker hoort bij het rapport Onderwijs op een andere locatie dan de school, dat eveneens naar de Tweede Kamer is gestuurd. De brief en het rapport gaan ook in op verruimende maatregelen voor sportieve en culturele talenten in het primair onderwijs, over onderwijs op afstand aan leerlingen die tijdelijk in het buitenland verblijven en over strikte kwaliteitsvoorwaarden die Dekker aan thuisonderwijs stelt.

Lichamelijke of psychische redenen
Wat de leerlingen betreft die vanwege lichamelijke of psychische redenen tijdelijk of gedeeltelijk niet naar school kunnen, merkt Dekker in zijn brief op dat er voor hen meer maatwerk nodig is. Zo moet het mogelijk worden op een andere locatie dan de school onderwijs te volgen. Dit moet leiden tot minder ‘thuiszitters’.

‘De school maakt hierover afspraken met de ouders (…). Daarbij kan sprake zijn van bijvoorbeeld inkoop van materiaal voor afstandsonderwijs of de inhuur van specifieke expertise’, zo staat in de brief. Dekker wijst in dit kader op de verantwoordelijkheid van de scholen die voortvloeit uit passend onderwijs.

In het verlengde hiervan worden de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) aangepast om, net als in het speciaal onderwijs al geregeld is, meer mogelijkheden te hebben om af te wijken van de voorgeschreven onderwijstijd in het reguliere onderwijs. De scholen kunnen hierover afspraken maken met de Inspectie van het Onderwijs, die toeziet op de uitvoering ervan.

Sport en cultuur
Voor kinderen met een bijzonder talent op het gebied van sport of cultuur komen er ruimere mogelijkheden om onder schooltijd bijvoorbeeld wedstrijden, concoursen, trainingen en repetities bij te wonen. Deze maatregelen hebben betrekking op leerlingen met een talentenstatus van de sportkoepel NOC*NSF, leerlingen uit de groepen 7 en 8 met een dans- of muziektalent die zijn aangenomen op een DAMU-school (DAns en MUziek) en op kinderen die meedoen aan specifieke uitvoeringen.

‘School en ouders maken maatwerkafspraken over hoe zij ervoor zorgen dat de jongere aan het eind van de basisschool de kerndoelen behaalt. In de maatwerkafspraken kunnen school en ouders bijvoorbeeld afspreken dat de leerling alternatieve opdrachten maakt of op een andere locatie onderwijs krijgt’, schrijft Dekker. Het is de school die bepaalt, benadrukt hij. Het maken van maatwerkafspraken wordt volgens hem geen recht voor de ouders.

In het voortgezet onderwijs zijn volgens de staatssecretaris nu al voldoende mogelijkheden voor sport- en cultuurtalenten.

Buitenland
Voor kinderen van reizende ouders wordt het mogelijk dat zij zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs een periode van maximaal zes maanden fulltime afstandsonderwijs kunnen volgen. Het gaat hier bijvoorbeeld om situaties waarin leerlingen tijdelijk in het buitenland verblijven vanwege werk van hun ouders of om een wereldreis te maken.

‘Het is technisch goed mogelijk op reis het onderwijs vorm te geven en contact met school te onderhouden. Zodoende kan de school begeleiding bij het onderwijs bieden en de voortgang monitoren’, meldt Dekker.

Thuisonderwijs
Ten slotte gaat de staatssecretaris in zijn brief in op thuisonderwijs. Dit moet aan strikte kwaliteitseisen voldoen. ‘Ouders dienen bij de leerplichtambtenaar een verzoek in om thuisonderwijs te mogen geven en maken een plan hoe zij dit onderwijs willen vormgeven. De leerplichtambtenaar vraagt de inspectie om haar oordeel over het onderwijsplan. De inspectie meldt de leerplichtambtenaar of de kwaliteit van het (voorgenomen) thuisonderwijs voldoende is om aan de Leerplichtwet te voldoen. Dit doet de inspectie door het door de ouders opgestelde onderwijsplan te beoordelen.’

Wie thuisonderwijs wil geven, moet minimaal een opleiding op hbo-niveau hebben behaald, beschikken over aantoonbare pedagogisch-didactische bekwaamheid en een Verklaring Omtrent het Gedrag overleggen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Dekker vindt dat scholen thuisonderwijs moeten betalen

Een school die een hoogbegaafd of autistisch kind geen passend onderwijs kan geven, moet voor dat kind tijdelijk onderwijs thuis organiseren én betalen. Dat zegt staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs vanavond in het tv-programma ZEMBLA.

‘Dat zijn allemaal kinderen waar iets bijzonders mee is, dan moet je soms ook bijzondere dingen organiseren en dan vind ik het niet erg als dat een tijdje thuis is’, zo citeert ZEMBLA hem. Als voorbeelden noemt de staatssecretaris een docent die aan huis komt of onderwijs op afstand of door begeleiding van de ouders.

‘Als we de scholen verplichten om kinderen een passende plek te geven, dan vind ik het niet gek dat die scholen dat organiseren en dus ook betalen’, aldus Dekker. De opstelling van de staatssecretaris is op zijn minst opmerkelijk, omdat hij eerder zei thuisonderwijs te willen verbieden.

Bekijk de trailer van ZEMBLA:

Lees meer…

Dekker wil thuisonderwijs verbieden

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil thuisonderwijs verbieden. Hij steunt daarmee de Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge, die hierover onlangs de noodklok luidde.

De Rotterdamse CDA-wethouder maakt zich zorgen over de groei van het aantal streng-islamitische ouders die hun kinderen niet meer naar school sturen. Hij zond onlangs een brief naar ouders die hun kind thuisonderwijs geven waarin hij maatregelen aankondigt om alle ‘thuisleerlingen’ weer op een Rotterdamse school te krijgen.

‘Het aantal kinderen dat wordt thuisgehouden is afgelopen jaren verdubbeld,’ aldus De Jonge. ‘We zien dat die groei vooral bij salafistische ouders zit, en vrezen dat die groep in de toekomst nog groter kan worden.’

Staatssecretaris Dekker steunt hem daarin. Hij zei maandag op Radio 1: ‘Ik wil er vanaf dat ouders automatisch een ontheffing voor hun kind krijgen als ze even geen school vinden die past bij hun opvattingen. Alle kinderen hebben het recht op goed onderwijs. In Nederland is dat nu gewoon niet goed geregeld want wij hebben geen zicht op wat er thuis gebeurt.’

De Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs is tegen een verbod. De vereniging vraagt zich af waarom het zorgwekkend zou zijn dat 200 ouders hun in totaal 575 kinderen maatwerkonderwijs geven. Er zou voor thuisonderwijs juist steeds meer steun komen van wetenschappers en Tweede Kamerleden.

Misbruik van Leerplichtwet is wel heel simpel

De deur staat wijd open voor ouders die misbruik willen maken van de richtingbezwarenprocedure om thuisonderwijs te geven. Dat staat in een advies van het Wetenschappelijk Bureau van het Openbaar Ministerie (WBOM) over artikel 5 van de Leerplichtwet 1969. 

Artikel 5 van de Leerplichtwet (Lpw) biedt ouders de mogelijkheid vrijstelling te krijgen van de plicht hun (leerplichtige) kind op een school in te schrijven. De grondslag voor die vrijstelling is dat de ouders ‘overwegende bedenkingen’ moeten hebben tegen de richting van de in aanmerking komende scholen. Wanneer de strafrechter een beroep op richtingbedenkingen aanvaardt, betekent dit dat een leerplichtig kind geen schoolonderwijs krijgt. Onder het begrip ‘richting’ valt onder andere openbaar onderwijs.

Het komt volgens het WBOM in de praktijk regelmatig voor dat ouders een beroep op artikel 5 van de Leerplichtwet (Lpw) onderbouwen met weinig meer dan de redenering dat hun levens- of geloofsovertuiging niet past bij de scholen in de buurt. ‘Al zijn er rechters die daarmee genoegen nemen, het ligt meer voor de hand dat verlangd wordt dat betrokken ouder onderbouwt waarom zijn overtuiging zich in concreto niet verdraagt met de grondslag van de betreffende scholen’, zo staat in het advies.

In sommige gevallen volstaat een minimale toelichting van de ouders om duidelijk te maken dat de bezwaren de richting betreffen. ‘Dat betekent dat de deur wijd open staat voor degene die de richtingbezwarenprocedure wil misbruiken om thuisonderwijs te geven, zeker wanneer de rechter zich terughoudend opstelt om niet (de schijn te wekken) het gewicht van de bezwaren te toetsen’, zo constateert het WBOM.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl