Later naar sbo, hoger advies vervolgonderwijs

Veel kinderen gaan tegenwoordig pas op latere leeftijd naar het speciaal basisonderwijs (sbo), maar het is niet zo dat zij kwetsbaardere leerlingen zijn. Dat staat in het onderzoeksrapport Kenmerken van leerlingen in het speciaal basisonderwijs 2008-2018.

Er is voor het onderzoek onder andere gekeken naar de leeftijd waarop kinderen naar het sbo gaan en het advies dat zij krijgen voor vervolgonderwijs.

‘Bij instroom op latere leeftijd krijgen leerlingen geen lagere, maar juist hogere adviezen. Dit wijst niet op zwaardere problematiek specifiek bij leerlingen die later instromen in het sbo’, zo melden de onderzoekers.

Aanleiding voor het onderzoek waren signalen vanuit het sbo dat het steeds moeilijker wordt om kinderen goed voor te bereiden op het vervolgonderwijs naarmate ze later instromen. De resultaten van het onderzoek lijken dus te wijzen op het tegenovergestelde.

Het onderzoek maakt deel uit van de Evaluatie passend onderwijs.

Lees meer…

Te laag schooladvies als kind uit arm gezin komt

Het schooladvies van groep 8’ers uit gezinnen met weinig geld wordt vaker naar boven bijgesteld dan dat van leerlingen van wie de ouders een hoog inkomen hebben, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS verdeelde voor het onderzoek naar de verschillen tussen het aantal aangepaste schooladviezen de gezinnen in vijf inkomensgroepen. In de hoogste inkomensgroep werd in het schooljaar 2016-2017 bij 6,2 procent van de groep 8-leerlingen het schooladvies na de eindtoets naar boven bijgesteld, terwijl dat in de laagste inkomensgroep 9,1 procent was.

Het CBS vermeldt dat dit onderzoek slechts aangeeft dat er wat betreft het bijstellen van de schooladviezen verschillen zijn tussen inkomensgroepen, maar dat het niet een verklaring of oorzaak van die verschillen geeft. Er spelen volgens het CBS waarschijnlijk meer factoren een rol dan alleen de hoogte van de gezinsinkomens.

Het schooladvies voor vervolgonderwijs na de basisschool kan naar boven worden bijgesteld op basis van de score op de eindtoets in groep 8. De eindtoets functioneert als een second opinion. Als de score op de eindtoets hoger is dan wat de school adviseert, kan dat advies naar boven worden bijgesteld.

Lees meer…

Schoolkeuze-game Go VMBO! vernieuwd

Met het vernieuwde interactieve lesprogramma Go VMBO! kunnen leerlingen uit groepen 7 en 8 van de basisschool zich voorbereiden op hun schoolkeuze.

De vernieuwing van de game heeft te maken met de vernieuwing van het vmbo. Leerlingen kunnen voortaan in het vmbo kiezen uit 10 profielen en stellen daarna zelf een programma samen.

Go VMBO! helpt leerlingen hun talenten te ontdekken en geeft op basis daarvan aan op welke school zij het beste tot hun recht komen.

Ga naar www.govmbo.nl.

Twijfel over keuzemogelijkheid eindtoetsen

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW vraagt zich af of de kwaliteit van de eindtoetsen in groep 8 voldoende kan worden geborgd nu basisscholen kunnen kiezen uit verschillende toetsen. Dat schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer over de tussentijdse evaluatie van de Wet eindtoets primair onderwijs.

Met deze wet is er volgens Dekker een nieuw evenwicht gekomen tussen het schooladvies van de basisschool en de eindtoets in groep 8. ‘Niet langer geeft een momentopname – de eindtoets – de doorslag (…), maar het professionele oordeel van de basisschool’, aldus de staatssecretaris.

Dat is in het belang van leerlingen, vindt hij, ‘want dit oordeel is gebaseerd op een meerjarig beeld dat breder is dan alleen taal- en rekenprestaties’. Met de verplichte eindtoets wordt volgens hem bovendien verzekerd dat er voor alle leerlingen, naast het basisschooladvies ook een onafhankelijk tweede gegeven is.

Eindtoetsen en kansengelijkheid

Met het oog op de eindevaluatie, die hij in 2019 verwacht, noem hij twee hoofdthema’s die hij nauwlettend wil volgen. ‘Dat is ten eerste de ontwikkeling van de schooladvisering en kansengelijkheid: slagen we erin om de toenemende samenhang tussen de hoogte van de schooladviezen en het opleidingsniveau van ouders een halt toe te roepen en mogelijk zelfs ter verkleinen?’

Een tweede hoofdthema voor de eindevaluatie is de vraag of het toelaten van verschillende eindtoetsen en daarmee het mogelijk maken van marktwerking in de eindtoetsing meerwaarde heeft. ‘Bij deze vraag zal de afweging moeten worden gemaakt tussen aan de ene kant mogelijke positieve effecten van deze marktwerking, zoals keuzevrijheid en meer innovatie in de eindtoetsen, en aan de andere kant mogelijke keerzijden van het toelaten van verschillende eindtoetsen.’

Als voorbeeld daarvan is volgens Dekker de vraag of het mogelijk blijft om de kwaliteit van alle eindtoetsen voldoende te borgen ‘zonder afbreuk te doen aan de verscheidenheid en daarmee samenhangend de vraag of de eindtoetsing op deze manier voldoende doelmatig is ingericht’, zo staat in zijn brief.

Zes verschillende eindtoetsen

Basisscholen kunnen dit jaar kiezen uit zes verschillende eindtoetsen voor groep 8.

  1. Centrale Eindtoets (Cito)
  2. ROUTE 8 (A-VISION)
  3. IEP Eindtoets (Bureau ICE)
  4. Dia Eindtoets (Diataal)
  5. CESAN Eindtoets (SM&C Internet Services)
  6. AMN Eindtoets (AMN)

De eindtoetsen worden in april of mei afgenomen.

Ouders klagen over te laag schooladvies

De Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC) heeft sinds augustus 2014 acht klachten over het schooladvies in groep 8 behandeld. In veel gevallen vonden ouders het advies te laag.

Met ingang van het schooljaar 2014-2015 is het schooladvies leidend bij de plaatsing van een leerling in het voortgezet onderwijs. De eindtoets in groep 8 dient als tweede objectieve gegeven. Als een leerling op de eindtoets hoger scoort dan het advies van de basisschool, moet de school het advies heroverwegen.

Terughoudend met klacht over schooladvies

De LKC meldt terughoudend te zijn bij het toetsen van schooladviezen. ‘De basisschool heeft bij uitstek de deskundigheid en professionaliteit om het kennen en kunnen van een leerling te beoordelen’, aldus de commissie.

De LKC toetst wel of de school in redelijkheid tot het uitgebrachte advies heeft kunnen komen. Ook kijkt zij of de procedure zorgvuldig is geweest. De commissie kan een schooladvies niet wijzigen.

Lees meer…

Brede brugklas beter dan vroege selectie

Bij één op de drie leerlingen in het voortgezet onderwijs komt het onderwijsniveau niet overeen met het basisschooladvies. Dat is met name het geval bij kinderen van lager opgeleide ouders met een niet-westerse achtergrond en bij jongens. Dat blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen.

In het vierde jaar van het voortgezet onderwijs zit 19 procent van de leerlingen op een lager niveau dan was geadviseerd door de basisschool, terwijl 13 procent op een hoger onderwijstype zit. In de eerste drie leerjaren blijft één op de acht een keer zitten.

Op basis van de resultaten pleiten de onderzoekers ervoor om in het voortgezet onderwijs de selectie op niveau uit te stellen. zo krijgen leerlingen de mogelijkheid om in een schoolniveau terecht te komen dat het beste bij hen past. De onderzoekers zijn voorstander van brede brugklassen, dubbele schooladviezen en het behoud van overstapmogelijkheden in het voortgezet onderwijs.

Lees meer…

Gemiddeld hoger advies in stad dan op platteland

Basisschoolleerlingen die in de stad wonen, krijgen gemiddeld een hoger advies voor vervolgonderwijs dan kinderen op het platteland. Dat blijkt uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs.

In het onderzoeksrapport De kwaliteit van het basisschooladvies komt ook naar voren dat autochtone leerlingen met laagopgeleide ouders een relatief grote kans hebben op een lager advies dan op basis van de eindtoets verwacht mag worden. Het omgekeerde geldt voor niet-westers allochtone leerlingen.

De inspectie constateert verder dat de meeste basisscholen zorgvuldig omgaan met de advisering naar het voortgezet onderwijs. ‘Er zijn meestal meerdere personen uit de school bij het advies betrokken. De scholen maken bovendien gebruik van verschillende gegevensbronnen over de cognitieve prestaties van hun leerlingen. Ook wordt informatie over gedrag en motivatie van de leerling gebruikt’, aldus de inspectie.

In de meeste gevallen betrekken scholen de ouders en leerlingen bij het advies. De helft van de scholen zegt regelmatig druk te ervaren van ouders bij het uitbrengen van een schooladvies.

Allochtone jeugd vaak te laag ingeschat

Het instituut deed onderzoek onder 1000 Turken en Marokkanen van de tweede generatie in Amsterdam en Rotterdam. Een kwart van hen blijkt hoogopgeleid en maatschappelijk succesvol: zij behoren tot een nieuwe elite  binnen die gemeenschappen.

De helft van hen heeft het succes via een tijdrovende omweg moeten bereiken: vanaf vmbo of mavo naar het hoger onderwijs. ‘Dit roept vragen op over de selectie na de basisschool.  Het is waarschijnlijk dat een groot deel van deze jongeren er ook via de korte weg had kunnen komen”, concluderen de onderzoekers. Volgens hen komt de selectie te vroeg of zijn de selectiemechanismen zijn ontoereikend.

Een deel van het niet herkende talent werd eerder nog via de brede brugklas opgespoord en naar havo of vwo geleid. Maar er zijn in Amsterdam niet veel brede brugklassen meer, en de overstap van mavo naar havo is door de invoering van het studiehuis bemoeilijkt. “Juist die routes die jarenlang voor verschillende achterstandsgroepen de succesroutes waren, zijn in de afgelopen tien jaar afgeschaft”, zeggen de onderzoekers, die aantekenen dat er tegelijkertijd veel geld aan achterstandsleerlingen wordt besteed. Zij pleiten voor reparatie van de succesroutes en voor de inrichting van kopklassen. 

Vmbo-mbo
Uit het onderzoek blijkt verder dat een aanzienlijke groep kansrijke jongeren vroegtijdig uitvalt.  De onderzoekers pleiten voor een ononderbroken leerlijn waar vmbo en mbo opgaan in één traject. De onderzoekers: “Onze cijfers laten zien dat uitval in de overgang naar het mbo net zo belangrijk is als de uitval in het mbo. Meer dan de helft van de tweede generatie risicojongeren stopt reeds na de middelbare school. De helft doet dit met een middelbare school diploma van het Vmbo en de helft zonder diploma”.

Geen pessimistisch beeld
De tweede generatie Turken en Marokkanen maakt een steeds groter deel uit van de stedelijke jeugd. De toekomst van de steden is dan ook nauw verbonden met de integratie van de tweede generatie. Volgens de onderzoekers is er – ondanks herhaaldelijke incidenten waarbij deze jongeren betrokken zijn – geen reden voor een algemeen pessimistisch beeld.

“De groep hoog opgeleide jongeren overtreft in aantal de groep jongeren zonder startkwalificatie. Dat is opmerkelijk gezien de bestaande beelden van de groep: meestal worden Turkse en Marokkaanse jongeren in een adem genoemd met problemen. Dat beeld dient gezien onze cijfers bijgesteld te worden. Succesvolle jongeren overtreffen de risico jongeren in aantal”, zo staat in het rapport.

Het complete rapport van het IMES is hier te downloaden.