Gezinnen met jonge kinderen weg uit grote steden

Jonge gezinnen blijven wegtrekken uit de vier grote steden. Dat geldt vooral voor gezinnen met een hoger inkomen en voor gezinnen zonder migratieachtergrond, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Amsterdam is de stad met de meeste jonge gezinnen die verhuizen naar kleinere gemeenten in de regio. De laatste jaren besloot 12 procent de hoofdstad te verlaten. In Utrecht was dat 9 procent, in Rotterdam 8 procent en in Den Haag 6 procent.

Gezinnen verhuizen vooral als de kinderen nog niet naar de basisschool gaan. Redenen voor een verhuizing uit de stad zijn vaak dat jonge gezinnen een tuin en meer kamers willen.

Van de jonge gezinnen met een Marokkaanse of Turkse achtergrond vertrekken er veel minder uit de grote steden dan van gezinnen zonder migratieachtergrond. Het aandeel jonge gezinnen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond dat naar een kleinere regiogemeente verhuist, ligt daartussenin.

Leraren willen niet naar grote stad, ook niet met bonus

De welkomstpremie van de gemeente Rotterdam om meer leraren naar die stad te halen, heeft nauwelijks effect, bevestigt adviseur Eddie Meijer van de gemeente Rotterdam tegenover het Duitsland Instituut bij de Universiteit van Amsterdam.

Rotterdam voerde de welkomstpremie van 5000 euro vorig jaar in om bevoegde leraren te lokken in vakken waarvoor een lerarentekort is. Het gaat om vakken als Duits, wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie. Den Haag, Utrecht en Amsterdam denken na over vergelijkbare maatregelen om het lerarentekort in die steden tegen te gaan.

‘We hebben de beurs wel uitgekeerd, maar het heeft niet massaal tot oplossing van het probleem geleid’, zegt adviseur Meijer. Dat had hij volgens het Duitsland Instituut ook niet verwacht. De bonus is volgens hem vooral ingevoerd om leraren over te halen die twijfelen tussen een baan in Rotterdam en een andere plaats.

Lees meer…

Met strenge controles meer spijbelaars betrapt

Het aantal spijbelaar in het primair en voortgezet onderwijs in de vier grote steden is veel groter dan werd aangenomen. De geconstateerde toename heeft te maken met strenger toezicht, meldt het Algemeen Dagblad.

Volgens de krant gaat het in Rotterdam om 30 procent meer spijbelaars, terwijl in Den Haag sprake zou zijn van een verdubbeling. De vier grote steden controleren sinds vorig schooljaar intensief op spijbelen.

Het AD schrijft dat het scheve beeld dat jarenlang over spijbelen bestond, vooral te wijten is ‘aan een slechte registratie door scholen’. In Den Haag bijvoorbeeld bleken vorig schooljaar 70 van de 113 onderzochte scholen het verzuimgedrag door leerlingen niet goed te controleren.

‘Wij blijven die scholen net zolang controleren tot alles klopt’, zegt de Haagse onderwijswethouder Ingrid van Engelshoven (D66) in het AD.