Met doorlopende leerlijnen meer vmbo’ers naar mbo

De doorlopende leerroutes vmbo-mbo zorgen ervoor dat meer leerlingen kiezen voor een mbo-vervolgopleiding. Dat staat in het onderzoeksrapport Doorlopende leerlijnen vmbo mbo 2018.

Sinds 2014 hebben samenwerkingsverbanden van vmbo- en mbo-scholen experimenteerruimte om geïntegreerde leerlijnen vorm te geven. Deze doorlopende leerlijnen beginnen in leerjaar 3 van het vmbo.

Binnen de experimenten zijn er drie soorten routes:

  • De vakmanschaproutes: een doorlopende leerlijn vanuit vmbo (basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg) naar alle sectoren op mbo-niveaus 2 en 3.
  • De beroepsroutes: een doorlopende leerlijn vanuit vmbo kader, gemengd of theoretisch naar alle sectoren op mbo-niveau 4.
  • De technologieroutes: een doorlopende leerlijn naar de sectoren Techniek en Groen op mbo-niveau 4.

In het onderzoeksrapport staat onder andere dat het aandeel vmbo’ers dat doorstroomt naar mbo groter is bij leerlingen die gestart zijn met een route dan bij leerlingen van een soortgelijke opleiding zonder doorlopende leerlijn. Ook wordt er minder gewisseld van opleidingsroute tussen vmbo en mbo.

Verder staat in het rapport dat het aantal leerlingen dat start met een doorlopende leerroute in het schooljaar 2017-2018 is gestegen tot 2270. In het leerjaar daarvoor waren het er 1545.

Lees meer…

‘Onderwijs leidt niet op voor verdwijnende beroepen’

Het beeld dat het onderwijs massaal opleidt voor verdwijnende beroepen klopt niet, vindt onderwijsminister Ingrid van Engelshoven.

Zij reageert op Kamervragen van de PvdA over breed plan voor technisch onderwijs dat volgens Techniek Nederland nodig is. Voorzitter Doekle Terpstra van deze ondernemersorganisatie schreef er een opiniestuk over in Trouw.

Het beeld dat Terpstra schetst dat de scholen van nu leerlingen massaal opleiden voor beroepen die in de toekomst niet meer zullen bestaan, herkent Van Engelshoven niet. ‘Waar beroepen wel verdwijnen of veranderen, is het zaak dat mensen zich blijven ontwikkelen zodat zij inzetbaar blijven. Dit kabinet ondersteunt dit met maatregelen op het terrein van Leven Lang Ontwikkelen’, aldus de minister.

Hybride docenten

Terpstra schreef in zijn opiniestuk ook dat hybride docenten, die lesgeven combineren met een baan buiten het onderwijs, de norm worden. Hierover merkt de minister op dat het voor docenten van groot belang is ‘dat ze goed op de hoogte zijn van wat er in het bedrijfsleven speelt’. Maar het is volgens haar voor de continuïteit en planning van zowel scholen als bedrijven ‘ongewenst als alle docenten hybride zijn’.

Lees meer…

Landelijke conferentie ‘Kansrijk van school naar werk’

Op 19 juni is in Bussum de landelijke conferentie ‘Kansrijk van school naar werk’. Deze conferentie is met name interessant voor mensen die in het voortgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs of het (v)mbo werken.

De conferentie staat in het teken van het onderwijs aan en de arbeidstoeleiding van jongeren die waarschijnlijk geen startkwalificatie halen. Meer specifiek gaat de conferentie over het belang van goede samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en (leer)bedrijven.

Deelname kost 259 euro per persoon. U kunt zich online inschrijven.

Lees meer…

Auto-inbraak: deel vmbo-examens onbruikbaar

Na een auto-inbraak is een deel van de vmbo-examens voor de komende periode onbruikbaar geworden. Circa 150 vmbo-scholen moeten hierdoor hun examenprogramma op het laatste moment aanpassen.

Dit heeft minister Slob gisteren aan de betrokken scholen laten weten. Het betreft de rode versie van de centraal schriftelijke en praktische examens Zorg en Welzijn voor vmbo-bb en -kb, die waardeloos is geworden na een serie auto-inbraken op vrijdag 19 april.

Auto van docent leeggeroofd

Een van de leeggeroofde auto’s was die van van een vmbo-docent. Uit zijn auto is een tas gestolen met daarin de actuele examenopgaven Zorg en Welzijn voor vmbo-bb en kb (rode versie), compleet met instructies voor examinatoren en de correctievoorschriften. De docent heeft direct aangifte gedaan bij de politie en de school meldde het incident direct bij de Inspectie van het Onderwijs. Het College voor Toetsen en Examens heeft daarna besloten de afname van de rode versie te stoppen.

Impact op scholen

De minister betreurt het incident vanwege de mogelijke impact ervan op scholen, ‘omdat die de nodige extra organisatielast met zich meebrengt’. Tegelijkertijd is hij blij dat het examensysteem dit probleem kan opvangen. Er is namelijk ook nog een blauwe versie van de vmbo-examens. De helft van de scholen neemt in eerste instantie de rode versie af en de andere helft de blauwe, waarna bij de herkansingen de andere versie wordt gebruikt. De 150 scholen die met de rode versie aan de slag zouden gaan, hebben nu te horen gekregen dat zij nu ook de blauwe versie moeten afnemen. De examens beginnen op 9 mei.

 

Ommezwaai VO-raad: voor doorstroomrecht vmbo-havo

De VO-raad adviseert scholen om nu al in de geest van het wetsvoorstel Gelijke kans op doorstroom vmbo-havo te handelen. Dat betekent dat ze vmbo-leerlingen met een extra vak zouden moeten toelaten tot de havo. 

Het advies is een ommezwaai, omdat de VO-raad tot nu toe uitermate kritisch was over het wetsvoorstel. De sectororganisatie benadrukte altijd dat er pas sprake kon zijn van een doorstroomrecht als de vakken op vmbo en havo goed op elkaar zouden aansluiten. Zolang de ‘curriculumkloof’ niet is overbrugd, kon de wet volgens de VO-raad niet in werking treden. Daar denkt de sectororganisatie nu dus anders over.

De wet had met ingang van het schooljaar 2019-2020 van kracht moeten zijn, maar dat wordt niet gehaald. Daardoor blijft wettelijk gezien de huidige situatie van kracht, waarin scholen die havo aanbieden zelf kunnen bepalen of zij geslaagde vmbo’ers toelaten tot het vierde leerjaar van de havo. De VO-raad vindt nu dat scholen dat niet meer moeten doen, maar scholen zijn natuurlijk niet verplicht om dit advies op te volgen.

Lees meer…

Wet doorstroomrecht vmbo-havo vertraagd

De wet die het doorstroomrecht van vmbo’ers naar de havo regelt, kan pas in werking treden als de ‘curriculumkloof’ is overbrugd. Dat vindt de VO-raad, meldt de Volkskrant.

De krant schrijft over de vertraagde inwerkingtreding van de Wet gelijke kans op doorstroom vmbo-havo. Deze wet zou met ingang van het schooljaar 2019-2020 van kracht moeten zijn, maar dat wordt niet gehaald. Daardoor blijft de huidige situatie van kracht, waarin scholen die havo aanbieden zelf kunnen bepalen of zij geslaagde vmbo’ers toelaten tot het vierde leerjaar van de havo.

Langere doorlooptijd, geen coulanceregeling

Het ministerie van OCW laat aan de Volkskrant weten dat het wetsvoorstel een langere doorlooptijd heeft dan verwacht. Binnenkort gaat het naar de Tweede Kamer komt. Daarna moet het nog naar de Eerste Kamer. Daar gaan nog maanden overheen.

Een coulanceregeling komt er niet, schrijft de krant. Wel onderstreept onderwijsminister Arie Slob een eerdere oproep van voormalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de scholen om geen onnodige eisen te stellen aan de doorstroom van vmbo’ers naar de havo.

Curriculumkloof overbruggen

De VO-raad was altijd kritisch over de nieuwe wet. De sectororganisatie zegt nu, zo meldt de Volkskrant, dat de streefdatum mede niet is gehaald, omdat onduidelijk is hoe bij een doorstroomrecht de vakken op vmbo en havo het beste op elkaar kunnen aansluiten. Zolang de ‘curriculumkloof’ niet is overbrugd, kan de wet volgens de VO-raad niet in werking treden.

Lees meer…

Dertig deelnemers pilot pro/vmbo-onderbouwklassen

Het ministerie van OCW heeft een lijst gepubliceerd met daarop dertig scholencombinaties die meedoen aan de de pilot pro/vmbo-onderbouwklassen 2019.

Het doel van de pilot is om kansengelijkheid te bevorderen met onderwijs op maat op het snijvlak praktijkonderwijs en vmbo. In de gemengde onderbouwklassen wordt gewerkt aan de kerndoelen van de onderbouw van het vmbo.

Leerlingen worden in twee of drie jaar voorbereid op de bovenbouw van het vmbo. Als ze dit niveau aankunnen, stromen ze door naar het vmbo. Leerlingen die het niet lukt om door te stromen, blijven in het praktijkonderwijs.

Ga naar de lijst

 

Hoe kunnen vmbo’s tekort techniekleraren tegengaan?

Het ministerie van OCW geeft adviezen aan vmbo’s om het tekort aan techniekleraren tegen te gaan. Er is daarover een factsheet met tips gepubliceerd.

Het tekort groeit doordat de komende jaren veel techniekleraren met pensioen gaan. Het wordt steeds lastiger om nieuwe mensen te vinden die technische vakken kunnen geven. Het duurt vaak vele maanden voordat een vacature is vervuld. Dat is een gevaar voor de kwaliteit van het technisch vmbo.

Zij-instromers, hybride docenten en stille reserves

Het ministerie laat zien waar kansen liggen. Bijvoorbeeld met zij-instromers uit het bedrijfsleven kan het tekort worden tegengegaan. Ook kunnen hybride leraren worden ingezet. Dat zijn mensen die het lesgeven combineren met een andere baan. Ook kunnen scholen stille reserves aanboren: mensen die nu niet lesgeven en wel weer naar het onderwijs willen.

Ook geeft OCW de tip om het personeelsbestand anders te organiseren, bijvoorbeeld met lerarenpools van verschillende vmbo-scholen. Andere tips zijn het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden en de inzet van strategisch personeelsbeleid.

Lees meer… 

 

 

Pabo’ers met certificaat bevoegd voor vmbo

Pabo-gediplomeerden met het certificaat ‘Groepsleerkracht onderbouw vmbo basis- en kader’ zijn voortaan bevoegd om les te geven in de onderbouw van het vmbo.

De bevoegdheid geldt voor de leerwegen basis/kader en de vakken Nederlands, rekenen/wiskunde en de gevolgde keuzevakken die op het certificaat staan. Minister Slob heeft officieel ontheffing gegeven voor deze gecertificeerde pabo-gediplomeerden.

Scholing voor bevoegdheid

Ongeveer 800 leraren hebben dit certificaat al behaald via een kortdurend scholingstraject bij een van de acht hbo-lerarenopleidingen die dit aanbieden. Zij zijn nu dus officieel bevoegd. Leraren die deze scholing willen volgen, kunnen een vergoeding van 80 procent aanvragen. Zonder het certificaat ‘Groepsleerkracht onderbouw vmbo basis/kader’ mogen pabo-gediplomeerden geen les geven in deze leerwegen. De Inspectie van het Onderwijs gaat hier voortaan op letten.

Meer informatie

Minder vmbo’ers naar havo

Er zijn minder vmbo’ers die naar de havo willen dan twee jaar geleden. Dat meldt Qompas, een uitgever die zich onder andere richt op profiel- en studiekeuze.

Qompas baseert zich op een eigen onderzoek dat vijf jaar duurde onder ruim 20.000 vmbo-leerlingen (uit de gemengde en theoretische leerweg). Het onderzoek richtte zich op de intentie om naar de havo te gaan.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat in het schooljaar 2013-2014 bijna een kwart van de onderzochte vmbo’ers naar de havo wilde. In 2015-2016 nam dat toe tot bijna 30 procent, maar de laatste jaren is het weer afgenomen tot een kwart.

‘Een mogelijke verklaring voor de afgenomen belangstelling is dat scholen de laatste jaren steeds meer drempels hebben opgeworpen voor vmbo’ers die naar de havo willen. Wellicht heeft dit een negatief effect op hun motivatie’, aldus Qompas.

Lees meer…

Internetconsultatie doorgaande leerroute vmbo-mbo

Een wetswijziging moet het voor vmbo-leerlingen makkelijker maken om door te stromen naar het mbo, meldt het ministerie van OCW. U kunt deelnemen een internetconsultatie over deze voorgenomen wetswijziging. 

Het is de bedoeling om vmbo en mbo in elkaar te schuiven. Dat moet de doorstroom versoepelen en leiden tot minder uitval. De doorgaande leerroute vmbo-mbo zou vanaf 2020 een feit moeten zijn. Scholen mogen zelf bepalen hoe ze de leerroute vormgeven.

Ga naar de internetconsultatie.

Lees meer…

Minder vmbo’ers, grote regionale verschillen

Het aandeel vmbo’ers is de afgelopen tien jaar licht gedaald van 55 naar 52 procent. Regionaal zijn er grote verschillen. Dat staat in de Landelijke Jeugdmonitor 2018 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Binnen het vmbo nam het aandeel leerlingen vmbo-basis af en dat van leerlingen op vmbo-theorie toe. Onder jongens bleef in de periode 2007-2018 het percentage vmbo’ers hoger dan onder meisjes, met een gemiddeld verschil van bijna 5 procentpunten. Daarnaast volgden meisjes vaker dan jongens de gemengde of theoretische leerweg.

Leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond zitten verhoudingsgewijs vaker op het vmbo dan leerlingen met een Nederlandse of andere westerse achtergrond. In 2017-2018 zat 64 procent van de leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond in het derde leerjaar op het vmbo, tegen respectievelijk 51 en 47 procent van de leerlingen met een Nederlandse of andere westerse achtergrond.

Binnen het vmbo volgden leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond vaker vmbo-basis en -kader dan leerlingen met een Nederlandse of andere westerse achtergrond. Dit geldt zowel voor jongens als voor meisjes.

Het aandeel vmbo-leerlingen in het derde leerjaar verschilt sterk per regio. Zo waren in de gemeenten Pekela, Grootegast en Hoogeveen relatief de meeste vmbo’ers (ruim 70 procent). In de gemeenten Bloemendaal, Heemstede en Oegstgeest volgde nog geen 20 procent in het derde leerjaar een vmbo-opleiding.

Lees meer…

Pilot onderbouwklas praktijkonderwijs-vmbo

Het ministerie van OCW heeft een factsheet gepubliceerd over de pilot onderbouwklas praktijkonderwijs-vmbo

Het doel van deze pilot is om kansen van leerlingen te bevorderen met onderwijs op maat op het snijvlak praktijkonderwijs en vmbo.

Op het factsheet staat informatie over hoe een school voor praktijkonderwijs en een vmbo-school samen een aanvraag kunnen indienen om aan de pilot mee te doen.

Ga naar de factsheet

Slob houdt rekening met zorgen over bekostiging vmbo

Onderwijsminister Arie Slob houdt rekening met zorgen van vmbo-scholen over de voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging. Dat meldt hij in een brief aan de Landelijke Vereniging van Vakcolleges (LVvV).

De LVvV stelt dat vooral vmbo’s in brede scholengemeenschappen met weinig vestigingen de rekening betalen voor het nieuwe bekostigingsmodel. De vereniging pleit ervoor álle vmbo-leerlingen het hoge leerlingbedrag toe te kennen. In de voorgestelde systematiek krijgen vmbo’s voor onderbouwleerlingen minder geld dan voor leerlingen in de bovenbouw.

Bovenbouw beroepsgerichte leerweg duurder

Slob wijst erop dat het nieuwe bekostigingsmodel bewust uitgaat van een hoger bedrag voor leerlingen in de bovenbouw. ‘Dat doet naar mijn mening recht aan de hogere kosten van de beroepsgerichte leerwegen in de bovenbouw (…)’, aldus de minister.

In zijn brief staat verder dat het verschil in bekostiging tussen onder- en bovenbouw ook in de huidige lumpsumbekostiging zit. ‘In de onderbouw ligt de nadruk op de algemene vorming, terwijl in het derde en vierde leerjaar de beroepsgerichte opleiding het zwaartepunt vormt.’ Slob benadrukt dat scholen natuurlijk wel de vrijheid hebben ‘om de bekostiging in te zetten op de manier zoals hen goeddunkt’.

Rekening houden met zorgen vmbo

Hij meldt echter ook dat de voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs nog niet in beton is gegoten. De komende tijd gaat hij er met de VO-raad verder aan werken. ‘Ik verwacht in de zomer van 2019 het integrale wetsvoorstel (…) aan de Tweede Kamer aan te bieden, waarin ik rekening houd met de zorgen die (…) door u zijn geuit’, zo zegt Slob toe.

Lees meer…

 

 

Trouw: ‘VMBO Maastricht zeer zwakke school’

VMBO Maastricht is volgens de Inspectie van het Onderwijs een zeer zwakke school. Dat meldt Trouw op basis van de samenvatting van een inspectierapport dat op 14 december wordt gepresenteerd. De samenvatting van dit rapport is al met de ouders van de leerlingen gedeeld, zo staat in de krant.

De inspectie verklaarde afgelopen schooljaar bij VMBO Maastricht alle eindexamens ongeldig. Na een tip van een klokkenluider bleek dat de leerlingen geen examen hadden mogen doen, omdat ze daarvoor niet aan de voorwaarden voldeden. Ze hadden hun schoolexamens bij één of meer vakken niet afgerond.

Ondanks het examendebacle weigerde bestuursvoorzitter André Postema van Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO), onder wiens verantwoordelijk het grondig mis was gegaan, aanvankelijk op te stappen. Onlangs werd bekend dat hij toch op aandringen van de raad van toezicht is teruggetreden. Dat had te maken met het inspectierapport dat op 14 december wordt gepubliceerd.

Veel lesuitval op VMBO Maastricht

In dat rapport staat volgens Trouw dus dat VMBO Maastricht zeer zwak is. Zo zou de begeleiding van de leerlingen niet in orde zijn en zouden veel lessen uitvallen. Bovendien is het, zo staat in Trouw, volgens de inspectie zo dat iedereen in en uit kan lopen, waardoor leerlingen zich soms niet veilig voelen. Een ouder zei eerder tegen Trouw dat er soms drugsdealers rondhingen.

‘Het bestuur moet een plan van aanpak maken om de kwaliteit op het VMBO Maastricht binnen een jaar te verbeteren. Is dat tegen die tijd nog niet gelukt, dan kan de minister van onderwijs maatregelen treffen om de financiering stop te zetten’, aldus Trouw.

Lees meer…

Met terugwerkende kracht meer geld technisch vmbo

De gewijzigde regeling betreffende de aanvullende bekostiging van het technisch vmbo 2018 en 2019 is officieel gepubliceerd. 

Een aantal bedragen die in de regeling worden genoemd, gaat omhoog. De gewijzigde regeling werkt terug tot en met 1 januari 2018. In december volgt er een nabetaling.

Ga naar de gewijzigde regeling

Regioplannen indienen voor technisch vmbo

De regeling voor de transitie van het technisch vmbo is gepubliceerd. De regeling geeft meer duidelijkheid over fase 2, waarin scholen regionale plannen moeten indienen.

Fase 2 is de transitiefase, die in 2020 begint en waarvoor schoolbesturen al dit najaar actie moeten ondernemen. Ze moeten regionale plannen gaan maken.

Deze plannen moeten worden opgesteld door minimaal twee scholen met technisch vmbo, een mbo-instelling en het bedrijfsleven in de regio. Daarbij geldt de eis dat het bedrijfsleven voor minimaal 10 procent hieraan een bijdrage levert, in geld of natura.

De plannen moeten een visie bevatten, gebaseerd op een analyse van de regionale arbeidsmarkt en een prognoses van de leerlingenaantallen. Ook moet er een plan van aanpak worden opgesteld alsmede een begroting.

De vooraanmelding van dergelijke plannen dient vóór 1 november 2018 te geschieden. De plannen moet vóór 1 april 2019 zijn ingediend. De uitvoering ervan staat gepland voor het schooljaar 2019-2020.

Lees meer…

Minister wil meer anti-pestprogramma’s op vmbo’s

Vmbo-scholen moeten meer gebruikmaken van effectieve anti-pestprogramma’s. Dat zegt minister Van Engelshoven van Onderwijs in een brief aan de Tweede Kamer, die ze net voor het reces heeft verstuurd.

De minister beantwoordt in deze brief de Kamervragen van het Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul (PvdA), die aan de bel had getrokken na een rapportage van scholierenorganisatie LAKS over veiligheid op school. Daaruit bleek dat een flink percentage leerlingen in het vmbo en praktijkonderwijs zich niet veilig voelt.

De minister heeft de cijfers vergeleken met andere vormen van monitoring van de veiligheidsbeleving in het voortgezet onderwijs. Dan zijn de uitkomsten minder alarmerend dan die van LAKS, maar de conclusie van OCW is toch dat er ‘een onwenselijk groot verschil tussen de schooltypen’ is.

Wet veiligheid op school

Op de vraag hoe ze dit wil aanpakken, wijst de minister op de invoering van de Wet veiligheid op school in 2015. Deze wet verplicht scholen te zorgen voor een veilig schoolklimaat. De Inspectie van het Onderwijs let erop dat daar echt werk van wordt gemaakt. Het lijkt effect te hebben, want het aantal leerlingen dat zegt gepest te worden, neemt iets af.

Tegelijkertijd blijkt het gebruik van anti-pestprogramma’s in het voortgezet onderwijs  achter te blijven. ‘Dat is een gemiste kans’, aldus Van Engelshoven. Ze gaat in overleg met onder meer de VO-raad om te bezien hoe het gebruik van bewezen effectieve anti-pestprogramma’s met name op vmbo’s en praktijkscholen gestimuleerd kan worden. Ook wil ze de scholen wijzen op de mogelijkheden van ondersteuning door de Stichting School en Veiligheid.

Lees hier de brief met alle cijfers van minister Van Engelshoven

Subsidie doorstroomprogramma’s aanvragen tot 1 oktober

Voor het nieuwe schooljaar 2018-2019 ligt de deadline voor subsidieaanvragen voor de doorstroomprogramma’s vmbo-havo en vmbo-mbo op 1 oktober aanstaande.

Deze doorstroomprogramma’s zijn bedoeld om de overstap van vmbo naar havo of mbo te vergemakkelijken. De programma’s richten zich specifiek op het laatste vmbo-jaar en het eerste jaar van de vervolgopleiding.

Subsidieaanvragen kunt u vóór 1 oktober 2018 indienen via de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I).

Subsidie voor in de schooljaren 2019-2020 en 2020-2021 kunt u aanvragen vóór 1 oktober 2019.

Lees meer…

‘Veel vmbo’s sjoemelen rond examinering’

Er wordt heel wat aangerommeld rond de examinering van vmbo’er, vermoedt René Kneyber. Hij is wiskundeleraar aan het Oosterlicht College in Nieuwegein, voorzitter van de Stichting Beroepseer en lid van de Onderwijsraad.

Kneyber spreekt zijn vermoeden uit in een column in Trouw, naar aanleiding van het examendebacle bij VMBO Maastricht en het ontslag van vier docenten van het Rijswijks Lyceum die examenkandidaten goede antwoorden lieten overschrijven.

Hij stelt in zijn column dat het vmbo-programma voor toetsing en afsluiting vooral bestaat uit ‘kansen bieden, kansen bieden en kansen bieden’. Sommige leraren gaan daar volgens hem heel ver in. ‘Er wordt, zo schat ik in, in het vmbo heel wat gemasseerd, geholpen, zo niet gesjoemeld met de beste intenties’, aldus Kneyber.

Volgens hem gebruiken veel vmbo-scholen voor het praktische herexamen het eerder afgenomen examen dat ze steeds opnieuw afnemen, ‘waarmee een hogere score natuurlijk gegarandeerd is’. Hij beweert dat het praktische examen voor vmbo’s hét wapen is tegen gezakte leerlingen. ‘Het biedt veel ruimte om te sjoemelen.’

‘Er wordt al met al, zo is mijn overtuiging, heel wat aangerommeld rond de examinering van vmbo’ers.’

Lees de column van René Kneyber

André Postema geen fractieleider meer in Eerste Kamer

Voorzitter André Postema van het college van bestuur van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) heeft zich teruggetrokken als fractieleider van de PvdA in de Eerste Kamer. Hij blijft wel namens die partij lid van de Eerste Kamer.

In een verklaring laat de omstreden bestuursvoorzitter van LVO weten dat zijn vertrek als fractievoorzitter wat hem betreft volledig losstaat van het examendebacle bij VMBO Maastricht, waarvoor hij als LVO-bestuursvoorzitter de verantwoordelijkheid draagt. Zijn besluit om het fractievoorzitterschap neer te leggen volgt, zo meldt hij, op onrust die hij in de PvdA-fractie ervaart. ‘Ik betreur dit. Het is echter ook aan de fractievoorzitter om te voorkomen dat we als fractie in een patstelling of zelfs onderling conflict geraken’, aldus Postema.

Hij benadrukt in zijn verklaring dat zijn werkzaamheden voor LVO volstrekt losstaan van zijn  Eerste Kamerlidmaatschap: ‘Dat is de enige manier om het belangrijke deeltijdwerk van Senator te kunnen doen. Ik heb dit sinds mijn lidmaatschap van de Eerste Kamer sinds juni 2011 altijd kunnen bewaken: als vice-voorzitter van de Universiteit Maastricht en vervolgens als voorzitter van het Limburgs Voortgezet Onderwijs.’ Hij verwijt de media en Tweede Kamerleden dat zij een verband leggen tussen de twee functies.

‘Schuld ligt bij inspectie’

Hoewel Postema benadrukt dat er voor hem geen enkel verband is tussen zijn lidmaatschap van de Eerste Kamer en zijn LVO-bestuursfunctie, gaat hij in zijn verklaring toch in op de situatie bij VMBO Maastricht door de schuld voor het examendebacle niet bij hemzelf, maar bij de Inspectie van het Onderwijs te leggen.

‘Ik heb mij na de premature bekendmaking van de Inspectie dat de eindexamens van alle leerlingen ongeldig zijn verklaard, ten volle ingezet om de leerlingen en docenten van het VMBO Maastricht zo snel mogelijk weer een perspectief te kunnen bieden’, zo staat in zijn verklaring die als Eerste Kamerlid heeft verstuurd. In een eerdere verklaring die hij als LVO-vbestuursoorzitter deed uitgaan, legde hij de schuld voor het examendebacle ook al bij de inspectie.

Op 22 juni werd bekend dat de Inspectie van het Onderwijs de centrale examens van 354 leerlingen van het Porta Mosana College en het Sint-Maartenscollege, die samen VMBO Maastricht vormen, ongeldig had verklaard, omdat bleek dat deze scholen hun leerlingen niet alle schoolexamens hadden laten maken.

André Postema blijft zitten en legt schuld bij inspectie

De omstreden bestuursvoorzitter André Postema van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) neemt verantwoordelijkheid voor het examendebacle bij VMBO Maastricht op basis van nog uit te voeren onderzoek naar zijn bestuurlijk handelen, zo staat in een verklaring van hem op de website van LVO.

Postema benadrukt in zijn verklaring dat het college van bestuur van LVO (in casu Postema zelf, want de andere bestuurder van het voorheen tweekoppige bestuur is vanwege het examendebacle weggestuurd) veel maatregelen heeft genomen ‘om onze leerlingen zo snel mogelijk duidelijkheid en perspectief te bieden’.

‘Als bestuursvoorzitter van 23 prachtige en sterke Limburgse scholen heb ik mijn verantwoordelijkheid genomen om deze aangeslagen VMBO-afdeling in Maastricht weer veilig in de haven te krijgen, alles in het belang van de getroffen leerlingen’, aldus Postema.

Hij zegt verder graag aan de raad van toezicht van LVO verantwoording af te leggen over het bestuurlijk handelen voor en tijdens de crisis. Dat wil hij ook doen ‘naar de Maastrichtse samenleving en iedereen die met het lot van deze leerlingen en hun school begaan is’.

Botte bijl van inspectie

Postema legt in zijn verklaring de schuld voor de chaos bij VMBO Maastricht bij de Inspectie van het Onderwijs. Die zou met de botte bijl hebben gehakt. Op 22 juni werd bekend dat de inspectie de centrale examens van 354 leerlingen van VMBO Maastricht ongeldig had verklaard, omdat veel schoolexamens niet waren gehaald.

Lees de volledige verklaring

Interim-bestuurder voor VMBO Maastricht

De raad van toezicht van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) heeft een interim-bestuurder aangesteld voor VMBO Maastricht. De maatregel volgt op het examendebacle bij het Sint-Maartenscollege en het Porta Mosana College die onder VMBO Maastricht vallen.

Minister Ingrid van Engelshoven van OCW heeft mede namens onderwijsminister Arie Slob een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de ontwikkelingen rond het examendebacle. In die brief staat dat de interim-bestuurder de volledige verantwoordelijkheid draagt voor de afwikkeling van de problemen bij VMBO Maastricht. Voorzitter André Postema van het college van bestuur van LVO is wat dit betreft op een zijspoor gezet.

Vorige maand werd bekend dat de Inspectie van het Onderwijs daar de examens van 354 vmbo-leerlingen ongeldig heeft verklaard, omdat de leerlingen niet de benodigde schoolexamens hadden gehaald.

Onderzoek schoolexamens

In de brief van de minister staat ook dat oud-voorzitter Geert ten Dam van de Onderwijsraad, die nu bestuursvoorzitter is van de Universiteit van Amsterdam, het onafhankelijke onderzoek gaat leiden naar de kwaliteit van de schoolexamens in het voortgezet onderwijs. Dit onderzoek naar aanleiding van de situatie in Maastricht is een initiatief van de VO-raad. Het zal naar verwachting in het najaar worden opgeleverd.

Er komt ook een onderzoek naar het handelen van de Inspectie van het Onderwijs in de casus-Maastricht. Dit onderzoek zal op verzoek van het ministerie van OCW worden uitgevoerd door de Auditdienst Rijk. Het zal zich richten op de rol van de inspectie vanaf het ontstaan van VMBO Maastricht in augustus 2015. De uitkomst van dit onderzoek wordt in november verwacht.

Lees meer…

Slob benadrukt dat VMBO Maastricht uitzondering is

Onderwijsminister Arie Slob vindt dat men ervoor moet waken dat er een beeld ontstaat dat het hele voortgezet onderwijs ‘maar wat aanrotzooit’. Dat heeft de minister tegen de NOS gezegd naar aanleiding van het examendebacle bij het VMBO Maastricht.

Op 22 juni werd bekend dat de Inspectie van het Onderwijs de centrale examens van 354 leerlingen van het VMBO Maastricht, waartoe het Porta Mosana College en het Sint-Maartenscollege behoren, ongeldig had verklaard. De reden voor dit besluit was dat deze scholen hun leerlingen niet alle schoolexamens hadden laten maken.

De situatie in Maastricht is volgens Slob zeer kwalijk, maar hij benadrukt dat niet het beeld mag ontstaan dat dit de praktijk is in het hele voortgezet onderwijs. Dat is volgens hem nadrukkelijk niet het geval.

Ingewikkelde regels

Over de klacht van scholen dat zij niet altijd goed op de hoogte zijn van de ingewikkelde examenregels zei Slob bij de NOS dat er van scholen mag worden verwacht dat ze zich hier goed in verdiepen en dat ze de examencommissies scherp moeten houden.

De minister heeft dit jaar een hardheidsclausule toegepast voor ongeveer dertig vmbo-leerlingen van twintig verschillende scholen in het land. Het bleek dat zij ten onrechte aan de centrale examens hadden meegedaan, omdat ze een te laag cijfer voor een keuzevak hadden gehaald. Slob besloot dat deze leerlingen dat keuzevak mochten herkansen, zodat ze mogelijk alsnog geslaagd zijn.

Lees meer bij de NOS

Cijfers centrale vmbo-examens Maastricht blijven staan

De uitslagen van de centrale examens van de leerlingen van VMBO Maastricht blijven geldig tot 1 januari 2019. De 354 leerlingen die dit betreft, krijgen tot die tijd de kans om hun schoolexamens te repareren. Dat staat in een brief van onderwijsminister Arie Slob aan de Tweede Kamer.

De minister heeft laten onderzoeken of de centrale examens in april en mei goed zijn afgenomen. Volgens het College van Toetsen en Examens (CvtE) is dat inderdaad netjes gegaan. Dat geeft minister Slob en de Inspectie van het Onderwijs genoeg vertrouwen om te besluiten dat deze uitslagen kunnen blijven staan.

De minister wijkt daarmee af van de examenregels. Dat is volgens Slob en de inspectie nodig, omdat de situatie in Maastricht uniek is en omdat leerlingen zo min mogelijk de dupe moeten zijn van het wanprestatie van het Porta Mosana College en het Sint-Maartenscollege van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO).

De gemiste schoolexamens moeten nog wel worden gemaakt, voordat leerlingen een diploma kunnen krijgen. Dat is geen garantie op succes, benadrukt Slob, maar biedt leerlingen volgens hem in elk geval de kans om hun diploma alsnog te halen. Volgens de minister zijn er bij de schoolexamens duizenden tekortkomingen geconstateerd.

Een deel van de leerlingen zou nog deze zomer alle vakken kunnen afronden en vervolgens met een diploma aan een vervolgopleiding kunnen beginnen. Daarnaast zal een deel van de leerlingen meer tijd nodig hebben. Slob zegt dat hij zich ervoor zal inzetten dat zij alvast aan een vervolgopleiding kunnen beginnen, dus zonder diploma.

Dan is er nog een groep leerlingen bij wie de achterstanden zo ver zijn opgelopen, dat mogelijk het jaar opnieuw gedaan moet worden.

Op 22 juni werd bekend dat de Inspectie van het Onderwijs de centrale examens van 354 leerlingen van het Porta Mosana College en het Sint-Maartenscollege in Maastricht ongeldig had verklaard, omdat bleek dat deze scholen hun leerlingen niet alle schoolexamens hadden laten maken.

Lees meer…