Regioplannen indienen voor technisch vmbo

De regeling voor de transitie van het technisch vmbo is gepubliceerd. De regeling geeft meer duidelijkheid over fase 2, waarin scholen regionale plannen moeten indienen.

Fase 2 is de transitiefase, die in 2020 begint en waarvoor schoolbesturen al dit najaar actie moeten ondernemen. Ze moeten regionale plannen gaan maken.

Deze plannen moeten worden opgesteld door minimaal twee scholen met technisch vmbo, een mbo-instelling en het bedrijfsleven in de regio. Daarbij geldt de eis dat het bedrijfsleven voor minimaal 10 procent hieraan een bijdrage levert, in geld of natura.

De plannen moeten een visie bevatten, gebaseerd op een analyse van de regionale arbeidsmarkt en een prognoses van de leerlingenaantallen. Ook moet er een plan van aanpak worden opgesteld alsmede een begroting.

De vooraanmelding van dergelijke plannen dient vóór 1 november 2018 te geschieden. De plannen moet vóór 1 april 2019 zijn ingediend. De uitvoering ervan staat gepland voor het schooljaar 2019-2020.

Lees meer…

Minister wil meer anti-pestprogramma’s op vmbo’s

Vmbo-scholen moeten meer gebruikmaken van effectieve anti-pestprogramma’s. Dat zegt minister Van Engelshoven van Onderwijs in een brief aan de Tweede Kamer, die ze net voor het reces heeft verstuurd.

De minister beantwoordt in deze brief de Kamervragen van het Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul (PvdA), die aan de bel had getrokken na een rapportage van scholierenorganisatie LAKS over veiligheid op school. Daaruit bleek dat een flink percentage leerlingen in het vmbo en praktijkonderwijs zich niet veilig voelt.

De minister heeft de cijfers vergeleken met andere vormen van monitoring van de veiligheidsbeleving in het voortgezet onderwijs. Dan zijn de uitkomsten minder alarmerend dan die van LAKS, maar de conclusie van OCW is toch dat er ‘een onwenselijk groot verschil tussen de schooltypen’ is.

Wet veiligheid op school

Op de vraag hoe ze dit wil aanpakken, wijst de minister op de invoering van de Wet veiligheid op school in 2015. Deze wet verplicht scholen te zorgen voor een veilig schoolklimaat. De Inspectie van het Onderwijs let erop dat daar echt werk van wordt gemaakt. Het lijkt effect te hebben, want het aantal leerlingen dat zegt gepest te worden, neemt iets af.

Tegelijkertijd blijkt het gebruik van anti-pestprogramma’s in het voortgezet onderwijs  achter te blijven. ‘Dat is een gemiste kans’, aldus Van Engelshoven. Ze gaat in overleg met onder meer de VO-raad om te bezien hoe het gebruik van bewezen effectieve anti-pestprogramma’s met name op vmbo’s en praktijkscholen gestimuleerd kan worden. Ook wil ze de scholen wijzen op de mogelijkheden van ondersteuning door de Stichting School en Veiligheid.

Lees hier de brief met alle cijfers van minister Van Engelshoven

Subsidie doorstroomprogramma’s aanvragen tot 1 oktober

Voor het nieuwe schooljaar 2018-2019 ligt de deadline voor subsidieaanvragen voor de doorstroomprogramma’s vmbo-havo en vmbo-mbo op 1 oktober aanstaande.

Deze doorstroomprogramma’s zijn bedoeld om de overstap van vmbo naar havo of mbo te vergemakkelijken. De programma’s richten zich specifiek op het laatste vmbo-jaar en het eerste jaar van de vervolgopleiding.

Subsidieaanvragen kunt u vóór 1 oktober 2018 indienen via de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I).

Subsidie voor in de schooljaren 2019-2020 en 2020-2021 kunt u aanvragen vóór 1 oktober 2019.

Lees meer…

‘Veel vmbo’s sjoemelen rond examinering’

Er wordt heel wat aangerommeld rond de examinering van vmbo’er, vermoedt René Kneyber. Hij is wiskundeleraar aan het Oosterlicht College in Nieuwegein, voorzitter van de Stichting Beroepseer en lid van de Onderwijsraad.

Kneyber spreekt zijn vermoeden uit in een column in Trouw, naar aanleiding van het examendebacle bij VMBO Maastricht en het ontslag van vier docenten van het Rijswijks Lyceum die examenkandidaten goede antwoorden lieten overschrijven.

Hij stelt in zijn column dat het vmbo-programma voor toetsing en afsluiting vooral bestaat uit ‘kansen bieden, kansen bieden en kansen bieden’. Sommige leraren gaan daar volgens hem heel ver in. ‘Er wordt, zo schat ik in, in het vmbo heel wat gemasseerd, geholpen, zo niet gesjoemeld met de beste intenties’, aldus Kneyber.

Volgens hem gebruiken veel vmbo-scholen voor het praktische herexamen het eerder afgenomen examen dat ze steeds opnieuw afnemen, ‘waarmee een hogere score natuurlijk gegarandeerd is’. Hij beweert dat het praktische examen voor vmbo’s hét wapen is tegen gezakte leerlingen. ‘Het biedt veel ruimte om te sjoemelen.’

‘Er wordt al met al, zo is mijn overtuiging, heel wat aangerommeld rond de examinering van vmbo’ers.’

Lees de column van René Kneyber

André Postema geen fractieleider meer in Eerste Kamer

Voorzitter André Postema van het college van bestuur van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) heeft zich teruggetrokken als fractieleider van de PvdA in de Eerste Kamer. Hij blijft wel namens die partij lid van de Eerste Kamer.

In een verklaring laat de omstreden bestuursvoorzitter van LVO weten dat zijn vertrek als fractievoorzitter wat hem betreft volledig losstaat van het examendebacle bij VMBO Maastricht, waarvoor hij als LVO-bestuursvoorzitter de verantwoordelijkheid draagt. Zijn besluit om het fractievoorzitterschap neer te leggen volgt, zo meldt hij, op onrust die hij in de PvdA-fractie ervaart. ‘Ik betreur dit. Het is echter ook aan de fractievoorzitter om te voorkomen dat we als fractie in een patstelling of zelfs onderling conflict geraken’, aldus Postema.

Hij benadrukt in zijn verklaring dat zijn werkzaamheden voor LVO volstrekt losstaan van zijn  Eerste Kamerlidmaatschap: ‘Dat is de enige manier om het belangrijke deeltijdwerk van Senator te kunnen doen. Ik heb dit sinds mijn lidmaatschap van de Eerste Kamer sinds juni 2011 altijd kunnen bewaken: als vice-voorzitter van de Universiteit Maastricht en vervolgens als voorzitter van het Limburgs Voortgezet Onderwijs.’ Hij verwijt de media en Tweede Kamerleden dat zij een verband leggen tussen de twee functies.

‘Schuld ligt bij inspectie’

Hoewel Postema benadrukt dat er voor hem geen enkel verband is tussen zijn lidmaatschap van de Eerste Kamer en zijn LVO-bestuursfunctie, gaat hij in zijn verklaring toch in op de situatie bij VMBO Maastricht door de schuld voor het examendebacle niet bij hemzelf, maar bij de Inspectie van het Onderwijs te leggen.

‘Ik heb mij na de premature bekendmaking van de Inspectie dat de eindexamens van alle leerlingen ongeldig zijn verklaard, ten volle ingezet om de leerlingen en docenten van het VMBO Maastricht zo snel mogelijk weer een perspectief te kunnen bieden’, zo staat in zijn verklaring die als Eerste Kamerlid heeft verstuurd. In een eerdere verklaring die hij als LVO-vbestuursoorzitter deed uitgaan, legde hij de schuld voor het examendebacle ook al bij de inspectie.

Op 22 juni werd bekend dat de Inspectie van het Onderwijs de centrale examens van 354 leerlingen van het Porta Mosana College en het Sint-Maartenscollege, die samen VMBO Maastricht vormen, ongeldig had verklaard, omdat bleek dat deze scholen hun leerlingen niet alle schoolexamens hadden laten maken.

André Postema blijft zitten en legt schuld bij inspectie

De omstreden bestuursvoorzitter André Postema van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) neemt verantwoordelijkheid voor het examendebacle bij VMBO Maastricht op basis van nog uit te voeren onderzoek naar zijn bestuurlijk handelen, zo staat in een verklaring van hem op de website van LVO.

Postema benadrukt in zijn verklaring dat het college van bestuur van LVO (in casu Postema zelf, want de andere bestuurder van het voorheen tweekoppige bestuur is vanwege het examendebacle weggestuurd) veel maatregelen heeft genomen ‘om onze leerlingen zo snel mogelijk duidelijkheid en perspectief te bieden’.

‘Als bestuursvoorzitter van 23 prachtige en sterke Limburgse scholen heb ik mijn verantwoordelijkheid genomen om deze aangeslagen VMBO-afdeling in Maastricht weer veilig in de haven te krijgen, alles in het belang van de getroffen leerlingen’, aldus Postema.

Hij zegt verder graag aan de raad van toezicht van LVO verantwoording af te leggen over het bestuurlijk handelen voor en tijdens de crisis. Dat wil hij ook doen ‘naar de Maastrichtse samenleving en iedereen die met het lot van deze leerlingen en hun school begaan is’.

Botte bijl van inspectie

Postema legt in zijn verklaring de schuld voor de chaos bij VMBO Maastricht bij de Inspectie van het Onderwijs. Die zou met de botte bijl hebben gehakt. Op 22 juni werd bekend dat de inspectie de centrale examens van 354 leerlingen van VMBO Maastricht ongeldig had verklaard, omdat veel schoolexamens niet waren gehaald.

Lees de volledige verklaring

Interim-bestuurder voor VMBO Maastricht

De raad van toezicht van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) heeft een interim-bestuurder aangesteld voor VMBO Maastricht. De maatregel volgt op het examendebacle bij het Sint-Maartenscollege en het Porta Mosana College die onder VMBO Maastricht vallen.

Minister Ingrid van Engelshoven van OCW heeft mede namens onderwijsminister Arie Slob een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de ontwikkelingen rond het examendebacle. In die brief staat dat de interim-bestuurder de volledige verantwoordelijkheid draagt voor de afwikkeling van de problemen bij VMBO Maastricht. Voorzitter André Postema van het college van bestuur van LVO is wat dit betreft op een zijspoor gezet.

Vorige maand werd bekend dat de Inspectie van het Onderwijs daar de examens van 354 vmbo-leerlingen ongeldig heeft verklaard, omdat de leerlingen niet de benodigde schoolexamens hadden gehaald.

Onderzoek schoolexamens

In de brief van de minister staat ook dat oud-voorzitter Geert ten Dam van de Onderwijsraad, die nu bestuursvoorzitter is van de Universiteit van Amsterdam, het onafhankelijke onderzoek gaat leiden naar de kwaliteit van de schoolexamens in het voortgezet onderwijs. Dit onderzoek naar aanleiding van de situatie in Maastricht is een initiatief van de VO-raad. Het zal naar verwachting in het najaar worden opgeleverd.

Er komt ook een onderzoek naar het handelen van de Inspectie van het Onderwijs in de casus-Maastricht. Dit onderzoek zal op verzoek van het ministerie van OCW worden uitgevoerd door de Auditdienst Rijk. Het zal zich richten op de rol van de inspectie vanaf het ontstaan van VMBO Maastricht in augustus 2015. De uitkomst van dit onderzoek wordt in november verwacht.

Lees meer…

Slob benadrukt dat VMBO Maastricht uitzondering is

Onderwijsminister Arie Slob vindt dat men ervoor moet waken dat er een beeld ontstaat dat het hele voortgezet onderwijs ‘maar wat aanrotzooit’. Dat heeft de minister tegen de NOS gezegd naar aanleiding van het examendebacle bij het VMBO Maastricht.

Op 22 juni werd bekend dat de Inspectie van het Onderwijs de centrale examens van 354 leerlingen van het VMBO Maastricht, waartoe het Porta Mosana College en het Sint-Maartenscollege behoren, ongeldig had verklaard. De reden voor dit besluit was dat deze scholen hun leerlingen niet alle schoolexamens hadden laten maken.

De situatie in Maastricht is volgens Slob zeer kwalijk, maar hij benadrukt dat niet het beeld mag ontstaan dat dit de praktijk is in het hele voortgezet onderwijs. Dat is volgens hem nadrukkelijk niet het geval.

Ingewikkelde regels

Over de klacht van scholen dat zij niet altijd goed op de hoogte zijn van de ingewikkelde examenregels zei Slob bij de NOS dat er van scholen mag worden verwacht dat ze zich hier goed in verdiepen en dat ze de examencommissies scherp moeten houden.

De minister heeft dit jaar een hardheidsclausule toegepast voor ongeveer dertig vmbo-leerlingen van twintig verschillende scholen in het land. Het bleek dat zij ten onrechte aan de centrale examens hadden meegedaan, omdat ze een te laag cijfer voor een keuzevak hadden gehaald. Slob besloot dat deze leerlingen dat keuzevak mochten herkansen, zodat ze mogelijk alsnog geslaagd zijn.

Lees meer bij de NOS

Cijfers centrale vmbo-examens Maastricht blijven staan

De uitslagen van de centrale examens van de leerlingen van VMBO Maastricht blijven geldig tot 1 januari 2019. De 354 leerlingen die dit betreft, krijgen tot die tijd de kans om hun schoolexamens te repareren. Dat staat in een brief van onderwijsminister Arie Slob aan de Tweede Kamer.

De minister heeft laten onderzoeken of de centrale examens in april en mei goed zijn afgenomen. Volgens het College van Toetsen en Examens (CvtE) is dat inderdaad netjes gegaan. Dat geeft minister Slob en de Inspectie van het Onderwijs genoeg vertrouwen om te besluiten dat deze uitslagen kunnen blijven staan.

De minister wijkt daarmee af van de examenregels. Dat is volgens Slob en de inspectie nodig, omdat de situatie in Maastricht uniek is en omdat leerlingen zo min mogelijk de dupe moeten zijn van het wanprestatie van het Porta Mosana College en het Sint-Maartenscollege van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO).

De gemiste schoolexamens moeten nog wel worden gemaakt, voordat leerlingen een diploma kunnen krijgen. Dat is geen garantie op succes, benadrukt Slob, maar biedt leerlingen volgens hem in elk geval de kans om hun diploma alsnog te halen. Volgens de minister zijn er bij de schoolexamens duizenden tekortkomingen geconstateerd.

Een deel van de leerlingen zou nog deze zomer alle vakken kunnen afronden en vervolgens met een diploma aan een vervolgopleiding kunnen beginnen. Daarnaast zal een deel van de leerlingen meer tijd nodig hebben. Slob zegt dat hij zich ervoor zal inzetten dat zij alvast aan een vervolgopleiding kunnen beginnen, dus zonder diploma.

Dan is er nog een groep leerlingen bij wie de achterstanden zo ver zijn opgelopen, dat mogelijk het jaar opnieuw gedaan moet worden.

Op 22 juni werd bekend dat de Inspectie van het Onderwijs de centrale examens van 354 leerlingen van het Porta Mosana College en het Sint-Maartenscollege in Maastricht ongeldig had verklaard, omdat bleek dat deze scholen hun leerlingen niet alle schoolexamens hadden laten maken.

Lees meer…

Onafhankelijk onderzoek naar kwaliteit schoolexamens

De VO-raad neemt het initiatief tot een onafhankelijk onderzoek naar de kwaliteit van de schoolexamens en de positie van het programma van toetsing en afsluiting (pta) hierin. Aanleiding is het examenschandaal bij twee vmbo’s in Maastricht van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO).

De sectororganisatie meldt dat het onderzoek tot doel heeft om waar mogelijk verbetering aan te brengen. Het moet ook laten zien dat de scholen voor voortgezet onderwijs het van het grootste belang vinden dat ze het vertrouwen hebben van de politiek en de samenleving.

Naar aanleiding van het vmbo-examenschandaal bij het Porta Mosana College en het Sint-Maartenscollege in Maastricht roept de VO-raad ook zijn leden op om kritisch te kijken naar de wijze waarop de schoolexamens in de eigen school of scholen zijn ingericht. Ook wordt de leden gevraagd om de bekijken of de afspraken in het pta helder en werkbaar zijn en of er voldoende checks and balances zijn.

De Inspectie van het Onderwijs heeft de centrale examens van 354 leerlingen van de Maastrichtse vmbo’s ongeldig verklaard, omdat bleek dat zij niet alle schoolexamens hadden gedaan. Dat is voorwaarde om aan de centrale examens te mogen maken.

Lees meer…

Meer nodig voor betere doorstroom vmbo-havo

Het wetsvoorstel Gelijke kans op doorstroom vmbo-havo is een stap in de goede richting van een gelijke behandeling van leerlingen, maar er is meer nodig, stelt de Onderwijsraad.

Met het wetsvoorstel wordt de toegang tot de havo voor vmbo’ers wettelijk geregeld, zodat overal in het land dezelfde voorwaarden voor toelating gelden. Een schoolbestuur mag een leerling die aan de voorwaarden voldoet, dan niet meer weigeren als het de leerling niet geschikt acht.

De Onderwijsraad noemt dat een stap in de goede richting, maar benadrukt dat er meer nodig is. ‘Aanvullende maatregelen zijn nodig om de inhoudelijke aansluiting te verbeteren’, aldus de raad, die denkt aan het stimuleren van opstroomklassen en schakelprogramma’s en betere begeleiding van vmbo’ers die naar de havo willen.

Verder adviseert de Onderwijsraad aan om te werken met een overgangsperiode waarin de Inspectie van het Onderwijs de slaagpercentages van havo-leerlingen afkomstig uit het vmbo apart bijhoudt.

Lees meer…

Honderden vmbo-examens in Maastricht ongeldig

De Inspectie van het Onderwijs heeft de centrale examens van 354 vmbo-leerlingen van twee scholen in Maastricht ongeldig verklaard. De maatregel volgt op ‘onverantwoord handelen’ van het bevoegd gezag van de twee scholen, meldt onderwijsminister Arie Slob aan de Tweede Kamer.  Het gaat om het Sint-Maartenscollege en het Porta Mosana College, die onder de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) vallen.

Het onverantwoord handelen dat Slob noemt, kwam aan het licht via een klokkenluidende docent. Die meldde dat een leerling die voor een bepaald vak het grootste gedeelte van het schoolexamen niet had afgerond, aan het centraal examen in dat vak had deelgenomen. Er was een cijfer voor het schoolexamen geregistreerd, hoewel de leerling maar een beperkt onderdeel daarvan had gemaakt.

Bovendien bleek deze leerling voor andere schoolexamens de cijfers 1 en 1,1 te hebben behaald. Dat had de school moeten melden bij de inspectie, omdat dit kon wijzen op onregelmatigheden, maar de inspectie heeft volgens de minister hierover geen enkele melding ontvangen.

Incorrect en incompleet

Nader onderzoek van de inspectie bracht aan het licht, zo schrijf Slob aan de Tweede Kamer, dat de onregelmatigheden rond de ene leerling mogelijk alle vmbo’ers betrof. De inspectie vroeg de scholen om meer informatie. Toen die door de scholen werd toegestuurd, bleek die aanvullende informatie ‘incorrect en incompleet’, aldus Slob.

Uit het onderzoek van de inspectie komt volgens de minister ‘in elk geval naar voren dat alle 354 eindexamenkandidaten één of meerdere schoolexamens bij één of meer vakken onvolledig hebben afgerond’. Dit betekent volgens hem dat geen enkele vmbo-eindexamenkandidaat van de twee scholen in Maastricht had mogen deelnemen aan de centrale examens.

Lees de brief van minister Slob

Leerlingen en ouders verbolgen

Het besluit van de inspectie om de examens ongeldig te verklaren, heeft geleid tot verbolgen reacties van de leerlingen en hun ouders. Dat bleek vrijdagavond, toen er in het Maastrichtse congrescentrum MECC een bijeenkomst was waarop de inspectie het besluit toelichtte. Deze bijeenkomst verliep rumoerig en de sfeer was af en toe grimmig.

Interim-directeur Loek de Veen van VMBO Maastricht, waar de twee vmbo-scholen van LVO toe behoren, heeft op de regionale nieuwszender L1 gezegd dat er ‘iets niet goed’ is gegaan in de administratie van de school. ‘Het is geen rommeltje hier, maar we vergeten de regels weleens’, aldus De Veen. Hij voegde daaraan toe dat de leraren heel toegewijd zijn, maar ook ‘onvoldoende bewust van regels en procedures’.

Een woordvoerder van LVO stelt eveneens dat de directe oorzaak van de problemen bij de leraren ligt: ‘Onze docenten hebben hun hart op de juiste plaats waar het gaat om educatie, maar in administreren blonken ze niet uit’, aldus de woordvoerder op L1. Hij voegde er de woorden ‘gemakzuchtig’, ‘nonchalant’ en ‘slordig’ aan toe.

Niet leerlingen straffen

Bestuursvoorzitter André Postema van LVO, onder wiens eindverantwoordelijkheid het debacle zich heeft kunnen voltrekken, heeft in Nieuwsuur gezegd dat niet de leerlingen, maar de school en de stichting LVO moeten worden gestraft. Hij wil dat Slob zijn discretionaire bevoegdheid gebruikt om de centrale examens toch geldig te verklaren.

‘Het is het ergste wat leerlingen en een school kan overkomen en ik begrijp dat de inspectie haar werk moet doen, maar dit gaat wel heel ver. Dit besluit is niet in het belang van de kinderen. Bestraf ons, niet de leerlingen’, aldus Postema, die eraan toevoegde dat er aan de gemaakte centrale examens ‘niets mis’ is. Slob heeft laten weten dat hij de mogelijkheid openlaat om de cijfers voor de centrale examens te laten staan, maar dat hij daar nog geen besluit over kan nemen.

Niet bang voor positie

Tegen L1 heeft Postema gezegd dat hij ervan uitging dat het met de examenadministratie wel snor zat. Hoewel hij als bestuursvoorzitter eindverantwoordelijke is, denkt Postema niet aan opstappen: ‘Ik ben niet bang voor mijn positie, maar ik sluit niet uit dat in de loop der tijd nog gaat gebeuren. Maar daar gaat het nu niet om. We willen nu zorgen dat de leerlingen de beste hulp krijgen.’

Bestuurslid Marianne Wegberg is inmiddels wel opgestapt, net als Gerard Bos die in de raad van toezicht van LVO zat. Zij hadden in het bestuur respectievelijk de rvt de portefeuille ‘onderwijs’ onder hun hoede.

Mogelijk fraude

De inspectie heeft tegen L1 gezegd dat er mogelijk meer mis is dan ‘slechts’ administratieve zaken en dat er mogelijk ook fraude in het spel is. ‘Het gaat wel degelijk om situaties waarbij leerlingen bijvoorbeeld de toetsen niet hadden gemaakt, maar er wél een cijfer voor kregen’, aldus een woordvoerder van de inspectie.

Bètatechniek in voortgezet onderwijs groeit

Bètatechniek neemt in vmbo, havo en vwo een groeiende aandeel voor zijn rekening, blijkt uit de highlights uit de Techniekpact monitor 2018.

Het aandeel vmbo-leerlingen dat in het derde leerjaar van de basisberoeps- of kadergerichte opleiding koos voor een technisch profiel, nam de laatste jaren weliswaar af, maar dat aandeel groeide onder de gediplomeerde vmbo’ers in de gemengde en theoretische leerweg.

Dit aandeel nam bij vmbo-basisberoeps af van 30 procent in het schooljaar 2007-2008 tot 24 procent in 2017-2018. Bij vmbo-kader was in diezelfde periode een afname te zien van 26 tot 22 procent. De groei bij vmbo-gemengd en -theoretisch in de periode van 2006-2007 tot 2016-2017 bedroeg 37>40 procent respectievelijk 38>41 procent.

Het aandeel havo- en vwo-leerlingen met een N-profiel is van 2007-2008 tot 2017-2018 ook toegenomen. Bij de havo was die groei 34>42 procent en bij vwo 55>61 procent. Deze groei deed zich zowel onder jongens als onder meisjes voor.

Tot 3000 euro erbij voor elke leerling technisch vmbo

Vmbo’s met een technisch profiel krijgen in 2018 en 2019 extra geld, meldt het ministerie van OCW.

Voor de basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen gaat het om 1500 euro per leerling in 2018 en 3000 euro per leerling in 2019. De gemengde leerweg ontvangt hiervan de helft. Dit staat in een brief van onderwijsminister Arie Slob aan de Tweede Kamer.

In het regeerakkoord was al aangekondigd dat het technisch vmbo er geld bij zou krijgen. De brief van Slob is de uitwerking hiervan.

In deze infographic ziet u de fasering van de regeling voor aanvullende bekostiging van technisch vmbo.

In vmbo-t moet ook praktijk aan bod komen

In 2021 volgen alle leerlingen op het niveau van de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo ook praktijkgericht onderwijs. Het maakt daarbij niet uit of ze naar het mbo willen of naar de havo. Dat staat in een brief van de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob aan de Tweede Kamer.

De ministers schrijven in hun brief dat het curriculum van de theoretische leerweg, afgezien van de versterkte inzet op loopbaanoriëntatie en –begeleiding, bij de invoering van de profielen in het vmbo geen actualisatie heeft ondergaan. ‘Dat maakt dat het programma sterk verouderd is en niet meer goed aansluit op behoeftes van jongeren en op het vervolgonderwijs’, aldus Van Engelshoven en Slob.

De theoretische leerweg mist volgens de ministers een vak waarin leerlingen op een praktische wijze gericht werken aan beroepsoriëntatie en beroepsbeelden. ‘Een groeiend aantal scholen heeft de afgelopen jaren hierop zelf actie genomen en aanvullende onderwijsprogramma’s of een andere aanpak ontwikkeld’, zo staat in de brief. Van Engelshoven en Slob willen dat alle vmbo-scholen dit overnemen.

De maatregel staat tevens in het licht van ‘het hardnekkige misverstand (…) dat de theoretische leerweg meer waard zou zijn dan de gemengde leerweg’.

Lees meer…

Doekle Terpstra wil meer aandacht voor technisch vmbo

‘Wat betreft het beroepsonderwijs op het vmbo zijn we het kneusje van Europa’, zegt voorzitter Doekle Terpstra van de brancheorganisatie UNETO-VNI.

Brandpunt+ interviewt Terpstra, die tevens aanjager is van het Nationaal Techniekpact 2020. ‘Nederland moet zich schamen’, zegt hij. ‘We hebben het beroepsonderwijs teloor laten gaan.’

Hij wijst de beschuldigende vinger onder andere naar de ouders. Die willen volgens hem ‘het walhalla voor hun kinderen bereiken via havo, vwo of gymnasium’. Volgens Terpstra vinden ouders theorie belangrijker dan de praktijk.

Vmbo heeft het niet door

Ook stelt hij dat het vmbo nog niet doorheeft dat techniek belangrijk is. ‘Op het vmbo heeft men nog het idee dat techniek iets van het verleden is. Maar nee, techniek is van de toekomst. Denk alleen al aan de enorme energietransitie die eraan komt. In het hoger onderwijs hebben ze dat wel begrepen, en het gaat ook gebeuren in het vmbo.’

Lees meer…

Meer meisjes kiezen techniek

Meer meisjes op havo en vwo kiezen voor een technische richting, maar in het vmbo is die trend nauwelijks waarneembaar, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In het schooljaar 2006-2007 koos 2 procent van de havo-meisjes en 6 procent van de vwo-meisjes voor Natuur en Techniek, waarbij wiskunde b, natuur- en scheikunde verplicht zijn. In 2017-2018 was dit toegenomen tot respectievelijk 10 en 28 procent.

De stijging werd volgens het CBS ingezet in het schooljaar 2007-2008, toen de vernieuwde tweede fase werd ingevoerd. Hierdoor werd het eenvoudiger om de profielen Natuur en Techniek en Natuur en Gezondheid te combineren in een vakkenpakket. Vooral onder meisjes in het vwo is dit dubbelprofiel populair.

Natuur en Techniek is nog steeds het populairst bij jongens. Ook zij kozen de afgelopen tien jaar vaker voor dit profiel, maar het verschil met de meisjes is kleiner geworden.

Weinig vmbo-meisjes kiezen techniek

Onder meisjes op het vmbo blijft Techniek de minst gekozen sector. In het schooljaar 2017-2018 koos 4 procent van de meisjes en 33 procent van de jongens in de leerjaren 3 en 4 van vmbo-b, vmbo-k en vmbo–g voor zo’n opleiding. Het percentage techniekmeisjes op het vmbo neemt nauwelijks toe.

Edudelta onder vlag openbaar onderwijs Middelharnis

De openbare Regionale scholengemeenschap Goeree-Overflakkee in Middelharnis (RGO) verzekert het voortbestaan van het voortgezet onderwijs van het Edudelta College in die plaats en het naastgelegen Sommelsdijk.

RGO meldt dat er afspraken zijn gemaakt met de Christelijke Scholengemeenschap Prins Maurits (CSG Prins Maurits) in Middelharnis, de gemeente Goeree-Overflakkee en Edudelta College om het onderwijsaanbod op de huidige locaties voort te zetten. De lessen zullen worden verzorgd door de eigen Edudelta-docenten. Bovendien gaat de nieuwbouw van de Beroepscampus in Middelharnis door zoals gepland.

De openbare scholengemeenschap meldt dat het van grote waarde is dat Edudelta onder de vlag van de RGO verder zal gaan. ‘De RGO zoekt al langer naar een natuurlijke samenwerkingspartner om het onderwijs in de volle breedte te kunnen verzorgen. Edudelta is dan een logische keus. Een vmbo-school met een mooie geschiedenis en een prachtige toekomst. Bovendien heeft Edudelta de afgelopen jaren laten zien dat zij kwaliteit kan bieden. We zijn er trots op dat de RGO op deze manier het voortbestaan van Edudelta kan garanderen’, zo staat op de website van RGO.

Krimp nekte Edudelta

Begin vorige maand meldde onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer dat Edudelta per 1 augustus 2018 zou stoppen met het aanbieden van onderwijs. De minister meldde toen dat de organisatie kampte ‘met sterk teruglopende deelnemersaantallen’ waardoor de financiële situatie onhoudbaar was geworden.

Een eerdere poging om tot een fusie te komen met de Lentiz Onderwijsgroep mislukte. Dat had onder andere te maken met hoge transitiekosten en het afkopen van een derivaat bij de Rabobank, waarvoor het ministerie van OCW niet wilde opdraaien. Slob koos daarom voor een alternatief scenario, waarin Edudelta failliet zou gaan en andere scholen de leerlingen zouden overnemen.

Eerder werd bekend dat de groene vmbo-opleiding van Edudelta in Goes is overgenomen door het openbare Goese Lyceum. De mbo-opleiding in die stad valt per 1 augustus 2018 onder Scalda. Voor de mbo-opleidingen van Edudelta in Middelharnis en Barendrecht wordt nog naar een oplossing gezocht.

LAKS hoopt op meer klachten over vmbo-examens

Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) hoopt op meer klachten over de praktijkexamens in het vmbo, die vandaag zijn begonnen.

Het LAKS zegt te hopen dat ook vmbo’ers de scholierenorganisatie weten te vinden voor hun klachten en vragen over de examens. ‘We hebben vorig jaar specifiek voor die doelgroep gepromoot en dat wierp vruchten af. In 2017 zagen we al een enorme stijging van de klachten over de vmbo-examens. We hopen dat die lijn dit jaar doorzet’, aldus bestuurslid Lizelot van den Berg die de eindexamenklachtenlijn coördineert.

In 2016 kwam 21,2 procent van de examenklachten van het vmbo, in 2017 was dat 52,9%. Het LAKS wil in kaart brengen wat goed en minder goed gaat in de volgens de scholierenorganisatie gecompliceerde vmbo-praktijkexamens.

Vanaf donderdag 5 april kunnen examenkandidaten hun klachten indienen via www.examenklacht.nl of 030-7900910.

Minder doorstroom naar mbo

De doorstroom vanuit het vmbo, voortgezet speciaal onderwijs (vso) en praktijkonderwijs naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is afgenomen. Dat staat in een evaluatierapport over passend onderwijs.

De doorstroom vanuit vmbo-k en vmbo-t is stabiel, met respectievelijk 96,6 procent en 94,6 procent. Vanuit het vmbo-b was in de periode van 2010-2011 tot en met 2015-2016 echter sprake van een lichte daling (-1,3 procent) tot 90,9 procent. In het vmbo-b lwt ass (leerwerktrajecten autismespectrumstoornis) nam de doorstroom naar het mbo ook licht af tot 87,6 procent (-3,4 procent).

Er was in bovengenoemde periode eveneens een daling te zien in de doorstroom vanuit het vso en het praktijkonderwijs naar het mbo. Die doorstroom nam af tot respectievelijk 40,6 procent (-3 procent) en 49,4 procent (-3,3 procent).

In het evaluatierapport staat ook dat de doorstroom van havo-leerlingen naar het mbo afnam naar 13,6 procent (-2,5 procent). Vanuit het vwo stroomde in 2015-2016 0,5 procent door naar het mbo (-0,2 procent)

Lees meer…

Slob stuurt aan op faillissement Edudelta

Edudelta met opleidingen (v)mbo groen in Zeeland en Zuid-Holland stopt per 1 augustus 2018 met het aanbieden van onderwijs. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Edudelta is een instelling met ongeveer 1000 vmbo-leerlingen en circa 600 mbo-studenten die onderwijs volgen op scholen in Barendrecht, Bleiswijk, Goes en Middelharnis. Slob schrijft in zijn brief dat de organisatie ‘kampt met sterk teruglopende deelnemersaantallen waardoor er een terugloop is in de inkomsten’. De financiële situatie is volgens hem onhoudbaar.

Een poging om tot een fusie te komen met de Lentiz Onderwijsgroep, is volgens de minister mislukt. Dat had onder andere te maken met hoge transitiekosten en het afkopen van een derivaat bij de Rabobank, waarvoor het ministerie van OCW niet wil opdraaien. In totaal gaat het volgens Slob om een bedrag van 10,9 miljoen euro, waarvoor geen dekking is op de begroting van het ministerie van OCW.

Hij kiest daarom voor een alternatief scenario, waarin Edudelta failliet gaat en andere scholen de leerlingen en studenten overnemen. Dat acht hij ‘beter houdbaar met het oog op de continuïteit van het (groen) vmbo en mbo in de regio’.

Lees meer…

Leerlingen denken mee over mooier onderwijs

Vmbo-scholen kunnen op 16 maart met een team van drie leerlingen en een docent meedoen aan een bijeenkomst over het beroepsonderwijs van de toekomst. De leerlingen mogen daar hun ideeën spuien.

De bijeenkomst ‘De school is van ons’ wordt georganiseerd door De Vooruitdenkerij, een onderzoekscentrum van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), in samenwerking met het netwerk Leraren met  Lef en de Stichting Platforms VMBO. Zij willen leerlingen en studenten zelf betrekken bij onderwijsvernieuwingen. Locatie is de KNVB-campus in Zeist.

Aanleiding voor deze ‘experimentele bijeenkomst’ is een rapport van de OESO, de internationale Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, waarin stond dat ‘nergens ter wereld scholieren zo ongemotiveerd zijn als in Nederland’. Daar willen de organisaties iets aan doen: ‘Wat maakt dat onze leerlingen en studenten weer op het puntje van hun stoel gaan zitten?’

Leerlingen en studenten van vmbo, mbo en hbo wordt op 16 maart gevraagd wat zij goed onderwijs vinden, hoe hun ideale school eruit ziet en wat goede docenten voor hen kunnen betekenen. De docenten interviewen de studenten.

Aanmelden voor deze bijeenkomst, die de hele dag duurt, kan nog tot 28 februari.
Meer informatie over het programma en inschrijven

 

 

Slob wil dat meer ouders voor vmbo kiezen

‘Het vmbo is niet een soort vergaarbak van kinderen die niet naar havo of vwo kunnen, en dus maar naar het vmbo moeten. Dit is geen restonderwijs. Het is geen bezigheidstherapie wat ze daar aan het doen zijn’, zegt onderwijsminister Arie Slob in het Algemeen Dagblad.

Het AD schrijft dat ouders volgens Slob moeten stoppen om hun kinderen naar de hoogste schoolniveaus te pushen. Hij waarschuwt dat dit bij leerlingen tot veel stress leidt. Bovendien wijst hij erop dat de roep om vakmensen steeds groter wordt. Hij noemt vmbo’ers ‘de gouden handjes die nodig zijn voor de toekomst’.

Het aantal vmbo’ers vertoont al lange tijd een dalende trend. Dat komt niet alleen door demografische krimp, maar ook doordat een steeds groter aandeel van de leerlingen naar havo of vwo gaat.

Lees meer…

AD-bericht over daling aantal vmbo’ers geen nieuws

Het bericht in het Algemeen Dagblad over het afnemende aantal vmbo’ers is niet verrassend: in 2016 meldde Onderwijs in Cijfers al dat het aantal vmbo’ers in de loop der jaren fors zal afnemen.

De krant meldt op basis van een eigen analyse dat dit schooljaar ruim 2000 leerlingen minder in de derde klas van het vmbo terecht zijn gekomen dan het jaar ervoor. Het totale aantal scholieren dat in de derde klas zit, steeg iets. Die extra kinderen zitten vooral in havo- en vwo-klassen.

Dit past precies in de trend die Onderwijs in Cijfers in 2016 al meldde en waarover VOS/ABB destijds berichtte.

Lees meer…