Voortgangsrapportage passend onderwijs komt in juni

Onderwijsminister Arie Slob komt niet eerder dan in juni met de volgende voortgangsrapportage passend onderwijs. Dat meldt hij per brief aan de Tweede Kamer.

In de voortgangsrapportage zal hij ingaan op ‘onderwerpen en trajecten waarover op dit moment overleg plaatsvindt met het veld, besluitvorming plaatsvindt of onderzoek wordt uitgevoerd’. Deze trajecten zullen volgens hem niet eerder dan eind mei tot resultaat leiden. ‘Ik kan uw Kamer dan ook pas begin juni inhoudelijk op de hoogte stellen van de uitkomsten hiervan’, zo meldt de minister.

Het gaat onder andere over de uitkomst van de financiering van zorg in onderwijstijd, de mogelijkheden voor maatwerk, het intern toezicht bij samenwerkingsverbanden en de eerste resultaten van het onderzoek naar regionale verschillen in basisondersteuning.

Lees meer…

Stand van zaken passend onderwijs

Beleidsmedewerker Rozemarijn Boer van VOS/ABB heeft een samenvatting gemaakt van de brief van onderwijsminister Arie Slob over de stand van zaken rondom moties en toezeggingen met betrekking tot onder andere passend onderwijs.

Leerlingenaantallen

In het speciaal basisonderwijs (sbo) en speciaal onderwijs (so) is sprake van een lichte stijging van het aantal leerlingen (100 respectievelijk 700). De stijging van het aantal leerlingen in het so doet zich vooral voor in cluster 2 (auditieve/communicatieve beperking). Hierbij valt op dat zowel in het sbo als het so het aantal leerlingen tot en met 7 jaar toe neemt. Het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs is afgenomen.

Bekostiging zorg in onderwijstijd

Komend jaar zal de minister Slob samen met de minister van VWS gaan kijken naar oplossingsrichtingen om zorg in onderwijstijd eenvoudiger te organiseren. Voor wie nu ondersteuning behoeft, organiseert het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) op verzoek regiobijeenkomsten.

Onderzoek regionale verschillen in basisondersteuning

Het Nederlands Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) heeft opdracht gekregen onderzoek te doen naar mogelijke knelpunten en voor- en nadelen van het landelijk vastleggen van de basisondersteuning. De resultaten komen in de volgende voortgangsrapportage passend onderwijs. Het onderzoek naar de regionale verschillen in basisondersteuning wordt in 2018 gestart en in 2019 zijn de resultaten bekend.

Verantwoording samenwerkingsverbanden

Er is een richtlijn ontwikkeld voor samenwerkingsverbanden en schoolbesturen over de verantwoording op de verschillende niveaus binnen het samenwerkingsverband. Deze richtlijn moet ervoor zorgen dat de verantwoording over de inzet van het geld voor passend onderwijs transparanter wordt. Het is nog niet bekend wanneer deze richtlijn wordt gepubliceerd. Daarnaast zullen wijzigingen voor het rapporteren van de jaarrekening voor de verantwoording over het jaar 2017 worden meegenomen in de elektronische tool.

Experimenteerruimte invlechting

Vanaf 1 augustus 2018 kunnen scholen deelnemen aan het Experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs. Dit experiment regelt dat so- en (s)bo-scholen of vso- en vo-scholen die geïntegreerd onderwijs willen vormgeven, vier jaar als één school kunnen functioneren zonder dat een brinnummer wordt opgeheven. Scholen kunnen tot 1 mei 2018 een aanvraag indienen bij OCW om te starten met een experiment. Begin maart wordt een voorlichtingsbijeenkomst georganiseerd.

Onafhankelijk toezicht samenwerkingsverbanden

Minister Slob gaat met de sectorraden PO-Raad en VO-raad verkennen wat de mogelijkheden zijn om onafhankelijk toezicht bij de samenwerkingsverbanden vorm te geven. De oplossingen die in de onlangs verschenen rapportages van het Evaluatieprogramma Passend onderwijs zijn gepresenteerd, worden hierbij meegenomen. In deze rapporten wordt het belang benadrukt om de rollen van schoolbestuurder en bovenbestuurlijke bestuurder te verduidelijken.

Maatwerk bij ondersteuningsbehoefte

Met de recent aangenomen Variawet wordt het in het regulier onderwijs mogelijk om vermindering van onderwijstijd aan te vragen voor een leerling. De intentie hierbij is dat leerlingen toegroeien naar (bijna) voltijdsonderwijs. Voor kinderen met een vrijstelling van inschrijving is deeltijdonderwijs nog geen mogelijkheid. Dit vraagstuk wordt tevens betrokken bij het onderzoek naar de combinatie van onderwijs en zorg.

Opting out lwoo

Uit het tweede voortgangsonderzoek naar opting out blijkt dat samenwerkingsverbanden die geen licenties voor leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) meer afgeven, minder testdruk ervaren. Ook blijkt dat leerlingen beter zijn verspreid over de scholen en dat ‘thuisnabij’ onderwijs beter mogelijk is. Aandachtspunten hierbij zijn: overdacht van primair naar voortgezet onderwijs en het bereiken van overeenstemming over de verdeling van het geld.

Regeling culturele minderheden (cumi)

Er is onderzoek gedaan naar nieuwe mogelijkheden voor de aanvullende achterstandsbekostiging in het sbo en (v)so. De minister wacht eerst de uitkomsten van dit onderzoek af. Tot die tijd blijft de huidige cumi-regeling ongewijzigd.

Evaluatie geschillencommissies

De instellingstermijn van de geschillencommissies passend onderwijs wordt verlengd. Uit recent onderzoek van Regioplan blijkt dat deze commissies een belangrijke rol spelen bij geschillenbeslechting. Het aantal geschillen is de afgelopen jaren toegenomen, met name de geschillen over het verwijderen van leerlingen.

Informatie: Rozemarijn Boer, 06-20010418, rboer@vosabb.nl

Ouders redelijk tevreden over passend onderwijs

Ouders zijn over het algemeen redelijk tevreden over passend onderwijs. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW over de elfde voortgangsrapportage passend onderwijs.

Dekker baseert zich voor zijn uitspraak over de tevredenheid onder ouders op een onderzoek, waarbij ouders konden aangeven wat hun ervaringen met passend onderwijs zijn. Uit dat onderzoek blijkt dat ouders niet alleen over het algemeen redelijk tevreden zijn over passend onderwijs, maar ook over de specifieke ondersteuning die hun kind krijgt.

Passend onderwijs en zorgplicht

In de brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer staat tevens vermeld dat passend onderwijs de houding van scholen en schoolbesturen heeft veranderd. ‘Waar ze eerder een kind vrijblijvend konden afwijzen en ouders zelf soms moesten leuren met hun kind, is met passend onderwijs een zorgplicht geïntroduceerd’, aldus Dekker.

De zorgplicht heeft er volgens hem toe geleid dat scholen en schoolbesturen zich veel bewuster zijn geworden van de verantwoordelijkheid die ze hebben voor een kind. ‘Ondanks de geluiden over scholen die de zorgplicht niet nakomen, heeft onderzoek niet kunnen uitwijzen dat dit op grotere schaal voorkomt. Het beperkte aantal signalen dat de inspectie heeft ontvangen, geeft hetzelfde beeld’, zo schrijf de staatssecretaris. Hij benadrukt dat de inspectie ingrijpt als blijkt dat scholen zich niet aan de zorgplicht houden.

In vertrouwde omgeving naar school

In de brief staat ook dat meer kinderen een plek krijgen in het reguliere onderwijs. ‘De jarenlange groei van het (v)so is een halt toegeroepen met passend onderwijs. Voor het eerst sinds jaren zie ik dat het aantal kinderen op het speciaal onderwijs stabiliseert, of zelfs licht daalt. Dat is goed nieuws, meer kinderen kunnen dichtbij huis en in een vertrouwde omgeving naar school’, schrijft Dekker.

Lees meer…

Passend onderwijs laat positieve ontwikkelingen zien

‘In veel regio’s is een beweging op gang gekomen, waardoor het vaker lukt om kinderen een passende plek te bieden. Steeds meer gebeurt dat op een reguliere school. De praktijk in veel samenwerkingsverbanden laat zien dat het lukt om binnen de huidige kaders passend onderwijs te realiseren.’ Dat staat in de achtste voortgangsrapportage passend onderwijs, die staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Hoewel er dus positieve ontwikkelingen zijn, nemen nog niet alle scholen en samenwerkingsverbanden hun verantwoordelijkheid en benutten ze niet altijd de ruimte die het wettelijke kader biedt. ‘Daarom worden ouders, scholen en samenwerkingsverbanden nader geïnformeerd over wat zorgplicht betekent en wat hun verantwoordelijkheden zijn. Scholen en samenwerkingsverbanden die zich onttrekken aan die verantwoordelijkheid worden hierop aangesproken door de inspectie’, zo staat in de rapportage.

Download de achtste voortgangsrapportage.

Bureaucratie
Staatssecretaris Dekker heeft ook de resultaten van een vervolgmeting naar de ervaren bureaucratie rond passend onderwijs naar de Kamer gestuurd. Daaruit blijkt dat 67 procent van de leerkrachten en mentoren en 59 procent van de intern begeleiders en zorgcoördinatoren vindt dat er nu meer bureaucratie is dan voor de invoering van passend onderwijs. Minder dan 5 procent vindt dat er sprake is van een afname.

Download Vervolgmeting ervaren bureaucratie passend onderwijs.

Samenwerkingsverbanden klaar voor passend onderwijs

De samenwerkingsverbanden zijn klaar voor de invoering van passend onderwijs, maar het schort nog wel aan de informatie aan ouders en onderwijspersoneel. Dat blijkt uit de Vijfde voortgangsrapportage.

‘Alle mijlpalen zijn gehaald en die prestatie van de samenwerkingsverbanden is een compliment waard’ en er is ‘voldoende vertrouwen in een succesvolle start’, zo staat in de voortgangsrapportage. Passend onderwijs wordt op 1 augustus ingevoerd, als het schooljaar 2014-2015 officieel begint.

Maatwerk
In de voortgangsrapportage staat ook dat de ondersteuningsplannen grote diversiteit laten zien. ‘De verschillen zorgen ervoor dat aangesloten kan worden bij de lokale situatie en maatwerk voor leerlingen mogelijk wordt’.

Per 1 augustus zal er nog weinig veranderen: ‘Samenwerkingsverbanden kiezen voor een geleidelijke overgang, waarbij de komende jaren een doorontwikkeling zal plaatsvinden’. Dit betekent dat het nieuwe schooljaar grotendeels begint zoals het huidige wordt beëindigd: ‘De begeleiding aan leerlingen die nu een rugzakje hebben wordt bijvoorbeeld veelal voortgezet.’

Informatie
Belangrijk aandachtspunt voor de komende periode, zo vervolgt de voortgangsrapportage, is het informeren en betrekken van ouders en onderwijspersoneel. ‘Uit de tweede meting onder ouders blijkt dat zij iets beter weten wat passend onderwijs betekent in vergelijking met de meting uit februari.’

Ouders van leerlingen met een rugzakje die aan hebben gegeven nog niet in contact te zijn met de school, ontvangen binnenkort een brief waarin opgeroepen wordt in gesprek te gaan met school. Ouders kunnen daarbij ondersteuning vragen bij het steunpunt passend onderwijs voor ouders.

Onderwijspersoneel wil graag weten wat er komend schooljaar in hun eigen klas verandert. ‘Zij zijn onzeker over de ambigue boodschappen die zij krijgen: via officiële kanalen horen zij dat er vooralsnog weinig verandert, maar het beeld in de media zorgt voor onrust.’

Rust
Het ministerie van OCW roept scholen en onderwijspersoneel daarom nogmaals op om duidelijkheid te creëren over wat er voor leraren in de klas verandert. ‘Het geeft leraren rust als zij weten dat er op hun school komend schooljaar nog weinig verandert’, zo staat in de voortgangsrapportage.

Bestuurlijke basis passend onderwijs krijgt vorm

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft de tweede voortgangsrapportage passend onderwijs naar de Tweede Kamer gestuurd. Hij toont zich daarin optimistisch over de bestuurlijke basis van passend onderwijs, maar signaleert ook dat vooral het primair onderwijs nog achterloopt met het oprichten van samenwerkingsverbanden nieuwe stijl.

Er is volgens Dekker nog veel werk te doen, zeker op het gebied van de uitwerking van het ondersteuningsplan en de financiële en operationele inrichting van de samenwerkingsverbanden. VOS/ABB kan op dit gebied ondersteuning op maat bieden, zeker aan samenwerkingsverbanden die bij de vereniging zijn aangesloten.

Verder signaleert de staatssecretaris dat de planning is gemaakt voor de bespreking van de ondersteuningsplannen met andere partijen. Daarmee doelt hij op de gemeenten, de clusters 1 en 2, andere samenwerkingsverbanden en – voor de samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs – instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs (mbo).

Ondersteuningsplanraden
Op het gebied van medezeggenschap signaleert Dekker dat de ondersteuningsplanraden veelal in oprichting zijn. Ook worden plannen gemaakt om ouders goed te informeren over de gevolgen van passend onderwijs voor hun kind. Ook op dit terrein kunnen samenwerkingsverbanden ondersteuning krijgen van VOS/ABB.

De komende tijd vindt een verdere (juridische) analyse plaats om te bepalen wat de juiste plaats voor ouders is bij het besluitvormingsproces van het ondersteuningsprofiel. Dit staat in het teken van bezwaren van de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad. Zij plaatsten kanttekeningen bij de uitvoerbaarheid van een onlangs door de Tweede Kamer aangenomen motie, waarin staat dat ouders instemmingsrecht moeten krijgen bij het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief.

Simulatieonderzoek en praktijktoets
De samenwerkingsverbanden kunnen na de zomervakantie aanvullende onderzoeken laten doen om te bezien of zij klaar zijn voor de invoering van passend onderwijs. Dit aanvullende onderzoek bestaat uit een simulatieonderzoek en uit een praktijktoets.

In het simulatieonderzoek gaat de Inspectie van het Onderwijs in gesprek met het samenwerkingsverband over de vraag of het voldoet aan de eisen. Het doel van de praktijktoets is om te bepalen of de operationele inrichting van het samenwerkingsverband op orde is.

In april 2014 moeten alle samenwerkingsverbanden beide toetsen hebben gemaakt. Ze hebben dan nog voldoende tijd om eventuele aanbevelingen uit de onderzoeken op te volgen.

Kafkabrigade
Dan is er nog de zogenoemde Kafkabrigade, die onderzoekt of er onnodige bureaucratie optreedt bij de inrichting van samenwerkingsverbanden. Het eerste knelpunt is al gesignaleerd: samenwerkingsverbanden hanteren verschillende modellen voor schoolondersteuningsprofielen. De inventarisatie van de Kafkabrigade wordt onderdeel van de praktijktoets.

De voortgangsrapportage gaat ook in op de geschillenregeling voor passend onderwijs. Op regionaal niveau stelt ieder samenwerkingsverband een eigen commissie in die adviseert over het toelaten van een leerling tot het speciaal basisonderwijs (SBO) of voortgezet (speciaal) onderwijs (V(S)O).

Op landelijk niveau komen er drie commissies bij de Stichting Onderwijsgeschillen:

  1. Landelijke Arbitragecommissie Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs voor bestuurlijke geschillen (sinds april 2013 operationeel);
  2. Geschillencommissie voor Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) met gemeenten (wordt op 26 juni 2013 geïnstalleerd);
  3. Geschillencommissie voor ouders (per augustus 2013; de regeling hiervoor wordt binnenkort gepubliceerd).

VOS/ABB rekent passend onderwijs tot de speerpunten van de vereniging. Dit heeft te maken met het streven van VOS/ABB naar goed onderwijs voor álle kinderen, dus ook voor die leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Dit streven sluit aan bij de algemene toegankelijkheid van het (openbaar) onderwijs.

Als uw samenwerkingsverbanden bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u elke werkdag gebruikmaken van het deskundige advies van onze Helpdesk en onze specialisten op het gebied van passend onderwijs. Voor meer informatie over de aansluitingsmogelijkheden voor samenwerkingsverbanden neemt u contact op met Anna Schipper: 06 -30056066, aschipper@vosabb.nl

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl