Rekeninstrument meerjarenbegroting geactualiseerd

Het rekeninstrument voor de meerjarenbegroting in de map Voortgezet onderwijs van onze online Toolbox is geactualiseerd.

Het was nodig het rekeninstrument bij te werken, omdat de prestatiebox iets is opgehoogd. Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u het instrument downloaden.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

 

Bijeenkomst over krimp in voortgezet onderwijs

Op 21 november is er in Utrecht een bijeenkomst over krimp in het voortgezet onderwijs.

Tijdens deze bijeenkomst van het ministerie van OCW en de VO-raad wordt ingezoomd op goede voorbeelden van regionale samenwerking. Er zijn verschillende interactieve workshops. Ook kunt u in gesprek met adviseurs.

Lees meer…

Voortgezet onderwijs vaak meer dan 12 kilometer fietsen

Achterhoek VO heeft een boekje samengesteld dat de gevolgen van de krimp van het aantal leerlingen letterlijk in kaart brengt. Ook kunt u op verschillende kaartjes van Nederland zien hoeveel aanbod er is van bepaalde vormen van voortgezet onderwijs.

Op de kaartjes van Nederland staan groene, oranje en rode gebieden. Als een leerling in een groen gebied woont, is er binnen 12 kilometer fietsafstand keuze uit twee of meer scholen. In oranje gebieden is binnen 12 kilometer één school en in rode gebieden ontbreekt er binnen die afstand een bepaalde vorm van voortgezet onderwijs.

De grens van 12 kilometer is de norm van de commissie Dijkgraaf. Deze commissie onder leiding van professor Elbert Dijkgraaf van de Erasmus Universiteit Rotterdam adviseerde het ministerie van OCW over de manier waarop kan worden omgegaan met de gevolgen van demografische krimp.

De commissie gaf in maart jongstleden aan dat voortgezet onderwijs op meer dan 12 kilometer fietsafstand niet wenselijk is. Op de kaartjes is te zien dat grote delen van het land, vooral het Noorden en Zeeland, niet aan de 12 kilometer-norm voldoen.

Er zijn twee versies van het boekje:  een digitale versie om op een device te lezen en een printversie.

Onderwijs anders organiseren? Eerst goede visie!

Het anders organiseren van het onderwijs vereist om te beginnen een goede visie. Daarnaast moet er voldoende tijd en draagvlak onder het personeel voor zijn. Dat blijkt uit een verkenning die het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds Voion in het voortgezet onderwijs heeft laten uitvoeren.

Uit de verkenning blijkt ook dat met een andere organisatie van het onderwijs scholen hun leerlingen beter willen voorbereiden op het vervolgonderwijs, hun toekomstige baan en de maatschappij.

Breder perspectief

Een ander aspect dat uit de verkenning naar voren komt, is dat docenten een breder perspectief krijgen doordat zij intensiever bezig zijn met onderwijsontwikkeling, leerdoelen en leerlijnen. Intensieve samenwerking tussen docenten wordt als inspirerend ervaren, maar vraagt ook het nodige van hen.

Tevreden en gemotiveerd

In de praktijk blijkt dat een andere wijze van organiseren een positief effect heeft op de tevredenheid en motivatie van leerlingen. Ook versterkt het de relatie tussen leerlingen en het personeel op scholen. Het is niet duidelijk of ook de leerresultaten verbeteren.

Lees meer…

Geen rekenexamen in voortgezet onderwijs

De Tweede Kamer heeft het plan van onderwijsminister Arie Slob voor een rekenexamen in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs weggestemd.

Het idee was dat scholen vanaf komend schooljaar 2019-2020 zelf een rekenexamen zouden gaan afnemen, zo stond in een brief die de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob afgelopen november naar de Tweede Kamer stuurden. Leerlingen zouden er minimaal een vier voor moeten halen. Het resultaat zou op de cijferlijst moeten komen en gaan meetellen voor het behalen van het diploma. Zo kon volgens de minister recht worden gedaan aan het belang van rekenen in het curriculum.

Het plan kon niet op voldoende steun rekenen in de Tweede Kamer. Daar werd gesproken over een ‘afrekentoets’, omdat het rekenexamen niet bedoeld zou zijn om de rekenvaardigheden van leerlingen te verbeteren. Ook viel de term ‘Fyra van het onderwijs’, waarmee werd verwezen naar de mislukte hogesnelheidstrein die al snel uit Nederland verdween.

Het zag er dus al naar uit dat de Tweede Kamer het plan voor het rekenexamen zou afschieten, en dat is nu dus gebeurd. Minister Slob had al laten weten dat hij het plan zou intrekken als de Tweede Kamer het zou afwijzen.

Slob laat rekenexamen varen als Kamer ertegen is

De Tweede Kamer heeft veel kritiek op het idee voor de invoering van het rekenexamen in het voortgezet onderwijs. Als dit plan onvoldoende steun krijgt in de Kamer, laat onderwijsminister Arie Slob het varen.

Het idee is dat scholen vanaf komend schooljaar 2019-2020 zelf een rekenexamen gaan afnemen, zo staat in een brief die de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob afgelopen november naar de Tweede Kamer stuurden. Leerlingen zouden er minimaal een vier voor moeten halen. Het resultaat zou op de cijferlijst moeten komen en gaan meetellen voor het behalen van het diploma. Zo kan volgens de minister recht worden gedaan aan het belang van rekenen in het curriculum.

Het plan kan niet op voldoende steun rekenen in de Tweede Kamer. Daar wordt gesproken over een ‘afrekentoets’, omdat het rekenexamen niet bedoeld zou zijn om de rekenvaardigheden van leerlingen te verbeteren. Kamerlid Paul van Meenen van regeringspartij D66 spreekt van de ‘Fyra van het onderwijs’, verwijzend naar de mislukte hogesnelheidstrein die al snel uit Nederland verdween. Ook regeringspartij CDA is tegen het plan van Van Engelshoven en Slob.

Het ziet ernaar uit dat met D66 en CDA een meerderheid in de Tweede Kamer het plan voor het rekenexamen zal afschieten. Slob heeft al in de Tweede Kamer laten weten dat hij zich daar bij neer zal leggen. Het ziet er dus naar uit dat het rekenexamen in het voortgezet onderwijs er niet komt.

In Nederland krimp, in Vlaanderen groei

Terwijl het het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs in Nederland de komende jaren fors krimpt, is in Vlaanderen sprake van groei.

De Vlaamse zakenkrant De Tijd meldt dat het aantal leerlingen in het secundair onderwijs (zoals het voortgezet onderwijs in Vlaanderen wordt genoemd) tussen 2017 en 2025 met 50.000 toeneemt tot bijna 459.000. In het Vlaamse lager onderwijs (basisonderwijs) blijft het leerlingenaantal in diezelfde periode stabiel.

De kosten voor het Vlaamse voortgezet onderwijs zullen door de toename van het aantal leerlingen tot 2025 naar schatting met 100 miljoen euro stijgen.

Lees meer…

Rekentool brengt herverdeeleffecten in beeld

Schoolbesturen voor voortgezet onderwijs kunnen met een rekentool zien wat de herverdeeleffecten zijn van de vereenvoudiging van de bekostiging.

De rekentool is gepubliceerd door het ministerie van OCW. Dat vermeldt erbij dat de rekentool een voorlopige doorrekening geeft op basis van de bekostiging in 2017 en de leerlingentelling van 1 oktober 2016. ‘De hoogte van de parameters is indicatief en kan de komende jaren nog wijzigen’, zo benadrukt het ministerie.

Download de rekentool

Ontdek ruimte in regels voortgezet onderwijs

De brochure Ontdek de ruimte, ruimte in regels in het voortgezet onderwijs en de website ontdekderuimte.leraar.nl hebben tot doel het gesprek op scholen over de organisatie van tijd te ondersteunen.

De brochure bevat informatie over de regels voor tijdsbesteding in het voortgezet onderwijs. Deze regels bieden ruimte om het onderwijs zo te organiseren dat het aansluit bij de visie van de school.

In de brochure is onder meer te lezen hoeveel uren leerlingen onderwijs moeten krijgen, wat ze in die tijd leren en hoe een school zich verantwoordt over de kwaliteit. ‘Zo wordt duidelijk wat er moet en wat er mag en welke ruimte scholen hebben om onderwijs verder te ontwikkelen’, meldt het ministerie van OCW.

Nieuwe rekeninstrumenten meerjarenbegroting

In onze Toolbox zijn nieuwe rekeninstrumenten voor de meerjarenbegroting opgenomen. Het zijn instrumenten voor het voortgezet onderwijs.

De rekeninstrumenten houden rekening met de nieuwe CAO VO 2018-2019 en werken met nieuwe bedragen. Het instrument ‘MJB VO 2019’ is nieuw, het eerder gepubliceerde instrument ‘MJB VO 2018’ is geüpdatet.

Let op: alleen als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de rekeninstrumenten downloaden.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

DUO brengt dekkend aanbod in kaart

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) heeft op basis van open data het regionale aanbod van voortgezet onderwijs letterlijk in kaart gebracht.

Op deze website staat voor iedere onderwijssoort per RMC-regio (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie) onder andere aangegeven wat de gemiddelde afstand is naar de dichtstbijzijnde school.

Als bijvoorbeeld wordt gekeken naar het praktijkonderwijs, dan is Walcheren de regio waar leerlingen het verst moeten reizen. De gemiddelde afstand naar de dichtstbijzijnde praktijkschool bedraagt daar 20,3 kilometer. Atheneum-leerlingen moeten het verst reizen in de regio Noord-Groningen en Eemsmond. De gemiddelde afstand naar de dichtsbijzijnde vwo-school met atheneum  is daar 18,9 kilometer.

Er zijn ook kaartjes waarop per RMC-regio het percentage kleine profielen te zien is. Daarnaast heeft DUO in kaart gebracht hoe sterk de verwachte daling van het aantal leerlingen is per onderwijssector tot het jaar 2031.

Meer samenwerking nodig tegen krimp

In het voortgezet onderwijs moet net als eerder in het primair onderwijs nauw worden samengewerkt om de demografische krimp het hoofd te bieden. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer. VOS/ABB is het met Slob eens, maar benadrukt dat samenwerking altijd binnen de kaders van de Grondwet moet plaatsvinden. Dat is iets waar de minister geen enkel oog voor heeft.

Hij wijst erop dat na de krimp die het primair onderwijs de afgelopen jaren al heeft doorgemaakt, nu het voortgezet onderwijs te maken krijgt met forse krimp. ‘De prognoses laten zien dat de leerlingaantallen gestaag zullen blijven teruglopen tot ten minste 2030. In het vo zullen er dan 113.500 leerlingen minder zijn dan in het huidige schooljaar (bijna 12 procent)’, zo staat in de brief van Slob.

Het baart de minister zorgen, zo schrijft hij, dat de helft van de schoolbesturen in het voortgezet onderwijs nog niet zegt samen te werken met een ander schoolbestuur en dat ook niet van plan is te gaan doen. ‘Daar is nog veel winst te behalen’, aldus Slob.

Als schoolbesturen tijdig gezamenlijk optreden, is het volgens hem mogelijk om leerlingendaling het hoofd te bieden zonder dat de kwaliteit of de continuïteit van het onderwijs in de regio in het geding komt.

Samenwerken binnen kaders van Grondwet

VOS/ABB is het eens met de minister dat meer samenwerking in het voortgezet onderwijs nodig is voor de continuïteit en de kwaliteit van het aanbod, maar het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat dit op de manier gaat zoals nu in krimpregio Zeeuws-Vlaanderen. Daar wordt een scholen- en bestuursfusie voorbereid, waarbij geen enkel oog is voor de grondwettelijke eis dat overal openbaar onderwijs moet zijn.

Het plan in Zeeuws-Vlaanderen is om de enige openbare school voor voortgezet onderwijs, De Rede in Terneuzen, te laten fuseren met het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege tot een nieuwe christelijke school. In die christelijke fusieschool zal, als alles doorgaat, geen enkel aspect van openbaar onderwijs meer herkenbaar zijn.

Het is buitengewoon alarmerend dat de gemeenteraad van Terneuzen onlangs akkoord is gegaan met het fusieplan dat regelrecht tegen de Grondwet indruist. Het is nog alarmerender dat de ChristenUnie-minister de ongrondwettelijke gang van zaken wegwuift, alsof de Grondwet er in krimpregio’s niet toe doet.

Lees meer…

Sectorakkoord voortgezet onderwijs geactualiseerd

Het geactualiseerde sectorakkoord voortgezet onderwijs bouwt voort op het Sectorakkoord 2014-2017 – Klaar voor de toekomst, samen werken aan onderwijskwaliteit.

Het geactualiseerde sectorakkoord zet voor de komende jaren in op zeven ambities. Hieronder kunt u zien welke ambities dat zijn. Er staat kort bij vermeld wat de doelstelling zoal inhoudt. Voor de volledige beschrijving kunt u het geactualiseerde sectorakkoord downloaden.

  • Ambitie 1. Uitdagend onderwijs voor elke leerling
    Alle leerlingen worden – via vormen van onderwijs op maat – uitgedaagd in het onderwijs. Het landelijk percentage zittenblijvers is in 2020 gedaald van 5,8 tot 3,8 procent. Vanaf dat jaar zit geen enkel kind langer dan drie maanden thuis zonder passend onderwijs.
  • Ambitie 2. Eigentijdse voorzieningen
    Scholen benutten – in aansluiting op hun curriculum – de mogelijkheden van ICT en eigentijdse leermiddelen optimaal voor hun onderwijs.
  • Ambitie 3. Brede vorming voor alle leerlingen
    Scholen zijn actief aan de slag met de ontwikkeling van hun curriculum, dat recht doet aan de drievoudige opdracht van het onderwijs: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Hiertoe behoort versterking van het burgerschapsonderwijs.
  • Ambitie 4. Partnerschap in de regio
    Schoolbesturen werken in de regio samen aan het realiseren van hun maatschappelijke opdracht en maken hier gezamenlijk afspraken over. Hierbij betrekken zij het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en lokale en regionale overheden.
  • Ambitie 5. Scholen als lerende organisaties
    Het streven is dat het aantal plekken op opleidingsscholen in het voortgezet onderwijs in 2020 met 2200 tot 4000 is toegenomen. Startende leraren en schoolleiders krijgen een effectief inwerk- en begeleidingsprogramma, als onderdeel van het strategisch personeelsbeleid.
  • Ambitie 6. Toekomstbestendigheid organiseren: koppeling van onderwijs- en
    personeelsontwikkeling
    Schoolbesturen stemmen hun personeelsbeleid af op onderwijskundige doelen en daaraan gekoppeld de professionele ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid van leraren en schoolleiders.
  • Ambitie 7. Nieuwe verhoudingen in verantwoording en toezicht
    Schoolbesturen hebben hun governance op orde en leggen verantwoording af over de resultaten die zij leveren. Bovendien hebben ze hun kwaliteitszorg op orde en streven ze naar een zo hoog mogelijk niveau boven basiskwaliteit.

Lees meer…

Salarisverhoging verwerkt in rekeninstrumenten Toolbox

In de map Voortgezet onderwijs in onze Toolbox zijn nieuwe rekeninstrumenten opgenomen die rekening houden met de salarisverhoging van 2,35 procent per 1 juni 2018. Let op: deze instrumenten staan in het besloten gedeelte van de Toolbox dat alleen toegankelijk is voor leden van VOS/ABB!

Ondanks het uitblijven van een nieuwe cao voor het voortgezet onderwijs, roept de VO-raad zijn leden op per 1 juni een structurele salarisverhoging uit te betalen van 2,35 procent. De VO-raad wilde niet langer wachten op hervatting van het cao-overleg door de vakbonden en besloot daarom zelf te adviseren de salarissen te verhogen.

De salarisverhoging van 2,35 procent is verwerkt in deze rekeninstrumenten:

Let op: deze instrumenten staan in het besloten ledengedeelte van de Toolbox. U moet als lid van VOS/ABB zijn ingelogd om ze te kunnen downloaden.

VO-raad ziet loonsverhoging zonder cao naderbij komen

De impasse in de onderhandelingen over een nieuwe cao voor het voortgezet onderwijs duurt voort. De onderwijsbonden blijven de herhaalde oproep van de VO-raad om weer aan tafel plaats te nemen van de hand wijzen. Daarmee komt de aangekondigde eenzijdige loonsverhoging in juni steeds dichterbij, meldt de VO-raad.

De VO-raad stelt dat het aan de vakbonden ligt dat het cao-overleg sinds februari op zijn gat ligt. De bonden eisen 3,5 procent loonsverhoging en een individueel afdwingbaar recht van een lessenreductie van 25 naar 20. Dat is volgens de VO-raad niet te betalen.

De sectororganisatie roept de bonden op weer om de tafel te gaan zitten. Als die daar niet op ingaan, zegt de VO-raad over te gaan tot de aanbeveling aan zijn leden om in juni een structurele loonsverhoging toe te kennen van 2,35 procent, ook als er nog geen akkoord is over een nieuwe CAO VO.

Lees meer…

Hoe pakt u werkdruk aan? Deel uw ervaringen!

VOS/ABB wil graag weten hoe scholen in het primair en voortgezet de werkdruk aanpakken. Hoe doet ú dat en wilt u dat delen met andere scholen?

Komend schooljaar krijgt het primair onderwijs 237 miljoen euro extra om de werkdruk aan te pakken. Een gemiddelde basisschool met 225 leerlingen krijgt dan 35.000 euro extra. De investering loopt in het schooljaar 2021-2022 op tot 430 miljoen euro. Dan loopt het bedrag dat een gemiddelde school krijgt op tot 65.000 euro.

De aanpak verschilt per school. In overleg met het team wordt bepaald waar het geld aan wordt besteed. De ene school zal kiezen voor een vakleerkracht gym of muziek, de andere school voor onderwijsassistenten of een conciërge. Een school kan er bijvoorbeeld ook voor kiezen om het geld te besteden aan betere ICT.

Ruimere regels onderwijstijd

Uit recent onderzoek van het opleidings- en arbeidsmarktplatform Voion blijkt dat ook het personeel in het voortgezet onderwijs – vooral leraren- een hoge werkdruk ervaart. Dat hangt onder andere samen met de vereiste onderwijstijd.

Minister Arie Slob benadrukte onlangs echter dat de regels voor onderwijstijd al in 2015 zijn verruimd en dat deze maatregel mede in het teken stond van werkdrukvermindering. Hij roept scholen op gebruik te maken van de ruimere regels.

Werkdrukvermindering: Hoe doet ú dat?

Alvorens u aan de slag gaat met werkdrukvermindering, zult u een helder beeld moeten hebben van de maatregelen die passen binnen de context van uw school. VOS/ABB wil u daar graag bij helpen door u in contact te brengen met scholen die hier ervaring mee hebben.

Bent u op zoek naar een goed praktijkvoorbeeld of wilt u de aanpak van uw school delen met collega’s in het land? Wij horen het graag! U kunt hierover contact opnemen met Ivo Israel: 06-22939653, iisrael@vosabb.nl.

U kunt u ook bij hem terecht als u vragen hebt over het verminderen van werkdruk en de regelingen die daarvoor in het leven zijn geroepen.

Website Goedemorgen! over ontwikkelingen Facebook

Voor scholen in het voortgezet onderwijs die een abonnement hebben op Goedemorgen!, is weer nieuw lesmateriaal beschikbaar. In de week van 16 tot en met 20 april is het thema ‘Makkelijk’. Er is onder andere aandacht voor het gemak waarmee Facebook privacygevoelige data van gebruikers verzamelt. 

Goedemorgen! is een website waarop lesmateriaal staat op basis waarvan leraren in het voortgezet onderwijs samen met hun leerlingen de ontwikkelingen in de wereld kunnen volgen en duiden. Zij kunnen er actuele maatschappelijke thema’s mee bespreekbaar maken in de klas, met als uitgangspunt een open, kritische en respectvolle houding. Het is de bedoeling dat er naast de website een mobiele app komt.

U kunt voor het actuele lesmateriaal inloggen met het wachtwoord dat aan uw school beschikbaar is gesteld. Heeft uw school nog geen abonnement en wilt u zien wat Goedemorgen! te bieden heeft? Gaat u dan naar gratis lesmateriaal.

VOS/ABB-korting

Is uw school aangesloten bij VOS/ABB? Onze leden krijgen 150 euro korting op een abonnement op Goedemorgen! tot de zomer van 2018. De prijs voor VOS/ABB-leden bedraagt 450 euro per school. Niet-leden betalen 600 euro.

Als u meer wilt weten over Goedemorgen!, ga dan naar de brochure.

Examencontracten onaanvaardbaar en onwettig

Examencontracten zijn onaanvaardbaar en onwettig, benadrukken de onderwijsminister Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

De minister reageren op signalen uit Tweede Kamer dat leerlingen in het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) en het mbo examencontracten voorgelegd krijgen op basis waarvan ze bij tegenvallende schoolexamenresultaten uitgesloten kunnen worden van deelname aan het centraal examen.

In 2016 liet toenmalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer weten dat examencontracten in het voortgezet onderwijs onaanvaardbaar en illegaal zijn. Dit geldt ook voor het vavo en het mbo, benadrukken Van Engelshoven en Slob.

Lees meer…

Maar weinig leraren stappen over naar primair onderwijs

Slechts weinig mensen die in het voortgezet onderwijs werken, willen de overstap maken naar het primair onderwijs. Volgens de Algemene Onderwijsbond (AOb) is dat logisch, omdat in het primair onderwijs de salarissen lager zijn.

In het voortgezet onderwijs overweegt maar 5 procent over te stappen naar het primair onderwijs. ‘Niet zo vreemd, want dat is door de lagere salarissen daar financieel een flinke stap terug’, zo schrijft de AOb, die zich baseert op een eigen ledenenquête.

Andersom, dus de overstap van primair naar voortgezet onderwijs, is veel meer in trek. De bond meldt dat 32 procent van de mensen die in het primair onderwijs werken, erover denkt om in het voortgezet onderwijs te gaan werken.

De AOb meldt verder dat het primair onderwijs het ‘grootste zorgenkind’ is als het gaat om loopbaanopties. Ook is het zo dat die sector de minste deeltijders heeft die meer uren willen werken, terwijl het lerarentekort daar het grootste is.

Lees meer…

 

 

VO-raad: zonder nieuwe cao 2,35% meer loon

Als het niet lukt om voor 1 mei tot een akkoord te komen over een nieuwe cao in het voortgezet onderwijs, adviseert de VO-raad zijn leden om vanaf 1 juni over te gaan tot een loonsverhoging van 2,35 procent.

‘De onderhandelingen over een cao in het voortgezet onderwijs duren onaanvaardbaar lang. We zijn oktober vorig jaar begonnen en er is nog geen zicht op een akkoord. De bonden hebben de onderhandelingen alweer een maand geleden afgebroken en sindsdien hebben we niets meer van hen vernomen. Wij willen onze werknemers niet langer een rechtvaardige salarisverhoging onthouden’, zegt voorzitter Paul Rosenmöller op de website van de VO-raad.

De onderwijsbonden vragen een salarisverhoging van 3,5 procent en willen een reductie van het aantal lesuren van 25 naar 20 uur per week. Dat zijn volgens Rosenmöller onrealistische eisen.

Lees meer…

Vakbond CNV Onderwijs laat in een eerste reactie op de oproep van de VO-raad weten dat werkdrukvermindering het belangrijkste punt is. Over een loonsverhoging wordt in de eerste reactie van de christelijke bond niet gerept.

Lees meer…

Mensen uit voortgezet onderwijs tevreden met hun baan

Veruit de meeste mensen die in het voortgezet onderwijs werken, zijn tevreden met hun baan, blijkt uit onderzoek dat arbeidsmarkt- en opleidingsfonds Voion heeft laten uitvoeren.

Ruim 84 procent van de mensen uit het voortgezet onderwijs geeft aan tevreden te zijn met hun baan, terwijl maar 5 procent aangeeft ontevreden te zijn. Daarnaast geeft 68 procent aan tevreden te zijn met de organisatie waarvoor zij werken.

De personeelsleden zijn het meest te spreken over de mate van zelfstandigheid, de inhoud van het werk en de samenwerking met collega’s. Het minst te spreken zijn ze over de informatievoorziening en communicatie in de organisatie, de loopbaanontwikkelingsmogelijkheden en de hoeveelheid werk.

Lees meer…

Na topjaar 2016-2017 krimpt voortgezet onderwijs

Na het topjaar 2016-2017 is het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs in het huidige schooljaar met bijna 10.000 afgenomen, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2016-2017 telde het voortgezet onderwijs 965.827 leerlingen. Dit schooljaar zijn het er 955.924. Alleen in de vier grote steden doet zich nog groei voor, vooral in Utrecht. In kleinere steden met meer dan 100.000 inwoners is het aantal leerlingen afgenomen. De krimp is het sterkst in gemeenten met minder dan 100.000 inwoners.

Lees meer…

De verschuiving van de krimp van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs is een al langer bekende ontwikkeling. Magazine Naar School! van VOS/ABB heeft er in het afgelopen zomernummer nog aandacht aan besteed.

Lees het artikel Krimp zet door in voortgezet onderwijs.

 

Handreiking professioneel statuut leraren

De VO-raad heeft voor schoolbesturen een handreiking (met toelichting) beschikbaar om in samenspraak met leraren een professioneel statuut op te stellen.

Deze zomer werd de Wet beroep leraren en lerarenregister van kracht. In deze wet staat dat het schoolbestuur in overleg met leraren een professioneel statuut opstelt. Hierin moeten leraren voldoende zeggenschap krijgen over de invulling van hun werk, binnen de kaders van het onderwijskundig beleid van de school.

De handreiking past bij de wet, die voorschrijft voor dát er een statuut moet komen, maar niet hóe dat er precies uit moet zien. ‘Dat betekent dat er ruimte is voor verscheidenheid in de sector: de wet biedt veel ruimte om het statuut aan te laten sluiten op uw eigen praktijk’, aldus de VO-raad.

Lees meer…

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Rekentool functiemix verdwijnt

Op 15 januari 2018 verdwijnt de Rekentool functiemix voortgezet onderwijs, meldt de VO-raad.

Deze rekentool werd in 2014 gelanceerd als hulpmiddel voor scholen die voorzagen dat ze niet konden voldoen aan de streefpercentages. De tool was bedoeld om afspraken met medezeggenschapsraden of vakbonden te maken. De VO-raad meldt  dat de data waarmee de tool rekent, uit 2012 stammen en dus verouderd zijn.

Lees meer…

D66 wil minder lesuren voortgezet onderwijs

Het aantal lesuren in het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs moet omlaag en leerlingen en studenten moeten meer zelfstandig werken. Op die manier wil regeringspartij D66 de werkdruk verminderen.  

‘Leraren hebben (…) tijd nodig om zichzelf te ontwikkelen en hun lessen voor te bereiden. Dan krijgen onze kinderen het onderwijs waar ze recht op hebben. Daarom moet de werkdruk voor docenten (…) omlaag’, meldt D66-Tweede Kamerlid Paul van Meenen.

Het aantal lesuren zou voor leraren terug moeten van maximaal 25 naar 20 uur per week. Voor leerlingen zou dit betekenen dat ze meer zelfstandig zouden moeten gaan werken. Volgens Van Meenen hoeft dat de onderwijskwaliteit niet aan te tasten.

De oproep van Van Meenen sluit aan op een manifest van de lerarengroep VO in Actie.

Lees meer…