Fonds voor transitievergoeding bij ontslag

Er komt een fonds waaruit de transitievergoedingen worden betaald die na twee jaar ziekte zijn uitgekeerd aan werknemers. Dat volgt uit het wetsvoorstel Maatregelen met betrekking tot de transitievergoeding bij ontslag.

Na de Tweede Kamer ging in juli ook de Eerste Kamer akkoord met het wetsvoorstel. Het is is bedoeld om tegemoet te komen aan zorgen van werkgevers over zowel de hoge kosten die zij maken in verband met langdurig arbeidsongeschikte werknemers als over de transitievergoeding die zij verschuldigd zijn bij ontslag om bedrijfseconomische redenen.

Om voor vergoeding in aanmerking te komen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • De transitievergoeding was op grond van de wet verschuldigd, omdat de arbeidsovereenkomst door de werkgever is opgezegd of op diens verzoek is ontbonden, of zou op grond van de wet verschuldigd zijn als de arbeidsovereenkomst die door een overeenkomst is beëindigd door opzegging of ontbinding zou zijn beëindigd, en
  • de arbeidsovereenkomst is geëindigd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, dat wil zeggen dat het opzegverbod tijdens ziekte was verstreken op het tijdstip van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst én de arbeidsovereenkomst beëindigd is omdat de werknemer niet meer in staat was om de bedongen arbeid te verrichten, of
  • de arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd en de werknemer was op het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd arbeidsongeschikt.

De datum van inwerkingtreding van de maatregel is nog niet bekend, maar zal op zijn vroegst 1 april 2020 zijn. Dat komt doordat het UWV tijd nodig heeft om zich voor te bereiden op de uitvoering ervan.

Onderwijsbegroting

De maatregel werd in september vorig jaar genoemd in de onderwijsbegroting voor 2018. Geld van het ministerie van OCW wordt in dit kader overgeboekt naar de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Internetconsultatie wetsvoorstel burgerschapsonderwijs

Aan welke wettelijke eisen moet het burgerschapsonderwijs volgens u voldoen? Tot 3 juli kunt u deelnemen aan een internetconsultatie over het wetsvoorstel ter verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen.

Burgerschapsonderwijs moet volgens onderwijsminister Arie Slob in ieder geval gaan over ‘respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en de mensenrechten’. Het moet leerlingen sociale en maatschappelijke competenties bijbrengen die hen ‘in staat stellen om deel uit te maken van en bij te dragen aan de samenleving’. Ook moet het personeel van de school volgens deze waarden handelen. VOS/ABB heeft al input geleverd aan dit wetsvoorstel.

Ga naar de internetconsultatie

Wetsvoorstel meldingsplicht incidenten blijft in de kast

Onderwijsminister Arie Slob is niet van plan om een ingetrokken wetsvoorstel uit de kast te trekken waarin staat dat scholen veiligheidsincidenten moeten melden. Dat laat hij aan de Tweede Kamer weten.

GroenLinks wil dat het wetsvoorstel weer in procedure wordt gebracht. In het voorstel uit 2011, dat in de vorige kabinetsperiode is ingetrokken, stond dat scholen verplicht zouden worden om veiligheidsincidenten te melden. Zo zouden er centrale gegevens beschikbaar komen over het aantal incidenten op scholen en de aard ervan. Het ging in het voorstel specifiek over zware incidenten, zoals seksueel misbruik en wapenbezit.

Slob ziet er niets in om het wetsvoorstel uit de kast te trekken, omdat verplichte incidentenregistratie volgens hem niet bijdraagt aan ‘een uniforme en structurele pestaanpak, die bovenal is gericht op preventie van alle vormen van pesten’. Bovendien hield het wetsvoorstel geen rekening met de bureaucratie die door de meldingsplicht op de scholen zou afkomen en moet er bij ernstige incidenten sowieso al aangifte worden gedaan.

Lees meer…

Wetsvoorstel diagnostische toets ingetrokken

Het wetsvoorstel voor de invoering in het voortgezet onderwijs van een leerlingvolgsysteem, een diagnostische tussentijdse toets en verplichte deelname aan internationaal vergelijkend onderzoek is ingetrokken. Dat staat in een brief van onderwijsminister Arie Slob aan de Tweede Kamer.

In het voorstel stond dat scholen zouden worden verplicht om in de onderbouw van het voortgezet onderwijs een leerlingvolgsysteem te gebruiken dat de vorderingen van de leerlingen moest meten in de vakken Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen.

Ook zou er aan het einde van de onderbouw bij alle leerlingen een diagnostische tussentijdse toets moeten worden afgenomen. Daarnaast zouden scholen wettelijk worden verplicht om informatie te verstrekken bij internationale onderzoeken.

In het regeerakkoord werd al aangekondigd dat dit wetsvoorstel zou worden ingetrokken. Dat is nu dus gebeurd.

Wetsvoorstel niet meer nodig

Slob benadrukt dat het wetsvoorstel niet meer nodig was, omdat inmiddels 92 procent van de scholen in het voortgezet onderwijs een leerlingvolgsysteem heeft en 88 procent dat systeem voldoende tot goed gebruikt. ‘Een wettelijke verplichting op dit punt (en de daarmee gepaard gaande toename van de administratieve lasten) is niet langer nodig’, aldus de minister, die in zijn brief verder niet rept over de diagnostische toets.

De deelname van scholen aan internationale vergelijkingsonderzoeken kan volgens Slob ook op andere manieren worden gestimuleerd dan met een wettelijke verplichting.

‘Toekomstbestendig onderwijsaanbod’ door Tweede Kamer

De Tweede Kamer is dinsdag akkoord gegaan met het wetsvoorstel Toekomstbestendig onderwijsaanbod.

Dit wetsvoorstel staat in het kader van het afnemende aantal leerlingen in het primair onderwijs. Nu het in de Tweede Kamer is aangenomen, kan het ook snel door de Eerste Kamer. Mogelijk treedt de nieuwe wetgeving met ingang van het nieuwe schooljaar in werking.

Wat regelt dit wetsvoorstel?

  • Het versoepelt de verplaatsing van een school uit zijn voedingsgebied. Nu gelden daarvoor nog dezelfde eisen als bij de stichting van een school, maar die eisen komen te vervallen. Een aanvraag bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zal voldoende zijn. Er wordt nog wel getoetst of er geen nadelige gevolgen aan kleven, bijvoorbeeld dat door de verplaatsing een andere school moet worden opgeheven.
  • In de nieuwe situatie zal het gemakkelijker zijn om een school van kleur te laten verschieten (bijvoorbeeld van protestants-christelijk naar openbaar). In plaats van dezelfde eisen als bij het stichten van een school, zal een aanvraag bij DUO voldoende zijn. DUO zal slechts marginaal toetsen. Door een aangenomen motie van Tweede Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie moet wel eerst een achterbanraadpleging onder de ouders plaatsvinden.
  • Het wetsvoorstel biedt een bijzondere school de mogelijkheid om een nevenvestiging te hebben die een andere denominatie heeft dan de hoofdvestiging. Openbaar onderwijs is hiervan uitgesloten.
  • De termijn voor de vrijwillige opheffing van openbare school wordt aangepast. Een bestuur moest hiervoor goedkeuring vragen aan de gemeente vóór 1 augustus een jaar voor de fusie. Dat wordt 1 januari voor de fusie. De gemeente moet dan vóór 1 februari goedkeuring verlenen of beslissen de school zelf in stand te houden.
  • In de nieuwe situatie wordt het mogelijk om tussentijds een gemeente in twee gebieden te splitsen voor de bepaling van de opheffingsnorm. Dit kan handig zijn bij een groot verschil in bevolkingsdichtheid tussen een stedelijk en een plattelandsgedeelte in dezelfde gemeente. Er kunnen dan twee opheffingsnormen worden gehanteerd. Dit kan nu ook al, maar slechts op één datum. Straks is splitsing elk jaar mogelijk.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Ministerraad akkoord met wetsvoorstel privacy

De ministerraad heeft ingestemd met een wetsvoorstel van minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW om de privacy van leerlingen beter te beschermen.

Het voorstel voorziet in de invoering van gecodeerde pseudoniemen. Zo hoeft bijvoorbeeld de geboortenaam en het geslacht van een leerling niet meer gedeeld te worden met aanbieders van digitale leermiddelen in de cloud. Dat verkleint het risico van datalekken.

Het wetsvoorstel gaat nu voor advies naar de Raad van State. De tekst ervan wordt openbaar zodra het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Het is de bedoeling dat de nieuwe wet in januari 2018 in werking treedt.

Lees meer…

Brief structurele bekostiging g/hvo naar Eerste Kamer

VOS/ABB heeft mede namens collega-organisaties een brief naar de Eerste Kamer gestuurd over het essentiële belang van structurele bekostiging van godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) in de openbare basisscholen.

Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft vlak voor de kerstvakantie ingestemd met het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Loes Ypma (PvdA), Joël Voordewind (ChristenUnie) en Michel Rog (CDA) om g/hvo in de openbare basisscholen structureel te bekostigen. Er staat in hun voorstel dat de bekostiging moet worden opgenomen in artikel 51 van de Wet op het primair onderwijs (WPO).

Zekerheid en continuïteit g/hvo

De gedachte hierachter is dat een wettelijke verankering van de financiering de sector meer zekerheid en continuïteit biedt dan een jaarlijkse subsidiepost, die altijd weer ter discussie kan worden gesteld. Er is nu een subsidie van 10 miljoen euro per jaar voor g/hvo.

De openbare basisscholen moeten bij wet gelegenheid bieden tot g/hvo als ouders erom vragen. Circa 75.000 leerlingen krijgen g/hvo van in totaal ongeveer 600 docenten.

Eerste Kamer

Op 7 februari wordt het initiatiefwetsvoorstel besproken in de Eerste Kamer. Om de senatoren te doordringen van het essentiële belang van structurele bekostiging van g/hvo in het openbaar onderwijs, is de brief die in september jongstleden naar de Tweede kamer is gestuurd, nu ook naar de Eerste Kamer gezonden.

Download de brief

Ministerraad akkoord met ‘Meer ruimte nieuwe scholen’

De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Sander Dekker van OCW ingestemd met het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen. Het voorstel is ter beoordeling naar de Raad van State gestuurd.

Met de nieuwe wet ontstaat meer ruimte om op basis van een onderwijsconcept een school te beginnen, waar die mogelijkheid nu vooral is voorbehouden aan levensbeschouwelijke richtingen.

Er wordt bovendien niet meer gekeken naar de abstracte prognoses van leerlingpotentieel voor een bepaalde levensbeschouwelijke richting, maar naar de concrete wensen van de ouders voor een school. De gedachte hierachter is dat op die manier het onderwijsaanbod gevarieerder wordt en beter aansluit op de huidige maatschappelijke verhoudingen.

Burgerschap en sociale integratie

Daarnaast regelt het wetsvoorstel dat voortaan voorafgaand aan de oprichting van een school kan worden getoetst op kwaliteit. Zo ontstaat meer zekerheid dat een school zal bijdragen aan goed onderwijs, goed burgerschap en sociale integratie.

Dekker ziet het wetsvoorstel als een modernisering van grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs.

Nu de ministerraad ermee heeft ingestemd, is het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State gestuurd. De verwachting is dat het wetsvoorstel nog tijdens de huidige kabinetsperiode bij de Tweede Kamer zal worden ingediend.

Input gevraagd voor Meer ruimte nieuwe scholen

Het ministerie van OCW houdt in oktober en november op in totaal vijf plaatsen in het land bijeenkomsten over het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen. Deze bijeenkomsten zijn bedoeld om input te krijgen van onder anderen ouders, leraren, schoolleiders, schoolbestuurders en vertegenwoordigers van gemeenten.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil met het wetsvoorstel meer ruimte voor nieuwe scholen creëren door de regels voor het oprichten van scholen in het basis- en voortgezet onderwijs aan te passen.

Het wetsvoorstel regelt onder meer dat initiatiefnemers belangstelling van ouders en leerlingen voor hun nieuwe school aantonen door middel van ouderverklaringen of een marktonderzoek. De gedachte hierachter is dat startende scholen daardoor beter aansluiten op de belangstelling van ouders en leerlingen.

Om te waarborgen dat startende scholen onderwijs van goede kwaliteit aanbieden, regelt het wetsvoorstel dat de uitgewerkte plannen voor een nieuwe school in een startdocument worden weergegeven.

Naar verwachting wordt het wetsvoorstel begin 2017 aangeboden aan de Tweede Kamer.

Kom zelf met input!

Nu de hoofdlijnen van de nieuwe systematiek in de steigers staan, wil OCW in samenspraak met het veld verschillende onderdelen nader uitwerken. Hoe moet een marktonderzoek er eigenlijk uitzien om betrouwbare informatie te geven? Welke vragen moet het startdocument bevatten? Hoe kan het lokale gesprek over het scholenaanbod en de huisvesting van (nieuwe) scholen het beste worden gevoerd?

De regiobijeenkomsten:

  • woensdag 12 oktober, 14.30-18.00 uur, Amsterdam;
  • dinsdag 18 oktober, 14.30-18.00 uur, Eindhoven;
  • woensdag 26 oktober, 14.30-18.00 uur, Meppel;
  • maandag 31 oktober, 14.30-18.00 uur, Lansingerland;
  • vrijdag 4 november, 14.30-18.00 uur, Goes.

U kunt zich aanmelden via mrvns@minocw.nl onder vermelding van uw naam, functie, organisatie, contactgegevens en de regiobijeenkomst van uw keuze.

Meer informatie over de betreffende bijeenkomst en de voorbereidende documenten volgt na aanmelding.

 

‘Ouders tevreden, dus ruimere keuze niet nodig’

Ruim acht op de tien ouders zijn tevreden over het onderwijsaanbod in Nederland. Dat melden Verus en de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) op basis van een peiling door TNS NIPO.

De protestants-christelijke profielorganisaties gebruiken de uitkomst van de peiling die in hun opdracht is uitgevoerd als argument tegen het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen van staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De uitslag van de peiling dat de overgrote meerderheid van de ouders tevreden is over het onderwijsaanbod, laat volgens Verus en VGS zien dat het wetsvoorstel, dat voorziet in meer keuze voor ouders, overbodig is.

Lees meer…

Actuele jurisprudentie en wetsvoorstellen

De Helpdesk van VOS/ABB heeft de overzichten van jurisprudentie en wetsvoorstellen en jurisprudentie geactualiseerd (let op: alleen toegankelijk voor leden van VOS/ABB!). Hieronder lichten we er enkele relevante uitspraken en wetsvoorstellen uit.

Jurisprudentie
Geen uitslag op basis van anonieme verklaringen
Een duidelijke uitspraak betrof het geslaagde beroep van een leraar tegen zijn ontslag. Het ontslagdossier was slechts gebaseerd op een rapport met anonieme verklaringen van leerlingen uit zijn klas. Die verklaringen waren vrij stuitend. Echter, alleen anonieme verklaringen kunnen geen reden zijn voor ontslag, zo oordeelde de commissie van beroep. De leraar had geen kans gehad op een redelijk proces via hoor en wederhoor. De verklaringen waren niet verifieerbaar en dus kon niet worden vastgesteld dat er sprake was van een gewichtige reden voor ontslag.

Enkele clausule onvoldoende
In een zaak voor de Rechtbank Overijssel was een zieke (ex-)werknemer haar ZW-uitkering misgelopen doordat zij een vaststellingsovereenkomst met haar (ex-)werkgever had gesloten. Op verzoek van de werknemer heeft de rechter de overeenkomst met terugwerkende kracht vernietigd, omdat de werkgever de werknemer had moeten informeren omtrent de mogelijke gevolgen van het tekenen van de overeenkomst voor haar recht op ZW. Enkel een clausule in de overeenkomst waarin staat dat de werkgever niet kan garanderen dat de overeenkomst geen nadelige gevolgen heeft voor toekenning van een uitkering, is onvoldoende.

 Wetsvoorstel versterking bestuurskracht
Op 16 februari is het wetsvoorstel Wet versterking bestuurskracht aangenomen in de Tweede Kamer met een aantal amendementen. Een belangrijke wijziging is dat de meldplicht voor de interne toezichthouder aan de inspectie is komen te vervallen. Voorts zal het wetsvoorstel voor een doeltreffender regeling van het onderwijstoezicht op 1 maart 2016 worden behandeld in de Tweede Kamer.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur,

Wetsvoorstel botst met autonomie schoolbesturen

Het Wetsvoorstel toekomstbestendig onderwijsaanbod tast op verscheidene punten de autonomie van de schoolbesturen aan. Bovendien bevat het onnodige elementen die in de praktijk belemmerend kunnen zijn. Dit staat in de reactie van VOS/ABB op de internetconsultatie bij dit wetsvoorstel.

VOS/ABB zet ernstige vraagtekens bij het voorgestelde verplichtende karakter van het op overeenstemming gericht overleg (oogo) in de regio. ‘In plaats van het initiatief aan de besturen te laten, wordt er een plicht opgelegd in de wet’, zo schrijft beleidsadviseur en belangenbehartiger Ronald Bloemers van VOS/ABB. Het verplichte oogo veroorzaakt extra bureaucratie. ‘Het geeft vooral druk op de besturen, in hun taakvervulling als schoolbestuur’, aldus Bloemers.

Het verplichte oogo kan volgens hem bovendien botsen met de primaire plicht van de schoolbesturen om voor goed onderwijs voor hun eigen leerlingen te zorgen. Hij wijst erop dat het wetsvoorstel beoogt dat een schoolbestuur in het verplichte oogo bij de planvorming niet mag kijken door de schoolbestuurlijke bril, waartoe het wel statutair en wettelijk verplicht is, maar door de ‘oogo-bril’ ten behoeve van toekomstbestendig onderwijsaanbod in de hele regio.

‘Er kan onmogelijk vanuit worden gegaan dat die twee brillen tegelijkertijd kunnen worden gedragen zonder strijdig te zijn in doel’, benadrukt Bloemers. Het verplichtende aspect is in de ogen van VOS/ABB dan ook ‘ongepast en allerminst wenselijk’.

Download de volledige reactie op de internetconsultatie.

Wetsvoorstel toekomstbestendig onderwijs: wat vindt u?

Het is nog tot 15 oktober mogelijk om online uw mening te geven over het wetsvoorstel voor een toekomstbestendig onderwijsaanbod.

In dit wetsvoorstel is onder meer de verplichting tot overleg tussen schoolbesturen en gemeenten over het onderwijsaanbod in de betreffende gemeenten opgenomen. Ook wordt een versoepeling voorgesteld voor het verplaatsen van een school en de omzetting of uitbreiding met een richting.

Dit wetsvoorstel beperkt zich tot het primair onderwijs en is niet van toepassing op het voortgezet onderwijs.

Geef uw mening over dit wetsvoorstel.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Wetsvoorstel registreren van leerlingen passend onderwijs

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft mede namens zijn collega Sharon Dijksma van Economische Zaken het wetsvoorstel ingediend voor het registreren van leerlingen met een ontwikkelingsperspectief in het basisregister onderwijs (BRON).

Met de invoering van de zorgplicht op 1 augustus 2014 (passend onderwijs) vervalt de leerlinggebonden financiering (lgf of ruzakje). Daarmee verdwijnt ook het zicht op het aantal leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte. Het wetsvoorstel moet dit voorkomen.

Om voor het toezicht en voor monitoring en evaluatie zicht te houden op deze groep, regelt deze wet vier typen registraties door het bevoegd gezag in BRON:

  • de periode waarvoor een ontwikkelingsperspectief is afgegeven;
  • de periode waarvoor een leerling in het voortgezet onderwijs op een orthopedagogisch-didactisch centrum is geplaatst;
  • de periode waarvoor een leerling begeleiding ontvangt van een cluster 1- of cluster 2-instelling;
  • de periode waarvoor een leerling begeleiding ontvangt van een epilepsieschool.

Het is de bedoeling van het kabinet dat het wetsvoorstel zo snel mogelijk in het nieuwe schooljaar 2014-2015 in werking treedt.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

 

Wat vindt u van wetsvoorstel voor profielen in vmbo?

Nog tot en met 31 mei kunt u via een internetconsultatie input leveren voor het wetsvoorstel over de invoering van profielen in het vmbo.

Met dit wetsvoorstel worden de sectoren en afdelingen in het vmbo vervangen door profielen. Elk profiel zal bestaan uit een gemeenschappelijk deel, een profieldeel en een vrij deel. Het beroepsgerichte onderwijs zal gaan bestaan uit een profielvak en beroepsgerichte keuzevakken.

Dit wetsvoorstel heeft onder andere tot doel de verouderde beroepsgerichte examenprogramma’s te vernieuwen.Ook moet het een breed, overzichtelijk en organiseerbaar aanbod van beroepsgerichte profielen realiseren.

Op basis van de reacties uit het onderwijsveld wordt het wetsvoorstel mogelijk aangepast.

Ga naar de internetconsultatie

Initiatief voor stichten/opheffen bij schoolbestuur

Per 1 januari kunnen verzelfstandigde schoolbesturen voor openbaar primair onderwijs zelf het initiatief nemen tot het stichten van een school. Ze krijgen ook de bevoegdheid om zelf te beslissen over de opheffing van een school, mits zij hun gemeente in de gelegenheid stellen die school over te nemen. 

In het najaar gingen de Tweede en Eerste Kamer akkoord met het wetsvoorstel in verband met de stichting en opheffing van openbare scholen door verzelfstandigde besturen in het primair onderwijs. Op 1 januari aanstaande wordt de wetswijziging van kracht. Dit betekent dat verzelfstandigde openbare schoolbesturen dan beschikken over dezelfde instrumenten als bevoegde gezagsorganen in het bijzonder onderwijs. Bovendien krijgen ouders een sterkere positie dan nu het geval is.

Zo kan in de huidige situatie een college van B&W een verzoek om de haalbaarheid van een nieuwe openbare school te onderzoeken nog naast zich neerleggen, onder vermelding van te geringe belangstelling. Straks is het zo geregeld dat een verzoek vergezeld van vijftig ouderverklaringen daadwerkelijk actie van B&W vereist.

Deze wijziging heeft te maken met een aantal casussen, waarbij VOS/ABB als belangenbehartiger voor het openbaar onderwijs betrokken was en is. Zo werd de wens van ouders in het Limburgse dorp Maasbree om daar een openbare basisschool te realiseren in het verleden ernstig vertraagd door het college van B&W. Er ontstond een impasse tussen de gemeente en het schoolbestuur. Dit heeft ertoe geleid dat de openbare school in Maasbree er nog steeds niet is.

Verschuiving
In verband met dalende leerlingenaantallen als gevolg van demografische krimp verwacht de staatssecretaris dat de sterkere positie van ouders en openbare schoolbesturen niet tot meer scholen zal leiden, maar wel tot een verschuiving van het aanbod. Dat zal vooral in steden het geval kunnen zijn.

‘Als de belangstelling voor openbaar onderwijs toeneemt ten koste van het bijzonder onderwijs, kunnen verzelfstandigde besturen en ouders het initiatief nemen om een openbare school te stichten. In de steden zal het aantal leerlingen nog blijven stijgen, wat eraan bijdraagt dat de stichtingsnorm daar wordt gehaald’, zo schreef Dekker in juni in een brief aan de Tweede Kamer.

Krimp
Het wetsvoorstel gaat ook over de bevoegdheid van een verzelfstandigd bestuur voor openbaar onderwijs om een school te sluiten. Dit doet zich met name voor in gebieden die te maken hebben met dalende leerlingenaantallen. Het is aan het verzelfstandigde openbare schoolbestuur om hier een afweging over te maken. Als wordt besloten een school te sluiten, dan moet nog wel de gemeente in de gelegenheid worden gesteld om het bestuur van de school over te nemen.

De termijn die daarvoor staat, is een jaar. Het schoolbestuur moet de gemeente dus een jaar voor de opheffing van een school van het besluit tot die opheffing daarvan op de hoogte brengen en in de gelegenheid te stellen het bevoegd gezag over te nemen.

Let op: een fusie tussen scholen zorgt formeel juridisch voor de opheffing van de school die door die fusie verdwijnt. Ook daarvoor geldt het bovenstaande. Dit betekent dat besturen met een fusie op 1 augustus 2014 snel met hun gemeente om tafel moeten om deze wettelijke eis te bespreken.

Raad bepaalt > gemeente betaalt!
Het feit dat de gemeente een school kan overnemen als het schoolbestuur deze school wil sluiten, is gunstig voor de verzelfstandigde schoolbesturen in het openbaar primair onderwijs.

Nu kan de gemeenteraad een verzelfstandigd openbaar schoolbestuur nog dwingen om een klein schooltje tegen beter weten in open te houden. Niet de gemeente, maar de andere scholen die onder hetzelfde verzelfstandigde bestuur vallen, zijn daar dan de dupe van. Die financiële verantwoordelijkheid verschuift dus naar de gemeente.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

SGP vraagt om advies over rol van inspectie

SGP-Tweede Kamerlid Roelof Bisschop heeft VOS/ABB om advies gevraagd in verband met een initiatiefwetsvoorstel over de rol van de Inspectie van het Onderwijs.

Bisschop vindt dat de overheid de scholen meer professionele ruimte moet bieden om goed onderwijs te geven. De rol van de inspectie is voor veel scholen verwarrend, zo constateert hij. Om de kwaliteit van het onderwijs te bevorderen, moet wat hem betreft de overheid de taak van de inspectie beter afbakenen.

‘Naast toezicht houden op de naleving van de wettelijke eisen, moet de inspectie natuurlijk ook stimulerende kritiek geven. Het is alleen niet de bedoeling dat zij haar visie oplegt. Zij moet geen sta-in-de-weg zijn, maar een kritische vriend’, aldus het SGP-Kamerlid.

VOS/ABB zal als de landelijke belangenorganisatie voor het openbaar en algemeen toegankelijk funderend onderwijs de SGP op korte termijn van advies voorzien over de inhoud van het initiatiefwetsvoorstel. Daarvoor wil VOS/ABB graag input van haar leden. U kunt daarover contact opnemen met adjunct-directeur Anna Schipper.

Zij onderhoudt namens VOS/ABB het contact met de inspectie. Daarvoor gebruikt zij input van twee e-mailpanels voor respectievelijk het primair en het voortgezet onderwijs. Als u in een van deze panels wilt, kunt u dat ook aan Schipper laten weten.

Ga naar het concept van het initiatiefwetsvoorstel van de SGP en de memorie van toelichting.

Anna Schipper: 06-30056066, aschipper@vosabb.nl

Wetsvoorstel afschaffen gratis boeken ingediend

Het wetsvoorstel voor het afschaffen van de ‘gratis’ schoolboeken in het voortgezet onderwijs is ingediend bij de Tweede Kamer. 

In 2008 regelde het vierde kabinet-Balkenende dat de ouders niet meer hoefden te betalen voor de schoolboeken van hun kind(eren). Het huidige kabinet trekt de regeling in om te bezuinigen. Vanaf 2015 moeten de ouders het lesmateriaal weer gaan betalen. Het gaat om een nettobezuiniging van 55 miljoen in 2015 en structureel 185 miljoen euro in de jaren erna.

In het wetsvoorstel staat onder andere dat scholen voor voortgezet onderwijs vanaf 2015 aan ouders hooguit 300 euro per leerling mogen vragen voor het gebruik van lesmateriaal en elektronische informatiedragers. Dit betekent dat de scholen het zuiniger aan moeten gaan doen. Volgens de huidige regeling krijgen ze voor de aanschaf van lesmateriaal in de lumpsum namelijk 321,50 euro per leerling per jaar. De praktijk wijst uit dat dit bedrag voor de meeste scholen al te krap is.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Petitie maatschappelijke stage, Rutte wil praten

Vier scholieren hebben mede namens een groep van betrokken organisaties aan de Vaste Kamercommissie voor OCW een petitie aangeboden voor behoud van de maatschappelijke stage. Tijdens de algemene politieke beschouwingen heeft premier Mark Rutte gezegd dat hierover te praten valt.

Een van de scholieren die de petitie aanbood, is vwo-leerling Delphine Holbecq van het Sint-Gregorius College in Utrecht. Zij liep vorig jaar stage bij een verzorgingstehuis voor ouderen. ‘Ik vond het heel leuk om in contact te komen met deze mensen. Ze vertelden mij veel over hoe het er vroeger in hun jeugd aan toe ging. Over de vakken op hun school en over hun hobby’s’, zo schrijft ze op het 1V-Jongerenpanel.

‘Ik denk zeker dat de stage ook andere kinderen in contact heeft gebracht met leeftijdsgroepen met wie ze normaal weinig of geen contact hebben. Zo krijg je meer begrip voor elkaar, en dat is belangrijk in een maatschappij waar mensen steeds meer alleen nog maar aan zichzelf denken.’

De Utrechtse vwo-leerling benadrukt dat haar stage haar ook werkervaring heeft gegeven. ‘Ik denk zeker dat het kan helpen om je talenten te ontwikkelen. Bijvoorbeeld organiseren of goed leren luisteren. Ikzelf ben niet echt spontaan, maar mijn stage heeft mij geleerd om sneller initiatief te nemen in contacten leggen.’

Bezuiniging
De petitie die de scholieren mede namens een groep organisaties in de Tweede Kamer hebben aangeboden, is gericht tegen het wetsvoorstel waarin staat dat de maatschappelijke stage vanaf 1 augustus 2014 geen verplichte eindexameneis meer is. De stage wordt in feite niet afgeschaft, maar de scholen krijgen er geen geld meer voor.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW verpakte deze bezuinigingsmaatregel met de positieve uitspraak dat ‘scholen meer vrijheid krijgen om hun onderwijsprogramma in te richten’. De extra middelen die scholen tijdelijk kregen voor de invoering van de maatschappelijke stage worden stopgezet nu de verplichting vervalt.

Er is nog wel een overgangsmaatregel: de verplichting vervalt per 1 augustus 2014, de extra bekostiging stopt per 1 augustus 2015, zo staat in het wetsvoorstel.

Alsnog behouden?
Premier Rutte zei tijdens de algemene politieke beschouwingen open te staan voor een gesprek over het eventuele behoud van de maatschappelijke stage. CDA-fractieleider Sybrand van Haersma Buma had het onderwerp aangekaart.

De invoering van de maatschappelijke stage in het schooljaar 2007-2008, onder het vierde kabinet-Balkenende, was vooral een initiatief van het CDA.

Onderwijstijd: wat komt er in het wetsvoorstel?

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW schetst in een brief aan de Tweede Kamer de contouren van het wetsvoorstel voor modernisering van de onderwijstijd in het voortgezet onderwijs. Hij zal het wetsvoorstel naar verwachting medio volgend jaar indienen.

De brief is een uitwerking van de afspraken over onderwijstijd in het Nationaal Onderwijsakkoord. Daarin staat dat de urennorm wordt gemoderniseerd.

In de brief noemt Dekker vijf punten:

  1. De minimale urennorm wordt 1000 uur en wordt niet meer per leerjaar geregeld maar per opleiding. Ook vervalt het onderscheid in maatwerk en reguliere onderwijstijd.
  2. De minimale dagennorm wordt 189 dagen. De dagen waarop er geen onderwijs hoeft te worden verzorgd, worden niet meer bij wet vastgelegd.
  3. De kwaliteitscriteria in de huidige Wet op de onderwijstijd blijven gehandhaafd.
  4. De beoordeling van wat goede onderwijstijd is en welke activiteiten daaronder kunnen vallen, blijft belegd bij de professionals en de medezeggenschap.
  5. Het beoordelingskader van de Inspectie van het Onderwijs voor de toetsing van activiteiten buiten de reguliere lessen blijft gehandhaafd.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Maximumbudget schoolboeken omlaag – ouders dokken

Scholen mogen vanaf 2015 aan ouders hooguit 300 euro per leerling vragen voor het gebruik van lesmateriaal en elektronische informatiedragers. Dat staat in het wetsvoorstel over het intrekken van de regeling voor de ‘gratis’ schoolboeken in het voortgezet onderwijs. Met het voorgestelde maximumbedrag wordt het budget nog krapper.

In 2008 regelde het vierde kabinet-Balkenende dat de ouders niet meer hoefden te betalen voor de schoolboeken van hun kind(eren). Het huidige kabinet trekt de regeling in om te bezuinigen. Vanaf 2015 moeten de ouders het lesmateriaal weer gaan betalen. Het gaat om een nettobezuiniging van 55 miljoen in 2015 en structureel 185 miljoen euro in de jaren erna.

Dat nu in het wetsvoorstel staat dat de scholen vanaf 2015 maximaal 300 euro aan ouders mogen vragen voor lesmateriaal en elektronische informatiedragers, betekent dat de scholen het zuiniger aan moeten gaan doen. Volgens de huidige regeling krijgen ze voor de aanschaf van lesmateriaal in de lumpsum namelijk 321,50 euro per leerling per jaar. De praktijk wijst uit dat dit bedrag voor de meeste scholen al te krap is.

In het wetsvoorstel staat dat leerlingen moeten werken met de beste lesmaterialen die aansluiten op de onderwijskundige uitgangspunten van de school. Die moet hiervoor ‘innovatief leermiddelenbeleid’ voeren, dat in het teken staat van een ‘ambitieuze leercultuur’. De scholen krijgen volgens het kabinet ‘zoveel mogelijk ruimte bij het invullen van de maatregel’ om de ‘gratis’ schoolboeken af te schaffen.

Het mag duidelijk zijn dat bovenstaande ambities in schril contrast staan met een verlaging van het maximaal toegestane budget voor lesmaterialen en elektronische informatiedragers en het in rekening brengen van de kosten bij de ouders.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Openbare schoolbesturen krijgen sterkere positie

Het wetsvoorstel in verband met de stichting en opheffing van openbare scholen door verzelfstandigde besturen in het primair onderwijs kan op termijn tot een verschuiving van het aanbod leiden. Vooral in stedelijke gebieden kan dat gunstig zijn voor het openbaar onderwijs. Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW in reactie op vragen uit de Tweede Kamer.

Het wetsvoorstel heeft tot doel om verzelfstandigde openbare schoolbesturen te laten beschikken over dezelfde instrumenten als bevoegde gezagsorganen in het bijzonder onderwijs. Bovendien krijgen ouders een sterkere positie dan nu het geval is.

Zo kan in de huidige situatie een college van B&W een verzoek om de haalbaarheid van een nieuwe openbare school te onderzoeken naast zich neerleggen, onder vermelding van te geringe belangstelling. Met dit wetsvoorstel wordt vastgelegd dat een verzoek vergezeld van vijftig ouderverklaringen daadwerkelijk actie van B&W vereist.

Deze voorgestelde wijziging heeft te maken met een aantal casussen, waarbij VOS/ABB als belangenbehartiger voor het openbaar onderwijs betrokken is. Zo werd de wens van ouders in het Limburgse dorp Maasbree om daar een openbare basisschool te realiseren in het verleden ernstig vertraagd door het college van B&W. Er ontstond een impasse tussen de gemeente en het schoolbestuur. Dit heeft ertoe geleid dat de openbare school in Maasbree er nog steeds niet is.

Verschuiving
In verband met dalende leerlingenaantallen als gevolg van demografische krimp verwacht de staatssecretaris dat de sterkere positie van ouders en openbare schoolbesturen niet tot meer scholen zal leiden, maar wel tot een verschuiving van het aanbod. Dat zal vooral in steden het geval kunnen zijn.

‘Als de belangstelling voor openbaar onderwijs toeneemt ten koste van het bijzonder onderwijs, kunnen verzelfstandigde besturen en ouders het initiatief nemen om een openbare school te stichten. In de steden zal het aantal leerlingen nog blijven stijgen, wat eraan bijdraagt dat de stichtingsnorm daar wordt gehaald’, zo schrijft Dekker.

Krimp
Het wetsvoorstel gaat ook over de bevoegdheid van een verzelfstandigd bestuur voor openbaar onderwijs om een school te sluiten. Dit doet zich met name voor in gebieden die te maken hebben met dalende leerlingenaantallen.

De staatssecretaris schrijft nadrukkelijk dat het aan het verzelfstandigde openbare schoolbestuur is om hier een afweging over te maken. Als wordt besloten een school te sluiten, dan wordt de gemeente in de gelegenheid gesteld om het bestuur van de school over te nemen.

Raad bepaalt > gemeente betaalt!
Dit laatste punt is gunstig voor de verzelfstandigde schoolbesturen. Nu kan de gemeenteraad een verzelfstandigd openbaar schoolbestuur nog dwingen om een klein schooltje tegen beter weten in open te houden. Niet de gemeente, maar de andere scholen die onder hetzelfde verzelfstandigde bestuur vallen, zijn daar dan de dupe van. Straks verschuift die financiële verantwoordelijkheid dus naar de gemeente.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Dekker neemt inbreng VOS/ABB over in wetsvoorstel

De inbreng van VOS/ABB voor het wetsvoorstel Verbetertermijn zeer zwakke scholen is verwerkt in de nieuwe versie van het concept. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker aan VOS/ABB.

VOS/ABB stuurde de staatssecretaris eind januari een brief om aan te geven dat het concept van het wetsvoorstel aangepast zou moeten worden om recht te doen aan de positie van het openbaar onderwijs. In brieven die de PO-Raad en de VO-raad had verstuurd, stond dit niet vermeld.

In de brief van VOS/ABB is er bij Dekker op aangedrongen om aan het conceptwetsvoorstel toe te voegen dat gemeenten wettelijk verplicht blijven te voorzien in voldoende openbaar onderwijs. Hoewel dit expliciet in de Grondwet staat, moet deze zorgplicht voor alle duidelijk ook worden vermeld in het wetsvoorstel van Dekker, anders ontstaat het risico dat met het streven naar snelle kwaliteitsverbetering de onmisbare functie van de openbare scholen op de achtergrond raakt.

Nu Dekker het wijzigingsvoorstel van VOS/ABB heeft overgenomen, gaat het wetsvoorstel na advies van de Raad van State naar de Tweede Kamer.

De antwoordbrief van Dekker aan VOS/ABB kunt u online lezen.

Zie ook de gerelateerde berichten in de rechterkolom.

Registratie van incidenten wordt verplicht

Dit blijkt uit een wetsvoorstel dat woensdag naar de Tweede Kamer is gestuurd. Minister Van Bijsterveldt van OCW wil de registratie verplicht stellen om een goed veiligheidsbeleid te kunnen uitzetten.

‘De registratie van incidenten maakt zichtbaar in welke mate en in welke
frequentie bepaalde incidenten zich voordoen, zowel op schoolniveau, lokaal
niveau als landelijk niveau’, aldus de minister in een toelichting bij het wetsvoorstel. ‘Op basis van die informatie kan (zowel op schoolniveau, lokaal niveau als landelijk niveau) een veiligheidsbeleid worden geformuleerd of aangepast en kunnen zonodig gerichte, locatiegebonden maatregelen worden genomen. De registratie van incidenten moet op deze manier bijdragen aan een veiligere school.’

Eerder zijn in opdracht van OCW al pilots gedaan met incidentenregistratie op scholen. Die pilots maakten duidelijk dat een goede inbedding van de registratie binnen de organisatie van groot belang is voor het slagen ervan. Als het systeem eenmaal goed is ingevoerd, lukt het scholen om binnen drie minuten een incident registreren. Dit gebeurt overigens anoniem. Persoonsgegevens hoeven niet geregistreerd te worden. Een anonieme registratie acht de minister voldoende om het doel van een passend veiligheidsbeleid te halen. Scholen krijgen voorschriften over de wijze waarop incidenten geregistreerd moeten worden.

Hoewel de Raad van State vorig jaar nog adviseerde om de registratie te beperken tot een jaarlijkse steekproef op een representatief aantal scholen, vindt Van Bijsterveldt dat niet genoeg. Zij wil dat elk schoolbestuur inzicht krijgt in in de veiligheid op school om passende maatregelen te kunnen nemen. 

De Inspectie van het Onderwijs krijgt inzage in de incidentenregistratie. Ook zullen schoolbesturen de resultaten moeten bespreken met de medezeggenschapsraden, en ‘zo nodig’ met politie en gemeente.

De nieuwe wet is bestemd voor het primair en voortgezet onderwijs en het mbo. In de rechterkolom kunt u het complete wetsvoorstel en de toelichting nalezen.

Bijlagen