Hoog ziekteverzuim in onderwijs

Het onderwijs behoorde in het eerste kwartaal van dit jaar tot de sectoren met het hoogste ziekteverzuim, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het ziekteverzuim in de eerste drie maanden van dit jaar lag in het onderwijs op 5,9 procent. De gezondheidszorg spande wat dit betreft de kroon met 6,5 procent, gevolgd door het openbaar bestuur met 6,4 procent en de industrie met 6,1 procent.

De financiële sector (3,3 procent), de landbouw en visserij (2,5 procent) en de horeca (2,3 procent) lieten in het eerste kwartaal het laagste ziekteverzuim zien.

Het ziekteverzuim was in de eerste drie maanden van dit jaar bovengemiddeld hoog als gevolg van de langdurige griepepidemie.

Lees meer…

 

 

‘Beloon werknemers die griepprik halen’

Werkgevers in onder andere het onderwijs zouden hun werknemers moeten belonen als die in het najaar de griepprik halen. Daarvoor pleit directeur Leo Bil van ziektewetuitvoerder Acture: ‘Voor een paar tientjes per persoon spaar je een veelvoud aan ziekteverzuim uit.’

Bil komt met zijn pleidooi in de Telegraaf. Hij wijst erop dat de langdurige griepepidemie in het afgelopen winterseizoen de Nederlandse economie 1,3 miljard euro heeft gekost. Als gevolg van de hardnekkige griepgolf is het ziekteverzuim in jaren niet zo hoog geweest, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Als iedereen de griepprik haalt, zal het ziekteverzuim fors dalen, zo is de gedachte. Bil pleit ervoor dat in ieder geval werknemers ‘met veel intermenselijk contact’ zich tegen de griep laten inenten. Hij noemt als voorbeeld mensen die in het onderwijs werken.

Klaslokalen zijn infectiehaarden

Afgelopen februari, midden in de griepgolf, zei influenza-expert Ab Osterhaus dat alle leraren zich zouden moeten laten inenten tegen de griep. Hij wees er in de Telegraaf op dat scholen en klaslokalen infectiehaarden zijn van waaruit een griepvirus zich over de bevolking verspreidt. ‘De meeste influenza-epidemieën verspreiden zich vanuit dergelijke ruimten met kinderen (…)’, aldus Osterhaus.

De Telegraaf sprak toen ook met interim-bestuurder Gerard Langeraert van de stichting Archipel Scholen voor openbaar basisonderwijs op Walcheren. ‘Ik riep vorig jaar al dat alle docenten de griepprik moesten gaan halen, omdat griep hebben doodgewoon geen optie meer is. Het is alle hens aan dek om de mensen in het onderwijs, waar al een enorm tekort is en de vervangers ook op zijn, zo lang mogelijk aan het werk te houden.’ Langeraert zei ook dat de griepprik gratis beschikbaar moet worden gesteld.

Bestuursvoorzitter Jeroen Goes van de stichting Fluvium voor openbaar primair onderwijs in de gemeenten Geldermalsen en Neerijnen meldde destijds op Twitter dat elke leraar zelf moet kunnen beslissen of hij de griepprik wil. Ook is hij erop tegen om leraren te belonen als zij een griepprik halen, zo laat hij aan VOS/ABB weten naar aanleiding van het pleidooi van Bil in de Telegraaf.

Leraar bepaalt

Voorzitter Loek Schueler van vakbond CNV Onderwijs reageerde op het pleidooi in Telegraaf door ook te benadrukken dat werkgevers niet kunnen bepalen dat werknemers zich laten inenten tegen de griep. ‘De leraar bepaalt nog altijd zelf of hij/zij een griepprik wil, daar heeft een werkgever niets over te zeggen’, aldus Schueler.

De PO-Raad liet in februari weten een verplichte griepprik niet te zien zitten. ‘Een leerkracht moet zelf de keuze kunnen maken of hij hier al dan niet gebruik van maakt. Het is een grondrecht dat iedereen zelf mag bepalen wat er met zijn lichaam gebeurt. Een griepprik verplichten, staat hier haaks op’, meldde de sectororganisatie.

In PO minder ziekteverzuim, maar in VO meer

Het ziekteverzuim onder het onderwijzend personeel in het primair onderwijs is van 2015 op 2016 licht afgenomen, terwijl het in het voortgezet onderwijs licht is toegenomen. Dat staat in het rapport Verzuimonderzoek PO en VO 2016 van DUO.

In het primair onderwijs ging het ziekteverzuimpercentage bij het onderwijzend personeel omlaag van 6,4 naar 6,3 procent, terwijl het in het voortgezet onderwijs omhoog ging van 4,9 naar 5,1.

Als in het primair onderwijs een onderscheid wordt gemaakt tussen regulier basisonderwijs en speciaal basisonderwijs, dan valt op dat in het regulier basisonderwijs het ziekteverzuimpercentage met 6,2 een stuk lager is dan in het speciaal basisonderwijs,waar het op 7 ligt.

Het zogenoemde nulziekteverzuim (jaar niet ziekgemeld) is zowel in het primair als voortgezet onderwijs gedaald. In het primair onderwijs ging het omlaag van ruim 48 naar ruim 44 procent, terwijl het in het voortgezet onderwijs afnam van bijna 41 naar bijna 34 procent.

Lees meer…

Vrouwen melden zich vaker ziek dan mannen

Vrouwen melden zich vaker ziek dan mannen. Dat geldt voor alle leeftijdsgroepen, maar in de leeftijd van 25 tot 35 jaar is het ziekteverzuim onder vrouwen zelfs twee keer zo hoog als onder mannen.

Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA). Daaruit blijkt ook dat de ziekteverzuimpercentages stijgen met het oplopen van de leeftijd van werknemers. Onder 15- tot 25-jarigen is het verzuimcijfer het laagst. Ook is in die leeftijdsgroep het sekseverschil gering, net als onder 55- tot 65-jarigen.

Het opvallendst is het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers van 25 tot 35 jaar. Dat vrouwen zich in die leeftijdscategorie vaker ziek melden, is deels terug te voeren op ziekte tijdens de zwangerschap en na het bevallingsverlof, meldt het CBS. Gemiddeld ligt het verzuimpercentage voor vrouwen van die leeftijd op 4,3 en van even oude mannen op 2,2.

Duur ziekteverzuim

Het ziekteverzuimpercentage is met 6 het hoogst bij de 55- tot 65-jarige werknemers, maar in die categorie is weinig verschil tussen mannen en vrouwen. Ook de duur van het ziekteverzuim loopt op met de leeftijd. De jongeren zijn meestal maar 1 tot 5 werkdagen ziek thuis, terwijl de ouderen vaak 5 tot 10 dagen of zelfs 20 dagen of meer verzuimen.

Het CBS heeft eerder uitgezocht waar de zieke werknemers het meeste last van hebben. Oudere werknemers hebben vaker te maken met rug-, nek- en gewrichtsklachten en hart- en vaatziekten, terwijl jongeren vaker last hebben van astma en migraine.

In dit onderzoek van het CBS is niet gekeken naar specifieke sectoren. Het onderwijs heeft een relatief hoog ziekteverzuim (4,9 procent in 2016) en er werken veel vrouwen in deze sector, maar het CBS legt hier dus geen verband tussen.

Bekijk de grafieken op de website van het CBS

Verzuim primair onderwijs toegenomen

Aan de jarenlange daling van het verzuim in het primair onderwijs is in 2015 een einde gekomen. Dat meldt het Arbeidsmarktplatform PO op basis van de Onderwijsatlas primair onderwijs 2017.

In de Onderwijsatlas staat dat het verzuim onder onderwijzend personeel (inclusief directie) in 2015 op 6,4 procent lag, terwijl dat in 2014 nog 6,1 procent was. Oudere werknemers verzuimen gemiddeld genomen vaker en langer dan jongere collega’s.

Verzuim door werkdruk

Een kwart van het onderwijspersoneel ziet het werk deels als oorzaak van het verzuim. Voor deze groep is ervaren werkdruk de belangrijkste oorzaak.

Veel 50-plussers

In de Onderwijsatlas staat ook dat directeuren in het primair onderwijs gemiddeld 51,8 jaar oud zijn. Mannelijke directeuren zijn met gemiddeld 54 jaar ouder dan vrouwelijke directeuren.

Oude leraren in Zuid-Limburg

Ongeveer een kwart van de leraren is 55-plus. De gemiddelde leeftijd van leraren is het hoogst in Maastricht, het Zuid-Limburgse Mergelland en de Westelijk Mijnstreek: leraren zijn hier gemiddeld 45 jaar of ouder.

Jonge docenten in Randstad

Verder staat in de atlas dat 4 procent van de leraren jonger is dan 25 jaar. In delen van de Randstad, het midden van Nederland en Flevoland ligt het aandeel iets hoger dan het landelijke gemiddelde.

DOWNLOAD ONDERWIJSATLAS PRIMAIR ONDERWIJS 2017

Netwerkbijeenkomsten P&O over ziekteverzuim

Op 28 september komen in ons kantoor in Woerden de VOS/ABB-netwerken P&O bijeen. Het thema van deze bijeenkomsten is ‘Aan de slag met ziekteverzuim’. De ochtendbijeenkomst is voor het voortgezet onderwijs, de middagbijeenkomst voor het primair onderwijs. De bijeenkomsten worden georganiseerd door senior beleidsmedewerker Ivo Israel en jurist Hafida Amziab.

Eerst zal een korte terugkoppeling worden gegeven van de uitkomsten van ons onderzoek naar actuele thema’s op het gebied van human resource management. Daarna zal Henri Damen van onze verzekeringspartner Aon ingaan op de aspecten van eigenrisicodragerschap.

Daarnaast zal aandacht worden besteed aan de wijze waarop ziekteverzuim omlaag kan. Ook zal worden besproken welke onderwijssubsidies er zijn. Cao-gerelateerde onderwerpen komen eveneens aan bod. Er zal volop ruimte zijn om vragen te stellen.

Wanneer en waar?

De bijeenkomsten zijn op 28 september in ons kantoor in Woerden. De ochtend (09.30-12.30 uur) is gereserveerd voor het voortgezet onderwijs, de middag (13.00-16.00 uur) voor het primair onderwijs.

Voor beide bijeenkomsten geldt een maximumaantal deelnemers van 30. Per organisatie kunnen maximaal twee personen worden ingeschreven.

De bijeenkomsten zijn gratis en uitsluitend voor leden van VOS/ABB. Bij grote belangstelling zal een tweede sessie in november worden gepland.

Aanmelden

U kunt zich aanmelden via welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Netwerkbijeenkomst P&O’. Vermeld in uw mail uw naam, de organisatie waarvoor u werkt, uw telefoonnummer en of u naar de ochtend- of middagbijeenkomst komt.

Voor 2018 staan de volgende onderwerpen op de agenda: Werken aan duurzame inzetbaarheid en de cao (januari 2018) en Professionalisering/strategisch HRM (juni 2018). Data voor deze bijeenkomsten zullen in de loop van het najaar bekend worden gemaakt.

Ziekteverzuim onderwijs hoog, maar niet het hoogst

Het ziekteverzuim in het onderwijs is met 4,9 procent hoog, maar er zijn sectoren waar deze vorm van verzuim nog hoger is, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Bij het openbaar bestuur en overheidsdiensten is het ziekteverzuim met 5,3 procent het hoogst. Dat komt volgens het CBS doordat hiertoe defensie, brandweer en politie behoren, waar relatief veel mensen gevaarlijk werk doen. In de gezondheidszorg ligt het ziekteverzuim op 5,1 procent. Dat hoge percentage heeft te maken met het feit dat in de zorg relatief veel mensen fysiek zwaar werk doen.

De horeca heeft het laagste ziekteverzuim. Dat komt volgens het CBS doordat in die sector veel jonge mensen werken.

Meeste ziekteverzuim in basisonderwijs

Als wordt gekeken naar de verschillende onderwijssectoren, dan signaleert het CBS het hoogste ziekteverzuim in het basisonderwijs. In het voortgezet onderwijs is het ziekteverzuim lager. Onder personeel in het vmbo is het hoger dan onder collega’s in havo en vwo.

Het CBS signaleert ook dat het ziekteverzuim over het algemeen daalt als werknemers zelf kunnen bepalen wanneer ze verlof opnemen. In die zin is de situatie in het onderwijs ongunstig, omdat onderwijspersoneel meestal gebonden is aan vaste vakantieperiodes, die overigens wel langer zijn dan in veel andere sectoren.

Lees meer…

 

Recept voor laag ziekteverzuim

Wat is het recept voor een laag ziekteverzuim? Bedrijfscultuur en aandacht, zo blijkt bij STIP Hilversum.

Toen bestuurder Geert Looyschelder zo’n drie jaar geleden begon bij deze stichting, met 17 onderwijslocaties in Hilversum en één in Huizen, lag het ziekteverzuim nog rond de 6 procent. Dat moest omlaag.

Looyschelder koos ervoor om geen ‘geïsoleerd’ verzuimbeleid te ontwikkelen. Hij wilde eerst en vooral investeren in de cultuur en het personeelsbeleid. Het ziekteverzuim zou dan vanzelf afnemen. Dat is gelukt. Het ziekteverzuim ligt nu op 3,6 procent.

In het zomernummer van ons magazine Naar School!, dat op dinsdag 13 juni verschijnt, komt een artikel over de Hilversumse aanpak. U kunt het nu al als preview downloaden.

Ziekteverzuim in onderwijs blijft hoog

Het onderwijs is nog altijd een sector met een hoog ziekteverzuim. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het onderwijs had in 2016 een gemiddeld ziekteverzuim van 4,9 procent. In 2014 en 2015 was dat ook zo, terwijl dat 5,0 procent was in 2012 en 2013 en 5,1 procent in 2010 en 2011. Het verzuim in het onderwijs neemt dus in de loop der jaren wel licht af.

Het openbaar bestuur en de overheidsdiensten vormen samen de sector met het hoogste ziekteverzuim in 2016. Het lag daar vorig jaar op 5,3 procent. Het verzuim is ook relatief hoog in de gezondheids- en welzijnszorg (5,1 procent) en in de sector ‘waterbedrijven en afvalbeheer’ (5,0 procent).

In de horeca is het ziekteverzuim al jaren het laagst. In 2016 lag het op 2,2 procent.

Ziekteverzuim personeel voortgezet onderwijs stabiel

Het ziekteverzuim onder het onderwijzend personeel in het voortgezet onderwijs is in 2015 met 4,9 procent gelijk gebleven ten opzichte van het jaar daarvoor. Dat meldt het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds Voion.

Bij het onderwijsondersteunend personeel is het ziekteverzuim in 2015 licht gestegen met 0,1 procentpunt naar 5,2 procent. Deze lichte stijging komt overeen met de landelijke trend.

Lees meer…

Veel vrouwen en hoog ziekteverzuim in onderwijs

Het aandeel vrouwen in het onderwijs is tussen 2005 en 2015 toegenomen. Vooral in het basisonderwijs nam het aandeel vrouwen toe van 73 naar 83 procent, zo staat in het rapport De arbeidsmarkt in cijfers 2015 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daarin staat onder andere ook dat het ziekteverzuim in het onderwijs hoog is en dat de loonkosten in tien jaar tijd fors zijn gestegen.

Het onderwijs is op de zorg na de meest vervrouwelijkte sector van de Nederlandse arbeidsmarkt. In 2015 was ruim 60 procent van de werknemers in het onderwijs vrouw. In de zorg was dat nog een stuk meer: ruim 80 procent.

Bij de beroepen die vooral door vrouwen worden beoefend, staat leerkracht basisonderwijs bovenaan. Ook onderwijsassistent scoort hoog. In de top-10 van beroepen die vooral door mannen worden uitgevoerd, komt het onderwijs niet voor.

Nog meer vrouwen in andere landen

Internationaal gezien is de feminisering van het onderwijs in Nederland niet extreem. In landen als Italië, Oostenrijk, Tsjechië, Hongarije en Slovenië liggen de percentages vrouwen die in het basisonderwijs werken nog hoger. Hongarije spant wat dit betreft met 97 procent de kroon, zo staat in het rapport Education at a glance 2016 van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Wat verder opvalt in het OESO-rapport is dat het aandeel vrouwelijke managers in het onderwijs in Nederland relatief klein is. In Nederland is dat ongeveer 30 procent, terwijl het OESO-gemiddelde circa 45 procent is. Rusland, Bulgarije en Letland springen er wat dit betreft uit met tussen de 70 en 80 procent vrouwelijke schoolleiders.

Veel ziekteverzuim

Uit het CBS-rapport komt verder naar voren dat het onderwijs het slecht doet als naar het gemiddelde ziekteverzuim wordt gekeken. Met 4,9 procent staat het onderwijs op de derde plaats van sectoren met het het meeste ziekteverzuim, achter het openbaar bestuur en de zorg.

Verder blijkt dat het onderwijs in de periode 2005-2015 de sector was met de sterkst gestegen loonkosten per gewerkt uur.

Ziekteverzuim onder leerlingen snel te halveren

Ziekteverzuim onder leerlingen in het voortgezet onderwijs is snel terug te dringen met een methode die is ontwikkeld door de GGD West-Brabant. 

Het is wetenschappelijk aangetoond dat de Brabantse methode M@ZL (Medische Advisering Ziekgemelde Leerling) het ziekteverzuim onder leerlingen halveert. Het gaat om aandacht voor leerlingen die zich vaak (vier keer per kwartaal of meer) of lang (meer dan 7 schooldagen aaneen) ziekmelden.

Achter dit soort ziekmeldingen blijkt vaak een bepaalde problematiek schuil te gaan, zoals leefstijl- of motivatieproblemen, psychosociale problemen of langdurige ziekte. In al die gevallen kan de school in samenwerking met de jeugdarts, de leerplichtambtenaar, de ouders en het kind zelf naar een passende oplossing zoeken. Zo wordt voorkomen dat leerlingen uitvallen.

Dat levert meer op dan de zaak op zijn beloop laten. Toch gebeurt dat nu nog vaak, omdat scholen het moeilijk vinden de ouders aan te spreken op ziekteverzuim.

Dagblad AD laat met enkele voorbeelden uit de praktijk zien hoe M@ZL werkt. 

Methode tegen ziekteverzuim officieel erkend

De methode is ontworpen en onderzocht door jeugdarts Yvonne Vanneste, die hierop promoveerde. M@ZL is inmiddels erkend door de Erkenningscommissie Interventies. Veel vo-scholen in West-Brabant werken ermee.

M@ZL is beschikbaar voor scholen in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Het omvat materiaal en een workshop voor mentoren. Het kost ongeveer 17 euro per leerling, maar levert volgens de GGD een veelvoud op.

Minder ziekteverzuim in voortgezet onderwijs

Het ziekteverzuim in het voortgezet onderwijs is in 2014 gedaald tot 4,9 procent bij het onderwijzend personeel en 5,1 procent bij het onderwijsondersteunend personeel.

Daarmee volgt het ziekteverzuim in het voortgezet onderwijs de landelijke dalende trend, meldt het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor het voortgezet onderwijs Voion.

In Nederland daalde het ziekteverzuim in 2014 tot 3,8 procent. Dit is het laagste verzuimpercentage sinds 1996. Het lage ziekteverzuim houdt volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) mogelijk verband met de economische situatie.

Ook draagt de milde griepgolf aan het begin van 2014 bij aan het lage verzuimpercentage in dat jaar.

Lees meer…

Nog steeds meeste ziekteverzuim in onderwijs

Van alle sectoren heeft het onderwijs nog steeds het hoogste ziekteverzuim. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het ziekteverzuim in het onderwijs lag in het tweede kwartaal van 2015 met 4,9 procent net zo hoog als een jaar daarvoor. Daarmee bleef het onderwijs de sector met het hoogste ziekteverzuimpercentage, gevolgd door de gezondheids- en welzijnszorg (steeg van 4,7 naar 4,8 procent) en het openbaar bestuur (van 4,6 naar 4,8 procent). Het landelijk gemiddelde is 3,7 procent. In de horeca wordt met 2,1 procent het minst verzuimd.

Uit de cijfers van het CBS blijkt verder dat de gemiddelde verzuimduur in het onderwijs in het tweede kwartaal van dit jaar nauwelijks hoger was dan gemiddeld. Gemiddeld werd 6,6 dagen verzuimd. In het onderwijs wordt dus wel vaker, maar niet langer verzuimd.

Bij driekwart van de ziekmeldingen heeft de oorzaak niets met het werk te maken. Een veel voorkomende reden voor werknemers om zich ziek te melden is griep.

Onderwijs heeft hoogste ziekteverzuim

Het onderwijs had in 2014 samen met het openbaar bestuur het hoogste ziekteverzuim van Nederland. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het verzuimpercentage in het onderwijs en het openbaar bestuur lag in 2014 op 4,9. In de zorg was het 4,8 procent. ‘Het zijn bedrijfstakken met veel grote instellingen en relatief veel oude werknemers’, zo verklaart het CBS.

De horeca heeft met 2,1 procent het laagste ziekteverzuim. Dat is de sector met gemiddeld de jongste werknemers.

Milde griepgolf
Over het geheel genomen signaleert het CBS dat het ziekteverzuim in 2014 is gedaald tot 3,8 procent. Dit is het laagste verzuimpercentage sinds 1996.

De statistici vermoeden dat dit te maken kan hebben met de economische situatie: als het slecht gaat met de economie, melden werknemers uit vrees om hun baan te verliezen zich minder snel ziek. Ook draagt volgens het CBS de milde griepgolf aan het begin van 2014 bij aan het lage verzuimpercentage.

Personeel basisschool minder vaak maar wel langer ziek

In het basisonderwijs meldt personeel zich minder vaak ziek dan in het voortgezet onderwijs, maar de gemiddelde ziekteduur is in het basisonderwijs langer. Daardoor is het verzuimpercentage in het basisonderwijs hoger dan in het voortgezet onderwijs. Dat staat in de Eindrapportage verzuimonderzoek PO VO 2013 van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

Het ziekteverzuimpercentage onder het onderwijzend personeel in het primair en voortgezet onderwijs is van 2012 op 2013 licht gedaald. Net als voorgaande jaren is het ziekteverzuimpercentage over 2013 in het speciaal onderwijs het hoogst en in het voortgezet onderwijs het laagst.

De meldingsfrequentie is stabiel gebleven. In het voortgezet onderwijs was het ziekteverzuimpercentage het laagst, maar daar waren wel de meeste meldingen. Het personeel in het voortgezet onderwijs meldde zich dus vaker voor een kortere periode ziek dan collega’s in het basisonderwijs en het speciaal onderwijs.

Er zijn ook verschillen als naar openbaar onderwijs en de verschillende denominaties wordt gekeken. In het basisonderwijs was het ziekteverzuim in 2013 het hoogst op de vrije scholen (10,9 procent), gevolgd door de islamitische scholen (9,6 procent) en de openbare (7,0). De categorie ‘gereformeerd, reformatorisch, evangelisch’ had vorig jaar met 3,4 procent het laagste ziekteverzuim.